Vier winden

Zacharia 6:1-8

1 Opnieuw sloeg ik mijn ogen op, en daar zag ik vier wagens tussen twee bergen vandaan komen. Die bergen waren van koper. 2 Voor de eerste wagen waren voskleurige paarden gespannen, voor de tweede zwarte, 3
voor de derde witte en voor de vierde gevlekte. Het waren sterke paarden. 4 Ik vroeg aan de engel die met mij sprak: ‘Wat betekent dat, mijn heer?’ 5 Hij antwoordde: ‘Dat zijn de vier winden van de hemel, die eropuit trekken nadat ze hun opwachting hebben gemaakt bij de Heer van de hele aarde. 6 De wagen met de zwarte paarden rijdt uit naar het noorden, de witte paarden gaan naar het westen en de gevlekte naar het zuiden.’ 7 De paarden stonden te trappelen om uit te rijden en de aarde te doorkruisen. Zodra de Heer het bevel daartoe gaf, stoven ze ervandoor, de hele aarde over. 8 Luid riep Hij mij toe: ‘Let op, de paarden die uitrijden naar het noorden zullen ervoor zorgen dat mijn woede daar tot bedaren komt.’ (NBV21)

De aarde en haar volheid is van God zingt de psalmdichter. God heeft alles met de aarde te maken maar waar God woont weten we niet echt. In de hemel zeggen we voor het gemak maar de volgende vraag is dan waar die hemel is. Op die vragen is geen antwoord, God is immers groter dan het grootste dat wij ons kunnen denken. God gaat alle verstand te boven. De Heidense volken uit de dagen van Zacharia aanbaden nog wel eens de zon. Die zou elke morgen tussen twee koperen bergen uit zijn rustplaats opstijgen om zijn weg langs de hemel vervolgen, om in de avond weer terug te keren naar zijn nachtverblijf. Zacharia gebruikt dat beeld van die koperen bergen om te beschrijven wat hij te zien kreeg. Strijdwagens bespannen met paarden, voskleurige, zwarte, witte en gevlekte paarden. het waren sterke paarden. De lezers van dit visioen zullen in de dagen van Zacharia de rillingen over de rug hebben voelen lopen. Paarden en wagens waren geduchte strijdmiddelen waar je maar nauwelijks een militair antwoord op had.

Wat moeten die paarden en wagens, waar staan ze voor en waar gaan ze heen? Ze komen van God vandaan, daar hebben ze hun opwachting gemaakt. Het zijn de vier windstreken, in het Hebreeuws de vier winden. Voor ons de Noordenwind, de Zuidenwind, de Oostenwind en de Westenwind. Die winden waaien over de hele aarde. Soms brengen de winden het weer dat je nodig hebt. Regen als de grond dreigt uit te drogen, zon als de aarde te koud wordt, wolken om onder te schuilen, koude als de aarde rust moet hebben. De noordenwind zorgt er voor dat de woede van God tot bedaren komt. Wat wil Zacharia nu zeggen? Het bewerken van het land Israël is niet vergeefs. God zal zorgen voor het weer dat de mens nodig heeft. God doet de wind waaien waardoor het gewas kan groeien en de oogst echt iets beloofd. Maar denk er aan. God laat de winden waaien waarheen hij wil, over de rechtvaardigen en de goddelozen, over allebei.

Het zal duidelijk zijn dat de teruggekeerde ballingen zich afvroegen wat ze aan moesten met de steeds wisselende weeromstandigheden. Dat het in de dag licht wordt en in de nacht donker dat hadden ze geleerd. In Babel hadden ze het verhaal gehoord dat je die zon en die maan niet hoeft te aanbidden, God had ze aan de hemel geplaatst om verschil te maken tussen dag en nacht. Daar werd niet verteld hoe het gegaan was maar er werd verteld dat de Heidenen die de zon en de maan aanbaden en aan ze offerden het verkeerd hadden. Nu vertelt Zacharia dat die hele natuur als een God aanbidden flauwekul was. De winden en het weer stonden onder bevel van de God van Israël zelf. Als je dus een goede oogst had dan had je die van God gekregen en wat je van God gekregen had moet je delen. Want er zijn ook mensen met een slechte oogst, in onze dagen de armen, de vluchtelingen, de hongerenden in Afrika. Zij maken dat wij door God beproefd kunnen worden, zijn wij bereid te delen? Voeden wij de hongerigen, kleden we de naakten en nemen wij de vreemdelingen in ons midden op? We kunnen de schuld in elk geval niet aan het weer geven.

Daarom buig ik mijn knieën

Efeziërs 3:14-21

14 Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, 15 die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. 16 Moge Hij vanuit zijn rijke luister u innerlijke kracht en sterkte schenken door zijn Geest, 17 zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. 18 Dan zult u met alle heiligen in staat zijn de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte te begrijpen, 19 ja de liefde van Christus te kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u geheel vervuld zult raken van de volheid van God. 20 Aan Hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, 21 aan Hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, van geslacht op geslacht, tot in alle eeuwigheid. Amen. (NBV21)

Alles wat je doet laten bepalen door de liefde. Dat is het centrale thema in de boodschap van Paulus. Niet door angst, niet door hebzucht, niet door een zucht naar macht, maar alleen door liefde moet je je laten regeren. Dat is moeilijker dan het lijkt. Wij laten ons nog wel eens leiden door wat anderen van ons zeggen. Wij houden meestal ook niet zoveel van onszelf zodat we ook niet veel van anderen kunnen houden. En dan zijn er nog gewoonten die ons gedrag bepalen, cultuur ook. Ook regels en wetjes van een overheid kunnen ons sturen. En het gevoel van onmacht, wie pakt grote instellingen en bedrijven aan, laat staan regeringen. Maar Paulus zegt ons in dit gedeelte dat de macht van de liefde in staat is oneindig meer te doen dan wij vragen of denken. Bij alles wat de liefde van ons vraagt en wat we niet doen moeten we ons dus afvragen wat ons in vredesnaam tegenhoud.

Om regeringen aan te pakken zijn er toch organisaties als politieke partijen, milieuverenigingen en Amnesty International. Om handelsverhoudingen te veranderen zijn er toch organisaties als Fair Trade, Max Havelaar en wereldwinkels. Om respect en liefde voor dieren te bevorderen zijn er toch organisaties als Wakker Dier en de dierenbescherming. Zo zijn er organisaties die kinderarbeid aan de kaak stellen en bestrijden, die onrechtvaardige huisvestingssituaties in Nederland aan de kaak stellen, die zelfs huizen bouwen in arme landen, die artsen sturen daar waar niemand meer durft te gaan, die voor onderwijs aan kinderen zorgen waar iedereen het af laat weten. Al die zaken van armen en verdrukten die we eigenlijk zouden willen veranderen kennen organisaties en bewegingen van mensen die er tegen te hoop lopen en de bevrijding brengen die het Evangelie ons belooft. We moeten ons alleen bij die messiaanse bewegingen durven aansluiten.

We moeten ons ook niet laten afschrikken door tegenslagen en tegenkrachten. Gegrondvest blijven in de liefde noemt Paulus dat. Paulus beroept zich op de opgestane Heer. Het geloof dat Jezus van Nazareth na zijn kruisdood opstond uit het graf is voor Paulus de grootste drijfveer om de Liefde vast te houden. Je moet het geloven. Maar kijk eens om je heen, als je die opstanding gelooft dan kun eigenlijk gemakkelijk geloven dat die aarde waar alle tranen verdwenen zijn er ook komt. Dat ooit al het leed dat je raakt verdwenen zal zijn en dat iedereen mag meedoen. Het mooiste is dat we er elke dag en elk moment weer opnieuw mee aan mogen beginnen te bouwen. Aan het begin van elke nieuwe dag kunnen we alles weer eens op een rijtje te zetten en kiezen bij welk stroompje van de brede messiaanse beweging we ons opnieuw zullen aansluiten. Maak een keuze en ga aan de slag.

Ondoorgrondelijke rijkdom

Efeziërs 3:1-13

1 Daarom bid ik, Paulus, gevangene omwille van Christus Jezus, voor u die afkomstig bent uit de heidense volken. 2 U hebt immers gehoord dat God zijn plan verwezenlijkt door de genade die ik met het oog op u ontvangen heb. 3 Mij is het geheim geopenbaard waarover ik hiervoor in het kort heb geschreven. 4 Aan de hand daarvan kunt u zich, wanneer u dat leest, een beeld vormen van mijn inzicht in dit geheim van Christus. 5 Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten: 6 ook mensen uit andere volken delen door hun eenheid met Christus Jezus in de erfenis, zij maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, door middel van het evangelie. 7 Van dat evangelie ben ik dienaar geworden door de gave van Gods genade, die ik ontvangen heb door zijn kracht, die in mij werkt. 8 Mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade geschonken om de heidense volken de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen, 9 en voor allen in het licht te stellen hoe het geheim dat in alle eeuwen verborgen was in God, de schepper van alle dingen, verwezenlijkt wordt. 10 Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen, 11 naar het eeuwige voornemen dat Hij ten uitvoer heeft gebracht in Christus Jezus, onze Heer. 12 Door onze eenheid met Hem hebben wij vrijelijk toegang tot God; door ons geloof in Hem mogen wij daarop vertrouwen. 13 Ik vraag u dan ook de moed niet te verliezen wanneer ik lijd omwille van u, want het leidt tot uw luister. (NBV21)

Wij lezen vandaag nog eens hoe Paulus benadrukt dat het verhaal van de bevrijding, zoals Israël dat door de woestijn heen had beleefd, ook voor de Heidenen geldt. Ook wij Heidenen worden uitgenodigd om, door mee te gaan in het verhaal van Jezus van Nazareth, aan die bevrijding deel te gaan nemen. Zodat uiteindelijk alle volken op aarde mee gaan doen aan dat geweldige verhaal van eerlijk delen. Een verhaal waarin alle mensen gelijk kunnen meedoen, waar geen onderdrukking meer is, waar geen sprake is van arm of rijk, maar iedereen deelt, waar geen sprake is van machtig of onderdrukt, maar iedereen ook de macht en verantwoordelijkheid deelt. We weten het uit het kerstverhaal, dan is er vrede op aarde en in mensen een welbehagen. Dat lied wat Lukas toeschrijft aan de engelen klinkt ook in deze brief van Paulus door. Paulus schrijft deze brief overigens in gevangenschap. Dat brengt in zijn boodschap geen verandering. Jezus van Nazareth ging immers door de dood heen en dat bracht de beweging alleen nog maar meer op gang.

Die gevangenschap van Paulus waar hij hier mee begint moet je dan ook dubbelzinnig lezen. Hij zou kunnen bedoelen dat hij in de gevangenis zit, en dat was Paulus al een aantal keren overkomen, ook in Efeze wisten ze daarvan mee te praten, maar hij zou ook kunnen bedoelen dat hij gevangene is van Jezus de Christus. En die laatste gevangenschap is bevrijdend. Mensen kunnen je in een cel stoppen, je martelen, je doden, maar mensen kunnen nooit je geloof afnemen, dat kun je alleen zelf loslaten. Het sterkste geloof is het geloof in de overwinning van Christus op de dood. De kans dat we dood gaan is geen reden meer om bang te zijn en dus ook geen reden meer om onze mond te houden en niet langer op te komen tegen onrecht en aandacht te vragen voor de mensen in de wereld aan wie geen recht wordt gedaan. Dat is het geheim van de onverzettelijkheid van Paulus. Hij blijft maar doorgaan. Zelfs al moest hij, zoals in Efeze gebeurd was, met een mand over de stadsmuur geholpen worden zodat hij kon ontsnappen, de gemeente in Efeze wordt door hem niet in de steek gelaten. Die stad moet voor Christus gewonnen worden, daar moet recht worden gedaan aan armen, aan slaven, aan de zwaksten en de minsten.

Efeze was een bedevaart centrum en een handelscentrum. In het boek Handelingen wordt verteld over het verblijf van Paulus in die stad. Hij kreeg ruzie met de makers van religieuze voorwerpen. Zilveren tempeltjes met de afbeelding van de jachtgodin Diana waren een belangrijke bron van inkomsten. Dat scherpe religieuze karakter van een dergelijke stad trok, en trekt, mensen van allerlei slag. Ook mensen die geloven dat je de geesten en krachten die bovennatuurlijk zijn tevreden moet stellen. Paulus zegt hier dat hij dat prima vindt. Als je dat wil geloven dan moet je dat maar doen. Maar de gemeente van Jezus van Nazareth laat zien, in het dagelijks leven, dat de Christus ook de baas is van al die bovennatuurlijke machten en krachten en dat je je daar dus niet mee bezig hoeft te houden. Als die gemeente een gemeente is waar geen verschil meer is tussen arme en rijk, tussen slaaf en vrije, tussen Jood en Heiden, dan bloeit er een nieuw soort gemeenschap op waar heel de wereld beter van wordt. Dat is waar het om draait. Wij weten inmiddels dat je er elke dag weer opnieuw mee moet beginnen. Dat veel mensen de moed opgeven maar dat door de eeuwen heen ook steeds weer mensen de fakkel overnemen en onvoorwaardelijk voor hun naaste gaan zorgen.

Wees niet bang.

Marcus 6:45-52

45 Meteen daarna gelastte Hij zijn leerlingen in de boot te stappen en alvast naar de overkant te varen, naar Betsaïda; intussen zou Hijzelf de menigte wegsturen. 46 Nadat Hij afscheid van de mensen had genomen, ging Hij de berg op om er te bidden. 47 Bij het vallen van de avond was de boot midden op het meer, en Hij was alleen aan land. 48 Toen Hij zag dat de leerlingen door de hevige tegenwind maar nauwelijks vooruitkwamen, hoe hard ze ook roeiden, liep Hij tegen het einde van de nacht over het water naar hen toe, en Hij wilde hen voorbijlopen. 49 Toen ze Hem over het water zagen lopen, dachten ze dat Hij een geestverschijning was en ze schreeuwden het uit. 50 Ze hadden Hem allemaal gezien en raakten in paniek. Maar Hij sprak hen meteen aan en zei: ‘Houd moed! Ik ben het, wees niet bang.’ 51 Hij stapte bij hen in de boot en de wind ging liggen. Zijn leerlingen waren helemaal van hun stuk gebracht. 52 Ze waren niet tot inzicht gekomen door wat er met de broden was gebeurd, doordat ze hardleers waren. (NBV21)

Je hoort Jezus van Nazareth zuchten in dit verhaal. De leerlingen waren twee aan twee op stap geweest. Een succesreis die diepe indruk had gemaakt tot aan het hof van koning Herodes toe. Van heinde en ver waren de mensen op ze afgekomen, zo veel dat ze zelfs bang werden dat er niet genoeg te eten was, maar Jezus had ze geleerd samen te werken en op elkaar te vertrouwen, dat had gewerkt. Nu was het eind van de dag gekomen. Nu leek de vakantie aangebroken waar ze zo’n behoefte aan hadden. Jezus zou de mensen naar huis sturen en alleen tot rust komen en wat bidden. De leerlingen stapten alvast in de boot en zouden naar de overkant van het meer varen. Nu ontgaat ons iets, omdat voor ons zo’n meer niet die betekenis meer heeft die het voor de vissers uit Galilea had. In de Joodse verhalen staat de zee, het meer, voor het dodenrijk, voor de chaos waaruit God ooit de hemel en de aarde had gemaakt, voor de wanorde.

Die zee, dat meer, was van zichzelf dus al bedreigend en nam die dreigende gestalte zeker aan als de valwinden van de heuvels het water opzweepten. Maar hoe zat het ook al weer, moet je je in tijden van nood door angst laten regeren of door samenwerken? Jezus van Nazareth kwam naar ze toe om ze te helpen en berispte ze om hun angst. In het verhaal van Jezus van Nazareth, zoals Marcus ons dat vertelt gaat samenwerking ver boven de angst die we kunnen voelen. In deze dagen wordt ons angst aangepraat voor het helpen van zusters en broeders die gevlucht zijn voor armoede, geweld en onderdrukking. Als we hen weer op de been helpen zouden wij arm worden. Zou het dan niet waar zijn dat vijf broden en twee vissen genoeg zijn om een volk te eten te geven? Of moeten we ons laten regeren door de angst? We moeten toch langzamerhand weten dat ruim 50 jaar van eerlijk delen ons allemaal kansen heeft gegeven.

We moeten toch langzamerhand weten dat iedere keer als de rijken rijker en de armen armer gemaakt worden de ellende in de samenleving ook toeneemt. Voor de rijken is de oplossing de vluchtelingen nog armer te maken.  De rijken, die geen of nauwelijks belasting betalen, verzekeren zich ondertussen voor een extra, wat vroeger ingaand, pensioen, trekken de premie van de belasting af en betalen opnieuw nauwelijks belasting over dat extra pensioen. Zelfs progressief democraten proberen ons dat als een eerlijke oplossing te verkopen. Maar ja, we zijn net volgelingen van Jezus, hardleers dus. Die leerlingen hoorden het “Vrees niet!” Zij maakten mee hoe het kwaad werd bestreden en mensen weer mee konden doen aan de samenleving. Hun eigen schulden werden kwijtgescholden op dezelfde manier als zij de schulden van anderen kwijtscholden. Daar zullen wij ook voor moeten werken. En bang voor de vluchtelingen hoeven we niet te zijn als arm en rijk eerlijk weten te delen.

 

Op een voetstuk

Zacharia 5:1-11

1 Opnieuw sloeg ik mijn ogen op, en daar zag ik een vliegende boekrol. 2 ‘Wat zie je?’ vroeg hij me, en ik antwoordde: ‘Ik zie een vliegende boekrol van twintig el lang en tien el breed.’ 3 Toen zei hij: ‘Dat is de vloek
die rondwaart over het hele land. Aan de ene kant staat geschreven dat ieder die steelt zal worden gestraft, aan de andere kant dat ook ieder die meineed pleegt zijn straf niet zal ontlopen. 4 Ik heb die vloek uitgevaardigd-spreekt de HEER van de hemelse machten. Hij zal het huis van de dief bezoeken en het huis van eenieder die bij mijn naam een valse eed zweert. Hij zal op hun huizen rusten en ze verwoesten, zodat er geen balk of steen van heel blijft.’ 5 Weer verscheen de engel die met mij sprak. Hij zei tegen me: ‘Sla je ogen op en kijk wat daar tevoorschijn komt.’ 6 Wat is dat?’ vroeg ik, en hij antwoordde: ‘Dat is een meelvat; daarop houdt heel het land zijn blik gericht.’ 7 En kijk, daar ging het loden deksel open en in het vat zat een vrouw. 8 ‘Dit is de verdorvenheid,’ zei hij, en hij duwde haar terug op de bodem van het vat en sloot het loden deksel. 9 Weer sloeg ik mijn ogen op, en daar zag ik twee vrouwen komen aanzweven met de wind in hun vleugels; ze hadden vleugels als van een ooievaar. Ze tilden het vat op en namen het met zich mee, hoog de lucht in. 10 Ik vroeg aan de engel die met mij sprak: ‘Waar brengen ze het naartoe?’ 11 Hij antwoordde: ‘Ze gaan er in Sinear een tempel voor bouwen, en wanneer die klaar is, wordt het daar op een voetstuk gezet.’ (NBV21)

Zacharia schrijft aan de ballingen die teruggekeerd zijn uit Babel met de opdracht Jeruzalem weer op te bouwen en de Tempel in oude luister te herstellen. Als we de Bijbel in stukjes blijven knippen dan komen we ineens rare verhalen tegen waar we ons geen raad mee weten. Maar de Bijbel kent geen rare verhalen. In de Bijbel gaat het over hoe mensen met elkaar en met hun God om gaan. Daar gaat ook het gedeelte over dat we vandaag lezen. Het visioen van de vliegende boekrol. Dat lijkt wel een hele grote boekrol. Maar de afmetingen hebben een bijzondere betekenis. Hij is van normale lengte, in de grotten van Qumran is in 1947 ook een boekrol gevonden die net zo lang was. Maar dit is wel een heel erg brede boekrol. Zo lijkt het tenminste maar als we nog eens gaan kijken naar de afmetingen die over de Tempel worden beschreven dan is de boekrol net zo breed als het Heilige en het Allerheiligste. En van die plaatsen gaan de richtlijnen de wereld in die het volk van God had gekregen.

Want wat staat er op die boekrol volgens het gedeelte dat we vandaag lezen? De meest voor de hand liggende misdaden die iemand kan plegen. Diefstal en meineed. Het zijn dagen waarin er nauwelijks of geen sloten waren en slotenmakers niet worden genoemd. Het is een landbouweconomie met enige handel. Akkers waarop graan wordt geteeld, vruchtbomen als vijgen en granaatappels en veeteelt, koeien en schapen. Als daarvan gestolen wordt dan hebben mensen direct niet meer te eten en veroordeel je ze ter dood. Het is het ergste dat je iemand, dat je een gezin, kan aandoen. Iedereen snapt dat. Hetzelfde geldt voor meineed. In het oude Israël was geen CSI, geen NFI, geen forensisch onderzoek bij misdrijven. Zelfs de techniek van vingerafdrukken vergelijken was nog niet uitgevonden. Een eerlijk proces hing daarom af van eerlijke getuigen. Eén getuige kon daarom ook geen veroordeling opleveren. Maar als getuigen samen spanden tegen een aangeklaagde dan ging het met het recht heel erg mis. Meineed bederft niet alleen één zaak maar zet het vertrouwen in het hele systeem op het spel.

Het hele volk is dus afhankelijk van de landbouw. Zonder landbouw krijg je nooit het brood dat je voor een dag nodig hebt. Jezus zal ons leren voor niet meer te bidden dan juist voor dat brood. Het aantasten van dat systeem is de verdorvenheid ten top. Die wordt weggestopt op de bodem van een loden vat. En als je voor verdorvenheid, voor hebzucht en praalzucht een tempel wil bouwen dan is het beeld dat voor die tempel staat het symbool van die verdorvenheid. Bedenk hierbij dat het volk de neiging had vreemde goden achterna te lopen. Ook in onze dagen is de bescherming van de rechtstaat een onderwerp dat aandacht verdient. Als de onafhankelijkheid van de rechters in het algemeen ter discussie wordt gesteld dan glijden we af en daar kan iedereen het slachtoffer van worden. Die discussie wordt ook gevoed door de aanbidding van de goden van winst en profijt. Toegang tot de rechtspraak is er eigenlijk alleen nog voor de rijken. Zacharia waarschuwt ook ons voor het afwijken van de goddelijke richtlijnen. Een waarschuwing die wij ons ter harte mogen nemen.

Eigen kracht

Zacharia 4:1-14

1 De engel die met mij sprak kwam terug en wekte mij zoals je iemand wekt uit een diepe slaap. 2 ‘Wat zie je?’ vroeg hij, en ik antwoordde: ‘Ik zie een standaard die helemaal van goud is, met een schaal erop, en op die schaal zijn zeven lampen bevestigd, zeven lampen met elk zeven tuitjes. 3 Daarnaast staan twee olijfbomen, één rechts en één links van de schaal. 4 Wat betekent dat, mijn heer?’ 5 ‘Weet je niet wat dat betekent?’ vroeg de engel die met mij sprak, en ik antwoordde: ‘Nee, heer.’ 6 Toen zei hij: ‘Luister, dit zegt de HEER over Zerubbabel: Niet door eigen kracht of macht zal hij slagen-zegt de HEER van de hemelse machten-maar alleen met hulp van mijn geest. 7 Voor Zerubbabel verandert zelfs de hoogste berg in een vlakte; onder luid gejuich zal hij de eerste steen aandragen.’ 8 Daarna richtte de HEER zich tot mij met de woorden: 9 Zerubbabel zal deze tempel eigenhandig voltooien, zoals hij hem eigenhandig heeft gegrondvest.’ Dan zullen jullie inzien dat de HEER van de hemelse machten mij naar jullie gezonden heeft. 10 Ook al hadden jullie in het begin geen vertrouwen in het werk, de ogen van de HEER zullen met welgevallen rusten op de gegraveerde steen in de handen van Zerubbabel. Die zeven lampen zijn de ogen van de HEER, die over de hele aarde rondgaan. 11Vervolgens vroeg ik aan de engel: ‘En die twee olijfbomen links en rechts van de lampenstandaard, wat betekenen die?’ 12 En ik voegde eraan toe: ‘Wat betekenen die twee olijftakken waaruit door twee gouden buisjes de gouden olie vloeit?’ 13 ‘Weet je dat niet?’ vroeg hij. ‘Nee, heer,’ antwoordde ik, 14 en hij zei: ‘Dat zijn de twee gezalfden die aan weerszijden van de Heer van de hele aarde staan.’ (NBV21)

In de Tempel in Jeruzalem staat een kandelaar met zeven lampen. Hoe die kandelaar er precies heeft uitgezien weten we niet. Zacharia heeft het hier over een standaard met een schaal er op waarin zeven lampen zijn bevestigd. Wij zien zo’n standaard vaak als een kaarsenstandaard met 7 armen maar het zijn olielampen. Ze zijn gevuld met olie dat door een Priester is gewijd, voorbestemd om voor God te branden. Apart gezet. Voor het volk Israël niet onbelangrijk. Er is een verhaal dat de Tempel in Jeruzalem was terugveroverd op de Grieken die onder Alexander de Grote de macht van de Perzen hadden gebroken. Het duurde een week voordat er olie was die zo goed was gereinigd en gewijd kon worden om te branden voor God. In de Tempel werd een flesje gevonden waar nog olie in zat voor één dag. Toen de lampen gevuld werden was de olie niet op, dat ene flesje gaf olie voor die hele week. Naast de lampenstandaard staan twee olijfbomen.

Twee bomen die dus de olijven leveren waar de olie uit geperst kan worden voor de lamp van God. Nu zijn bomen in de Bijbel altijd iets bijzonders. Rechtvaardigen worden in de Psalmen vergeleken met bomend die geworteld zijn aan levend water. Het zijn de mensen die zich houden aan het gebod van de God van Israël te zorgen voor de armsten en de minsten, die mensen tot hun recht laten komen en een plaats geven in de samenleving. De nieuwe samenleving van teruggekeerde ballingen voor wie Zacharia schrijft heeft ook van die twee rechtvaardigen. Jozua de Hogepriester en Zerubbabel de Koning. Zij moeten zorgen voor het licht dat vanuit de Tempel over de hele aarde uitstraalt en dat aantoont wie het licht hebben gezien en wie niet, zo zijn het de ogen van de God van Israël. Reken er dus maar op dat ondanks alle tegenstand Zerubbabel het werk aan de Tempel zal laten afmaken. Uit de twee olijfbomen komt een voortdurende stroom van gewijde olie. Olie dat stroomt door gouden buisjes, daar is geen smet aan te ontdekken.

Ook daarvan geeft Zacharia ons de uitleg. Het zijn de twee gezalfden, Zerubbabel en Jozua, die naast de Heer van de hele aarde staan. Wij vinden het mooi als onze God als zo groot wordt afgeschilderd dat hij de Heer van de hele aarde wordt genoemd. Maar in het gedeelte dat we vandaag lezen heeft dat een bijzondere betekenis. Een volk dat zo in staat is uit het niets, uit de ballingschap, een nieuwe samenleving op te bouwen zou de hele aarde wel kunnen veroveren. En dat is niet de bedoeling. Want niet door eigen kracht zal de nieuwe Koning van Israël de aarde veroveren, maar door de Geest van God. De Heidenen geloven dat hun goden met de sterksten zijn, met de mensen die geslaagd zijn in het leven. Ook al gaat het je slecht de god helpt je er bovenop en zorgt dat je in plaats van tegenslag succes krijgt. Dat is een echte Heidense voorstelling van zaken. De God van Israël is te vinden bij de minsten, de zwakken, de mensen langs de kant van de weg, bij hen voor wie geen plaats is, daar moeten we die God zoeken en als we er zelf bij horen dan mogen we weten dat we God aan onze kant hebben.

 

Dit land reinigen

Zacharia 3:1-10

1 Vervolgens liet Hij me de hogepriester Jozua zien. Deze stond voor de engel van de HEER, met aan zijn rechterhand de satan, die tegen hem pleitte. 2 De HEER zei tegen de satan: ‘De HEER zal je het zwijgen opleggen. De HEER, die Jeruzalem heeft uitverkozen, zal jou het zwijgen opleggen. Is deze Jozua niet een stuk zwartgeblakerd hout dat uit het vuur is weggerukt?’ 3 Nu was Jozua in vuile kleren voor de engel verschenen. 4 Deze zei tegen degenen die voor Hem stonden: ‘Trek hem die vuile kleren uit.’ En tegen Jozua zei Hij: ‘Hierbij reinig Ik je van alle schuld en kleed Ik je in een feestelijk gewaad.’ 5 Ik zei: ‘Ze zouden hem een schone tulband moeten omdoen.’ Ze deden hem een schone tulband om en kleedden hem aan in het bijzijn van de engel van de HEER. 6 De engel verzekerde Jozua: 7 ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Indien je Mij gehoorzaamt en mijn voorschriften in acht neemt, indien je mijn tempel beheert en mijn voorhoven bewaakt, zal Ik je opnemen in deze kring. 8 Luister, hogepriester Jozua, jij en je priesters, die voor je zitten en die in staat zijn om tekenen uit te leggen. Ik zal mijn dienaar sturen, de nieuwe telg. 9 Voor je ligt een steen, Jozua, die Ik heb neergelegd, één steen waarop zeven ogen rusten. Ikzelf zal daarin een inscriptie graveren-spreekt de HEER van de hemelse machten-en in één enkele dag zal Ik dit land reinigen van alle schuld.10 Op die dag-spreekt de HEER van de hemelse machten-zullen jullie elkaar uitnodigen onder de wijnrank en onder de vijgenboom.’ (NBV21)

We geloven in God en niet in de Duivel, of Satan, zoals hij hier genoemd wordt. Het is maar al te gemakkelijk om het kwaad dat we bedrijven aan een ander toe te schrijven. Niet de slang voor Adam en Eva, niet de verwarrer voor Job, niet de Satan voor de hogepriester Jozua krijgen de schuld voor het kwaad maar de mensen zelf. Natuurlijk was er twijfel aan de rechtmatigheid van het Priesterambt voor die nieuwe Priesters die te voorschijn kwamen toen de Tempel na de ballingschap herbouwd was. Ze zagen er niet uit, het waren bouwvakkers die zelf aan de herbouw van de Tempel hadden meegewerkt. Maar de boodschapper die God had gestuurd legde de verwarring het zwijgen op. Niet de kleren maken uit of iemand Priester is, niet de kleren maken uit wat iemand waard is, maar de gehoorzaamheid aan de God van Israël. Jozua en zijn priesters hadden hun gehoorzaamheid bewezen, hun vuile kleren waren er het bewijs van dat zij gehoorzaam waren geweest aan het bevel de Tempel weer te herbouwen.

De Priester kan dus weer gewoon priester worden. Hij heeft zich weliswaar niet als Hogepriester gedragen maar de gehoorzaamheid aan de God van Israël is vele malen belangrijker. De vuile kleren worden hem dan ook uitgetrokken en daarmee is alles wat niet paste bij zijn priesterschap vergeven. Hij krijgt weer het feestkleed aan dat hoort bij de Hogepriester. Een bezoek aan de Tempel is een feest, de Priesters zijn daar de levende getuigen van. Zij vormen de koren die de psalmen zingen, zij vormen de orkesten van trompetten, harpen en luiten alle andere muziekinstrumenten die in de Bijbel worden genoemd. Het Priesterschap van Jozua is niet alleen een beloning het is ook een taak die hij te vervullen krijgt. Hij moet de Tempel beheren, zorgen dat alles er gaat zoals God het heeft bedoeld. Niet alleen het Tempelgebouw zelf, met het Heilige en het Allerheiligste waar alleen Priesters en de Hogepriester mogen komen maar ook de voorhoven waar het volk komt om offers te brengen en maaltijd te houden met de Priesters, hun familie, hun personeel, de armen en de vreemdelingen die bij hen wonen.

Vanouds had de Hogepriester ook twee stenen waarmee bij belangrijke gebeurtenissen de wil van God geraadpleegd kon worden. Vooral de koningen van Israël werden gemaand hier gebruik van de maken en niet op eigen houtje belangrijke beslissingen voor hun volk te nemen. Nu er een nieuwe koning is gekomen, Zerubbabel volgens Ezra en Nehemia, moet de Priester weer over de mogelijkheden beschikken om God te raadplegen. Hij krijgt kennelijk een soort dobbelsteen, met zeven ogen, voor elke dag 1, zeven is ook het getal van de schepping door God en door de steen te raadplegen bij belangrijke beslissingen zal God zijn schepping door zijn mensen kunnen voortzetten. Duidelijk zal zijn dat het volk dan op de zevende dag bevrijd moet worden van alle arbeid. Zo kan er een nieuwe toekomst gemaakt worden alsof er in het verleden geen fouten zijn gemaakt. Zacharia grijpt terug op oude profetieën in Israël die je ook bij profeten als Micha en Haggaï vind, een ieder heeft een eigen wijnrank en rust onder zijn vijgenboom. Als we God op die manier volgen hoeft niemand meer te kort te komen. Daar mogen we elke dag aan werken, ook vandaag weer.

Als de vier winden

Zacharia 2:10-17

10 ‘Kom, vlucht weg uit het land van het Noorden! -spreekt de HEER. Als de vier winden van de hemel heb Ik jullie verspreid-spreekt de HEER. 11 Kom, jullie die in Babel verblijven, zoek een veilig heenkomen in Sion.’ 12 Want de HEER van de hemelse machten, die mij zijn grootheid heeft geopenbaard en die mij gezonden heeft, zegt over de volken door wie jullie geplunderd zijn: ‘Wie aan mijn volk komt, komt aan mijn oogappel! 13 Ik zal mijn hand dreigend naar hen uitstrekken, zodat zij op hun beurt geplunderd worden door degenen die zij hadden geknecht.’ Dan zullen jullie inzien dat de HEER van de hemelse machten mij gezonden heeft. 14 ‘Jubel, Sion, en verheug je, want Ik kom in jouw midden wonen-spreekt de HEER. 15 Er komt een tijd dat vele volken zich met de HEER zullen verbinden. Zij zullen mijn volk zijn, en in jouw midden zal Ik wonen.’ Dan zul je inzien dat de HEER van de hemelse machten mij naar je gezonden heeft. 16 Op heilige grond zal de HEER het volk van Juda tot zijn bezit maken en opnieuw zal Hij Jeruzalem uitverkiezen. 17 Wees stil voor de HEER, al wat leeft, want Hij komt uit zijn heilige woning naar buiten. (NBV21)

De ballingen uit Babel zijn teruggekeerd. Om de profeet Zacharia te begrijpen moet je eigenlijk ook de boeken Ezra en Nehemia goed doorlezen. Nehemia was een hoge ambtenaar die terugkeerde naar Jeruzalem met Israëlieten die bij hem in de buurt woonden. Maar het volk Israël was over de hele bekende wereld verspreid geraakt. Assyriërs, Babyloniërs, Meden en Perzen, in al die landen waren ze terecht gekomen. Al die landen verkondigden dat hun goden de God van Israël had overwonnen. Maar in al die landen hadden ze vastgehouden aan hun eigen geloof, hun eigen cultuur en gewoonten. Nooit waren ze helemaal ingeburgerd. Wel hadden ze zich vrienden gemaakt. Jeremia had hun eens geschreven groentetuinen aan te leggen en ook de armen daarvan mee te laten delen.

Nu keerde God zich eindelijk tegen de volken die hem hadden beschimpt. En als God zich tegen je keert dan kun je beter niet in de buurt zijn. Daarom roept Zacharia alle ballingen op nu naar Jeruzalem en Judea te komen. Daar zijn ze veilig. Wie inderdaad Ezra en Nehemia gelezen heeft weet dat het ook een politiek verstandige oproep van Zacharia is. Het land Israël, Judea, is woest en ledig. Het moet weer opgebouwd worden en daar zijn mensen voor nodig. De terugkerende ballingen zijn dus meer dan welkom. De volken waar ze in ballingschap hadden gewoond moeten leren wat het betekent dat je land wordt geplunderd en je bevolking wordt uitgeroeid of weggevoerd. Niet dat het volk Israël wordt opgeroepen om oorlog te gaan voeren en wraak te plegen. De wereldmachten op deze aarde maken elkaar wel af. Voor Israël is een andere taak weggelegd.

In Jeruzalem, op de berg Sion waar de Tempel is gebouwd komt God weer in het middelpunt van de wereld te staan. Daar zijn de richtlijnen voor de menselijke samenleving te vinden. Van Gij zult niet doden tot het heb uw naaste lief als uzelf zijn weer de grondregels waar iedereen zich aan kan houden. God liefhebben boven alles, met heel je hart en heel je verstand is je naaste liefhebben als jezelf. Zelfs je vijanden mag je liefhebben. Als het volk dat echt gaat doen dan zal het zo goed gaan met het volk dat ieder volk op aarde daar wel bij zou willen horen. En Zacharia zegt dat het daar ook op zal uitlopen. Dan zal iedereen snappen dat hij het niet zo maar gezegd heeft maar dat God zelf zulke beloften doet. Als je zo naar God luistert wordt je er stil van, dan klinkt zijn Woord van Liefde zo in onze harten dat heel de aarde het zal horen. Dat is natuurlijk vandaag ook nog zo, ook vandaag mogen we laten zien dat we de minsten liefhebben, de hongerigen voeden en de naakten kleden, de vreemdelingen verwelkomen. Elke dag mag dat opnieuw.

Hij is onze vrede

Efeziërs 2:11-22

11 Bedenk daarom dat u, die geen geboren Joden bent en onbesnedenen genoemd wordt door hen die door mensenhanden besneden zijn- 12 bedenk dat u destijds niet verbonden was met Christus, uitgesloten was van het burgerschap van Israël en geen deel had aan de verbondssluitingen en de beloften die daarbij hoorden. U leefde zonder hoop en zonder God in deze wereld. 13 Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. 14 Want Hij is onze vrede: Hij heeft met zijn dood Joden en niet-Joden verenigd, de muur van vijandschap, die hen scheidde, afgebroken 15 en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht Hij vrede 16 en verzoende Hij door het kruis beiden in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. door in zijn lichaam de vijandschap te doden. 17 Vrede kwam Hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: 18 dankzij Hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader. 19 Zo bent u dus geen vreemdelingen of gasten meer, maar burgers, net als de heiligen, en huisgenoten van God, 20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen. 21 In Hem vormt het bouwwerk één geheel en groeit het uit tot een tempel die gewijd is aan de Heer, 22 in wie ook u samen opgebouwd wordt tot een plaats waar God woont door zijn Geest. (NBV21)

Hoe gaan Heidenen en Joden samen in het Romeinse Rijk een nieuwe gemeenschap vormen die uiteindelijk het Heidense afgodenrijk van de Romeinen omver zal werpen? Dat is de vraag die Paulus ons in de lezing van vandaag stelt. Een vraag die ook vandaag niet onbelangrijk is. Wij willen immers de hele bewoonde wereld tot een Keizerrijk voor de God van Israël maken waar Jezus van Nazareth door zijn geest regeert? De Joden hadden lang gedacht dat de besnijdenis het enige teken was waardoor je er bij kon horen. Maar in de dagen van Abraham had die nog de voorhuiden van Filistijnen kunnen afsnijden als teken van overwinning en zijn eigen volk kunnen besnijden als teken van onoverwinnelijkheid van zijn God, maar dat ging al lang niet meer op. Natuurlijk, Joden moeten Joden blijven en zich laten besnijden maar voor Paulus was er geen enkele reden om dat van iedereen te gaan vragen. Het gaat immers niet om uiterlijkheden maar om wat je doet.

De profeet Jesaja had het ooit al over een vredevorst gehad die zou komen om blijvende vrede op de wereld te brengen en waar alle volken zich achter zouden scharen. Voor Paulus is die vredevorst gekomen in Jezus van Nazareth, de bevrijder, de gezalfde, Messias in het Hebreeuws, Christus in het Grieks. Dat hij de meest wrede slavendood aan het kruis op zich had genomen, genade voor zijn vervolgers had gevraagd, gezorgd had vanaf het kruis voor zijn nabestaanden en zijn medegekruisigden getroost, maakte dat iedereen de liefde van de God van Israël volledig kon volhouden en mee mocht maken. Jood en Heiden werden één kracht in Jezus van Nazareth. Als je die Weg volgt dan hoor je er onlosmakelijk bij, ook vandaag nog dus. Als alle vijandschap gedood is dan blijft de liefde over en kan er eindelijk leven zijn in overvloed.

Dat de Joden die niet meewilden met de Weg van Jezus van Nazareth, de Heidenen bleven uitschelden voor onbesnedenen deed er voor Paulus niet toe. Dat gelovigen in Jezus van Nazareth vandaag de dag uitgemaakt worden voor luchtfietsers doet er ook niet toe. Wie hongerigen voedt, de voedselbanken helpt bevoorraden, wie gevangenen bezoekt, schrijft met Amnesty International, wie de armen hoop geeft, werkt in een Fair Trade winkel of wie op welke manier zich ook inzet voor armen en behoeftigen, die weet dat het effect van dat werk blijvend is. Wie immers één mens redt heeft een heel volk gered, de hele wereld zelfs wordt gezegd. Wie onderwijs verzorgt voor kinderen, zelf of door steun, zorgt voor de toekomst van de wereld. Het resultaat is tastbaar en zichtbaar voor je. Daarom mogen we ook vandaag weer werken aan het Koninkrijk van de God van Israël, met alles wat in ons is.

 

Terwijl wij allen dood waren

Efeziërs 2:1-10

1 U was dood door de misstappen en zonden 2 waarmee u voorheen de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. 3 Eens leefden wij allen net als zij: wij volgden onze wereldse begeerten en alle aardse verlangens die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander. 4 Maar omdat God zo barmhartig is en de liefde die Hij voor ons heeft opgevat zo groot, 5 heeft Hij ons, terwijl wij allen dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Door genade bent u gered! 6 Hij heeft ons samen met Hem tot leven gewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus. 7 Zo zal Hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed Hij voor ons is in Christus Jezus. 8 Door die genade bent u nu immers gered, doordat u gelooft. Deze redding dankt u niet aan uzelf; ze is een geschenk van God 9 en geen gevolg van uw daden. Niemand kan zich er dus op laten voorstaan. 10 Want Hij is het die ons gemaakt heeft tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid. (NBV21)

“U was dood”, “U bent gered van de dood”, het zijn van die zinnetjes in de Bijbel waarvan je je kunt afvragen wat die onzin te betekenen heeft. Je slaakt een diepe zucht en je merkt dat je wel degelijk leeft. Je kijkt eens om je heen en je ziet geen enkele reden waarom je nou direct dood zou gaan. Wat een flauwekul, als je gewoon thuis zit te lezen dan hoef je toch niet en nergens van gered te worden? En daar heb je natuurlijk helemaal gelijk in. Dat staat er dus ook niet in de Bijbel. Het gaat hier om het nalopen van de god van deze wereld, de heerser over machten in de lucht en de geest die werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. Het gaat om het aanbidden van de god van de kater, de god die je koppijn bezorgd in plaats van vreugde, de god die je alcohol en drugs aansmeert om het gezellig te kunnen hebben met andere mensen. De god van carrière die je beloont met een burn out of werkloosheid als je je maar lang genoeg door je baas hebt laten afbeulen. De god die je wijsgemaakt heeft dat alles in het leven draait om ikke, ikke , ikke en de rest kan stikken en als je dan eens hulp nodig hebt laat merken dat je er helemaal alleen voor staat.

De Bijbel noemt dat de dood, het is de dood voor de levenden, zoals wij spreken over de dood in een glas bier als alle bubbels er uit verdwenen zijn. Al de zaken die de god van de wereld ons wil aansmeren leveren niks blijvends op, niet voor ons leven, niet voor anderen en niet voor de wereld. Als je al kinderen hebt dan laat je de wereld in zijn geest niet beter achter dan je die wereld hebt aangetroffen. En daarom staat er al vroeg in het Oude Testament “kies het leven”. Want de God van Israël, die het leven geeft, heeft gemaakt dat je elke dag de god van deze wereld in de steek mag laten, ongestraft kan dat, en dat je je op zijn Weg mag begeven. Dat is dus de weg van de Liefde. Hou nou eens op alleen aan je zelf te denken en denk je eens in wat je voor een ander kan betekenen.

Luister naar de verhalen van en over Jezus van Nazareth en leer er van waar die ander die jou nu nodig heeft te vinden is. Want er zijn voor die ander, dat is pas leven, dan komt de hemel op aarde. Het verschil is geweldig, je staat er versteld van. Al het goede dat je mee mag maken, feesten zonder je beroerd te voelen de volgende morgen, mensen echt ontmoeten zonder drugs of alcohol nodig te hebben, zorgen voor een ander en te leren steeds beter te zorgen. Er komt geen eind aan wat Christenen genade noemen, je leven is niet meer leeg, maar vol, je hoeft nooit meer te zoeken naar de volgende kik, mensen die je een kik geven genoeg. De weg gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt is ons genoeg. De moeilijkheden overwinnen die op die Weg liggen, maakt ons leven rijk, het uithoudingsvermogen dat daarvoor nodig is, maakt ons sterk. En elke dag opnieuw mogen wij er weer aan beginnen, ook vandaag weer.