Psalm 37:1-24
1 Van David. Erger je niet aan slechte mensen, wees niet jaloers op wie kwaad doen, 2 zij verdorren snel als gras, zij verwelken als het jonge groen. 3 Vertrouw op de HEER en doe het goede, bewoon het land en leef er veilig. 4 Zoek je geluk bij de HEER, Hij zal geven wat je hart verlangt. 5 Leg je leven in de handen van de HEER, vertrouw op Hem, Hij zal dit voor je doen: 6 het recht zal dagen als het morgenlicht, de gerechtigheid stralen als de middagzon. 7 Blijf kalm en wacht op de HEER, erger je niet aan wie slaagt in het leven, aan wie met listen te werk gaat. 8 Wind je niet op, laat je woede varen, erger je niet, dat brengt maar onheil. 9 Slechte mensen worden verdelgd, wie hopen op de HEER, zullen het land bezitten. 10 Nog even, en verdwenen is de zondaar, je kijkt waar hij is, maar vindt hem niet. 11 Wie nederig zijn, zullen het land bezitten en gelukkig leven in overvloed en vrede. 12 De zondaar belaagt de rechtvaardige met een grijns op zijn gezicht. 13 Maar de Heer lacht hem uit en ziet de dag al van zijn ondergang. 14 Zondaars trekken hun zwaard en spannen hun boog, om zwakken en armen te doden, om af te slachten wie eerlijk hun weg gaan. 15 Maar het zwaard dringt in hun eigen hart en hun bogen worden gebroken. 16 Beter het weinige dat een rechtvaardige heeft dan de rijkdom van talloze zondaars. 17 De macht van de zondaars wordt gebroken, maar de HEER zal de rechtvaardigen steunen. 18 De HEER trekt zich het lot van onschuldigen aan, hun bezit blijft voor eeuwig behouden. 19 Zij worden niet teleurgesteld in kwade dagen, in tijden van hongersnood worden zij verzadigd. 20 De zondaars zullen ten onder gaan, de vijanden van de HEER verdwijnen als bloemen in het veld, verdwijnen als rook. 21 De zondaar vraagt te leen en brengt niet terug, de rechtvaardige geeft, uit mededogen. 22 Gods gezegenden zullen het land bezitten, de vervloekten worden verdelgd. 23 Wie de HEER welgevallig is, mag zijn weg gaan met vaste tred. 24 Al komt hij ten val, hij blijft niet liggen, want de HEER richt hem op.(NBV21)
Vandaag lezen we een hoogst actuele psalm. Want ergeren aan slechte mensen dat doen we tegenwoordig dag in dag uit. En als er mensen zijn die de mensen waar ze zich aan ergeren op hun vingers tikken dan ergeren we ons daar weer aan en zo kunnen we door gaan. Je hoeft op al die mensen die zich ergeren niet jaloers te zijn. De psalm zegt dat ze verdorren als gras, ze verwelken als het jonge groen. Soms duurt dat helaas een poosje en blijft je ergernis bestaan. De boodschap is dat je je niet hoeft te ergeren. Je mag er om lachen. Ook dat zal niet helpen maar het helpt je zelf, het helpt je van dat vervelende gevoel van ergernis af. Het maakt het gemakkelijker je ergernis te benoemen, want bang voor wat de Psalmist de zondaar of onrechtvaardige noemt hoef je niet meer te zijn. God zelf lacht ze ook uit, waarom wij gelovigen in God dan niet. God beloofd ook dat ze aan hun eigen onrecht te gronde zullen gaan. De pijlen die ze afsteken zullen in hun eigen hart terechtkomen. En zeg nu eerlijk, wie wil als asociaal bekend staan, wie wil de straffen van justitie die daar bij horen ondergaan.
Nu is het leggen van je leven in de handen van de Heer minder vrijblijvend als het klinkt. God heeft een aantal richtlijnen gegeven die je beter kunt volgen als de weg die je door de wereld wordt gewezen. Paulus heeft ooit gezegd dat je het kwade met het goede moet bestrijden. Als je jezelf ergert kun je je afvragen hoe je van die ergernis af kan komen. Je kunt iemand aanspreken op ergerlijk gedrag. Je kunt je aansluiten bij mensen die bezig zijn de ergernis de wereld uit te helpen, als we allemaal willen dat een slechte situatie ten goede wordt gekeerd dan zal dat op den duur ook gebeuren. De richtingwijzers van de wereld zullen moeten omgevormd worden tot de richtingwijzers van God. Maar kwaad worden zal daarbij niet helpen. Toorn brengt twist voort, zegt het boek Spreuken, en stapelt dwaasheid op dwaasheid. In het gedeelte dat we vandaag lezen klinken de zaligsprekingen uit het boek Matteüs voor. Als Jezus van Nazareth volgens het verhaal van Matteüs als Mozes op een berg zijn leer ontvouwd dan begint hij met het citeren van de psalmen. Hij prijst de zachtmoedigen gelukkig, zij zullen de aarde beërven.
En daar geeft de Psalm je een sterk wapen in de hand. In plaats van je steeds met dat kwade bezig te houden kun je er ook naar streven steeds het goede te doen. We kennen het rijtje wel, de hongerigen voeden, de dorstigen laven, de naakten kleden, de gevangenen bezoeken, de vreemdelingen in je midden opnemen, vrede te stichten en te zorgen voor de minsten. Verdien je daar wat mee? Wordt de wereld er beter van? Levert het ook nog wat op? Welnee, zelfs niet de genade van de God van Israël. Maar het maakt je leven een stuk eenvoudiger. Je wordt gewaardeerd om wat je doet, mensen kunnen je niet om ver werpen en als je valt hoef je alleen nog een beroep te doen op de beloften van God, het zal goedkomen belooft God, en je hebt weer een nieuwe toekomst waar je aan mag werken. Paulus zegt het niet voor niets, doe het goede en niet dan het goede. Het verhaal zegt ook dat je het kwade kunt bestrijden door het goede te doen, dat mag dus ook vandaag weer.