Waar blijft hij nu?

2 Petrus 3:1-9

1 Geliefde broeders en zusters, dit is al de tweede brief die ik u schrijf. Met beide wil ik u tot een helder inzicht brengen, 2  en wel door u te herinneren aan de woorden die de heilige profeten destijds hebben gesproken en aan het gebod van onze Heer en redder dat uw apostelen u hebben doorgegeven. 3 Vergeet vooral niet dat er aan het einde van de tijd spotters zullen komen, die hun eigen begeerte volgen en smalend 4  vragen: ‘Waar blijft hij nu? Hij had toch beloofd te komen? De generatie voor ons is al gestorven, maar alles is nog steeds zoals het sinds het begin van de schepping geweest is.’ 5 Ze gaan er dan willens en wetens aan voorbij dat er in het begin al eens een hemel is geweest en een aarde die door Gods woord gevormd was uit water en door middel van water, 6  en dat de toenmalige wereld vergaan is toen ze door het water werd overspoeld. 7  Maar de tegenwoordige hemel en aarde worden door datzelfde woord bewaard om op de dag van het oordeel, waarop de goddelozen ten onder zullen gaan, te worden prijsgegeven aan het vuur. 8 Eén ding mag u niet over het hoofd zien, geliefde broeders en zusters: voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag. 9 De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat. (NBV)

Door de eeuwen heen zijn mensen nieuwsgierig naar de datum waarop de geschiedenis ten einde zal zijn gekomen. Alles gaat voorbij dus ook onze geschiedenis. Vlak na het uitstorten van de Heilige Geest met Pinksteren geloofden de Apostelen dat het einde der tijden wel zeer nabij was. Ook Paulus schrijft herhaaldelijk aan de diverse gemeenten dat het einde der tijden zeer nabij is. In de Evangeliën zijn aanwijzingen te vinden dat ook Jezus van Nazareth er voor waarschuwde dat het einde der tijden niet ver zou zijn. In de tijd dat deze Tweede Brief van Petrus werd geschreven was er echter al geruime tijd verlopen zonder dat het einde der tijden zich had aangekondigd. Wij zijn inmiddels 20 eeuwen verder en nog is van het einde der tijden geen sprake. Integendeel, we weten uit de natuurwetenschappen dat het nog vele eeuwen kan duren voor onze zon opgebrand zal zijn en het leven op aarde zal verdwijnen.

We kunnen dat zelf versnellen door een nucleaire oorlog te beginnen op de wereld maar onze wereldleiders zijn daar de afgelopen 50 jaar steeds voor teruggeschrokken. De herinneringen van het gooien van atoombommen op Japan roepen de beelden van de verschrikkingen zo levendig op dat het opnieuw gooien van atoombommen geen optie is. Hoe zit dat dan met het einde der tijden waarover in de Bijbel wordt gesproken? De schrijver van de Tweede Brief van Petrus heeft een paar mooie oplossingen. Er was al eens een overstroming die al het leven op aarde had vernietigd. Wij kennen die overstroming uit het verhaal van Noach maar ook in tal van andere religies klinkt een verhaal over een dergelijke overstroming door. Verder stond al in Psalm 90 dat duizend jaar in de ogen van God als één dag is, wat natuurlijk ook een ander licht op Genesis 1 werpt. Maar de mooiste reden is dat God eerst alle mensen wil bekeren tot het geloof in de bevrijding van de armen, tot het geloof in het Koninkrijk, het geloof in God zelf. Voordat dat gebeurd zal de wereld niet vergaan.

Dan kan het onze tijd dus ook nog wel duren. Heel langzaam zijn we tot de overtuiging gekomen dat het niet in de datum zit. Het zit in onze houding. Wat zou er gebeuren als we wisten dat morgen de wereld zou vergaan? Velen van ons zouden zich bekeren en zorgen dat ze nog net het goede doen wat ze kunnen doen. De laatste hongerige nog voeden, de dorstige nog te drinken geven, de gevangene nog bezoeken, de bedroefde nog troosten. Als dat zo is dan moeten we dus elke dag leven alsof morgen de wereld vergaat. Niet om er zelf beter van te worden, of bij de terugkeer van de Heiland een plekje in de hemel te verdienen, maar om een einde te laten komen aan de geschiedenis van oorlog, honger en ellende. Het einde der tijden is nabij omdat wij leven alsof het nabij is. Daarmee kan de hele wereld bekeerd worden want we willen immers dat iedereen meedoet met heb Uw naaste lief als Uzelf en delen met wie er gedeeld moet worden, daarvoor zullen de volken vrede moeten willen en ook daar kunnen we aan werken. Vandaag is dus niet alleen de eerste dag van de rest van je leven maar ook de laatste.

Overmoedig en arrogant

2 Petrus 2:10b-22

10b Overmoedig en arrogant als ze zijn, schrikken ze er niet voor terug hemelse machten te lasteren, 11  terwijl zelfs engelen, in kracht en macht toch hun meerderen, het niet aandurven om die machten namens de Heer te beschuldigen en te veroordelen. 12  Maar deze mensen, die net redeloze dieren zijn, van nature bestemd om gevangen en gedood te worden, lasteren wat ze niet eens kennen. Ze zullen aan hun eigen verderfelijke gedrag ten onder gaan 13 en onrecht lijden als loon voor hun eigen onrecht. Ze genieten ervan om zich op klaarlichte dag volledig te laten gaan. En wanneer ze samen met u aan een feestmaal deelnemen, zijn ze een schandvlek voor uw gezelschap, omdat ze zwelgen in hun bedrieglijk genot. 14  Hun ogen zijn voortdurend op zoek naar overspel en ze zondigen onophoudelijk, ze verleiden onstandvastige zielen en zijn een en al hebzucht. Vervloekt zijn ze! 15  Ze zijn afgedwaald, ze hebben de rechte weg verlaten en treden in de voetsporen van Bileam, de zoon van Bosor, die zich maar al te graag liet betalen voor onrecht. 16  Maar hij werd voor zijn vergrijp terechtgewezen: een stom lastdier, dat met de stem van een mens sprak, maakte een eind aan de waanzin van die profeet. 17  Droogstaande bronnen zijn het, mistflarden die door een wervelwind voortgejaagd worden. De diepste duisternis wacht hun, 18  want met loos gebral en schaamteloze uitspattingen verleiden ze hen die zich nog maar net hebben losgemaakt van degenen die dwalen. 19  Ze beloven vrijheid, maar zijn zelf slaven van het verderf, want waar men door beheerst wordt, daarvan is men slaaf. 20  En als zij die zich door hun kennis van onze Heer en redder Jezus Christus hebben losgemaakt van het vuil van de wereld, daar weer in verstrikt raken en er opnieuw door worden beheerst, zijn ze er erger aan toe dan voorheen. 21  Het was beter voor hen geweest de weg van de rechtvaardigheid nooit gekend te hebben dan die weg wel te kennen, en zich vervolgens af te wenden van het heilige gebod dat hun is overgeleverd. 22  Op hen is het spreekwoord ‘Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel’ volledig van toepassing, of ‘Een gewassen zeug rolt al snel weer door de modder’. (NBV)

De schrijver van de Tweede Brief van Petrus heeft het natuurlijk niet over de corona crisis gehad die ons het laatste jaar heeft geplaagd. Maar ook in zijn tijd waren er figuren die lijken op de bankiers en financiële toezichthouders waar wij mee te maken hebben. Ze gaven de schuld voor de armoede aan de armen zelf. Die hadden vast gezondigd tegen wat de Heer had voorgeschreven. Zo kregen eenvoudige spaarders de schuld van het verlies van hun spaarcenten. Hadden ze dat maar niet moeten beleggen tegen de hoogste rente. Dat de banken, waar ze hun spaarcenten heen brachten, goedgekeurd waren door de Nederlandse toezichthouders doet dan niet ter zake. Als er hoge rente wordt beloofd moet je er kennelijk wegblijven. Dat ook pensioenfondsen en andere zeer professionele beleggers er het hen toevertrouwde geld hadden gestald doet niet ter zake. Die gewone onprofessionele spaarders hadden maar moeten weten dat ze een groot risico liepen. Datzelfde geldt ook voor mensen die leningen hebben die ze niet kunnen aflossen.

Dat je nog niet zo lang geleden om de 10 minuten op de televisie werd aangespoord om toch maar te gaan lenen ook al kun je dat eigenlijk niet terug betalen doet niet ter zake. Oversluiten kan natuurlijk maar dat ook oversluiten geld kost wordt er niet bij verteld. Het soort mensen dat leeft op de inhaligheid van anderen wordt door de briefschrijver scherp veroordeeld. Hij noemt de bankiers van vandaag redeloze dieren die aan hun eigen verderfelijke gedrag ten onder zullen gaan. Ze zullen onrecht lijden als loon voor hun eigen onrecht. Ondernemers die het door de overheid verboden wordt te ondernemen, ook al is dat tijdelijk, worden niet meer geholpen, niet door de overheid, niet door de banken. Nu de markt voor rijkeluisspullen weer aantrekt moeten we extra op onze hoede zijn. Die rijken klagen niet voor niets dat de armen eerder gaan sparen dan weer te gaan lenen. Ze krijgen cadeautjes van de overheid en de armen mogen blij zijn met de extra werkgelegenheid waar ze zich mogen afbeulen zolang het de baas behaagt.

De toezichthouders worden door de briefschrijver vergeleken met de profeet Bileam die zich er voor leende het volk Israel te gaan vervloeken. Zoals zij wel toezicht hielden maar niet waarschuwden toen bankiers zich niet aan de voorschriften bleken te houden zo ging Bileam op weg om een vloek uit te spreken. Maar Bileam werd door een ezel tegengehouden, die wilde niet verder zegt het verhaal. Onze bankiers en toezichthouders geven nog steeds hun fouten niet toe. Ze doen wel vroom of ze zich hebben bekeerd en hun fouten niet opnieuw zullen maken maar er is geen enkele reden hen daarin ook te vertrouwen. Beleggers op de beurzen weten dit en wenden zich af van banken en verzekeraars. Zoals een hond terugkeert naar zijn eigen braaksel, of een gewassen zeug al snel weer in de modder rolt zo zullen onze bankiers en verzekeraars de neiging hebben zich weer over te geven aan hun ongebreidelde zucht tot winst maken. Laten we daarom om betere toezichthouders en bankiers vragen, mensen die de armen voorop zetten en recht en rechtvaardigheid hoog in hun vaandel hebben.

Ook onder u dwaalleraren

2 Petrus 2:1-10a

1 Toch zijn er destijds onder het volk ook valse profeten opgetreden, en zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang. 2 Velen zullen hun losbandig gedrag overnemen en zo de weg van de waarheid in opspraak brengen. 3 Gedreven door hebzucht zullen ze u bedriegen met misleidende verhalen, maar hun vonnis is allang geveld, hun ondergang laat niet op zich wachten. 4 Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen. Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten. 5 Evenmin heeft hij de wereld uit de voortijd gespaard; alleen Noach, de heraut van de rechtvaardigheid, liet hij met zeven anderen in leven toen hij de watervloed over die wereld vol zondaars liet komen. 6 Ook Sodom en Gomorra heeft hij tot de vernietiging veroordeeld, hij heeft die steden in de as gelegd en ze daarmee ten voorbeeld gesteld aan alle zondaars van latere tijden. 7 Maar Lot, die rechtvaardig was en zwaar leed onder de losbandige levenswandel van die wettelozen, redde hij. 8 Deze rechtvaardige woonde te midden van hen, en dag in dag uit werd zijn rechtschapen ziel gekweld wanneer hij hoorde en zag hoe ze zich aan God noch gebod stoorden. 9 De Heer blijkt dus vromen uit de beproeving te kunnen redden en onrechtvaardigen gevangen te kunnen houden tot de dag van het oordeel, om hen dan te straffen. 10 Hij straft vooral diegenen die zich, door onreine verlangens gedreven, overgeven aan schaamteloze losbandigheid en het gezag van de Heer verachten. (NBV)

Met de passage die we vandaag lezen uit de Tweede Brief van Petrus zijn we weer helemaal thuis. De gemeente wordt gewaarschuwd tegen dwaalleraars, valse profeten. En dit gedeelte staat al een jaar op het leesrooster dat we hier volgen. Het is dus niet speciaal uitgezocht omdat zo’n valse profeet ons wil wijsmaken dat vaccinatie en corona te maken hebben met het einde der tijden. De brief is niet geschreven aan een bepaalde gemeente maar meer in het algemeen voor elke kerkelijke gemeente bedoeld. Van begin af aan is de beweging van de Weg, zoals die nog in de Handelingen werd genoemd en ook hier wordt genoemd, geplaagd door mensen die aan die succesvolle beweging willen verdienen. Als je de pracht en praal ziet waarmee in sommige kerken de leiders worden omringt dan mag je best denken dat er nog steeds niet veel veranderd is.

Natuurlijk mogen vrijgestelden voor de verkondiging best een redelijk loon ontvangen. Maar we mogen nooit vergeten dat een Apostel als Paulus zich er op beriep zelf zijn kost te verdienen. Hervormingsbewegingen in de kerken hebben dan ook altijd de nadruk gelegd op soberheid. De eerste, en tot nu toe enige, Nederlandse Paus, Adrianus VI, werd om zijn soberheid zelfs bekend. Jammer dat hij aan de inhoud van de leer van de kerk van zijn dagen niet net zoveel aandacht besteedde, dan had hij eerst recht een hervormer geworden en was de herdenking van zijn Pausschap enkele jaren geleden pas echt belangrijk geweest. Nu was de herdenking van zijn tijdgenoot Johannes Calvijn heel wat belangrijker. Maar die hebzuchtige dwaalleraars en valse profeten krijgen hun verdiende loon wel volgens de schrijver van deze brief. En bij het schetsen van de straffen die hen te wachten staan gaat hij zelfs te rade in de Griekse mythologie waar de Titanen werden opgesloten ver onder de Tartarus.

Neem die straffen dus niet al te letterlijk maar kijk liever uit of de leer die je hoort verkondigen wel dicht genoeg bij de bedoeling van de Bijbel blijft. Nu zal openbare schaamteloze losbandigheid in onze dagen in onze kerken wel niet meer voorkomen maar er zijn nog steeds religieuze gemeenschappen waar de leiders hun volgelingen wijs maken dat de leider gemeenschap mag hebben met alle volgelingen, soms zelfs ongeacht hun leeftijd. Vooral in de Verenigde Staten van Noord Amerika duiken verhalen over dergelijke gemeenschappen met enige regelmaat op, maar niet alleen daar. Dergelijke gemeenschappen zijn vaak ook steunpilaren van zeer conservatieve politieke bewegingen. De brief van Petrus heeft ons de profeten van Israël gegeven als ijkpunten voor de juiste leer. Daar gaat het om recht en gerechtigheid, om de Wet van heb je naaste lief als jezelf, om delen met de minsten in de wereld. Daar vindt je de roep om wat in kerken vandaag de dag Werelddiakonaat heet, Kerk in Actie ook. Daar gaat het niet om zelfverrijking maar om de wereld rijker te maken door er minder armen te laten wonen. Daar kunnen wij ook onszelf aan toetsen, gaat het om ons eigen gewin of om het welzijn van onze naasten.

Volken, beef!

Psalm 99

1 De HEER is koning-volken, beef! Hij troont op de cherubs-aarde, sidder! 2 Groot is de HEER op de Sion, verheven is hij boven alle volken. 3 Uw naam moeten zij loven, zo groot en geducht. Heilig is hij. 4 Machtige koning, die het recht bemint: u stelde rechtvaardige wetten vast. Recht en gerechtigheid in Jakob: ze zijn uw werk. 5 Breng hulde aan de HEER, onze God, en buig u neer aan zijn voeten. Heilig is hij. 6 Mozes en Aäron waren zijn priesters, ook Samuël riep zijn naam. Riepen zij tot de HEER, hij antwoordde; 7 in de wolkkolom sprak hij hen toe en zij onderhielden zijn geboden, de wet die hij hun gaf. 8 HEER, onze God, u hebt hun geantwoord. U was voor hen een God van vergeving en een God die hun misdaden strafte. 9  Breng hulde aan de HEER, onze God, en buig u neer voor zijn heilige berg. Heilig is de HEER, onze God. (NBV)

Vandaag zingen we een echt politiek lied mee. Niet een lied van goede dichters, van helden uit het verleden of van profeten, maar een lied van het volk. In andere liederen over de God van Israël gaat het vaak over de Heer uw God, daar wordt het volk aangesproken en iets verteld over de ervaringen die de dichter met de God van Israël heeft gehad. In deze psalm zingt het volk zelf. Tegen alle machthebbers in. Wie ook denkt het op aarde of een deel van de aarde voor het zeggen te hebben moet sidderen voor de God van Israël. Hier klinkt het “Heer onze God” en “Heilig is de Heer onze God”. En Heilig is hier volmaakt, lees er ook maar helend in, die hele zieke verrotte wereld met haar onderdrukking, oorlogen en geweld wordt gezond gemaakt door de God van Israël.

Waarom loopt dat volkje eigenlijk te hoop voor juist die God? Dat volk stamt toch af van slaven die aan de macht van Egypte zijn ontsnapt? Dat volkje werd toch overwonnen door wereldmachten als Assyrië, Babel en Perzië? Hun stad en hun tempel werden verwoest en bij de gratie van koning Cyrus hadden ze die weer mogen opbouwen. Wat is dan dat geroep over de God van Israël die verheven zou zijn over alle volken. Wat dan de eis dat alle volken zijn naam moeten loven, is hij werkelijk zo groot en geducht? Het antwoord wordt ook door de psalm gegeven. Het gaat om het recht en rechtvaardige wetten.

Die God van Israël heeft zijn volk richtlijnen gegeven voor een menselijke samenleving. Daar kan iedereen aan mee doen. Rijken en armen, zieken en gezonden, ouden en jongen. Zelfs de vreemdelingen zijn er welkom en ook voor hen wordt gezorgd. Dat is nog eens wat anders dan machthebbers die wetten maken die de machtigen en rijken bevoordelen, die wetten maken om herkozen te worden en meer stemmen te halen bij verkiezingen. De psalm wijst op Mozes en Aäron die de goddelijke richtlijnen aan het volk moest leren. Ze wijst op Samuël die het volk waarschuwde voor koningen zoals ook de heidenvolken hadden. Die God van Israël doorbrak de bestaande verhoudingen, bestrafte de misdaden en deed recht aan het hele volk. Daar zijn wij inmiddels ook in betrokken, het is ook aan ons te ijveren voor de richtlijnen voor menselijke samenleving. In deze dagen belangrijker dan ooit.

Blijven herinneren

2 Petrus 1:12-21

12 Daarom zal ik u hieraan blijven herinneren, hoewel u dit alles wel weet en gegrondvest bent in de waarheid die u hebt leren kennen. 13 Maar het lijkt me goed u wakker te houden door het telkens opnieuw onder uw aandacht te brengen zolang ik in deze tent verblijf. 14 Ik weet dat mijn tent binnenkort zal worden afgebroken-dat heeft onze Heer Jezus Christus mij te kennen gegeven-, 15 en ik doe er mijn uiterste best voor dat u zich dit alles ook na mijn heengaan steeds weer voor de geest zult kunnen halen. 16 Toen wij u de glorierijke komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, baseerden wij ons niet op vernuftige verzinsels-integendeel, wij hebben met eigen ogen zijn grootheid gezien. 17 Want hij ontving van God, de Vader, eer en luister, toen de stem van de majesteitelijke luister tegen hem zei: ‘Dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde.’ 18 Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met hem op de heilige berg waren. 19 Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. 20 Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, 21 want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest. (NBV)

Moet waarheid worden gelegitimeerd? Kun je de waarheid bewijzen? Is waarheid niet dat wat wij voelen dat klopt? Maken we dus eigenlijk niet zelf uit wat waarheid is? De schrijver van deze brief vindt van niet. De Waarheid komt van buiten ons en de hoogste waarheid komt van God. Dat Jezus van Nazareth is verschenen aan ons berust niet op verzinsels. Allen die geloven zullen zeggen dat ze daarvan het onomstotelijk bewijs hebben meegemaakt. Petrus zou zeggen dat ze het van God zelf hebben gehoord toen ze op de berg waren waar ook Mozes en Elia verschenen om met Jezus te praten. Dat wat we weten is dat de liefde ons kan leiden. Als een lamp op onze pad. Niet de angst, niet de angst voor een komend einde van de geschiedenis of welk onheil ons ook wordt voorgehouden. De Bijbel roept voortdurend niet bang en bevreesd te zijn. God is met ons alle dagen van ons leven. Volgens de briefschrijver is er eigenlijk een bijzondere verantwoordelijkheid voor gelovigen.

Die gelovigen komen samen in de gemeente en die gemeente moet al een afspiegeling zijn van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waar alle tranen gedroogd zijn. Door dat te laten zien worden mensen gewezen op de God van Liefde. Iedereen kent de kerken als plaatsen van naastenliefde. Natuurlijk zijn er veel leden van kerken die gewone mensen zijn en die ook gewoon in de fout kunnen gaan. Maar samen vormen die kerkelijke gemeenschappen toch plaatsen waar veel goeds uit gaat. Er is daar zorg voor de armen te vinden. Veel vrijwilligers in maatschappelijke organisaties zijn leden van een kerk. Je komt ze tegen bij daklozenopvang, in zieken- en verpleegtehuizen, in gevangenissen en sportverenigingen voor jongeren. De huidige coronatijd legt een heel bijzondere verantwoording op kerkelijke gemeenschappen. Samen zouden ze graag de last delen van de coronamaatregelen, samen zouden ze graag zorgen dat alle leden van de gemeente ook gevaccineerd kunnen worden.

Veel kerken zijn blij hun kerkgebouwen en zalen ter beschikking te kunnen stellen van het middelbaar en voortgezet onderwijs. De Protestantse Kerken in Nederland hebben afgezien van het samenkomen op zondag. Vanuit kerken en zalen werden kerkdiensten op Kerkdienstgemist.nl of Kerkomroep.nl gezet. Iedereen kan daar naar kijken en daardoor deel nemen aan de gemeenschap van gelovigen. Soms viert men zelfs op deze manier de gezamenlijke maaltijd ter herinnering aan de dood en opstanding van Jezus van Nazareth. God heeft ons medici, gezondheidswerkers en vaccins gegeven. Als we roep van het Bijbelgedeelte van vandaag volgen dan stelt de Liefde van God ons in staat medemensen te beschermen, medemensen te laten behandelen en hopelijk genezen en medemensen immuun te maken voor corona. Elke dag opnieuw is dat de opdracht van onze God.

Uw kennis met zelfbeheersing

2 Petrus 1:1-11

1 Van Simeon Petrus, dienaar en apostel van Jezus Christus. Aan allen die dankzij de rechtvaardigheid van onze God en van onze redder Jezus Christus hetzelfde kostbare geloof hebben ontvangen als wij. 2 Genade zij u en vrede, in overvloed, door de kennis van God en van Jezus, onze Heer. 3 Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht. 4 Hiermee zijn ons kostbare, rijke beloften gedaan, opdat u zou ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de begeerte, en opdat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur. 5 Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, 6 uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, 7 uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen. 8 Als u deze eigenschappen in overvloed bezit, is uw kennis van onze Heer Jezus Christus niet nutteloos maar vruchtbaar. 9 Wie ze niet bezit is kortzichtig, ja blind, en vergeet dat hij van zijn vroegere zonden gereinigd is. 10 Span u daarom des te meer in om uw roeping en uitverkiezing waar te maken, broeders en zusters. Als u dit alles doet, komt u nooit ten val 11 en zal u onbelemmerd toegang worden verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus. (NBV)

Aan het eind van het Nieuwe Testament, net voor het bekende boek Openbaring, staat een aantal kleine briefjes die worden toegeschreven aan apostelen. Er zijn er drie van Johannes, twee van Petrus en 1 van Judas. Ze zijn zo klein dat je ze zelden in hun geheel te lezen krijgt. Vandaag beginnen we aan de brief die 2 Petrus genoemd wordt. Omdat de eerste regel zegt dat de brief van Simeon Petrus afkomstig is nam men altijd aan dat de brief kwam van de apostel Petrus die in de Evangelieverhalen voorkomt. Simeon is dan het Hebreeuwse origineel van het Griekse Petrus, beiden betekenen rots. Regels uit die briefjes worden soms nog wel eens misbruikt door predikers die hun eigen fantasieën bewezen willen zien in de Bijbel. Zij pretenderen op grond van hun vermeend geloof in Jezus van Nazareth kennis te hebben die anderen ontgaan is.

Zo gaat er een blaadje rond waarin iemand beweert dat vaccinatie tegen het coronavirus het begin is van het eind der tijden. De Bijbel zelf zegt dat wie beweert het eind der tijden te kennen liegt, niemand weet wanneer het eind der tijden daar is, zelfs de Zoon niet zegt Jezus van Nazareth. Dat blaadje is van groot gevaar overigens. Het pretendeert Christendom te prediken daar waar het alleen verwarring zaait, in het eerste boek Petrus staat dat de verwarrer rondgaat als een briesende leeuw, de schrijver van dat valse blaadje gedraagt zich als die briesende leeuw. Vaccins zijn een geschenk van God, net als de wetenschap. Juist die hoofdstuk uit dit kleine briefje benadrukt dat. We weten dat volgen van Jezus liefde schenken is. Dat is de kennis waar wij op kunnen bouwen. Met die kennis maken we geen gebruik van anderen om onze lusten te bevredigen, Dat levert ons al die eigenschappen op die in dit hoofdstuk beschreven staan.

Vaccins gebruiken we dus niet om verdeeldheid te zaaien. Niet om verschil te maken tussen jong en oud, tussen weerbaar en kwetsbaar, tussen arm en rijk. De vaccins ontvangen we in dankbaarheid en het is aan ons om ook de armsten in de wereld en de meest kwetsbaren mee te laten profiteren van het geschenk dat God ons in die vaccins heeft geschonken. Pas met die liefde wordt ook de kennis over medische behandelingen vruchtbaar. Het is daarom jammer dat de leiding van de Kerken in Nederland, het moderamen van de PKN, de Bisschoppenconferentie van de Roomse Kerk, niet krachtig stelling nemen tegen de opvattingen in het blaadje dat menigeen in verwarring kan brengen en daardoor ook in gevaar voor eigen of andermans gezondheid. De liefde van Christus geeft ons in om ons te houden aan de beschermende regels van het coronaregiem en zo veel mogelijk mensen het mogelijk te maken zich te laten vaccineren.

Ik ben uitgeput, gebroken

Psalm 38

1 Een psalm van David, een dringend gebed. 2 Wees niet vertoornd, HEER, straf mij niet, bedwing uw woede, sla mij niet. 3 Diep zijn uw pijlen in mij gedrongen, zwaar is uw hand op mij neergedaald. 4 Door uw toorn is niets aan mijn lichaam nog gaaf, door mijn zonden is niets van mijn gebeente nog heel. 5 Mijn schuld steekt hoog boven mij uit, als een zware last, te zwaar om te dragen. 6 Mijn wonden zweren en stinken vanwege mijn lichtzinnig leven. 7 Ik loop gebogen, diep gebukt, ik ga in het zwart gehuld, dag in dag uit. 8 In mijn lendenen woedt de koorts, niets aan mijn lichaam is nog gaaf, 9 ik ben uitgeput, gebroken, met bonzend hart schreeuw ik het uit. 10 Heer, al mijn verlangens zijn u bekend, mijn zuchten is u niet verborgen, 11 mijn hart gaat tekeer, mijn kracht ebt weg, mijn ogen verliezen hun glans. 12 Mijn liefste vrienden ontlopen mijn leed, wie mij na staan, houden zich ver van mij. 13 Mijn belagers lokken mij in de val, wie mijn ongeluk willen, spreken dreigende taal, dag in dag uit verspreiden ze leugens. 14 Maar ik houd mij doof en wil niet horen, ik doe als een stomme mijn mond niet open, 15 ik ben als iemand die niet kan horen, geen verweer komt uit mijn mond. 16 Want op u, HEER, hoop ik, van u komt antwoord, mijn Heer en mijn God. 17 Ik denk: Laten ze niet om mij lachen, niet triomferen nu mijn voet wankelt. 18 Want ik ben de ondergang nabij en altijd vergezelt mij de pijn. 19 Ik wil u mijn schuld belijden, door mijn zonden word ik gekweld. 20 Maar mijn vijanden leven, zij zijn sterk, zij zijn met velen en blind is hun haat. 21 Ze vergelden goed met kwaad en vallen mij aan, al zoek ik het goede. 22 Verlaat mij niet, HEER, mijn God, blijf niet ver van mij. 23 Haast u mij te helpen, Heer, u bent mijn redding. (NBV)

Wie goed doet goed ontmoet? Vergeet het maar, stank voor dank krijgen is nog wel het minste dat je vaak moet verwachten, de psalmdichter wiens psalm we vandaag meezingen zag zelfs goed met kwaad vergelden. Vandaag zingen we mee met een psalm om te herdenken, om te vieren. En dan niet een feestdag of herdenkingsdag zoals de herdenking van de Februaristaking op 25 februari is, of Allerzielen op 2 november als aan alle gestorvenen wordt gedacht. Je moet hierbij eerder denken aan de dagelijkse offers die elke morgen en elke avond in de Tempel werden gebracht ter verzoening van het volk met de God van Israël en waarbij iedereen ook persoonlijk kon meebidden. Deze psalm begint met een gebed van iemand die ernstig ziek is geworden van de manier waarop hij heeft geleefd. Een lifestyle ziekte zouden we tegenwoordig zeggen. Overmatig eten en overmatig drankgebruik was ook in de dagen van het Oude Testament bekend. Dat mensen daar aan dood konden gaan wordt op verschillende plaatsen in de Bijbel beschreven.

Te veel roken of drugs gebruik zal er niet zoveel bij geweest zijn maar een leven van rust, reinheid en regelmaat zal ook in die dagen maar al te gemakkelijk verstoord en verwaarloosd kunnen zijn. Met dat soort leven is een dagelijks herinneren of herdenken geen verkeerde zaak. Je elke dag een gezonde lifestyle voorhouden kan je leven verlengen en je in elk geval behoeden voor kwalijke ziekten als overgewicht, hoge bloeddruk en hartfalen. De dichter klaagt er over dat hij zijn geliefden zelfs niet meer ziet, zo ziek kan hij zijn. En hoewel een leven van louter goed doen ook zijn nadelen heeft, het roept gemakkelijk vijanden en bespotting op, overweegt de psalmdichter in het laatste deel dat het toch de beste manier van leven is. Het is de Weg die de God van Israël heeft gewezen als redding van een leven van lucht en leegte, een doods en dor leven dat, zo weten we vandaag de dag ook, kan leiden tot ziekte en dood.

Natuurlijk hebben mensen bewondering voor je als je afgevallen bent, maar ze proberen je gelijk ook weer te verleiden iets tussendoor te snoepen waardoor al je afvallen teniet wordt gedaan. Natuurlijk is het goed als je je matigt in je alcoholgebruik en helemaal niet meer drinkt als je moet rijden, maar aan het eind van elke dag staat er even zo vaak weer een glas drank klaar om iets ergens over te vieren. Wees dan maar eens asociaal en doe niet mee. De Bijbel houdt ons een keuze voor, er is dood en er is leven, kies dan het leven. Dat is de redding van de God van Israël, laat die alleen de baas zijn en steun ook anderen die deze steun nodig hebben. Verzet je gerust tegen het overmatig alcoholgebruik in je bedrijf of organisatie. Vraag gerust om gezond eten in de bedrijfskantine en mogelijkheden je regelmatig te bewegen. Want wie het goed doet, gaat het ook goed, doe het dus samen, ook vandaag weer.

Belangeloze toewijding.

1 Petrus 5:1-14

1 Ik doe een beroep op de oudsten onder u. Als uw mede-oudste en als ooggetuige van Christus’ lijden, en omdat ik evenals u zal delen in de luister die binnenkort zal worden geopenbaard, vraag ik u: 2 Hoed Gods kudde waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht-niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding. 3 Stel u niet heerszuchtig op tegenover de kudde die aan u is toevertrouwd, maar geef het goede voorbeeld. 4 Dan zult u wanneer de hoogste herder verschijnt de krans van de luister ontvangen, die nooit verwelkt. 5 En u, jongeren, moet van uw kant het gezag van de oudsten erkennen. Overigens, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade. 6  Onderwerp u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal hij u op de bestemde tijd een eervolle plaats geven. 7 U mag uw zorgen op hem afwentelen, want u ligt hem na aan het hart. 8 Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi. 9 Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder hetzelfde leed gebukt gaan. 10 Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen. 11 Hem komt de macht toe, voor eeuwig. Amen. 12 Met de hulp van Silvanus, die ik als een betrouwbare broeder beschouw, heb ik u deze korte brief geschreven, om u moed in te spreken en om u er nadrukkelijk van te verzekeren dat het werkelijk de genade van God is die u staande houdt. 13 De uitverkorenen in Babylon en mijn zoon Marcus groeten u. 14 Groet elkaar met een kus als teken van uw onderlinge liefde. Vrede zij met u allen, die één bent in Christus. (NBV)

Er zijn toch maar weinig kerkleiders, oudsten zeg maar, die in de loop van de geschiedenis deze passage uit 1 Petrus hebben gelezen. Zelfs de zich opvolger van Petrus noemende Paus kun je er toch niet van verdenken dat hij zich op hetzelfde niveau stelt als de parochiebesturen binnen zijn kerk. In de Protestantse kerken gaat het misschien wat minder hiërarchisch toe maar ook daar dwingt men bij tijd en wijle voorgangers en kerkenraden tot zaken die men niet wil. En toch is de briefschrijver geheel in de lijn met het verhaal van Jezus van Nazareth. Hij citeert zelfs het boek Spreuken als hij spreekt over God die de hoogmoedigen weerstaat maar de nederigen genade geeft. En dat U na aan Zijn hart ligt leest U al in Psalm 55. Zo vreemd is deze omkering van waarden dus niet. In de wereld zijn de machthebbers hoogverheven, in de gemeenschap met Jezus van Nazareth zijn het de dienaren, de minsten, die de macht hebben en de dienst uitmaken. Zo hoort het ook in de kerk te gaan, juist als voorbeeld voor de wereld. Maar we zijn hardleers en zo gaat het dus meestal niet.

Die oudsten die door studie kennis hebben verworven over de Bijbel, die vanuit het hart van het verhaal uitleg kunnen geven en het licht van de Bijbel kunnen laten schijnen over de samenleving zodat we aan de slag kunnen in het Koninkrijk van God, verdienen onze aandacht. Als zij in staat zijn zich als dienaren op te stellen verwerven zij vanzelf gezag. Soms lijken ze roependen in de woestijn. Maar als we zelf van tijd tot tijd terugkeren tot het lezen van de Bijbel dan zullen we merken dat ze het aanhoren meer dan waard zijn, meer als die kerkleiders en oudsten die zich voornaam voordoen, met prachtige gewaden en een grote omhaal van woorden, waar veel aan religie te beleven valt, maar die niets weten te doen voor de armen in de wereld en van rechtvaardigheid geen weet hebben. Ieder van ons kan overigens de oudsten van de eigen gemeente helpen door zelf de minste te willen zijn. In iedere kerk en in iedere gemeente is altijd zoveel werk dat handen meer zeggen dan kritiek. Daarin kan zelfs het geringste kerklid het voorbeeld zijn voor de leiders, ook vandaag. Je moet waakzaam blijven want de lasteraar gaat rond als en brullende leeuw. Vanouds wordt hier “duivel” vertaald.

Maar lasteraar is eigenlijk een betere vertaling en als je niet in de duivel geloofd is die vertaling misschien ook wel gelijk een betere waarschuwing. In de tijd dat deze brief werd geschreven gingen er vele vooroordelen over de Christenen rond. Ze zouden een ezel aanbidden, ze zouden kinderen offeren, ze zouden mensenvlees eten en noem maar op. De waarschuwing uit deze brief is dus niet een vroom praatje om je niet in te laten met een geestelijke tegenstander van God. Die tegenstanders zijn al lang overwonnen, maar wat mensen in de strijd kunnen brengen tegen het idee dat slaafgemaakten moeten worden vrijgelaten, afgoden afgezworen en rijkdom eerlijk gedeeld is onuitputtelijk. Daarvoor moeten we zelfs tot in onze tijd uitkijken. Het voorbeeld van Jezus van Nazareth, de oproep van Johannes de doper een mantel weg te geven als je er twee hebt aan iemand die er geen heeft, mag niet in het publieke debat terecht komen. Hongeren en dorsten naar gerechtigheid mag achter de eigen voordeur maar moet niet onze samenleving beïnvloeden.  Elke dag moeten we laten zien dat we een woord voor de wereld hebben, ook vandaag weer.

De vuurproef

1 Petrus 4:12-19

12 Geliefde broeders en zusters, wees niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat; er overkomt u niets uitzonderlijks. 13 Hoe meer u deel hebt aan Christus’ lijden, des te meer moet u zich verheugen, en des te uitbundiger zal uw vreugde zijn wanneer zijn luister geopenbaard wordt. 14 Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust. 15 Laat niemand van u moeten lijden omdat hij een moordenaar is, een dief, misdadiger of onruststoker. 16 Maar als u lijdt omdat u christen bent, schaam u dan niet en draag die naam tot eer van God. 17 Besef goed dat de tijd van het oordeel is aangebroken. Dat oordeel begint bij Gods eigen mensen. Als het bij ons begint, hoe zal het dan aflopen met hen die weigeren het evangelie van God te aanvaarden? 18 Als zij die rechtvaardig leven al ternauwernood gered kunnen worden, hoe moet het dan gaan met hen die zondigen doordat ze God niet gehoorzamen? 19  Daarom moeten allen die lijden omdat God dat wil, het goede blijven doen en hun leven toevertrouwen aan hem op wie wij mogen vertrouwen omdat hij ons heeft geschapen. (NBV)

Dit gedeelte heeft veel verzetsstrijders in de Tweede Wereldoorlog gesteund. Het was niet gemakkelijk in verzet te komen tegen de Duitse bezetter. Uiteindelijk nam ook maar een klein deel van de bevolking daadwerkelijk deel aan het verzet. Verraad lag altijd op de loer. Martelingen, gevangenis, executie wachtten hen die gepakt waren. Maar de christelijke opdracht is altijd en onder alle omstandigheden het goede blijven doen. Onderduikadressen zoeken, bonnen zoeken, mensen beschermen, dat was de kern van het verzet. Dat gold ook voor de mensen van de slaventrail. De organisatie die in de negentiende eeuw slaafgemaakten in Noord Amerika hielp ontsnappen naar Canada. Velen van hen waren Christenen, ze waren vaak niet zwart, maar blank en hielpen vanuit eigen overtuiging. Ook zij liepen vaak gevaar voor hun eigen leven. Dat gold ook voor mensen die de Apartheid bestreden in Zuid-Afrika. De blanken onder hen verloren familie, vrienden en kennissen in de blanke maatschappij alleen omdat zij in anders gekleurde mensen hun broeders en zusters herkenden. Maar ook zij konden niet anders dan het goede te blijven doen en niet dan het goede.

In onze dagen lijkt het veel veiliger om het goede te doen. Maar zij die zich openlijk uitspreken voor samen leven en samen maaltijd houden met de vreemdelingen in ons land kunnen haatmails en geweld verwachten. Niet van een fanatieke religieuze minderheid maar van grote groepen Nederlanders die van delen nooit gehoord schijnen te hebben. De briefschrijver citeert een tekst uit het boek Spreuken, het elfde hoofdstuk vers 31, waar het gaat over de rechtvaardige die met moeite wordt gered en waar de schrijver van het boek zich afvraagt hoe het dan de goddeloze en de zondaar zal vergaan. Die vraag moeten we in onze samenleving dus ook stellen als het gaat om die tallozen die zich afzetten tegen een samenleving waarin mensen van verschillende afkomst en overtuiging vreedzaam naast elkaar kunnen leven. Een samenleving waarin we bereid zijn te delen met de armsten in de wereld omdat die armsten onze broeders en zusters zijn. Die tallozen in ons land zal het Evangelie moeten worden voorgehouden. Niet door enkelingen maar door allen die in God geloven, niet af en toe maar onophoudelijk.

Juist in een land waar zovelen er trots op lijken te zijn dat ze “God in hun hart hebben gesloten, of nog erger “Jezus in hun hart hebben”, wat dat dan ook zou mogen betekenen, mag je toch verwachten dat de roep om liefde tot de naaste onophoudelijk klinkt. Daar mag je van mensen die zich Christelijk noemen verwachten dat ze zich niet op de rijken richten. En niet die rijken middeninkomens toedichten. Zich dus niet verzetten tegen inkomensnivellering maar zich richten op de armen in eigen land en de armsten in de wereld. Je mag van hen verwachten dat ze kinderen die hier zijn geboren als hun eigen kinderen beschouwen en niet langer als vreemdelingen. Als mensen zeggen dat ze hun leven hebben toevertrouwd aan hun Schepper waarom doen dan zo weinig mensen iets voor de vreemdelingen in ons land en tegen de vreemdelingenhaat? Waarom wachten wij met het bekeren van de mensen om ons heen tot de Weg van Jezus van Nazareth? Een vraag om vandaag een antwoord op te vinden, een antwoord dat die mensen van het verzet uit de geschiedenis gevonden hadden in de Bijbel.

Losbandigheid, wellust, dronkenschap

1 Petrus 4:1-11

1 Nu dan, omdat Christus tijdens zijn leven op aarde heeft geleden, moet u zich net als hij wapenen met de gedachte dat wie in zijn aardse leven geleden heeft, met de zonde heeft afgerekend. 2 Zo iemand laat zich gedurende de rest van zijn leven niet meer leiden door menselijke verlangens maar door Gods wil. 3 U hebt al genoeg tijd verspild aan allerlei zaken waarin de ongelovigen plezier hebben: losbandigheid, wellust, dronkenschap, bras- en slemppartijen en verwerpelijke afgodendienst. 4 Zij vinden het vreemd dat u niet langer meedoet aan hun liederlijke uitspattingen en ze spreken daarom kwaad over u. 5 Maar ze zullen zich daarvoor moeten verantwoorden tegenover hem die zich gereedhoudt om recht te spreken over levenden en doden. 6 Ook aan de doden is het evangelie verkondigd, opdat ook zij, al zijn ze naar hun leven op aarde door de mensen veroordeeld, bij God in de geest kunnen leven. 7 Het einde van alles is nabij. Kom daarom tot bezinning en wees helder van geest, zodat u kunt bidden. 8 Heb elkaar vóór alles innig lief, want liefde bedekt tal van zonden. 9 Wees gastvrij voor elkaar, zonder te klagen. 10 Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt. 11 Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt. Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft. Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus, aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig. Amen. (NBV)

Je ziet de dominee op zondag toch echt niet op het Kerkhof de preek houden. Zo’n dominee zou door de kerkenraad snel naar een psychiater worden verwezen. Een beroep op 1 Petrus 4 vers 6 zal die dominee niet helpen. De schrijver van deze brief moet dus iets anders bedoelen dan dat er ook op het kerkhof moet worden gepreekt op zondag. Het moderne begrip van comazuipen maakt ons misschien duidelijk waar het hier om gaat. De Statenvertaling en de Naardense Bijbel hebben het tenminste ook over wijnzuiperijen waar de Nieuwe Bijbelvertaling het heeft over bras- en slemppartijen. Wie zich daaraan overgeeft is zichzelf niet. En als je er zelfs van in coma raakt dan lijk je dood. Ja als je stomdronken bent dan ben je eigenlijk al dood. Gelovigen weten best van drinken en feestvieren. Maar gelovigen hebben zoveel ontzag voor mensen dat ze zonder alcohol ook heel goed kunnen en zich er voor hoeden om hun eigen persoonlijkheid te verliezen. Voortdurend zijn ze immers gericht op het welzijn van anderen. Anderen zijn nooit voorwerpen waarmee je je eigen lust kunt bevredigen. En meedoen met feesten omdat het zo hoort, omdat je er een idool mee eert, een moderne afgod mee aanbidt is er al helemaal niet bij.

Christenen worden daarom nogal eens uitgemaakt voor saaie pieten. Dat hebben ze ook wel een beetje aan zichzelf te danken. Ze doen vaak net of ze niet mee mogen doen. Maar Paulus had al geschreven dat alles geoorloofd is. Het gaat er dan ook niet om dat ze niet mogen, maar dat ze niet willen. Zo gaan we immers niet met elkaar en met anderen om. Daar is niks saais aan, want samen genieten is ook voor christenen het hoogste goed. Wijn behoort zelfs bij de maaltijd die het hoogste is wat de christelijke gemeenschap kan bereiken, de maaltijd waarbij je alles deelt, tot jezelf toe. De wijn staat dan voor het levensvocht, voor het bloed dat bij alle levenden door de aderen stroomt. Van dat leven blijf je af zegt de Bijbel. Wijn kan je dus aansterken, bemoedigen, verwarmen, weer leven geven, maar wijn zal je nooit mogen bedwelmen, van het bewuste leven mogen beroven. Daarom kan de schrijver van de Petrusbrief zeggen dat ook aan doden de boodschap van bevrijding is verkondigd. Het succes van de verspreiding van het geloof in Jezus van Nazareth heeft in de eerste eeuwen van onze jaartelling de mensen doen geloven dat het einde van de wereld nabij was. Als iedereen zou geloven dan zou het einde immers echt komen? Dat laatste blijft waar maar we zijn inmiddels tot de ontdekking gekomen dat het einde van de wereld nog ver weg is want het zal nog wel even duren voordat iedereen echt gaat geloven.

Voor ieder van ons als mens blijft het toch zaak om te doen alsof het einde nabij is. We leven immers maar kort en hebben dus relatief weinig tijd om mensen te winnen voor het Koninkrijk van God. Daarom blijft het verhaal van de Bijbel belangrijk ook al moeten we de vermaningen voor het einde der tijden niet al te letterlijk nemen voor onze tijd. Zo’n oproep om gastvrij voor elkaar te zijn bijvoorbeeld mag ons best weer eens aan het denken zetten. Elk zomer zwermen veel Nederlanders uit over de wereld en elke herfst komen ze terug met verhalen over de enorme gastvrijheid die er in andere landen heerst. Zelfs binnen ons land zijn er verhalen over de grote verschillen in gastvrijheid tussen de verschillende provincies. Nu zal het gericht zijn op de verdienste uit toerisme wel mee een bron zijn van gastvrijheid maar toch is de een gemakkelijker in het ontvangen van vreemdelingen dan de ander. En juist in het ontvangen van vreemdelingen kan de gelovige zich onderscheiden van de ongelovige. Het ontvangen van de rijke vreemdeling uit een aan ons verwante cultuur is niet moeilijk, zeker niet als die vreemdeling een taal spreekt die we tenminste nog een klein beetje kunnen verstaan. Maar de arme vreemdeling, uit een ander continent, met niet alleen een onverstaanbare taal maar ook een onbegrijpelijk geloof en een totaal onbekende cultuur en leefwijze. Die gastvrij weten te ontvangen, die recht weten te doen in je eigen samenleving, dat is pas getuigen van de macht van God. Dat getuigen wordt elke dag van ons gevraagd, ook vandaag weer.

D