Geen besef van schuld

Psalm 36

1 Voor de koorleider. Van David, de dienaar van de HEER. 2 De zonde spreekt tot de goddeloze, diep in zijn hart- angst voor God kent hij niet. 3 De zonde sust zijn geweten in slaap- geen besef van schuld, geen afkeer van het kwaad. 4 Hij spreekt woorden van onheil en bedrog en blijft ver van wat wijs en goed is, 5 op zijn bed bedenkt hij verderfelijke plannen, hij betreedt een verkeerde weg en het kwade verwerpt hij niet. 6 HEER, hoog als de hemel is uw liefde, tot in de wolken reikt uw trouw, 7 uw gerechtigheid is als de machtige bergen, uw rechtvaardigheid als de wijde oceaan: U, HEER, bent de redder van mens en dier. 8 Hoe kostbaar is uw liefde, God! In de schaduw van uw vleugels schuilen de mensen, 9 zij laven zich aan de overvloed van uw huis, U lest hun dorst met een stroom van vreugde,10 want bij U is de bron van het leven, door úw licht zien wij licht.11 Toon aan uw getrouwen gedurig uw liefde, aan de oprechten van hart uw gerechtigheid. 12 Laat de voet van hoogmoedigen mij niet vertrappen, de hand van goddelozen mij niet verjagen.13 Daar liggen zij die verderf zaaiden-gevallen, neergestoten, zonder kracht om op te staan. (NBV21)

Iedereen heeft een geweten. Net als liefde is een geweten niet te pakken, het is geen ding, het is een eigenschap van mensen. Gewetenloos noemen we die mensen die een geweten missen. Ergens is iets verkeerd gegaan en heeft een besef van eigen schuld aan tegenvallers geen plaats gekregen. Iedereen buiten de gewetenloze heeft schuld maar de persoon zelf niet. Het gevolg is dat een gewetenloze alles doet vanuit een vermoeden van voordeel voor zichzelf. Morele wetten tellen daarbij niet. Liegen, bedriegen, manipuleren, doden, stelen, het kan allemaal als het de nodige voordelen oplevert. Als een gewetenloze misdaden pleegt dan kan een rechter iemand dwingen een behandeling te ondergaan die het gebrek aan geweten kan oplossen. Als een gewetenloze in de politiek gaat is dat een gevaar voor de samenleving. Maar ook een gewetenloze kan een volwaardig mens met een besef van schuld en onschuld worden.

De dichter van de Psalm barst dan ook los in een loflied. Een loflied op de liefde van God, op zijn trouw op zijn gerechtigheid en rechtvaardigheid. De beelden die in dit loflied worden gebruikt zijn ontleend aan de Tempel. Boven de Ark van het Verbond waken gouden cherubs met hun vleugels over de inhoud van de Ark. Die goddelijke vleugels beschermen dus ook de mensen. En wat is de inhoud van de Ark ook weer? Er liggen in stenen platen geschreven de richtlijnen voor de menselijke samenleving die zich laten samenvatten als heb God lief boven alles en je naaste als jezelf. Die richtlijnen worden in de Bijbel ook vaak vertaald als je moet de mensen tot hun recht laten komen, zeker de armen en de zwakken in je samenleving moet je kansen geven om mee te kunnen doen als gewone burgers. Bij de maaltijd die je bij de Tempel moet houden als offer, met de priesters en je familie, moet je uitdrukkelijk ook de armen en de vreemdelingen betrekken. Daar kan dus gelaafd worden aan de overvloed die er in de Tempel, het huis van God, te vinden is.

De fraaie woorden waarmee mensen die fouten hebben gemaakt die fouten op anderen af weten te wentelen benemen je soms het zich op wat er werkelijk aan de hand is. De Psalmist vraagt daarom aan zijn God de waarde van de liefde van God te blijven tonen aan hen die zijn Weg willen bewandelen. Ook de geboden van de God van Israël, de richtlijnen voor de menselijke samenleving worden een licht op ons pad genoemd. Het scheppingswoord uit Genesis “Er zij licht” wordt dan ook uitgelegd als een licht dat ons is opgegaan als inzicht in het kwade dat mensen kunnen doen. Zonder de richtlijnen van de menselijke samenleving, zonder het licht van de God van Israël, hadden we nooit ontdekt dat het afschuiven van fouten op anderen een kenmerk is van de zondaar die geen verantwoordelijkheid neemt voor eigen falen. In de brief aan de Romeinen citeert Paulus deze Psalm nog eens om te laten zien hoe hardnekkig dit kwaad kan zijn. Bij ruiterlijk toegeven en werkelijk veranderen hoort vergeving, maar zij die blijven volharden in het afschuiven op anderen dienen aangepakt te worden. Dat mogen we elke dag opnieuw doen, ook vandaag weer.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *