Maar Jezus sliep

Matteüs 8:23-34

23 Hij stapte in de boot en zijn leerlingen volgden Hem. 24 Plotseling begon het meer enorm te kolken, zodat de boot bijna door de golven werd verzwolgen. Maar Jezus sliep. 25 Ze maakten Hem wakker en riepen: ‘Red ons, Heer, we vergaan!’ 26 Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo angstig, kleingelovigen?’ Toen stond Hij op en sprak de wind en het water bestraffend toe, en het meer kwam geheel tot rust. 27 De mensen stonden verbaasd en zeiden: ‘Wat is dit toch voor iemand, dat zelfs de wind en het water Hem gehoorzamen?’ 28 Toen Hij aan de overkant in het gebied van de Gadarenen kwam, liepen Hem vanuit de grafspelonken twee bezetenen tegemoet. Ze waren zo gevaarlijk dat niemand daarlangs kon gaan. 29 Ze begonnen te schreeuwen en te roepen: ‘Wat hebben wij met Jou te maken, Zoon van God? Ben Je hier gekomen om ons pijn te doen nog voordat de tijd daarvoor is aangebroken?’ 30 Een eind verderop werd een grote kudde varkens gehoed. 31 De demonen smeekten Hem: ‘Als Je ons uitdrijft, stuur ons dan naar die kudde varkens.’ 32 Hij antwoordde hun: ‘Vooruit!’ Ze verlieten de twee mannen en trokken in de varkens. Toen stormde de hele kudde van de steile helling af het meer in, en de dieren kwamen om in de golven. 33 De varkenshoeders sloegen op de vlucht, en toen ze in de stad kwamen vertelden ze alles, ook wat er met de bezetenen gebeurd was. 34 Nu trok de hele stad uit, Jezus tegemoet. En toen ze Hem zagen, verzochten ze Hem dringend hun gebied te verlaten. (NBV21)

Storm op zee is vanouds een uitermate beangstigend gebeuren. In de Joodse cultuur gold de zee als een sterk symbool voor de dood. Zelfs op een meer kan het gevaarlijk zijn. Het is dan ook geen wonder dat de volgelingen van Jezus buitengewoon bang werden toen ze naar de overkant van het meer voeren en er storm op stak. Maar angst is een slechte raadgever. Vroeger stond er op de brandinstructies die in het warenhuis Vroom en Dreesman hingen: “Paniek is erger dan brand”. Warenhuizen hadden daar ervaring mee, als er brand uitbreekt komen er vaak meer mensen om omdat ze onder de voet worden gelopen of anderszins door de uitgebroken paniek geen uitweg meer zien dan dat er daadwerkelijk door brand of rook omkomen. Jezus maant zijn volgelingen dan ook tot kalmte, en stilt de storm. Het onder ogen zien van de werkelijke situatie, de mogelijkheden onderzoeken is altijd vruchtbaarder dan je laten leiden door angst en te neer te laten slaan door de onmogelijkheden. Is daarom dit verhaal een verhaal van persoonlijke groei? Dat zou gemakkelijk zijn, als jij bang bent en het ongeluk grijpt je ben jij alleen verantwoordelijk. Maar zo zit het niet.

Tot de volgelingen van Jezus behoren een aantal ervaren vissers. Zij waren gewend om onder alle omstandigheden het meer te bevaren. Ze weten dan ook wat te doen tijdens de storm. Maar de angst en paniek kunnen totale verlamming tot gevolg hebben. Jezus roept hen tot de werkelijkheid door ze uit te schelden voor kleingelovigen. Wij kunnen elkaar tot de werkelijkheid terug roepen. En twee weten meer dan een. Het vinden van oplossingen is een zaak van samen en niet van alleen, het is een zaak van mogelijkheden verkennen en niet van angst en paniek. Dat wil niet zeggen dat het altijd even gemakkelijk is, dat oplossingen voor de hand liggen, dat het altijd goed af zal lopen, maar er wordt meer mee gered dan bij het ieder voor zich. Maar wat heeft die bootreis nu te maken met varkens? Je hebt van die mensen die zich voortdurend aangevallen voelen. Ze zijn zelf ooit zo erg beschadigd dat ze zich niet meer voor kunnen stellen dat er iemand om hen geeft. Ruzie maken en uitdagen is het enige wat ze nog kunnen. Elke vriendelijke opmerking zullen ze omdraaien tot het een belediging is. Twee van die mensen woonden in het 10 stedenland, een verbond van 10 steden aan de overkant van de Jordaan onder leiding van Damascus. Een onrustig en betwist gebied, tot op de dag van vandaag.

Toen Jezus het meer was overgestoken en geland was ontmoetten ze die mensen. Matteüs schrijft tenminste dat er twee waren, maar Matteüs schrijft bijna overal in zijn boek dat er twee zijn als het belangrijk is. De twee begonnen gelijk te schreeuwen en te dreigen, zich ook te verdedigen, “kom jij ons pijn doen voor het daarvoor tijd is?” zo riepen ze. Jezus was niet beledigd, hij verdedigde zich niet, hij luisterde slechts, want toen uiteindelijk de mannen vroegen of hun gekkigheid in een kudde varkens mocht komen hoefde Jezus slechts “Vooruit” te roepen en de kudde varkens zette zich in beweging en stortte zich van een rots, de gekte was over. Varkens zijn immers net zo onrein als die gekkigheid. Je kunt je de schrik van de varkenshoeders wel voorstellen toen hun kudde zich ineens in beweging zette en niet meer te stoppen was. Je zou willen dat in datzelfde gebied vandaag de dag mensen zouden willen luisteren op de manier waarop Jezus naar mensen luisterde. Niet de gekkigheid voorop zetten. Niet zich bij voorbaat aangevallen voelen, beledigingen beledigingen laten en op zoek gaan naar het goede, het menselijke in de mensen. Er zijn Joden en Palestijnen die dat zouden willen, maar ergens staat ook geschreven dat pas als alle mensen op deze manier met elkaar om zouden willen gaan het daar ook zal lukken. Aan ons dus om er een begin mee te maken.

 

Volg Mij

Matteüs 8:14-22

14 Toen Jezus het huis van Petrus was binnengegaan, zag Hij diens schoonmoeder met koorts in bed liggen. 15 Hij raakte haar hand aan en de koorts verliet haar. Ze stond op en begon voor Hem te zorgen. 16 Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij Hem. Met een enkel woord dreef Hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas Hij. 17 Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich heeft genomen.’ 18 Toen Jezus de mensenmassa om zich heen zag, gaf Hij bevel naar de overkant te varen. 19 Maar een schriftgeleerde kwam op Hem af en zei: ‘Meester, ik zal U volgen waarheen U ook gaat.’ 20 Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon heeft geen plaats waar Hij zijn hoofd te ruste kan leggen.’ 21 Een ander, een van zijn leerlingen, zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ 22 Maar Jezus zei tegen hem: ‘Volg Mij en laat de doden hun doden begraven.’ (NBV21)

Het blijven toch je kinderen, ook als ze volwassen geworden zijn en het huis hebben verlaten. De schoonmoeder van Simon Petrus zal blij geweest zijn. Haar dochter trouwde met een stoere slimme visser. Een gelovige jongen, zo een die op de Sabbat thuis was en naar de synagoge ging. Maar dat stoere was er af gegaan. Hij had zich aangesloten bij een van de vele messiasfiguren die in Israël ronddwaalden. De meeste preekten geweld tegen de onderdrukkende Romeinen. Sommigen hielden vreedzame optochten maar altijd tegen de heersende overheid en daar hielden de Romeinen niet van. Die Simon Petrus liep op de duur gevaar, de zorg voor haar dochter zou verdwijnen. Koortsachtig lag ze op bed. Je kunt je voorstellen dat ze piekerde. Maar dan ontmoet ze Jezus, die voor haar zorgde waarop zij voor hem kon zorgen.

Hij liet zien te leven als de profeet die was voorzegt als een echte bevrijder van Israël. Die gebruikte geen geweld, die liet de mensen geen holle leuzen achterna lopen. Die zorgde voor de zieken, voor de zwakken, voor de mensen die het ook niet meer wisten en in verwarring waren. Die Messias, bevrijder, Christus in het Grieks, werd één met de zwaksten. En geen Romeinse macht zou de liefde van een dergelijke bevrijder kunnen onderdrukken. De liefde die ze bij haar thuis heeft gezien zal haar gerust gesteld hebben over de zorg van Simon Petrus voor haar dochter. Maar het volgen van die Jezus was niet vrijblijvend. Het was een risico. Je oude leven moest je opgeven. Alleen de zwakken in de samenleving telden nog, niemand werd buitengesloten. Fatsoen, je vader begraven bijvoorbeeld, telde niet meer. Niets kon je meer afhouden die nieuwe samenleving vorm te geven. In die samenleving telden de zieken, werd niet gediscrimineerd.

In onze samenleving strijden de zorg voor zieken en de zorg voor een zieke samenleving schijnbaar met elkaar. Angst speelt daarbij de hoofdrol. Angst om ziek te worden van een behandeling of medicijn, nog erger is de angst om ziek te worden van een medicijn dat ziektes kan voorkomen. Daartegenover staat de strijd tegen de angst voor het vreemde. Voor die mensen die een andere huidskleur hebben dan jij. Mensen met een andere huidskleur zijn bedreigend, die hebben andere opvattingen over fatsoen dan jijzelf hebt. En als je tot de groep hoort die over het algemeen dezelfde kleur hebben als jij en die de meerderheid vormt, dan geef je die angst vorm in de manier waarop je met elkaar om gaat. Die anderen met die andere huidskleur doen niet hetzelfde als jij, ze zullen dus wel meer geweld gebruiken, ze zullen dus de boel, de overheid, wel oplichten. Jezus maakt in het Bijbelgedeelte van vandaag duidelijk dat je hem alleen kunt volgen als je die angst opgeeft, als je die angst zelfs gaat bestrijden. Alleen roepen dat je hem lief hebt is niet genoeg, daar moeten die anderen, de zieken, de verwarden, maar ook hen die vijanden lijken te zijn, iets van merken, die liefde moet je zonder onderscheid naar anderen uitstralen. Elke dag opnieuw.

 

De erfgenamen van het koninkrijk

Matteüs 8:2-13

2 Er kwam iemand naar Hem toe die door een huidziekte onrein was. Hij wierp zich voor Hem neer en zei: ‘Heer, als U wilt, kunt U mij rein maken.’ 3 Jezus strekte zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’ En meteen was hij van zijn ziekte gereinigd. 4 Jezus zei tegen hem: ‘Denk erom dat u er met niemand over praat, maar ga u aan de priester laten zien en breng als getuigenis voor de mensen het offer dat Mozes heeft orgeschreven.’ 5 Toen Hij Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte. 6 ‘Heer,’ zei hij, ‘mijn knecht ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’ 7 Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’ 8 Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt. Spreek slechts een enkel woord en mijn knecht zal genezen. 9 Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!”, dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!”, dan komt hij, en als ik tegen mijn slaaf zeg: “Doe dit!”, dan doet hij het.’ 10 Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die Hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden. 11 Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen bij het feestmaal in het koninkrijk van de hemel, 12 maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.’ 13 Tegen de centurio zei Jezus: ‘Ga naar huis. Zoals u het geloofd hebt, zo zal het gebeuren.’ Op hetzelfde moment genas zijn knecht.(NBV21)

Wie al eens in het boek Leviticus heeft gelezen zal begrijpen dat Jezus van Nazareth eigenlijk als Priester optreed. Er staan daar heel nauwkeurige voorschriften voor de reiniging van huidvraat, de vele huidaandoeningen die er zijn, de Egyptische ziekte, door Rabijnen wel uitgelegd als de ziekte van de kwaadsprekerij. Huidvraat is eng en we hebben de neiging dat wat eng is buiten te sluiten. Wat eng is moet wegwezen, terug naar de Antillen, of naar Marokko of zo. Als je ernstig en langdurig ziek bent dan moet je naar de bijstand, in elk geval niet meer naar je baas. Jezus van Nazareth pakt dat anders aan. Hij volgt de geboden uit de wetten van Mozes en stuurt de patiënt naar de tempel, om zich door de priester te laten keuren en te reinigen en het offer te brengen als betaling daarvoor. Over genezen en over wonderen van Jezus mag hij absoluut niet praten. Door deze opdrachten komt de patiënt weer onder de mensen, te beginnen in het hart van de samenleving. Niks eng, weer gewoon meedoen, dat is de kern van de Richtlijnen voor de menselijke samenleving die na koning David in de Tempel werden bewaard.

Die richtlijnen vormen de grondslag van een volk waar mensen van mensen houden en waar medemensen dus nooit eng kunnen zijn. Tegenwoordig kunnen lepralijders met medicijnen worden genezen. Maar in arme landen worden die enge lepralijders nog steeds buiten de samenleving geplaatst. Daarom is het goed dat we de Leprastichting hebben, die niet alleen zorgt voor medicijnen maar ook voor opleidingen en werk, zodat de lepralijders weer opgenomen kunnen worden in de samenleving. Als U wat kunt geven aan de Leprastichting moet U het niet laten. Soms moeten we namelijk onszelf reinigen van de weerzin tegen enge mensen. Want onrein daar gaat het over. De onreinheid van de huidvraat kan ook op een huis rusten weten we uit het boek Leviticus en aangezien de Priesters een huis van een ongelovige niet mochten inspecteren moest iedereen er volgens de Farizeeën van uitgaan dat het huis van een ongelovige onrein is. Maar als iemand onrein is en rein wil worden kan dat. Dat kan door te gaan leven volgens de Tora.

Maar is de centurio onrein? Volgens Jezus van Nazareth kennelijk niet. Direct zegt deze namelijk dat hij mee zal gaan naar het huis van deze Romeinse bezetter.  En daar ging het Jezus om in dit verhaal, duidelijk maken wanneer je echt onrein bent. De grote zorg die deze officier in het Romeinse leger voor zijn slaaf heeft, het risico dat hij neemt door gezien te willen worden met een volksmenner als Jezus, maakt dat hij zijn naaste dus kennelijk net zo lief heeft als zichzelf. Het gaat hem daarbij ook niet om zichzelf, hij is het niet waard dat Jezus om hem de wet overtreed, het gaat om zijn slaaf. En daar valt Jezus bijna om van verbazing. Al die deftige leiders van het volk, geleerden uit de Tempel, die zo nauwkeurig met elkaar vaststellen met wie je wel en met wie je niet om hoort te gaan, halen het niet in gehoorzaamheid aan de grondslag van het volk bij deze Heiden, de buitenstaander, deze bezetter. Die Heiden hoort dus ook bij het Koninkrijk van God, waar die grondslag de boventoon voert, de deftige leiders plaatsen zich daar buiten. De keus is duidelijk, rein zijn zij die kiezen voor de lijdenden, de zwakken, niet voor de letters van welke wet dan ook. Vandaag voor vrouwen met erfelijke borstkanker of vreemdelingen die gevangen zijn zonder dat zij wegens een misdrijf veroordeeld zijn, vandaag ook voor de hier gewortelde kinderen die met deportatie worden bedreigd. en morgen voor de hongerenden in de wereld.

 

Alle Israëlieten, mannen zowel als vrouwen

Exodus 35:27-35

27 De leiders van Israël brachten de onyxstenen voor de priesterschort en de edelstenen voor de borsttas, 28 evenals het reukwerk en de lampolie, de zalfolie en de reukoffers. 29 Alle Israëlieten, mannen zowel als vrouwen, die bereid waren iets af te staan voor de werkzaamheden waartoe de HEER Mozes opdracht had laten geven, brachten de HEER vrijwillig geschenken. 30 Mozes zei tegen de Israëlieten: ‘De HEER heeft zijn keuze laten vallen op Besaleël, de zoon van Uri, de zoon van Chur, uit de stam Juda. 31 Hij heeft hem vervuld met goddelijke geest, met wijsheid, vakmanschap en inzicht op allerlei gebied: 32 hij kan ontwerpen maken en ze uitvoeren in goud, zilver, koper en brons, 33 hij kan stenen snijden en zetten en hout bewerken en hij beheerst ook allerlei andere vaardigheden om ontwerpen uit te voeren. 34 De HEER heeft aan hem en aan Oholiab, de zoon van Achisamach, uit de stam Dan, ook de gave geschonken hun kennis over te dragen. 35 Hij heeft hun vakmanschap geschonken op allerlei gebied: zij hebben verstand van wol weven, van borduren met blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en van het weven van fijn linnen. Ze beheersen de technieken en maken zelf de ontwerpen. (NBV21)

Het conflict rond het Gouden Kalf en de behoefte aan religie heeft het voor het volk niet eenvoudiger gemaakt. Maar Mozes biedt een uitweg. Religie en volk gaan samenvallen. Niet nog een keer alles inleveren en wachten waar de priesters mee komen zoals bij het Gouden Kalf maar zelf aan het werk. Er zijn een paar mensen die er al om bekend stonden dat ze mooie ontwerpen konden maken, mooie spullen ook waar iedereen bewondering voor had. Die mensen krijgen de leiding. Ook zijn er ambachtslieden die de moeilijke technieken kennen die nodig zijn om de allermooiste zaken te maken. Ook zij krijgen een voorname rol.

Zo ontstaat een volk. Wij deden het met elkaar zullen ze later zeggen. De leiding zorgde voor de edelstenen van de priesters en de Hogepriester. Wat we hadden droegen we bij omdat het van ons was. Wij bouwden een huis voor onze God. In dat huis konden we God ontmoeten maar ook konden we laten zien dat we nog steeds dat verbond wilden nakomen. Voor het eerst wordt de groep slaven die uit Egypte waren ontsnapt een zelfstandige eenheid. Zeer afwijkend van wat ze in Egypte hadden meegemaakt. Die “goden” van goud en zilver hadden daar in Egypte, maar ook hier in de woestijn tot de dood geleid. Ze waren hardhandig gedwongen een andere weg in te slaan.

Ze werkten niet langer voor een koning, of een leidende groep individuen, ze werkten voor elkaar en daarmee ook voor zichzelf. Ze hadden richtlijnen voor wat wel bij zou dragen en wat hen af zou leiden. Ze waren geschapen naar het beeld en gelijkenis van God geloofden ze maar niemand leek meer op die God dan een ander. Elke bijdrage was evenveel waard, elke bijdrage maakte dat het doel van de vruchtbare samenleving kon worden bereikt. Niemand kon ook een eigendom van de religie claimen. Dat wat van God was, de ark van het verbond en zo, mocht door niemand worden aangeraakt. Speciale draagbomen maakte dragen mogelijk. Ook voor ons mag dit een waarschuwing zijn. Het heb uw naaste lief als uzelf zou kunnen betekenen dat de komst van een AZC niet een zaak is van bestuurders maar dat je een dergelijk onderkomen samen als bevolking moet bouwen. Probeer het maar eens.

 

Om alles te maken

Exodus 35:10-26

10 Alle vaklieden moeten zich melden, om alles te maken waartoe de HEER opdracht heeft gegeven: 11 de tabernakel met het bijbehorende dekkleed en alle haken, planken, dwarsbalken, palen en voetstukken, 12 de ark met de draagbomen, de verzoeningsplaat en het voorhangsel, 13 de tafel met de draagbomen, alle bijbehorende voorwerpen en het toonbrood, 14 de kandelaar met de bijbehorende voorwerpen, de lampen en de lampolie, 15 het reukofferaltaar met de draagbomen, de zalfolie, het geurige reukwerk en het gordijn dat de ingang van de tabernakel afschermt, 16 het brandofferaltaar met het bronzen hekwerk, de draagbomen en alle bijbehorende voorwerpen, het wasbekken met het onderstel, 17 de doeken voor de omheining, de palen, de voetstukken en het gordijn voor de ingang van de afgeschermde ruimte, 18 de pinnen en touwen van de tabernakel en die van de omheining, 19 en de ambtsgewaden voor de dienst in het heiligdom, de heilige kleding voor de priester Aäron en de kleding die zijn zonen moeten dragen wanneer zij als priester dienstdoen.’ 20 Hierop gingen de Israëlieten uiteen, 21 en ieder die daartoe van harte bereid was, kwam bij Mozes terug met een geschenk voor de HEER als bijdrage voor de vervaardiging van de ontmoetingstent, de inrichting daarvan of de heilige kleding. 22 Alle mannen en vrouwen die bereid waren de HEER iets van goud af te staan, kwamen sierspelden, neusringen, vingerringen, halssieraden en allerlei andere gouden voorwerpen brengen. 23 Iedereen die in het bezit was van blauwpurperen, roodpurperen of karmozijnrode wol, fijn linnen garen, geitenhaar, roodgeverfde ramsvellen of zeekoevellen bracht dat ook. 24 Anderen schonken de HEER zilver of koper, en weer anderen brachten het acaciahout dat ze hadden en dat voor tal van voorwerpen nodig was. 25 Vrouwen die de kunst van het spinnen verstonden, sponnen eigenhandig blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en fijn linnen garen en stonden dat af. 26 Andere vrouwen, die dat graag deden en er bedreven in waren, sponnen geitenhaar.(NBV21)

Het dagelijks leesrooster van het Bijbelgenootschap dat we hier al sinds 2005 volgen maakt vandaag een rare sprong. We lazen tot gisteren het verhaal over het Gouden Kalf uit Genesis 34, tot en met vers 9, en vandaag springen we schijnbaar zo maar naar het volgende verhaal uit Genesis 35, vanaf vers 10. Het lijkt wel een typefout maar we kunnen eigenlijk niet anders dan de sprong meemaken en lezen wat in het roosteer aangegeven staat. We weten al dat Mozes een tweede kans kreeg en nieuwe stenen platen liet graferen door God met de richtlijnen voor het volk. Maar dat verhaal over het Gouden Kalf had nog een element, beelden maken was het eerste, maar er was ook de behoefte aan een centraal punt, waar het volk religieus kon zijn, hun Godsdienst kon beleven.

Mozes verzamelde het volk daarom en gaf de opdracht de tent der ontmoeting om te bouwen tot een religieus centrum, de Tabernakel. Dat was dus een andere manier van verzamelen dan Aäron had gedaan. Aäron had offers gevraagd, goud en zilver. Mozes vroeg mensen, iedereen moest meewerken aan het maken van het Heiligdom waar God te ontmoeten was. Natuurlijk waren er ook spullen nodig, hout, gouden voorwerpen, linnen, zilver voor kandelaars en bekers, kleding voor de priesters. Edelstenen voor de loterij waarin God zich duidelijk kon maken. Maar voorop stond het werk, timmeren, smeden, spinnen en weven.

Dat heiligdom krijgt al vorm in de voorwerpen die verzameld, die gemaakt werden en die genoemd werden. Een prachtig heiligdom dat je kon oppakken aan draagstokken en mee kon nemen op de reis door de woestijn naar dat onbekende land dat overvloeide van melk en honing. Toch zou het geen Heiligdom worden zoals de Heidenen hadden, zoals ze ook in Egypte zo uitgebreid hadden gezien. Geen beeld van God zou het hart van het Heiligdom zijn maar de richtlijnen voor de menselijke samenleving die Mozes op stenen platen had gekregen. Een niet religieus heiligdom, daar kon je God niks afsmeken, maar daar kon je laten zien dat je je aan zijn verbond wilde houden. Dat liet je zien door te delen met God, zijn priesters en levieten te eten wilde geven. En zo kunnen we dat nog altijd laten zien. Delen met de minsten, elke dag opnieuw.

 

Gelijk aan de vorige

Exodus 34:1-9

1 De HEER zei tegen Mozes: ‘Hak twee stenen platen uit, gelijk aan de vorige. Dan zal Ik op die platen de woorden schrijven die ook op de eerste stonden, die jij stukgegooid hebt. 2 Morgenvroeg moet je gereed zijn, want dan moet je de Sinai op gaan. Kom daar, op de top van de berg, bij Mij. 3 Laat niemand met je mee naar boven gaan, op de hele berg mag niemand te zien zijn, en ook de schapen, geiten en runderen mogen niet in de nabijheid van de berg grazen.’ 4 Mozes hakte twee stenen platen uit, net als de vorige, en ’s morgens ging hij in alle vroegte de Sinai op, zoals de HEER hem had opgedragen. De twee stenen platen droeg hij bij zich. 5 De HEER daalde neer in een wolk, Hij kwam bij Mozes staan en riep de naam HEER uit. 6 De HEER ging voor hem langs en riep uit: ‘De HEER! De HEER! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, 7 die trouw blijft tot in het duizendste geslacht, die schuld, misdaad en zonde vergeeft maar niet alles ongestraft laat, en die voor de zonde van de ouders de kinderen en kleinkinderen ter verantwoording roept, tot in het derde en vierde geslacht.’ 8 Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer. 9 ‘Als U mij goedgezind bent, Heer,’ zei hij, ‘trekt U dan met ons mee, ook al is dit volk onhandelbaar. Schenk ons vergeving voor onze schuld en zonde en maak ons tot uw eigen bezit.’ (NBV21)

Hoe vaak krijgen mensen echt een tweede kans nadat ze fouten hebben gemaakt? Die rechercheur uit Maastricht die na 37 jaar trouwe dienst een fiets stal op zijn werk in elk geval niet Trouwe Bijbellezers lezen vandaag dat Mozes opnieuw een verbond met God mag sluiten, nieuwe stenen platen voor de kist in de Heilige Tent. Die eerste fout was niet de fout van Mozes, het was de fout van het volk dat te weinig vertrouwen in die God had gehad, en van Aäron die te gemakkelijk met dat volk meeging. De ene heerser inruilen voor de andere levert in de geschiedenis voor geen enkel volk een voordeel op dus ook nu niet. Het verbond dat Mozes zal gaan sluiten en dat we een andere keer zullen lezen laat daar geen twijfel over.

De eerste benadering laat ruimte voor samen, die bevrijding is te delen, en geeft de mogelijkheid voor ommekeer, een heerser kan altijd nog dienaar worden. Een geknecht volk kan zich altijd bevrijden. Een tweede kans is altijd aanwezig. Nationalisme leidt altijd tot de vraag of het wat uitmaakt of je van de kat of van de hond gebeten wordt, die bevrijding is ook niet te delen, je hoort er bij of niet, je kunt er nooit bij gaan horen. Op die tweede kans heeft elke veroordeelde recht was het oordeel van het Europese Hof. Wij moeten voor mensen die tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld zijn daarvoor nog een goede vorm vinden al is er na heel lange tijd nu een klein kansje.

Maar een tweede kans is ook de norm die ons voorgehouden is door dat verbond dat in de woestijn werd gesloten. Alleen fanatieke radicalen gunnen niemand een tweede kans, hoewel ook de profeet Mohammed zijn nieuwe godsdienst pas te vuur en te zwaard verdedigde nadat hij zijn met geweld optredende vijanden nog een kans had geboden op bekering, of overgave, beginnen de terroristen van New York, Madrid en Londen met het doden van mensen waarvan ze denken hen als hun vijand  te moeten beschouwen, ook al beschouwen die mensen hen helemaal niet als vijand. Het onderscheid tussen hen en ons is de tweede kans, zoveel hebben we tenminste van die God van Mozes wel geleerd. Zelfs terroristen verdienen een tweede kans.

 

Een bijzondere plaats

Exodus 33:12-23

12 Mozes zei tegen de HEER: ‘U draagt mij wel op het volk verder te laten trekken, maar U hebt mij niet laten weten wie U met mij mee zult sturen, terwijl U toch gezegd hebt: “Jou heb Ik uitgekozen, jou ben Ik goedgezind.” 13 Als dat werkelijk zo is, laat mij dan weten wat uw plannen zijn. Dan leer ik U kennen en weet ik zeker dat U mij goedgezind bent. Vergeet toch niet dat deze mensen uw volk zijn.’ 14 De HEER antwoordde: ‘Moet Ik dan zelf meegaan om je gerust te stellen?’ 15 Mozes zei: ‘Als U niet zelf meegaat, laat ons dan niet verder trekken. 16 Hoe zou moeten blijken dat U mij goedgezind bent, mij en ook uw volk, tenzij U met ons meegaat? Alleen dan nemen wij immers een bijzondere plaats in onder de volken die de aarde bewonen.’ 17 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik verzeker je dat Ik zal doen wat je vraagt, want Ik ben je goedgezind en Ik heb je uitgekozen.’ 18 ‘Laat mij toch uw majesteit zien,’ zei Mozes. 19 Hij antwoordde: ‘Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan en in jouw bijzijn de naam HEER uitroepen: Ik schenk genade aan wie Ik genade wil schenken, en Ik ben barmhartig voor wie Ik barmhartig wil zijn. 20 Maar,’ zei Hij, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven.’ 21 Toen sprak de HEER: ‘Er is een plaats op de rots waar je dicht bij Mij kunt komen staan. 22 Als dan mijn majesteit voor je langs gaat, zal Ik je in een kloof laten schuilen en mijn hand beschermend voor je houden tot Ik voorbij ben. 23 Als Ik mijn hand weghaal, zul je Mij van achteren zien; mijn gezicht mag niemand zien.’ (NBV21)

Vertalingen maken het soms moeilijk om te begrijpen wat er eigenlijk staat. Toen Mozes in het begin van zijn verhaal met God vroeg hoe God heette, goden hebben immers namen, was het antwoord “Ik zal er zijn”, zo kun je nauwelijks iemand noemen en de manier waarop het oorspronkelijk is opgeschreven is dan ook onuitspreekbaar. Het is dan ook onvoorstelbaar, een God waarvan je je geen beeld kunt vormen, die niet een naam heeft als andere Goden, maar die belooft altijd bij je te zijn. Een God ook die in het centrum van het heiligdom voor die God een kist laat zetten met daarin de tekst van het wederzijdse verbond tussen het volk en die God. Dat verbond werd gesloten in het hart van de woestijn. God liefhebben is hetzelfde als je naaste liefhebben als jezelf is de kern van dat verbond.

Lezers van dit verhaal zijn die God “Heer” gaan noemen. Je wilt toch niemand anders als baas, als machthebber, als aanvoerder, als leider, als manager, dan iemand die er altijd voor jou zal zijn en die als wet heeft dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Jezelf liefhebben mag dus ook, als je je naaste maar net zo lief hebt. Als het volk een eigen gouden god heeft gemaakt twijfelt Mozes of “Ik zal er zijn” nog wel mee wil met dit volk. Mozes daagt God daarom uit om zich als Heer, als koning, als majesteit te laten zien. En God neemt de uitdaging aan, een leider van een volk die zo overduidelijk dat leiderschap alleen maar ziet als dienst aan het volk, die het voor het volk opneemt als dat volk de fout in gaat beantwoord aan dat verbond uit de woestijn als geen ander. Die leiders moeten we vandaag de dag met een lantaarntje zoeken.

Geen maximum aan de inkomens maar de verkorting van de WW en verlaging van de WIA blijft in stand. Met een fooi tracht men al die mensen af te kopen die in beweging kwamen tegen de armoede. Het lijkt er op dat mensen met een gewoon inkomen er op vooruitgaan, maar hun boodschappen worden duurder dus gaan ze er op achteruit. Over eerlijke handelsvoorwaarden werd niet gesproken. Het is dus weer aan onszelf om de wet van eerlijk delen, van rechtvaardigheid in het midden van de discussie te stellen. Alle keren dat we politici van welke partij ook tegenkomen zullen we moeten vragen naar een eerlijker handelssysteem. Stap komende week eens binnen bij een wereldwinkel of Fair Trade zaak in de buurt. Die mensen weten hoe de prijsverschillen tot stand zijn gekomen, waar de concurrentie oneerlijk is. Dan leidt God zelf ons uit de wereld van armoede en ongelijkheid naar een wereld van vrede en recht.

 

De wolkkolom bij de ingang

Exodus 33:1-11

1 De HEER zei tegen Mozes: ‘Vertrek van hier, met het volk dat je uit Egypte hebt weggeleid, en ga naar het land waarvan Ik Abraham, Isaak en Jakob onder ede heb beloofd dat Ik het aan hun nakomelingen zou geven,2-3 een land dat overvloeit van melk en honing. Ik zal een engel voor je uit sturen en Ik zal de Kanaänieten, de Amorieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten verdrijven. Maar Ik trek niet met jullie mee, want jullie zijn een onhandelbaar volk en Ik zou jullie daarom onderweg kunnen doden.’ 3 4 Toen het volk deze onheilstijding hoorde, ging het in de rouw; niemand deed sieraden om. 5 De HEER had Mozes namelijk opgedragen tegen de Israëlieten te zeggen: ‘Jullie zijn een onhandelbaar volk. Als Ik ook maar een ogenblik met jullie mee zou reizen, zou Ik je al doden. Doe daarom je sieraden af, dan zal Ik besluiten wat Ik met jullie zal doen.’ 6 Vanaf de dag dat ze de Horeb verlieten, droegen de Israëlieten daarom geen sieraden. 7 Mozes sloeg steeds buiten het kamp, op ruime afstand ervan, een tent op; hij noemde die tent de ontmoetingstent. Ieder die de HEER wilde raadplegen, ging naar de ontmoetingstent buiten het kamp. 8 Telkens als Mozes zich erheen begaf, gingen allen voor de ingang van hun tent staan en keken Mozes na tot hij naar binnen was gegaan. 9 Zodra hij in de tent was daalde de wolkkolom neer, en deze bleef bij de ingang staan. Dan sprak de HEER met Mozes. 10 Wanneer het volk de wolkkolom bij de ingang van de tent zag staan, boog ieder zich voor de ingang van zijn tent neer. 11 De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals iemand spreekt met een vriend. Daarna keerde Mozes terug naar het kamp, maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de tent niet.(NBV21)

Het is al weer lang geleden maar ooit was VVD Minister Hogervorst van volksgezondheid het zat. Dat volk van Nederland bleef maar morren. Voegde hij de particuliere en de ziekenfondsverzekering samen tot een nieuw zorgstelstel werden ze boos omdat ze een heleboel geld moesten voorschieten om dat later van de belastingdienst terug te krijgen. Probeerde hij wat concurrentie in de gezondheidszorg te krijgen werd het volk boos omdat ze zelf niet meer hun huisarts, apotheek en ziekenhuis konden kiezen omdat hun verzekeraar mocht uitmaken met wie ze een contract zouden sluiten. Het is niet goed of het deugt niet. Ook in het verhaal uit Exodus word gesproken over een onhandelbaar volk. Je houd je in de woestijn samen aan de richtlijnen die Mozes je heeft voorgehouden of het wordt je dood. Het overtreden van de regel van heb je naaste lief als hoogste dienst aan God en geen beelden van die God maken en zo voert toch wel heel snel tot de dood.

Daarom wordt de heilige tent niet meer in het midden van het volk geplaatst maar aan de rand ervan. Daarmee wordt de tent overigens meer bijzonder want iedereen gaat kijken als Mozes er plechtig naar toe gaat. Het voert uiteindelijk wel naar het land overvloeiende van melk en honing staat er. En dat was bij minister Hogervorst toch wat moeilijker te geloven. Die marktwerking, die bewustwording van hoeveel het wel niet kost, die bezuinigingen leiden niet tot meer gezondheid maar tot meer overlast. Het resultaat is een voor velen onbetaalbare eigen bijdrage en kosten voor de gezondheidszorg die de pan uitrijzen. En de matiging van het loon, het opgeven van het vroegpensioen, de afschaffing van tal van uitkeringen, het veroordelen tot de bedelstaf van gehandicapten en chronisch zieken voerde kennelijk tot de mogelijkheid de lonen van ministers en staatssecretarissen met 30 procent te verhogen.

Bij de kloof tussen politici en volk wordt wel eens gesproken over zakkenvullers, een scheldwoord dat ten onrechte aan politici wordt meegegeven. Politici werken er hard voor, dat staat buiten kijf, maar geen wet maken tot beperking van exorbitante salarisverhogingen, een verhoging die ze zouden verbieden als die in een CAO stond, lijkt toch wel erg op exorbitante zelfverrijking. Zo’n wet staat wel erg veel af van je naaste liefhebben als je zelf als je de naasten vraagt met wat minder genoegen te nemen. Vermogens zijn nu eenmaal voor rijken en daar blijf je af. Kennelijk is het volk nog niet onhandelbaar genoeg voor deze regering. De winsten van de wapenindustrie laten stijgen op kosten van de uitkeringen van werklozen en gehandicapten is nog steeds hun uitgangspunt.

 

De HEER strafte het volk

Exodus 32:25-35

25 Mozes begreep dat het volk zich had laten gaan omdat Aäron niet ingegrepen had, en dat hun vijanden daarom de spot met hen zouden drijven. 26 Hij ging bij de ingang van het kamp staan en zei: ‘Wie voor de HEER kiest, moet hier komen.’ Alle nakomelingen van Levi voegden zich bij hem. 27 Hij zei tegen hen: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Gord je zwaard om, jullie allemaal, doorkruis het kamp in de volle lengte en breedte en dood iedereen die je tegenkomt, al is het je broer, vriend of verwant.’ 28 De Levieten deden wat Mozes hun had opgedragen, en zo kwamen er die dag ongeveer drieduizend Israëlieten om. 29 ‘Vandaag hebt u zich aan de HEER gewijd,’ zei Mozes, ‘door u zelfs tegen uw zonen en broers te keren. U hebt vandaag zijn zegen verworven.’ 30 De volgende morgen zei Mozes tegen het volk: ‘U hebt zwaar gezondigd. Toch zal ik de berg op gaan, naar de HEER; misschien kan ik verzoening bewerken voor uw zonden.’ 31 Hierop keerde hij terug naar de HEER. ‘Ach HEER,’ zei hij, ‘dit volk heeft zwaar gezondigd: ze hebben een god van goud gemaakt. 32 Schenk hun vergeving voor die zonde. Wilt U dat niet, schrap mij dan maar uit het boek dat U geschreven hebt.’ 33 De HEER antwoordde Mozes: ‘Alleen wie tegen Mij gezondigd heeft, schrap Ik uit mijn boek. 34 Leid het volk nu naar de plaats die Ik je heb genoemd; mijn engel zal voor je uit gaan. Maar op de dag van de verantwoording zal Ik hen voor hun zonde ter verantwoording roepen.’ 35 De HEER strafte het volk, omdat ze het kalf hadden gemaakt, het beeld dat Aäron gegoten had. (NBV21)

De aanslagen die we overal in de wereld tegen komen kunnen natuurlijk niet hard genoeg veroordeeld worden. Alle aanslagen op onschuldige burgers die zich niet kunnen verdedigen moeten worden veroordeeld. Zo ga je niet met medemensen om. Het stuk uit de Bijbel dat hier boven staat en dat vandaag op het dagelijks leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap staat lijkt wel een dergelijk gedrag te rechtvaardigen. Zij die het gouden kalf hadden aanbeden en de weg van de God van Israël verlaten. door niet op die God te blijven vertrouwen maar zichzelf een God te laten maken, dienen door het zwaard te worden omgebracht. Dat is de redenering ook van fundamentalistische Islamisten, hindoes, boeddhisten en soms zelfs Christenen. Als je dat denkt heb je dit stuk Bijbel toch niet goed gelezen. Degenen die het gouden kalf met geweld willen verdedigen ontmoeten het zwaard van hen die trouw zijn aan Mozes. Maar de rest wordt uit het boek van God geschrapt en het oordeel over hen komt later nog wel eens.

En dat is toch een houding die spoort met de regel van je naaste liefhebben als jezelf. Verdediging is goed, arresteren van verdachten, onderzoeken van goederen, bagage in treinen en op vliegvelden. Maar het haten van groepen mensen en hen uitsluiten hoort er absoluut niet bij, laat staan geweld gebruiken. En als je er een beetje over nadenkt dan lijkt het ook wel voor de hand te liggen. Wat er tegen te doen? Je vrienden doe je zoiets als in Parijs en Londen niet aan. Soldaten moeten in een oorlog niet de kans krijgen zich te verbroederen met de vijand. Russische troepen in Praag moesten ooit vervangen worden omdat ze te vriendschappelijk werden met de opstandige studenten. Gewone mensen kunnen dit soort aanslagen niet voorkomen, maar wel helpen een klimaat te scheppen waarin dit soort aanslagen minder waarschijnlijk worden.

Dat is elkaar verstaan en respecteren. De leiders op de G8 en de G20 kunnen de wereld en de wereldhandel wat rechtvaardiger maken. Ze kunnen helpen het conflict tussen Israël en de Palestijnen op te lossen. Wij kunnen helpen door kennis te gaan maken met de moslimgemeenschappen in de buurt. Ga vandaag maar eens op bezoek bij een moskee in de buurt. Het gejoel van een losgeslagen menigte mag best omgebogen worden in het gezoem van mensen die echt met elkaar in gesprek zijn gegaan. Aanslagen zoals op een moskee of een islamitische school zijn net als aanslagen op een synagoge of een Joodse school helemaal het verkeerde antwoord. De hulp die men elkaar daarna in sommige plaatsen heeft geboden helpt die gemeenschap verder geweld te voorkomen en dat is het goede antwoord. Dat kan iedereen en kennelijk is iedereen nodig om de wereld wat veiliger te maken.

 

Maak een god voor ons

Exodus 32:15-24

15 Mozes keerde zich om en ging de berg af. De twee platen met de verbondstekst droeg hij bij zich. Aan beide kanten waren ze beschreven, aan de voorkant en aan de achterkant. 16 De platen waren Gods eigen werk en het schrift dat erin gegrift was, was Gods eigen schrift. 17 en Jozua het geschreeuw van het volk hoorde, zei hij tegen Mozes: ‘Ik hoor strijdkreten in het kamp!’ 18 Maar Mozes zei: ‘Dat is geen gejuich na een overwinning en geen geweeklaag na een nederlaag. Luid gejoel-dát hoor ik.’ 19 Dichter bij het kamp gekomen, zag hij het stierenbeeld en het gedans. Woedend smeet hij de platen aan de voet van de berg aan stukken. 20 Hij greep het stierenbeeld, gooide het in het vuur en verpulverde het. De as strooide hij op het water, en dat liet hij de Israëlieten drinken. 21 Tegen Aäron zei hij: ‘Wat heeft dit volk je misdaan, dat je zo’n zware schuld op hen geladen hebt?’ 22 ‘Ik smeek je je woede te bedwingen,’ antwoordde Aäron. ‘Je weet dat dit volk alleen maar kwaad wil. 23 Ze zeiden tegen mij: “Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.” 24 Toen ik hun om goud vroeg, deden ze zonder aarzelen hun sieraden af en gaven ze aan mij. Ik gooide ze in het vuur en toen kwam dat kalf eruit tevoorschijn.’ (NBV21)

Hoe krijgen we vrede is de vraag die we in onze dagen vaak stellen. Mozes had God gesmeekt om vrede tegenover de genocide die God van plan was geweest. Het volk kreeg de kans om toch nog opnieuw te laten zien hoe het volgen van de richtlijnen van de God van Israël tot vrede, welzijn en welvaart voor een volk kan leiden. God zelf had de richtlijnen op stenen gegrift, onuitwisbaar waren ze zoals het volk onuitwisbaar was gebleken. Maar hoe gaan wij met die kansen om. Leren wij er van? Het volk had er niet van geleerd. Ze juichten niet voor de richtlijnen, niets en niemand hoeven wij te aanbidden, van geen macht en kracht zijn wij afhankelijk. De stenen platen vervingen elke vorm van religie. Volken hadden beelden van hun God, zo hoort het in de wereld. Jouw God vecht met andere goden en jouw god moet winnen.

Weg met dat godendom. De naam van de God van Israël komt in dit gedeelte niet voor. Alleen de algemene naam voor een God. De richtlijnen zijn goddelijk houd Mozes zijn broer Aäron voor. Die richtlijnen moet je niet aanbidden, die richtlijnen moeten je handelen bepalen. Niet doden, niet liegen, niet stelen, geen andere goden nalopen, je afkomst eren. Dat is pas Godsdienst, je naaste liefhebben als je zelf en zorgen voor de weduwe en de wees en de vreemdelingen die bij je zijn. In de vernietiging van het Gouden Kalf krijgt het anti-religieuze karakter van de godsdienst van Israël haar hoogtepunt. Al dat bidden en rond je God dansen en zingen wordt in één klap weggevaagd. Vermaal het maar, los het op in water en drink er van. Platvloerser kan het haast niet.

Maar we moeten letten op Aäron. De hoge priester. Het directe contact tussen God en het volk. Hoe te handelen? Vraag het aan Aäron en zijn zonen. Dat is het dus niet het recept. Als je Aäron iets vraagt, als je religieus iets vraagt, dan komt het antwoord er uit als een beeld dat je zelf al voor ogen stond. Uit al de rijkdom die Aäron had verzameld komt vanzelf een gouden kalf te voorschijn. En zo was het toch? In het zwakke lag de kracht van Israël. Vruchtbaarheid was wat nodig was en meer was niet nodig. Het komt er vanzelf. Wij zullen de religies van onze dagen moeten herkennen. Alles moet wijken voor de winst, de armen nog armer voor de wapenindustrie. De zieken zogenaamd genezen door de hoeveelheid geld die je aan de genezer geeft. Vrede in je Kerk als je vrouwen buiten de ambten houd. Vermaal het en laat ze het opdrinken.