Om alles te maken

Exodus 35:10-26

10 Alle vaklieden moeten zich melden, om alles te maken waartoe de HEER opdracht heeft gegeven: 11 de tabernakel met het bijbehorende dekkleed en alle haken, planken, dwarsbalken, palen en voetstukken, 12 de ark met de draagbomen, de verzoeningsplaat en het voorhangsel, 13 de tafel met de draagbomen, alle bijbehorende voorwerpen en het toonbrood, 14 de kandelaar met de bijbehorende voorwerpen, de lampen en de lampolie, 15 het reukofferaltaar met de draagbomen, de zalfolie, het geurige reukwerk en het gordijn dat de ingang van de tabernakel afschermt, 16 het brandofferaltaar met het bronzen hekwerk, de draagbomen en alle bijbehorende voorwerpen, het wasbekken met het onderstel, 17 de doeken voor de omheining, de palen, de voetstukken en het gordijn voor de ingang van de afgeschermde ruimte, 18 de pinnen en touwen van de tabernakel en die van de omheining, 19 en de ambtsgewaden voor de dienst in het heiligdom, de heilige kleding voor de priester Aäron en de kleding die zijn zonen moeten dragen wanneer zij als priester dienstdoen.’ 20 Hierop gingen de Israëlieten uiteen, 21 en ieder die daartoe van harte bereid was, kwam bij Mozes terug met een geschenk voor de HEER als bijdrage voor de vervaardiging van de ontmoetingstent, de inrichting daarvan of de heilige kleding. 22 Alle mannen en vrouwen die bereid waren de HEER iets van goud af te staan, kwamen sierspelden, neusringen, vingerringen, halssieraden en allerlei andere gouden voorwerpen brengen. 23 Iedereen die in het bezit was van blauwpurperen, roodpurperen of karmozijnrode wol, fijn linnen garen, geitenhaar, roodgeverfde ramsvellen of zeekoevellen bracht dat ook. 24 Anderen schonken de HEER zilver of koper, en weer anderen brachten het acaciahout dat ze hadden en dat voor tal van voorwerpen nodig was. 25 Vrouwen die de kunst van het spinnen verstonden, sponnen eigenhandig blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en fijn linnen garen en stonden dat af. 26 Andere vrouwen, die dat graag deden en er bedreven in waren, sponnen geitenhaar.(NBV21)

Het dagelijks leesrooster van het Bijbelgenootschap dat we hier al sinds 2005 volgen maakt vandaag een rare sprong. We lazen tot gisteren het verhaal over het Gouden Kalf uit Genesis 34, tot en met vers 9, en vandaag springen we schijnbaar zo maar naar het volgende verhaal uit Genesis 35, vanaf vers 10. Het lijkt wel een typefout maar we kunnen eigenlijk niet anders dan de sprong meemaken en lezen wat in het roosteer aangegeven staat. We weten al dat Mozes een tweede kans kreeg en nieuwe stenen platen liet graferen door God met de richtlijnen voor het volk. Maar dat verhaal over het Gouden Kalf had nog een element, beelden maken was het eerste, maar er was ook de behoefte aan een centraal punt, waar het volk religieus kon zijn, hun Godsdienst kon beleven.

Mozes verzamelde het volk daarom en gaf de opdracht de tent der ontmoeting om te bouwen tot een religieus centrum, de Tabernakel. Dat was dus een andere manier van verzamelen dan Aäron had gedaan. Aäron had offers gevraagd, goud en zilver. Mozes vroeg mensen, iedereen moest meewerken aan het maken van het Heiligdom waar God te ontmoeten was. Natuurlijk waren er ook spullen nodig, hout, gouden voorwerpen, linnen, zilver voor kandelaars en bekers, kleding voor de priesters. Edelstenen voor de loterij waarin God zich duidelijk kon maken. Maar voorop stond het werk, timmeren, smeden, spinnen en weven.

Dat heiligdom krijgt al vorm in de voorwerpen die verzameld, die gemaakt werden en die genoemd werden. Een prachtig heiligdom dat je kon oppakken aan draagstokken en mee kon nemen op de reis door de woestijn naar dat onbekende land dat overvloeide van melk en honing. Toch zou het geen Heiligdom worden zoals de Heidenen hadden, zoals ze ook in Egypte zo uitgebreid hadden gezien. Geen beeld van God zou het hart van het Heiligdom zijn maar de richtlijnen voor de menselijke samenleving die Mozes op stenen platen had gekregen. Een niet religieus heiligdom, daar kon je God niks afsmeken, maar daar kon je laten zien dat je je aan zijn verbond wilde houden. Dat liet je zien door te delen met God, zijn priesters en levieten te eten wilde geven. En zo kunnen we dat nog altijd laten zien. Delen met de minsten, elke dag opnieuw.

 

Gelijk aan de vorige

Exodus 34:1-9

1 De HEER zei tegen Mozes: ‘Hak twee stenen platen uit, gelijk aan de vorige. Dan zal Ik op die platen de woorden schrijven die ook op de eerste stonden, die jij stukgegooid hebt. 2 Morgenvroeg moet je gereed zijn, want dan moet je de Sinai op gaan. Kom daar, op de top van de berg, bij Mij. 3 Laat niemand met je mee naar boven gaan, op de hele berg mag niemand te zien zijn, en ook de schapen, geiten en runderen mogen niet in de nabijheid van de berg grazen.’ 4 Mozes hakte twee stenen platen uit, net als de vorige, en ’s morgens ging hij in alle vroegte de Sinai op, zoals de HEER hem had opgedragen. De twee stenen platen droeg hij bij zich. 5 De HEER daalde neer in een wolk, Hij kwam bij Mozes staan en riep de naam HEER uit. 6 De HEER ging voor hem langs en riep uit: ‘De HEER! De HEER! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, 7 die trouw blijft tot in het duizendste geslacht, die schuld, misdaad en zonde vergeeft maar niet alles ongestraft laat, en die voor de zonde van de ouders de kinderen en kleinkinderen ter verantwoording roept, tot in het derde en vierde geslacht.’ 8 Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer. 9 ‘Als U mij goedgezind bent, Heer,’ zei hij, ‘trekt U dan met ons mee, ook al is dit volk onhandelbaar. Schenk ons vergeving voor onze schuld en zonde en maak ons tot uw eigen bezit.’ (NBV21)

Hoe vaak krijgen mensen echt een tweede kans nadat ze fouten hebben gemaakt? Die rechercheur uit Maastricht die na 37 jaar trouwe dienst een fiets stal op zijn werk in elk geval niet Trouwe Bijbellezers lezen vandaag dat Mozes opnieuw een verbond met God mag sluiten, nieuwe stenen platen voor de kist in de Heilige Tent. Die eerste fout was niet de fout van Mozes, het was de fout van het volk dat te weinig vertrouwen in die God had gehad, en van Aäron die te gemakkelijk met dat volk meeging. De ene heerser inruilen voor de andere levert in de geschiedenis voor geen enkel volk een voordeel op dus ook nu niet. Het verbond dat Mozes zal gaan sluiten en dat we een andere keer zullen lezen laat daar geen twijfel over.

De eerste benadering laat ruimte voor samen, die bevrijding is te delen, en geeft de mogelijkheid voor ommekeer, een heerser kan altijd nog dienaar worden. Een geknecht volk kan zich altijd bevrijden. Een tweede kans is altijd aanwezig. Nationalisme leidt altijd tot de vraag of het wat uitmaakt of je van de kat of van de hond gebeten wordt, die bevrijding is ook niet te delen, je hoort er bij of niet, je kunt er nooit bij gaan horen. Op die tweede kans heeft elke veroordeelde recht was het oordeel van het Europese Hof. Wij moeten voor mensen die tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld zijn daarvoor nog een goede vorm vinden al is er na heel lange tijd nu een klein kansje.

Maar een tweede kans is ook de norm die ons voorgehouden is door dat verbond dat in de woestijn werd gesloten. Alleen fanatieke radicalen gunnen niemand een tweede kans, hoewel ook de profeet Mohammed zijn nieuwe godsdienst pas te vuur en te zwaard verdedigde nadat hij zijn met geweld optredende vijanden nog een kans had geboden op bekering, of overgave, beginnen de terroristen van New York, Madrid en Londen met het doden van mensen waarvan ze denken hen als hun vijand  te moeten beschouwen, ook al beschouwen die mensen hen helemaal niet als vijand. Het onderscheid tussen hen en ons is de tweede kans, zoveel hebben we tenminste van die God van Mozes wel geleerd. Zelfs terroristen verdienen een tweede kans.

 

Een bijzondere plaats

Exodus 33:12-23

12 Mozes zei tegen de HEER: ‘U draagt mij wel op het volk verder te laten trekken, maar U hebt mij niet laten weten wie U met mij mee zult sturen, terwijl U toch gezegd hebt: “Jou heb Ik uitgekozen, jou ben Ik goedgezind.” 13 Als dat werkelijk zo is, laat mij dan weten wat uw plannen zijn. Dan leer ik U kennen en weet ik zeker dat U mij goedgezind bent. Vergeet toch niet dat deze mensen uw volk zijn.’ 14 De HEER antwoordde: ‘Moet Ik dan zelf meegaan om je gerust te stellen?’ 15 Mozes zei: ‘Als U niet zelf meegaat, laat ons dan niet verder trekken. 16 Hoe zou moeten blijken dat U mij goedgezind bent, mij en ook uw volk, tenzij U met ons meegaat? Alleen dan nemen wij immers een bijzondere plaats in onder de volken die de aarde bewonen.’ 17 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik verzeker je dat Ik zal doen wat je vraagt, want Ik ben je goedgezind en Ik heb je uitgekozen.’ 18 ‘Laat mij toch uw majesteit zien,’ zei Mozes. 19 Hij antwoordde: ‘Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan en in jouw bijzijn de naam HEER uitroepen: Ik schenk genade aan wie Ik genade wil schenken, en Ik ben barmhartig voor wie Ik barmhartig wil zijn. 20 Maar,’ zei Hij, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven.’ 21 Toen sprak de HEER: ‘Er is een plaats op de rots waar je dicht bij Mij kunt komen staan. 22 Als dan mijn majesteit voor je langs gaat, zal Ik je in een kloof laten schuilen en mijn hand beschermend voor je houden tot Ik voorbij ben. 23 Als Ik mijn hand weghaal, zul je Mij van achteren zien; mijn gezicht mag niemand zien.’ (NBV21)

Vertalingen maken het soms moeilijk om te begrijpen wat er eigenlijk staat. Toen Mozes in het begin van zijn verhaal met God vroeg hoe God heette, goden hebben immers namen, was het antwoord “Ik zal er zijn”, zo kun je nauwelijks iemand noemen en de manier waarop het oorspronkelijk is opgeschreven is dan ook onuitspreekbaar. Het is dan ook onvoorstelbaar, een God waarvan je je geen beeld kunt vormen, die niet een naam heeft als andere Goden, maar die belooft altijd bij je te zijn. Een God ook die in het centrum van het heiligdom voor die God een kist laat zetten met daarin de tekst van het wederzijdse verbond tussen het volk en die God. Dat verbond werd gesloten in het hart van de woestijn. God liefhebben is hetzelfde als je naaste liefhebben als jezelf is de kern van dat verbond.

Lezers van dit verhaal zijn die God “Heer” gaan noemen. Je wilt toch niemand anders als baas, als machthebber, als aanvoerder, als leider, als manager, dan iemand die er altijd voor jou zal zijn en die als wet heeft dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Jezelf liefhebben mag dus ook, als je je naaste maar net zo lief hebt. Als het volk een eigen gouden god heeft gemaakt twijfelt Mozes of “Ik zal er zijn” nog wel mee wil met dit volk. Mozes daagt God daarom uit om zich als Heer, als koning, als majesteit te laten zien. En God neemt de uitdaging aan, een leider van een volk die zo overduidelijk dat leiderschap alleen maar ziet als dienst aan het volk, die het voor het volk opneemt als dat volk de fout in gaat beantwoord aan dat verbond uit de woestijn als geen ander. Die leiders moeten we vandaag de dag met een lantaarntje zoeken.

Geen maximum aan de inkomens maar de verkorting van de WW en verlaging van de WIA blijft in stand. Met een fooi tracht men al die mensen af te kopen die in beweging kwamen tegen de armoede. Het lijkt er op dat mensen met een gewoon inkomen er op vooruitgaan, maar hun boodschappen worden duurder dus gaan ze er op achteruit. Over eerlijke handelsvoorwaarden werd niet gesproken. Het is dus weer aan onszelf om de wet van eerlijk delen, van rechtvaardigheid in het midden van de discussie te stellen. Alle keren dat we politici van welke partij ook tegenkomen zullen we moeten vragen naar een eerlijker handelssysteem. Stap komende week eens binnen bij een wereldwinkel of Fair Trade zaak in de buurt. Die mensen weten hoe de prijsverschillen tot stand zijn gekomen, waar de concurrentie oneerlijk is. Dan leidt God zelf ons uit de wereld van armoede en ongelijkheid naar een wereld van vrede en recht.

 

De wolkkolom bij de ingang

Exodus 33:1-11

1 De HEER zei tegen Mozes: ‘Vertrek van hier, met het volk dat je uit Egypte hebt weggeleid, en ga naar het land waarvan Ik Abraham, Isaak en Jakob onder ede heb beloofd dat Ik het aan hun nakomelingen zou geven,2-3 een land dat overvloeit van melk en honing. Ik zal een engel voor je uit sturen en Ik zal de Kanaänieten, de Amorieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten verdrijven. Maar Ik trek niet met jullie mee, want jullie zijn een onhandelbaar volk en Ik zou jullie daarom onderweg kunnen doden.’ 3 4 Toen het volk deze onheilstijding hoorde, ging het in de rouw; niemand deed sieraden om. 5 De HEER had Mozes namelijk opgedragen tegen de Israëlieten te zeggen: ‘Jullie zijn een onhandelbaar volk. Als Ik ook maar een ogenblik met jullie mee zou reizen, zou Ik je al doden. Doe daarom je sieraden af, dan zal Ik besluiten wat Ik met jullie zal doen.’ 6 Vanaf de dag dat ze de Horeb verlieten, droegen de Israëlieten daarom geen sieraden. 7 Mozes sloeg steeds buiten het kamp, op ruime afstand ervan, een tent op; hij noemde die tent de ontmoetingstent. Ieder die de HEER wilde raadplegen, ging naar de ontmoetingstent buiten het kamp. 8 Telkens als Mozes zich erheen begaf, gingen allen voor de ingang van hun tent staan en keken Mozes na tot hij naar binnen was gegaan. 9 Zodra hij in de tent was daalde de wolkkolom neer, en deze bleef bij de ingang staan. Dan sprak de HEER met Mozes. 10 Wanneer het volk de wolkkolom bij de ingang van de tent zag staan, boog ieder zich voor de ingang van zijn tent neer. 11 De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals iemand spreekt met een vriend. Daarna keerde Mozes terug naar het kamp, maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de tent niet.(NBV21)

Het is al weer lang geleden maar ooit was VVD Minister Hogervorst van volksgezondheid het zat. Dat volk van Nederland bleef maar morren. Voegde hij de particuliere en de ziekenfondsverzekering samen tot een nieuw zorgstelstel werden ze boos omdat ze een heleboel geld moesten voorschieten om dat later van de belastingdienst terug te krijgen. Probeerde hij wat concurrentie in de gezondheidszorg te krijgen werd het volk boos omdat ze zelf niet meer hun huisarts, apotheek en ziekenhuis konden kiezen omdat hun verzekeraar mocht uitmaken met wie ze een contract zouden sluiten. Het is niet goed of het deugt niet. Ook in het verhaal uit Exodus word gesproken over een onhandelbaar volk. Je houd je in de woestijn samen aan de richtlijnen die Mozes je heeft voorgehouden of het wordt je dood. Het overtreden van de regel van heb je naaste lief als hoogste dienst aan God en geen beelden van die God maken en zo voert toch wel heel snel tot de dood.

Daarom wordt de heilige tent niet meer in het midden van het volk geplaatst maar aan de rand ervan. Daarmee wordt de tent overigens meer bijzonder want iedereen gaat kijken als Mozes er plechtig naar toe gaat. Het voert uiteindelijk wel naar het land overvloeiende van melk en honing staat er. En dat was bij minister Hogervorst toch wat moeilijker te geloven. Die marktwerking, die bewustwording van hoeveel het wel niet kost, die bezuinigingen leiden niet tot meer gezondheid maar tot meer overlast. Het resultaat is een voor velen onbetaalbare eigen bijdrage en kosten voor de gezondheidszorg die de pan uitrijzen. En de matiging van het loon, het opgeven van het vroegpensioen, de afschaffing van tal van uitkeringen, het veroordelen tot de bedelstaf van gehandicapten en chronisch zieken voerde kennelijk tot de mogelijkheid de lonen van ministers en staatssecretarissen met 30 procent te verhogen.

Bij de kloof tussen politici en volk wordt wel eens gesproken over zakkenvullers, een scheldwoord dat ten onrechte aan politici wordt meegegeven. Politici werken er hard voor, dat staat buiten kijf, maar geen wet maken tot beperking van exorbitante salarisverhogingen, een verhoging die ze zouden verbieden als die in een CAO stond, lijkt toch wel erg op exorbitante zelfverrijking. Zo’n wet staat wel erg veel af van je naaste liefhebben als je zelf als je de naasten vraagt met wat minder genoegen te nemen. Vermogens zijn nu eenmaal voor rijken en daar blijf je af. Kennelijk is het volk nog niet onhandelbaar genoeg voor deze regering. De winsten van de wapenindustrie laten stijgen op kosten van de uitkeringen van werklozen en gehandicapten is nog steeds hun uitgangspunt.

 

De HEER strafte het volk

Exodus 32:25-35

25 Mozes begreep dat het volk zich had laten gaan omdat Aäron niet ingegrepen had, en dat hun vijanden daarom de spot met hen zouden drijven. 26 Hij ging bij de ingang van het kamp staan en zei: ‘Wie voor de HEER kiest, moet hier komen.’ Alle nakomelingen van Levi voegden zich bij hem. 27 Hij zei tegen hen: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Gord je zwaard om, jullie allemaal, doorkruis het kamp in de volle lengte en breedte en dood iedereen die je tegenkomt, al is het je broer, vriend of verwant.’ 28 De Levieten deden wat Mozes hun had opgedragen, en zo kwamen er die dag ongeveer drieduizend Israëlieten om. 29 ‘Vandaag hebt u zich aan de HEER gewijd,’ zei Mozes, ‘door u zelfs tegen uw zonen en broers te keren. U hebt vandaag zijn zegen verworven.’ 30 De volgende morgen zei Mozes tegen het volk: ‘U hebt zwaar gezondigd. Toch zal ik de berg op gaan, naar de HEER; misschien kan ik verzoening bewerken voor uw zonden.’ 31 Hierop keerde hij terug naar de HEER. ‘Ach HEER,’ zei hij, ‘dit volk heeft zwaar gezondigd: ze hebben een god van goud gemaakt. 32 Schenk hun vergeving voor die zonde. Wilt U dat niet, schrap mij dan maar uit het boek dat U geschreven hebt.’ 33 De HEER antwoordde Mozes: ‘Alleen wie tegen Mij gezondigd heeft, schrap Ik uit mijn boek. 34 Leid het volk nu naar de plaats die Ik je heb genoemd; mijn engel zal voor je uit gaan. Maar op de dag van de verantwoording zal Ik hen voor hun zonde ter verantwoording roepen.’ 35 De HEER strafte het volk, omdat ze het kalf hadden gemaakt, het beeld dat Aäron gegoten had. (NBV21)

De aanslagen die we overal in de wereld tegen komen kunnen natuurlijk niet hard genoeg veroordeeld worden. Alle aanslagen op onschuldige burgers die zich niet kunnen verdedigen moeten worden veroordeeld. Zo ga je niet met medemensen om. Het stuk uit de Bijbel dat hier boven staat en dat vandaag op het dagelijks leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap staat lijkt wel een dergelijk gedrag te rechtvaardigen. Zij die het gouden kalf hadden aanbeden en de weg van de God van Israël verlaten. door niet op die God te blijven vertrouwen maar zichzelf een God te laten maken, dienen door het zwaard te worden omgebracht. Dat is de redenering ook van fundamentalistische Islamisten, hindoes, boeddhisten en soms zelfs Christenen. Als je dat denkt heb je dit stuk Bijbel toch niet goed gelezen. Degenen die het gouden kalf met geweld willen verdedigen ontmoeten het zwaard van hen die trouw zijn aan Mozes. Maar de rest wordt uit het boek van God geschrapt en het oordeel over hen komt later nog wel eens.

En dat is toch een houding die spoort met de regel van je naaste liefhebben als jezelf. Verdediging is goed, arresteren van verdachten, onderzoeken van goederen, bagage in treinen en op vliegvelden. Maar het haten van groepen mensen en hen uitsluiten hoort er absoluut niet bij, laat staan geweld gebruiken. En als je er een beetje over nadenkt dan lijkt het ook wel voor de hand te liggen. Wat er tegen te doen? Je vrienden doe je zoiets als in Parijs en Londen niet aan. Soldaten moeten in een oorlog niet de kans krijgen zich te verbroederen met de vijand. Russische troepen in Praag moesten ooit vervangen worden omdat ze te vriendschappelijk werden met de opstandige studenten. Gewone mensen kunnen dit soort aanslagen niet voorkomen, maar wel helpen een klimaat te scheppen waarin dit soort aanslagen minder waarschijnlijk worden.

Dat is elkaar verstaan en respecteren. De leiders op de G8 en de G20 kunnen de wereld en de wereldhandel wat rechtvaardiger maken. Ze kunnen helpen het conflict tussen Israël en de Palestijnen op te lossen. Wij kunnen helpen door kennis te gaan maken met de moslimgemeenschappen in de buurt. Ga vandaag maar eens op bezoek bij een moskee in de buurt. Het gejoel van een losgeslagen menigte mag best omgebogen worden in het gezoem van mensen die echt met elkaar in gesprek zijn gegaan. Aanslagen zoals op een moskee of een islamitische school zijn net als aanslagen op een synagoge of een Joodse school helemaal het verkeerde antwoord. De hulp die men elkaar daarna in sommige plaatsen heeft geboden helpt die gemeenschap verder geweld te voorkomen en dat is het goede antwoord. Dat kan iedereen en kennelijk is iedereen nodig om de wereld wat veiliger te maken.

 

Maak een god voor ons

Exodus 32:15-24

15 Mozes keerde zich om en ging de berg af. De twee platen met de verbondstekst droeg hij bij zich. Aan beide kanten waren ze beschreven, aan de voorkant en aan de achterkant. 16 De platen waren Gods eigen werk en het schrift dat erin gegrift was, was Gods eigen schrift. 17 en Jozua het geschreeuw van het volk hoorde, zei hij tegen Mozes: ‘Ik hoor strijdkreten in het kamp!’ 18 Maar Mozes zei: ‘Dat is geen gejuich na een overwinning en geen geweeklaag na een nederlaag. Luid gejoel-dát hoor ik.’ 19 Dichter bij het kamp gekomen, zag hij het stierenbeeld en het gedans. Woedend smeet hij de platen aan de voet van de berg aan stukken. 20 Hij greep het stierenbeeld, gooide het in het vuur en verpulverde het. De as strooide hij op het water, en dat liet hij de Israëlieten drinken. 21 Tegen Aäron zei hij: ‘Wat heeft dit volk je misdaan, dat je zo’n zware schuld op hen geladen hebt?’ 22 ‘Ik smeek je je woede te bedwingen,’ antwoordde Aäron. ‘Je weet dat dit volk alleen maar kwaad wil. 23 Ze zeiden tegen mij: “Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.” 24 Toen ik hun om goud vroeg, deden ze zonder aarzelen hun sieraden af en gaven ze aan mij. Ik gooide ze in het vuur en toen kwam dat kalf eruit tevoorschijn.’ (NBV21)

Hoe krijgen we vrede is de vraag die we in onze dagen vaak stellen. Mozes had God gesmeekt om vrede tegenover de genocide die God van plan was geweest. Het volk kreeg de kans om toch nog opnieuw te laten zien hoe het volgen van de richtlijnen van de God van Israël tot vrede, welzijn en welvaart voor een volk kan leiden. God zelf had de richtlijnen op stenen gegrift, onuitwisbaar waren ze zoals het volk onuitwisbaar was gebleken. Maar hoe gaan wij met die kansen om. Leren wij er van? Het volk had er niet van geleerd. Ze juichten niet voor de richtlijnen, niets en niemand hoeven wij te aanbidden, van geen macht en kracht zijn wij afhankelijk. De stenen platen vervingen elke vorm van religie. Volken hadden beelden van hun God, zo hoort het in de wereld. Jouw God vecht met andere goden en jouw god moet winnen.

Weg met dat godendom. De naam van de God van Israël komt in dit gedeelte niet voor. Alleen de algemene naam voor een God. De richtlijnen zijn goddelijk houd Mozes zijn broer Aäron voor. Die richtlijnen moet je niet aanbidden, die richtlijnen moeten je handelen bepalen. Niet doden, niet liegen, niet stelen, geen andere goden nalopen, je afkomst eren. Dat is pas Godsdienst, je naaste liefhebben als je zelf en zorgen voor de weduwe en de wees en de vreemdelingen die bij je zijn. In de vernietiging van het Gouden Kalf krijgt het anti-religieuze karakter van de godsdienst van Israël haar hoogtepunt. Al dat bidden en rond je God dansen en zingen wordt in één klap weggevaagd. Vermaal het maar, los het op in water en drink er van. Platvloerser kan het haast niet.

Maar we moeten letten op Aäron. De hoge priester. Het directe contact tussen God en het volk. Hoe te handelen? Vraag het aan Aäron en zijn zonen. Dat is het dus niet het recept. Als je Aäron iets vraagt, als je religieus iets vraagt, dan komt het antwoord er uit als een beeld dat je zelf al voor ogen stond. Uit al de rijkdom die Aäron had verzameld komt vanzelf een gouden kalf te voorschijn. En zo was het toch? In het zwakke lag de kracht van Israël. Vruchtbaarheid was wat nodig was en meer was niet nodig. Het komt er vanzelf. Wij zullen de religies van onze dagen moeten herkennen. Alles moet wijken voor de winst, de armen nog armer voor de wapenindustrie. De zieken zogenaamd genezen door de hoeveelheid geld die je aan de genezer geeft. Vrede in je Kerk als je vrouwen buiten de ambten houd. Vermaal het en laat ze het opdrinken.

 

Wees niet langer toornig

Exodus 31:18–32:14

18 Nadat de HEER dit alles op de Sinai tegen Mozes had gezegd, gaf Hij hem de twee platen van het verbond, de stenen platen, door Gods vinger beschreven. 1 Toen het volk merkte dat Mozes lang wegbleef en maar niet van de berg af kwam, verdrongen ze zich om Aäron en eisten van hem: ‘Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.’ 2 Aäron antwoordde: ‘Neem dan uw vrouwen, zonen en dochters hun gouden oorringen af en breng die bij mij.’ 3 Hierop deden alle Israëlieten zonder aarzelen hun gouden oorringen af en gaven die aan Aäron. 4 Alles wat ze hem brachten smolt hij om en hij goot er een beeld van in de vorm van een stierkalf. Het volk riep uit: ‘Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ 5 Toen Aäron zag wat er gebeurde, bouwde hij een altaar voor het beeld en kondigde hij aan dat er de volgende dag een feest voor de HEER zou zijn. 6 De volgende morgen vroeg brachten ze brandoffers en vredeoffers. Ze gingen zitten om te eten en te drinken, en stonden daarna op om uitbundig feest te vieren. 7 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ga terug naar beneden, want jouw volk, dat je uit Egypte hebt geleid, misdraagt zich. 8 Nu al zijn ze afgeweken van de weg die Ik hun gewezen heb. Ze hebben een stierenbeeld gemaakt, hebben daarvoor neergeknield, er offers aan gebracht en gezegd: “Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!”’ 9 De HEER zei verder tegen Mozes: ‘Ik weet hoe onhandelbaar dit volk is. 10 Houd Mij niet tegen: mijn brandende toorn zal hen verteren. Maar uit jou zal Ik een groot volk laten voortkomen.’ 11 Mozes probeerde de HEER, zijn God, milder te stemmen: ‘Wilt U dan uw toorn laten ontbranden tegen uw eigen volk, HEER, dat U met sterke hand en grote macht uit Egypte hebt bevrijd? 12 Wilt U dat de Egyptenaren zeggen: “Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten, om hen in het bergland te doden en van de aarde weg te vagen”? Wees niet langer toornig en zie ervan af onheil over uw volk te brengen! 13 Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie U onder ede deze belofte hebt gedaan: “Ik zal jullie zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn, en het hele gebied waarvan Ik gesproken heb zal Ik hun voor altijd in bezit geven.”’ 14 Toen zag de HEER ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee Hij gedreigd had.(NBV21)

Het is zo verleidelijk. Een beeld maken van God. Mensen hebben houvast nodig. En alleen die regel dat je je naaste liefhebt is toch een beetje vaag. Ook al worden de voornaamste regels in stenen platen gegraveerd je blijft je toch afvragen waar het vandaan komt. Hebben mensen als Mozes dat zelf verzonnen? Niemand heeft ooit die God gezien waar hij over sprak. Ja, een brandende braambos, daar had hij over verteld, maar dat was geen beeld van zijn God, alleen een belofte. En dus staat de wereld vol beelden die aanbeden worden. Midden in de woestijn maakt ook het volk van Israël zo’n beeld. Een beeld dat volgens hen past bij de God die hen uit de slavernij heeft bevrijd, een beeld ook van een God die ze nodig zullen hebben. Het wordt een kalf, onschuldig en zwak aan de ene kant, maar met een belofte vol van leven en vruchtbaarheid.

In het verhaal van Exodus staat vervolgens een dialoog van Mozes met God, een God die zich kwaad maakt en Mozes die God nog eens wijst waar het allemaal om te doen was, en God die dan berouw krijgt van de kwaadheid. Zelfs Bijbelboekenschrijvers ontkomen er niet aan in woorden een beeld van God te scheppen. Ook bij de fundamentalistische ongelovigen kom je dat tegen. Het TV programma “God bestaat niet” zat vol met beelden van God. Het was dan ook opgenomen in een Rooms Katholieke kerk, waar vanouds tegemoet wordt gekomen aan de behoefte van een beeld van God door beelden van heiligen te plaatsen, die weliswaar niet God zijn maar toch aangeroepen kunnen worden. De makers van het programma hebben wel door hun aanpak het grootste gelijk van de wereld. De God waar dat programma het over heeft, of de goden, die bestaat of bestaan inderdaad niet. Zodra je een beeld van God maakt zit je fout.

Hoe verleidelijk het ook is. Het enige houvast dat we hebben is de regel dat het om de zwakste mensen gaat. En de belofte dat de God van Israël daar te vinden is. Het is de betekenis van het lege graf waar met Pasen over wordt gesproken. De dood is overwonnen. Ook de dood van armoede, van geweld, van onderdrukking. Niet langer zijn het natuurwetten waar je niks aan kunt veranderen. Maar dat kan alleen met de wet van de rechtvaardige verdeling en voor die wet hebben we tegenwoordig parlementen nodig die we zelf kiezen. Het verhaal van het gouden kalf leert ons daarom dat als we werkelijk de armoede achter ons willen laten, tot geschiedenis willen laten worden we niet moeten blijven bij een popconcert voor een goed doel, maar actief moeten worden en mensen moeten laten stemmen voor rechtvaardig delen, het liefst in de hele wereld.

 

Met al het goede

Hebreeën 13:17-24

17 Gehoorzaam uw leiders en schik u naar hen, want zij waken over uw leven en zullen daarvan ook rekenschap moeten afleggen. Zorg ervoor dat zij hun taak met vreugde kunnen vervullen, zodat ze geen reden tot klagen hebben: dat zou u zeker niet ten goede komen. 18 Bid voor ons. We zijn ervan overtuigd dat ons geweten zuiver is, omdat we er op elk terrein naar streven het goede te doen. 19 Toch vraag ik dringender dan ooit om uw gebed, zodat ik des te eerder bij u zal worden teruggebracht. 20 Moge de God van de vrede, die onze Heer Jezus, de machtige herder van de schapen, door het bloed van het eeuwig verbond uit het dodenrijk heeft weggeleid, 21 u toerusten met al het goede, zodat u zijn wil kunt doen. Moge Hij in ons datgene tot stand brengen wat Hem welgevallig is, door Jezus Christus, aan wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid. Amen. 22 Ik vraag u dringend, broeders en zusters, ontvankelijk te zijn voor deze woorden van bemoediging, ook al heb ik u maar beknopt geschreven. 23 Wist u dat onze broeder Timoteüs is vrijgelaten? Als hij snel genoeg komt, zullen wij u samen kunnen bezoeken. 24 Groet al uw leiders en alle heiligen. De gelovigen uit Italië laten u groeten. (NBV21)

Soms lijken die teksten uit zo’n brief aan de Hebreeën nogal taai en duister. Maar dat valt bij nader lezen toch we mee. De belofte die hier boven staat geeft hoop. De nieuwe stad, de stad met alleen maar het goede, die komt. We hoeven niet te blijven zitten met een samenleving waar de wet van rechtvaardigheid, liefde en vrede niet geldt. Voor de komst van die stad zijn niet allerlei rare rituelen nodig. Klankschalen, ingewikkelde lichaamsoefeningen, gekleurde stenen, wierook en andere geuren, latijnse formules, ze brengen de nieuwe stad geen milimeter of minuut dichterbij. De offers die in de heilige tent in de woestijn werden gebracht waren voor de priesters. Wat er over bleef werd buiten de stad verbrand. De kruisiging van Jezus lijkt daarmee op een offer. Eindelijk is iemand door de dood heengegaan en trouw gebleven aan het volgen van de richtlijnen uit de leer van Mozes. Het kan, het gebeurt en Jezus is nog steeds dezelfde, hij leeft.

Ook voor ons geeft dat hoop, ook in onze samenleving is eerlijk delen een reeële mogelijkheid. We hoeven het niet te pikken dat de rijken rijker en de armen armer worden. De brief aan de Hebreeën beveelt ons aan te blijven luisteren naar wat er in de Bijbel wordt verteld. Dag in dag uit hebben we dat nodig. Deel het met anderen, vertel het door, en vooral: ga er naar leven. Dat dag in dag uit vertellen gebeurt natuurlijk ook door voorgangers van gemeenten. Veel mensen denken dat die alleen op Zondag vertellen over wat ze in de Bijbel lezen maar de kerkdienst is maar een deel van hun werk. De brief aan de Hebreeën vraagt aan de lezers om er voor te zorgen dat die voorgangers hun werk met vreugde kunnen vervullen. Dat kan natuurlijk door een oude wijsheid van de markt te volgen, hebt U kritiek zeg het ons, vindt U het goede zeg het anderen. Bij voorgangers gebeurt het nog al te vaak dat de kritiek luidkeels in de gemeente wordt besproken terwijl datgene wat goed is verzwegen lijkt te worden. Maar voorgangers doen dus meer dan alleen optreden in kerkdiensten.

Door de week bezoeken ze gemeenteleden die bezoek nodig hebben. Ze leiden huwelijksdiensten, ze leiden begrafenisdiensten. Ze leven mee met mensen in nood. Ze vertellen jongeren over de kerk waar die jongeren groot in worden in de hoop dat die jongeren mee verantwoordelijkheid gaan dragen als ze volwassen worden. En voorgangers worden blij als ze om zich heen een actieve gemeente hebben die bereid zijn ouderen te bezoeken, zieken te troosten, bedroefden op te vangen, hongerenden te voeden, gevangenen te bezoeken en noem maar op. Je hoeft als gelovige het werk voor de naaste niet alleen te doen, je doet het altijd als deel van een gemeenschap. Daar wilde de schrijver van deze brief niet voor niets weer heen. Zorg dus ook vandaag voor een gemeenschap waar een schrijver als die van de brief aan de Hebreeën graag weer naar terug zou willen.

 

Nooit zal Ik u verlaten

Hebreeën 13:1-16

1 Houd de onderlinge liefde in stand 2 en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen. 3 Bekommer u om de gevangenen alsof u samen met hen gevangenzat, en om de mishandelden alsof u zelf mishandeld werd. 4 Houd het huwelijk in ere, in alle omstandigheden, en houd het echtelijk bed zuiver, want ontuchtplegers en echtbrekers zal God veroordelen. 5 Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: ‘Nooit zal Ik u afvallen, nooit zal Ik u verlaten,’ 6 zodat we vol vertrouwen kunnen zeggen: ‘De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat zouden mensen mij kunnen doen?’ 7 Denk aan uw leiders, die het woord van God aan u hebben verkondigd, neem een voorbeeld aan hun geloof en kijk vooral goed hoe hun levenswandel eindigt. 8 Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid! 9 Laat u niet misleiden door allerlei vreemdsoortige leerstellingen; we doen er goed aan ons te laten sterken door genade, niet door spijzen waar de aanhangers van die stellingen in het geheel geen baat bij hadden. 10 Wij hebben een altaar waarvan zij die in de tent dienstdoen niet mogen eten. 11 De offerdieren, waarvan het bloed door de hogepriester het heiligdom wordt binnengedragen voor het reinigingsoffer, worden buiten het kamp verbrand. 12 Daarom heeft ook Jezus, om met zijn eigen bloed het volk te heiligen, buiten de stadspoort geleden. 13 Laten we dus het kamp verlaten, ons bij Hem voegen en delen in zijn vernedering. 14 We hebben hier immers geen blijvende stad, wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt. 15 Laten we met Jezus’ tussenkomst voortdurend aan God een dankoffer brengen: het huldebetoon van lippen die zijn naam belijden. 16 En houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept. (NBV21)

Vandaag een gedeelte uit de Bijbel dat een rare beroemdheid heefdt. Vers 8, over heden en gisteren dezelfde, hangt bij aartsconservatieven in grote letters geschilderd aan de muur. Aangezien Jezus van Nazareth hun alles is staat er volgens hen dus in de Bijbel dat alles altijd hetzelfde moet blijven en dat het geijver voor een andere, een betere wereld afbreuk doet aan het Christendom. Ze zouden beter de eerste zeven verzen van dit laatste hoofdstuk van de Hebreeënbrief in grote letters aan de muur hangen. Voor elke dag een vers. Dan zouden ze begrijpen dat onder alle veranderde omstandigheden de liefde van Christus ons nog steeds uitdaagt om aan het werk te gaan. Die uitdaging tot een leven van liefde verandert niet. De problemen van onderlinge liefde veranderen. Hoe organiseer je nu in een wereld van individuen datop tijd opgemerkt wordt dat er iemand aan het afhaken is, iemand aan het ziek worden is? Binnen de arbeidsmarkt met thuiswerken en electronische contacten is dat toch een probleem geworden.

Hetzelfde geldt voor de gastvrijheid. We kennen natuurlijk het verhaal van Abraham die een aantal vreemdelingen die uit de woestijn op kwamen dagen te eten en te drinken gaf. Dat bleken niet alleen engelen te zijn, boodschappers van God die kwamen vertellen dat Sara zwanger zou worden, maar daar bleek de Heer zelf bij te zijn die beloofde Sodom niet te vernietigen als er nog vijf rechtvaardigen gevonden zouden worden. Maar als er bij ons vreemdelingen komen opdagen dan nemen we ze zeker niet op als boodschappers van onmenselijke situaties waarvoor iedereen op de vlucht zou slaan. De schrijnende armoede waaronder miljoenen op aarde moeten leven weten wij aardig buiten de deur te houden onder het motto dat zij die de schrijnende armoede weten te ontvluchten bij ons komen profiteren van onze welvaart. Het gemeste lam wordt bij ons niet geslacht voor vreemdelingen uit de woestijn, zelfs kinderen die hier al jaren wachten op onze gastvrijheid mogen hier niet blijven.

Ook het huwelijk is bij ons niet heilig. We sluiten huwelijken die bestemd zijn voor wederzijdse lustbevrediging en als de lust bevredigd is weer net zo snel uit elkaar vallen als ze gesloten werden. We hebben daar zelfs speciale spoedprocedures voor. Lust en welvaart drijven ons handelen in dit leven. Geld is het allerbelangrijkste. Een dag in de week waarop we samen vrij zijn van de slavernij van produceren en consumeren is tot een vloek geworden. Zeven dagen per week zult ge vierentwintig uur per dag consumeren en produceren lijkt het eerste gebod te zijn geworden. Vertrouwen op een God die we niet zien maar toch voor ons zorgt is een geestelijke stoornis lijkt het wel. En soms veranderd een huwelijk in een gevangenis. De sterkste heeft het voor het zeggen, tegenspraak wordt beantwoord met geweld. Niemand let er op. We bemoeien ons niet met elkaar. Het gebeurt achter dichte muren, als buiten de stad. Dat samen leven ook samen voor elkaar zorgen betekent is verdwenen. Alleen een handjevol gelovigen die het verhaal horen en hebben geloofd blijft aan die droom vasthouden. Elke dag mag dat weer opnieuw. Ook vandaag nog.

 

Een verterend vuur!

Hebreeën 12:14-29

14 Streef ernaar in vrede te leven met allen en leid een heilig leven; wie dat niet doet zal de Heer niet zien. 15 Zorg ervoor dat niemand zich de genade van God laat ontgaan, dat er geen giftige kiem opschiet die onrust veroorzaakt en met zijn bitterheid velen besmet, 16 en dat niemand ontucht pleegt of het heilige zozeer minacht als Esau, die voor één enkel bord eten zijn eerstgeboorterecht verkocht. 17 U weet immers dat hij daarna, toen hij alsnog de zegen wilde verkrijgen, afgewezen werd; hij kon het niet meer ongedaan maken, ook al smeekte hij er in tranen om. 18 U bent niet, zoals het volk destijds, iets tastbaars genaderd, geen allesverzengend vuur, dreigende duisternis en woeste wind, 19 geen bazuingeschal en stemgedonder. Toen het volk die stem hoorde, smeekte het dat er geen woord meer tot hen zou worden gesproken, 20 omdat wat hun werd opgelegd ondraaglijk was: ‘Zelfs een dier dat de berg aanraakt, moet gestenigd worden!’ 21 Zo schrikbarend was de verschijning dat Mozes uitriep: ‘Ik sidder van angst!’ 22 Nee, u bent de Sionsberg genaderd, de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en duizenden engelen die in vreugde bijeen zijn, 23 de gemeenschap van eerstgeborenen, die in de hemel ingeschreven zijn; u bent God genaderd, de rechter van allen, en de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid gekomen zijn, 24 de bemiddelaar van een nieuw verbond, Jezus, en het gesprenkelde bloed dat krachtiger spreekt dan dat van Abel. 25 Let op dat u Hem die spreekt niet afwijst. Want als zij al niet ontkomen zijn toen ze degene afwezen die hen op aarde onderrichtte, dan kunnen wij, wanneer we ons afkeren van degene die dat vanuit de hemel doet, helemaal niet ontkomen. 26 Destijds deed zijn stem de aarde beven, nu heeft Hij deze belofte gedaan: ‘Nog eenmaal zal Ik de aarde doen beven, en niet alleen de aarde maar ook de hemel.’ 27 Met dat ‘nog eenmaal’ wordt bedoeld dat wat geschapen is, wankelt en verdwijnt, zodat alleen blijft wat onwankelbaar is. 28 Laten we dankbaar zijn omdat we een onwankelbaar koninkrijk ontvangen; zo kunnen we God dienen zoals het Hem behaagt, met eerbied en ontzag. 29 Onze God is een verterend vuur! (NBV21)

In 2004 verscheen de Nieuwe Bijbelvertaling, in 2021 verscheen een verbetering en die vertaling is het die wij hier in onze dagelijkse column volgen. Die Nieuwe Bijbelvertaling heeft in 2005 de publieksprijs van het CPNB gewonnen. Elk jaar kiest een jury van boekverkopers een vijftal boeken en iedereen mag op het internet stemmen op een boek. Dat hoeft dan niet een door de jury gekozen boek te zijn. De NS sponsert de verkiezing en in de trein wordt er reclame voor gemaakt. In 2005 was het aantal stemmers meer dan twee maal zo groot dan in 2004. Dat was niet zo vreemd want op het internet was hard campagne gevoerd voor het stemmen op de Nieuwe Bijbelvertaling. De uitgave was een succes. Heel veel mensen hebben een exemplaar aangeschaft. De Bijbel blijft per slot van rekening een boeiend boek.

Maar de vraag is natuurlijk ook of veel mensen het verbond aan willen gaan waar het bovenstaande hoofdstuk uit de brief aan de Hebreeën over spreekt. Het aangaan van dat verbond gaat niet zomaar. Dat is een uiterst belangrijke gebeurtenis en het vraagt nogal wat. Centraal in dat verbond staan nog steeds die richtlijnen uit de woestijn. Heb je naaste lief als jezelf, de wet van eerlijk delen en rechtvaardigheid. Een richtlijn die vrede brengt. Een richtlijn ook die je niet even een beetje kunt nakomen maar die je moet volgen met heel je hart en heel je verstand. Voortdurend bij alles wat je doet moet je je bewust zijn die richtlijn te volgen. Dat lukt bijna niemand, dat lukt eigenlijk nooit iemand helemaal. Gelukkig niet anders zou het een verdrietige zaak worden. Stel immers dat het iemand lukt en jou niet, ga je mooi af, Nee omdat het niemand lukt mag je er elke dag, ja elk moment opnieuw mee beginnen. Als je dan echt die richtlijn wil volgen, je aan het verbond wilt houden, zul je merken dat het je niet onverschillig kan laten.

“Het komt nu even niet uit” is nooit een geldig excuus. Bezuinigen op de zorg voor armen, zieken, en gevangenen is voor een overheid dan ook een doodzonde. In de Nieuwe Bijbelvertaling hebben we de richtlijnen voor de menselijke samenleving weer in onze eigen taal, de taal van alledag. De schrijver van de Hebreeën brief wijst op de profeten die in het verleden zijn geweest en die de mensen in de actuele politieke situatie konden wijzen op wat God met de wereld wil. Zij werden vaak afgewezen, maar als de mensen die hen afwezen daarvan berouw kregen dan konden die mensen toch weer de Weg van de God van Israël gaan. Wij hebben die richtlijnen op schrift. Naast de vertaling zelf is er het dagelijks leesrooster dat we hier ook volgen. Elke dag een klein stukje lezen en er over nadenken maakt dat je op die Weg kan blijven, dat is nodig ook want afwijken van die weg betekent dat het zeer slecht zal gaan met het land. We zien dat om ons heen aan voedselbanken die nodige zijn geworden, aan vluchtkerken die nodig zijn geworden, aan mantelzorg dat nodig is geworden. Het bewegen van de rijken tot het gaan van de Weg van de God van Israël is telkens weer een bijna onmenselijke taak. Daar mogen we dus elke dag opnieuw aan beginnen, ook vandaag weer.