Levieten, vreemdelingen, weduwen en wezen

Deuteronomium 26:12-19

12 Als u in het derde jaar, het jaar van de tienden, het tiende deel van de opbrengst hebt afgestaan aan de Levieten, de vreemdelingen, de weduwen en de wezen, zodat zij bij u in de stad voldoende te eten hebben, 13 dan moet u tegenover de HEER, uw God, verklaren: ‘Ik heb niets van de gaven die de HEER toekomen achtergehouden. Ik heb alles aan de Levieten, vreemdelingen, weduwen en wezen gegeven, geheel overeenkomstig de geboden die U mij hebt opgelegd. Ik heb geen enkel gebod overtreden en ben in niets nalatig geweest. 14 Ik heb niet van deze gaven gegeten in een tijd dat ik in de rouw was, ik heb er niets van afgedragen terwijl ik onrein was, en ik heb er niets van aan een dode meegegeven. Ik ben de HEER, mijn God, gehoorzaam geweest en heb me gehouden aan alles wat Hij me geboden heeft. 15 HEER, zie vanuit uw heilige woning in de hemel neer en schenk uw volk Israël en het land dat U ons hebt gegeven uw zegen, zoals U onze voorouders hebt gezworen; zegen dit land van melk en honing.’ 16 Vandaag draagt de HEER, uw God, u op om u aan deze wetten en regels te houden. Neem ze zorgvuldig in acht en leef ze met hart en ziel na. 17 Vandaag hebt u de HEER verzekerd dat Hij uw God zal zijn, dat u de weg zult volgen die Hij u wijst, en dat u zijn wetten, geboden en regels zult naleven en Hem gehoorzaam zult zijn. 18 Vandaag heeft de HEER u verzekerd dat u, zoals Hij u heeft beloofd, zijn volk zult zijn, zijn kostbaar bezit. U moet al zijn geboden naleven. 19 Hij zal u hoog verheffen boven alle volken die Hij geschapen heeft. U zult lof oogsten en met roem overladen worden. U zult het volk zijn dat aan de HEER, uw God, is gewijd, zoals Hij heeft beloofd. (NBV21)

Er zijn tuinders die zeggen dat het nog niet de tijd is om lof te oogsten, maar het gaat in deze Bijbeltekst niet om de groente maar om geprezen te worden. Het gedeelte van vandaag gaat over belastingaangifte doen. Denk nu niet dat dat iets moderns is waar de Bijbel nog geen weet van had. Niks is minder waar. Elke drie jaar moest je een tiende van alles wat je verdiende, wat je land opbracht, wat je aan vermogen had, afdragen aan de gemeenschap om te zorgen dat de levieten hun werk konden doen. De levieten zorgden voor de rechtspraak en het bestuur. Die zagen er op toe dat de belasting op de juiste wijze terecht kwam bij hen die er recht op hadden, ze zagen er op toe dat de mensen die het nodig hadden recht werd gedaan. Wie dan? Daar staat een duidelijk rijtje: de Levieten, de vreemdelingen, de weduwen en de wezen.

Hoeveel je moest afdragen en hoe dat er uit moest zien staat elders nauwkeurig beschreven. Tot en met opslagplaatsen voor voedsel in de dorpen voor als de oogst een keer zou mislukken. Ook die opslagplaatsen waren voor de Levieten, de vreemdelingen en de weduwen en de wezen. Maar als de tijd aangebroken was om officieel alles over te dragen dan moest je dat ook nog doen met een eed of een belofte. Ook daar is niks aan veranderd want ook vandaag ondertekenen we de belastingaangifte met de belofte dat we alles eerlijk hebben opgegeven en niets hebben verzwegen. Dat er een openbaar bestuur met rechtspraak moet zijn in een volk had Mozes van zijn schoonvader in de woestijn geleerd. Daar was uiteindelijk een van de twaalf stammen voor afgezonderd, de stam Levi. Dan kon je je nooit vergissen in wie er wel en wie er niet bij het bestuur hoorde. Die levieten mochten geen bezit hebben en geen andere giften aannemen.

En dan de vreemdelingen in uw midden. Wij maken een groot probleem van de aanwezigheid van vreemdelingen. Hoewel, “wij”, een kleine minderheid probeert ons bang te maken voor vreemdelingen. Gelovige Christenen moeten daar om lachen. De Bijbel geeft al vanouds de aanwijzing om de vreemdelingen op te nemen en net zo te behandelen als je eigen volk. Ze kunnen misdaden plegen, moeten dan gestraft worden, kunnen zonder werk komen, moeten dan geholpen worden, ze kunnen rechtsgedingen voeren, moeten dan eerlijk behandeld worden. Ze staan op één lijn met de armsten in het volk. Je hoeft er dus niet bang voor te zijn, ook in onze dagen brengt het aanpraten van angst alleen maar schade toe aan onze eigen samenleving. Dat er problemen zijn in de samenleving komt omdat we de neiging hebben voor onszelf te leven en de zorg voor anderen aan de overheid over te laten. In de dagen dat je de belastingaangifte moet invullen zou je je weer kunnen herinneren dat de zorg voor de anderen, voor je eigen buurt, dorp, wijk of stad, in de eerste plaats aan jou zelf is. Samen leven gaat niet zonder jou. Dat is ook wat Deuteronomium wil zeggen met die heel nauwkeurige regels over de tienden. Zorg voor je samenleving en de mensen die er bij horen. Dat kan gelukkig elke dag weer opnieuw, ook vandaag.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *