Rechters 2:6-23
6 Toen Jozua de volksvergadering had ontbonden, waren de Israëlieten eropuit getrokken om het land in bezit te nemen, elke stam het gebied dat hun was toegewezen. 7 Zolang Jozua leefde, had het volk de HEER gediend. Ook na zijn dood waren ze de HEER blijven dienen zolang er oudsten waren die met eigen ogen hadden gezien welke machtige daden de HEER voor Israël had verricht. 8 Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van de HEER, was gestorven toen hij honderdtien jaar oud was. 9 Hij was begraven in het gebied dat hem was toegewezen: in Timnat-Cheres in het bergland van Efraïm, ten noorden van de Gaäs. 10 Toen ook zijn generatiegenoten met hun voorouders waren verenigd, kwam er een volgende generatie, die niet vertrouwd was met de HEER en wat Hij voor Israël had gedaan. 11 De Israëlieten begonnen te doen wat slecht is in de ogen van de HEER: ze gingen de Baäls dienen. 12 Ze keerden de HEER de rug toe, de God van hun voorouders, die hen uit Egypte had geleid, en begonnen achter andere goden aan te lopen die werden vereerd door de volken waartussen ze woonden. Door voor die vreemde goden neer te knielen krenkten ze de HEER. 13 Ze keerden Hem de rug toe om Baäl en de Astartes te dienen. 14 Toen ontstak de HEER in woede tegen de Israëlieten. Hij leverde hen uit aan roversbenden en aan de hen omringende vijanden, zodat ze daartegen geen stand meer hielden. 15 Telkens als ze iets tegen hun vijanden ondernamen, keerde de HEER zich tegen hen, zoals Hij hun gezegd en gezworen had. Steeds weer kregen de Israëlieten het zwaar te verduren. 16 Dan liet de HEER een rechter optreden om het volk te leiden en het te bevrijden van de roversbenden. 17 Maar ook naar hun rechters luisterden ze niet; ze gaven zich af met andere goden en bogen zich voor hen neer. Binnen de kortste keren dwaalden ze weer af van de weg die hun voorouders waren gegaan: die hadden de geboden van de HEER gehoorzaamd, maar zij niet. 18 Steeds wanneer de HEER een rechter liet optreden, stond Hij die bij. Want wanneer het volk zuchtte onder het juk van onderdrukkers, kreeg de HEER medelijden en verloste Hij hen van hun vijanden zolang die rechter leefde. 19 Maar wanneer de rechter dan stierf, verviel het volk van kwaad tot erger. Meer nog dan de generatie voor hen liepen ze achter andere goden aan om die te dienen en bogen ze zich voor hen neer. Ze weigerden hardnekkig hun kwalijke praktijken op te geven. 20 De HEER ontstak in woede tegen Israël en zei: ‘Dit volk overtreedt de regels van het verbond die Ik hun voorouders heb opgelegd en het luistert niet naar Mij. 21 Ik zal daarom geen enkel volk meer verdrijven dat nog in het land woonde toen Jozua stierf.’ 22-23 De HEER had die volken namelijk in het land laten blijven en ze niet onmiddellijk verdreven omdat Hij de Israëlieten op de proef wilde stellen. Hij had ze niet aan Jozua uitgeleverd, omdat Hij wilde zien of de Israëlieten zich net als hun voorouders zouden houden aan de weg die Hij hun had gewezen of niet. (NBV21)
Na de Tweede Wereldoorlog wisten de mensen het zeker, net als na de Eerste Wereldoorlog. Er zou nooit meer oorlog komen. En na de Tweede Wereldoorlog werd ook besloten dat er nooit meer een dictator of een dictatoriale regering de kans zou krijgen om grote groepen inwoners af te slachten zoals dat in de Tweede Wereldoorlog was gebeurd. En vluchtelingen die om wat voor redenen dan ook werden vervolgd zouden niet meer teruggestuurd of geweigerd worden zoals voor de Tweede Wereldoorlog gebeurde, maar zouden moeten worden opgevangen en beschermd. De mensen die de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt hebben het lang volgehouden hun idealen uit te dragen en te verwezenlijken. Maar net als bij het volk Israël gaat met het verstrijken der jaren de herinnering verloren. En dan komen er andere goden dan de God van Liefde en Bevrijding die de aandacht van de mensen opeisen. De “goden van goud en beloften” noemde Huub Oosterhuis ze eens. De god van de olie is tegenwoordig erg belangrijk, net als de god van het eigen gelijk. En vergeet niet de god van het fundamentalisme, die eigen godsdienst stelt boven de mensen in plaats van ten dienste van mensen.
Er worden weer oorlogen gevoerd zonder de Verenigde Naties, er zijn weer groepen mensen afgeslacht om wie ze waren. Homoseksuelen worden weer opgehangen. Vluchtelingen worden geweigerd en teruggestuurd naar landen met onderdrukking en vervolging. En politici in Nederland zetten de ene bevolkingsgroep tegen de andere op. We weten wel dat het allemaal verkeerd zal aflopen, dat wie haat zaait ook haat zal oogsten. We weten ook wel dat we ons weer aan de wetten van liefde en gerechtigheid zouden moeten houden, maar we zijn vergeten wat we er voor moeten doen. In elk geval klinkt in deze passage uit het boek Rechters een waarschuwing die we in onze zak mogen steken. Altijd als het mis gaat met de samenleving, of mis dreigt te gaan, zijn er steeds weer opnieuw mensen die de goede weg wijzen. Die uitleggen wat de Wet van de Woestijn in een concrete situatie inhoudt en hoe die toegepast moet worden. Die Wet werd ooit door het volk Israel ontdekt in de Sinaï woestijn en het hart van die wet is dat je je naaste lief moet hebben als jezelf. Het volk Israel kreeg in het beloofde land, waar dit boek Rechters over gaat, Rechters, of met een oud woord Richteren.
Niet dat dat nu veel hielp, even ja, maar als de rust weer was hersteld, of de roversbenden waren verdreven, verviel men weer in de oude kwalen. Een paar jaar geleden is er zo’n richter uit onze tijd vermoord. Broeder Roger Schutz uit Taizé. Hij stichtte een broederschap dwars over grenzen van kerken en landen heen in een tijd dat de volken van Europa tegen elkaar te hoop liepen en er verschrikkelijke dingen met mensen gebeurden. Hij wees de weg in de richting van verzoening, en hij wees de weg aan jonge mensen hoe in een nieuwe na oorlogse samenleving ook werkelijk samen geleefd kon worden. De hulp aan de armsten in de wereld speelde daarbij een zeer belangrijke rol. In het gedeelte dat we vandaag hebben gelezen staat dat er steeds weer nieuwe Rechters kwamen, kennelijk gaat dat tot in onze dagen door. Dat geeft hoop en zet ons wellicht ook vandaag nog in beweging in de richting van het rijk waarin iedereen meetelt. Per slot van rekening mogen we er elke dag telkens opnieuw mee beginnen, de weg te volgen van de Wet van Liefde en Rechtvaardigheid, ook vandaag mag dat weer.