Geef ons uw hulp.

Psalm 85

1 Voor de koorleider. Van de Korachieten, een psalm. 2 U bent uw land genadig geweest, HEER, U keerde het lot van Jakob ten goede, 3 nam de schuld van uw volk weg en bedekte al zijn zonden. sela 4 U bedwong uw woede en wendde u af van uw brandende toorn. 5 God, onze helper, keer tot ons terug, onderdruk uw afschuw van ons. 6 Wilt U voor eeuwig uw toorn laten duren, verbolgen zijn van geslacht op geslacht? 7 Breng ons weer tot leven, dan zullen wij ons in U verheugen. 8 Toon ons uw trouw, HEER, en geef ons uw hulp. 9 Ik wil horen wat God ons zegt. De HEER spreekt woorden van vrede tegen zijn volk, zijn getrouwen. Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid! 10 Voor wie Hem eren is zijn hulp nabij: zijn glorie komt wonen in ons land, 11 trouw en liefde omhelzen elkaar, recht en vrede begroeten elkaar met een kus, 12 trouw bloeit uit de aarde op, recht ziet uit de hemel toe. 13 De HEER geeft al het goede: ons land zal vruchten geven. 14 Het recht gaat voor God uit en baant voor Hem de weg. (NBV21)

Vandaag zingen we een lied dat in twee delen uit elkaar valt. Eerst is er een gebed van het volk, dan klinkt de verkondiging van de boodschap van de Bijbel. Je hoort het op deze manier ook in veel kerken. De gemeente bidt samen en dan wordt de boodschap verkondigd. Maar wat wordt er dan gebeden en wat wordt er dan verkondigd? Een heel andere vraag is natuurlijk wat we er aan hebben. Het was in elk geval een lied dat in de Tempel gezongen werd. Het kwam van een zanggroep in de Tempel, de Korachieten. In de Tempel werd de Tora, de richtlijn van eerlijk delen bewaard. Wij hebben het vaak over een Tempel van God maar een beeld van God was er niet te vinden, alleen die Tora. Volgens die richtlijn moest elke gelovige een paar keer per jaar naar de Tempel om daar samen met de familie, de armen, de vreemdelingen en de dienaren van de Tempel een maaltijd te houden. Deden ze dat dan zou God weer voor hen zorgen.

Iedereen snapt wel dat bij het volgen van die richtlijn het gemakkelijk mis kon gaan. Alles delen wat je hebt, je naaste liefhebben als jezelf, zorgen voor de armen en de zwakken in de samenleving, de vreemdelingen opnemen, het is maar aan weinigen gegeven om daar dag in dag uit voortdurend mee bezig te zijn. Daarom die maaltijden bij de Tempel, dan kon je weer opnieuw beginnen. En daar gaat in dit lied het gebed over. In het verleden was God wel eens boos op zijn volk geweest maar iedere keer als het zich weer tot de Tora, de richtlijn van eerlijk delen had gewend was God een nieuwe weg met het volk ingeslagen. Dat mag dus gerust nog eens gevraagd worden. En dan volgt de boodschap, het verhaal van de Bijbel. Je mag er van uit gaan dat God vrede wil, dat God zorgt voor mensen die de vrede willen stichten, die goed willen doen, die trouw willen blijven aan de zorg voor de minsten, die zorgen dat gerechtigheid en vrede elkaar ontmoeten.

Je mag er dus van uit gaan dat recht wordt gedaan aan mensen zonder ze te onderdrukken. Dat recht voor mensen daar gaat het per slot om. En wat hebben we daar vandaag nog aan? Nou, dat er oorlog is hoeft ons niet tegen te houden om vrede te stichten. Er is altijd oorlog geweest en misschien zal er nog heel lang van tijd tot tijd oorlog uitbreken. Vast staat dat als wij mee willen doen in het verhaal van God wij in elk geval vrede willen stichten. En ook dat er honger is hoeft ons niet tegen te houden. De honger in ons eigen land brengt ons bij de voedselbanken om hen te steunen, donateur worden kan nog steeds, de voedselcrisis in de wereld brengt ons bij de Fair Trade winkels om te helpen eerlijke handelsverhoudingen voor elkaar te krijgen, en bij de organisaties die de directe honger kunnen stillen. Dat er niet voor zieken en stervenden gezorgd kan worden brengt ons regelmatig bij giro 555 of de Wilde Ganzen. En vreemdelingen opnemen om hen tot hun recht te laten komen doen we al meer dan een jaar in Kampen, kun je aan meedoen. Dat het tot nu toe altijd mis is gegaan hoeft ons niet tegen te houden opnieuw te beginnen met gerechtigheid en vrede, we kunnen elke dag opnieuw beginnen, we mogen elke dag opnieuw beginnen, al zingend.

 

U slaat wartaal uit

Handelingen 26:19-32

19 Ik heb dan ook gedaan wat me door deze hemelse verschijning werd opgedragen, koning Agrippa, 20 en heb eerst aan de inwoners van Damascus en Jeruzalem, en aan allen die in Judea wonen, en later ook aan de andere volken verkondigd dat ze tot inkeer moesten komen en zich tot God moesten bekeren, en zich moesten gaan gedragen op een manier die daarbij past. 21 Dat is de reden waarom de Joden me gegrepen hebben toen ik me in de tempel bevond, en geprobeerd hebben me te vermoorden. 22 Omdat God mij echter tot op de dag van vandaag bijstaat, blijf ik mijn getuigenis zonder onderscheid aan iedereen bekendmaken, en daarbij zeg ik niets anders dan wat volgens de profeten en Mozes moest gebeuren, 23 namelijk dat de messias zou lijden en sterven en dat Hij als eerste van de doden zou opstaan om aan zijn eigen volk en aan de andere volken het licht te verkondigen.’ 24 Toen Paulus dat tot zijn verdediging aanvoerde, riep Festus: ‘U slaat wartaal uit, Paulus! Het vele studeren drijft u tot waanzin!’ 25 Maar Paulus zei: ‘Het is geen wartaal, excellentie. Integendeel, wat ik zeg is waar en getuigt van gezond verstand. 26 Bovendien weet de koning waarover het gaat, en daarom kan ik vrijuit tegen hem spreken. Ik denk niet dat iets hiervan hem is ontgaan, het heeft zich immers niet in een uithoek afgespeeld. 27 Koning Agrippa, gelooft u de profeten? Ik ben ervan overtuigd dat u dat doet.’ 28 Agrippa zei tegen Paulus: ‘Dadelijk krijgt u me nog zover dat ik me voor christen uitgeef.’ 29 Paulus zei: ‘Of het nu dadelijk is of niet, ik zou tot God willen bidden dat niet alleen u, maar allen die nu naar me luisteren net zo worden als ik, afgezien dan van deze boeien.’ 30 De koning stond op, evenals de procurator en Bernice en de anderen die de zitting hadden bijgewoond. 31 Ze trokken zich terug en overlegden met elkaar. ‘Deze man heeft niets gedaan dat met de dood of gevangenschap wordt bestraft,’ zeiden ze. 32 En Agrippa zei tegen Festus: ‘Hij had al vrij kunnen zijn als hij zich niet op de keizer had beroepen.’(NBV21)

In het boek Handelingen wordt de vraag gesteld op welke wijze je moet omgaan met de Heidenen zonder je eigen geloof te verliezen. De nieuwe beweging van de Weg worstelt met die vraag. Een aantal stromingen binnen Israël hadden het antwoord paraat, zij pleiten voor een gewelddadige opstand. De religieuze elite van farizeeën en sadduceeën hadden het antwoord ook paraat, absolute gehoorzaamheid aan de bezetter in ruil voor godsdienstige vrijheid. De beweging van de Weg beweegt zich daar tussenin. Gehoorzaamheid is vereist aan God en nergens anders aan. Jezus had zijn leerlingen voorgehouden dat hem alle macht in hemel en op aarde was gegeven. Tegelijk wees de beweging van de Weg elke vorm van geweld af. Het “Gij zult niet doden” uit de leer van Mozes werd tot het uiterste volgehouden. Heel langzaam ging de beweging van de Weg een andere manier van gehoorzamen aan God uitproberen dan die van geweld of overgave, het was de manier van samenleven, gemeenschap vormen.

Paulus vertelt dan ook aan Koning Agrippa dat hij trouw en gehoorzaam is gebleven aan zijn godsdienst. Hij had Jezus ontmoet in een visioen en had daar het licht gezien dat hem op dat moment verblind had. Waarom vervolgde hij die Jezus toch zo? Door de volgelingen van Jezus was hij niet benaderd als de vijand die hen vervolgde maar als medemens naar wie ook de liefde van Jezus uitging. Dat had hem het gezicht terug gegeven. Uiteindelijk was Paulus de boodschap van de beweging van de Weg gaan verkondigen. Aan Joden die wisten dat er een Messias zou komen die de leer van Mozes zou vervullen, aan de Heidenen die tot inzicht moesten komen dat kiezen voor het leven veel beter was dan steeds bang te moeten zijn voor de dood. Jezus van Nazareth had zich aan de leer van Mozes gehouden, hij had zijn vrienden verboden geweld te gebruiken en hangend aan het kruis had hij vergeving gevraagd voor zijn beulen, was hij tot steun geweest voor een mede gekruisigde en had hij zelfs voor zijn moeder zorg gedragen.

Voor een Romeinse legeraanvoerder was dit onzin. Afzien van geweld, alle macht in de wereld berust immers op geweld. Ook in onze dagen is dat niet anders. In de kerken zingen we over geef vrede Heer, geef vrede, maar zodra we de kerk uit zijn vragen we om meer blauw op straat die bewapend is en de wapens ook echte mag gebruiken en sturen we naar conflicthaarden onze bommenwerpers die ook echt bommen werpen. De piraten in Somalië worden met raketten en machinegeweren bestreden en van het vinden van een vreedzame toekomst voor deze piraten is geen sprake. Ondertussen worden we overspoeld door mensen die vluchten voor geweld, honger en uitzichtloosheid. Meer uitzichtloosheid is ons antwoord. Dat is dus niet het antwoord dat Paulus hier geeft en waar het boek Handelingen ons over verteld. Daar gaat het antwoord over samen leven, samen delen, zorgen voor de weduwe en de wees en mensen weer een volwaardige plaats geven in de samenleving. Kiezen voor het leven heet dat. Misschien dat wij er ook eens mee moeten beginnen, in onze eigen omgeving, in onze buurt, stad, dorp en in ons land. Dat mag elke dag opnieuw. Ook vandaag weer.

 

Je schaadt alleen jezelf

Handelingen 26:1-18

1 Agrippa zei tegen Paulus: ‘U mag uw zaak bepleiten.’ Paulus hief zijn hand op en verdedigde zich als volgt: 2 ‘Ik prijs me gelukkig, koning Agrippa, dat ik me vandaag juist in uw bijzijn mag verdedigen tegen alle aanklachten die door de Joden tegen me zijn ingediend, 3 vooral omdat u zo goed op de hoogte bent van al hun gebruiken en onderlinge geschillen; daarom verzoek ik u om welwillend naar me te luisteren. 4 Het is alle Joden bekend welk leven ik sinds mijn vroegste jeugd te midden van mijn volk en in Jeruzalem heb geleid; 5 ze kennen me lang genoeg om te kunnen bevestigen dat ik als farizeeër volgens de strengste richting van onze godsdienst heb geleefd. 6 Nu sta ik terecht omdat ik hoop op de vervulling van de belofte die God aan onze voorouders heeft gedaan. 7 Ook de twaalf stammen van ons volk hopen deel te krijgen aan de vervulling van die belofte door God volhardend te dienen, dag en nacht. Omwille van deze hoop word ik door de Joden aangeklaagd, majesteit! 8 Waarom is het toch zo moeilijk te geloven dat God mensen uit de dood opwekt? 9 Indertijd vond ik dat ik de verspreiding van de naam van Jezus van Nazaret met kracht moest tegengaan, 10 en daarvoor heb ik me in Jeruzalem dan ook ingezet. Met toestemming van de hogepriesters heb ik een groot aantal heiligen in de gevangenis laten opsluiten, en als ze ter dood gebracht werden gebeurde dat met mijn instemming. 11 In de synagogen probeerde ik keer op keer hen door strafmaatregelen te dwingen hun geloof af te zweren; ik bestreed hen zo vurig dat ik hen zelfs in de steden buiten onze grenzen vervolgde. 12 Zo was ik eens, met een volmacht van de hogepriesters en in hun opdracht, op weg naar Damascus, 13 toen ik midden op de dag zag hoe een licht uit de hemel, feller dan de zon, mij en mijn reisgenoten omstraalde. 14 We vielen allen op de grond en ik hoorde een stem in het Hebreeuws tegen me zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolg je Mij? Je schaadt alleen jezelf, als een onwillige os die tegen de ossenprik trapt.” 15 Ik vroeg: “Wie bent U, Heer?” De Heer antwoordde: “Ik ben Jezus, die jij vervolgt. 16 Maar kom nu overeind, sta op, want Ik ben aan je verschenen om je aan te stellen als mijn dienaar, opdat je bekend zult maken dat je Mij hebt gezien en zult getuigen van alles wat Ik je nog zal laten zien. 17 Ik zal je daarbij beschermen tegen je eigen volk, en tegen de andere volken waarheen Ik je zend 18 om hun de ogen te openen, zodat ze zich van de duisternis naar het licht keren, en van de macht van Satan naar God. Door in Mij te geloven zullen ze vergeving krijgen voor hun zonden, en samen met allen die Mij toebehoren zullen ze deel krijgen aan mijn koninkrijk.” (NBV21)

Opnieuw maakt Paulus gebruik van een truc. Toen hij in het Sanhedrin terecht stond beriep hij zich op zijn geloof in de opstanding der doden. Hij wist dat het een groot conflictpunt was tussen de Saduceeën en de Farizeeën. Die kregen daarover dan ook de grootste ruzie en ze slaagden er niet in Paulus te veroordelen. Nu doet hij tegenover Koning Agrippa. Die Koning was een marionet van de Romeinen maar wilde zich graag etaleren als de Koning der Joden. In het geloof van Israël zou de Koning der Joden het volk bevrijden van de overheersing door de Romeinen. Dus framed Paulus zijn levensverhaal zo dat er wel sprake is van het geloof in een koning der Joden maar geen opstand tegen de Romeinen. Paulus vertelt nog eens dat hij altijd hard gestudeerd had in de boeken van Mozes en de geschriften van de profeten, en dus als rechtgeaard gelovige de volgelingen van Jezus had vervolgd tot hem op weg naar Damascus een licht was opgegaan en hij ineens inzag dat alles wat die Jezus was overkomen al bij de profeten beschreven was, dus het gevolg van het tot het uiterste volgen van de weg van God.

Net als Paulus willen we nog al eens vergeten waar we eigenlijk echt vandaag zijn gekomen. De vader van de vroegere president George W.Bush was eens in Leiden omdat daar Engelse vluchtelingen een tijdje hadden gewoond die later een belangrijke stoot zouden geven aan de oprichting van Amerika, ze heetten de Pilgrimfathers en schiepen onder meer het beroemde Amerikaanse Thanksgivingday. Een van de problemen die die Pilgrimfathers in Engeland hadden was dat landedelen mensen zonder vorm van proces konden laten opsluiten. In het Amerikaanse recht ligt daarom bijna nog sterker dan bij ons vast dat opsluiten door de overheid alleen via een rechter en strakke procedures gaat. Dat is lastig soms dat recht. Daarom heeft George W. Bush de truk van Guantanamo bedacht, de basis op Cuba waar het Amerikaanse recht niet geld. Daarom is George W.Bush eigenlijk net zo misdadig als de landheren in Engeland in de tijd van de Pilgrimfathers. Dat was zo slim dat zelfs een president die daar tegen is, Obama bijvoorbeeld, de grootste moeite heeft van die slimmigheid af te komen.

Maar als je zegt, dat George Bush net zo misdadig was als de Engelse landedelen waarvoor zijn voorvaderen waren gevlucht. dan frame je hem volgens velen ten onrechte. Vrede komt alleen door geweld geloven vele mensen. Daarom moet er meer politie komen, die je dan vervolgens te weinig betaalt en al helemaal niet traint op veranderde omstandigheden. Daarom moeten er meer wapens gekocht worden, die zo duur zijn dat de mensen die ze moeten bedienen onbetaalbaar zijn geworden. Paulus kan zijn verhaal waarmaken. De gemeenten die hij gesticht had kregen in de loop van de tijd de raad dat hun vriendelijkheid alom bekend moest zijn. Jezus van Nazareth was met die weg begonnen. Toen hij gevangen dreigde genomen te worden gaf hij zich over en liet zijn 120 man sterke leger de zwaarden in de schedes steken. Nergens in het proces dat tegen hem werd gevoerd beriep hij zich op zijn vrienden. Die geweldloosheid deed het volk kiezen voor de opstandelingenleider Bar Abbas toen ze de keuze kregen tussen geweld en geweldloosheid. Dat geweld heeft uiteindelijk geleid tot verwoesting van de Tempel en de verspreiding van het volk over het hele Romeinse Rijk. Dat maakt voor latere lezers het verhaal van Paulus spannend, voor ons blijft de vraag waarom wij de weg van Jezus niet kiezen. Is dat Hem vervolgen zoals Paulus deed?

 

Voor zover ik weet

Handelingen 25:13-27

13 Enkele dagen later kwamen koning Agrippa en Bernice naar Caesarea om bij Festus hun opwachting te maken. 14 Tijdens hun verblijf, dat verscheidene dagen duurde, sprak Festus met de koning over de rechtszaak tegen Paulus. Hij zei: ‘Er is hier een man die door Felix als gevangene is achtergelaten. 15 Toen ik in Jeruzalem was hebben de hogepriesters en de oudsten van de Joden een klacht tegen hem ingediend en om zijn veroordeling verzocht. 16 Ik heb hun geantwoord dat het bij de Romeinen niet gebruikelijk is iemand uit te leveren zonder dat hij met zijn aanklagers is geconfronteerd en de kans heeft gekregen zich tegen de aanklacht te verdedigen. 17 Toen ze hier bijeen waren gekomen, heb ik de zaak niet langer uitgesteld, maar heb ik al de volgende dag de rechtszitting geopend en bevel gegeven hem voor te leiden. 18 De aanklagers gingen staan en brachten beschuldigingen tegen hem naar voren, maar niet van het soort misdrijven dat ik had verwacht. 19 Wel bleken er geschilpunten te bestaan met betrekking tot hun godsdienst en een zekere Jezus, die dood is, maar van wie Paulus beweert dat Hij leeft. 20 Omdat ik niet goed wist hoe ik deze kwesties moest onderzoeken, vroeg ik of hij bereid was naar Jeruzalem te gaan om daar terecht te staan. 21 Maar toen beriep hij zich op de keizer en verkoos om in gevangenschap te blijven tot zijne keizerlijke hoogheid een uitspraak heeft gedaan. Ik heb opdracht gegeven om hem in hechtenis te houden tot ik hem naar de keizer kan zenden.’ 22 Agrippa zei tegen Festus: ‘Ik zou die man zelf weleens willen horen.’ ‘Morgen,’ zei Festus, ‘zult u hem horen.’ 23 De volgende dag verschenen Agrippa en Bernice in vol ornaat. Samen met de legeraanvoerders en de voornaamste inwoners van de stad betraden ze de ontvangstzaal, waarna Paulus op bevel van Festus werd voorgeleid. 24 Festus zei: ‘Koning Agrippa, en u allen die hier aanwezig bent, dit is de man om wie de hele Joodse bevolking zich tot mij heeft gewend, zowel hier als in Jeruzalem, terwijl ze luidkeels te kennen gaven dat hij niet langer het recht had om te leven. 25 Voor zover ik weet heeft hij niets misdreven waarop de doodstraf staat, maar aangezien hij zich op zijne keizerlijke hoogheid heeft beroepen, heb ik besloten hem naar Rome te zenden. 26 Ik kan mijn heer echter niets concreets over hem schrijven, en daarom heb ik hem hier laten voorleiden, in het bijzonder voor u, koning Agrippa, om na afloop van dit verhoor iets op schrift te kunnen stellen. 27 Het lijkt me namelijk onzinnig om een gevangene naar Rome te sturen zonder melding te maken van de tegen hem ingebrachte beschuldigingen.’ (NBV21)

De Bijbel schrijft graag over het onrecht dat machtigen kunnen bedrijven tegen de mensen waar ze zich boven hebben gesteld. In het verhaal van vandaag is dat ook het geval. “Hij heeft niets misdreven” schrijft volgens het verhaal van Handelingen 25 de nieuwe gouverneur nadat hij Paulus en diens aanklagers heeft aangehoord. Hij had voorgesteld dat Paulus naar Jeruzalem zou gaan om daar de rechtszaak voort te zetten maar Paulus had een beroep op de Keizer gedaan en moest naar Rome. Maar ja, dan schrijf je toch op wat die man wel niet voor ergs heeft gedaan dat je dat zelf niet afkon. De nieuwe gouverneur roept de hulp in van Agrippa, de koning van het zuidelijk deel van Israël die net op bezoek was.

Aan die opvolger van Herodes legt hij uit dat overal waar hij kwam de mensen vroegen om Paulus ter dood te veroordelen maar hij snapt maar niet waarom. Een duidelijk geval van demonisering dus, framing noemen we dat tegenwoordig. En waarom moet ik nu aan Pim Fortuyn denken. Toen die was doodgeschoten al weer meer dan tien jaar geleden werd er ook geroepen dat dat het gevolg van demonisering was. Het bewijs daarvoor is nooit geleverd. Verknipte moordenaars die denken dat ze de geschiedenis kunnen veranderen lopen er al sinds eeuwen rond. Willem de Zwijger was bij ons een bekend slachtoffer, maar ouderen herinneren zich nog President Kennedy, zijn broer Robert en Martin Luther King in onze dagen. Ook op Paus Johannes Paulus en President Reagan zijn dergelijke aanslagen gepleegd.

De eerste wereldoorlog die we enige tijd geleden herdachten en daardoor weer in de belangstelling kwam begon zelfs met een zogenaamde politieke moord. En meer recent hebben we hier de moord op Theo van Gogh gehad. Al die moorden bleken uiteindelijk weinig of niets te maken te hebben met de godsdienstige of politieke overtuiging die er werd bijgesleept. Bij Pim Fortuyn was duidelijk dat alleen al het roepen dat er gedemoniseerd werd de politieke discussie in de kiem smoorde. Pim Fortuyn vond dan ook wel heel erg dat hij gelijk had, en zijn volgelingen vinden nog steeds dat de mening van Fortuyn, het gedachtengoed genoemd, onaantastbaar is. Ze mogen, een ieder heeft recht op een eigen geloof. Maar demonisering en de angst daarvoor brengt niemand verder. Paulus was bang dat hij vanwege die demonisering vermoord zou worden. Geert Wilders ziet voortdurend bedreigingen en men laat hem bedreigingen zien, zozeer dat hij nauwelijks meer kan functioneren. Alleen een echt debat kan ons verder brengen. In een discussie waar je fundamenteel van mening verschilt geldt wellicht dat je echt moet uitstralen dat je je vijanden liefhebt.

Geen enkel misdrijf

Handelingen 25:1-12

1 Drie dagen nadat Festus zijn intrede in de provincie had gedaan, ging hij van Caesarea naar Jeruzalem. 2 Daar dienden de hogepriesters en de andere Joodse leiders een klacht tegen Paulus bij hem in. Bovendien vroegen ze hem 3 of hij hun een gunst wilde bewijzen door Paulus naar Jeruzalem te laten overbrengen, want ze hadden het plan opgevat hem onderweg te vermoorden. 4 Festus antwoordde dat Paulus in Caesarea in hechtenis zou blijven, maar dat hijzelf daar binnenkort weer heen zou gaan. 5 ‘Laten degenen onder u die bevoegd zijn meegaan,’ zei hij, ‘en laten ze deze man aanklagen als hij iets heeft gedaan dat ontoelaatbaar is.’ 6 Hij bleef niet langer dan acht tot tien
dagen bij hen, en vertrok toen naar Caesarea. De volgende dag al opende hij de rechtszitting en gaf bevel om Paulus voor te leiden. 7 Toen Paulus verscheen, gingen de Joden uit Jeruzalem om hem heen staan en brachten allerlei zware beschuldigingen tegen hem in, die ze niet konden bewijzen. 8 Paulus voerde tot zijn verdediging aan: ‘Ik heb geen enkel misdrijf gepleegd, niet tegen de Joodse wet, niet tegen de tempel en niet tegen de keizer!’ 9 Maar Festus wilde de Joden ter wille zijn, en daarom vroeg hij Paulus: ‘Wilt u naar Jeruzalem gaan om daar in mijn aanwezigheid voor deze zaak terecht te staan?’ 10 Paulus antwoordde echter: ‘Ik sta hier voor de keizerlijke rechtbank, en hier moet ik terechtstaan. Ik heb de Joden geen enkel onrecht aangedaan, zoals ook u heel goed weet. 11 Mocht ik toch schuldig zijn en iets hebben gedaan waarop de doodstraf staat, dan zal ik me niet aan deze straf onttrekken, maar als de beschuldigingen die deze mensen tegen me inbrengen op niets berusten, kan niemand me aan hen uitleveren. Ik beroep me op de keizer!’ 12 Na overleg met zijn raadgevers verklaarde Festus toen: ‘U hebt u beroepen op de keizer, dan zult u ook naar de keizer gaan!’ (NBV21)

Dat was heel mooi van Festus. Al na drie dagen als procureur, hoogste gebieder in Palestina, aanwezig te zijn, stond hij op en klom hij op naar Jeruzalem. Dat gaf hoop aan de religieuze leiders rond de Tempel. Een bestuurder die opging naar Jeruzalem om daar kennis te maken in plaats van dat hij hen ontbood af te dalen naar Caesarea moest wel op hun hand zijn. Zij immers zorgden voor rust en orde. De Romeinen kregen hun belasting en de Tempel haar offers. Een typische win win situatie. Alleen zaten daar nog de mensen van de Weg dwars. Die hadden het maar over een ander soort samenleving. Niet van aalmoezen maar van echt delen met elkaar. Die riepen hele oude profeten na van ik wil jullie offers niet maar ik wil gerechtigheid zou de God van Israël gezegd hebben. Nu de eerste voorwaarde voor gerechtigheid is toch orde en vrede en daar zorgden ze voor. Het recht voor de armen, de zorg voor de weduwe en de wees zouden dan vanzelf wel komen. Je hoort bij ons die redeneringen ook wel. Als we maar zorgen voor de mensen die een redelijk inkomen hebben dan zal er vanzelf ook wel gezorgd worden voor de armen, de zieken, de gehandicapten, de ouden van dagen, zeker als die in eigen omgeving de steun organiseren die ze nodig hebben.

Festus had wel door dat je als bezetter van een vreemd land met een nog vreemdere godsdienst de leiders in dat land een beetje te vriend moet houden. Een proces tegen die Paulus, die al twee jaar gevangen zat, in Jeruzalem zou een mooi spektakel opleveren. Nu al in Caesarea liepen mensen te hoop bij een eerste rechtszaak tegen Paulus met allerlei beschuldigingen. Maar in het Romeinse recht ging het niet om beschuldigingen maar om bewijzen. Wanneer en waar had de beschuldigde de feiten gepleegd waar hij van beschuldigd werd. Festus was nieuw, hij had er dus belang bij om te bewijzen dat hij rechtvaardig was, dat mensen er op konden vertrouwen dat hij de wet van het romeinse rijk zou handhaven zonder aanziens des persoons. Dat bracht populariteit met zich mee en daarmee orde en rust en een goede opbrengst van de belastingen. Zoals van de meeste criminelen verwacht mag worden ontkende Paulus elke beschuldiging. Maar hij duidde ook op bewijzen. Hij was nog maar pas in Jeruzalem, hij had de voorgeschreven reiniging volbracht, hij kwam om offers te brengen. Er waren vast mensen te vinden die voor hem zouden willen getuigen en dat maakte dat het proces misschien wel eens niet de afloop kon krijgen waarop Festus gehoopt had. Geen versterking van zijn positie, maar een isolering van dat volk.

Paulus had een dubbele nationaliteit. Hij was Jood, door geboorte, en hij was Romein, ook door geboorte. Geleerden gaan er van uit dat hij dat Romeinse burgerschap had geërfd. Dat duid er op dat hij niet van eenvoudige komaf was. Zijn vader moest wel iets behoorlijks betekent hebben in Tarsus waar hij geboren was. Ook zijn Joodse geschiedenis wijst daar op. Hij had gestudeerd onder Gamaliël. Dat was een zeer vooraanstaande schriftgeleerde, lid van het bestuur van de Tempel, het Sanhedrin, één van de religieuze autoriteiten van hoog aanzien. Aangenomen moet worden dat Paulus tijdens zijn studie zelf in zijn levensonderhoud voorzag en dat hij ook een bijdrage aan zijn leermeester gaf voor de lessen die hij kreeg. Dat hij uiteindelijk het vak van tentenmaker en riemensnijder leerde en als zodanig rond was getrokken om zijn leer van de Weg te verkondigen was eigenlijk buiten de orde. Filosofen en predikers waren er in het Romeinse Rijk in overvloed. Ze trokken rond en stichten scholen of Tempels en lieten zich daarvoor betalen. Paulus was een buitenbeentje. Dat zal Festus ook van zijn raadgevers te horen hebben gekregen. Daarom het besluit Paulus dan maar naar Rome te sturen. Daar was Paulus op uit geweest. Dat was de bedoeling van het verhaal, duidelijk maken hoe het Evangelie in Rome kwam en het gaf hoop aan Christenen die in conflict waren gekomen met plaatselijke autoriteiten. Uiteindelijk overwint het goede, overwint eens de genade. En als wij het goede doen en niet dan het goede mogen ook wij daarop en daarmee rekenen, elke dag opnieuw.

 

Jullie verlossing is nabij!

Lucas 21:20-38

20 Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is. 21 Wie in Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie op het land is moet niet naar de stad gaan, 22 want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan. 23 Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want het land zal in diepe ellende verkeren, en een zwaar vonnis zal de bevolking treffen. 24 De inwoners zullen omkomen door het zwaard of overal heen in gevangenschap worden weggevoerd, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot hun tijd voorbij is. 25 Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee; 26 de mensen zullen bezwijken van angst om wat er met de wereld zal gebeuren, want de hemelse machten zullen wankelen. 27 Maar dan zullen ze op een wolk de Mensenzoon zien komen, bekleed met macht en grote luister. 28 Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij!’ 29 Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Kijk naar de vijgenboom en al de andere bomen. 30 Als je ziet dat ze uitlopen, weet je dat de zomer in aantocht is. 31 Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is. 32 Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. 33 Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden verdwijnen nooit. 34 Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, 35 onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen. 36 Wees waakzaam en bid onophoudelijk dat je kracht ontvangt om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen.’ 37 Overdag gaf Hij onderricht in de tempel, maar ’s avonds vertrok Hij om de nacht door te brengen op de Olijfberg. 38 Iedere ochtend kwam het hele volk al vroeg naar de tempel om naar Hem te luisteren. (NBV21)

Je hoort het in kerken en in zogenaamd Christelijke bijeenkomsten nog wel eens roepen door een voorganger: “Je verlossing is nabij”. Jezus van Nazareth spreekt niet in een dergelijk enkelvoud. Hij spreekt in meervoud over een heel volk dat geknecht en onderdrukt wordt. Zulke volken kennen we ook vandaag. Voor die volken komt altijd het uur van bevrijding. Altijd komt de tijd dat de kracht van liefde voor mensen, de macht van vredestichters, groter is dan de macht van het kwaad. Juist als je weet dat een beweging van vredestichters, die aandacht hebben voor de minsten in de samenleving, die niet mee willen doen met het verheerlijken van de wereldlijke machthebbers maar onophoudelijk hongeren en dorsten naar gerechtigheid, zal worden onderdrukt, bespot, vervolgd en vernederd, dan is het meer dan nodig om te wijzen op de afloop. Altijd zal het goede uiteindelijk de overhand krijgen. Want hoewel we het kwade voortdurend weer in de wereld helpen door de verkeerde machthebbers te steunen, door pracht en praal te bewonderen, door eigen voordeel te stellen boven het belang van de armen en de zwakken, is dat kwade tot ondergang gedoemd.

Individuele bekering betekent dan ook niet dat de verlossing dan komt. Nee, bijna integendeel, de lijdensweg begint dan pas. Je kunt lang genieten van het leven, eten, drinken en vrolijk zijn zoals de Prediker schreef. Maar het gaat gepaard met zwoegen en jagen en najagen van lucht. Want het gewin dat met carrière en voorspoed wordt verkregen is van stof en zal tot stof vergaan. Telkens weer klinkt in ieders leven de oproep om het anders te gaan doen, om te breken met het leven zoals in de wereld van idols en fatsoen geleefd wordt. Dan begint het zien van de ellende die de wereld voor veel mensen meebrengt. Dan gaan de ogen open voor de mensen die prachtige goederen en heerlijk voedsel produceren en daar geen eerlijk loon voor krijgen. Dan wordt de roep gehoord van gewetensgevangenen, die om hun overtuiging en het opkomen voor mensenrechten in de cel zijn gezet. Dan is er geen rust voor de hongerigen zijn gevoed en de naakten gekleed. Dan is het wijzen op de komende verlossing van al die ellende meer dan nodig, dan wordt het evangelie brengen werkelijk het verkondigen van de verlossing van de armen.

Het is daarom een goede raad die Jezus van Nazareth geeft. Wakker blijven en vooral letten op de goede dingen die aan het gebeuren zijn. Zoals de bomen in de lente uitlopen en daarmee de zomer aankondigen zo zijn de landen die onafhankelijk geworden zijn en mee gaan doen in de vergadering van volken tekenen dat de armoede in de wereld, dat onderdrukking en geweld, uiteindelijk kunnen verdwijnen. Niet alles gaat in één keer goed. We zijn geneigd om te letten op de negatieve ontwikkelingen die ons omringen, ons te laten terneerslaan door de zorgen van alle dag die iedereen heeft. Maar letten op de goede tekenen geeft nieuwe energie, zoals je in de lente ook weer zelf de warmte van de zon in je lichaam kunt voelen, zoals je in de lente ook zelf de energie krijgt om weer naar buiten te gaan en van de natuur te genieten. Vluchtelingen blijken wel welkom in ons land te zijn. We zien het aan de vluchtelingen uit de Oekraïne. Maar ook de andere vluchtelingen zolang we kleine dorpen niet opzadelen met een massale opvang. Zo kunnen we ook andere problemen in ons eigen land te lijf gaan. De toenemende kloof tussen mensen van verschillende godsdiensten, De fouten van de overheid bij de toeslagen, de gevolgen van aardbevingen. Steeds meer mensen streven naar een aanpak van die problemen. Gelukkig wordt dat streven in toenemende mate beantwoord door kerken en groepen die maaltijden en gesprekken organiseren met bijvoorbeeld de vreemdelingen onder ons. Het is nog lang geen zomer in het Koninkrijk van God, maar de lente kom je er zomaar tegen.

 

Red je leven

Lucas 21:5-19

5 Toen er gesproken werd over de tempel, over de mooie stenen en wijgeschenken waarmee hij versierd was, zei Hij: 6 ‘Wat jullie hier zien …  er zullen dagen komen waarop geen steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’ 7 Ze stelden Hem toen de vraag: ‘Meester, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we het herkennen?’ 8 Jezus zei: ‘Let op, laat je niet misleiden. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben het,” of: “De tijd is gekomen.” Volg hen niet! 9 Als jullie berichten horen over oorlog en opstand, raak dan niet in paniek. Die dingen moeten eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen het einde.’ 10 Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, 11 er zullen zware aardbevingen komen en hongersnoden en epidemieën alom, en er zullen aan de hemel grote en verschrikkelijke tekenen verschijnen. 12 Maar eerst zullen jullie worden mishandeld en vervolgd en uitgeleverd aan de synagogen, jullie zullen worden opgesloten in de gevangenis en worden voorgeleid aan koningen en gouverneurs omwille van mijn naam. 13 Dan zullen jullie moeten getuigen. 14 Bedenk wel dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden. 15 Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken. 16 Zelfs je ouders en broers, verwanten en vrienden zullen je uitleveren, en ze zullen sommigen van jullie ter dood laten brengen. 17 Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam. 18 Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan. 19 Red je leven door standvastigheid! (NBV21)

Er zijn in het Christendom een aantal misverstanden. Vandaag lezen we in het Evangelie van Lucas de bron van zo’n misverstand. Uit de overlevering, en een beetje uit de officiële geschiedenis, weten we dat het met de directe volgelingen van Jezus van Nazareth uiteindelijk niet zo best is afgelopen. Een aantal van hen zijn kennelijk wreed vermoord door de Romeinse overheid. Eeuwen lang in het begin van onze jaartelling zijn christenen vervolgd omdat ze weigerden de Romeinse Keizer als god te erkennen en ook om offers te brengen aan andere goden. Tot uiteindelijk Constantijn de Grote keizer werd en zich bekeerde tot het Christendom. Toen was de vervolging over en ontstond het misverstand dat wat Jezus van Nazareth had gezegd over de gevolgen van het volgen van zijn weg alleen gold voor die vroege christenen.

Maar wie nauwkeurig de geschiedenis beziet weet dat er altijd mensen zijn geweest die hun leven in dienst stelden van de minsten in de samenleving en dat die mensen altijd het risico liepen in conflict te komen met de heersende machten. Of die heersende machten zich nu Christelijk noemden of niet. Tot op de dag van vandaag maakt dat niet uit. Wat uitmaakt is of de liefde voor de naaste een gift is waar je trots op kunt zijn en waar je eer en waardigheid aan kunt ontlenen of dat die liefde voor de naaste de samenleving veranderd omdat de minsten daar weer een waardevolle plaats in krijgen. In het eerste geval is er geen gevaar te duchten. De rijken en de machtigen zijn altijd gevoelig voor goede sier, maar verandering van de verhoudingen in de samenleving zijn echt gevaarlijk voor hun positie en daar zal altijd weerstand tegen zijn. Dat verzet van de rijken nu is de weerstand die uitloopt op de vervolgingen die Jezus van Nazareth schetst als hij hoort praten over de mooie dingen die er in de Tempel zijn.

Die mooie dingen zijn de dingen die voorbij gaan. Geen steen zal op de andere blijven. De oudste monumenten op de wereld zijn aan verval onderhevig. Als er geen conserveringsmiddelen werden uitgevonden zouden ze binnenkort verdwenen zijn. Een aantal van de oorspronkelijke zeven wereldwonderen, allemaal bouwwerken, zijn al verdwenen in het duister van de tijd. Oorlogen en rampen hebben we ook nog steeds en goede mensen worden nog steeds vervolgd omwille van het goede dat ze doen. En denk nu niet dat je alleen bij Christenen het goede vindt. Paulus schrijft ons dat overal waar het goede te vinden is God aanwezig is. Iedereen die opkomt voor het recht van de armen, voor de mensenrechten is dus onze steun waard. Elke vervolging omwille van een overtuiging, welke dan ook, dient bestreden te worden. Elke dag is dus de vraag aan welke kant we willen staan en welke offers we bereid zijn om te brengen. Denk dus niet dat Christendom “geluk, vrede en vreugde” zal brengen, niets is minder waar. Het brengt strijd en een kruis om op je te nemen, achter Christus aan.

 

Het geloof in Christus Jezus

Handelingen 24:22-27

22 Felix, die goed bekend was met alles wat op de Weg betrekking had, verdaagde daarop de zitting en zei: ‘Zodra Lysias, de tribuun, is aangekomen zal ik in uw zaak uitspraak doen.’ 23 Hij gaf de centurio opdracht Paulus in hechtenis te houden, maar onder een mild regime, en gelastte dat niemand uit zijn kring verhinderd mocht worden voor hem te zorgen. 24 Enkele dagen later ging Felix samen met zijn vrouw Drusilla, die een Jodin was, naar de gevangenis. Hij liet Paulus halen om te horen wat hij over het geloof in Christus Jezus te zeggen had. 25 Maar toen Paulus sprak over gerechtigheid en zelfbeheersing en over het komende oordeel van God werd Felix bang en zei: ‘Voorlopig kunt u gaan. Wanneer ik in de gelegenheid ben, zal ik u weer laten roepen.’ 26 Maar intussen hoopte hij dat Paulus hem geld zou aanbieden; daarom liet hij hem telkens weer komen voor een gesprek. 27 Toen er twee jaren verstreken waren, werd Felix opgevolgd door Porcius Festus. Om de Joden ter wille te zijn, liet hij Paulus in gevangenschap achter. (NBV21)

Willekeur, daar moeten mensen tegen beschermd worden. In het Europese verdrag over de rechten van de mens staat dat een overheid een proces tegen een burger niet eindeloos mag rekken. In het strafrecht speelt deze bepaling een grote rol. Soms kan iemand niet vervolgd worden omdat de overheid te lang heeft getreuzeld, soms krijgt iemand een lagere straf omdat de zaak te oud is geworden. Aan veel misdrijven is ook een maximale termijn verbonden waarbinnen iemand nog vervolgd kan worden. Het is nodig om de lust van personen als Felix te bedwingen.

Toch mooi als je je eigen apostel in de kelder hebt. Telken als je vrouw je probeert tot het Jodendom te bekeren kun je dan even met haar op bezoek gaan om na te vragen hoe dat geloof ook al weer in elkaar zit. En telkens weer kan je vrouw dan vertellen dat die rare apostel hoort bij een secte, de mensen van de Weg. Die Drusilla was van Joodse adel. Ze hoorde bij de elite van het volk Israël. Nu hoorde de meesten van die elite bij de secte van de Saduceeën. Die wilden niet weten van de opstanding der doden. Dus ook niet van een eind oordeel dat na de dood gegeven zou worden.

Paulus geloofde daar wel in. Jezus had volgens de Evangeliën daar vaak op gezinspeeld. En in het boek Daniël werden de lijdenden, de onderdrukten, slachtoffers van wreedheid, getroost met het beeld van de Zoon des Mensen die naast God op de rechterstoel mocht plaatsnemen om al die onderdrukkers, machthebbers, geweldplegers alsnog te veroordelen en hun slachtoffers daarbij recht te doen. Als Paulus daarover gaat praten en Felix op roept voortaan maar alleen het goede te doen en niet dan het goede dan loopt Felix weg, als de jonge man die zijn goederen moest verkopen en Jezus volgen. Het oordeel over Paulus laat Felix over aan zijn opvolger.

Mijn geweten

Handelingen 24:10-21

10 Toen de procurator Paulus toeknikte ten teken dat hij het woord mocht voeren, sprak hij als volgt: ‘Ik weet dat u al vele jaren rechtspreekt over het Joodse volk, en daarom verdedig ik mijn zaak in goed vertrouwen. 11 U kunt u ervan vergewissen dat ik pas twaalf dagen geleden naar Jeruzalem ben gegaan om daar God te aanbidden. 12 Ik heb in al die tijd nooit een debat uitgelokt of een volksoploop veroorzaakt, niet in de tempel, niet in de synagogen en ook niet elders in de stad. 13 Mijn aanklagers beschikken over geen enkel bewijs voor hun beschuldigingen. 14 Maar wel wil ik hier verklaren dat ik overeenkomstig de Weg, die zij een sekte noemen, de God van onze voorouders dien en dat ik geloof in alles wat in de Wet en de Profeten geschreven staat; 15 en evenals mijn aanklagers hoop en verwacht ik dat God zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen uit de dood zal doen opstaan. 16 Daarom tracht ook ik steeds mijn geweten zuiver te houden tegenover God en de mensen. 17 Na verscheidene jaren ben ik naar Jeruzalem gekomen om giften van barmhartigheid te brengen voor mijn volk en offers op te dragen. 18 Ik was daarmee bezig en had me al gereinigd, toen enkele Joden uit Asia me in de tempel aantroffen-er had zich geen menigte verzameld, en er was ook geen sprake van tumult. 19 Zij zijn het die voor u hadden moeten verschijnen om me aan te klagen, aangenomen dat ze iets tegen me hadden kunnen inbrengen. 20 En anders moeten deze mensen hier maar eens zeggen van welk misdrijf ze me konden betichten toen ik voor het Sanhedrin verscheen, 21 of het moest zijn dat ik heb uitgeroepen, toen ik voor hen stond: “Omwille van de opstanding van de doden sta ik vandaag voor u terecht.”’(NBV21)

Twee jaar minstens heeft Paulus gevangen gezeten onder procurator Felix. Een soort huisarrest want iedereen mocht langs komen om Paulus te bezoeken en te helpen. Maar was Paulus nu een gewetensgevangene of het slachtoffer van een corrupte ambtenaar? Het boek Handelingen is geschreven voor de jonge Christelijke gemeenten die na de val van de Tempel in het jaar 70 met de vraag zaten hoe het nu verder moest met hun Christendom. Ze hadden te maken met Keizers in Rome die zichzelf steeds meer goddelijke eigenschappen hadden toegedicht en van de onderdanen vroegen hen te aanbidden en hen offers te brengen. Voor Joden was er vanouds een vrijstelling van deze dienst maar naarmate er meer Heidenen toetraden tot de beweging van de Weg werd het moeilijker om deze vrijstelling in stand te houden. De beweging van de Weg was een Joodse secte en zou dat feitelijk ook nog heel lang blijven.

De voortzetting die de Rabbijnen na de verwoesting van de Tempel aan de belijders van de leer van Mozes hadden gegeven. die we tegenwoordig het Jodendom noemen, en de beweging van de Weg, die zich ook hield aan de leer van Mozes, hadden wederzijds invloed op elkaar. Daar waar er misverstanden met de overheid ontstonden over wie nu welke richting aanhing en hoe dat nu zat met de eis dat de onderdanen van de Keizer offers moesten brengen leverde herhaaldelijk conflicten op. De aanhangers van het Rabinale Jodendom beschuldigden de aanhangers van de Weg er van hun positie in gevaar te brengen. Omkoping van de plaatselijke bestuurders was een middel om conflicten met de overheid te vermijden. Dat Paulus hier weigert om de procureur om te kopen heeft voor de jonge gemeenschappen van de Weg grote gevolgen. Het heeft herhaaldelijk geleid tot vervolging, marteling en dood van de Christenen zoals ze werden genoemd, de aanhangers van de Weg en met name van die aanhangers die eerst als Heidenen bekend hadden gestaan bleven weigeren de voorgeschreven offers te brengen of de overheid om te kopen.

Omkoopbaarheid van overheidsdienaren is een kwaad dat van alle tijden en van alle plaatsen is. Wij hebben er ook in onze dagen mee te maken. Soms worden we er zelf rijk van als Nederlandse bedrijven buitenlandse overheidsdienaren kunnen omkopen om hen handelsvoordelen te geven en de nodige vergunningen. Soms worden we er arm van als geld dat voor hulp is bestemd voor een deel in de zakken van corrupte ambtenaren verdwijnt, we moeten dan meer geld opbrengen voor de hulp. Maar denk niet dat onze eigen overheidsdienaren en bestuurders onkreukbaar zijn. Ook in ons land komt corruptie voor. Die is niet altijd zichtbaar. Besloten serviceclubs, studieverenigingen waar hechte vriendschappen ontstaan, gesloten secten waar niemand van weet wie er komt en wat men doet, zijn voedingsbodems voor de corruptie in ons land. Het is daarbij te gemakkelijk te spreken over vriendjespolitiek. Het wordt pas echt erg als de omkoopbaarheid of het bevoordelen van eigen relaties algemeen bekend is maar niemand er over durft te spreken. Klokkenluiders die net als Paulus blijven weigeren aan dit kwaad mee te werken worden ook in ons land niet beschermd. Er was een tijd dat kerken mensen beschermden tegen het kwaad. Misschien roept dit gedeelte uit het boek Handelingen ons op daar wat meer aandacht aan te schenken.

 

De aanklacht

Handelingen 24:1-9

1 Vijf dagen later arriveerde Ananias, de hogepriester, samen met enkele oudsten en met Tertullus, een advocaat. Ze dienden hun klacht tegen Paulus in bij de procurator. 2 Toen hij voor het gerecht geroepen was, begon Tertullus zijn requisitoir als volgt: ‘Excellentie, dat wij dankzij u in duurzame vrede leven en dat door uw vooruitziend beleid hervormingen ten gunste van het Joodse volk tot stand komen, 3 erkennen we van ganser harte, en we zijn u daarvoor veel dank verschuldigd. 4 Ik wil u echter niet langer ophouden dan nodig is, en daarom doe ik een beroep op uw welwillendheid om een ogenblik naar ons te luisteren. 5 Het is ons gebleken dat deze man een ware pest is en dat hij in het hele rijk onlusten onder de Joden veroorzaakt. Als een van de voornaamste leiders van de sekte van de Nazoreeërs 6 heeft hij zelfs een poging ondernomen om de tempel te ontwijden, waarna we hem hebben overmeesterd. 7 8 Dat al onze beschuldigingen juist zijn, kunt u uit zijn eigen mond vernemen als u hem ondervraagt.’ 9 De Joden steunden de aanklacht en bevestigden de juistheid ervan. (NBV21)

We pakken het verhaal over Paulus weer op. Het boek Handelingen beschrijft hoe de boodschap van Jezus van Nazareth van Jeruzalem naar Rome is gegaan. Niet dat Paulus daar alleen verantwoordelijk voor was. Er was al een Christelijke gemeenschap voordat Paulus ooit in Rome was geweest. Maar de manier waarop hij de boodschap aan de Romeinen overbracht is op de duur in de Christelijke kerk doorslaggevend geworden. Vanuit Rome heeft die visie de hele wereld veroverd. Die visie staat in de Bijbelse Brief aan de Romeinen. Maar in de Handelingen vinden we ook een verhaal over hoe God er voor zorgde dat Paulus naar Rome kon komen. Dat ging dus niet met de bliksemschicht die Paulus van zijn paard gooide. Daarna heeft hij eerst lange tijd moeten studeren en revalideren en uiteindelijk werd hij vanuit Damascus uitgezonden om het Woord te verkondigen. Pas na een lange reis ging hij terug naar Jeruzalem. Na een vergadering met de leerlingen van Jezus van Nazareth en het hoofd van de gemeente van Jeruzalem Jacobus de broer van Jezus, werd hij bij de Tempel gearresteerd en beschuldigd van opruiing. Omdat hij zich beriep op zijn Romeins burgerschap werd hij naar de landvoogd in Caecarea gestuurd.

In dit verhaal over een proces tegen Paulus gaat het ook over de vraag hoe wetten moeten worden toegepast. De Romeinen vonden het best als overwonnen volken met een eigen godsdienst in godsdienstige kwesties hun eigen aan de godsdienst ontleende wetten toepasten. De advocaat van de hogepriester doet daar een beroep op. Hij verdeelt het huis van Israël en volgens de leer van Mozes kan een huis dat tegen zichzelf verdeeld is niet blijven bestaan. De conflicten die Paulus veroorzaakt zijn dus in strijd met de godsdienstige wetten. Omdat Paulus zelfs het godsdienstige hart, de Tempel, zou ontwijden zou een berechting volgens de eigen wetten op haar plaats zijn. De advocaat vertelt er niet bij waar die ontwijding uit zou bestaan. De landvoogd zou raar opkijken als het werd uitgelegd. Paulus werd er namelijk van beschuldigd om ten huize van Romeinen samen met hen te eten. Joden kwamen zelfs niet thuis bij Romeinen en hun voedsel was hen een gruwel. Om dit soort conflicten te voorkomen had Paulus overigens de voorgeschreven reinigingsrituelen uitgevoerd. De hier genoemde Lysias was daarvan op de hoogte en nam Paulus in bescherming. Maar opruiing zou nog steeds een legitieme beschuldiging kunnen blijken. Omdat Paulus een beroep deed op zijn Romeins burgerschap werd hij naar de landvoogd gestuurd.

Dit gedeelte van het boek Handelingen laat zien wat er gebeurd als je de richtlijnen uit de leer van Mozes, wat wij het Oude Testament noemen, gelijk stelt met de Romeinse wetgeving. Dat doe je als je voor een Romeins rechter de keuze voorlegt welk recht van toepassing is. In de verhalen over Jezus van Nazareth komt dat conflict herhaaldelijk naar voren. Merkwaardig is dat ook tot op de dag van vandaag Christenen beweren dat je die regels uit de Leer van Mozes letterlijk moet nemen en ze moet toepassen alsof ze Romeinse wetten zijn en geen richtlijnen om een menselijke samenleving op te bouwen. Juist die Christenen die beweren de Bijbel van kaft tot kaft letterlijk te nemen houden zich helemaal niet aan de richtlijnen uit de leer van Mozes, ze kiezen er willekeurig een paar uit en beweren dan dat daaruit blijkt dat ze de Bijbel letterlijk nemen. De schepping van de menselijke samenleving is het doel van het verhaal van de hele Bijbel. In Genesis lezen we hoe alles om ons heen bestemd is voor mensen. In Openbaring lezen we waar dat op uit zal lopen, een hemelse aarde waar alle tranen gedroogd zijn en waar God zelf zal willen wonen. Daar tussen in staat hoe wij mee kunnen werken aan die schepping door onze naaste lief te hebben als onszelf. Bang hoeven we nergens voor te zijn. Paulus doet het ons voor door noch voor zijn godsdienstige autoriteiten, noch voor het machtige Romeinse rijk bang te zijn. Wij mogen daaraan elke dag opnieuw een voorbeeld nemen.