Geen sandalen

Lucas 10:1-16

1 Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan. 2 Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders; vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen. 3 Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven. 4 Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand. 5 Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!” 6 Als er iemand woont die de vrede liefheeft, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren. 7 Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard. Ga niet van het ene huis naar het andere. 8 En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet, 9 genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.” 10 Maar als jullie een stad binnengaan waar je niet welkom bent, trek dan door de straten en zeg: 11 “Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, schudden we van ons af en laten we bij u; maar bedenk wel: het koninkrijk van God is nabij!” 12 Ik zeg jullie: het lot van Sodom zal op die dag draaglijker zijn dan het lot van die stad. 13 Wee Chorazin, wee Betsaïda, want als in Tyrus en Sidon de wonderen waren gebeurd die bij jullie gebeurd zijn, dan waren de inwoners van die steden allang, gehuld in een boetekleed, in het stof gaan zitten en waren ze tot inkeer gekomen. 14 Wanneer het oordeel komt, zal het lot van Tyrus en Sidon draaglijker zijn dan dat van jullie. 15 En jij, Kafarnaüm, dacht jij tot in de hemel verheven te worden? In het dodenrijk zul je afdalen! 16 Wie naar jullie luistert, luistert naar Mij, en wie jullie afwijst, wijst Mij af. En wie Mij afwijst, wijst Hem af die Mij gezonden heeft.’ (NBV21)

In het Evangelie van Lucas wordt herhaaldelijk geciteerd uit de Hebreeuwse Bijbel, in de Christenheid bekend als het Oude Testament. Nu kent ook de schrijver van dit Evangelie kennelijk niet de oorspronkelijk tekst, of hij maakt het de lezers gemakkelijk om zijn bedoeling te herkennen, want hij citeert voortdurend uit een Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel, de zogenaamde Septuagint. Volgens de overlevering was deze vertaling gemaakt door 72 geleerden in 72 dagen. Dat getal vinden we in dit verhaal terug. De 72 volgelingen van Jezus van Nazareth gingen er niet met het Nieuwe Testament op uit. Dat moest nog geschreven worden en het eind van de vier Evangeliën, de opstanding van Jezus uit de doden, had nog niet plaats gevonden. Voor Jezus van Nazareth zelf ging zijn Evangelie over de bevrijding van de armen, de genezing van de zieken, het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten en het bevrijden van gevangenen.

Met die boodschap, die je op bijna elke bladzijde van dat Oude Testament tegen kunt komen, gingen de 72 de wereld in. En niet met een waarschuwing voor individuele mensen die zich zouden moeten bekeren, maar voor steden en dorpen. Kennelijk moesten hele samenlevingen ingericht worden volgens het Evangelie van Jezus van Nazareth. Nu sluit het getal dat in dit verhaal wordt genoemd nog bij een ander verhaal uit het Oude Testament aan. In het verhaal over de uittocht uit Egypte, in het elfde hoofdstuk van het boek Numeri, wordt ook gesproken over 70 oudsten. Mozes besluit om zijn leiderschap gedeeltelijk te delen met deze oudsten. Het klagende volk, met onverzadigbare vreemdelingen bovendien, zou op die manier beter in de hand te houden zijn. Jezus van Nazareth deelt op bijna dezelfde manier zijn gezag met de volgelingen die hij er op uitstuurt.

Ze krijgen dan ook de verzekering dat ze net zo mogen optreden als hij, en dat wie naar hen luistert eigenlijk naar hem luistert. Daarmee is ook onze opdracht om te verkondigen bepaald. Het gaat niet om hogere tovenarij maar om bevrijding van de armen. De boodschap is niet dat je op de knieën moet om Jezus binnen te laten, maar dat je de handen uit de mouwen moet steken om de armen te bevrijden. En wie het niet wil horen die moet het zelf maar uitzoeken, daar schudden we de stof van onze voeten, we oordelen er niet over, we worden niet boos, wellicht is er een ander op een andere tijd die ze wel binnen laten maar we laten ons leiden door hen die ons willen horen. Want ook onze samenleving zal ingericht moeten worden op bescherming van de armsten in de wereld. Laten we daarom de onrechtvaardige tolmuren afbreken en het Koninkrijk binnen laten. Elke dag kunnen we er mee op pad, ook vandaag weer.

De hand aan de ploeg

Lucas 9:51-62

51 Toen de tijd naderde dat Jezus in de hemel zou worden opgenomen, ging Hij vastberaden op weg naar Jeruzalem. 52 Hij stuurde boden voor zich uit. In een Samaritaans dorp, waar ze kwamen om zijn komst voor te bereiden, 53 wilden de dorpelingen Hem niet ontvangen, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was. 54 Toen de leerlingen Jakobus en Johannes merkten dat Jezus niet welkom was, vroegen ze: ‘Heer, wilt U dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?’ 55 Maar Hij draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht. 56 Ze gingen verder naar een ander dorp. 57 Terwijl ze hun weg vervolgden, zei iemand tegen Hem: ‘Ik zal U volgen waarheen U ook gaat.’ 58 Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon heeft geen plaats waar Hij zijn hoofd te ruste kan leggen.’ 59 Tegen een ander zei Hij: ‘Volg Mij!’ Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ 60 Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.’ 61 Weer een ander zei: ‘Ik zal U volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’ 62 Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’ (NBV21)

Jezus van Nazareth gaat zijn weg naar het einde en het Evangelie van Lucas vertelt ons dat dat einde ligt in Jeruzalem. Daar was het verhaal ook begonnen. Aan het begin van het Evangelie van Lucas staat Zacharias, de priester zonder hoop en verwachting die met stomheid geslagen wordt als hij ontdekt dat de verwachting die hij en zijn vrouw altijd gehad hadden toch nog uit zal komen. Maar ook het einde van het verhaal ligt in Jeruzalem. In Jeruzalem immers is de Tempel waar de leer van Mozes wordt bewaard. De leer van heb je naaste lief als jezelf. Daarom wijst Jezus zijn volgelingen streng terecht als zij vuur willen laten neerdalen op een dorp dat hen niet wil ontvangen. Samaria had ooit een eigen tempel voor de God van Israël en de wrijving daarover was altijd gebleven. De Samaritanen hadden hun eigen heiligdom op de berg Gerizim. En Lucas merkt eigenlijk ook op dat al dat lijden, sterven en opstaan zich niet kunnen meten met het opnemen in de hemel,

Denk ook niet dat het om een handjevol rondtrekkende mannen gaat, het is een hele menigte die Jezus volgt op zijn weg. Maar Jezus van Nazareth waarschuwt de volgelingen, geen hol, geen nest, geen huis of plaats om te rusten heeft hij, ze moeten maar afwachten of er iemand is die ze een plaats in de samenleving gunt. Daarmee gaat hij de weg van de lijdenden waarover vertelt wordt. De weg van de zieken, de weduwen, de armen, de vluchtelingen, de tollenaars en de hoeren. Juist de mens die anderen een plek in de samenleving geeft heeft die plek zelf niet. Zonder omkijken gaat het op die weg voort. De doden kunnen hun doden begraven, afscheid nemen van huisgenoten is er niet bij, wie geen huis heeft kent ook geen huisgenoten. Op de weg van Jezus van Nazareth wordt de armen het aangename jaar van God verkondigd, krijgen de hongerigen eten, worden naakten gekleed, gevangenen bevrijd. Dat is het programma van het Koninkrijk van God.

Wie tot dat Koninkrijk wil behoren moet de weg gaan van de lijdenden, moet met andere woorden het kruis achter Jezus aan opnemen. Wie bij dat Koninkrijk wil horen keert zich af van de wereld waar het gaat om winst en profijt, om aanzien en pracht en praal. Dat Koninkrijk is voor de levenden, voor echte mensen zou Paulus later schrijven. De onechtheid, het klatergoud, de schijnvroomheid, verdwijnen in het licht van dat Koninkrijk. Evangelie betekent blijde boodschap en voor armen die worden bevrijdt van de armoede is het natuurlijk een blijde boodschap, maar ook voor al die mensen die de schijn moeten ophouden dat streven naar geluk ook streven naar materiële welvaart is. Streven naar geluk in het Koninkrijk van Jezus van Nazareth is het geluk in de ogen van de naaste die weer op weg geholpen is, die weer mee mag doen. Kijk vandaag maar eens goed in de ogen van je naaste.

Op de proef

2 Korintiërs 13:1-13

1 Ik kom nu voor de derde keer naar u toe. U weet: iedere zaak kan met een verklaring van twee of drie getuigen worden beslecht. 2 Welnu, ik heb het tegen degenen die maar bleven zondigen en ook tegen alle anderen al gezegd toen ik de tweede keer bij u was, en ik zeg het u op dit moment, nu ik nog niet bij u ben, opnieuw: wanneer ik weer kom zal ik u niet sparen. 3 Dan krijgt u het bewijs waar u om vraagt: dat mijn woorden die van Christus zijn – Christus, die tegenover u niet zwak is maar u juist zijn kracht toont. 4 Ook al werd Hij gekruisigd omdat Hij, als mens, zwak was, nu leeft Hij door Gods kracht; en ook al zijn wij zwak in eenheid met Hem, u zult merken dat wij net als Hij leven door Gods kracht. 5 Onderzoek bij uzélf of het geloof uw leven bepaalt, stel uzelf op de proef. U weet toch van uzelf dat Jezus Christus in u is? Als dat niet zo is, dan hebt u de proef niet doorstaan. 6 Ik hoop dat u zult inzien dat dit wel voor ons geldt. 7 Wij bidden God dat u het kwade nalaat, niet om te bewijzen dat wij geslaagd zijn, maar omdat u het goede moet doen, ook al zou het lijken alsof wij gefaald hebben. 8 Wij kunnen ons immers niet tegen de waarheid verzetten, we kunnen ons er slechts voor inzetten. 9 Het zou ons werkelijk verheugen wanneer wij zwak kunnen zijn omdat u sterk bent; we bidden ervoor dat u zich zult beteren. 10 Ik ben nu niet bij u, maar schrijf u dit alles om bij mijn bezoek niet streng te hoeven optreden, want het gezag dat de Heer mij heeft gegeven is bedoeld om op te bouwen, niet om af te breken. 11 Tot slot, broeders en zusters, wees verheugd. Beter uw leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in vrede met elkaar – dan zal de God van de liefde en de vrede met u zijn. 12 Groet elkaar met een heilige kus. Alle heiligen die hier zijn laten u groeten. 13 De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de eenheid met de heilige Geest zij met u allen. (NBV21)

Soms zijn het van die kleine zinnetjes die ons duidelijk maken wat er eigenlijk bedoeld wordt. In de Griekse denkwereld waar de gemeente van Korinthe middenin leefde was een van de belangrijkste spreuken het “Ken Uzelf”. Dat stond op de Tempel van het Orakel van Delphi. Als je jezelf goed kende dan kon je de juiste vragen stellen aan het Orakel en de orakelspreuken ook juist uitleggen. Volgens Paulus heb je dus helemaal zo’n orakel helemaal niet nodig. Je kunt bij jezelf nagaan of je leeft uit Jezus van Nazareth, de bevrijder, de Christus. Bij jezelf kun je nagaan of je voortdurend oog heb voor de minsten, de zwaksten in de wereld. Of je je naaste lief hebt als jezelf, of je een ander niet gebruikt als object om je eigen lusten te bevredigen. Als we dat doen gaat de wereld veranderen. Dat is de boodschap die Paulus kwam brengen.

Maar is die boodschap waar? Wie is die Paulus dan? Dat waren de twijfels die bij de gemeente in Korinthe gezaaid waren. Paulus grijpt terug op het Joodse recht. Als er twee getuigen hetzelfde zeggen moet je aannemen dat het waar is. Nu Paulus heeft er straks als hij opnieuw komt al drie keer van getuigd. En hij niet alleen want ook zijn medewerkers konden er van getuigen. Zoals hij het zegt is het dus waar, daar gaat de gemeente van Christus over. Nu zegt hij het niet voor zichzelf, zo vervolgt hij. Het goede doen, ja het kwade bestrijden door het goede te doen, dat propageer je om het kwade te bestrijden, daar wordt je zelf niet meer beter van dan dat je merkt dat er minder kwaad in de wereld is. Je wordt er niet rijker van, niet machtiger, niet gezonder, niet fitter, niet mooier.

Ook in onze dagen merken we voortdurend dat we samen toch te weinig oog hebben voor mensen die vereenzamen, die zich terugtrekken in zichzelf, die onvoldoende mogelijkheden hebben om echt contact te maken met anderen. Een vrolijk goede morgen en goede avond is het meeste dat ze kunnen opbrengen. Maar op het werk is er geen belangstelling voor hun passies, hun angsten, hun vreugde en hun verdriet. En dat gebrek aan belangstelling kan op allerlei manieren tot ellende lijden, voor henzelf, maar ook voor anderen. Pas als er mensen zijn die geen genoegen nemen met nietszeggende antwoorden kan de eenzaamheid en de contactarmoede worden doorbroken. Dan wordt het oppervlakkig goede avond tot de wens zoals Paulus die hier formuleert dat alles wat fout is gegaan vergeven mag worden door de genade die de liefde van Christus met zich draagt, dat die liefde van God je ook mag vergezellen dat de ander ook zelf de mensen om zich heen mag bezien in de geest van de God van Israël. Zo mogen ook wij elke dag weer leven en werken, ook vandaag weer.

U had me moeten aanbevelen.

2 Korintiërs 12:11-21

11 Ik heb me aangesteld als een dwaas, maar u hebt me ertoe gedwongen. U had me moeten aanbevelen. Want ik mag dan onbeduidend zijn, ik doe toch echt niet onder voor die geweldige apostelen van u. 12 Alles wat een apostel tot apostel maakt, heb ik u laten zien: volharding in alles, tekenen, wonderen en grote daden. 13 Bent u in vergelijking met de andere gemeenten ook maar iets tekortgekomen? Ja, dit: ik heb u niets gekost. Vergeef me deze onrechtvaardigheid. 14 Ik sta klaar om u nu voor de derde keer te bezoeken, en ik zal u niets kosten. Het gaat mij niet om uw geld, maar om u. Niet de kinderen moeten voor de ouders sparen, maar de ouders voor de kinderen. 15 Ik wil graag alles wat ik bezit aan u geven, tot mezelf toe. Maar neemt uw liefde voor mij soms af naarmate mijn liefde voor u toeneemt? 16 U geeft toe dat ik geen beroep op u heb gedaan, maar ik zou volgens u wel zo geslepen zijn geweest dat ik u bedrogen heb. 17 Is er ook maar iemand die ik naar u toe gestuurd heb om u uit te buiten? 18 Ik heb Titus aangespoord opnieuw naar u toe te gaan en heb een broeder met hem meegestuurd. Heeft Titus u uitgebuit? Hebben hij en ik niet in dezelfde geest gehandeld? Hebben wij niet hetzelfde spoor gevolgd? 19 U denkt natuurlijk al de hele tijd dat we ons tegenover u aan het verdedigen zijn. Maar wij spreken ten overstaan van God en in eenheid met Christus, en alles wat we tegen u zeggen, geliefde broeders en zusters, is juist opbouwend. 20 Ik ben namelijk bang dat ik u bij mijn komst anders zal aantreffen dan ik zou wensen, en dat onze ontmoeting dus anders zal uitpakken dan u wilt. Ik ben bang voor tweespalt, jaloezie, woede, gekonkel, kwaadsprekerij, geroddel, arrogantie en wanorde. 21 Ik ben bang dat mijn God mij bij mijn bezoek opnieuw zal vernederen en ik opnieuw verdriet zal hebben om al die broeders en zusters die zijn blijven zondigen en zich niet hebben afgekeerd van hun zedeloosheid, ontucht en losbandigheid. (NBV21)

Het is nogal wat wat er in de gemeente van Korinthe is gebeurd sinds Paulus is vertrokken. Paulus heeft anderhalf jaar in Korinthe gewerkt en met succes. Er was een bloeiende gemeente achtergelaten. Maar schijnapostelen hebben de macht gegrepen en Paulus zwak gemaakt. Paulus komt weer terug naar Korinthe, voor de derde keer zal hij daar zijn, maar hij staat doodsangsten uit. Laat je een bloeiende gemeente achter kom je straks terug in een gemeente vol tweespalt, jaloezie, woede, gekonkel, kwaadsprekerij, geroddel, arrogantie en wanorde. In een samenleving waar men volstrekt vreemd aankijkt tegen die nieuwe christelijke levensovertuiging en waarin alle doelen van die gemeenschap worden tegengesproken kan zo’n jonge gemeente gemakkelijk bezwijken aan hetgeen Paulus hier aanduidt als om bang voor te zijn.

De samenleving waarin de gemeente van Korinthe verkeert wijst de gelijkstelling van slaven en vrijen af, wijst de gelijkstelling van mannen en vrouwen af. Die samenleving staat raar te kijken als de rijken ineens gaan zorgen voor de armen zonder wat terug te vragen. Die samenleving wordt zeer huiverig voor het idee dat mensen alles met elkaar zullen delen. Dat is wat Paulus de nieuwe gemeente had voorgehouden. Daar waren die mensen op af gekomen. Het bleek immers mogelijk de liefde voor de mensen zelfs door de dood heen vol te houden. Daarvoor was Jezus van Nazareth aan het kruis gehangen, maar had hij zich ook overgegeven terwijl hij het zwaard tot zijn verdediging had afgewezen. En aan het kruis had Jezus van Nazareth vergeving gevraagd voor hen die hem vervolgden, had hij zorg gehad voor zijn moeder en zelfs voor de misdadigers die met hem waren gekruisigd. Als dat kan, dan kun je armen helpen, dan kun je samen met slaven een gemeenschap vormen, dan vervallen onderscheiden als tussen Joden en Grieken, dan kun je met vreemdelingen maaltijd houden.

Maar kennelijk waren er schijnapostelen gekomen die de kruisdood van Jezus van Nazareth hadden gebagatelliseerd. Sommigen al in de dagen van Paulus zeiden van Jezus van Nazareth dat hij niet echt mens was maar alleen een god in de gedaante van een mens. Al die zaken die Jezus van Nazareth had gevraagd, neem je kruis op achter mij, dat kon je niet van mensen vragen en hoefde je dus niet te vragen. Anderen zeiden dat Jezus van Nazareth een mens was geweest en dat je alleen de geboden van Mozes moest volgen en wel naar de letter niet met het oog op andere mensen maar alleen met het oog op jezelf. Paulus bleef wijzen op de belofte dat wij allen in de geest van God, de geest van Jezus van Nazareth hem kunnen navolgen in de liefde voor minsten en de zwaksten. Paulus wees er op dat je de Wet die Mozes had overgeleverd ook in je hart kon bewaren en van daaruit houden. Dat kon gevraagd worden van de gemeente in Korinthe en dat kan van ons gevraagd worden, elke dag ook vandaag weer.

Mijn zwakheid.

2 Korintiërs 11:30-12:10

30 Als ik me dan toch op iets moet laten voorstaan, dan laat ik mij voorstaan op mijn zwakheid. 31 De God en Vader van de Heer Jezus, de God die moet worden geprezen tot in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. 32 Toen ik in Damascus was, liet de etnarch van koning Aretas de stad afsluiten om mij gevangen te nemen; 33 ik kon alleen aan hem ontkomen doordat ik in een mand door een venster in de muur werd neergelaten. 1 Ik word er wel toe gedwongen hoog van mezelf op te geven. Daarom zal ik, hoewel het geen enkel doel dient, het hebben over visioenen en openbaringen die de Heer schenkt. 2 Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. 3 Maar ik weet dat deze man – in zijn lichaam of zonder zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen – 4 werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die geen mens kan en mag uitspreken. 5 Van zo iemand wil ik hoog opgeven. Wat mijzelf betreft zal ik me slechts laten voorstaan op mijn zwakheden. 6 En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie ervan af, want ik wil worden beoordeeld op grond van wat men van mij hoort en ziet, 7 niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen. Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. 8 Ik heb de Heer driemaal gesmeekt ervoor te zorgen dat hij bij me wegging. 9 Zijn antwoord was: ‘Je hebt genoeg aan mijn genade, want mijn kracht openbaart zich juist ten volle wanneer iemand zwak is.’ Dus laat ik me veel liever voorstaan op mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij komt wonen. 10 Daarom schep ik vreugde in mijn zwakheden, in beledigingen, nood, vervolging en ellende die ik onderga omwille van Christus. In mijn zwakheid ben ik sterk. (NBV21)

Er zijn geleerden die Paulus een zeker cynisme toeschrijven. Hij spot een beetje met de indruk die de schijnapostelen gemaakt hebben op de gemeente in Korinthe. Die schijnapostelen hadden kennelijk geweldige visioenen gekregen, liepen de hemel in en uit en hadden een directe lijn met de Heer. Je komt dat soort voorgangers ook tegenwoordig nog wel tegen. Het lijkt wel of ze door je heen weten te kijken en zien alles wat je op je hart hebt al voor je het hebt kunnen zeggen. Volgens Paulus moet een echte apostel van de Heer het dus anders doen. Die heeft geen geheimzinnige krachten nodig, integendeel, Paulus roemt in zijn zwakheid. Hij is niet wonderbaarlijk genezen, hij heeft een doorn in zijn vlees, daar heeft hij last van, dat is ook te zien, maar daarvan geneest hij dus niet. En toen hij vervolgd werd moest hij in een mand die neergelaten werd over de stadsmuur ontsnappen.

Paulus is ook niet gevrijwaard van tegenslag, het geloof in Jezus van Nazareth als de bevrijder van de dood heeft Paulus niet direct een plezierig leven bezorgd. Hij werd beledigd, in de gevangenis gezet, gegeseld, geslagen, vervolgd, verjaagd en hij leed ook nog een paar keer schipbreuk. Dat je door het geloof in de Christus ineens een succesvolle ondernemer wordt, bevrijdt wordt van verslavingen, verdriet omzet in voordeel, zijn eigenlijk schijnargumenten. Het wordt er door het geloof in Christus over het algemeen niet gemakkelijker op. Maar door te delen wordt je rijker, door te zorgen voor mensen die het moeilijker hebben dan jij is jouw last lichter geworden, door te beseffen dat je een kind van God bent wordt het gemakkelijker te geloven dat er mensen zijn die je willen helpen

En altijd is het ook nog waar dat gedeelde smart soms halve smart is en met een christelijke gemeente is smart te delen. Niet voor niets worden na dramatische gebeurtenissen de deuren van de dichtst bijzijnde kerk open gezet. Als we ons dan bedenken dat een apostel als Paulus, die tientallen gemeenten heeft gesticht, zijn boodschap niet bracht op grond van uitzonderlijke openbaringen dan wordt het voor ons misschien ook wel een beetje gemakkelijker om over ons eigen geloof te spreken. Over ons geloof dat de mensen in de goot daaruit geholpen kunnen worden, dat de armsten weer met ons mee zouden kunnen doen, dat mensen aan de kant weer ingeschakeld kunnen worden, dat er met vreemdelingen maaltijd gehouden kan worden. Elke dag kunnen ook wij, net als Paulus, bezig zijn gemeenschappen te vormen die werken aan die nieuwe samenleving waarvoor Paulus al de kiem legde. Dat kunnen we ook vandaag weer

Dat ben ik ook.

2 Korintiërs 11:16-29

16 Nogmaals, laat niemand denken dat ik een dwaas ben. Maar mocht u dat toch denken, accepteer me dan ook als een dwaas en sta me toe dat ook ik eens opschep over mezelf. 17 Wat ik nu ga zeggen komt niet van de Heer, het is de grootspraak van een dwaas. 18 Wanneer er zovelen zijn die zich laten voorstaan op hun afkomst en prestaties, zal ik dat ook maar doen. 19 U, die zo verstandig bent, verdraagt dwazen toch met het grootste gemak. 20 Tenslotte verdraagt u het ook dat men u tiranniseert, uitzuigt, onderwerpt, zich boven u verheft en u beledigt. 21 Tot mijn schande moet ik bekennen dat wij daarvoor te zwak zijn geweest. Als anderen over zichzelf durven op te scheppen, durf ik het ook. Ik ben toch maar een dwaas. 22 Zijn zij Hebreeën? Dat ben ik ook. Zijn zij Israëlieten? Dat ben ik ook. Zijn zij nakomelingen van Abraham? Dat ben ik ook. 23 Zijn zij dienaren van Christus? Ik ben zo gek dat ik durf te zeggen: ik nog meer. Ik heb harder gezwoegd, heb vaker gevangengezeten, heb veel meer lijfstraffen ondergaan, ben vaker in doodsgevaar geweest. 24 Door de Joden ben ik vijfmaal met veertig min één zweepslagen gestraft, 25 ik ben driemaal met stokslagen gestraft, ik ben eenmaal met stenen bekogeld en heb driemaal schipbreuk geleden. Eén keer heb ik een heel etmaal op zee rondgedreven. 26 Voortdurend was ik onderweg, bedreigd door rivieren, rovers, volksgenoten en vreemdelingen, in gevaar in de stad, in de woestijn, op zee en te midden van schijngelovigen. 27 Ik heb gezwoegd en geploeterd, vaak zonder te slapen, hongerig en dorstig, vaak zonder te eten, verkleumd en zonder kleren. 28 En los van wat ik nog meer zou kunnen noemen is er de druk waaronder ik dagelijks sta vanwege mijn zorg voor de gemeenten. 29 Is iemand zwak, dan ben ik het ook; wordt iemand ten val gebracht, dan ontsteek ik in woede. (NBV21)

Eigen roem stinkt. Hoe kan je dat beter aantonen dan door maar een keer te roemen over jezelf. Dan wordt pas duidelijk dat al die concurrentie, waarbij de een zich uitnemender acht dan de ander, helemaal nergens op slaat. Het gaat er namelijk in de gemeente van Christus helemaal niet om wie de beste is, maar wie de minste is en wat we voor die minsten met elkaar kunnen doen. Daarvoor is iedereen nodig is en moeten we niet naar boven kijken maar naar beneden, naar de goot en wie daarin ligt of dreigt te komen liggen. Om te beginnen gaat Paulus in op wat die schijnapostelen hebben gedaan met de gemeente in Korinthe. Die gemeente is getiranniseerd, uitgezogen, onderworpen en beledigt. Paulus kreeg het verwijt van deze schijnapostelen dat hij te zwak zou zijn opgetreden. En dat moet hij toegeven, hij was te zwak om mensen te onderwerpen, tiranniseren en uit te zuigen.

Hij had er al op gewezen dat hij nooit geld voor zichzelf zou vragen aan een nieuwe gemeente. Maar opscheppen kan hij ook, daarvoor heeft hij dezelfde redenen als die schijnapostelen. Ze spreken Hebreeuws, Paulus ook, hij had zelfs in Jeruzalem gestudeerd. Ze horen bij het volk Israël? Paulus ook en niet alleen door bekering maar door geboorte, ook hij is een nakomeling van Abraham. Hij is weliswaar geboren en getogen in Tarsus maar hij is een geboren Jood uit de diaspora, de verstrooiing over de aarde. Maar ja, zijn het dan ook Christenen, dienaren van de bevrijder Jezus van Nazareth? Paulus vult dat hier in als volgeling van de gekruisigde. Gekruisigd is hij nog net niet, maar vijfmaal heeft hij de straf van geseling gehad, drie maal zelfs met stokslagen, drie keer leed hij schipbreuk en een keer zelfs dreef hij een etmaal op zee. Verder was het leven van Paulus als zendeling, apostel in het Grieks, geen pretje, hij somt alle tegenslagen op.

Maar slaat dat allemaal ergens op, leidt het ergens toe? Je zou toch zeggen dat het na al dat leed een keer tijd wordt dat je wordt beloont. Er zou toch een keer een gemeente moeten komen die je in de watten zou willen leggen. Die gedachte noemt Paulus zijn zwakheid. Hij was zo belangrijk dat een koning een stad liet afsluiten en dat hij alleen door een gat in de muur kon ontsnappen. Dan wil je wel verlangen naar rust en verzorging. Het zal duidelijk zijn dat voorgangers die eerst het goede voor zichzelf vragen de verkeerde voorgangers zijn. Voorgangers die in duur gesneden pakken lopen, in dure auto’s rondrijden en in grote luxe huizen wonen zijn de schijnapostelen waar Paulus het over heeft. Laten we dus naar beneden blijven kijken en zien wie er in de goot ligt of dreigt te komen. Daar ligt het belang voor de gemeente, ook vandaag weer.

Schijnapostelen

2 Korintiërs 11:1-15

1 Gunde u me maar dat ik een beetje dwaas doe! Vooruit, accepteer het van me, 2 want ik waak over u zoals God over u waakt: ik heb u aan één man uitgehuwelijkt, aan Christus, en ik wil u als een kuise bruid aan Hem geven. 3 Alleen vrees ik dat, zoals Eva door de slang op sluwe wijze bedrogen werd, uw gedachten worden weggelokt van de oprechte en zuivere toewijding aan Christus. 4 U accepteert immers zonder enig bezwaar dat iemand u een andere Jezus verkondigt dan wij hebben gedaan, of dat u een andere Geest of een ander evangelie ontvangt dan u ontvangen hebt. 5 Ik denk dat ik in geen enkel opzicht de mindere ben van die geweldige apostelen van u. 6 Ook al ontbreekt het mij aan welsprekendheid, kennis bezit ik genoeg. Dat heb ik u meer dan eens op allerlei manieren bewezen. 7 Of heb ik soms een misdaad begaan door u zonder enige vergoeding Gods evangelie te verkondigen? Wanneer ik me daarmee vernederd heb, was het alleen om u te verheffen. 8 Andere gemeenten heb ik geplunderd door geld aan te nemen om u van dienst te kunnen zijn. 9 Maar tijdens mijn verblijf bij u heb ik niemand om hulp gevraagd toen ik in geldnood kwam; het zijn de broeders uit Macedonië geweest die hebben aangevuld wat mij ontbrak. Ik heb er altijd voor gewaakt u iets te kosten, en zal dat blijven doen. 10 Zo zeker als de waarheid van Christus in mij is, die roem zal ik mij nergens in Achaje laten ontnemen. 11 En waarom hecht ik daar zo aan? Omdat ik u niet lief zou hebben? God weet dat ik dat wel doe. 12 Ik zal mijn werk op deze manier blijven doen, zodat de apostelen die zo opscheppen over het geld dat ze opstrijken niet de kans krijgen zich aan ons gelijk te stellen. 13 Schijnapostelen zijn het, die zich door oneerlijk te werk te gaan voordoen als apostelen van Christus. 14 Dat is ook geen wonder, want niemand minder dan Satan vermomt zich als een engel van het licht. 15 Het ligt dus voor de hand dat ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren van de gerechtigheid. Maar ze zullen krijgen wat ze verdienen.(NBV21)

Het is niet gemakkelijk een indruk te krijgen wat voor apostelen die tegenstanders van Paulus nu eigenlijk waren. Ze kleineerden hem, verkondigden een andere Jezus van Nazareth en een ander Evangelie. Maar welk Evangelie, dat weten we niet. Het zou gemakkelijk een vergeestelijkt Evangelie geweest kunnen zijn, zo een van bid en gedraag je vroom, maar waar elke zorg voor de armen uit verdwenen is en een waar het onderscheid tussen armen en rijken weer voluit en plaats krijgt. Ook al in de dagen van Paulus waren er gnostische stromingen die dit soort pseudo christelijke leer verkondigden. In andere brieven van Paulus lezen we ook over de strijd die er gewoed heeft rond de betekenis van de Tora. Die leer van Mozes moest niet worden opgelegd aan de Heidenen maar werd door Paulus zeker ook niet afgeschaft.

Integendeel Paulus beschouwde iedere gelovige als een Tempel waar de stenen platen met de tien richtlijnen opgeborgen waren. In de harten van de gelovigen, daar waren die richtlijnen gegrift. Voor veel Christenen ging dat veel te ver. De apostel Jacobus zou later nog eens een brief moeten schrijven waarin hij uiteen zet dat het geloof zonder de werken maar een dood geloof is. Een opvatting die zeker ook gedeeld werd door Paulus zelf. In het gedeelte van vandaag lezen we een paar argumenten over tegenstanders van Paulus die ons op een ander spoor zetten. Mensen die lijden aan gewichtigdoenerij komen voorbij. En het is kennelijk nodig voor Paulus om nog eens te benadrukken dat hij zich niet heeft laten betalen door de mensen van Korinthe toen hij daar aan het werk was een gemeente te stichten. Het geld dat hij bijeen bracht was voor de broeders en zusters in Jeruzalem maar hijzelf wilde er niets van hebben.

Als je dat zo leest krijg je toch de indruk dat fraai sprekende mannen zich een ruim betaalde positie als leider van de gemeente hadden weten te verwerven. Schijnapostelen worden die fraai sprekende gewichtig doende leiders van de gemeente door Paulus genoemd. Het gaat ze niet om die nieuwe samenleving waarvan de gemeente de voorbode van is maar om hun eigen positie als leider van weer een nieuwe gemeenschap. Het is voor ons ook een aardige maatstaf als er weer een collecte gehouden wordt om de voorganger in staat te stellen zijn werk te blijven doen. Een voorganger als Paulus houdt zulke collectes niet maar zet zich er tegen af. Een voorganger als Paulus collecteert voor de armsten, voor Kerk in Actie. Of voor vluchtelingen die met de hongersnood worden bedreigd. En die kunnen we ook nu nog steunen, elke dag weer, door de armen stem te geven en met hen te delen van onze rijkdom.

Wij beroemen ons niet

2 Korintiërs 10:12-18

12 We zouden niet durven ons te vergelijken met degenen die zichzelf aanprijzen, laat staan ons aan hen gelijk te stellen. Maar ja, zij nemen zichzelf als maatstaf en zien zichzelf als norm, en tonen daarmee dat ze er niets van begrijpen. 13 Wij daarentegen willen niet buiten onze grenzen treden als we ons op iets beroemen, we blijven binnen de grenzen die God ons heeft gesteld. Ook u valt daarbinnen. 14 U behoort tot ons gebied, dus wij overspelen onze hand niet. We hebben immers ook bij u als eersten het evangelie van Christus gebracht. 15 Wij treden niet buiten onze grenzen, wij beroemen ons niet op de inspanningen van anderen. Wel hopen we dat uw geloof blijft groeien en dat we bij u op steeds grotere steun kunnen rekenen voor ons werk binnen de grenzen die God voor ons heeft vastgesteld, 16 zodat we het evangelie ook in verder gelegen gebieden kunnen verkondigen. We willen ons niet laten voorstaan op de resultaten in andermans gebied. 17 Er staat geschreven: ‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen.’ 18 Want niet wie zichzelf aanprijst is betrouwbaar, maar wie door de Heer wordt aangeprezen. (NBV21)

Paulus zegt nergens dat je jezelf niet mag aanprijzen. Maar dom is het om jezelf als maatstaf te nemen. Zelf volgt Paulus Jezus van Nazareth na die ook tegen iedereen zei dat ze hun mond moesten houden als hij ze genezen had. Paulus gaat het om de roem van de God van Israël die mensen bij elkaar gebracht heeft die het aandurfden hun maatschappelijke grenzen los te laten. Niet langer zijn er Joden en Grieken, slaven en vrijen, mannen en vrouwen, ouderen en jongeren maar voortaan zijn er Christenen die van elkaar houden, voor elkaar zorgen en die houding ook op de samenleving proberen over te brengen. In een samenleving die van etiketten aan elkaar hangt een ware revolutie. Wie zich aan het hoofd van een dergelijke beweging stelt kan er gemakkelijk eer aan beleven en dat gebeurde in de dagen van Paulus maar al te vaak in de jonge gemeenten. Overal lees je er zijn waarschuwingen tegen.

Paulus gebruikt hier een woordspeling die in het Nederlands verloren gaat. Maar iemand die zichzelf telt, die zichzelf meet en als maat gebruikt is dom, Paulus telt zich daar niet bij, die meet zich er niet aan af. Jezelf aanbevelen moet dus niet. Paulus komt ook niet uit zichzelf, hij is ook maar gestuurd, gezonden heet het deftig. En hij beperkt zich tot het gebied dat is afgesproken met de apostelen in Jeruzalem. Paulus zou gaan naar de Heidenen en de overige apostelen naar de Joden. Het klinkt bescheiden als je het zo zegt maar dat betekent dat de overige apostelen zich beperken tot Jeruzalem en het kleine stukje Palestina daar om heen en dat Paulus de hele rest van het grote Romeinse Rijk voor zijn rekening neemt. In de praktijk ging dat wel wat anders en gingen de overige apostelen voor een deel Paulus achterna en kreeg Paulus in de loop van de tijd ook allerlei medewerkers die op hun beurt zelfstandig op reis gingen. Maar de diplomatieke taal waarmee Paulus zijn taak kleiner voorstelt doet weldadig aan als we letten op allerlei kerkvorsten die de hele wereld pretenderen voor te kunnen schrijven hoe te geloven.

Maar uiteindelijk blijft het gaan om het Evangelie, de boodschap van de bevrijding van de armen zoals Lucas dat eens omschreef. Daarbij hoort niet dat je je beroept op een succes. Het is God zelf die mensen tot bekering brengt en als jij degene bent die het de mensen hebt laten horen mag je alleen maar dankbaar zijn. Er hoort dus ook geen concurrentie te zijn in de verkondiging. Als er tegenwoordig een nieuw boek over kerkvorming verschijnt in Amerika wordt er in Nederland weer een nieuw genootschap opgericht. Dat heeft dan een betere methode dan alle anderen genootschappen die eerder bestonden. Zo is het dus niet. We zoeken naar de verkondiging aan ieder in diens eigen taal. En om de verkondiging van dat Evangelie gaat het, ook vandaag weer. En de eigen taal is de taal van wie je wil laten luisteren, niet een gewone taal waar je je gewoonlijk zelf in uitdrukt. Eerst luisteren naar de ander en dan vertellen. Daar mag iedereen aan meedoen, U ook.

Niet de wapens

2 Korintiërs 10:1-11

1 Ik, Paulus, die me volgens zeggen zo bedeesd gedraag wanneer ik bij u ben en alleen uit de verte flink doe tegen u, ik doe een beroep op u in naam van de zachtmoedigheid en mildheid van Christus. 2 Het ontbreekt mij allerminst aan zelfvertrouwen om, eenmaal bij u, streng te durven optreden tegen die paar mensen die denken dat we uit zwakheid handelen. Maar ik vraag u ervoor te zorgen dat dat niet nodig zal zijn. 3 We zijn weliswaar zwak, zoals alle mensen, maar we vechten niet met aardse middelen. 4 De wapens waarmee wij ten strijde trekken zijn niet de wapens van deze wereld; ze zijn zo krachtig dat ze bolwerken kunnen slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer 5 en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen 6 en zullen op het moment dat u Hem volledig gehoorzaam bent geworden, paraat staan om anderen voor hun ongehoorzaamheid te straffen.
7 Zie nu eens de feiten onder ogen! Wanneer iemand er zo van overtuigd is dat hij dienaar van Christus is, moet hij goed bedenken dat ook wij dienaar van Christus zijn, evengoed als hij. 8 Zelfs al zou ik overdreven hoog opgeven van het gezag dat de Heer ons heeft toevertrouwd – een gezag dat opbouwend wil zijn, niet u wil neerhalen –, dan nog zal blijken dat ik de waarheid spreek. 9 Ik wil niet de indruk wekken u alleen door middel van brieven ontzag te willen inboezemen. 10 Er zijn er namelijk die zeggen: ‘In zijn brieven slaat hij weliswaar een gewichtige en imponerende toon aan, maar zijn persoonlijk optreden is zwak en wat hij zegt heeft weinig te betekenen.’ 11 Laat iemand die dat beweert gezegd zijn dat ik, eenmaal bij u, precies zo zal optreden als in mijn brieven. (NBV21)

Die Paulus moet een raar mannetje geweest zijn. Hij was klein van stuk, een in Turkije geboren Jood en had een zweer of iets dergelijks boven één van zijn ogen. In de ogen van de Grieken uit Korinthe was het helemaal niets. Die waren gewend aan het nastreven van lichamelijke schoonheid. Die schoonheid werd verbonden met het goede, als het mooi was dan was het goed en als de mens mooi was dan was die mens goed. Als die mens lelijk was dan deugde die mens niet. Wij zeggen dat misschien niet meer zo openlijk maar uit tal van handelingen en maatschappelijke uitingen blijkt maar al te zeer dat we er tegenwoordig bijna nog net zo over denken. Let maar eens op de overdreven aandacht voor de rijkdom van Nederlandse fotomodellen en uitgebreide tv programma’s over mensen die er niet als het doorsnee schoonheidsideaal uitzien. Over die mensen wordt ook gesproken in termen van zielig dat ze zo voor de televisie komen. Over die fotomodellen wordt nooit gezegd dat al dat gewroet in je priveleven in en in zielig is, zeker als je dan ook nog operaties en ingrepen overweegt die je voor je gevoel nog mooier zouden moeten maken.

Maar schoonheid overtuigt net als in de dagen van Paulus. Daarom zijn er mensen in de gemeente van Korinthe die beweren dat als Paulus er zelf is hij toch niet zo stevig spreekt als in zijn brieven. Nu zijn de meeste brieven van Paulus opgebouwd volgens de regels van de Griekse redeneerkunst, de retorica, en er waren mensen die er in geschoold waren om dat prachtig te kunnen voordragen. Mooi geschreven en mooi voorgedragen maakt nu eenmaal veel indruk. Paulus zoekt een andere weg, de weg van de inhoud. Op die weg komt hij uit bij het gegeven dat binnen de christelijke gemeente met andere wapens gestreden wordt als in de niet christelijke wereld. In die gemeente is het onderscheid tussen mensen immers weggevallen. In die gemeente telt iedereen mee en maken geslacht, afkomst of rijkdom niet meer uit. Binnen die gemeente gaat het niet meer om je eigen belang maar om het belang van de zwaksten en de minsten. Daar staan juist de mensen met een beperking centraal, de hulp aan hen bepaalt het handelen van de gemeente, bepaald het gesprek en de agenda.

Paulus kan zich verdedigen tegen het verkeerd soort waardering die de gemeente in Korinthe wordt opgedrongen. Hij heeft er de woorden voor en kan bogen op zijn daden, hij ging er immers op uit om als eerste de mensen te vertellen van het andere soort samenleving waar ze bij konden gaan horen. Dat was toch het soort samenleving waar die wereldse maatstaven van schoonheid is het goede niet meer opgingen. En dat niet alleen, dat is ook een samenleving waar de een zich niet beter vindt dan de ander. Paulus komt niet als baas van de gemeente maar als vriend. Die vriendelijkheid wordt ook in onze dagen als zwakheid gezien, wie vriendelijk wil omgaan met anderen wordt als theeleut afgeschilderd. Kennelijk overkwam dat Paulus ook. Als je dus beweert dat je bij die samenleving van Jezus van Nazareth wil horen dan hoort die rare Paulus daar ook bij. Dan gaat het dus weer om de zwaksten en de minsten, ook vandaag nog. Ook vandaag nog mogen wij onze agenda daardoor laten bepalen.

 

Wie karig zaait, zal karig oogsten

2 Korintiërs 9:1-15

1 Eigenlijk hoef ik u niets te schrijven over de collecte voor de heiligen in Jeruzalem, 2 want ik weet dat u bereid bent mee te doen. Daarom kon ik vol trots tegen de Macedoniërs zeggen: ‘Achaje stond vorig jaar al klaar.’ Uw enthousiasme heeft de meesten van hen tot navolging geprikkeld. 3 Ik stuur nu de broeders naar u toe om ervoor te zorgen dat we inderdaad trots op u kunnen zijn en dat u ook werkelijk klaarstaat, zoals ik heb gezegd. 4 Het mag niet zo zijn dat, wanneer een aantal Macedoniërs met mij meekomt, blijkt dat u nog helemaal niet zover bent. Die schande wil ik ons, beter gezegd: u, in deze zaak besparen. 5 Dus daarom vond ik het nodig de broeders te vragen vooruit te gaan. Dan kunnen ze de gift die u al hebt toegezegd nog voor mijn komst inzamelen, zodat deze niet hoeft te worden bijeengeschraapt wanneer ik aankom, maar als een gulle gave klaarligt. 6 Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. 7 Laat ieder zo veel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft. 8 God heeft de macht u te overstelpen met al zijn gaven, zodat u altijd en in alle opzichten voldoende voor uzelf hebt en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk. 9 Zo staat er geschreven: ‘Gul deelt hij uit aan de armen, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.’ 10 God, die zaad geeft om te zaaien en brood om te eten, zal ook u zaad geven en het laten ontkiemen, zodat uw vrijgevigheid een rijke oogst opbrengt. 11 U bent in ieder opzicht rijk geworden om in alles vrijgevig te kunnen zijn, en uw vrijgevigheid leidt door onze bemiddeling tot dankzegging aan God. 12 Uw bijdrage aan de collecte heft immers niet alleen het gebrek van de heiligen in Jeruzalem op, maar leidt er bovendien toe dat ze God uitbundig danken. 13 Ze prijzen God omdat u er blijk van geeft gehoorzaam te zijn aan het evangelie van Christus, wat u bewijst door de ruimhartigheid waarmee u met hen en alle anderen wilt delen. 14 In hun gebed voor u spreken ze hun verlangen naar u uit, omdat ze zien hoe overvloedig de genade is die God u heeft bewezen. 15 Laten we God danken voor zijn onbeschrijfelijk geschenk.(NBV21)

In het gedeelte dat we vandaag lezen zet Paulus de collecte voor de gemeente in Jeruzalem in het perspectief van arm en rijk zoals dat in de Bijbel tot uiting komt. Van de God van Israël wordt gezegd dat die rijkelijk aan de armen uitdeelt. Je hoeft dus nooit bang te zijn arm te worden, ook dan is er hulp al moet die misschien ook alleen van God zelf komen. Maar je moet beseffen dat je rijk bent om uit te kunnen delen. Hoe rijk je bent blijkt eigenlijk alleen uit hoeveel je weet uit te delen. In onze dagen lijken we het uitdelen te verleren. Onze ontwikkelingshulp leert mensen om beter en meer voedsel te verbouwen. Om een betere gezondheidszorg voor zichzelf te organiseren en gezonder te gaan leven. Toch gaan boeren in arme landen failliet omdat ze niet kunnen concurreren met de producten die boeren uit het rijke westen kunnen dumpen omdat die subsidies van hun regeringen krijgen. Het lijkt er daarom vaak op dat ontwikkelingshulp niet werkt en daarom gaan we nu bezuinigen.

Er is nog een andere reden waarom ontwikkelingssamenwerking niet lijkt te werken. Onze rijken houden van stabiele samenlevingen. Daar moet niet te veel veranderen. Daar moeten zeker geen grote groepen zijn die zorgen dat de inkomsten van het volk ook eerlijk worden verdeeld. Dictators zorgen voor zulke stabiele samenlevingen. Tegenstemmen worden in bloed gesmoord maar uiterlijk lijkt de rust verzekerd. Onze regeringen hebben dan ook vaak innige en nauwe banden met die dictaturen. Maar ontwikkeling is verandering, ontwikkelde mensen vragen inspraak en medezeggenschap. Dictators zorgen er daarom voor dat de hulp in hun zakken verdwijnt en dat het volk er maar nauwelijks profijt van heeft. We moeten daarom niet bezuinigen maar zorgen voor eerlijke handelsverhoudingen en democratie.

Regeringen die de mensenrechten schenden en hun volk niet aan het woord laten moeten we mijden en afsnijden van hulp. Er zijn altijd organisaties te vinden die buiten de regeringen om de armen kunnen helpen en aan werkelijke ontwikkeling kunnen doen. Paulus laat het ons zien. De gemeente in Korinthe die zo enthousiast begonnen was om geld bijeen te brengen voor de armen in Jeruzalem krijgt de kans om dat werk met eer af te maken. De gemeenten in Macedonië hadden het voorbeeld van Korinthe gevolg en als Paulus nu weer naar Korinthe komt kunnen zijn metgezellen uit Macedonië zien hoe goed dat voorbeeld wel niet was. Dat voorbeeld van Korinthe mag ook ons voorbeeld zijn als we een open oog hebben voor de armoede in de wereld en alles uit de kast willen halen om die armoede op te heffen, te beginnen met delen van onze rijkdom. Dat kan elke dag, ook vandaag weer.