Ze namen huizen in bezit

Nehemia 9:18-28

18 Ze tergden u door een stierkalf te gieten en te zeggen: ‘Dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ 19 Maar liefdevol als u bent, hebt u hen zelfs toen, daar in de woestijn, niet verlaten. Boven hen stond steeds de wolkkolom om hun bij dag de weg te wijzen, en ‘s nachts was er de vuurzuil die de weg verlichtte waarlangs ze moesten gaan. 20 U gaf hun uw goede geest, en zo verkregen ze inzicht; u stilde hun honger met manna, u leste hun dorst met water. 21 Veertig jaar lang hebt u hen onderhouden, in de woestijn ontbrak het hun aan niets, hun kleding raakte niet versleten en hun voeten zwollen niet op. 22 U gaf hun koninkrijken en volken, hun gebied verdeelde u onder hen. Ze namen het land van Sichon in bezit, het land van de koning van Chesbon en dat van Og, de koning van Basan. 23 Hun kinderen maakte u zo talrijk als de sterren aan de hemel, en u bracht hen naar het land waarvan u hun voorouders had gezegd dat ze het in bezit moesten nemen. 24 Hun kinderen kwamen inderdaad om het land in bezit te nemen. Voor hun ogen dwong u de Kanaänieten, de inwoners van het land, op de knieën, en u leverde de koningen en de volken die er woonden aan hen uit, zodat ze met hen konden doen wat ze wilden. 25 Ze namen versterkte steden in en veroverden vruchtbare grond, ze namen huizen in bezit, vol met de mooiste goederen, en ook uitgehouwen putten, wijngaarden, olijfbomen en fruitbomen. Ze aten, ze raakten verzadigd en werden vet, ze baadden in weelde door uw grote goedheid. 26 Toch kwamen ze in opstand; ze rebelleerden en traden uw wetten met voeten. Ze vermoordden uw profeten, dezelfde profeten die hen naar u wilden terugbrengen en hen daarom hadden gewaarschuwd, en ze lasterden u. 27 Daarom leverde u hen uit aan hun onderdrukkers. Wanneer ze werden onderdrukt riepen ze u aan, en u, vanuit de hemel, verhoorde hen. In uw grote liefde stuurde u bevrijders naar hen toe, en telkens weer redden die hen van hun onderdrukkers. 28 Maar zodra ze weer rust hadden deden ze weer wat slecht is in uw ogen. Dan leverde u hen aan hun vijanden uit, die hen vervolgens weer overheersten, en dan riepen zij u opnieuw aan, en vanuit de hemel verhoorde u hen weer. Liefdevol als u bent, redde u hen vele malen. (NBV)

Altijd weer willen mensen de goden van goud en beloften nalopen in plaats van te delen van wat hen toegevallen is met hen die niets hebben. Nehemia herinnert het volk aan haar geschiedenis. Het maken van het gouden kalf in de woestijn liep uit op een drama. Maar het vervullen van de Tora, de wet van eerlijk delen, bracht zelfs in de Woestijn voorspoed. Dat je kunt vertrouwen op het beetje eten dat er voor één dag is lijkt achteraf een wonder. Een heel volk had het er veertig jaar mee gedaan in de woestijn zo wordt er verteld. Toen kregen ze het land overvloeiende van melk en honing. Er volgde zelfs een tijd zonder koning, zonder regering, zonder belastingen. Iedere keer als vijanden probeerden dat wondere volk te onderdrukken stond er een rechter op die het volk naar bevrijding wist te leiden. Maar die gouden goden, die mooi gevormde tempels, die vreemde priesters die mooi konden zingen en geheimzinnige bronnen hadden voor fraai klinkende voorspellingen hadden een grotere aantrekkingskracht dan een Wet die alleen vertelde dat je je naaste lief moest hebben als jezelf en Profeten die achter de koeien vandaan kwamen.

De uiterlijke schijn van religie was en is altijd aantrekkelijker geweest dan de eenvoudige inhoud van de boodschap van de God van Israël. Daardoor ging het land verloren voor de Judeeërs, daardoor raakte het volk in ballingschap. Pas door zich de het vervullen van de Tora, weer te herinneren konden ze de moed vinden om de muren van de stad van de vrede weer te herbouwen. Ook vandaag de dag lijkt de uiterlijke schijn belangrijker dan de inhoud van het leven. Daardoor raken jongeren steeds eerder verslaafd aan alcohol. Daarom laten jonge meisjes zich verminken door op geld beluste plastisch chirurgen. Daarom zijn jonge mensen opgebrand door het najagen van lege carrières, waarna ze worden afgedankt. De goden van goud en beloften, zoals ze ooit door Huub Oosterhuis werden genoemd, hebben hun aantrekkingskracht nog nooit verloren. Waarom moeten mensen zo nodig een huis kopen dat ze niet kunnen betalen?
Waarom is de samenleving zo ingericht dat er ook bij ons voor mensen met lage inkomens geen betaalbare woningen worden gebouwd?

Maar zo dat ook de armen moeten wachten tot de banken weer geld kunnen uitlenen aan de vermogenden zodat de woningbouw voor de rijken op gang kan komen en de armen kunnen wonen in de afdankertjes. Dat najagen van uiterlijke schijn bracht ook de hele financiële wereld aan het wankelen. Het doel rijk worden en de rijken nog rijker maken, heiligde de middelen van slechte hypotheken en onbegrepen derivaten. De goden van goud en belofte komen hun beloften van welvaart en aanzien voor duizenden op de wereld nog nooit na. Ondertussen gaat de verdienste van hardwerkende mensen naar oorlogstuig dat niet alleen de eigen soldaten van het leven beroofd maar duizenden in het ongeluk stort. Voedsel voor armen wordt nu omgezet in benzine voor rijken. In plaats van de honger uit te bannen handhaven we het systeem van verspilling. We mogen nog steeds de samenleving anders inrichten. Samen, delen, met de minsten eerst maar het wordt tijd dat we er ook echt aan beginnen.

Ze weigerden te luisteren

Nehemia 9:1-17

1 Op de vierentwintigste dag van deze maand kwamen de Israëlieten weer bijeen. Ze vastten en waren gehuld in boetekleren, met stof op hun hoofd. 2 De geboren Israëlieten gingen apart staan van de vreemdelingen, en zij beleden schuld voor hun zonden en voor de wandaden van hun voorouders. 3 Zo stonden ze daar, en gedurende een vierde deel van de dag werd er voorgelezen uit het boek van de wet van de HEER, hun God, en nog eens een vierde deel van de dag beleden ze schuld en bogen ze zich neer voor de HEER, hun God. 4 Op de verhoging van de Levieten stonden Jesua, Bani, Kadmiël, Sebanja, Bunni, Serebja, Bani en Kenani, en met luide stem riepen zij de HEER, hun God, aan.
5 De Levieten Jesua, Kadmiël, Bani, Chasabneja, Serebja, Hodia, Sebanja en Petachja zeiden: ‘Sta op, prijs de HEER, uw God, voor eeuwig en altijd: “Moge uw luisterrijke naam, die verheven is boven alle lof en roem, geprezen zijn.
6 U alleen bent de HEER, u hebt de hemel gemaakt, de hoogste hemel en alle hemellichamen, de aarde en de zeeën met alles wat daar leeft. U geeft aan alles het leven, voor u buigen de hemelse machten. 7 U bent de HEER, de God die Abram heeft uitgekozen, die hem uit Ur, de stad van de Chaldeeën, heeft geleid, die zijn naam veranderd heeft in Abraham. 8 U hebt gezien hoe zijn hart trouw bleef aan u, u hebt een verbond met hem gesloten en hem beloofd het land van de Kanaänieten, de Hethieten, de Amorieten, de Perizzieten, de Jebusieten en de Girgasieten aan zijn nageslacht te geven. U hebt uw woord gehouden, u bent rechtvaardig. 9 U zag de ellende van onze voorouders in Egypte, bij de Rietzee hoorde u hen om hulp roepen. 10 Daarop verrichtte u tekenen en wonderen bij de farao en al zijn dienaren, bij zijn hele volk, omdat u wist hoe slecht zij onze voorouders behandelden. Zo vestigde u uw naam, die tot op heden voortleeft. 11 Voor de ogen van de Israëlieten spleet u de zee, midden in de zee liepen zij op het droge. U wierp hun achtervolgers in de diepte, als een steen in kolkend water. 12 Overdag leidde u hen in een wolkkolom, ‘s nachts in een vuurzuil, zodat er licht was op de weg die ze moesten gaan. 13 U daalde neer op de Sinai, u sprak met hen vanuit de hemel, u gaf hun juiste rechtsregels, deugdelijke wetten en goede voorschriften en geboden. 14 U maakte uw heilige sabbat aan hen bekend, u gaf hun uw geboden, voorschriften en wetten bij monde van uw dienaar Mozes. 15 Wanneer ze honger hadden gaf u hun brood uit de hemel, wanneer ze dorst hadden liet u water voor hen uit een rots stromen. U beval hun het land binnen te gaan en in bezit te nemen, het land dat u hun onder ede had beloofd. 16 Maar onze voorouders hebben zich misdragen; koppig als ze waren luisterden ze niet naar uw geboden. 17 Ze weigerden te luisteren en ze vergaten de wonderen die u voor hen verricht had. Koppig stelden ze een nieuwe leider aan, ze wilden weer slaven worden in Egypte. Maar u bent een God van vergeving, genadig en liefdevol, geduldig en zeer trouw: u verliet hen niet.(NBV)

Elk jaar vieren de Joden de Grote Verzoendag. Een dag van rouw en boetedoening. Maar waarom zouden ze? De mensen die Grote Verzoendag intensief beleven zijn de mensen die het hele jaar trouw naar de Synagoge gaan, koosjer eten en proberen zich streng aan de Wet te houden. De Judeeërs waar we vandaag over lezen waren de mensen die notabene met gevaar voor eigen leven de muur rond Jeruzalem hadden opgebouwd. Waarom zouden die nu in boetekleren gehuld gaan, moeten vasten en stof op hun hoofd strooien. Om aan te tonen dat ze bij het volk hoorden dat ooit de Wet van de Woestijn had ontvangen gingen ze nog apart staan ook. Maar het ging om die Wet. Daar lieten ze zich eerst uit voorlezen, heb Uw naaste lief als Uzelf. Dat deden ze, net als wij, vaak niet. En daar hadden ze zeker een kwart van de dag voor nodig om dat uit te spreken. De grote verzoendag is bedoeld om de bevrijding weer in gedachten te brengen, de ontdekking van de Wet van de Woestijn, de Thora, en het afdwalen van die richtlijnen voor de menselijke samenleving.

De dood blijft ons regeren als we niet uitkijken. In Egypte was de dood, het Egyptische dodenboek, de belangrijkste godsdienst, maar nog laten we ons bang maken door de dood. Als Nederland zou Islamiseren zou alles wat we nu kennen dood zijn en vergaan. Daarom moeten we de richtlijn negeren die zegt dat we de vreemdelingen onder ons moeten opnemen en met hen maaltijd houden en moeten we die vreemdelingen verjagen. Zo worden we bang gemaakt. Tot op de dag van vandaag kun je de geschiedenis zoals Nehemia die verteld toepassen op de geschiedenis van onze eigen dagen. Ook wij hebben dus verzoening nodig en misschien is het daarom jammer dat de verzoendag zoals die in Israel werd gehouden en door de Joden nog steeds jaarlijks in de synagogen wordt gevierd bij ons is ingekrompen tot een gebed aan het begin van de wekelijkse godsdienstoefening. Ook wij laten ons immers maar al te gemakkelijk regeren door godsdiensten van de dood.

Dat het verhaal van Nehemia ons leert dat die strijd tegen de godsdienst van de dood ons juist gevangen houdt en in slavernij willen we kennelijk niet begrijpen. Er is één Heer in de wereld, die heeft gewonnen, die heeft het volk eerst uit de slavernij van Egypte naar het land overvloeiende van melk en honing geleid. Toen het volk afdwaalde van de richtlijnen voor de menselijke samenleving en in ballingschap werd gevoerd werd datzelfde volk opnieuw bevrijd uit ballingschap en kon de stad van de vrede herbouwd worden tegen alle verzet en weerstand in. Verzoening met de God van het Leven betekent daarom dat de angst voor de dood, de angst voor het vreemde, de angst ook voor vreemde godsdiensten voorgoed achter ons wordt gelaten. Die God van het leven verlaat ook ons niet.

De feestvreugde was groot.

Nehemia 8:13-18

13 De volgende dag kwamen de priesters en de Levieten en alle familiehoofden van het volk samen bij Ezra, de schrijver, om zich te verdiepen in de bepalingen van de wet. 14 In de wet die de HEER hun had opgelegd en die ze bij monde van Mozes hadden ontvangen, vonden ze opgetekend dat zij, de Israëlieten, tijdens een feest in de zevende maand in loofhutten moesten wonen, 15 en dat ze in Jeruzalem en in alle andere steden het volgende bekend moesten maken: ‘Ga de bergen in en haal takken van de olijfboom, de oleaster, de mirte, de palm en andere loofbomen om er loofhutten mee te maken, zoals is voorgeschreven.’ 16 De mensen gingen eropuit om takken te halen, en iedereen maakte een loofhut, op zijn dak of op zijn erf, en ook in de voorhoven van de tempel en op de pleinen voor de Waterpoort en de Efraïmpoort. 17 De hele gemeenschap die uit de ballingschap was teruggekeerd maakte loofhutten en ging erin wonen. Dat hadden de Israëlieten vanaf de tijd van Jozua, de zoon van Nun, tot op deze dag niet meer gedaan. De feestvreugde was groot. 18 Iedere dag van het feest, van de eerste dag tot de laatste, werd er voorgelezen uit het boek van de wet van God. Zeven dagen vierden ze feest, en op de achtste dag was er een feestelijke samenkomst, zoals was voorgeschreven. (NBV)

Het was zo lang geleden dat er uit de boeken van Mozes was gelezen dat zelfs de Priesters en de Levieten vergeten waren wat er nu allemaal precies in stond. Dus moesten ze studeren. En in het zestiende hoofdstuk van het boek Deuteronomium kwamen ze ineens dat feest tegen. Dat moest gevierd worden ongeveer in de maand waarin ze klaar waren gekomen met de bouw van de stadsmuur en de poorten. Dat was dus het feest dat paste bij het begin van de nieuwe samenleving.  Niet een samenleving van starre stenen waar niets meer te veranderen viel maar een samenleving van mensen. Die kunnen rustig in hutten wonen als ze maar samen doen. Daar slaan overigens ook die verschillende planten o p die ze moesten plukken. In de Joodse terminologie van het Loofhuttenfeest krijgen ze de opdracht een Loelav samen te stellen. Een Loelav is de naam van een plantenbundel met vier delen: allereerst een  een jonge palmtak, de eigenlijke loelav, dan de oleander, een citrusvrucht, ook de Etrog genoemd, dan drie takken van de Mirte-struik en en tot slot twee takken van de beekwilg.

Over de betekenis van deze vier onderdelen van de plantenbundel bestaan in de rabbijnse overlevering verschillende uitleg. De mooiste komt van de Rabbijn die schreef dat dat de Etrog (de citroenachtige vrucht) geur en smaak heeft, zij staat voor het deel van Israël dat kennis heeft van de Tora, de Wet van de Liefde, en goede daden doet. De tak van de palm heeft smaak maar geen geur, dat betekent: er zijn er in Israël die goede daden doen maar geen kennis hebben van de Tora. De takjes van de Mirte-struik hebben geur maar geen smaak, zij staan voor Israël dat wel de Tora kent maar geen goede daden doet. En de beekwilg, zij heeft smaak noch geur: ‘Er zijn er in Israël die geen goede daden doen en ook geen kennis hebben van de Tora’.  En wat doet de Ene, de Eeuwige? Israël vernietigen, zijn geliefde? Dat is onmogelijk. Daarom laat Hij hen samen in één land zodat ze voor elkaar verzoening doen!

Zo konden ze het feest van de Wet van de Woestijn vieren. Ze hadden dezelfde ervaring gehad toen ze de muur rond Jeruzalem bouwden. Zonder elkaar hadden ze het niet gered. Niemand had de hele muur kunnen bouwen, niemand had alle twaalf poorten kunnen aanbrengen. Niemand had alleen de vijanden buiten de muren kunnen houden. Alleen samen hadden ze kunnen bereiken wat ze bereikt hadden. Zo moesten ze daarom ook verder. Na zeven dagen feesten hielden ze op de achtste dag opnieuw een feestelijke maaltijd. De maaltijd zoals voorgeschreven, familie bij familie, maar met de armen in de stad, met de Levieten maar ook met de vreemdelingen die er waren. Iedereen moet kunnen meedoen aan die nieuwe samenleving. Zij hadden het gehoord, nu wij nog.

Op het plein voor de Waterpoort

Nehemia 7:72b-8:12
In de vertaling: NBG-1951 was dit: Nehemia 8:1-13

7b Aan het begin van de zevende maand, toen de Israëlieten zich in hun steden hadden gevestigd, 1 verzamelde het voltallige volk zich op het plein voor de Waterpoort. Men vroeg Ezra, de schrijver, het boek te halen met de wet van Mozes, de wet die de HEER aan Israël had opgelegd. 2 Ezra, de priester, haalde het wetboek en toonde het aan de aanwezige mannen en vrouwen, en aan iedereen die in staat was het te begrijpen. Dit gebeurde op de eerste dag van de zevende maand. 3 Op het plein voor de Waterpoort las Ezra de mannen en de vrouwen en iedereen die het kon begrijpen hardop uit het boek voor, vanaf het moment dat het licht werd tot de middag. Allen luisterden aandachtig naar het boek van de wet. 4 Ezra, de schrijver, stond op een houten verhoging die voor deze gelegenheid was vervaardigd. Naast hem, aan zijn rechterhand, stonden Mattitja, Sema, Anaja, Uria, Chilkia en Maäseja, en aan zijn linkerhand Pedaja, Misaël, Malkia, Chasum, Chasbaddana, Zecharja en Mesullam. 5 Ezra stond hoger dan het volk, zodat iedereen kon zien hoe hij het boek opende, en op dat moment ging heel het volk staan. 6 Ezra prees de HEER, de grote God, en heel het volk antwoordde ‘Amen, amen, ‘en ze hieven hun handen op, knielden neer en bogen diep voor de HEER. 7 Vervolgens legden de Levieten Jesua, Bani, Serebja, Jamin, Akkub, Sabbetai, Hodia, Maäseja, Kelita, Azarja, Jozabad, Chanan en Pelaja de wet uit aan het volk, dat weer was gaan staan. 8 De Levieten lazen het boek met de wet van God duidelijk voor en gaven er uitleg bij; zo verschaften ze inzicht in het gelezene. 9 Nehemia-hij was de landvoogd-, Ezra, de priester en schrijver, en de Levieten die het volk uitleg gaven, zeiden tegen iedereen: ‘Deze dag is gewijd aan de HEER, uw God; rouw dus niet, en huil niet!’ Het hele volk was namelijk in tranen uitgebarsten toen het de woorden van de wet hoorde. 10 Ezra zei tegen hen: ‘Maak een feestmaal klaar met lekker eten en drinken, en deel ervan uit aan wie niets heeft, want deze dag is gewijd aan onze Heer. Wees niet bedroefd, want de vreugde die de HEER u geeft, is uw kracht.’ 11 De Levieten maanden het volk tot stilte. Ze zeiden: ‘Wees stil, dit is een heilige dag, wees dus niet bedroefd.’ 12 Toen ging iedereen eten en drinken. Ze deelden alles met elkaar en maakten er een groot en vrolijk feest van. Ze hadden begrepen wat hun was verteld.(NBV)

Voor een stad is de watervoorziening een levensader. Je merkt dat in onze dagen als er weer eens een hoofdwaterleiding is gesprongen en zelfs ziekenhuizen de operaties moeten afzeggen omdat er te weinig schoon drinkwater beschikbaar is. Water is dan ook een belangrijk onderwerp in de ontwikkelingssamenwerking. Schoon drinkwater voor de mensen, voldoende water voor planten en dieren en bescherming tegen water dat het land dreigt te overspoelen. Geen wonder dan ook dat in de stad van de Vrede die onder leiding van Nehemia vorm had gekregen de mensen bij de Waterpoort bij elkaar kwamen. En wat gingen ze doen? Bidden en zingen? Welneen, ze vroegen de Priester Ezra, zelf ook schrijver, om het Wetboek van Mozes te halen en voor te lezen.

Wat hier nu precies mee is bedoeld weten we niet. Onder de Wetten van Mozes worden over het algemeen de eerste vijf boeken van de Bijbel verstaan, Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Dat ze alle vijf achter elkaar zouden zijn voorgelezen lijkt gelet om hun omvang nogal onwaarschijnlijk. Er zijn geleerden die aannemen dat alleen het boek Deuteronomium is voorgelezen omdat dat boek in en na de ballingschap een grote invloed moet hebben gehad op het tot stand komen van de hele Hebreeuwse Bijbel zoals wij die nu kennen. Anderen houden het er op dat alleen de 10 geboden zijn voorgelezen, al lijkt dat weer wat weinig gelet op het vervolg van het verhaal. Hoe het ook zij, de stad van de vrede begint met het zich inprenten van de Wet van de Liefde, de wet die zegt dat je je naaste moet liefhebben als jezelf.

Dat is pas God liefhebben boven alles. Ze hadden Ezra op een speciale verhoging gezet zodat iedereen hem goed zou kunnen horen. Priesters en Levieten stonden het dichtst bij hem. Die Priesters en Levieten gingen vervolgens de Wet aan iedereen uitleggen. Dat ze het hadden begrepen zou snel genoeg blijken. Na een lange ballingschap, na een angstige tijd van herstel van de muren, was het begin van de nieuwe samenleving een emotioneel gebeuren. Velen barsten in huilen uit staat er. Maar huilen is niet het gepaste antwoord op de geboorte van een nieuwe samenleving. Dat hoort een feest te zijn. En dat feest krijgt een vorm die een antwoord is op de voorlezing van de Wet. Nog steeds is er een feest dat de vreugde van de Tora heet. In het verhaal van vandaag komt er een maaltijd waaraan iedereen kan meedelen. In de nieuwe samenleving is niet alleen voor iedereen een plaats, iedereen kan er ook aan meedoen. Dat is pas een stad van de Vrede, daar kunnen we nog steeds een voorbeeld aan nemen.

Hij berecht de volken

Psalm 110

1 Van David, een psalm. De HEER spreekt tot mijn heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, ik maak van je vijanden een bank voor je voeten.’ 2  Uit Sion reikt de HEER u de scepter van de macht, u zult heersen over uw vijanden. 3  Uw volk staat klaar op de dag dat u ten strijde trekt. Op de heilige bergen, uit de schoot van de dageraad, komt tot u de dauw van uw jeugd. 4 De HEER heeft gezworen, en komt op zijn eed niet terug: ‘Je bent priester voor eeuwig, zoals ook Melchisedek was.’ 5 De Heer aan uw rechterhand verplettert koningen op de dag van zijn toorn. 6  Hij berecht de volken, verplettert hoofden, overal op aarde, lijken stapelen zich op. 7  Hij drinkt onderweg uit de beek en dan heft hij zijn hoofd. (NBV)

Deze psalm wordt vaak gezongen op de minst begrepen Christelijke feestdag, Hemelvaartsdag,. We moeten dat op die dag over het algemeen wel thuis zingen, want kerkdiensten zijn er maar weinig op deze kerkelijke hoogtijdag. Eigenlijk is dat wel vreemd. Want het is een soort kerkelijke koningsdag. Voor gelovigen is er immers maar één Heer, maar één echte Koning, maar één machthebber op de hele wereld die het werkelijk voor het zeggen heeft. Dat is God en in die God Jezus van Nazareth. Die Hemelvaartsdag is ook een beetje de verjaardag van de troonsbestijging door Jezus van Nazareth. Deze Psalm past daar wonderwel bij. In deze Psalm wordt immers een duurzame heerschappij toegezegd aan de vorst die zit aan de rechterhand van God. Op Sion krijgt hij de scepter van de macht en de belofte te mogen heersen over zijn vijanden. En Sion is de berg waar de Tempel staat, het centrum van de Wereld waar de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf wordt bewaard.

De Psalm zegt dus eigenlijk dat de Liefde voortaan de wereld zal regeren en dat iedereen die tegen die liefde ten strijde trekt zal verliezen. Deze Psalm maakt de Tempel en het Paleis tot een eenheid. De Koning die hier wordt aangekondigd is ook Priester, zoals de Priester Koning Melchisedek ooit Priester en Koning was en zo Abraham kon zegenen toen die de vijanden van de koningen van Kanaaän had verslagen. Veel later zal ook Paulus Jezus van Nazareth vergelijken met deze Priester Koning en vertellen hoe Jezus van Nazareth niet alleen de enige werkelijke Heer van de Wereld is maar ook regeert vanuit de Tempel waar de liefde voor de naaste centraal staat. We hoeven het op Hemelvaartsdag dus niet achter de wolken te zoeken of boven de sterren maar we kunnen alvast een beetje de hemel op aarde vestigen. Als we immers de Heer van de Wereld als Heer erkennen en in zijn voetsporen de Liefde laten beslissen over ons doen en laten dan mogen we er op vertrouwen dat het beter zal gaan met deze wereld.

Dan zullen de hongerigen gevoed worden, de naakten gekleed, wie vastgelopen was zal weer in beweging komen, oorlogen zullen verlopen in vrede, wapens worden omgesmeed tot ploegscharen, onvruchtbare woestijnen zullen tot bloei komen en de angst die mensen uit elkaar houdt zal verdwijnen. Dat is het visioen waar deze Psalm een deel van is. Denk nu niet dat het een zoet verhaal is dat eenvoudig te realiseren is. De Psalm spreek niet voor niets over hoofden die verpletterd worden en lijken die zich opstapelen. Het verzet tegen een wereld waarin de liefde regeert is nog steeds groot en gewelddadig. Maar dat verzet mag ons er nooit van weerhouden er gewoon maar mee te beginnen. Zelf maar kopen in de Fair Trade winkels, werken in de voedselbank of een van die heel veel vrijwilligerstaken op ons nemen die het goede laten doen en niet dan het goede. Dan varen wij ten Hemel, dan wordt de aarde een Paradijs.

U dwaalt

Matteüs 22:23-33

23 Diezelfde dag kwamen er Sadduceeën, die beweren dat er geen opstanding uit de dood is, naar hem toe. Ze stelden hem deze vraag: 24 ‘Meester, Mozes heeft gezegd: “Indien iemand kinderloos sterft, moet zijn broer met de weduwe trouwen omdat hij haar zwager is, en voor zijn broer nakomelingen verwekken.” 25 Nu kennen wij een geval met zeven broers. De eerste trouwde, maar stierf kinderloos en liet zijn vrouw na aan zijn broer. 26 Hetzelfde gebeurde met de tweede en de derde broer, tot aan de zevende toe. 27 Het laatst van allen stierf de vrouw. 28 Wiens vrouw zal zij dan bij de opstanding zijn? Alle zeven zijn ze immers met haar getrouwd geweest.’ 29 Jezus gaf hun ten antwoord: ‘U dwaalt, blijkbaar kent u de Schriften niet, en de macht van God evenmin! 30 Want bij de opstanding trouwen de mensen niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, ze zijn dan als engelen in de hemel. 31 Hebt u niet gelezen wat God u over de opstanding van de doden heeft gezegd? Dit is wat hij zei:32 “Ik ben de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.” Hij is geen God van doden, maar van levenden. 33 Toen de talrijke omstanders dit hoorden, stonden ze versteld over zijn onderricht. (NBV)

Religie wordt vaak verbonden met het leven na dood. Of we geloven willen in een leven na de dood is dan de vraag. Een vraag die ook aan Jezus van Nazareth wordt gesteld. Door gelovigen in God, maar die niet geloven in een leven na de dood. Die Sadduceeën verwierpen de gedachte dat er een leven na de dood zou zijn, de Farizeeën geloofden wel in de opstanding van de doden. Jezus van Nazareth geeft ze in zoverre gelijk dat we bij het geloof in God niet het leven na de dood maar het leven voor de dood moeten beschouwen. Ooit zal God een woning op aarde maken maar dat gebeurt pas als iedereen op de hele wereld geleerd heeft de richtlijnen voor de menselijke samenleving te volgen, als alle volken zich naar Jeruzalem keren heet het ergens anders in de Bijbel. Wanneer dat gebeurt is duister, het komt als een dief in de nacht staat er weer ergens anders en we weten het niet.

Het is ook niet belangrijk. Het is overigens wel belangrijk voor fundamentalisten en andere zogenaamde gelovigen in Amerika. Daar zijn veel mensen bezig met de Bijbel op schoot en een rekenmachine om uit te rekenen wanneer de wereld zal vergaan en God zich op de aarde zal vestigen. In de Bijbel wordt wel gesproken over aardbevingen, overstromingen en oorlogen als tekenen van het einde der wereld maar die zijn er eigenlijk altijd wel en ook altijd al wel geweest. In onze tijd weten we er meer van omdat we ze bijna rechtstreeks op de televisie kunnen meemaken. De beelden van Katarina in New Orleans waren tijdens de storm al zeer indrukwekkend. De beelden van de slachtoffers van aardbevingen in Pakistan gaan toch weer erg lijken op eerdere beelden uit Turkije. Telkens weer worden we beproefd of we werkelijk zo menslievend zijn. Giro 555 staat bijna altijd open en vooral voor een wederopbouw is veel geld nodig. Stel je eens voor dat zo goed als je hele stad of je hele dorp is verwoest. Het duurt jaren voor je er als gemeenschap weer bovenop bent.

En die verre ellende moet ook de aandacht voor de ellende dichtbij niet doen verslappen. Er worden nog steeds kinderen in gevangenissen gestopt omdat hun ouders niet terug kunnen keren naar het land waar ze vandaan komen. Ook de voedselbanken blijven het druk hebben in ons land. De media staan vol met nieuws over een coronacrisis en dalende beurzen maar niemand schenkt nog aandacht aan de voedselcrisis en de stijgende voedselprijzen. Het verbruik van biobrandstof wordt beperkt omdat je sommige grondstoffen voor die brandstof beter kunt opeten maar we hebben ook nog een klimaatcrisis. Eigenlijk is dus de eerste vraag bij de hervorming van het financiële stelsel hoe we eerlijk kunnen delen met de armsten in de wereld. Anders lopen we de kans miljoenen tot een dood te veroordelen. Er is dus nog steeds geen plaats in ons midden voor de God van houden van je naaste als van jezelf, maar we kunnen er wel aan werken.

Geef aan God wat God toebehoort

Matteüs 22:15-22

15 Nu trokken de Farizeeën zich terug om zich erop te beraden hoe ze hem met een uitspraak in de val konden lokken. 16 Ze stuurden enkele van hun leerlingen samen met een aantal Herodianen naar hem toe, met de vraag: ‘Meester, wij weten dat u oprecht bent en in alle oprechtheid onderricht geeft over de weg van God. We weten dat u zich aan niemand iets gelegen laat liggen, u kijkt immers niemand naar de ogen. 17 Zeg ons daarom wat u vindt: is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet?’ 18 Maar Jezus had hun boze opzet door en zei: ‘Waarom stelt u me op de proef, huichelaars? 19 Laat me de belastingmunt zien.’ Ze reikten hem een denarie aan. 20 Hij vroeg hun: ‘Van wie is dit een afbeelding en van wie is het opschrift?’ 21 Ze antwoordden: ‘Van de keizer.’ Daarop zei hij tegen hen: ‘Geef dan wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’ 22 Ze waren zeer verbaasd toen ze dit hoorden. Ze lieten hem staan en gingen weg. (NBV)

Nog steeds wordt het verhaal, dat vandaag wordt gelezen, uitgelegd alsof het over belastingen gaat. En alsof het een oproep is de overheid te gehoorzamen. Niets is minder waar. Het is het omdraaien van wat er werkelijk staat. Lees maar. De vraag die aan Jezus van Nazareth wordt gesteld is of het geoorloofd is belasting te betalen. Jezus van Nazareth vraagt dan om een belastingmunt. Die heeft hij kennelijk niet zelf in bezit. Ook zijn leerlingen hebben niet zo’n munt. Dat is niet zo vreemd en heeft niets met armoede te maken. Maar op de belastingmunten die je in Judea moest gebruiken stond de afbeelding van de Keizer van Rome. Romeinse stadhouders als Pontius Pilatus vonden dat een eer. Koning Herodes, die over Galilea ging keek wel uit. Munten met de beeltenis van een mens, of een dier, of van wat dan ook, werden door Galileërs geweigerd. Die raakten ze niet aan. Dat kwam door een strikte uitleg van het gebod uit Exodus dat je geen gesneden beelden moest maken, je zou immers eens in de verleiding komen die beelden te aanbidden.

Ook die verleiding is minder vreemd dan het klinkt. Romeinse Keizers beschouwden zich als Godheid. Jezus van Nazareth heeft dus niet een dergelijke munt, de Farizeeën wel. Maar dan stelt hij de vraag wiens beeld er op staat. Is niet de mens geschapen naar Gods beeld? Staat er dus niet het beeld van God op die munt en zou je die munt niet moeten gebruiken op de manier die God wil dat bezit gebruikt wordt? De belastingen van Keizers, Koningen en andere absolute machthebbers zijn en waren niet te vergelijken met de belastingen die we tegenwoordig betalen. Wij betalen belastingen ook om te delen met de armen, om de zorg te kunnen betalen en de hulp aan arme landen. De Keizer uit dit verhaal leefde zelf in weelde van die belastingen. Hij voelde zich zo machtig dat hij zich god op aarde voelde en zich ook zo liet vereren. Jezus van Nazareth ziet het grote verschil met de God waarvoor hij volgelingen zoekt. Van die God mag je je geen beeld vormen. Naar Gods beeld is immers elk mens gemaakt, man zowel als vrouw. En de Wet van die God is niet als de wet van de Keizer, de absolute gehoorzaamheid aan de Keizer, maar je naaste liefhebben als jezelf als gehoorzaamheid aan God. Daarom kon Jezus rustig zeggen dat die keizer z’n heidense muntjes zelf maar moest houden.

In het oorspronkelijke Grieks staat dat ze zijn munten maar terug moeten geven. Als er belasting betaald moet worden doe dat dan volgens de Wet die God al lang daarvoor in de woestijn had gegeven. Belastingen komen in onze dagen al lang niet meer alleen van absolute heersers. Al zijn er machthebbers genoeg die zich als godjes willen laten vereren. We hebben echter verenigingen die nadenken waarvoor we samen geld willen uitgeven, wie dat geld zou moeten betalen en die de uitvoering van die plannen ook controleren. Politieke Partijen heten die verenigingen. Van echte democratische politieke partijen mag iedereen lid worden. Zo heel af en toe mogen we uitmaken wie we de beste vinden, door op een partij te stemmen bij verkiezingen. Via onderhandelingen komt er dan een regering of een gemeentebestuur die de ideeën van de partijen uitvoert. Mensen die in het verhaal van Jezus geloven kijken dan welke vereniging zorgt voor de zwakken in de samenleving, waar echt wordt gedeeld, waar rechtvaardigheid te vinden is. Waar dus ook de rijken het grootste deel betalen en niet het grootste deel subsidie in de wacht slepen zoals bij de hypotheekrenteaftrek het geval is. Daarom is belasting betalen niet genoeg maar moeten we ons actief bemoeien met wie ons regeert en hoe ze dat doen, wij hebben die mogelijkheid, wij kunnen vragen voor de armen te zorgen en niet de rijken te beschermen.

Vriend, hoe ben je hier binnengekomen

Matteüs 22:1-14

1 Daarop vertelde Jezus hun opnieuw een gelijkenis: 2 ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. 3 Hij stuurde zijn dienaren erop uit om de bruiloftsgasten uit te nodigen, maar die wilden niet komen. 4 Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: “Zeg tegen de genodigden: ‘Ik heb een feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!’ ” 5 Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel. 6 De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen. 7 De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen erop af, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. 8 Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: “Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden. 9 Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt.” 10 De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd. 11 Toen de koning binnenkwam om te zien wie er allemaal aanlagen, zag hij iemand die zich niet in bruiloftskleren gestoken had, 12 en hij vroeg hem: “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?” De man wist niets te zeggen. 13 Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: “Bind zijn handen en voeten vast en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt. 14 Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.”’ (NBV)

Een merkwaardig verhaal staat er vandaag op het dagelijks leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap, dat wij hier dagelijks volgen. Zo op het eerste gezicht een vrolijk verhaal. Maar het gaat over de hogepriesters en de Farizeeën en het laat ons iets zien van wat het Koninkrijk van God zou betekenen. Het koninkrijk van God is als een bruiloftsfeest. Maar de mensen die uitgenodigd zijn komen niet. Die hebben geen tijd, zijn te druk met hun zaken en werk of worden zelfs boos als iemand ze durft uit te nodigen. Het moet een feest zijn van delen en zorgen voor elkaar, waar tranen worden gewist, lammen leren lopen en blinden weer kunnen zien, waar iedereen er bij mag horen. Nu hebben heel veel mensen helemaal geen zin in dat eerlijk delen. Dat kennen we in onze tijd ook. We zorgen voor onszelf en iedereen kan toch voor zichzelf zorgen. Er zijn zelfs mensen die boos worden als je zelfs maar suggereerd dat er mensen zijn die hulp nodig hebben, ook financiële hulp en dat we met die mensen zouden moeten willen delen.

En in onze haastige samenleving hebben ook steeds minder mensen tijd om vrijwilligerswerk te doen. Alle vrijwilligersorganisaties hebben te maken met dat tekort. Dat handelaren en zogenaamde harde werkers niet willen komen omdat ze eerlijk moeten delen snappen we nog wel een beetje. Dat mensen boos worden als je naar hun inkomen en eigendom wijst snappen we ook, zeker als ze veel hebben en een groot inkomen hebben. Maar die ene gast die geen bruiloftskleed wil aantrekken? Als je jezelf maar waardeloos vindt dan is van een ander houden als van jezelf ook al snel klaar en niet aantrekkelijk. En dan roepen sommigen nog dat er veel geroepen zijn en weinig uitverkoren, het tegendeel is waar: er wordt er maar één uitgegooid! We gaan er misschien iets van snappen als we ons realiseren dat Jezus altijd iedereen wil laten meedoen met zijn Koninkrijk. Ook de mensen die niet willlen komen, zelfs de mensen die de boodschappers ombrengen. Uiteindelijk roept de Koning iedereen, de goeden en de slechten staat er.

En als je het dan nog niet door hebt, nog niet mee wil doen met een heel bijzonder verhaal dat iedereen ten goede komt, dan moet je hetzelf weten. Dan worden er soldaten op je stad afgestuurd om die in brand te steken en dan wordt je gekneveld en buiten geworpen waar geween zal zijn en tandengekners. Heel langzaam moet je tegenwoordig dapper worden om te blijven geloven dat eerlijk delen ook kan. Zelfs als het hele bouwwerk van grijpen en graaien op instorten staat wordt nog gevraagd of belastingbetalers er wel genoeg winst uit weten te halen. Alsof het inkomen en het bezig van mensen met een bescheiden pensioen dat op een bank staat niet beschermd mag worden. Alsof dat kleine beetje reserve dat een arme heeft niet veilig gesteld mag worden. En dan die huizen. Huren van de bank, hypotheek nemen noemen ze dat, was voor mensen met een bescheiden inkomen altijd al riskant. Want een bank zorgt niet voor onderhoud en reparatie. Maar eigendom van een huis hoort nu eenmaal zo schijnt het. Ze zijn in verleiding gebracht door de aanbidders van winst en profijt. Mogen we de slachtoffers niet beschermen en ze zo uitnodigen voor die maaltijd in het Koninkrijk?

Dat is de erfgenaam!

Matteüs 21:33-46

33 Luister naar een andere gelijkenis. Er was eens een landheer die een wijngaard aanlegde en hem omheinde. Hij groef er een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Toen verpachtte hij hem aan wijnbouwers en ging op reis. 34 Tegen de tijd van de druivenoogst stuurde hij zijn knechten naar de wijnbouwers om zijn vruchten in ontvangst te nemen. 35 Maar de wijnbouwers grepen de knechten, ze mishandelden er een, doodden een ander en stenigden een derde. 36 Daarna stuurde de landheer andere knechten, een grotere groep dan eerst, maar met hen deden ze hetzelfde. 37 Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. 38 Toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: “Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn erfenis opstrijken,” 39 en ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. 40 Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met die wijnbouwers doen?’ 41 Ze antwoordden: ‘De onmensen! Laat hij ze op een mensonwaardige manier ombrengen en de wijngaard verpachten aan andere wijnbouwers, die de vruchten wel aan hem afdragen wanneer het daar de tijd voor is.’ 42 Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden. Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.” 43 Daarom zeg ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen. 44 Wie over die steen struikelt zal gebroken worden, en iedereen op wie die steen valt zal worden verpletterd.’ 45 Toen de hogepriesters en de Farizeeën zijn gelijkenissen hoorden, begrepen ze dat hij over hen sprak. 46 Ze wilden hem graag gevangennemen, maar ze waren bang voor de reactie van de volksmassa, daar men hem voor een profeet hield. (NBV)

Het is duidelijk, je kunt wel doen of je de wijsheid in pacht hebt maar pas aan de vruchten kun je herkennen of het waar is. Jezus van Nazareth citeert hier Psalm 118. Over de steen die was weggeworpen maar die tot hoeksteen werd. Voor ons een vreemd beeld maar wie wel eens een muurtje heeft opgezet zonder cement, of op vakantie een muur van natuursteen heeft gezien, zal het misschien snappen. Je hebt dan te maken met de onregelmatigheid van de stenen. Niet alles past. Maar juist op de hoeken kan de meest onregelmatig gevormde steen het best passen en daarmee de belangrijkste steen vormen. En onregelmatig gevormd is de leer van Jezus van Nazareth. Niet de harde werkers, niet de mooi gekleden, niet de beste praters, niet de best gesneden pakken of de mooiste hoedjes bepalen het koninkrijk van God maar de minsten, de armen, de hoeren en de tollenaars.

Wie de blinden en de bedelaars langs de weg ziet, wie de hongerenden voedt en de naakten kleed. Juist in deze dagen van financiële crisis, dagen waarin de positie van de rijksten in de wereld wankelt, juist in deze dagen is de zorg voor de armsten in Afrika van meer dan groot belang. Als we het werkelijk weten op te brengen de welvaart die wij delen ook te delen met de armen in Afrika dan brengen we iets van Koninkrijk van God op aarde. Nu, in deze dagen, komt het er op aan. Nu zelfs de meest verstokte aanbidder van de vrije markt en de goden van winst en profijt tot de ontdekking komt dat er in elke samenleving ook iets van samen delen moet zijn. Juist nu zal duidelijk moeten zijn dat delen met de armsten in de wereld voorop moet staan en niet de sluitpost moet worden van de internationale welvaart. Maar denk niet dat iemand met de eer voor het delen kan wegkomen.

Denk aan het verhaal dat Jezus van Nazareth vertelt over de werkers in de wijngaard. Op het moment dat de wijngaard opbrengst gaat vertonen steken ze die opbrengst in eigen zak. De heer van wijngaard, de Liefde zelf, wordt buitengesloten. In onze samenleving gebeurt hetzelfde. Zelfs de redding van het financiele systeem dreigt ten goede te komen aan de bazen van de banken en hen nog rijker te maken. Waarom dus niet de bonussen voor de top van de banken wereldwijd bestemmen voor microkredieten voor de armsten in de wereld. Zodat ook zij zich kunnen ontwikkelen en niet alleen delen in de welvaart maar er zelfs aan kunnen bijdragen. Want ook in de dagen van financiële crisis blijft de tegenstelling tussen landen waar overgewicht het belangrijkste probleem is en landen waar de honger het belangrijkste probleem is.

We weten het niet.

Matteüs 21:23-32

23 Toen hij naar de tempel was gegaan en daar onderricht gaf, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk naar hem toe. Ze vroegen hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? En wie heeft u die bevoegdheid gegeven?’ 24 Jezus gaf hun ten antwoord: ‘Ik zal u ook een vraag stellen, en als u mij daarop antwoord geeft, zal ik u zeggen op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe. 25 In wiens opdracht doopte Johannes? Kwam die opdracht van de hemel of van mensen?’ Ze overlegden met elkaar en zeiden: ‘Als we zeggen: “Van de hemel, ”dan zal hij tegen ons zeggen: “Waarom hebt u hem dan niet geloofd?” 26 Maar als we zeggen: “Van mensen, ”dan krijgen we het volk over ons heen, want iedereen houdt Johannes voor een profeet.’ 27 Dus gaven ze Jezus als antwoord: ‘We weten het niet.’ Daarop zei hij tegen hen: ‘Dan zeg ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid ik die dingen doe. 28 Wat denkt u van het volgende? Iemand had twee zonen. Hij zei tegen de een: “Jongen, ga vandaag in de wijngaard aan het werk.” 29 De zoon antwoordde: “Ik wil niet, ”maar later bedacht hij zich en ging alsnog. 30 Tegen de ander zei de man precies hetzelfde. Die antwoordde: “Ja, vader, ”maar ging niet. 31 Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ Ze zeiden: ‘De eerste.’ Daarop zei Jezus: ‘Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zijn u voor bij het binnengaan van het koninkrijk van God. 32 Want Johannes koos de weg van de gerechtigheid toen hij naar u toe kwam. U geloofde hem niet, de tollenaars en de hoeren wel. En ook al zag u dat, u hebt u niet willen bedenken en hem alsnog willen geloven. (NBV)

In de Protestantse Kerk Nederland mag je niet zomaar preken. Daar gaat een hele procedure aan vooraf en je moet officieel toestemming hebben van de synode, het hoogste bestuur van de Kerk. Eigenlijk verlangen ze dat je eerst theologie hebt gestudeerd aan een universiteit en zeker de Bijbel in het Grieks en Hebreeuws kunt lezen en vertalen. Zo iemand als Jezus van Nazareth zou in een Protestantse Kerk hier in Nederland niet zomaar op de kansel kunnen klimmen. Ook in zijn dagen was er al de vraag op grond waarvan hij deed wat hij deed. Hij was immers geen Priester of Leviet. Die oefenden officieel op grond van de Bijbelse voorschriften het toezicht op genezingen en de toepassing van de wet uit. Dan komt er zo’n prediker en die geneest en brengt mensen die zich hadden buitengesloten weer op de goede weg. Dat schept maar wanorde en verwarring.

Maar Jezus van Nazareth wijst op een andere kant van hetzelfde verhaal. In zijn optreden is ook de roep om anders te gaan leven. Om weer rekening te houden met de richtlijnen voor de menselijke samenleving, je naaste lief te hebben als jezelf. Eigenlijk is het de taak van iedereen om jezelf en om elkaar aan die liefdeswet te houden. In de traditie van het volk Israel waren er door de geschiedenis heen steeds mensen opgestaan die het volk tot de orde hadden moeten roepen, die weer hadden gewezen op die Wet en hoe die toe te passen in de dagelijkse werkelijkheid en in de politieke actualiteit. Profeten werden ze genoemd en in de dagen dat Jezus van Nazareth met zijn optreden was begonnen was er de Profeet Johannes geweest die bij de Jordaan mensen het rituele bad had laten ondergaan dat de Bijbelse wetten voorschreef om weer rein te worden, weer zonder vuiligheid en zo dat je die richtlijn van je naaste liefhebben weer ongestoord kon uitvoeren. Dopen noemde hij dat en daar was heel het volk voor uitgelopen.

Dat reinigingsbad moest je zelf nemen, daar kwam geen Priester of Leviet aan te pas. Tot die reiniging of omkeer oproepen was de taak van iedere gelovige. Niet dat Priesters en Levieten, Farizeeën en Schriftgeleerden dat de mensen voorhielden, dat zou hun macht en positie maar aantasten. Daarom gaven ze maar geen antwoord als ze naar de plaats in de Bijbelse wetten wordt gevraagd. Jezus van Nazareth wijst maar eens op de profeten die de mensen voor hadden gehouden dat ieder die kwaad had gedaan elk moment berouw kon hebben en met het goede kon beginnen. Ieder die bleef bij het kwaad kon doodvallen. Johannes was er mee begonnen en Jezus van Nazareth ging er mee door. Wij ook? In de Protestantse Kerk Nederland worden we daartoe in elk geval opgeroepen, en hier ook elke dag weer. Heb je naaste lief als jezelf en begin er gewoon nu mee.