Zijn onvergankelijk leven

Hebreeën 7:11-19

11 Had het Levitische priesterschap-dat de basis vormde voor de wet die het volk ontving-de volmaaktheid gebracht, dan was het niet meer nodig geweest te zeggen dat er een andere priester zou worden aangesteld, een priester zoals Melchisedek, en niet zoals Aäron. 12 Maar wanneer het priesterschap verandert, verandert onherroepelijk ook de wet. 13 Welnu, degene over wie dit alles wordt gezegd, behoort tot een andere stam, waarvan niemand zich in dienst van het altaar gesteld heeft. 14 Het is immers bij iedereen bekend dat onze Heer is voortgekomen uit Juda, en deze stam is door Mozes nooit met priesters in verband gebracht. 15 Nog duidelijker wordt het nu deze nieuwe priester, het evenbeeld van Melchisedek, 16 geen priester geworden is op grond van de in de wet vereiste menselijke afstamming, maar door de kracht van zijn onvergankelijk leven. 17 Over Hem wordt immers verklaard: ‘Jij bent priester voor eeuwig, zoals Melchisedek.’ 18 Het eerder gegeven gebod wordt ongeldig verklaard omdat het te beperkt is en niet voldoet 19 -de wet heeft trouwens in geen enkel opzicht de volmaaktheid gebracht-,maar de hoop op iets beters treedt ervoor in de plaats, waardoor wij God dichter kunnen naderen. (NBV21)

Het zal voor de Joden in de nieuwgevormde Christengemeenschappen raar geweest zijn als ze zomaar horen spreken over Jezus van Nazareth als priester en zelfs als Hogepriester. Leuk natuurlijk dat Jezus van Nazareth vergeleken wordt met Melchisedek de priester koning van Salem, maar dat was een Heiden, Jezus van Nazareth was een Jood. In de woestijn, toen het volk van Israël de onderwijzing van Mozes ontving, was de stam van Levi aangewezen als dienaren van de Tora. Zij hadden geweigerd om het gouden kalf te aanbidden dat als symbool van de nieuwe God van Israël was gegoten. Volgens hen was die God niet een God van vruchtbaarheid maar een God van bevrijding. Zij hadden het goed begrepen.

Maar de richtlijn van heb Uw naaste lief als Uzelf was een wet geworden zoals de Romeinse wetten, met saaie en dorre regeltjes waar gewone mensen geen weg in weten en met uitspraken van geleerde rechters die door nog minder mensen begrepen worden. Het is een poging eerlijk en onafhankelijk de mensen te behandelen maar het houdt geen rekening met de mensen zelf. De manier waarop Jezus van Nazareth met die Wet was omgegaan werd de nieuwe maat waarmee de christengemeenschappen zichzelf wilden meten. Bevrijdend voor mensen die gevangen zaten in angst en onderdrukking, bevrijdend door liefde voor minsten in de samenleving.

Voor de Joden in de nieuwe christengemeenschappen zal het citaat uit Psalm 110, “Jij bent priester voor eeuwig” als een mokerslag hebben gewerkt. Als Jezus van Nazareth op basis van die uitspraak Hogepriester was geworden dan betekent het dat iedereen Priester was geworden, Joden en Heidenen. Daarmee was die vergelijking met Melchisedek ook een heel logische vergelijking geworden. Alleen de Hogepriester had op de Grote Verzoendag de taak om de zonden van het volk op zich te nemen en God te vragen om vergeving. Dat had Jezus van Nazareth aan het kruis gedaan, door de liefde voor de naaste ook door de dood heen te dragen had hij het mogelijk gemaakt dat iedereen met die liefde telkens opnieuw kon beginnen.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *