Wie heeft zal nog meer krijgen

Matteüs 25:14-30

14 Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. 15 Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Meteen 16 ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. 17 Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. 18 Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het. 19 Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap. 20 Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” 21 Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 22 Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” 23 Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 24 Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, 25 en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” 26 Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? 27 Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. 28 Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. 29 Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. 30 En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.” (NBV)

Dit verhaal zal in kringen van bankiers vandaag de dag wel niet zo populair zijn. Want het is een verhaal over risico’s nemen en rendementen. Er wordt je een bedrag toevertrouwd en naarmate het bedrag groter is moet je meer rendement halen en dus meer risico nemen. Waar dat toe leidt hebben we kunnen merken. Vooral als aan de resultaten ook nog grote beloningen zijn verbonden en wie dit verhaal goed leest zal opmerken dat de beloningen een grote rol spelen. Geen resultaat betekent in elk geval ontslag. Ook in het Koninkrijk van God wordt je uitgedaagd risico’s te nemen en rendement te behalen. Je hoeft er zelfs geen bankier voor te zijn met gespecialiseerde opleiding en toestemming van de toezichthouder. In dit verhaal uit Mattheüs kan iedereen meedoen. Of je nu veel kunt of weinig maakt niks uit, als je maar mee doet. Je hoeft ook niet bang te zijn dat je te weinig doet. Je krijgt net zoveel talenten als je aankunt. Pas als je je door angst of onverschilligheid laat verlammen en niks meer doet dan loopt het verkeerd af.

Wat zijn dan die talenten waarmee je mag woekeren? Dat zijn dus niet bijzondere vermogens waarmee je meer zou kunnen dan een ander, want de hoeveelheid talenten is al afgestemd op wat je aan kunt, nee de talenten waarmee je mag woekeren is het goud van God en dat kennen we. Dat is de liefde voor de armsten en de zwaksten. Je daar mee bezig houden en de liefde voor de naaste vermeerderen dat is pas woekeren met talenten. Dat kan in het groot, maar dat kan ook in het klein, thuis desnoods, simpel een handtekening zetten voor eerlijke handel ergens op het internet. En dan niet zeuren dat die liefde te kostbaar is, dat je niet wist wat er van terecht zou komen of dat het geld dat je kon storten op giro 555 wel goed zou worden besteed. Dat is wat rechtse politici doen. Woekeren met de talenten van God is onvoorwaardelijk liefde geven.

Het rendement is de liefde die gegeven is, niet of het echt beter is gegaan. De hongerigen die gevoed gaan kunnen later best ziek zijn geworden, de naakten die gekleed zijn kunnen later best in een oorlog terecht zijn gekomen, de vrede die gesticht is kan best werkloosheid in de wapenindustrie tot gevolg hebben gehad, de bedroefden die getroost zijn vergaten misschien voor de graven op het kerkhof te zorgen, de jongeren die weer naar school gingen konden na hun schooltijd misschien niet direct werk vinden. Zo kun je wel doorgaan. De wereld is niet maakbaar, in je eigen omgeving niet en in de grote wereld ook niet. Maar alle liefde die onbaatzuchtig wordt getoond draagt bij aan een betere wereld. Wie die liefde heeft zal voortdurend meer ervan krijgen om weer weg te geven. Wie de liefde alleen voor zichzelf houdt die zal alles verliezen en nooit geliefd worden. Delen van de liefde leidt onherroepelijk tot een feestmaal, de maaltijd waar niemand meer honger heeft en alle leed zal zijn geleden. Begin dus vandaag maar te woekeren met je talent lief te hebben.

Op een tijdstip dat hij niet kent

Matteüs 24:45-25:13

45 Wie is die betrouwbare en verstandige dienaar die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel om hun op tijd te eten te geven? 146 Gelukkig de dienaar die daarmee bezig is wanneer zijn heer komt. 47 Ik verzeker jullie: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. 48 Slecht is echter de dienaar die bij zichzelf zegt: Mijn heer blijft voorlopig nog weg, 49 en die zijn mededienaren begint te slaan en het met dronkaards op een slempen zet. 50 Dan zal de heer van die dienaar komen op een dag waarop hij het niet verwacht en op een tijdstip dat hij niet kent, 51 en hij zal hem straffen met zijn zwaard en hem het lot van de huichelaars laten ondergaan; daar zal hij met hen jammeren en knarsetanden. 1 Dan zal het met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en erop uittrokken, de bruidegom tegemoet. 2 Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs. 3 De dwaze meisjes hadden wel hun lampen gepakt, maar geen extra olie. 4 De wijze meisjes hadden behalve hun lampen ook olie in kruiken bij zich. 5 Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in. 6 Midden in de nacht klonk er luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet.” 7 Dat wekte de meisjes en ze brachten hun olielampen in orde. 8 De dwaze meisjes zeiden tegen de wijze: “Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan al uit.” 9 De wijze meisjes antwoordden: “Nee, straks is er nog te weinig voor ons en jullie samen. Zoek liever een verkoper en koop zelf olie.” 10 Terwijl zij op olie uit waren, arriveerde de bruidegom, en zij die klaarstonden gingen met hem naar binnen voor het bruiloftsfeest, waarna de deur gesloten werd. 11 Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: “Heer, heer, laat ons binnen!” 12 Maar hij antwoordde: “Ik ken jullie werkelijk niet.” 13 Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip hij komt. (NBV)

Zondag is de eerste zondag van de advent. Dat is de tijd voor kerst waarin de kerk de verwachting deelt dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal komen waar alle leed geleden is en alle strijd gestreden. Wanneer die nieuwe hemel en die aarde zullen komen weten we niet. Maar we weten dat we de coronacrisis te boven zullen komen. dat we iedereen op de hele wereld te eten zullen kunnen geven en dat we kunnen zorgen voor ieder die zorg nodig hebben. De lezing van vandaag begint met een heel klein gelijkenisje. Het staat er zelfs niet in de vorm van een verhaaltje, zoals de meeste gelijkenissen die door Jezus van Nazareth werden gegeven, maar als een vraag en antwoord spel. Wie van ons wil dan niet de verstandige dienaar zijn? Velen van ons voelen zich door God geroepen. Nog meer mensen willen best het goede doen. Wie zou nu niet het huispersoneel van God op tijd te eten willen geven? Daarmee worden overigens niet de dominees en pastoors bedoeld die je in kerken kunt vinden. Ook niet de evangelisten die daarbuiten groepen mensen leiden en proberen de Bijbel te verkondigen. Dat huispersoneel zijn onze collega dienaren, dus eigenlijk alle mensen op de hele wereld. Alle mensen op de hele wereld worden immers opgeroepen mee te werken aan houden van je naaste als van jezelf.

Op de tweede zondag van de advent zijn we op Sinterklaasdag en net na Sinterklaasavond. Maar moeten we wel aandacht schenken aan een feest als dat van Sint Nicolaas als de wereldeconomie in een recessie is gedoken en er naast een hele grote voedselcrisis het coronavirus in de wereld woedt. Het gaat over het verstaan van de boodschap van de Bijbel. Hoe moet die verkondigd worden in deze tijd. Nou staat de Protestantse kerk Nederland gelukkig niet alleen maar ze werkt samen met de WARC, de wereldorganisatie van Hervormde en Gereformeerde kerken. Die heeft al in 2004 in Afrika een document aangenomen waarin staat dat het zeer verkeerd is als de onrechtvaardige verdeling tussen arm en rijk blijft bestaan, als mensen worden buitengesloten van de samenleving en als mensen zich overgeven aan een ongebreideld consumentisme. Bij dat laatste denken we aan Sint Nicolaas, en in de westerse wereld zelfs een beetje aan het kerstfeest. Toch wordt het feest van Sint Nicolaas juist een godsdienstoefening genoemd omdat het ons leert eerlijk te delen. De roep om de vaccins voor echt iedereen op de wereld beschikbaar te krijgen klinkt steeds luider.

Het gaat dus ook niet om de geschenken maar om het delen en het samen delen. Het verhaal dat we vandaag uit de Bijbel lezen lijkt met die boodschap van delen in tegenspraak. De wijze meisjes immers delen hun olie juist niet met de dwaze meisjes, hoe zit dat. Nou het gaat in dit verhaal niet om de olie maar om het branden. De vraag is wat je uitstraalt en als je daar niet goed voor zorgt dooft het vuur en straal je niks meer uit. Tegenwoordig lijkt de uitstraling van buiten te moeten komen, make-up, merkkleding, strakke pakken met een krijtstreepje voor mannen het kan niet op. Als het met eenvoudige middelen niet meer te doen is zetten we het mes er in. Je kunt kennelijk alleen nog gelukkig worden als je je laat martelen. De cosmetische chirurgen met hun scherpe messen en botox injecties worden er rijk van. Die mentaliteit wordt door de Protestantse kerken bestreden. Zij gaan mee met de wijze maagden die voor een uitstraling van licht voor de bruidegom zorgen, voor het verhaal van Jezus dus, niet met de dwaze maagden die zich niet om die uitstraling bekommeren en dus in het donker achterblijven. En ook wij worden opgeroepen de warmte en het licht uit te stralen door te zorgen voor de minsten, elke dag weer.

Zijn troon stoelt op recht

Psalm 97

1 De HEER is koning-laat de aarde juichen, laat vreugde heersen van kust tot kust. 2 In wolk en duisternis is hij gehuld, zijn troon stoelt op recht en gerechtigheid. 3 Vuur gaat voor hem uit, rondom verterend wie tegen hem opstaan. 4 Zijn bliksems verlichten de wereld, de aarde ziet het en beeft. 5 De bergen smelten als was voor de HEER, voor de Heer van heel de aarde. 6 De hemel vertelt van zijn gerechtigheid, alle volken aanschouwen zijn majesteit. 7 Beschaamd staan zij die beelden aanbidden en zich beroemen op goden van niets. Voor hem moeten alle goden zich buigen. 8 Sion hoort het en verheugt zich; de steden van Juda juichen om uw rechtspraak, HEER. 9 U, HEER, bent de hoogste op heel de aarde, boven alle goden hoog verheven. 10 U die de HEER bemint: haat het kwade. Hij behoedt het leven van wie hem trouw zijn, uit de greep van de goddelozen bevrijdt hij hen. 11 Licht is uitgezaaid voor de rechtvaardige, vreugde voor de oprechten van hart. 12 Verheug u, rechtvaardigen, in de HEER, en breng hulde aan zijn heilige naam. (NBV)

Dit is nu eens een psalm met een verstrekkende maatschappelijke betekenis. Tot in onze dagen kan het zingen van deze psalm grote gevolgen hebben. Het idee. dat je God ook je Koning is, is al heel oud. Het omgekeerde kwam ook voor maar dat een menselijke Koning, of Keizer zoals bij de Romeinen, God geworden was, werd in elk geval door het volk van Israel verworpen. Maar in veel godsdiensten was er een dag dat de gelovigen hun God tot koning gingen kronen. Dat moest ook wel want zo’n God moest de verdwijnende zon weer terugbrengen. Als de dagen korter worden en de nachten langer, als de oogst in de grond ligt te wachten tot het lente wordt moet je maar afwachten of je de winter door komt en er dan weer een lente aanbreekt waarin het gewas weer gaat groeien en de voedselvoorraad kan worden aangevuld.

De God van Israël hield zich hier niet mee bezig. Die had hemel en aarde zo geschapen dat het ene seizoen het andere vanzelf zou opvolgen. Daar had je geen God voor nodig en daarvoor hoefde je God ook niet te aanbidden, laat staan tot Koning te verklaren. Waarom dan deze Psalm? Omdat in dit lied de werkelijke betekenis van het Koningschap van God wordt bezongen. De troon van deze God stoelt op recht en gerechtigheid staat er. En recht en gerechtigheid is in de Bijbel de uitdrukking voor het tot hun recht laten komen van mensen, van alle mensen, de minsten allermeest. Als mensen dus tot hun recht komen dan is God de Koning. Als mensen vernederd worden, geweld wordt aangedaan, vervolgd worden, tot honger gedreven en naakt opgejaagd dan woedt er een oorlog met de Heer van heel de aarde.

Wie ook een God aan zijn kant verklaart die kan gemeten worden aan de effecten van zijn daden. Worden de armen bevrijdt van angst en onderdrukking, worden de hongerigen gevoed en de naakten gekleed, gaan de blinden zien en de lammen lopen, worden de bedroefden getroost? Dat is nog eens wat anders dan de boerengoden die winst beloven op aandelenmarkten, die succes en glanzende carrières voorspiegelen aan hun volgelingen, die enkelingen in de schijnwerpers zetten en schijnbaar genezen van vermeende ziekten. Die God van Israel, de God die in deze psalm wordt bezongen heeft een maatschappelijke betekenis. Niet zozeer voor ons individueel, niet voor ons eigen dorp of onze eigen stad, maar voor heel de aarde. Voor die God gaat alles aan de kant. De liefde van die God zal uiteindelijk alles en iedereen regeren. Dat is nu al te merken in liefde die mensen onbaatzuchtig voor elkaar tonen. Daarom is de liefde van God niet de beloning voor het goede dat we doen, maar mogen we het goede doen en niet dan het goede omdat die God de Heer van de wereld is en wij niet anders kunnen dan die God dienen, al zingend.

Gelukkig is de mens die blijft wachten

Daniël 12:5-13

5 Toen zag ik, Daniël, twee anderen staan, de ene aan deze oever van de rivier, de andere aan de overkant. 6 Een van hen zei tegen de in linnen geklede man die zich boven het water van de rivier bevond: ‘Hoe lang duurt het tot het einde van deze wonderbaarlijke gebeurtenissen?’ 7 Daarop hoorde ik de in linnen geklede man die zich boven het water van de rivier bevond spreken. Hij hief beide handen op naar de hemel en zwoer bij de eeuwig Levende: ‘één tijd, een dubbele en een halve tijd: wanneer de macht van het heilige volk niet langer verbrijzeld zal worden, dan zullen al deze dingen zich hebben voltrokken.’ 8 Ik hoorde het, maar begreep het niet en zei: ‘Mijn heer, hoe zal dit alles aflopen?’ 9 Maar hij zei: ‘Ga heen, Daniël, want deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd. 10 Velen zullen zich laten reinigen, zuiveren en louteren, maar de wettelozen zullen wetteloos handelen; en geen van de wettelozen zal het begrijpen, maar de verlichten zullen het wel begrijpen. 11 En vanaf het moment dat het dagelijks offer wordt afgeschaft en een verwoesting brengend afgodsbeeld is opgericht, zullen er twaalfhonderdnegentig dagen verstrijken. 12 Gelukkig is de mens die blijft wachten en dertienhonderdvijfendertig dagen bereikt. 13 Maar jij, ga het einde tegemoet. Je zult te ruste gaan en aan het einde van de dagen opstaan om je bestemming te bereiken.’(NBV)

In de Hebreeuwse Bijbel, die wij nog vaak Oude Testament noemen, kom je weinig verhalen tegen over de opstanding der doden. In het boek Genesis wordt beschreven hoe God de mens maakte uit rode aarde en die mens met de adem van God tot leven wekte. Als de mens dood zou gaan dan keerde het stof weer terug naar de aarde, stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren. In het boek Prediker kun je dan lezen dat de adem die God had ingeblazen weer naar God zou terugkeren. Veel mensen die zeggen dat er na de dood niks is spreken dus eigenlijk heel Bijbels. Maar in de dagen dat Antiochus IV Epiphanes de macht in Israël had en de Makkabeeën met man en macht probeerden de godsdienst van de God van Israël in ere te houden was men daar niet tevreden mee. Het kon toch niet dat de goeden zo verschrikkelijk moesten lijden en de slechten een luxe leventje konden blijven leiden. Dat de psalmdichter op het einde van die rijken en machtigen wees, wat leeg en soms vol angst was, werd onvoldoende geacht. De God van Israël was een rechtvaardig God en zou ooit toch moeten oordelen tussen de beulen en hun slachtoffers. Nu werd het volk steeds beloofd dat er een dag zou komen waarop de glorie van God op aarde weer zou worden hersteld.

Een dag waarop het volk Israël gezuiverd zou worden van alle ongerechtigheid en alle volken zich naar Israël zouden wenden om te leren hoe ze hun samenleving zo zouden moeten inrichten dat het een menselijke, rechtvaardige samenleving zou worden. Alle tranen zouden gedroogd zijn en de dood zou niet meer heersen. Aan die dag, we kennen het in het Nederlands als “de dag des Heren”, zouden alle rechtvaardigen deelnemen. Het verhaal over die zuivering over dat oordeel heeft tot veel angst geleid en gelovigen zochten bij zichzelf hoe de God van Israël wel zou oordelen. Op het eind van het boek Daniël vindt je dan de mededeling dat er een opstanding van de doden zal zijn. Het Christendom heeft die gedachte verder uitgewerkt, zeker nadat Jezus van Nazareth ook na zijn kruisiging en dood net zo belangrijk bleef als daarvoor. Zijn liefde was een opstaan tegen de dood geworden. Eigenlijk zou de angst voor dat oordeel vervangen hebben moeten worden door de moed die menselijke samenleving naderbij te brengen. Het geloof in die opstanding van de doden op het eind van de geschiedenis heeft in de dagen van de Makkabeën de mensen moed gegeven zich te blijven verzetten tegen het onrecht en de onderdrukking.

Die moed hadden de eerste Christenen ook, zij weigerden zich te laten regeren door een samenleving waarin mensenlevens niet meer telden, waar iedereen op elk moment gedood kon worden, zeker door een overheid, een Keizer aan het hoofd, die alleen uit was op de rijkdom en het welzijn van de machthebbers. Het Romeinse Rijk was een samenleving die gebouwd was op slavernij en slaven telden niet mee, het leven van een slaaf telde al helemaal niet. De angst voor het oordeel kwam pas later en is door kerken en machthebbers vaak van bovenaf opgelegd. De machthebbers in kerk en samenleving waren door God daar neergezet en verzet tegen de door hen ingerichte samenleving was verzet tegen God en zou leiden tot het eeuwige vuur om daar te branden. Er is zelfs een tijd geweest dat brandstapels lieten zien hoe dat zou zijn. In onze dagen lijkt het verzet tegen onrechtvaardigheid gesmoord. De markteconomie, waar de sterkste en de slimsten altijd gelijk hebben, wordt ons voorgehouden als de meest menselijke samenleving. Van delen is steeds minder sprake, zorg voor ouden, zieken en gehandicapten wordt als een last bestempeld. De tijd voor een verzet tegen deze onmenselijke samenleving is daarom gekomen. Mensen die geloven dat het anders kan, anders moet, zullen moeten opstaan uit de doodse leegheid die het materialisme ons ook nu nog brengt. Elke dag weer, ook vandaag.

Velen zullen op zoek gaan

Daniël 12:1-4

1 In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de kinderen van je volk ter zijde staat. Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan. In die tijd zal je volk worden gered: allen die in het boek zijn opgetekend. 2 Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd. 3 De verlichten zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf, en degenen die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd. 4 Maar houd deze woorden geheim, Daniël, en verzegel het boek tot de eindtijd. Velen zullen op zoek gaan en de kennis zal toenemen.’ (NBV)

Als we het boek over Daniël lezen dan moeten we nooit vergeten dat het hele volk naar een vreemd rijk is gebracht, Babel, waar het volk in ballingschap wordt gehouden. Ze kunnen er werken, wonen, trouwen en zelfs hoge posities bereiken, maar ze blijven gevangenen die afhankelijk zijn van de grillen van vreemde vorsten. Daniël had een hoge positie bereikt maar blijft dromen van de tijd dat het volk weer in het eigen land zal wonen, hij blijft er vast van overtuigd dat het allemaal goed zal aflopen. Ook al is zijn hele volk weggevoerd naar het rijk van een machtig heerser, eens zullen ze terugkeren en dan zullen ze stralen als de sterren aan de hemel. In zijn dromen is er een legeraanvoerder Michaël, “hij die aan God gelijk is” betekent dat. De traditie heeft er een legeraanvoerder van God, een aartsengel, van gemaakt. Maar die Michaël zal het volk bevrijden, desnoods met geweld. Zoiets moet je dus niet al te vaak zeggen en zeker niet van de daken schreeuwen.

Daniël krijgt de opdracht die overtuiging maar geheim te houden. Mensen gaan vanzelf wel op zoek naar de zin van het bestaan en ontdekken dan hoe het zit. Steeds meer mensen komen tot de ontdekking dat polarisatie zonder gesprek geen enkele zin heeft. Mensen die onverschillig tegenover hun omgeving stonden, ze zijn als dood en liggend in het stof, staan op en nemen verantwoordelijkheid op zich voor hun omgeving. In Amerika zag je dat meer en meer mensen daar gingen stemmen bij de presidentsverkiezingen, toen het gevoel ontstond dat de samenleving ook echt beter zou kunnen worden. Die verkiezingen waren spannend. Wie gaat winnen, krijgt het nieuwe een kans? Een dergelijke spanning moet ook Daniël gevoeld hebben. Als ze allemaal terug zullen gaan, als iedereen zich weer in gaat spannen voor de samenleving die God ooit bedoeld had, hoort iedereen daar dan ook thuis? Er zullen mensen zijn die alleen mee zullen gaan uit eigen belang, om er zelf beter van te worden.

Bij verkiezingen is het niet anders, de winnende partij trekt altijd mensen aan die willen profiteren van het succes. Ook in ons land trekken nieuwe politieke bewegingen mensen aan die het niet gaat om het ideaal, om de doelstellingen, maar om een goed baantje. Het is een probleem waar partijen en bewegingen geen antwoord op hebben. Ook Daniël had er geen antwoord op maar hij had vertrouwen. In zijn droom zullen de goeden voor eeuwig voortleven en de slechten voor eeuwig worden verafschuwd. De mensen die het volk tot haar recht hebben gebracht zullen stralen als de sterren aan de hemel. Een prachtig beeld. Maar als je dat gaat rondbazuinen ontstaat er gelijk ruzie over de vraag wie bij de goeden en wie bij de slechten gerekend moeten worden. Het is daarom beter te blijven spreken over het ideaal zelf, de samenleving van je naaste liefhebben als jezelf, het land waar iedereen met iedereen deelt en dat daardoor overvloeit van melk en honing. Genoeg mensen zullen daar naar op zoek gaan, altijd weer, zelfs vandaag.

Hij wordt hoogmoedig

Daniël 11:36-45

36 De koning doet wat hij wil. Hij wordt hoogmoedig en stelt zich boven iedere god, en tegen de God der goden spreekt hij lasterlijke woorden. Toch zal hij in voorspoed leven totdat de toorn is uitgewoed, want wat besloten is moet worden uitgevoerd.37  Ook op de goden van zijn voorouders slaat hij geen acht, noch op de bij vrouwen geliefde god, noch op enige andere god, want hij stelt zich boven alle goden. 38 In plaats daarvan vereert hij de god van de vestingen; met goud, zilver, edelstenen en andere kostbaarheden vereert hij een god die zijn voorouders nooit gekend hebben. 39 Versterkte vestingen valt hij aan met hulp van die vreemde god. Allen die hem erkennen, overlaadt hij met eerbewijzen en maakt hij heerser over velen; als beloning geeft hij hun grond. 40 In de eindtijd zal de koning van het Zuiden met hem in botsing komen en de koning van het Noorden zal hem bestormen met wagens en ruiters en talloze schepen. Hij zal landen binnenvallen en er als een vloedgolf doorheen razen. 41 Ook het Sieraadland valt hij binnen. Velen worden onderworpen, alleen de volgende volken zullen aan hem ontkomen: Edom, Moab en het belangrijkste deel van de Ammonieten. 42 Hij wordt heer en meester over vele landen, ook Egypte ontkomt niet aan hem. 43 Hij eigent zich de goud- en zilverschatten en de andere kostbaarheden van Egypte toe. Libiërs en Nubiërs maken deel uit van zijn gevolg. 44 Maar geruchten uit het oosten en het noorden zullen hem opschrikken, en hij zal in grote woede uittrekken om velen te verdelgen en te vernietigen. 45  Hij zal zijn koninklijke tenten opslaan tussen de zee en de berg van het heilig Sieraad, maar dan vindt hij zijn einde zonder dat iemand hem helpt. (NBV)

Het aardige van de Bijbel is vaak dat er niet een strijd wordt aangegaan over de God van Israël als de enige god maar dat als mensen andere goden willen aanbidden, of achterna lopen ze dat zelf maar moeten weten. Dat die goden bestaan wordt niet ontkend. Wel kun je op andere plaatsen tegenkomen dat men die andere goden zelf heeft gemaakt, dat het voorwerpen van hout of steen zijn al dan niet versierd met zilver en goud en kostbaar edelgesteente. Maar als jij het werk van je eigen handen wil vergoddelijken dan moet je dat vooral doen. Je moet er geen hulp in nood van verwachten. Die andere goden geven je geen richtlijnen voor het inrichten van je samenleving als een menselijke samenleving. Die andere goden doen je geen recht en hun gerechtigheid is er niet. Liefde, barmhartigheid, mededogen, gerechtigheid zijn eigenschappen die uitsluitend te vinden zijn bij de God van Israël. Het is moeilijk je boven die God te stellen, of gelijk aan die God te willen worden. Hoogmoedige koningen en machthebbers willen dat soms wel. Wij hebben inmiddels een internationaal strafhof om met hen af te rekenen.

Daniël beschrijft hoe het zal gaan met een dergelijke koning die zich boven alle goden verheft. Hij vindt uiteindelijk zijn einde zonder dat iemand hem helpt. Als iemand zich boven de goden verheft kan dat alleen als hij zelf een god is. En die Antiochus IV Epiphanus, waarover het volgende meeste geleerden gaat, vond zichzelf ook een god. Hij was van jongs af aan geboeid door de dienst aan Zeus. De oppergod in het geloof van de Grieken maar een god die ook in verschillende gedaanten kon verschijnen. De gedaante die Antiochus zo boeide was Zeus de veroveraar. Nu zijn er in de Griekse mythologie een heleboel verhalen waarin de goden zich voordeden als mensen. Zeus verwekte op die manier volgens de verhalen bij knappe meisjes graag kinderen. Hercules was daar een ook nu nog bekend voorbeeld van. Antiochus ging zich na zijn overwinningen en veldslagen zelf zien als Zeus de veroveraar die mens was geworden. Hij liet zelfs een munt slaan waarop hij staat met een stralenkrans en het opschrift “de geopenbaarde god” naast zijn naam uiteraard.

Het eind van het verhaal zoals dat in het boek Daniël beschreven staat spoort niet helemaal met de geschiedenisboekjes. Nu is de Bijbel ook geen geschiedenisboekje maar het verhaal hoe de God van Israël met mensen om gaat en hoe mensen met hem omgaan. Geleerden nemen aan dat het boek Daniël is geschreven voordat Antiochus dood ging. Het is een boek dat uiteindelijk een wreed onderdrukt volk hoop geeft. De onderdrukking is niet voor altijd en er komt een eind aan het leven van een dergelijke onderdrukker, of dat nu in een tent is in het Sieraadland, waarmee Israël wordt bedoeld of aan een ziekte tijdens een oorlog tegen de Parthen zoals uit de geschiedenisboekjes blijkt. Het verhaal kan ons dus ook hoop geven. Niemand had ooit gedacht dat een staat als de DDR, onder bescherming van Rusland, ooit één zou worden met West-Duitsland, een staat onder bescherming van Amerika en haar bondgenoten. Toch herdenken wij dezer dagen dat het gebeurde. Zo zijn vele onderdrukkingen voorbij gegaan, al duurde het soms 80 jaar zoals met onze eigen onafhankelijkheid. Het is dus altijd de moeite waar geweld en onderdrukking te bestrijden, zeker als er dictators zijn die elke godsdienst willen verbieden. Elke dag opnieuw mogen wij naar onze broeders en zusters, in het Grieks Adelphoi, kijken, om te zien wie onze hulp bij bevrijding nodig hebben, ook vandaag mag dat weer.

Op de vastgestelde tijd

Daniël 11:25-35

25 Hij zal zijn krachten verzamelen en met een groot leger optrekken tegen de koning van het Zuiden. De koning van het Zuiden zal zich opmaken voor de strijd met een zeer groot en krachtig leger, maar hij zal geen stand kunnen houden, want men zal een aanslag tegen hem beramen. 26 Zijn eigen disgenoten bewerkstelligen zijn ondergang, zijn leger wordt onder de voet gelopen en er vallen vele doden. 27 Beide koningen hebben kwaad in de zin, al zitten ze samen aan één tafel. Ze misleiden elkaar maar het baat hun niet, want de vastgestelde tijd is nog niet aangebroken. 28 Dan keert de koning van het Noorden beladen met rijkdommen naar zijn land terug, vol haat tegen het heilig verbond. Zo zal hij optreden en naar zijn land terugkeren. 29 Op de vastgestelde tijd zal hij opnieuw het Zuiden binnenvallen, maar de tweede keer verloopt anders dan de eerste. 30 Schepen van de Kittiërs vallen hem aan, zodat hij wordt afgeschrikt en rechtsomkeert maakt. Eenmaal terug richt hij zijn woede tegen het heilig verbond en besteedt hij zijn aandacht aan hen die het heilig verbond verzaken. 31 Hij brengt strijdkrachten op de been; die zullen het heiligdom, de vesting, ontwijden, het dagelijks offer afschaffen en een verwoesting brengend afgodsbeeld oprichten. 32 Degenen die zich niet houden aan het verbond, verleidt hij op listige wijze tot afvalligheid, maar degenen die hun God trouw zijn zullen zich met kracht verzetten. 33 De verlichten onder het volk brengen velen tot inzicht, maar een tijd lang worden zij te vuur en te zwaard bestreden, gevangengezet en beroofd. 34 Tijdens hun onderdrukking krijgen ze enige hulp, al zullen velen zich onder valse voorwendselen bij hen aansluiten. 35 Maar ook sommige van de verlichten komen ten val; mogen zij worden gelouterd, gereinigd en gezuiverd tot aan de eindtijd, want de vastgestelde tijd is nog niet aangebroken.(NBV)

Er wordt wat afgerekend in de Christelijke wereld. Telkens in de geschiedenis duiken er weer mensen op die precies hebben uitgerekend wanneer het eind van de geschiedenis bereikt zal zijn. Meestal duurt het volgens de rekenmeesters nog maar een korte tijd. Ze verschillen soms in de uitleg over wat er dan zal gaan gebeuren. Sommigen zeggen dat Christus op de wolken komt en de gelovigen opneemt en de ongelovigen nog achterlaat, anderen zeggen dat alle volken geoordeeld zullen worden. De Bijbel zegt ons dat we niet weten wanneer het eind van de geschiedenis zal zijn bereikt. De geheimzinnige taal waarin Daniël zijn profetieën verstopt, koning van het Zuiden, koning van het Noorden, Kittiërs die zeevaarder zouden zijn, heeft een heel andere betekenis dan een toekomst in een mist te laten en alleen te verklaren door ingewijden die wel even zouden zeggen wanneer het zo ver is, dat einde van de geschiedenis.

Het verhaal over Daniël werd gelezen tijdens een opstand tegen de vergrieksing van de Judeese samenleving. Er brak een oorlog uit tussen Judeërs die de cultuur van de nieuwe Griekse Koning wel mooi vonden, die dienst aan de God van Israël had de bezetting immers niet kunnen tegenhouden, en de aanhangers van de Tora, de leer van Mozes. Voor die laatsten was het plaatsen van een groot beeld van de Griekse oppergod Zeus en het brengen van offers aan die God wel het meest gruwelijke dat men de aanhangers van de Tora kon aandoen. Dit was zo gruwelijk dat de Tempel van de God van Israël in hun ogen verwoest was en dat er in zijn plaats een Tempel van Zeus was gecreëerd. De schrijver van het boek Daniël kiest heel duidelijk partij, hij kiest partij voor de aanhangers van de Tora. Maar kiezen voor de God van Israël betekent nog niet dat je dan beschermd bent tegen leed en onderdrukking. Geloof in de God van Israël is niet een soort van verzekering tegen kwaad en ellende. Integendeel, de mensen die het licht hebben gezien worden evengoed gevangen gezet en beroofd. Maar hun houding wekt bewondering en er zijn mensen die zich bij hen aansluiten.

Nu zijn er altijd vele motieven voor mensen om in verzet te komen tegen onderdrukkers. Ze worden zelf onderdrukt, ze denken dat de opstandelingen zullen winnen en dat ze dan een mooi baantje krijgen. Ze houden zelf ook van oorlog voeren en geweld gebruiken. Ze willen wraak nemen voor het onrecht dat hen is aangedaan, of waarvan ze vinden dat het hen in aangedaan. Ook al zijn er verkeerde motieven men sluit zich aan bij een goede beweging. Pas na de overwinning blijkt wie er oprecht het kwaad heeft bestreden ten behoeve van allen en wie er in opstand kwam uit eigen belang. Wie de geschiedenis van de strijd tegen de gruwel der apartheid in Zuid Afrika heeft gevolgd en gezien heeft hoe het na de afschaffing verder ging zal veel uit het verhaal van Daniël herkennen. Uiteindelijk werd een bloedbad voorkomen door het streven naar waarheid en verzoening van enkelen. Daar waren het de voormalige tegenstanders die op een nieuwe manier met elkaar verder moesten. Dat was een pijnlijk proces, maar het was noodzakelijk. Ook wij moeten bij steun aan bevrijders van mensen die lijden onder onrecht en onderdrukking beseffen dat er na het afschaffen van de onderdrukking, het opruimen soms van de onderdrukkers een nieuwe samenleving gevormd moet worden waar mensen tot hun recht kunnen komen. Dat gaat niet vanzelf, daar is werk voor nodig dat we elke dag opnieuw kunnen beginnen of steunen, ook vandaag weer.

Wie zich met hem verbindt

Daniël 11:13-24

13 Opnieuw brengt de koning van het Noorden een menigte op de been, groter nog dan de eerste. Na enige jaren trekt hij op met een groot leger dat geweldig is toegerust. 14 In die tijd komen velen tegen de koning van het Zuiden in opstand; wettelozen uit je eigen volk komen in verzet om een visioen te verwerkelijken, maar zij komen ten val. 15 De koning van het Noorden zal komen, een bestormingswal opwerpen en een versterkte stad innemen. De strijdkrachten van het Zuiden kunnen geen stand houden, zelfs hun keurtroepen slagen er niet in weerstand te bieden. 16 De aanvaller doet wat hij wil, er is niemand die tegen hem standhoudt. Zo vestigt hij zich ook in het Sieraadland, waar hij verderf zal zaaien. 17 Hij neemt zich voor nog verder op te trekken tegen zijn vijand en spreekt daarvoor de hele kracht van zijn koninkrijk aan. Om diens rijk te gronde te richten, treft hij een vergelijk met hem; hij geeft hem een dochter tot vrouw, maar het loopt anders en het baat hem niet. 18 Dan laat hij zijn oog vallen op de kustlanden en verovert er vele, maar een bevelhebber maakt een einde aan zijn hoogmoedig optreden zonder dat dit vergolden kan worden. 19 Daarna keert hij zich tegen de vestingen van zijn eigen land, maar hij komt ten val en verdwijnt. 20 In zijn plaats staat een heerser op die er iemand op uitstuurt om schatting te innen tot meerdere eer van het koninkrijk, maar hij wordt binnen enkele dagen gebroken, al is het niet door toorn of strijd. 21 In zijn plaats staat een verachtelijk man op, aan wie geen koninklijke waardigheid is verleend. Hij komt uit het niets en weet het koningschap door sluwheid te verwerven. 22 Binnenvallende strijdkrachten worden door hem overrompeld en gebroken, zo ook een leider van het verbond. 23 Wie zich met hem verbindt, wordt door hem bedrogen. Zo werkt hij zich omhoog en wordt hij machtig, al heeft hij maar weinig aanhangers. 24 Onverhoeds komt hij in de vruchtbaarste delen van de provincie en doet wat geen van zijn voorouders ooit heeft gedaan: roofgoed, buit en rijkdom strooit hij voor zijn aanhangers uit. Ook tegen versterkte plaatsen smeedt hij plannen, maar dat duurt slechts korte tijd. (NBV)

Vandaag vertelt de boodschapper van God verder over de geschiedenis na koning Darius, koning Cyrus en de herbouw van Jeruzalem en de Tempel. Veel van het verhaal vinden we ook terug in geschiedenisboekjes. De volken hadden sinds de komst van Babel leren schrijven en elk hun eigen schrift ontwikkeld. Het Aramees was de verkeerstaal van de toenmalige wereld geworden zoals een paar eeuwen geleden het Frans de diplomatieke taal van Europa was en tegenwoordig het Engels de verkeerstaal van de hele wereld is geworden. Maar de schrijvers van het boek Daniël schrijven geen geschiedenisboekje waarvan de namen van koningen en hun rijken uit het hoofd moeten worden geleerd. In dit verhaal staan die namen niet eens. Er wordt gesproken over een koning uit het Noorden en een koning uit het Zuiden en het land waar de koning van het Noorden gaat wonen heet hier Sieraadland. Het moet wel gaan over de opvolgers van Alexander de Grote die ten Noorden van Israël een groot rijk stichtten en die in het Zuiden Egypte tot hun hoofdrijk maakten. Maar wie al te ijverig rond dit verhaal in de geschiedenisboekjes speurt dreigt toch een belangrijk element te missen. Er is sprake van een opstand van wettelozen uit het eigen volk van Daniël. Dat is een merkwaardige opmerking.

Het kan immers niet anders dan dat er Judeeërs zijn die een opstand beginnen tegen de overheersing van hun dagen om Jeruzalem weer helemaal te brengen onder de heerschappij van de God van Israël. Nu is zo’n opstand uit de geschiedenisboekjes wel bekend. De macht van het rijk dat zetelde in Egypte en waar ook Israël toe behoorde raakte in de loop van de tijd verzwakt. De bestuurders van Jeruzalem probeerden toen een verdrag te sluiten met de Koning van het Noordrijk. Dat verdrag kwam er en natuurlijk brak er weer een oorlog uit tussen Syrië en Egypte, waartussen Israël klem kwam te zitten. Er volgde een grote veldslag bij de bronnen van de Jordaan die gewonnen werd door Syrië, het Noordrijk. Het gevolg was niet dat Israël zelfstandig werd, maar dat de grens verschoof en Israël nu werd bezet door het Noordrijk. Een bloedige opstand en een bloedige oorlog had dus alleen tot gevolg dat Israël niet langer door de kat maar nu door de hond gebeten werd. Wie de koningen ook zijn, wie de machthebbers ook zijn, bondgenootschappen met de machtigen der aaarde maken je alleen maar afhankelijk van die machtigen. Je roept de bezetting over jezelf af ten koste van de minsten in de samenleving die plundering, verkrachting en oorlog over zich heen krijgen.

Het verhaal dat aan Daniël wordt verteld bevat dus een duidelijke waarschuwing. Een waarschuwing die al gegeven was in de richtlijnen die het volk bij de uittocht uit Egypte en de bevrijding uit de slavernij diep in de woestijn van de God van Israël had ontvangen. “Gij zult niet doden” De wreedheid waarmee de Griekse bezetter het volk Israël trof in de dagen dat het boek Daniël voor het eerst werd gelezen had gemakkelijk een opstand uit kunnen lokken, die wreedheid vroeg er bijna om. Maar het verhaal van Daniël waarschuwt er tegen. Ook Jezus van Nazareth zou zijn volk waarschuwen voor opstanden tegen het machtigste Rijk op aarde. Hij liet zich liever kruisigen dan een opstand te ontketenen. Die daad zou het zaad zijn waarmee overal in dat Rijk gemeenten van vrede en recht zouden worden gesticht. De opstand die er toch kwam leidde tot de verwoesting van de herbouwde Tempel en de verspreiding van het volk over het hele Romeinse Rijk. Die waarschuwing tegen militaire bondgenootschappen en opstanden geldt dus ook voor ons. Het “Gij zult niet doden” houdt zelfs in dat je je vijanden lief moeten hebben, hoe moeilijk dat soms ook is. Maar het kan, ook vandaag nog.

Hij trekt ten strijde

Daniël 11:2b-12

2b Als hij door zijn rijkdom macht verworven heeft, zal hij alles en iedereen opzetten tegen het Griekse rijk. 3 Daarna staat er een heldhaftige koning op, die met groot gezag regeert en doet wat hij wil. 4 Maar nauwelijks is hij opgestaan, of zijn koninkrijk stort ineen en wordt opgedeeld naar de vier windrichtingen. Zijn rijk valt niet aan zijn nakomelingen toe en is niet zo machtig als toen hijzelf heerste, want het wordt uiteengerukt, het komt aan anderen dan de zijnen toe. 5 De koning van het Zuiden zal machtig worden, maar een van zijn vorsten wordt nog machtiger dan hij en zal in zijn plaats heersen; zijn heerschappij zal zich over een groot gebied uitstrekken. 6 Na verloop van jaren sluiten zij een verbintenis: de dochter van de koning van het Zuiden zal huwen met de koning van het Noorden om de vrede te bezegelen, maar zij zal haar invloed niet behouden en zijn macht zal evenmin blijven bestaan. Op zeker moment wordt zij uitgeleverd, evenals haar gevolg, de man die haar verwekte en de man die haar tot vrouw nam. 7 Een van haar verwanten treedt in diens plaats, trekt op tegen het leger en dringt de vesting van de koning van het Noorden binnen; hij komt als overwinnaar uit de strijd. 8 Zelfs hun goden, hun gegoten beelden en hun kostbare voorwerpen van zilver en goud voert hij als buit naar Egypte. Daarna laat hij de koning van het Noorden enkele jaren met rust. 9 Deze op zijn beurt zal het rijk van de koning van het Zuiden binnenvallen, maar daarna zal hij naar zijn eigen land terugkeren. 10 Zijn zonen zullen zich wapenen voor de strijd en een menigte grote legers ronselen. Hun legermacht trekt op, voortrazend als een vloedgolf, en komt bij een tweede veldtocht tot aan de vesting van de vijand. 11 Dit verbittert de koning van het Zuiden, hij trekt ten strijde tegen de koning van het Noorden. Deze brengt een grote menigte op de been, maar die valt in handen van zijn tegenstander. 12 En wanneer de menigte is weggevaagd wordt de koning van het Zuiden hoogmoedig; tienduizenden velt hij, maar toch is hij niet machtig. (NBV)

Van oorlog komt oorlog en het eerste slachtoffer van een oorlog is de waarheid. De eerste lezers van het boek Daniël, die zo leden onder een Griekse bezetting, zullen zich vaak afgevraagd hebben waarom ze zo moesten lijden. De broers die de dienst  in de Tempel en de aanbidding van de God van Israël wilden verdedigen tegen de wens van de Griekse koning om beelden van Zeus in de Tempel te zetten werden voor de ogen van hun moeder gevild en ter dood gebracht. Ontrouw aan de God van Israël kon hen niet verweten worden. Aan de rand van de Bijbel hebben we nog een boek met dat gruwelijke verhaal, het eerste boek van de Maccabeeën. Het gedeelte dat we vandaag uit het boek Daniël lezen geeft een beetje een antwoord op die vraag, een antwoord waar wij misschien in onze dagen ook nog wat aan kunnen hebben. Zeker als we beseffen dat de Bijbel geen geschiedenisboek is maar een boek over de manier waarop mensen omgaan met de God van Israël. De Koningen die hier genoemd worden gingen zeker niet om met de God van Israël. Het begint verhaal van vandaag begint met Koning Darius, die kennelijk een tijdje werd beschermd maar uiteindelijk gewogen werd en te licht bevonden.

Dan volgen er Perzische Koningen, koningen van het Noorden en het Zuiden, Griekse koningen, Egyptische koningen en noem maar op. De regio waarin Israël lag moet tussen de herbouw van Jeruzalem na de ballingschap en de komst van de Romeinen een voortdurend oorlogsgebied zijn geweest waarin de vreemde heersers elkaar in een snel tempo opvolgden. Natuurlijk zijn de geleerden op zoek geweest naar de namen van de koningen die hier bedoeld zouden kunnen zijn. Als je oude geschiedenis van het Midden Oosten studeert is dat een heel boeiend studieonderwerp, maar gewone mensen zeggen al die namen niets. Op één na misschien: Alexander de Grote. Daar zijn in onze dagen films over gemaakt. Een knaap uit een obscuur rijkje in het noorden van Griekenland stichtte en veroverde een rijk zoals de wereld tot dan toe nooit had gezien. En de boodschapper die Daniël het verhaal vertelde kreeg gelijk. Na zijn dood viel het rijk van Alexander uiteen. De leden van zijn staf, zijn hofhouding kregen elk een stukje van het Rijk en zij konden het oorlogvoeren voortzetten. Wij kijken nog steeds naar het grootse dat Alexander gedaan lijkt te hebben. We kijken niet naar de slachtoffers die hij maakte, de vrouwen die verkracht werden, de kinderen die door de oorlog wees geworden waren.

Want dat is de eigenlijke boodschap die aan Daniël wordt gegeven en daarmee aan de lijdenden onder de latere Griekse bezetting en ook aan ons. Die oorlogen zijn geen verdediging tegen pogingen tot overheersing maar ze ontstaan voortdurend als de ene koning zich uitnemender acht dan de andere. De laatste Perzische koning was volgens het verhaal ook gelijk de rijkste. Er had een opeenhoping van goederen en macht plaatsgevonden, ten koste van de armen in het Rijk. En dat leidde vanzelfsprekend tot opstand en oorlog, tot een klassenstrijd als men wil. Maar ook die werd geleid door machthebbers die uit waren op persoonlijke macht en rijkdom en daarvoor volken moesten uitbuiten en onderdrukken. Wie niet wil leren van de geschiedenis is veroordeeld haar te herhalen. En de geschiedenis die hier door een boodschapper van God wordt geschetst herhaald zich tot in onze dagen. Misschien niet met koningen en opvolgers van koningen, maar denk eens aan de bankencrisis toen het geld zich ophoopte bij enkelen en velen probeerden daarvan te profiteren. Uiteindelijk stortte dat in elkaar net als het rijk van Alexander. En de vrijheid die banken wordt gegeven lijkt al weer af te stevenen op de volgende crisis, inmiddels zitten we in de coronacrisis. De waarheid en de zorg voor de minsten worden het eerste slachtoffer, Kennelijk zullen we toch moeten naar een samenleving van zorg en delen. Zorg voor de minsten en delen met hen die het nodig hebben. We mogen hoop putten uit het verhaal van vandaag, uiteindelijk zal dat Koninkrijk van God komen, we mogen er elke dag opnieuw aan werken, ook vandaag.

Vrede zij met je, wees sterk

Daniël 10:12-11:2a

12 Toen zei hij: ‘Wees niet bang, Daniël, want vanaf de eerste dag dat je inzicht probeerde te verkrijgen door in deemoed te buigen voor je God, is je gebed verhoord, en daarom ben ik gekomen. 13 Maar de vorst van het Perzische koninkrijk heeft mij eenentwintig dagen tegengehouden voordat Michaël, een van de voornaamste vorsten, mij te hulp schoot toen ik daar, bij de koningen van Perzië, zo alleen stond. 14 Ik ben gekomen om je inzicht te geven in wat er aan het einde van de tijd met je volk zal gebeuren; want dit is opnieuw een visioen dat over de toekomst gaat.’ 15  Terwijl hij zo tegen me sprak, hield ik mijn ogen op de grond gericht en was verstomd. 16 Toen raakte de menselijke gedaante mijn lippen aan. Ik opende mijn mond en begon te spreken. Ik zei tegen degene die voor me stond: ‘Mijn heer, door het visioen verkrampt mijn lichaam, mijn kracht verlaat me. 17 Hoe kan ik, uw dienaar, met u spreken? Ik heb helemaal geen kracht meer, er rest mij geen levensadem.’ 18 Toen raakte hij, die eruitzag als een mens, mij nogmaals aan en schonk me kracht. 19 Hij zei: ‘Wees niet bang, geliefde man, vrede zij met je, wees sterk, wees sterk!’ En doordat hij tegen me sprak, werd ik gesterkt, en ik zei: ‘Mijn heer, spreek, u hebt mij gesterkt.’ 20  Toen zei hij: ‘Weet je waarom ik naar je toe gekomen ben? Ik moet spoedig terugkeren om tegen de vorst van Perzië te strijden, en zodra ik hem overwonnen heb, wacht mij de vorst van Griekenland. 21  Maar eerst zal ik je zeggen wat er in het geschrift van de waarheid geschreven staat. Niemand steunt mij in mijn strijd tegen deze vorsten, behalve je vorst Michaël. 1 In het eerste jaar van Darius de Mediër steunde en beschermde ik hem. 2a En nu zal ik je de waarheid vertellen. (NBV)

Er is maar één God, de God van Israël. Zo geloofde Daniël in zijn God, hoor Israël de Heer is één. was de belijdenis van het volk die ook Daniël vaak zal hebben uitgesproken. Maar de heidenen om hem heen geloofden dat elk volk haar eigen goden had  en dat die goden met elkaar streden om de heerschappij in de hemel en op aarde. Als je dan in ballingschap bent dan lijken die vreemde goden toch zo zwak nog niet. Zij hadden immers gewonnen. Maar er is meer tussen hemel en aarde. Dat was de overtuiging van iedereen. Er waren goden en halfgoden, nimfen en geesten en engelen die als boodschappers en soldaten voor hun God optraden. Engelen kende het volk Israël ook. Er waren immers genoeg verhalen waar boodschappers van de God van Israël optraden. Hagar, de moeder van Ismaël had er één ontmoet bij de bron waar ze heen was gevlucht voor Sara. En Abraham had er twee op bezoek gehad die samen met God naar Sodom ging om de rechtvaardigen daar te zoeken. Dus engelen waren er. En waarom zou de God van Israël niet voor ieder volk een eigen beschermengel hebben aangewezen.

En zo is het in het visioen van Daniël. Er is een boodschapper van God, een engel voor Perzië, die moet worden verslagen, een engel voor Israël, Michaël, die aarzelt te hulp te komen, maar toch de strijd aangaat. En er is een engel voor Griekenland die misschien ook wel eens zou worden verslagen. Daniël staat er van te rillen. Hemelse machten die met elkaar strijden en waar je dan maar van afhankelijk bent. Alle kracht was al uit zijn lichaam gevloeid toen hij zo fanatiek aan het vasten was geslagen. En de schrik was hem om het hart geslagen toen hij ineens de geweldige gestalte had gezien die hem in het visioen was verschenen. Die verschijning kon dan wel zeggen dat hij niet bang hoefde te zijn maar daar kwam zijn kracht niet mee terug. Maar toen de verschijning hem eindelijk op Joodse wijze begroette: Sjaloom, vrede zij met je wordt dat altijd vertaald, kon de kracht eindelijk terugkomen. Deze verschijning vertelde dat je voor hem niet bang hoefde te zijn, dat hij voor Daniël en zijn volk zou vechten en dat hij daarbij hemelse steun zou krijgen. Dat klonk al bijna naar een overwinning.

De lezers van het boek Daniël, die zo leden onder een Griekse bezetting, kenden de afloop van het gevecht. Koning Cyrus van Perzië had de ballingen de opdracht gegeven terug te keren en Jeruzalem en de Tempel weer op te bouwen. Dat die wrede Griekse koning vervolgens kans had gezien het land Israël aan zich te onderwerpen en beelden van zijn goden had geplaatst in de Tempel zou dus niet einde betekenen van het volk Israël. De beschermengel van Griekenland zou ook aan de beurt komen, dat was al aan Daniël beloofd en een beschermengel van Israël die in staat was geweest de beschermengel van het machtige Perzië te verslaan zou ook in staat zijn om de Griekse beschermengel te verslaan. Daar krijg je hoop van. En hoop maakt je sterk, hoop geeft je de kracht om door te gaan met het goede te doen en niet dan het goede, zoals God vraagt, ook al verklaart iedereen je voor gek. Ook al gaat iedereen in je samenleving weer voor materiële winst en wordt het delen van hetgeen je toevalt als zwakheid gezien, de zorg voor zieken en bejaarden als een last ervaren en gaat het er om de bijdrage aan de samenleving, belasting genoemd, te verminderen of te ontwijken. Die hoop hebben wij ook nodig, verhalen uit de Bijbel kunnen ook bij ons de hoop versterken en ons de kracht geven door te gaan, elke dag opnieuw, elke week weer verder.