Exodus 32:15-24
15 Mozes keerde zich om en ging de berg af. De twee platen met de verbondstekst droeg hij bij zich. Aan beide kanten waren ze beschreven, aan de voorkant en aan de achterkant. 16 De platen waren Gods eigen werk en het schrift dat erin gegrift was, was Gods eigen schrift. 17 en Jozua het geschreeuw van het volk hoorde, zei hij tegen Mozes: ‘Ik hoor strijdkreten in het kamp!’ 18 Maar Mozes zei: ‘Dat is geen gejuich na een overwinning en geen geweeklaag na een nederlaag. Luid gejoel-dát hoor ik.’ 19 Dichter bij het kamp gekomen, zag hij het stierenbeeld en het gedans. Woedend smeet hij de platen aan de voet van de berg aan stukken. 20 Hij greep het stierenbeeld, gooide het in het vuur en verpulverde het. De as strooide hij op het water, en dat liet hij de Israëlieten drinken. 21 Tegen Aäron zei hij: ‘Wat heeft dit volk je misdaan, dat je zo’n zware schuld op hen geladen hebt?’ 22 ‘Ik smeek je je woede te bedwingen,’ antwoordde Aäron. ‘Je weet dat dit volk alleen maar kwaad wil. 23 Ze zeiden tegen mij: “Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.” 24 Toen ik hun om goud vroeg, deden ze zonder aarzelen hun sieraden af en gaven ze aan mij. Ik gooide ze in het vuur en toen kwam dat kalf eruit tevoorschijn.’ (NBV21)
Hoe krijgen we vrede is de vraag die we in onze dagen vaak stellen. Mozes had God gesmeekt om vrede tegenover de genocide die God van plan was geweest. Het volk kreeg de kans om toch nog opnieuw te laten zien hoe het volgen van de richtlijnen van de God van Israël tot vrede, welzijn en welvaart voor een volk kan leiden. God zelf had de richtlijnen op stenen gegrift, onuitwisbaar waren ze zoals het volk onuitwisbaar was gebleken. Maar hoe gaan wij met die kansen om. Leren wij er van? Het volk had er niet van geleerd. Ze juichten niet voor de richtlijnen, niets en niemand hoeven wij te aanbidden, van geen macht en kracht zijn wij afhankelijk. De stenen platen vervingen elke vorm van religie. Volken hadden beelden van hun God, zo hoort het in de wereld. Jouw God vecht met andere goden en jouw god moet winnen.
Weg met dat godendom. De naam van de God van Israël komt in dit gedeelte niet voor. Alleen de algemene naam voor een God. De richtlijnen zijn goddelijk houd Mozes zijn broer Aäron voor. Die richtlijnen moet je niet aanbidden, die richtlijnen moeten je handelen bepalen. Niet doden, niet liegen, niet stelen, geen andere goden nalopen, je afkomst eren. Dat is pas Godsdienst, je naaste liefhebben als je zelf en zorgen voor de weduwe en de wees en de vreemdelingen die bij je zijn. In de vernietiging van het Gouden Kalf krijgt het anti-religieuze karakter van de godsdienst van Israël haar hoogtepunt. Al dat bidden en rond je God dansen en zingen wordt in één klap weggevaagd. Vermaal het maar, los het op in water en drink er van. Platvloerser kan het haast niet.
Maar we moeten letten op Aäron. De hoge priester. Het directe contact tussen God en het volk. Hoe te handelen? Vraag het aan Aäron en zijn zonen. Dat is het dus niet het recept. Als je Aäron iets vraagt, als je religieus iets vraagt, dan komt het antwoord er uit als een beeld dat je zelf al voor ogen stond. Uit al de rijkdom die Aäron had verzameld komt vanzelf een gouden kalf te voorschijn. En zo was het toch? In het zwakke lag de kracht van Israël. Vruchtbaarheid was wat nodig was en meer was niet nodig. Het komt er vanzelf. Wij zullen de religies van onze dagen moeten herkennen. Alles moet wijken voor de winst, de armen nog armer voor de wapenindustrie. De zieken zogenaamd genezen door de hoeveelheid geld die je aan de genezer geeft. Vrede in je Kerk als je vrouwen buiten de ambten houd. Vermaal het en laat ze het opdrinken.