Heb medelijden met mij!

Marcus 10:46-52

46 Ze kwamen in Jericho. Toen Hij met zijn leerlingen en gevolgd door een grote menigte weer uit Jericho vertrok, zat daar een blinde bedelaar langs de weg; het was Bartimeüs, de zoon van Timeüs. 47 Toen hij hoorde dat Jezus van Nazaret voorbijkwam, begon hij luidkeels te roepen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’ 48 De omstanders berispten hem en zeiden dat hij zijn mond moest houden, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ 49 Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’ Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem: ‘Houd moed, sta op, Hij roept u.’ 50 Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus. 51 Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’ De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik kan zien.’ 52 Jezus zei tegen hem: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’ En meteen kon hij zien en hij volgde Hem op zijn weg.(NBV21)

De vraag of Jezus van Nazareth nu wel of niet genezen heeft wordt zelden gesteld. Dat is eigenlijk ook een gevaarlijke vraag. Want als hij zou kunnen genezen als een dokter dan zouden alle andere blinden die niet zijn genezen kennelijk te weinig geloofd hebben. Dit verhaal gaat dus niet over genezen, maar dit verhaal gaat over gehoord worden. Mensen die langs de weg zitten worden zelden gehoord. Als ze al eens opgemerkt worden krijgen ze een aalmoes toegeworpen. Aandacht is er nooit voor. Om aandacht te trekken is in ons land de straatkrant of de daklozenkrant bedacht. Een echte krant met leuke artikelen die verkocht wordt zoals alle andere kranten. Alleen de opbrengst gaat naar mensen die langs de weg zijn komen te staan, want ook in onze samenleving komen er mensen langs de weg te staan. Denk niet dat het hun eigen schuld is. De schade die ze hebben opgelopen en die maakt dat ze buiten de samenleving zijn komen te staan, maar ook blijven staan, is vaak  van veel vroeger. Ze zijn al langer niet gehoord en opgemerkt en het op straat komen te staan is vaak het einde van een lange lijdensweg.

Zo ook Bartimeüs. In de dagen van Jezus van Nazareth bleef er voor veel mensen niet veel anders over dan als blinde of lamme langs de weg gaan zitten en te gaan bedelen. Ze waren niet meer vooruit te branden. De weg had voor hen opgehouden en alleen aalmoezen hielden hen nog in leven. Maar Bartimeüs had ergens nog een sprankje hoop. Ooit zou er een moment komen dat iemand hem weer op weg zou helpen, ooit kwam er een dag dat er meer zou zijn dan een aalmoes, dat iemand hem weer als mens zou herkennen. Dat was nu net wat er gebeurde toen Jezus van Nazareth langs kwam. Want een drukke menigte die Jezus van Nazareth omringde zou zo gemakkelijk alle aandacht voor zich hebben kunnen opeisen. Al die sterke mensen die wel ter been zijn kunnen je de mond snoeren, je staat immers al aan de kant en wie hoort je dan nog?

In onze dagen kunnen oudere werknemers daarvan wanhopig worden. Van werknemers ouder dan 50 jaar werkt nog maar 13%, slechts een klein deel van ons haalt dus de pensioengerechtigde leeftijd ook als werkende. Zoals aan oudere werknemers geen aandacht wordt geschonken zo probeert men ook Bartimeüs tot zwijgen te brengen. Maar hij gaat harder roepen, zo kunnen wij ook de stem worden van mensen die in onze dagen langs de kant staan en niet gehoord dreigen te worden. Jezus van Nazareth laat terugroepen. Hij laat Bartimeüs roepen. Want deze blinde man zag iets dat niemand zag. Hij roept Jezus uit tot Koning, hierna volgt dan ook het verhaal van Palmzondag. Hij vraagt niet meer om aalmoezen, hij vraagt om volwaardig mee te mogen doen in een nieuw Koninkrijk, waar mensen niet langer langs de kant hoeven staan. Hij gelooft weer dat het kan, dat hij de Weg mag gaan van Jezus van Nazareth. Wie het niet meer ziet zitten mag die weg gaan, de Weg van je naaste lief hebben als jezelf, de Weg van de zwakke horen aan de kant van de Weg en daar de hand naar uitsteken. Ook vandaag mogen we die Weg gaan.

Jullie weten niet wat je vraagt.

Marcus 10:32-45

32 Ze waren onderweg naar Jeruzalem en Jezus liep voor hen uit; de leerlingen waren ongerust en ook de mensen die hen volgden waren bang. Hij nam de twaalf weer apart en vertelde hun wat Hem zou overkomen: 33 ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die Hem ter dood zullen veroordelen en Hem zullen uitleveren aan de heidenen. 34 Ze zullen de spot met Hem drijven en Hem bespuwen en Hem geselen en doden, maar na drie dagen zal Hij opstaan.’ 35 Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen bij Hem en zeiden: ‘Meester, we willen dat U voor ons doet wat we U vragen.’ 36 Hij vroeg hun: ‘Wat willen jullie dan dat Ik voor je doe?’ 37 Ze zeiden: ‘Wanneer U heerst in uw glorie, laat een van ons dan rechts van U zitten en de ander links.’ 38 Maar Jezus zei tegen hen: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die Ik moet drinken of de doop ondergaan die Ik moet ondergaan?’ 39 ‘Ja, dat kunnen wij,’ antwoordden ze. Toen zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen de beker drinken die Ik zal drinken en de doop ondergaan die Ik zal ondergaan, 40 maar wie er rechts of links van Mij zal zitten, kan Ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie ze zijn bestemd.’ 41 Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, namen ze het Jakobus en Johannes kwalijk. 42 Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: ‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. 43 Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, moet dienaar van de anderen zijn, 44 en wie van jullie de eerste wil zijn, moet slaaf van de anderen zijn, 45 want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’(NBV21)

Dat Koninkrijk van Jezus van Nazareth is ongeveer het spiegelbeeld van onze samenleving. Want in wezen is onze samenleving nog niks veranderd sinds de dagen van het Romeinse Rijk. Natuurlijk, we hebben een enorme technologische vooruitgang. We kunnen communiceren met de meeste mensen op aarde. We hebben in een aantal landen zelfs democratie zodat landen geregeerd worden niet meer door willekeur maar door gekozen volksvertegenwoordigers volgens een aantal vaste rechtsprincipes. Maar zelfs democratieën kunnen ontsporen. Voorwaarde voor een echte democratie is natuurlijk dat iedereen kan meedoen en als politici minderheden apart gaan zetten dan is het voorbij met de echte democratie. Laffe angsthazen in ons land proberen dat tegenwoordig ook. En alle politici en machthebbers op de wereld raken verslaafd aan de macht. Zij zijn het die het weten, zij weten hoe het moet, hoe de wetten moeten zijn en hoe er bestuurd moet worden.

Jezus van Nazareth schetst een ander soort Koninkrijk. Hijzelf zwerft door het land, menigten mensen achter zich aan en ondertussen vele mensen genezend. Langzaam wordt hij steeds populairder. Daarmee wordt hij een concurrent van de heersende machten. De heersende religieuze machten, die met bezetters een akkoord hebben gesloten zodat de godsdienst ongestoord kan blijven uitgeoefend in de Tempel, in ruil voor het heffen van belastingen op de manier van de bezetter, zonder rekening te houden met de zwaksten en de armsten in het land. Jezus van Nazareth heeft alleen maar oog voor de armsten en de zwaksten in het land. Daarmee tekent hij zijn doodvonnis, want hij brengt op die manier de bestaande orde in gevaar. Volgens de machthebbers zet hij het leven van velen op het spel. Volgens hemzelf zet hij alleen zijn eigen leven op het spel. Hij riep niet op tot geweld, uiteindelijk zou hij het geweld tegen een overmacht zelfs veroordelen. Wie heeft het nu voor het zeggen in dat nieuwe Koninkrijk, wie deelt de lakens uit?

In onze samenleving een belangrijke vraag. In de meeste gemeenten in ons land zijn gemeenteraadsleden vrijwilligers die tegen een geringe vergoeding avond aan avond bezig zijn met de problemen in hun gemeente. Toch gaat het ook hen soms om de macht, toch is het ook bij hen vaak moeilijk om problemen samen met de burgers die ze aangaan op te lossen. Bij inspraakavonden komen burgers om hen te helpen bij de besluitvorming, maar laffe angsthazen zorgen met hun geschreeuw dat de deskundigheid van gewone burgers ongehoord blijft. Als Jezus van Nazareth een profielschets opstelt van de bestuurders van zijn koninkrijk dan heeft hij het over dienaren. Wie de eerste wil zijn zal ieders dienaar moeten zijn. Daar loopt het bij Jezus van Nazareth op uit, om oorlog en opstand te voorkomen levert hij zichzelf uit aan de autoriteiten. Bestuurders die eerst horen, eerst conflicten oplossen en dan de samen met de mensen oplossingen zoeken die de zwaksten en de armsten ten goede komen lijken schaars. Als ze er zijn worden ze door de laffe angsthazen met de dood  bedreigd. We zijn dan ook nog niet in dat Koninkrijk, we kunnen er zelf wel aan bouwen, ook vandaag.

 

Vele eersten

Marcus 10:23-31

23 Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 24 De leerlingen schrokken van zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: 25 het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 26 Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ 27 Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’ 28 Petrus nam het woord en zei: ‘Maar wij hebben alles achtergelaten om U te volgen!’ 29 Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zussen, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van Mij en het evangelie, 30 zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zussen, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven. 31 Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’ (NBV21)

En vele laatsten zullen de eersten zijn. In het verhaal van vandaag lopen we eigenlijk aan tegen het gebruik van losse teksten. Over het algemeen rukken die het verhaal van de Bijbel uit hun verband en verbergen ze de werkelijke boodschap van de Bijbel. Er zijn dan ook een boel kerkelijke leiders die met hartstocht het gebruik van losse teksten bevorderen. Ze schrijven daarmee hun eigen Bijbel en hebben daardoor een maximale invloed op hun volgelingen. We kennen de bekende teksten uit het verhaal van vandaag natuurlijk. Het is moeilijker voor een rijke het koninkrijk van God binnen te komen dan een kameel gaat door het oog van de naald. En: Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten. Maar had U wel bedacht dat die twee teksten bij één verhaal horen? En dat die laatste tekst een troost is voor de dicipelen omdat ze nogal schrokken van het harde oordeel over de rijken? Het is moeilijk om onze gewoonlijke kijk op de wereld zo radicaal te veranderen als Jezus van Nazareth wil.

Als het land moet worden gered worden immers succesvolle ondernemers gevraagd te helpen. Ook als bedrijven een nieuwe impuls moeten hebben dan worden succesvolle ondernemers uit de branche gevraagd adviezen te geven. Hoe meer succes iemand heeft, hoe meer die heeft verdiend, hoe hoger die in aanzien staat. Iemand die veel betekent heeft voor de wereld, veel aanzien heeft onder de mensen, zal daarom wel voor gaan op een arme vergeten weduwe, of een gehandicapte in een rolstoel, op de lamme en de blinde. Maar ook op de allochtoon, de werkloze, de alleenstaande moeder van het grote gezin, de ex-crimineel, de man met veel te grote schulden. In het Koninkrijk van God is het net omgekeerd. Dat Koninkrijk heeft immers weinig te betekenen voor mensen met geld en aanzien. Die hoeven zich geen zorgen te maken voor de dag van morgen. Die kunnen de verantwoordelijkheid voor hun kinderen gemakkelijk uitbesteden. Voor hen staat de beste gezondheidszorg in de hele wereld klaar. Maar voor de armen, de zwakken, de mensen die het niet goed hebben gered in het leven, betekent het Koninkrijk van God alles.

In dat Koninkrijk van God zijn alle tranen gewist, daar heeft niemand meer honger, daar is de toekomst van alle kinderen verzekerd, daar mag iedereen mee doen. Voor hen is zelfs elk klein stukje van dat Koninkrijk een zegen en reden om dankbaar te zijn. En daar vallen de teksten op hun plaats. Wat voor de rijken bereikbaar was is nu ook voor de armen bereikbaar. Daarvoor is het nodig dat mensen huis en haard verlaten, hun gehechtheid aan eigen bezit en kapitaal opgeven en de Weg van Jezus van Nazareth volgen. Dat is een Weg van delen, van zorgen voor de minsten. Dat is geen gemakkelijke weg, geen weg van plezier en succes, maar een tocht door een dorre woestijn met veel tegenslag, vervolging wordt zelfs genoemd. Maar als je op die manier de laatste wil zijn die het Koninkrijk binnengaat en die zwakken en armen voor laat gaan dan kom je gegarandeerd binnen. Dan kun je leven of je eeuwig te leven hebt, zonder zorgen voor jezelf. Op die Weg kun je vandaag nog de reis beginnen.

Goede meester

Marcus 10:13-22

13 De mensen probeerden kinderen bij Hem te brengen om ze door Hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. 14 Toen Jezus dat zag, wond Hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij Me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. 15 Ik verzeker jullie: wie niet als een kind het koninkrijk van God ontvangt, zal er zeker niet binnengaan.’ 16 Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen. 17 Toen Hij zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 18 Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, behalve God. 19 U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ 20 Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’ 21 Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef de opbrengst aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom daarna terug en volg Mij.’ 22 Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.(NBV21)

Soms moet je eigenlijk gewoon doorlezen in het verhaal over Jezus van Nazareth om er achter te komen hoe eenvoudig het eigenlijk is. Het gedeelte van vandaag volgt op het gedeelte dat we gisteren lazen en dat ging over echtscheidingen. Nu weten we natuurlijk wel dat kinderen meestal de grootste slachtoffers van echtscheidingen kunnen zijn. Het verhaal van vandaag begint dan ook met volgelingen van Jezus van Nazareth die de kinderen buiten de discussies van grote mensen willen houden. Maar die kinderen laten ons zien hoe we ons moeten gedragen. Kinderen zijn zich nog niet bewust van goed en kwaad, die weten nog te genieten van het goede van de aarde. Kinderen kunnen nog met elkaar spelen zonder zich druk te maken om kleur of godsdienstige of culturele achtergronden, of zich af te vragen wat hun vriendjes kosten. Het enige dat ze deert is of ze plezier aan de ander kunnen beleven, of ze echt samen willen spelen.

Zo zullen wij ook de wereld moeten benaderen. Zelfs de zwakken en de armen zullen met ons mee willen doen. En dan besluit dit verhaal met een gedeelte waar veel christenen ontzettend van kunnen schrikken. Daar lezen ze snel aan voorbij. Eeuwen later nog zou de kerk hier vreselijk mee worstelen. Als Jezus van Nazareth God was hoe kon hij dan zeggen dat hij niet goed is? Dat hij geen “goede meester” genoemd wil worden? Wij kunnen het ons bijna niet voorstellen dat we eretitels en vleiende benamingen zullen afwijzen. Maar in dat Koninkrijk van God is niemand meer dan een ander, alleen God gaat alles en iedereen te boven. De mens Jezus van Nazareth schaart zich daar ook onder en dat maakt hem goddelijk, dat te kunnen volhouden, een menigte mensen achter je aan, het halve volk aan je lippen, lammen laten lopen en blinden laten zien, boze geesten uitdrijven bij de vleet, en dan nog zeggen dat je niet meer bent dan een ander. De meesten van ons zouden dat niet kunnen en als we het kunnen hebben we daarvoor voorbeelden als Jezus van Nazareth nodig.

En wat we moeten doen om bij die beweging te horen? Heel eenvoudig, geen moord plegen, niet je eigen partner of een ander als voorwerp voor je eigen genot beschouwen, niet een rechter bedriegen zodat er onrecht ontstaat, niet je afkomst vergeten of ontkennen. Fatsoenlijke mensen hebben dat eigenlijk altijd al wel gedaan en weldenkende mensen halen het niet in hun hoofd om iets anders te doen. Zijn ze er dan, hebben ze het toegansbewijs voor het Koninkrijk in handen? In het verhaal dat we vandaag lezen ontbreekt er nog één ding. Afstand doen van alle rijkdom. Dat is niet eenvoudig. Zomaar alles wat je bij elkaar gespaard en verdiend hebt wegdoen om Jezus van Nazareth te volgen. Mogen er dan geen rijken zijn? Worden rijken veroordeeld? Nee, maar volgens Jezus van Nazareth mogen er geen armen zijn. Zo lang er nog mensen zijn die honger lijden, zo lang er nog slachtoffers van aardbevingen zijn die geen huizen hebben, zolang er nog mensen dood gaan aan ziekten waarvoor wij medicijnen hebben, zolang er nog leed en ellende is zullen we ons met voorbijzien van onszelf moeten inzetten, ook vandaag weer.

Wat God heeft verbonden

Marcus 10:1-12

1 Hij vertrok daarvandaan naar Judea en het gebied aan de overkant van de Jordaan, en de mensen verzamelden zich weer in groten getale om Hem heen; Hij onderwees hen zoals Hij gewoon was te doen. 2 Er kwamen ook farizeeën op Hem af. Ze vroegen Hem of een man zijn vrouw mag verstoten. Zo wilden ze Hem op de proef stellen. 3 Hij vroeg hun: ‘Hoe luidt het voorschrift van Mozes?’ 4 Ze zeiden: ‘Mozes heeft de man toegestaan een scheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten.’ 5 Jezus zei tegen hen: ‘Hij heeft u dat voorgeschreven omdat u halsstarrig bent. 6 Maar al bij het begin van de schepping heeft God de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt; 7 daarom zal een man zich losmaken van zijn vader en moeder en zich hechten aan zijn vrouw, 8 en die twee zullen één lichaam zijn, ze zijn dus niet langer twee, maar één. 9 Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’10 In huis stelden de leerlingen Hem hier weer vragen over. 11 Hij zei tegen hen: ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel; 12 en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij overspel.’ (NBV21)

Mag je nu wel of niet scheiden? Dat mag best maar daar geeft dit Bijbelstuk eigenlijk geen antwoord op. Jezus van Nazareth begint zijn antwoord op de strikvraag van de Farizeeën bij de leer van Mozes. Een man mag een vrouw een scheidingsbrief meegeven. Niet omdat het een voorrecht voor een man is, maar omdat die man nu eenmaal een mens is die fouten kan maken en zaken stuk kan laten lopen. God heeft de mens geschapen naar zijn beeld, vrouwelijk en mannelijk schiep God de mens. Pas als twee mensen intens van elkaar houden en één vlees worden en dat weten vol te houden, zoals God nooit verlaat het werk dat zijn hand begon, wordt dat beeld zijn duidelijk voor de mensen. In het boek Hooglied in de Bijbel wordt die Goddelijke liefde tussen twee mensen op prachtige wijze bezongen. We hebben overigens ontdekt dat mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen ook op kan gaan voor twee mannen of twee vrouwen.

Heel uitdrukkelijk zegt Jezus van Nazareth dat je van buiten af nooit mag stoken in de liefde tussen twee mensen. Ouders die het niet eens zijn met de partnerkeuze van hun kinderen, een kerk die waarschuwt voor anders gelovigen als partners, een staat die eisen stelt aan de partnerkeuze van haar inwoners, ze houden zich niet aan het gebod van Jezus van Nazareth om mensen in vrijheid hun levenslange relatie van liefde aan te laten gaan. En al die scheidingen dan? Mensen hertrouwen toch vaak na een scheiding? De richtlijn van Mozes om een scheidingsbrief te geven was al een verbetering ten opzichte van de gewoonte een echtgenote die niet meer te beviel te verkopen of te vermoorden. Jezus van Nazareth waarschuwt er tegen om je partner te beschouwen als een bron voor je persoonlijke genot en als je er niet meer van geniet dan zoek je maar een ander. Let op dat die regel in dit verhaal zowel geldt voor mannen als voor vrouwen. Paulus heeft later eens geschreven dat de liefde zichzelf niet zoekt, het gaat ook in een huwelijksrelatie om de ander en niet om jezelf.

Natuurlijk kun je dan uit elkaar groeien. Soms is het goed om elk een andere weg te gaan, dat kan zelfs uit liefde besloten worden. De spanningen die er zijn, verschillende verwachtingen, verschillende karakters of culturen kunnen zich oplossen in een scheiding zodat er voor kinderen weer vrede en rust aanbreekt. Als kinderen zien dat gescheiden ouders elkaar weten te respecteren en voor de kinderen ook samen in de bres weten te springen dan leren ze misschien wel beter wat er met de goddelijke liefde wordt bedoeld dan van ouders die omwille van het fatsoen bij elkaar blijven maar elkaar niets meer te bieden hebben. Voorlopig moeten we rekenen met zaken die mislopen, ook tussen mensen die van elkaar houden. Niemand van buiten mag een dergelijke breuk veroorzaken of bevorderen dat is in elk geval duidelijk. Ook van binnenuit kan een dergelijke breuk nooit lichtvaardig tot stand komen. Maar als die eenmaal vastgesteld is dan zullen we die moeten respecteren. Dan pas ook kan een nieuwe poging gewaagd worden de relatie op te bouwen tussen twee mensen die God bij de schepping heeft bedoeld. Zo worden ook de woorden van Jezus van Nazareth wegwijzers op de Weg naar dat mensenland, wegwijzers die we ook vandaag nog nodig hebben.

Ieder die verward was

Jesaja 29:17-24

17 Nog slechts een korte tijd, dan zal de Libanon weer een boomgaard worden, een boomgaard die is als een woud. 18 Op die dag zullen doven kunnen horen hoe uit een boek wordt voorgelezen, en blinden zullen met eigen ogen zien, bevrijd van duisternis en donkerheid. 19 Dan zullen verdrukten de HEER weer loven, zwakken juichen om de Heilige van Israël. 20  Want het is gedaan met de geweldenaar, voorbij met de spotter. Ieder die op onrecht zint, zal vergaan: 21 wie een ander valse beweringen ontlokt, wie de rechters in de poort wil verstrikken, wie het recht van de rechtvaardige schendt met loze beweringen. 22 Daarom-dit zegt de HEER, die Abraham bevrijd heeft, over de nakomelingen van Jakob: Jakob zal niet meer te schande staan, zijn gezicht niet meer van schaamte verbleken. 23 Want wanneer zijn kinderen zien wat ik in hun midden heb verricht, zullen zij eerbied hebben voor mijn naam, de heiligheid erkennen van de Heilige van Jakob en de God van Israël vrezen. 24 Ieder die verward was, zal inzicht verwerven, wie altijd klaagde, is vol begrip. (NBV)

Het blijft altijd mooi dit soort visioenen te lezen. Zoals het in de Tweede Wereldoorlog klonk: “Eens zal de Betuwe in bloei weer staan, of toen in de jaren 60 van de vorige eeuw Bob Dylan zong over de “times they are changing”, zo zingt de schrijver van dit gedeelte uit het boek van de Profeet Jesaja over de terugkeer van het recht naar Israel. Ieder die op onrecht zint zal vergaan staat er. Dat is een droom die we ook vandaag de dag nog kunnen dromen. Wat moeten we met buurman Rusland die een klein buurland onder de voet loopt en zelfs als er een wapenstilstand is afgesproken doorgaat haar positie in dat land te versterken. Wat moeten we met de Verenigde Staten die niet alleen tientallen burgers jaren lang zonder vorm van proces op een militaire basis op Cuba gevangen houdt maar als er dan voor de vorm een proces is geweest en een vonnis is geveld dat vonnis niet ten uitvoer wil leggen.

Wat moeten we met een vriend als het huidige Israel die een muur bouwt rond Palestina ook zo dat gezinnen en families van elkaar gescheiden worden en boeren hun land verliezen. Ze zullen vergaan zegt dit visioen van de Profeet, zelfs zij die de rechters in de poort wil verstrikken, wie het recht van de rechtvaardige schendt met loze beweringen. We kunnen die loze beweringen dag in dag uit in allerlei vormen horen op de radio en zien op de televisie. Juist dat verdraaien en liegen maken dat steeds meer mensen zich afkeren van bestuurders en machthebbers in plaats van hen te blijven volgen en aan te spreken op het goede dat ze behoren te doen. Pas als de mensen ook echt zien dat machthebbers oprecht iets proberen te doen voor de zwaksten, echt proberen vrede te stichten en een eerlijke verdeling van kennis, macht en inkomen in de wereld voor elkaar te krijgen dan zullen ze de waarde van de Liefde weer gaan onderkennen.

Niet alles zal altijd opgelost kunnen worden overigens. In het visioen van de profeet staat niet dat alles goed komt maar als je het niet meer snapt dan zul je het gaan begrijpen en ook al heb je reden om te blijven klagen je snapt in elk geval voortaan hoe het zo komt dat het niet ideaal is geworden. Misschien moeten we dat laatste vers uit het gedeelte van vandaag nog wat dieper tot ons door laten dringen. De onvolkomenheden in ons uiterst rijke land, de hondenpoep op straat, de bus of de trein die wel eens te laat komt, de files die er hier en daar staan, laten mensen zo hard klagen dat ze vergeten te denken aan mensen die geen brandstof meer hebben om te koken, die geen artsen hebben waar ze terecht kunnen, die geen eten hebben om hun kinderen te voeden, die soms zelfs geen huis hebben om hen te beschermen tegen de brandende zon. De problemen die wij hebben vallen soms in het niet bij de problemen die onze broeders en zusters in Afrika of oorlogsgebieden hebben. Maar ook voor hen geldt dat er bevrijding mogelijk is, alleen hun bevrijding begint bij ons, als het kan vandaag nog.

Wees maar blind

Jesaja 29:9-16

9 Jullie staan daar verdwaasd, alsof jullie blind zijn. Wees maar verdwaasd en wees maar blind. De profeten zijn dronken, maar niet van de wijn, de priesters waggelen, maar niet door de drank. 10 Want een geest van diepe slaap heeft de HEER over jullie uitgestort: hij heeft jullie ogen, de profeten, gesloten en jullie verstand, de zieners, verduisterd. 11 Elk visioen is voor jullie als de tekst van een verzegeld boek, dat aan iemand die kan lezen wordt voorgelegd met de vraag: ‘Lees dit eens, ‘waarop hij antwoordt: ‘Dat gaat niet, het is verzegeld.’ 12 Of als het wordt voorgelegd aan iemand die niet lezen kan: ‘Lees dit eens, ‘dan zal hij zeggen: ‘Ik kan niet lezen.’ 13 De Heer zegt: Omdat dit volk mij naar de mond praat, mij slechts met de lippen dient, terwijl hun hart ver bij mij vandaan is; omdat hun ontzag voor mij louter plicht is, slechts aangeleerd en door mensen opgelegd 14 daarom zal ik opnieuw wonderen verrichten voor dit volk, indrukwekkende wonderen en grootse daden. De wijsheid van wijzen zal hun dan niet baten, het verstand van verstandigen houdt zich verborgen. 15 Wee degenen die hun ware bedoelingen diep verborgen houden voor de HEER; die alles doen in duisternis en zeggen: ‘Wie ziet ons? Wie weet wat wij doen?’16 Jullie draaien de zaken om! Is de klei soms meer dan de pottenbakker? Kan het maaksel over zijn maker zeggen: ‘Hij heeft mij niet gemaakt’? Of het aardewerk over de pottenbakker: ‘Hij brengt er weinig van terecht’? (NBV)

Misschien heeft God de mens geschapen maar een vader en een moeder zijn toch voor jouw en mijn bestaan verantwoordelijk. Dat je bestaat en nog leeft komt echter toch alleen door liefde voor jou. Dat ging nooit vanzelf. En alle liefde komt van God. Liefde heeft je ook gevormd tot wat je bent. Zo kun je dus niet zeggen dat God niet de hand heeft gehad in wat jij geworden bent. Zelfs al heb je de liefde niet als zodanig ervaren en draag je het beeld dat je in een liefdeloze omgeving bent opgegroeid. Denk maar niet dat je grootgebracht kunt worden omdat het nu eenmaal zo hoort. Altijd zijn er idealen, altijd is er wel iemand die geniet van het nieuwe leven dat ontluikt en waaraan bijgedragen mag worden. Soms zie je dat niet, dan is alles verduisterd en zie je alleen nog het duistere waarmee je omringt bent. Maar leven komt van liefde en als je dat leven weet te ervaren en ervan weet te genieten dan ervaar je de liefde ook.

Dan merk je ook dat liefde voor een ander niet een soort plicht is, een last die je met je meedraagt, waar je natuurlijk met woorden steun aan moet betuigen maar die je in de praktijk ook mag inruilen voor eigen liefde. Liefde die niet gloeit, die niet doorvoeld wordt is niet echt. Maar echte liefde kan indrukwekkende wonderen verrichten. Echte liefde kan maken dat mensen weer warmte gaan voelen en weer het leven kunnen kiezen. Echte liefde kan mensen bevrijden van het juk van zo hoort het. En niet alleen individuen maar hele samenlevingen. Als mensen van mensen houden zoeken ze elkaar op en werken ze samen aan een samenleving waar niemand bedreigd wordt, waar iedereen zich thuis voelt. Dan komen buurtvaders de straat op om opgeschoten jongeren te leren hoe goed het is van de buurt te houden en je daar thuis te voelen en hoe schadelijk het voor jezelf kan zijn als je de buurt voortdurend schade wil toebrengen en je van de mensen vervreemdt. In steden zorgen mensen dan samen voor de nodige voorzieningen, voor gehandicapten en zieken, voor ex-gedetineerden en psychiatrisch patiënten die op zichzelf mogen wonen.

Dan nemen werkgevers gehandicapten in dienst en scheppen bedrijven ruimte voor mensen met een beperking. Dan zijn er veilige verkeersroutes voor ouderen en worden kinderen met zorg naar school gebracht. Landen zorgen dan onderling voor vrede en lossen meningsverschillen op door er over te praten en niet door elkaar soldaten en oorlogstuig op het dak te sturen. Dan leven mensen niet meer in angst en hoeven ze niet te vluchten voor oorlog en geweld, voor armoede en honger. Overal wordt mensen recht gedaan en het recht staat centraal tussen mensen en volken. Het recht wordt gevormd door de mensenrechten, het recht op leven, op voedsel en onderdak, op vrije meningsuiting. Denk niet dat het kwade verborgen kan blijven. Altijd komt het kwade uit en altijd zal het kwade zich keren tegen hen die het kwade bedrijven. In de dagen dat dit deel van het boek van de profeet Jesaja ontstond zorgden de meeste mensen alleen voor zichzelf, dachten ze alleen aan nu en wat ze konden binnenhalen. Die mensen verloren hun stad en hun land voor lange tijd, laten wij zorgen dat wij onze samenleving weten te behouden.

Hij droomt over eten

Jesaja 29:1-8

1 Wee Ariël, Ariël, stad waar ooit David zich legerde. Rijg de jaren aaneen, vier de kringloop van feesten. 2 Maar ik zal Ariël in het nauw drijven. Droefenis en rouw zullen er heersen, want ik maak van de stad een offerhaard. 3 Ik zal je van alle kanten belegeren, ik werp schansen tegen je op en sluit je met hoge wallen in. 4 Je zult roepen van diep onder de grond, wat je uit het stof laat horen, klinkt gedempt; het klinkt als de stem van een geest uit de diepte, het stof laat slechts gefluister horen. 5 Maar dan opeens, in een oogwenk, worden de barbaarse horden tot fijn stof, de horden der geweldenaars tot dwarrelend kaf. 6 Want de HEER van de hemelse machten zal ingrijpen, met donder, aardschokken en oorverdovend lawaai, met wervelende stormen en een verterende vlammenzee. 7 Als een angstdroom, een visioen in de nacht, verdwijnt de menigte volken die optrekt tegen Ariël, die de stad bestrijdt, belegert en in het nauw drijft. 8 Zoals de droom van iemand die honger heeft: hij droomt over eten, maar is bij het ontwaken nog hongerig; of van iemand die dorst lijdt en droomt dat hij drinkt, maar bij het ontwaken nog dorstig is en uitgedroogd-zo zal het ook de volken vergaan, de menigte die optrekt tegen de Sion. (NBV)

Vandaag een gedicht uit het boek van de profeet Jesaja. Aan dat boek hebben meer mensen meegeschreven en misschien is dit lied wel een blues die door de armen in de straten van Jeruzalem werd gezongen en daarom opgenomen werd in dit boek. Om het te begrijpen moet je een paar dingen weten. Dat Ariël wordt hier onvertaald gelaten en helemaal duidelijk is de betekenis niet, het betekent zoiets als “sterke leeuw van God” zo wordt bijvoorbeeld een stamvader uit een geslacht van de stam Gad genoemd , maar het is ook de aanduiding van een vuurhaard, zoiets als de open haard die op koude avonden je huis verwarmd, of het bovenste deel van het brandofferaltaar bij de Tempel dat buiten stond en waar je je aan kon warmen. Een vuur kan in de nacht juist voor armen die op straat slapen meer dan welkom zijn. De Naardense Bijbel vertaald dan ook “Wee Ariël, Vuurhaard van God” en de aanvulling dat David zich er ooit legerde maakt duidelijk dat hier Jeruzalem bedoeld wordt.

Van die “Vuurhaard” wordt een offerhaard gemaakt. Want ondanks de kringloop van feesten zijn er nog steeds armen die in de straten de blues moeten zingen. Misschien is die kringloop van feesten wel de aanduiding dat er wel zaai en oogstfeesten gevierd worden maar niet zoals voorgeschreven in de vorm van maaltijden waar met de armen uit de stad en de vreemdelingen gedeeld wordt, maar meer lijkend op de rituelen die ook voor de afgoden gedaan worden. Als de vuurhaard tot een offerhaard gemaakt wordt dan wordt de rijkdom van de stad in elk geval weer met de vijanden gedeeld. Niet dat de vijanden van de stad uiteindelijk zullen overwinnen. Iemand die arm is en honger en dorst kent weet hoe dat gaat, je droomt van voedsel maar de honger verdwijnt niet en je droomt van drinken maar de dorst blijft. Zo vergaat het volken die vreemde steden en landstreken bezetten. Zelfs in onze dagen zijn er volken te over die die les nog niet hebben geleerd.

Hun onvermogen om te leren kost velen het leven. Het brengt mensen er toe om te denken dat het visioen van een vreedzame en rechtvaardige samenleving zoals die in de Bijbel wordt getekend nooit bereikt zal worden. Daar is dus geloof voor nodig en moed om het vol te houden ook in de duistere tijden. Maar optrekken tegen de grondregel voor de menselijke samenleving van eerlijk delen, de richtlijn voor het volk van houden van je naaste als van jezelf zal je uiteindelijk tot stof doen vergaan. Egoïsme leidt altijd tot de dood, anti-egoïsme voert tot het leven. Het is de les die het volk Israel ooit in de woestijn had geleerd en die verankerd lag in de richtlijnen die in Sion werden bewaard. Telkens weer moesten er profeten opstaan die het volk voorhielden wat er gaat gebeuren als je afwijkt van die richtlijnen, als je God in de steek laat. Dan loopt het dus slecht met je af. Want uiteindelijk zal de liefde overwinnen, ook in Syrië, ook in de Oekraïne, ook in Rusland, zelfs in ons eigen land.

Eindeloos dorsen

Jesaja 28:23-29

23 Hoor mij aan en leen mij je oor, luister aandachtig naar mijn woorden. 24 Als een boer zaaien wil, ploegt hij dan alle dagen? Blijft hij voren trekken in zijn land? 25 Als hij het land geëffend heeft, strooit hij toch komijn en karwij, zaait tarwe in rijen, gerst in vakken en spelt langs de rand van zijn akker? 26 Het is zijn God die hem daarin onderricht, die hem leert wat hij moet doen. 27 Zo dorst men komijn niet met een dorsslede en over karwij rolt men geen wagenrad; komijn wordt met een stok uitgeklopt en karwij met een roede. 28 Graan moet voor brood worden fijngemalen; maar een boer blijft niet eindeloos dorsen: hij stuurt zijn paarden en het wagenrad eroverheen, maar hij laat het niet verpletteren.29 Ook dit vindt zijn oorsprong bij de HEER van de hemelse machten: zijn beleid is wonderbaarlijk en hij volvoert het in grote wijsheid. (NBV)

Soms vraag je je af waar mensen het vandaan halen. Wat zijn oog ziet maken zijn handen, ze heeft een druk huisgezin maar het is altijd opgeruimd en ze is altijd vrolijk. Hoe kan het dat mensen soms nauwelijks hoeven te studeren om ingewikkelde vraagstukken op te lossen? In het boek van de profeet Jesaja wordt het voorbeeld van de boer gebruikt, de akkerbouwer. Tegenwoordig hebben we landbouwscholen en in ons land is er eigenlijk geen boer die geen opleiding heeft gehad maar dat is nog geen 100 jaar het geval. Ook in ons land werd eeuwen lang het land bebouwd zonder dat de boeren daarvoor een opleiding hadden en de kennis die ze hadden opgebouwd over weer en natuur is nog steeds legendarisch. Volgens de passage van vandaag uit het boek van de profeet is het God die de kennis heeft verschaft. Hoe dan? Stond God ooit voor de klas? Zo werkt het niet, nog steeds niet. Maar als mensen echt van hun bezigheid houden dan ontwikkelen ze de kennis schijnbaar vanzelf.

Soms is een aanleg nodig, soms heb je spieren nodig die zo in het lichaam zitten dat bepaalde bewegingen gemakkelijker afgaan dan bij mensen bij wie de spieren anders in elkaar zitten. Maar wie zich open stelt voor de dingen die men liefheeft zal zich de kennis spelenderwijs eigen maken. Liefde maakt niet blind maar geeft kennis. Gezond verstand doet de rest. Er zijn uitspraken in dit gedeelte die iedereen die het leest zal beamen, ook al heeft men er geen verstand van. Natuurlijk moet je niet eindeloos blijven dorsen, dat heeft geen zin, als de korrels uit de aren zijn dan mag je het kaf van het koren scheiden, als je de korrels tot stof slaat met de dorsvlegels dan gaat kostbaar meel verloren. Elke handeling vraagt haar eigen gereedschap, ook dat weten we. In elke doe het zelf winkel is er een grote variëteit aan gereedschap. De leek weet soms niet wat te kiezen, maar de echte liefhebber weet precies wat er nodig is voor het karwei dat men onder handen heeft.

Als dat al niet geldt voor het bewerken van het land of het maken van dingen hoeveel te meer zal het dan waar zijn voor het omgaan met mensen. Niemand hoeft zich ooit af te vragen hoe om te gaan met een zieke, er zijn is voldoende, luisteren en meevoelen doet de rest. Niemand hoeft zich af te vragen hoe te troosten, ruimte maken voor het tonen van verdriet maakt dat men het samen kan dragen. Niemand hoeft zich af te vragen wat te geven aan iemand die honger heeft, een stuk brood en een brok vis zijn voldoende. Zo heeft iemand zonder kleding gewoon wat kleren nodig en iemand die bedroefd is een hand om de schouder. Zo heeft een vluchteling een veilige plaats met toekomst nodig. Bij mensen kan het nog eenvoudiger. Als je zelf niet weet wat iemand nodig heeft dan kun je dat ook gewoon vragen. Samen zoeken naar het nodige maakt het dan nog waardevoller. Voor ieder is nodig de Liefde voor de naaste, de liefde die God ons geschonken heeft, die liefde ligt in jezelf te wachten, stel je er maar voor open.

De striemende gesel

Jesaja 28:14-22

14 Daarom, hoor de woorden van de HEER, jullie spotters, leiders van het volk van Jeruzalem. 15 Jullie zeiden: ‘Wij hebben een verbond gesloten met de dood, met het dodenrijk zijn we een verdrag aangegaan. Wanneer de striemende gesel voorbijkomt zal hij ons niet raken. Wij houden ons schuil in bedrog en verbergen ons in leugens.’ 16 Maar dit zegt God, de HEER: Ik leg in Sion een fundament met een uitgelezen grondsteen, een kostbare hoeksteen. Wie zijn vertrouwen daarop grondvest, hoeft geen andere toevlucht te zoeken. 17 Ik zal het recht als meetlint hanteren en de gerechtigheid als schietlood. De hagel vernietigt de schuilhoek van je bedrog, het water spoelt jullie schuilplaats weg. 18 Jullie verbond met de dood wordt verbroken, jullie verdrag met het dodenrijk houdt geen stand. Wanneer de striemende gesel voorbijkomt zal hij jullie genadeloos afranselen. 19 Dag in dag uit komt hij voorbij, in de morgen, in de nacht, en telkens als hij langskomt zal hij jullie treffen. Hoe verschrikkelijk is het om de boodschap te verstaan! 20 Het bed is te kort om je op uit te strekken, de deken te smal om je in te wikkelen. 21 De HEER zal opstaan zoals destijds op de Perasim, hij zal grote beroering veroorzaken zoals in de vlakte bij Gibeon: hij zal iets tot stand brengen, iets bijzonders, hij gaat iets buitengewoons volbrengen. 22 Nu dan, staak jullie spotternijen, anders zullen jullie boeien nog meer knellen. Want dit heb ik gehoord: God, de HEER van de hemelse machten, heeft tot vernietiging van het land besloten. (NBV)

De mensen van Oost-Oekraïne weten inmiddels wat dat betekent, het voorbijkomen van de striemende gesel. Het conflict daar is nog lang niet afgelopen, maar hoe komt het tot een dergelijk conflict. Wij durven van zo’n afstand niet te zeggen dat de politici die er voor verantwoordelijk zijn liegen en bedriegen en zich in leugens hebben gehuld om de gevolgen van hun oorlogspolitiek te ontlopen. Daar gaat het in dit gedeelte uit het boek van de Profeet Jesaja over. Maar door Oost-Oekraïne loopt een oliepijpleiding. En we weten wel dat de zeggenschap over een dergelijke pijpleiding heel erg veel politieke macht over bijna heel Europa oplevert. Geen wonder dat Rusland zich dus zo druk maakt. En de wens van Oekraïne nauw aan te sluiten bij de Europese Unie wordt daardoor ook duidelijk. Het zou de Europeseunie door de NAVO invloed geven op die pijpleiding en daarmee op de energiepolitiek van Rusland. De slachtoffers in Oost-Oekraïne, inmiddels ook in Nederland, Maleisië, Australië en andere landen, net als de soldaten uit Rusland, Oekraïne en Oost Oekraïne hebben ondertussen niet zoveel te maken met die oliebelangen.

Die soldaten wordt voorgehouden dat ze lijden en vechten vanwege humanitaire en nationalistische belangen. Maar winnaars zijn er niet, politieke leiders die het laten aankomen op een oorlog sluiten een verbond met de dood, een verdrag met het dodenrijk, nu al zijn er duizenden doden gevallen in Oost-Oekraïne en ons zou elke dode één teveel moeten zijn. Voor ons ligt het uitgangspunt in Sion, daar, op de heilige berg in Jeruzalem, ligt immers de grondregel van de Liefde, van “Gij zult niet doden, de richtlijn die zegt dat je je naaste lief moet hebben als jezelf. Ook die oliepijpleiding zou op de eerste plaats ten goede moeten komen aan de armsten in Rusland en Europa en niet alleen bezien moeten worden vanuit de bijdrage aan de goden van winst en profijt die het kan leveren. Die bijdragen zijn geen mensenlevens waard, mensenlevens zijn oneindig veel meer waard dan de invloed op een oliepijpleiding ooit kan opleveren.

Dit hoofdstuk uit het boek van de Profeet Jesaja begon met de dronken leiders in Samaria, volgens dit stuk kennelijk gevolgd door de leiders in Jeruzalem. Terwijl er een bloedige oorlog woedt in Oost-Oekraïne zaten wij met bijna alle mensen in de wereld te kijken naar volgens velen belangrijker sportwedstrijden die wereldwijd de televisie haalden. De vraag is of die niet even stopgezet moeten worden zolang de oorlog duurt. Ook een schijnbaar kleine plaatselijke oorlog raakt de sportwereld. Die zijn zoals het zou moeten zijn, vreedzaam laten zien waar iemand de beste in kan zijn zonder oorlog, of zonder strijd, zonder anderen tekort of schade te doen. Zolang er mensen doodgaan aan geweld kun je dat eigenlijk niet volhouden. Maar we houden ons liever schuil voor oorlog en verbergen ons voor het leed van anderen. Als ons zoiets zou overkomen kunnen we dus niet veel anders verwachten van de rest van de wereld.