Spreuken 4:10-27
10 Mijn zoon, luister, neem mijn woorden aan, ze vermeerderen de jaren van je leven. 11 Ik heb je de weg van de wijsheid gewezen, op rechte paden heb ik je gevoerd. 12 Je zult onbelemmerd voortgaan, nergens zul je struikelen, al ga je nog zo snel. 13 Laat mijn onderricht niet los, houd het vast, vergeet het nooit, het is je leven. 14 Ga niet het pad van goddelozen, bewandel niet de weg van wie boosaardig zijn. 15 Mijd hun weg, betreed hem niet, ga eraan voorbij, loop door. 16 Zij rusten niet voor ze kwaad hebben gedaan; wanneer ze anderen niet ten val brengen, kunnen ze de slaap niet vatten. 17 Ze voeden zich met goddeloosheid, bedrinken zich aan geweld. 18 Het pad van de rechtvaardigen is stralend als de zon, die opkomt, hoger klimt, totdat de dag zijn licht verspreidt. 19 Maar de weg van de goddelozen is duisternis; ze struikelen, en weten niet waarover. 20 Mijn zoon, heb aandacht voor mijn woorden, geef aan mijn uitspraken gehoor. 21 Houd ze steeds voor ogen, bewaar ze in het diepste van je hart. 22 Ze zijn het leven voor wie ze aanvaarden, sterken heel het lichaam als een medicijn. 23 Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven. 24 Neem nooit leugens in de mond, laat geen bedrog over je lippen komen. 25 Je moet elk mens recht in de ogen kunnen zien, nooit je ogen hoeven neerslaan. 26 Weet welke weg je wilt inslaan, dan loop je met vaste tred. 27 Wijk niet af naar rechts, wijk niet af naar links, wijk alleen uit voor het kwaad. (NBV21)
We lezen nog steeds in de lessen van de wijsheid. We weten inmiddels dat met het onderricht de leer van de Thora wordt bedoeld. In de Christelijke manier ging het meer om het oefenen. Oorspronkelijk waren Joden en Christenen samen maar toen Christenen zich op last van de Keizer van Rome losmaakten van de Joden en een eigen godsdienst gingen vormen kwam de Heidense manier van godsdienst vaak op de voorgrond. In de Heidense manier van denken staat het offer centraal, daarmee moet de God worden gevoed of gunstig gestemd. Het heeft een paar eeuwen geduurd voordat gelovigen er achter kwamen dat dat offer niet elke dag te herhalen is. Dat komt ook omdat die God van Israël niet gunstig gestemd hoeft te worden, die heeft de mensen al lief en nu wij nog. Het gedeelte van het boek Spreuken dat we vandaag lezen beschouwd het bijna als een sport. Als je de sport van liefhebben van je naaste beoefend kun je niet struikelen. Al je handelen stem je af op de liefde voor de minste, op elke situatie laat je het licht schijnen van de Thora, hoe kan ik hier de minste liefhebben als mijzelf. Doe je dat niet dan struikel je, soms zelfs zonder te weten hoe en waarom. Je moet je dus niet begeven bij de goddelozen, de mensen die menen dat eigenliefde wel genoeg is, die vinden dat iedereen zelf moet zorgen voor zijn eigen geluk en als je pech hebt of ongeluk je treft dan ben je daar ook zelf verantwoordelijk voor. Wie echter gelooft dat er een wereld mogelijk is zonder tranen, zonder oorlog en geweld, zoekt het bij de Liefde, de Liefde overwint alles en de Liefde is de grootste.
Het God lief met heel je hart en met heel je verstand staat ergens anders in de Bijbel geschreven en Jezus van Nazareth voegt er de tekst uit Leviticus aan toe over het heb je naaste lief als jezelf waardoor dat de manier wordt waarop je van de God van Israël kan houden. Geen wonder dus dat de Spreukendichter ons vandaag oproept om vooral over je hart te waken. Er staat niet voor niets geschreven dat waar je hart is ook je schat zal zijn. En het symbool dat wij bij uitstek hanteren voor de liefde tussen mensen is het hart. Al dat leren, dat lernen, van het onderricht dat wijsheid brengt, het onderricht van de Thora, de eerste vijf boeken van de Bijbel, de leer van Mozes, zou er op kunnen wijzen dat het in de Bijbel gaat om het gebruiken van je verstand. Het lijkt er op alsof je hart er niet meer aan te pas komt, maar niets is minder waar. Het leren van de Thora is het leren de Thora te beoefenen, uiteindelijk de Thora te vervullen. Het gaat dus om te leren hoe te handelen in het leven, hoe merk je de zwaksten op, hoe steek je een hand uit, wat is hulp eigenlijk? Het gaat bij het leren handelen juist niet om het gebruiken van het verstand. Het vermijden van het kwaad en het doen van het goede en niets dan het goede moet vanzelf gaan. Dat is niet een van boven opgelegde houding maar komt van binnenuit. Naar de liefde is het hart immers ook de zetel van het leven en de tekst zou ook vertaald kunnen worden als hoe lang je leeft hangt af van hoe goed je voor je hart weet te zorgen. Nu is de Bijbel toch al geneigd om liefhebben van de naaste te verbinden met een lang leven, met het weer gaan leven ja zelfs met het uit de dood opstaan, uit een doods bestaan weer tot leven komen.
Allemaal begrippen die in dit stukje uit Spreuken mee mogen gaan klinken. In het begin van het gedeelte dat we vandaag lezen wordt er de nadruk op gelegd dat de leer van Mozes van vader op zoon wordt doorgegeven. Rabbijnen hadden hier uit afgeleid dat vrouwen die manier van handelen al van nature hadden. Te meer ook omdat de wijsheid die hier onderwezen wordt zelf als vrouw wordt afgebeeld. De zorg van de moeder is natuurlijk ook een goed voorbeeld van natuurlijke zorg, een moeder voelt aan hoeveel zorg en hulp haar kinderen nodig hebben. De vader moet dat zelf leren en weer aanleren aan zijn zonen. Van een meer vooraanstaande positie van mannen is hier dus geen sprake, integendeel, de domme mannen hebben altijd weer nog veel te leren over liefde voor de naaste en over de zorg voor de minsten. Maar is schemert nog een ander gevolg door. Het onderwijs van vader op zoon zoals hier beschreven wordt is het onderwijs van elke vader aan elke zoon, van generatie op generatie. Het is dus het onderwijs voor een heel volk.