Jesaja 44:9-20
9 Mensen die godenbeelden maken zijn niets, en hun dierbare maaksels zullen hun niet baten. De mensen die van deze goden getuigen, zien niets en weten niets, zij zullen beschaamd staan. 10 Wie vormt er nu een god en giet zo’n nutteloos beeld? 11 Die ambachtslieden zijn maar mensen, en daarom zullen al hun bewonderaars te schande staan. Laten ze bijeenkomen en zich opstellen; ze zullen sidderen en zich schamen, zonder uitzondering. 12 Een smid hanteert gereedschap om ijzer te smeden in een gloeiend vuur. Hij vormt het met een hamer en bewerkt het met krachtige hand. Maar als hij honger krijgt, verliest hij zijn kracht, en als hij geen water drinkt, raakt hij uitgeput. 13 Een beeldsnijder spant een meetlint en geeft de ruwe omtrek aan met een beitel. Dan snijdt hij een figuur uit met een fijn mes en tekent de precieze vorm af met een passer. Hij maakt er een menselijke figuur van, een prachtig beeld, om in een huis te zetten. 14 Iemand velt een paar ceders, of hij kiest een pijnboom en een eik, die hij in het bos met andere bomen heeft laten opgroeien; of een laurierboom die hij heeft geplant en die groeide door de regen. 15 Ze dienen hem tot brandhout: hij gebruikt het om zich te warmen, of om er brood op te bakken. Of hij bewerkt het tot een god, waarvoor hij knielt; hij maakt er een godenbeeld van waarvoor hij zich neerbuigt. 16 Met de ene helft stookt hij een vuur, waarop hij vlees bereidt; hij roostert het vlees en doet zich er tegoed aan. Hij wordt warm en zegt: ‘Ha, lekker warm! Ik zie de gloed van het vuur!’ 17 Van de rest maakt hij een god, een godenbeeld waarvoor hij knielt en zich neerbuigt in gebed: ‘Red mij, want u bent mijn god.’ 18 Ze begrijpen het niet, ze beseffen het niet; blijkbaar zitten hun ogen dichtgeplakt, waardoor ze niets zien en het hun aan inzicht schort. 19 Het dringt niet tot hen door, ze missen de kennis en het inzicht om te bedenken: Met de ene helft heb ik een vuur gestookt, op de gloeiende houtskool heb ik brood gebakken en vlees geroosterd om te eten. Van wat overbleef heb ik een gruwelijk beeld gemaakt. Ik buig me dus neer voor een blok hout. 20 Wat zij koesteren is as! Hun misleide geest heeft hen op een dwaalspoor gebracht. Ze zijn niet meer te redden, want ze vragen zich niet af: Is wat ik in mijn hand houd eigenlijk geen bedrog? (NBV21)
We vinden het nog steeds mooi, idolen en beelden van hen die we bewonderen. Wat wij koesteren is as, zegt de profeet Jesaja hier. Zelfgemaakte beelden die je kunt opstoken als het koud is en de brandstof op is. Dat is het enige dat die goden je te bieden hebben. De mens is volgens Jesaja helemaal kwijt dat God de mens heeft geschapen naar zijn beeld en gelijkenis. De mensen maken goden naar hun beeld. Zijn wij dat mechanisme kwijt? Alleen in Rooms-Katholieke streken kom je nog met zilver en goud bekleede beelden tegen die op de ruggen van gelovigen worden rondgedragen door de dorpen en de steden. Daar moeten nog kaarsen voor worden ontstoken omdat ze het anders koud krijgen. Maar de ongelovigen zullen zeggen dat ze te verstandig zijn geworden voor dergelijke afgoderij.
En is dat zo? Vaak wordt de menselijke rede verheven tot godheid. Een rede die zowel het goede als het kwade voort kan brengen. Atoomsplitsing zowel als nanotechnologie. De rede is zeker geen God die het goede doet, het goede verlangt, het goede teweeg brengt, niets dan het goede. Dan zijn er ook de economische goden winst en profijt. Als winst en profijt, het marktmechanisme, ons en de samenleving maar regeren dan zullen alle problemen uit de samenleving verdwijnen. Concurentie bevordert kwaliteit en dus moet alles via de markt geregeld worden. Maar lang niet alles laat zich via de markt regelen. Schone lucht om te ademen is niet te verkopen en dus niet te koop. Het schoon houden van lucht levert dus niets op en het wordt onder de vrije markt ook nooit schoon, alleen onder dwang van een overheid die eerst let op mensen en dan pas op winst en profijt. Ook de economische goden brengen dus zeker niet alleen het goede en niet dan het goede.
Dan zijn er mensen die tot goden worden verheven. Schrijvers, wetenschappers, politici, sportlieden, zangers en zangeressen, koningen en prinsessen, modellen en sterren. Maar dat zijn mensen als wij, zij brengen op hun terrein misschien iets goeds, maar nooit het algoede. Hun prestaties zijn mooi en om te bewonderen maar zelden zijn er mensen te vinden die er ook wat aan hebben. Zijn er hongerigen die er door gevoed worden, wordt er vrede door gesticht? Het woord van Jesaja dat we vandaag lezen blijkt nog net zo actueel als in de tijd dat er tempels waren waar beelden vereerd werden, toen er nog beelden stonden op de hoeken van de straten en godenbeelden op akkers werden gezet om vruchtbaarheid op te wekken. Het zijn niet de beelden van een God die ons een betere wereld moeten brengen. Het is het Woord van een God, de richtlijnen die hij de mensen heeft gegeven. Pas als we delen worden we rijker, pas als we meewerken aan zijn Koninkrijk zal dat Koninkrijk ook komen. En dat meewerken mogen we elke dag opnieuw. Ook vandaag weer.