Deuteronomium 16:1-8
1 Ieder jaar in de maand abib moet u voor de HEER, uw God, het pesachoffer bereiden. Hij heeft u immers op een nacht in die maand uit Egypte weggeleid. 2 Voor het pesachoffer ter ere van de HEER moet u geiten, schapen of runderen slachten op de plaats die Hij zal kiezen om er zijn naam te laten wonen. 3 Bij dat vlees mag u geen gedesemd brood eten, maar alleen ongedesemd brood, gedurende zeven dagen. Het is het tranenbrood dat u, zolang u leeft, zal herinneren aan de dag waarop u wegtrok uit Egypte, aan dat overhaaste vertrek. 4 Zeven dagen lang mag er in het hele land bij u geen stukje zuurdesem te vinden zijn. En van het vlees dat de slacht van de eerste avond oplevert, mag niets tot de volgende dag bewaard worden. 5 U mag de dieren voor het pesachoffer niet slachten in elk van de steden die de HEER, uw God, u zal geven, 6 maar u moet dat op de ene plaats doen die Hij zal uitkiezen om er zijn naam te laten wonen, en wel ’s avonds, bij zonsondergang, het tijdstip waarop u uit Egypte vertrok. 7 Daar moet u het vlees bereiden en eten; de volgende morgen kunt u weer naar uw eigen woonplaats terugkeren. 8 Zes dagen lang moet u ongedesemd brood eten, en de zevende dag is er een feestelijke samenkomst voor de HEER, uw God; dan mag u niet werken. (NBV21)
Voor Christenen is dit gedeelte uit het boek Deuteronomium niet zonder betekenis. Twee van de grote Christelijke feesten konden ontstaan door de voorschriften uit dit gedeelte. Sinds het bewind van Koning Josia was het volk Israël zich bewust van deze feesten en als men niet in ruime mate de vreemde Kanaänitische feesten volgde dan vierde men het Pesach feest, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest. Het Pesachfeest en het Wekenfeest kennen we in het Christendom. Het Pesach als Paasfeest en het Wekenfeest als Pinksterfeest. Het Pesachfeest was het feest waarop de uittocht uit Egypte werd herdacht en het Wekenfeest was een oogstfeest waarop ook het sluiten van het verbond op de Horeb werd herdacht. Dat was bij de inrichting van die feesten dan ook goed te merken.
Bij het Pesachfeest werden ritueel de gewoonten uit de slavernij weer tot leven gebracht. In het hete woestijnzand van Egypte moest je geen vers geslacht vlees tot de volgende dag bewaren, dan is het bedorven. Daarom mag het ook niet in de zeven dagen van het Pesachfeest. Tijdens de slavernij, die voorafgaande aan de bevrijding steeds erger werd, had je geen tijd om het brood te laten rijzen voor je het ging bakken. Daarom heet het ongezuurde brood dat met Pesach wordt gegeten het tranenbrood, het is het brood uit de slaventijd. Dat het niet zo snel bedierf en daarom ideaal was om tijdens de vlucht uit Egypte mee te nemen was een gelukkige bijkomstigheid.
Ook vandaag de dag herinnert het Pesachfeest van de Joden aan het lijden dat het volk heeft moeten doormaken. Daarom staan er op de Pesachtafel ook de bittere kruiden waarvan gegeten wordt, na de Tweede Wereldoorlog met haar Holocaust, hebben deze kruiden een extra bittere betekenis gekregen. Denk ook niet dat het avondmaal of de eucharistie in de kerken een kopie is van de Pesachmaaltijd. De maaltijd die Jezus in de Pesachweek vierde was wel de maaltijd die in het Bijbelgedeelte van vandaag werd voorgeschreven. Maar Jezus vult de maaltijd in door er de vrijblijvendheid uit te halen. Hij offert zich op voor zijn vrienden, eigenlijk voor heel zijn land, door af te zien van geweld toen hij zich overgaf aan de Tempelpolitie. Vanaf die dag wordt van Christenen verwacht dat ze bereid zijn zichzelf op te offeren als dat voor de lieve vrede nodig is. Ook vandaag dus.