Als vreemdeling

Deuteronomium 26:1-11

1 Straks zult u het land binnengaan dat de HEER, uw God, u als grondgebied zal geven. U zult het in bezit nemen en er gaan wonen. 2 U zult er de oogst kunnen binnenhalen. Als u daarvan dan het eerste en beste deel in een mand meeneemt naar de plaats die de HEER, uw God, zal uitkiezen om er zijn naam te laten wonen, 3 en u verschijnt er voor de priester die daar op dat moment dienstdoet, zeg dan het volgende tegen hem: ‘Hiermee verklaar ik voor de HEER, uw God, dat ik het land waarvan de HEER onze voorouders onder ede heeft beloofd dat Hij het ons zou geven, ben binnengegaan.’ 4 Als de priester de mand in ontvangst heeft genomen en die voor het altaar van de HEER, uw God, heeft neergezet, 5 moet u het volgende voor de HEER belijden: ‘Mijn vader was een zwervende Arameeër. Hij trok naar Egypte en woonde daar als vreemdeling met een handvol mensen, maar ze groeiden uit tot een zeer groot en machtig volk. 6 De Egyptenaren begonnen ons slecht te behandelen: ze onderdrukten ons en dwongen ons tot slavenarbeid. 7 Toen klaagden we de HEER, de God van onze voorouders, onze nood. Hij hoorde ons hulpgeroep en zag ons ellendig slavenbestaan. 8 En de HEER bevrijdde ons uit Egypte, met sterke hand en opgeheven arm, op angstaanjagende wijze, met tekenen en wonderen. 9 Hij bracht ons hierheen en gaf ons dit land, dat overvloeit van melk en honing. 10 HEER, hierbij breng ik U de eerste opbrengst van het land dat U me gegeven hebt.’ Bied de HEER, uw God, zo uw gaven aan en kniel voor Hem neer. 11 Daarna mag u, samen met de Levieten en de vreemdelingen die bij u wonen, een feestmaal houden met al het goede dat u en uw familie van Hem hebben ontvangen. (NBV21)

Op de drempel van het beloofde land, een land overvloeiende van melk en honing, klinkt het nog één maal: “denk er om dat je zwervers bent geweest en tot slaven bent gemaakt”. Als je het eerste dat je oogst in dat nieuwe land daar aan wijdt dan mag je feestvieren. Feestvieren met wie? Met de ambtenaren en de vreemdelingen. Ja ook de vreemdelingen, iedere keer worden ze weer apart genoemd als mensen die er uitdrukkelijk bij betrokken moeten worden. De vreemdelingen zijn er niet alleen, je mag ze niet negeren ook zij horen er bij en bij alle heilige ogenblikken moeten ze mee kunnen doen, je moet zelf actief zorgen dat ze mee doen. Dat is nog eens tegengesteld aan wat wij doen. Jongeren uit de voormalige Antillen en Aruba die naar ons land komen en maar even wat last geven die betrekken we er niet bij, nee die dreigen we met terugsturen. Jongeren uit onze vakantiekolonies in de Caraïbische Zee worden er nooit bij betrokken. Er wordt daar heel wat minder aan onderwijs besteed dan hier. De mogelijkheden om te werken zijn voor hen daar heel wat minder dan voor ons hier.

Onze kinderen kunnen altijd nog bij de Marine gaan werken en per schip worden uitgezonden naar hun eilanden om daar de veiligheid te garanderen en de drugshandel te bestrijden. Wij laten ze daar geen Marineschepen bouwen en zorgen dat ze daarop aan het werk kunnen, we kijken wel uit. Dat het daar geïnvesteerde geld op een heleboel manieren ook onze samenleving ten goede zou kunnen komen ontgaat de rijken die hier wonen. Beter wat overlast voor de armen dan inleveren om eerlijk te kunnen delen. Wij zijn nu eenmaal slaaf van onze rijkdom. Deuteronomium vraagt aan de mensen van het volk van Israel om steeds hardop uit te spreken dat ze zwervers waren en tot slaaf werden gemaakt. Dat is niet voor niks, in een land overvloeiende van melk en honing ben je in een oogwenk vergeten wat het is om arm te zijn, om afhankelijk te zijn van anderen.

Je ziet het hier ook, vol van ongeloof worden de verhalen verteld over mensen die te arm zijn om de aansluiting op gas en elektriciteit te kunnen betalen, die het in koude dagen moeten doen met kaarsjes die ze gekregen hebben. Niemand die er aan denkt om geld met hen te delen zodat het licht weer bij ze opgaat en de kachel gaat branden. Kinderen die passend onderwijs nodig hebben om straks een kans op de arbeidsmarkt te hebben moeten het zelf maar uitzoeken, dat is te duur voor een regering die liever leraren tegen elkaar opgejaagd met een prestatiebeloning. Gehandicapten die een beschermde arbeidsplaats nodig hebben om mee te kunnen doen moeten maar bedelen bij werkgevers die prestatie voorop stellen. Schoonmakers moeten maar 24 uur achtereen werken om een redelijk salaris te verdienen. Eerlijk delen met de minsten is er niet bij. Maar pas als dat gebeurt kunnen ook wij een feestmaal houden. Gelukkig kunnen we elke dag opnieuw beginnen met dat eerlijk delen, ook vandaag weer.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *