Met een molensteen

Marcus 9:42-50

42  Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, zou beter af zijn als hij met een molensteen om zijn nek in zee gegooid werd. 43  Als je hand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Gehenna te moeten gaan, naar het onblusbare vuur. 44 45  Als je voet je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter kreupel het leven binnengaan dan in het bezit van twee voeten in de Gehenna geworpen worden. 46  47  En als je oog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit: je kunt beter met één oog het koninkrijk van God binnengaan dan in het bezit van twee ogen in de Gehenna geworpen worden, 48  waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft. 49  Iedereen moet met vuur gezouten worden. 50  Zout is goed! Maar als het zout zijn kracht verliest, hoe zullen jullie het zijn kracht dan teruggeven? Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede.’ (NBV)

Ten zuiden en ten westen van Jeruzalem lag het dal Hinnom. Hier brandde dag en nacht een groot vuur waar al het afval van Jeruzalem in werd verbrand. Vanouds was hier een offerplaats voor de afgod Moloch. Daar werden kinderen als offer in het vuur geworpen. Ook werden er lijken van veroordeelde misdadigers verbrand, ze hoefden dan niet begraven te worden. De plaats werd Gehenna genoemd en was zo verschrikkelijk dat Gehenna ook de naam van het dodenrijk werd. Als Jezus van Nazareth over de Gehenna spreekt dan heeft hij het over een verschrikkelijke plaats die al zijn toehoorders helder voor ogen stond. Je kunt dus beter je handen af hakken dan als misdadiger in het vuur van de Gehenna geworpen worden. Zo verschrikkelijk moet het voor je zijn als je niet meer de Weg volgt van het houden van je naaste als van jezelf.

Mensen van die weg afbrengen is wel het ergste dat je kan doen. Toch heeft ook dat onblusbare vuur van die verschrikkelijke plaats Gehenna iets goeds. Het reinigt de stad zoals zout het voedsel reinigt en behoed voor bederf. Al het dode afval in de stad laten rotten maakt de stad onleefbaar. In het Italiaanse Napels kunnen ze daar over meepraten. Daar werd het afval niet meer opgehaald. Het werd zo erg dat het leger moest worden ingezet om de stad weer schoon te maken, de stad dreigde anders onleefbaar te worden. Zo was het ook met Jeruzalem en het Gehenna zorgde er voor dat de stad het afval kwijt kon. Daarom moeten wij er voor zorgen het zout in onszelf niet te verliezen. Dat betekent dat je telkens weer de Weg op moet gaan van Jezus van Nazareth. Dat je eens van die weg afdwaalt is erg. Maar niet onherroepelijk, op elk moment kan ieder van ons zich weer omkeren.

Bekeren heette dat opnieuw beginnen ook wel, om weer die Weg op te gaan. In elke gemeenschap van mensen die zich niet om zichzelf maar om de ander als eerste bekommeren dien je de vrede te bewaren. Onderlinge strijd kost immers energie die ten koste gaat van de zorg voor de minsten, het laat ook niet zien hoe een samenleving waarin iedereen kan meedoen en waar oog en oor is voor de minsten er uit kan zien. Maar oog en oor voor de minsten in de wereld is waar Jezus van Nazareth ons om vraagt. Daar is zijn vader, daar is God zelf te vinden. Bij de slachtoffers van de voortdurende strijd in Somalië, bij de hongerenden in Zuid Soedan, bij de Rohingya in Birma en al die andere landen waar mensenrechten worden geschonden, bij de armen in Europa, bij de vreemdelingen onder ons die worden buitengesloten, bij de kinderen op de wereld die worden uitgebuit en misbruikt. Daar horen wij ook te zijn want hen verwaarlozen is het ergste wat ons kan gebeuren. Vandaag hoeft verwaarlozen dus niet meer.

Ieders dienaar.

Marcus 9:30-41

30 Ze vertrokken uit die streek en reisden door Galilea, maar hij wilde niet dat iemand dat te weten kwam,  31  want hij was bezig zijn leerlingen onderricht te geven. Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de mensen. Die zullen hem doden, maar na drie dagen zal hij uit de dood opstaan.’ 32  Ze begrepen deze uitspraak niet, maar durfden hem geen vragen te stellen. 33  Ze kwamen in Kafarnaüm. Toen ze in huis waren, vroeg hij hun: ‘Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?’ 34  Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was. 35  Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’ 36  Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: 37  ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft.’ 38  Johannes zei tegen hem: ‘Meester, we hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten omdat hij zich niet bij ons wilde aansluiten.’ 39  Jezus zei: ‘Belet het hem niet. Want iemand die een wonder verricht in mijn naam kan onmogelijk het volgende moment kwaad van mij spreken. 40  Wie niet tegen ons is, is voor ons. 41 Ik verzeker je: wie jullie een beker water te drinken geeft omdat jullie bij Christus horen, die zal zeker beloond worden. (NBV)

Ieders dienaar willen zijn, daar draait het om bij Jezus van Nazareth. En dat is niet eenvoudig. Daar moet je voor studeren lijkt het wel. Jezus van Nazareth neemt in dit verhaal immers zijn leerlingen mee naar huis om hen te onderrichten. Eerder had Marcus ons al verteld dat Jezus van Nazareth in Kafernaüm was gaan wonen. In de verhalen die bij Marcus voor het verhaal van vandaag staan had Jezus van Nazareth steeds last gehad van grote mensenmenigten die genezing bij hem zochten of gewoon achter hem aan liepen om te horen wat hij te zeggen heeft. Maar aan populariteit heeft Jezus van Nazareth kennelijk een broertje dood. Verering door de massa loopt altijd uit op de dood van degene die vereerd wordt. Of die kan het niet aan of de massa raakt teleurgesteld en dood het idool of die wordt door de concurrentie gedood, maar dood gaat het idool. Jezus van Nazareth is voor alles realist, hij weet dat het hem ook zo zal vergaan.

Maar hij weet ook dat zoveel liefde van God niet definitief dood kan gaan. Dus als het definitief lijkt, na drie dagen, het getal van de volmaaktheid, dan komt die liefde weer tot leven. Dan staat het op tegen de dood. Daar zijn ook die leerlingen voor. Die moeten leren zichzelf uit te schakelen. Niet zij zijn belangrijk maar de mensen die de liefde nodig hebben. Daar moet je op letten. Jezus van Nazareth wijst op de zwaksten in elke samenleving, de kinderen. Die hebben nog geen weet van goed en kwaad, die leven nog als in het paradijs. Die zijn het eerst slachtoffer van honger, oorlog en geweld. Die zijn het zwaarste slachtoffer van misbruik, van uitbuiting en gebruik door volwassenen voor persoonlijk gewin of persoonlijk genot. Wie een kind opneemt en het daarmee voor het kind opneemt, neemt Jezus van Nazareth op en neemt het daarmee voor zijn liefde op.

Eigenlijk zegt Jezus van Nazareth dat wie zo doet zorgt dat hij opstaat uit de dood die het nalopen en de verering hem gebracht hadden. Daarom ook hoef je mensen die zorgen voor armen, die het opnemen voor kinderen, die pal staan voor de vrede, die het kwade uit de wereld proberen te verdrijven, niet te veroordelen als ze niet in Jezus van Nazareth geloven. Ze doen evengoed wat hij had bedoeld dat er gedaan moet worden. Je moet juist de mensen bestrijden die zeggen te geloven in Jezus van Nazareth maar het kwaad in de wereld laten voortbestaan. Mensen die niet willen delen omdat honger de verantwoording van de hongerige zou zijn, mensen die het niet opnemen voor kinderen omdat het hun kinderen niet zijn. Mensen die kinderen uitwijzen naar landen waar ze nooit zijn geweest. Die mensen moeten we bestrijden wegens onmenselijkheid. En als we dat weten te doen dan weten we dat wie niet voor de Weg van Jezus van Nazareth is, wie het niet opneemt voor zijn mensen, die is tegen hem, en dus ook tegen ons.

Al vanaf zijn vroegste jeugd

Marcus 9:14-29

14 Toen ze terugkwamen bij de andere leerlingen, zagen ze een grote menigte om hen heen staan. Er waren ook schriftgeleerden bij, die met hen aan het discussiëren waren. 15  De mensen waren verbaasd toen ze hem zagen, en liepen meteen naar hem toe om hem te begroeten. 16  Hij vroeg hun: ‘Waarover zijn jullie met hen aan het discussiëren?’ 17  Iemand uit de menigte antwoordde: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar u gebracht omdat hij door een geest bezeten is en niet kan praten; 18  steeds wanneer de geest hem overweldigt, gooit die hem op de grond, en dan komt het schuim hem op de mond te staan, hij knarst met zijn tanden en wordt helemaal stijf. Ik zei tegen uw leerlingen dat ze hem moesten uitdrijven, maar dat konden ze niet.’ 19  Hij zei tegen hen: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie verdragen? Breng hem bij me.’ 20  Ze brachten de jongen bij hem. Toen de geest hem zag, deed hij de jongen meteen stuiptrekken, en met het schuim op de lippen viel hij op de grond en rolde heen en weer. 21  Jezus vroeg aan zijn vader: ‘Hoe lang heeft hij hier al last van?’ Hij antwoordde: ‘Al vanaf zijn vroegste jeugd, 22  en hij heeft hem zelfs vaak in het vuur gegooid en in het water met de bedoeling hem te doden; maar als u iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons.’ 23  Toen zei Jezus tegen hem: ‘Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft.’ 24  Meteen riep de vader van het kind uit: ‘Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp.’ 25  Toen Jezus zag dat er een grote groep mensen toestroomde, sprak hij de onreine geest op strenge toon toe en zei: ‘Geest die doof en stom maakt, ik gebied je: ga uit hem weg en keer niet meer in hem terug.’ 26  Onder geschreeuw en met hevige stuiptrekkingen ging hij uit hem weg; de jongen bleef voor dood achter, zodat de mensen zeiden dat hij was gestorven. 27  Maar Jezus pakte hem bij de hand om hem overeind te helpen en hij stond op.28  Hij ging een huis in, en toen ze weer alleen waren, vroegen zijn leerlingen hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ 29  Hij antwoordde: ‘Dit soort kan alleen door gebed worden uitgedreven.’ (NBV)

Geloven dat het Goede je de weg wijst in alle situaties is natuurlijk mooi. Maar weet je dan ook overal raad op? “Gods plan leren kennen” wordt vaak als heel belangrijk afgeschilderd. “Als Jezus maar in je hart woont dan weet je overal raad op” wordt vaak beweerd. Dat het dus niet zo is blijkt hier in dit verhaal maar weer. Het antwoord op een epileptische jongen moeten de volgelingen van Jezus van Nazareth schuldig blijven. Daar is kennelijk het gebed van de vader voor nodig. Zo lang met een ziek kind rondzeulen maakt soms dat genezing onbestaanbaar wordt. Nog steeds zijn er ouders die de neiging hebben alle behandelingen van artsen maar te staken als er steeds weer nieuwe therapieën worden geprobeerd en hun ernstig zieke kinderen nieuwe martelingen moeten doormaken in de hoop op genezing van een ernstige ziekte. Hulp bij de twijfel in de mogelijkheden op genezing en begrip voor de twijfel is dan geboden.

Een luisterend oor en een hand op de schouder zijn in een modern ziekenhuis echter soms ver te zoeken ook bij op zich goedwillende artsen. We hebben van de gezondheidszorg een markt gemaakt. Artsen en verpleegkundigen moeten daardoor genezing produceren, zorg voor mensen hoort daar meestal niet bij, daar staat geen vergoeding tegenover en dus is er ook geen tijd voor. Gelukkig zijn er vrijwilligers die in vrijwilligersorganisaties steun en toeverlaat voor patiënten en verwanten willen zijn. Volgelingen van Jezus van Nazareth kunnen hier hun geloof in het onmogelijke laten zien. Steun lijkt onmogelijk maar dat is het juist niet. Gebedsgenezing, daar moet je voorzichtig mee zijn. Te gemakkelijk wordt een niet genezen aan ongeloof, of een te weinig geloof toegeschreven. Spontane genezingen op gebed, als een soort wonderen, zijn niet de genezingen waarvoor Jezus van Nazareth reclame heeft gemaakt. Integendeel hij verbood steeds de mensen er over te praten.

Waar hij voor zorgde was voor begrip voor mensen, voor nieuwe kracht waardoor mensen met hun leven verder konden, voor de steun en het begrip dat ieder van ons aan een ander kan schenken. De geest, die doof en stom maakt, moet vaker bij de omstanders worden uitgedreven dan bij de patiënten zelf. En daar kunnen we zelf een heleboel aan doen. Uiteindelijk sprak die vader in zijn gebed misschien zijn ongeloof in een God uit die zijn kind zo liet lijden maar hij bleef geloof houden in het kind zelf. Geloof vrijwaart ons niet van ziekte en ellende, geloof is geen levensverzekering waarmee de dood is uitgesloten. Maar het geloof in de mensen om ons heen kan hen op de been houden en dokters en verpleegkundigen de gelegenheid geven hun moeilijke werk te doen. Het kan mensen ook helpen afscheid te nemen van elkaar en toch te weten dat het goed is. Aan ieder van ons om ook in de gezondheidszorg de mensen voorop te blijven plaatsen. Ook daar is het lot van de zwaksten de maat voor de kwaliteit, ook daar is nog veel werk te doen dus.

Een vlijtig mens verwerft gezag

Spreuken 12:13-28

13 Een kwaadaardig mens verstrikt zich in zijn eigen leugens, een rechtvaardige ontsnapt aan ieder gevaar. 14 Wie iets goeds zegt, voedt zich met zijn eigen woorden, van wat hij tot stand brengt, profiteert hij zelf. 15 Een dwaas denkt dat hij de juiste weg gaat, wie wijs is, luistert naar goede raad. 16  Een dwaas toont onmiddellijk zijn woede, wie verstandig is, zwijgt als hij beledigd wordt. 17 Wie de waarheid spreekt, dient het recht, een valse getuige verkondigt slechts leugens. 18 De woorden van een dwaas zijn dolkstoten, wat de wijze zegt, brengt genezing. 19 Een betrouwbaar woord houdt altijd stand, een leugen slechts voor korte tijd. 20 Wie kwaad smeden, zijn een en al bedrog, vreugde wacht wie vrede zoeken. 21 De rechtvaardige wordt niet door onheil getroffen, goddelozen worden bedolven onder ellende. 22 Bedriegers zijn de HEER een gruwel, wie waarachtig handelen, zijn hem welgevallig. 23 Een verstandig mens loopt niet met zijn kennis te koop, dwazen strooien met hun dwaasheid. 24 Een vlijtig mens verwerft gezag, luiheid leidt tot slavernij. 25 Kommer maakt een mens neerslachtig, een hartelijk woord beurt hem op. 26 De rechtvaardige is beter af dan ieder ander, de goddeloze volgt een dwaalspoor. 27  Een luie jager vangt nooit wild, een vlijtig mens verwerft een kostbaar vermogen. 28 De weg van de rechtvaardigheid leidt naar het leven, een geëffend pad is het, vrij van de dood. (NBV)

Vandaag opnieuw een gedeelte uit het boek Spreuken dat gaat over de tegenstelling tussen rechtvaardigen en goddelozen. Nu zijn goddelozen geen ongelovigen maar mensen die geloven zonder God. Zij geloven wel in God maar denken dan dat ze daardoor gered zijn, ze zijn eigenlijk alleen uit op hun redding. En dat soort gelovigen heten in de Bijbel goddelozen. Over communicatie gaat het vandaag in het gedeelte dat we uit het boek Spreuken lezen. Dat Spreukenboek lijkt wel vol te staan met spreekwoorden. Luiheid leidt tot slavernij. Kort krachtig en als waarschuwing soms zeer op z’n plaats. Maar is het ook een feit? In de dagen dat het boek Spreuken ontstond wel. Wie de door God gegeven akker verwaarloosde had geen oogst voor slechte tijden en moest zich uiteindelijk verkopen als slaaf. Wij hebben niet een samenleving die zo in elkaar zit.

Dat is het makke van spreekwoorden. Als de situatie of de tijden waarin ze zijn ontstaan is veranderd dan gelden die spreekwoorden niet meer. Bij ons leidt luiheid helemaal niet tot slavernij maar misschien wel eerder tot vrijheid, tot bevrijding van de slavernij. Vlijt leidt tot slavernij. Wie mensen voortdurend wil laten produceren en consumeren kan geen vrij ogenblik toestaan, laat staan een dag waarop iedereen tegelijk vrij is van consumeren en produceren. Dus weg met de vrije zondag dan kunnen we pas echt vlijtig zijn en vlijtig zijn was goed nietwaar? Luiheid leidt immers tot slavernij? Nee dus, vlijtig is niet goed, het goede is de zorg voor de ander, is luisteren naar de ander als die kwaad is, is samen met de ander bouwen aan de menselijke samenleving, de samenleving waar ijver nuttig is om te overleven maar vrijheid, vrij zijn van verslaving en slavernij voorop staat.

De spreekwoorden van het boek Spreuken vragen om nader doordacht te worden. Het zijn niet zozeer spreekwoorden maar doordenkertjes. En een verstandig mens loopt niet met zijn kennis te koop. Een verstandig mens herkent een neerslachtig mens en heeft een hartelijk woord tot zijn beschikking om de ander op te beuren. Het loopt dus weer uit op de tegenstelling tussen de rechtvaardige en de goddeloze. De rechtvaardige laat mensen tot hun recht komen, zorgt dat iedereen mee kan doen in de samenleving, voedt de hongerigen en kleedt de naakten, zorgt voor de weduwe en de wees. De goddeloze zorgt alleen voor zichzelf, jaagt eigen plezier en eigen vermogen na. En hoe zit het dan met die jager? Als je van de jacht afhankelijk bent voor je voedsel dan jaag je, maar je doodt niet al het wild. Het kostbaar vermogen van een natuur waarin te jagen is verwerf je door ijverig voor dat wild te zorgen. Ook die jager moet doordenken. En dat mogen we elke dag opnieuw, denken om de naaste, weten dat je van delen rijker wordt, ook vandaag mag dat weer.

Een goed mens

Spreuken 12:1-12

1 Wie van onderricht houdt, houdt van kennis, wie berispingen haat, is dom. 2 Een goed mens geniet de gunst van de HEER, wie kwade plannen heeft, wordt door hem veroordeeld. 3 Goddeloosheid brengt een mens ten val, de rechtvaardigen staan onwrikbaar geworteld. 4 Een sterke vrouw is een krans voor haar man, een vrouw die hem te schande maakt, is als beenrot. 5 Rechtvaardigen denken volgens het recht, goddelozen hebben bedrog in de zin. 6 De woorden van de goddelozen zijn een dodelijke hinderlaag, wat oprechten zeggen, is een bevrijding. 7  De goddelozen worden omvergeworpen en verdwijnen, het huis van de rechtvaardigen houdt stand. 8   Men prijst een mens naar de maat van zijn verstand, een warhoofd wordt geminacht. 9 Beter een onaanzienlijk mens met een knecht dan een bluffer die gebrek aan voedsel heeft. 10 Een rechtvaardige zorgt goed voor zijn vee, een goddeloze is alleen maar wreed. 11 Wie zijn grond bewerkt, heeft altijd genoeg te eten, wie lucht najaagt, heeft geen verstand. 12 Een goddeloze jaagt op zijn eigen ondergang, wat rechtvaardigen doen, werpt vruchten af. (NBV)

Vandaag lezen we een gedeelte uit het boek Spreuken waar steeds twee soorten mensen tegenover elkaar worden gesteld. Je hebt goddelozen en je hebt rechtvaardigen. Nu zijn die goddelozen hier niet zozeer de mensen die niet in de God van Israël geloven. Ook de Rechtvaardigen zijn niet zozeer de mensen die wel geloven in de God van Israël en alle regeltjes netjes naleven. Wie goddeloos en wie rechtvaardig is blijkt uit het handelen en de effecten die dat handelen heeft op de zwakken. En je handelen is of goddeloos of rechtvaardig, een tussenweg is er niet. En aangezien niemand zonder fouten is en niemand volmaakt is is ook niemand absoluut rechtvaardig. Het is zelfs goddeloos om jezelf een Rechtvaardige te noemen. Nee je zult moeten blijven streven naar rechtvaardig handelen.

Wat is dat dan dat rechtvaardig handelen? Volgens het boek Spreuken is dat de God van Israël volgen en je volgt de God van Israël door je naaste lief te hebben als jezelf. Ook in het gedeelte dat we vandaag lezen kun je ontdekken dat goddeloos iemand is die alleen zichzelf liefheeft. In dit gedeelte staat één vers dat de indruk zou kunnen wekken dat de rest een soort vermaningen is die alleen voor mannen gelden. Want een sterke vrouw is immers een krans voor haar man, een vrouw die hem te schande maakt is als beenrot. Maar wat is dat een sterke vrouw? Is dat niet een vrouw die door haar handelen en door kritiek te uiten haar man op het pad van de naastenliefde houdt? En is een man met een vrouw die hem te schande maakt een man die vergeten is zijn vrouw te wijzen op haar goddeloos handelen? Beiden zijn dus gelijk in de ogen van de God van Israël.

De spreuken zijn om op je in te laten werken en te doordenken. Er zijn in de geschiedenis mensen geweest die elke ochtend één spreuk lazen die in stilte op zich in lieten werken en daar dan de rest van de dag over nadachten, om zich heen keken waar ze de waarheid van die spreuk weer tegenkwamen. Je komt zo op onverwachte sporen van de God van Israël. Een rechtvaardige kent zelfs de ziel van zijn vee. Het stomme vee kan zelf niet spreken daarom moet je je dus verdiepen in zijn ziel, maar dat geldt dus ook voor mensen die je niet kunt verstaan, de vreemdeling die bij je is. Je niet willen verdiepen in de ziel van hen die jou niets kunnen vragen is dus wreed. Zo diep gaan de Spreuken over rechtvaardig handelen en goddeloos in de wereld staan. Wij mogen elke morgen opnieuw beginnen met een rechtvaardig leven, ook vandaag weer.

 

Wie het goede zoekt

Spreuken 11:17-31

17 Wie liefdevol is, bewijst zichzelf een weldaad, wie wreed is, schaadt zichzelf. 18  De winst van een goddeloze is bedrieglijk, het loon van een rechtvaardige is duurzaam. 19 Wie werkelijk rechtvaardig is vindt het leven, wie uit is op het kwaad de dood. 20 De HEER verfoeit bedriegers, wie eerlijk leven, zijn hem welgevallig. 21 Zo zeker als een onrechtvaardige gestraft wordt, zo zeker gaat het nageslacht van een rechtvaardige vrijuit. 22 Schoonheid bij een vrouw zonder verstand is een gouden ring in de snuit van een varken. 23 Wat een rechtvaardige verlangt, brengt niets dan goeds, wat een goddeloze hoopt, veroorzaakt rampspoed. 24 Wie vrijgevig is, wordt almaar rijker, wie gierig is, wordt arm. 25  Een gulle gever zal gedijen, wie te drinken geeft, zal te drinken krijgen. 26 Wie zijn graan vasthoudt, wordt door het volk vervloekt, wie het verkoopt, wordt gezegend. 27 Wie het goede zoekt, zal waardering vinden, wie het kwade zoekt, wordt door het kwaad getroffen. 28 Wie vertrouwt op zijn rijkdom is een blad dat valt, een rechtvaardige komt tot bloei. 29 Wie have en goed verwaarloost, krijgt er wind voor terug, zo’n dwaas wordt de slaaf van een wijze. 30 Een rechtvaardig mens plant een levensboom, wie wijs is, neemt veel mensen voor zich in. 31 Een rechtvaardige krijgt op aarde zijn loon, zondaars en goddelozen niet minder. (NBV)

Hadden we bij het lezen van het eerste deel van dit hoofdstuk het nog over de manier waarop mensen zich tot elkaar verhouden bij het handeldrijven, in het tweede deel van dit hoofdstuk gaat het meer in het algemeen over hoe mensen zich tot elkaar verhouden in de samenleving. Waarbij die samenleving natuurlijk ook de plek is waar handel wordt gedreven en waar wordt genoten van de vruchten van dat handeldrijven. De nadruk ligt in een aantal verzen op het vermogen te zwijgen over wat je ziet. Je ergert mensen niet, je zet mensen niet tegen je op, je verspreidt geen laster en, wat het allerbelangrijkst is je beschadigt geen mensen, zeker niet per ongeluk of ondoordacht. Dat zwijgen goud is blijkt uit dit gedeelte van het boek Spreuken. In onze samenleving, waar ieder detail van mensen over straat kan gaan, zijn deze spreuken hoogst actueel en wellicht volledig vergeten, er zijn immers mensen die een goed bestaan hebben aan de roddel die ze verspreiden.

Het boek Spreuken lijkt ook na herhaaldelijk lezen een losse verzameling spreekwoorden. Nu komt dat ook doordat sommige vertalingen dat versterken. In een oude vertaling staat bijvoorbeeld “wie laaft wordt ook gezalfd” waar tegenwoordig staat “wie te drinken geeft zal te drinken krijgen” Dat laatste zal eerder in het spraakgebruik worden opgenomen dan het eerste maar we hebben er al een prima spreekwoord voor: “Wie goed doet, goed ontmoet” Het vat het hele deel samen dat we vandaag uit het Spreukenboek lezen. Maar we moeten in de gaten blijven houden dat het nog steeds gaat om de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Daarbij is het boek Spreuken de alledaagse uitwerking van de leer van Mozes, de leer die God gaf op de Horeb en die zich laat samenvatten als “Heb God lief boven alles en doe dat door je naaste lief te hebben als jezelf.” De Wijze wordt nog steeds tegenover de dwaas gezet.

De sociaal levende mens tegenover de egoïst. En ook al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. Uiterlijke opsmuk, uiterlijke sier telt niet, alleen het gedrag telt. We zeggen zo gemakkelijk dat het innerlijk telt maar het innerlijk is alleen voor God zichtbaar en God wil nu eenmaal graag dat zijn heerlijkheid voor alle mensen zichtbaar wordt en dat wordt alleen zichtbaar in de liefde voor de naaste. Een rechtvaardige, iemand die de ander tot zijn of haar recht weet te laten komen is een mens van wie iets uitgaat. Die mens is op anderen ingesteld en merkt het direct als het die ander niet zo vergaat als hij zou willen dat het hem zelf zou vergaan. Doe de ander niet wat jij niet wil dat jou gedaan wordt is immers maar de helft van het verhaal. De andere helft is dat je de ander zou moeten doen wat jij zou willen dat jou gedaan wordt. Daar moeten we ons elke dag opnieuw bewust van zijn.

Iemand met inzicht zwijgt.

Spreuken 11:1-16

1 Een valse weegschaal is de HEER een gruwel, zuivere gewichten zijn hem welgevallig. 2 Hoogmoed leidt tot schande, wijsheid kenmerkt wie bescheiden is. 3 Wie eerlijk leeft, heeft zijn onkreukbaarheid als gids, wie onbetrouwbaar is, gaat aan zijn oneerlijkheid ten onder. 4 Rijkdom helpt je niet op de dag dat God straft, rechtvaardigheid redt van de dood. 5 Wie rechtvaardig leeft, baant zich een rechte weg, een goddeloze legt voor zichzelf een hinderlaag. 6 Wie eerlijk leeft, wordt door zijn rechtvaardigheid gered, wie onbetrouwbaar is, raakt verstrikt in zijn begeerte. 7 Wanneer een goddeloze sterft, gaat al zijn hoop verloren, van zijn rijkdom hoeft hij niets te verwachten. 8 Wie rechtvaardig is, wordt bevrijd van zijn ellende, zijn plaats wordt ingenomen door een goddeloze. 9 Een kwaadaardig iemand richt met zijn woorden anderen te gronde, een rechtvaardige wordt door inzicht gered. 10 Als het rechtvaardigen goed gaat, is heel de stad verheugd, als goddelozen ten onder gaan, klinkt overal gejuich. 11 Door de zegen van oprechte mensen komt een stad tot bloei, de uitspraken van goddelozen zijn haar ondergang.12 Wie zijn medemens kleineert, heeft geen verstand, iemand met inzicht zwijgt. 13 Bij een roddelaar is een geheim niet veilig, wie betrouwbaar is, hult zich in zwijgen. 14 Door gebrek aan visie gaat het volk ten onder, een keur van raadgevers brengt het tot bloei. 15 Wie borg staat voor een vreemde brengt zichzelf veel schade toe,
wie zo’n handslag wantrouwt, weet zich veilig. 16 Een vrouw verwerft haar eer door haar bevalligheid, een man zijn rijkdom door zijn kracht. (NBV)

Vandaag een verzameling stellingen over de houding van mensen in de handel die ze met elkaar drijven. Wat is wijsheid? Moet je de ander voor de gek houden om zelf meer te verdienen of moet je genoegen nemen met een kleinere opbrengst maar wel eerlijk en oprecht blijven. Wij leefden in een tijd van economische crisis. Die crisis was begonnen met de val van een Amerikaanse bank. Die bank, hebben we inmiddels wel geleerd, ging ten onder aan bedrog en eerzucht. De bank sleepte daarin de hele wereld mee, alsof het een dominosteentje was aan het begin van de enorme rij dominostenen. De wijsheid die we vandaag uit het boek Spreuken lezen werkt de richtlijnen voor de menselijke samenleving verder uit. We denken vaak dat die spreuken spreekwoorden op zich zijn maar ze vertonen wel degelijk een samenhang. De Wijsheid waarover gesproken wordt is de eerste richtlijn, heb God lief boven alles. Alle andere richtlijnen gaan over de vraag hoe je dat doet en dat laat zich samenvatten in het “Heb je naaste lief als jezelf”

Het is duidelijk dat valse weegschalen een gruwel zijn en dat je beter zuivere gewichten kunt gebruiken. Wij hebben het ijkwezen voor het zuiver houden van de gewichten Dat ijkwezen is in het leven geroepen toen er zoveel valse gewichten in omloop kwamen dat het kopen op gewicht niet meer vertrouwd kon worden. Verkopers probeerden een te laag gewicht te verkopen en kopers die zelf weegschalen meenamen probeerden een hoger gewicht als lager voor te spiegelen. De waarheid lag vaak in het midden maar als niemand meer te vertrouwen is neemt de handel af. Daar hebben we dus nu ook last van. Aangezien de banken niet meer te vertrouwen zijn lenen we niet meer voor grote aankopen en aangezien mensen daardoor werkeloos dreigen te worden kopen we nog minder. Woekerhypotheken met aflossingen die veel en veel te hoog zijn leggen een extra rem op de economische ontwikkeling. Als je in het licht van de crisis het gedeelte uit Spreuken nog eens op je in laat werken dan lijkt het of er voortdurend open deuren worden ingetrapt.

Uiteindelijk overleven alleen de eerlijke mensen die anderen ook eerlijk behandelen. Naar een bank die je eerlijk behandelt en de risico’s eerlijk met je doorneemt durf je nog wel een keer toe te gaan. Maar die banken zijn er dus op dit moment bijna niet, zelfs niet de banken die door de overheid zijn overgenomen. In de Spreuken wordt nog gedaan of God straft. Maar de goddeloze straft eigenlijk zichzelf. Wat God gedaan heeft is zijn richtlijnen ons voor te houden. Wie het gedrag van de bedriegers legt naast de richtlijnen van de God van Israël ziet waar het fout zit en als je het niet direct ziet moet je uitwerking uit het boek Spreuken er nog eens bij nemen. Het is dus zaak ons financieel systeem te hervormen. Dat horen we al een paar jaar maar het gebeurd niet. Nergens blijkt dat banken nu eerlijker zijn en genoegen nemen met kleinere winsten in ruil voor meer eerlijkheid. De hoogste inkomens stijgen weer, dat kan alleen door bedrog en diefstal, dat gaat altijd ten koste van de armen. Daarom zal de crisis nog wel even blijven, tenzij we ons echt gaan verzetten.

Dwazen kunnen het niet vatten

Psalm 92

1 Een psalm, een lied voor de sabbat. 2 Het is goed de HEER te loven, uw naam te bezingen, Allerhoogste, 3 in de morgen te getuigen van uw liefde en in de nacht van uw trouw, 4 bij de klank van de tiensnarige harp en bij het ruisend spel op de lier. 5 U verheugt mij, HEER, met uw daden, ik juich om wat uw hand verricht. 6 Hoe groot zijn uw daden, HEER, hoe peilloos diep uw gedachten. 7 Het dringt tot de dommen niet door en dwazen kunnen het niet vatten: 8 dat de wettelozen als onkruid gedijen en de onrechtvaardigen bloeien alleen om te worden verdelgd, voor altijd. 9 U, HEER, bent eeuwig verheven, 10 maar uw vijanden, HEER, uw vijanden gaan te gronde en wie onrecht doen, worden verstrooid. 11 U geeft mij de kracht van een wilde stier, met pure olie ben ik overgoten. 12 Mijn oog ziet op mijn aanvallers neer, mijn oor hoort de angstkreet van mijn belagers. 13 De rechtvaardigen groeien op als een palm, als een ceder van de Libanon rijzen zij omhoog. 14 Ze staan geplant in het huis van de HEER, in de voorhoven van onze God groeien zij op. 15 Zij dragen nog vrucht als ze oud zijn en blijven krachtig en fris. 16 Zo getuigen zij dat de HEER recht doet, mijn rots, in wie geen onrecht is. (NBV)

Eén maal per jaar is het in heel veel kerken Vredeszondag. Dit jaar de komende zondag. Meestal in september, zodat je in het winterseizoen weer weet waar je aan kan werken. En op die zondag zingen we het loflied voor de Ene, aan wie alle valsheid vreemd is zoals de Psalm besluit. In deze Psalm gaat het ook over het onkruid dat gedijt zonder dat het door heeft dat dat gedijen het vernietigen vereenvoudigd. Zoals Harry Mulisch dat eens op TV opmerkte, alles loopt slecht af, maar ook met het slechte loopt het slecht af, Hitler heeft uiteindelijk niet gewonnen, integendeel. En zo is het natuurlijk. Als wij mensen iets opzetten of beginnen hoeven we niet te verwachten dat het uiteindelijk ideaal wordt. Ideaal zoals we in het lied van de schepping uit Genesis 1 hebben gelezen: “God zag dat het goed was”.

We horen het aan politici, andere oplossingen dan bombarderen met dure vliegtuigen of soldaten sturen hebben ze niet. Dictators aanspreken op het onrecht dat ze doen is ze onbekend, liever handelen we met die dictators, ze geven immers orde en rust door hun volk te onderdrukken Een thema van de Vredesweek was “De ander dat ben jij”, om ons op te roepen ons aan de woorden van Deuteronomium te houden en actief te worden in het integreren van de vreemdelingen in onze samenleving. Dat moeten we niet aan de vreemdelingen over laten, dat moeten we zelf gaan doen. Pas dan kunnen we de vrede bewaren. Sommige Politieke Partijen hebben dat door. Ze zetten Nederlanders van buitenlandse afkomst op verkiesbare plaatsen. Het parlement is daardoor een afspiegeling worden van de bevolking.

Maar is dat ideaal? Zeker niet. Onze Nederlandse vrienden van Turkse afkomst hebben een probleem en wij dus ook. In 1915 is er volkenmoord op Armeniërs gepleegd. Erkenning daarvan zou vrede kunnen brengen in de regio. De Turkse overheid was tenminste verantwoordelijk voor de bescherming van de Armeniërs en wordt daarom ook verantwoordelijk gehouden voor de volkenmoord. Dat is in Turkije een belediging en wie dit durft te zeggen loopt kans op gevangenisstraf. We moeten dus nog heel veel en heel lang in gesprek om werkelijk samen te kunnen leven. En we moeten ons gaan verdiepen in de geschiedenis van Armeniërs, hoe ver ze ook van ons vandaan wonen en hoe lang geleden het ook is, ze blijken ons vandaag nog aan te gaan. De ander ben je dus inderdaad zelf.

Draag elkaars lasten

Galaten 6:1-18

1 Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid. 2 Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na. 3 Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf. 4 Laat iedereen zijn eigen daden toetsen, dan heeft hij misschien iets om trots op te zijn, zonder zich er bij anderen op te laten voorstaan. 5 Want ieder mens moet zijn eigen last dragen. 6 Wie onderwezen wordt, moet al het goede dat hij bezit met zijn leermeester delen. 7 Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. 8 Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. 9 Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. 10 Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten. 11 U ziet het aan de grote letters: ik schrijf u nu eigenhandig. 12 Degenen die er zo op aandringen dat u zich laat besnijden, willen alleen een goede indruk maken en voorkomen dat ze worden vervolgd omwille van het kruis van Christus. 13 Ze zijn voor de besnijdenis maar leven zelf niet volgens de wet; ze willen dat u zich laat besnijden om zich daarop te kunnen laten voorstaan. 14 Maar ik-ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld. 15 Het is volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is, belangrijk is dat men een nieuwe schepping is. 16 Laat er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf blijven, en voor het Israël van God. 17 En laat voortaan niemand mij meer tegenwerken, want ik draag de littekens van Christus in mijn lichaam. 18 Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen. (NBV)

Het “draagt elkaars lasten” was heel lang de naam van het sociaal fonds van het CNV. In het begin van de vorige eeuw was er bij Christelijke, of zogenaamd christelijke, werkgevers een sterk verzet tegen de vorming van vakbonden. Werknemers zouden toch moeten gehoorzamen aan de boven hen gestelde werkgevers en zich moeten houden aan de contracten die over het werk en de beloning gesloten waren? Het antwoord van de oprichters van de bonden was dat elke werknemer een eigen verantwoordelijkheid had tegenover God maar ook tegenover zijn collega’s. Een collega die ziek was geworden, had recht op de zorg van zijn kameraden. Ook de weduwen en wezen van collega’s die waren overleden hadden recht op ondersteuning. Dat recht ontleenden zij aan het christelijk zijn van die collega’s. Die collega’s konden nu eenmaal niemand aan de kant laten staan. Vandaar de oprichting van ziekenfondsen die betaalbare gezondheidszorg garandeerden en het steunfonds dat voor bijzondere noden ingeroepen kon worden. De tijden zijn veranderd. Het nut van solidariteit is ons uit het hoofd gepraat.

De Bijbel is echter niet veranderd. De opdracht elkaars lasten te helpen dragen en daarmee de naaste lief te hebben als jezelf is nog steeds even dwingend als vroeger. Het is ook nog even hard nodig. Ontslagbescherming voor werknemers die zich jaar in jaar uit inzetten voor de opbouw van een bedrijf, hun kracht en creativiteit daarvoor inbrengen, de concurrentiepositie helpen versterken door genoegen te nemen met een gematigde beloning is niet een gunst maar een recht. Die ontslagbescherming is ook nodig om enige stabiliteit aan onze samenleving te verlenen, om betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor onze bedrijven te vergroten. We sluiten hier de lezing van de brief aan de Galaten af. Paulus neemt hier zelf de pen ter hand. Er wordt verondersteld dat hij de meeste van zijn brieven heeft gedicteerd. Hier gaat het ook over twee belangrijke begrippen, vrede en barmhartigheid. Vrede niet alleen in de zin dat er geen oorlog is, geen gewapend conflict, maar vrede in de zin dat men elkaar niet verkettert in de gemeente. Barmhartigheid is dan de zorg voor de armen in de samenleving. Voor beide begrippen is ook in onze dagen de aandacht meer dan nodig.

Je mag iemand best de waarheid zeggen. Paulus laat in deze brief aan de Galaten zien dat de waarheid hard aan kan komen en scherp kan worden geformuleerd. Maar Paulus laat ook zien dat het niet aangaat om personen in een kwaad daglicht te stellen maar juist om mensen helder te laten zien waar het eigenlijk om gaat, om vrede en barmhartigheid. Juist omdat de Liefde van God door de dood is heengedragen, door Jezus van Nazareth, die stierf immers aan het kruis terwijl zijn Liefde en daardoor hijzelf, bleef leven, mogen we ongeacht wie we zijn en waarvandaan we komen deelhebben aan die Liefde en daar dag in dag uit van uitdelen, ook op het internet, ook vandaag weer. Want telkens weer kunnen we mensen oproepen om anders te handelen, mee te gaan doen in die beweging van Liefde voor de naaste, opnieuw leven in solidariteit. Dat gaat niet met schelden en veroordelen van mensen, dat gaat met benoemen waarom bepaalde handelingen liefdeloos lijken en met oproepen liefde te laten zien. Dat kunnen we elke dag weer, ook op internet.

Liefde, vreugde en vrede

Galaten 5:13-26

13 Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, 14 want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 15 Maar wanneer u elkaar aanvliegt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden. 16 Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. 17 Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest, en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het een gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt. 18 Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet. 19 Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, 20 afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, 21 afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God. 22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, 23 zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft. 24 Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen. 25 Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst. 26 Laten we elkaar niet uit eigenwaan de voet dwarszetten en elkaar geen kwaad hart toedragen. (NBV)

Macht brengt mensen op het verkeerde spoor. Door de geschiedenis heen is dat een les die we steeds opnieuw met schade en schande moeten leren en die we telkens opnieuw vergeten. Dat was in de dagen van Paulus niet anders dan in onze dagen. Ook bij ons breken er van tijd tot tijd conflicten uit in bewegingen en kerken die populair zijn en zich gevormd hebben rond mensen van wie we denken dat ze de waarheid op zak hebben en het beste met ons voor. Het zijn het soort conflicten die snel kunnen optreden bij groeiende bewegingen waarvan het karakter en de aard nog niet helemaal vast staan. De geschiedenis is er vol van. Macht en eigendunk zijn voedingsbodems waarop onderlinge strijd zomaar kan uitbreken. Paulus zet tegenover de vrijheid om alles te mogen doen de Liefde voor de naaste waarvan je vervult behoort te zijn.

Pas in die Liefde wordt de Vrijheid dragelijk en vruchtbaar, anders leidt ze alleen maar tot zelfvernietiging. Bij alles wat je goedkeurt of afkeurt moet je dus dat principe in de gaten houden. Alles mag, maar niet alles is nuttig om je naaste te dienen. Zeker niet alles is nuttig om de armsten onder ons bevrijding aan te zeggen. De Geest van Jezus van Nazareth is dat we bijna dag en nacht bezig zijn om gerechtigheid voor ontrechten te zoeken. Dat we voortdurend uitgestotenen weer een plaats in de samenleving willen geven. Jezus van Nazareth lag volgens de verhalen uit de vier Evangeliën daarbij voortdurend aan bij maaltijden van allerlei soort. Hij kreeg het verwijt om te gaan met hoeren en collaborateurs, maar ging ook eten bij Farizeeën, de mensen die de Joodse leer tot in de kleinste details als wetgeving wilden navolgen. In eten en drinken samen met anderen zit het dus niet.

Uit al die verhalen blijkt wel dat Jezus van Nazareth er op is bedacht dat iedereen mee kan doen, dat je geen mensen uitsluit maar alleen mensen opneemt. Dat de lammen weer kunnen lopen en de blinden weer kunnen zien. Dat er een andere weg wordt bewandeld dan in de wereld gewoon is. Dat de Weg van de Liefde wordt begaan en niet de weg van eigenbelang en begeerte. Paulus vat die verhalen op zijn eigen manier samen. Maar de manier waarop Paulus deze verhalen samenvat maakt wel dat ook wij navolgers van Christus kunnen worden. Ook wij kunnen onze samenleving herinrichten door de Liefde voor de naaste. Door samen maaltijd te houden met de vreemdelingen onder ons. Door de onrechtvaardige tolmuren te slopen die de armen in arme landen arm houden. Door onze rijkdom ook echt te delen met de armsten in de wereld. Dat zal ons nu wat kosten maar uiteindelijk een wereld opleveren zonder ellende. Dat moet ons toch alles waard zijn.