Toen raakte een hand mij aan

Daniël 10:1-11

1 In het derde jaar van koning Cyrus van Perzië werd aan Daniël, die Beltesassar werd genoemd, een boodschap geopenbaard. Het was een betrouwbaar bericht over een grote strijd. Door een visioen begreep hij het bericht. 2 In die dagen was ik, Daniël, drie volle weken in de rouw. 3 Smakelijk voedsel at ik niet, vlees en wijn kwamen niet in mijn mond, en ik wreef mij niet in met olie tot er drie weken verstreken waren. 4 Op de vierentwintigste dag van de eerste maand, toen ik mij aan de oever van de grote rivier de Tigris bevond, 5 sloeg ik mijn ogen op en zag een man, gekleed in linnen, met om zijn lendenen een gordel gemaakt van goud uit Ufaz. 6  Zijn lichaam was als turkoois, zijn gezicht leek een bliksem en zijn ogen waren als fakkels van vuur. Zijn armen en voeten glansden als gepolijst koper en zijn stemgeluid leek door een mensenmenigte te worden voortgebracht. 7 Alleen ik, Daniël, zag de verschijning. De mannen in mijn gezelschap zagen de verschijning niet, maar werden wel bevangen door een grote angst, zodat zij wegvluchtten en zich verborgen 8 en ik alleen overbleef. Toen ik die indrukwekkende verschijning zag, verloor ik al mijn kracht; ik werd lijkbleek en was niet in staat nog iets te doen. 9 Ik hoorde zijn stem, maar zodra ik die hoorde verloor ik het bewustzijn en viel voorover op de grond. 10 Toen raakte een hand mij aan en deed me al bevend op handen en knieën steunen. 11  Hij zei tegen me: ‘Daniël, geliefde man, luister naar de woorden die ik tot je spreek en sta op, want ik ben naar je toe gestuurd.’ Nadat hij dit gezegd had, stond ik bevend op. (NBV)

Er zijn mensen die zich afvragen waar die visioenen vandaan komen. Komen ze vanzelf of kun je ze ook opwekken. Het is een tijdje mode geweest om te experimenteren met drugs. Een drug als LSD zou je beelden geven waar je in het gewone leven wat mee zou kunnen. Onder strikte medische begeleiding heeft het een aantal mensen geholpen om van oude herinneringen af te komen. Die herinneringen, vooral aan gruwelijkheden die die mensen waren tegengekomen, hadden diepe wonden geslagen en steeds opnieuw beleven van die herinneringen sloeg steeds opnieuw diepe wonden. Maar uiteindelijk waren de zeer schadelijke bijwerkingen van LSD reden om gebruik verder te verbieden. En visioenen kreeg je er al helemaal niet van. Daniël was gaan vasten, hij at niet meer, tenminste niet veel, waste zich niet en dat drie weken lang. Het is bekend dat honger ook waanbeelden kan veroorzaken. Honger kan ook angsten oproepen en Daniël had het proces kennelijk niet alleen meegemaakt. Hij was wel de enige die het visioen zag maar zijn metgezellen gingen er vandoor bevangen door angst. Ook bij Daniël vloeide alle kracht uit zijn lichaam.

Als je de oorlogen en ellende, die je nog te wachten staat, op je in laat werken kan de schrik je om het hart slaan. We horen natuurlijk voortdurend over een ophanden zijnde burgeroorlog tussen Moslims en niet Moslims in ons land. Hoe vaker daar over gesproken wordt hoe waarschijnlijker die oorlog wordt. Er zijn een aantal politici, die er voor pleiten. Gelukkig zijn er steeds meer mensen die beseffen dat als we tegen elkaar opstaan de ellende in onze omgeving alleen maar groter kan worden. Toch dreigt er ook een scheiding in de samenleving tussen arm en rijk. Onder het huidige kabinetsbeleid worden de rijken in snel tempo nog rijker en de armen in snel tempo nog armer. Dat kan ook nooit goedgaan en kan alleen maar geweld en ellende tot gevolg hebben. En dan zijn er buitenlanden waar nationalisme net zo sterk wordt beleefd als door sommigen onder ons en die dus mensen die naar een nieuw land zijn getrokken in hun greep willen houden. Ook nationalistische politici hier trekken soms naar een emigratieland om hun politiek van wij en zij, van angst voor een oorlog, daar willen overbrengen.

In het verhaal van Daniël blijkt dat de angst helemaal niet nodig is. Dit gedeelte van het verhaal begint met het uitdrukkelijk vermelden van koning Cyrus van de Perzen. Dat lijkt op het eerste gezicht de zoveelste onderdrukker van het volk Israël. In de dagen dat dit verhaal zich afspeelt zal hij aanvankelijk ook zo overgekomen zijn. Maar de lezers van dit verhaal kennen de afloop. Het verhaal van Daniël werd immers geschreven nadat het volk was teruggekeerd, Jeruzalem en de Tempel waren herbouwd en Israël onder de macht was gekomen van een zeer wrede Griekse koning. En het noemen van koning Cyrus, in oudere vertalingen Kores genoemd, was een teken van hoop. Boven dit verhaal over duistere tijden wordt als het ware een stralend licht gezet. In de Bijbel wordt Cyrus zelfs een messias genoemd, de verwachte bevrijder van Israël. Die koning Cyrus gaf namelijk de Israëlieten de opdracht om terug te keren naar Jeruzalem en de stad en de Tempel daar te herbouwen. Die Cyrus geloofde namelijk dat als je van overwonnen volken bondgenoten maakt je macht over hen langer zal duren. Het verhaal over de angst, over de schrikwekkende verschijningen verlt ons, nu zelfs in onze dagen, dat het helemaal niet nodig is om bang te worden van vreemde verschijningen. Gewoon vasthouden aan de richtlijnen voor het inrichten van de menselijke samenleving, te vinden in de Hebreeuwse Bijbel, is genoeg, elke dag opnieuw, zelfs vandaag.

Hij begon mij uitleg te geven.

Daniël 9:15-27

15 Nu dan, Heer, onze God, die uw volk met krachtige hand uit Egypte hebt weggeleid en daarmee uw naam hebt gevestigd tot op deze dag-wij hebben gezondigd, wij hebben ons misdragen. 16 Heer, u bent rechtvaardig, bevrijd toch uw stad Jeruzalem, uw heilige berg, van uw hevige toorn; want om onze zonden en om de overtredingen van onze voorouders worden Jeruzalem en uw volk te schande gemaakt bij alle volken om ons heen. 17 Luister daarom, onze God, naar het gebed en de smeekbeden van uw dienaar en zie uw verwoeste heiligdom met mededogen aan, ook omwille van uzelf. 18 Geef, mijn God, gehoor aan ons en luister naar ons; open uw ogen en zie de verwoesting van de stad waaraan uw naam verbonden is. Niet omdat wij rechtvaardig zouden hebben gehandeld leggen wij onze smeekbeden aan u voor, maar omdat uw barmhartigheid groot is. 19 Heer, luister naar ons! Heer, vergeef ons! Heer, verhoor ons gebed! Wacht niet langer en grijp in, mijn God, ook omwille van uzelf, want uw naam is verbonden aan uw stad en aan uw volk.’ 20 Terwijl ik nog sprak en bad, mijn zonde en de zonde van mijn volk Israël beleed, en mijn smeekbede omwille van de heilige berg van mijn God richtte tot de HEER, mijn God, 21 terwijl ik mijn gebed nog uitsprak, vloog de man Gabriël, die ik eerder in het visioen had gezien, snel naar mij toe. Het was de tijd van het avondoffer. 22 Hij begon mij uitleg te geven. Hij zei: ‘Daniël, ik ben nu gekomen om je een helder inzicht te geven. 23 Er is een woord uitgegaan toen je je smeekbede begon en ik ben gekomen om het over te brengen, want je bent zeer geliefd. Luister naar het woord en sla acht op het visioen. 24 Zeventig weken zijn vastgesteld voor je volk en je heilige stad, voordat aan de overtredingen een einde komt en de zonden zijn afgesloten, voordat het wangedrag is vergolden en eeuwige gerechtigheid is gebracht, voordat het profetisch visioen bezegeld is en het allerheiligste gewijd. 25 Je moet weten en begrijpen: Vanaf het ogenblik waarop het woord is uitgegaan dat Jeruzalem hersteld en weer opgebouwd zal worden tot het tijdstip waarop een gezalfde vorst verschijnt, zullen zeven weken verstrijken; en het herstel en de wederopbouw van de stad, met pleinen en wallen en al, zal tweeënzestig weken duren, en het zal een tijd van verdrukking zijn. 26 Na de tweeënzestig weken zal een gezalfde worden vermoord, zonder dat iemand het voor hem opneemt. Het volk van een toekomstige vorst zal verderf brengen over de stad en het heiligdom. Hij zal zijn einde vinden in een overstroming. Tot aan het einde van de strijd zullen er verwoestingen zijn, zoals is vastgesteld. 27 Hij zal een sterk bondgenootschap sluiten met velen, één week lang. De helft van de week zal hij offers noch gaven laten brengen, en boven op het altaar zal een verwoesting brengende gruwel te zien zijn, totdat het aangekondigde einde van die verwoestende kracht komt.’ (NBV)

Er zijn twee argumenten waarmee Daniël probeert God te verleiden Jeruzalem en de Tempelberg weer te herstellen in de oude glorie en het volk terug te laten keren. Dat zijn rechtvaardigheid en barmhartigheid. Eigenschappen die overal in de Bijbel aan God worden toegekend. De God van Israël ziet niet neer op mensen zoals de goden van Babel deden. Geen beelden hoorden in die Tempel, maar de tekst van het verbond dat kon worden samengevat in het heb uw naaste lief als uzelf. Daar hoort barmhartigheid bij. Moeten we dan de ander niet doen wat zouden willen dat aan ons wordt gedaan? Zou de God van Israël dat ook niet doen, de God die mensen liefheeft? Die wil immers dat zijn volk weer met hem gaat en dat kan alleen als de dingen die fout gegaan zijn worden vergeven, dat kan alleen als er een nieuwe start wordt gemaakt. Dat is dus geen nieuwe start van zand er over en we praten er niet meer over. In de eerste plaats moet vast staan dat het volk echt een nieuwe weg is ingeslagen. Daniël was begonnen met vasten en rouw, maar ook met het bestuderen van de oude geschriften zoals die in de ballingschap bijeen waren gebracht en bewerkt waren tot bruikbare eenheden, wij kennen die nu voor een groot deel als het Oude Testament. Na de ballingschap zijn er nog maar een paar boeken aan toegevoegd die ons vertellen hoe het met de ballingen is afgelopen.

Daniël weet ook, en dat lezen we hier tussen de regels door, dat de fouten uit het verleden het volk moeten behoeden voor het maken van dezelfde fouten. Bewustzijn van die fouten en wat er zo fout aan was is een voorwaarde voor vergeving, vergeving en bekering liggen daarom in elkaars verlengde. Je keert je om van de weg die niet de weg is van de God van Israël en dan kan het gaan van die foute weg vergeven worden. Christenen hebben dit gedeelte van het boek Daniël dan ook van begin af aan uitgelegd als een voorzegging van de komst en het lot van Jezus van Nazareth. Niet voor niets heet de boodschapper van de God van Israël die Maria kwam vertellen dat ze een kind zou krijgen Gabriël, net als Daniël was Maria immers zeer geliefd. En dat kind kwam en werd de gezalfde, de Messias die het volk zou bevrijden van overheersing. Maar een nieuwe Koning, de Keizer te Rome werd dat, zou hem ter dood brengen zonder dat het volk daartegen in opstand zou komen. Daarna zullen er verwoestingen komen en jawel na de dood van Jezus van Nazareth breken er opstanden uit in Israël tegen de Romeinse bezetting die uiteindelijk zullen leiden tot de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem en de verspreiding van het volk over de hele wereld. Het bewijs dat we terecht geloven in Jezus van Nazareth als de beloofde zoon van God, als God zelf op aarde, is dus geleverd.

Maar de details kloppen niet. De tijden kloppen niet, het verhaal over offers klopt niet. Er zijn er die zeggen dat het nog zal komen, er zijn er meer die zeggen dat we niet moeten proberen de tekst van Daniël nog toe te passen op de loop van de geschiedenis zoals wij die kennen en op een toekomst die wij nog niet kunnen kennen. Daniël droomt van de terugkeer van zijn volk naar Jeruzalem. Daniël geloofd in een God die niet alleen zijn gebeden hoort maar ze ook verhoort. Wat we ook vaak vergeten zijn de omstandigheden waaronder een boek uit de Bijbel is geschreven. Veel van de boeken uit de Bijbel zijn pas veel later geschreven dan de tijd waarover ze gaan. In die boeken zit dan ook vaak het commentaar verborgen op de tijd waarin een boek geschreven is. Zeker als er sprake is van onderdrukking van een volk, van beperking van de vrijheid van meningsuiting is het veiliger een verhaal te vertellen dat in het verleden speelt dan een verhaal dat in het heden speelt. Bij het boek Daniël is dat met name het geval. Het is ontstaan in de tijd dat een Griekse bezetting in Israël aan de macht was. Die Griekse bezetter had een zeer wrede koning. We kennen de wreedheid uit de eerste twee boeken van de Makkabeeën. Daniël geeft commentaar op die tijd, een tijd waarin veel mensen de Griekse gewoonten en zeden wel aardig vonden en overnamen, modern nietwaar en hip. Maar een God die je de weg wijst om vrede te krijgen op aarde, om ellende en onderdrukking, honger en ziekten te overwinnen is een dwaasheid. Toch, ondanks alles blijven gelovigen die weg gaan. Elke dag opnieuw mag je daarvoor kiezen, ook vandaag.

U, Heer, staat in uw recht

Daniël 9:1-14

1 In het eerste jaar nadat Darius, zoon van Xerxes en Mediër van geboorte, tot koning was gekroond over het rijk van de Chaldeeën, 2 in het eerste jaar van zijn koningschap, leidde ik, Daniël, uit de boeken af hoeveel jaren het zou duren voordat de puinhopen van Jeruzalem verdwenen zouden zijn. Zoals de HEER aan de profeet Jeremia had gezegd, waren dat er zeventig. 3 Ik wendde mij tot God, de Heer, en gaf me over aan gebed en smeekbeden, al vastend en rouwend. 4 Ik bad tot de HEER, mijn God, en beleed schuld: ‘Heer, grote en geduchte God, die zijn beloften nakomt en trouw is aan wie hem liefhebben en doen wat hij gebiedt; 5 wij hebben gezondigd en ons misdragen. Wij zijn slecht en opstandig geweest, wij zijn van uw geboden en regels afgeweken 6 en wij hebben niet geluisterd naar uw dienaren, de profeten, die in uw naam tot onze koningen, onze vorsten, onze oudsten en tot het hele volk gesproken hebben. 7 U, Heer, staat in uw recht, maar tot op deze dag staat de schaamte ons op het gezicht, ons, de mannen van Juda, de inwoners van Jeruzalem, alle Israëlieten, of ze nu dichtbij zijn of ver weg, in alle landen waarheen u hen hebt verdreven vanwege hun ontrouw jegens u. 8 HEER, ons en onze koningen, onze vorsten en onze oudsten staat de schaamte op het gezicht, omdat wij tegen u gezondigd hebben. 9 De Heer, onze God, is vol erbarmen en vergeving, hoewel wij tegen hem in opstand zijn gekomen 10 en niet hebben geluisterd naar de HEER, onze God. We hebben de lessen die hij ons door zijn dienaren, de profeten, heeft laten leren in de wind geslagen. 11 Alle Israëlieten hebben uw wet overtreden, zijn daarvan afgeweken en hebben niet naar u geluisterd. De met een eed bekrachtigde vervloekingen die opgetekend staan in de wet van Mozes, de dienaar van God, zijn over ons uitgestort, want wij hebben tegen u gezondigd. 12 God heeft groot onheil over ons gebracht en het dreigement uitgevoerd dat hij tegen ons en onze leiders had geuit; in de hele wereld is nog niet gebeurd wat Jeruzalem is overkomen. 13 Het kwaad dat over ons gekomen is, staat al beschreven in de wet van Mozes, en toch hebben wij de HEER, onze God, niet gunstig gestemd door afstand te nemen van onze overtredingen en uw waarheid in acht te nemen. 14 Welbewust bracht de HEER onheil over ons, want de HEER, onze God, is rechtvaardig in alles wat hij doet, maar wij hebben niet naar hem geluisterd. (NBV)

Vandaag lezen we uit het hart van de ballingschap van Israël. Daar waar het volk treurend zit aan de oevers van de rivieren de Eufraat en de Tigris. Ooit symbolen voor het paradijs nu de grenzen van de ballingschap. En zal die ballingschap ooit voorbij zijn? Daniël leest nog eens terug in de boeken van de profeten wat die er van gezegd hebben. Hij leest bijvoorbeeld in het boek van de profeet Jeremia en komt daar tegen dat het zeventig jaar zal duren na de val van het Babylonische rijk voordat de ballingen terug zullen mogen keren naar Jeruzalem. Er is hoop maar het zal nog een tijd duren. Maar in dat boek van de profeet Jeremia leest Daniël ook nog wat anders. Jeremia had ook opgeschreven waarom het volk in ballingschap werd gestuurd en waarom het generaties, tot in het derde en vierde geslacht, zou duren voordat de God van Israël het opnieuw zou willen wagen met het volk. In het boek van de profeet Jeremia staat beschreven hoe het volk afgodsbeelden had geplaatst in de Tempel in Jeruzalem, hoe op de akkers de palen van Asjera, de Kanaänitische vruchtbaarheidsgodin, waren geplaatst, hoe Baäl werd aanbeden en kinderen leven in een vuur werden geworpen als offer aan de god Moloch. Als je dat leest dan begrijp je waarom de God van Israël niet langer met dat volk verbonden wilde blijven.

Daniël besluit tot een erkenning van schuld, vasten en rouwen, de rituelen die bij schuld en boete horen. Rouwen om de doden die door de schuld van het volk zijn gevallen. Lezend in het boek van de profeet Jeremia beseft Daniël dat het volk niet heeft geluisterd naar de waarschuwingen van profeten als Jesaja en Jeremia, dat het nog steeds moeilijk is voor profeten als Ezechiël om gehoor te krijgen bij het volk. Daniël hoort zelf bij de leiders van het volk in ballingschap. Hij bekleedde een hoge positie aan het hof. Hij kan dus getuigen dat de schaamte op zijn gezicht staat, dat hij en de oudsten, de koningen van Israël, de leiders van de ballingen, zich schamen voor de manier waarop het volk zich gedragen heeft. Daniël zal ook hebben beseft dat pas vanuit het inzicht in wat er fout gegaan is hoop kan komen op een nieuwe start, op een terugkeer naar Jeruzalem. Zo heeft Daniël de verhalen over de God van Israël gelezen. Dat was een God die de hemel en aarde geschapen had voor de mensen. Dat was een God die niet alleen de aarde liet overstromen maar er zelf voor zorgde dat er met mensen een nieuw begin gemaakt kon worden en met Noach een verbond sloot dat de aarde nooit meer onder water zou komen.

Dat was een God die Abraham deed uittrekken uit het land van zijn vaderen en aan Abraham niet alleen land beloofde maar ook dat die de vader zou worden van vele volken. Dat was de God die het volk Israël bevrijdde uit de slavernij van Egypte en met hen een verbond sloot in de Woestijn en hen een land gaf dat overvloeide van melk en honing. Maar dat volk had de regels van dat verbond in de wind geslagen. Ze waren nu gevangenen van Babel en daarom waren ze de godsdienst van Babel niet achterna gelopen maar zouden ze dat ook volhouden als ze weer teruggekeerd zouden zijn naar Kanaän? Het zijn het soort vragen die ook in onze dagen klinken. Hebben wij werkelijk afstand genomen van Auschwitz en de Holocaust? Weigeren wij voortaan onderscheid te maken tussen mensen in ons land op grond van geloof of etnische afkomst? Laten wij elk mens die verdacht wordt van crimineel gedrag beoordelen door een onafhankelijk rechter en beschouwen wij dat mens tot het oordeel van die rechter is uitgesproken als onschuldig? Hebben wij eerbied en respect voor onze naasten en stellen wij de hulp aan de zwaksten in onze samenleving voorop? Ook wij kunnen lezen dat onze God vol erbarmen en vergeving is, maar wel wanneer wij verwerpen wat voor ons is fout gegaan, wanneer wij afstand nemen van haatzaaien en in plaats het recht van de sterkste het recht van de zwakste zetten. Maar net als Daniël kunnen wij er opnieuw mee beginnen, vandaag nog en elke dag weer opnieuw.

Alleen de Vader weet het

Matteüs 24:29-44

29 Meteen na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. 30 Dan zal aan de hemel het teken zichtbaar worden dat de komst van de Mensenzoon aankondigt, en alle stammen op aarde zullen zich van ontzetting op de borst slaan als ze de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, bekleed met macht en grote luister. 31 Dan zal hij zijn engelen uitzenden, en onder luid bazuingeschal zullen zij zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeenbrengen, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere. 32 Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. 33 Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat het einde nabij is. 34 Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. 35 Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen. 36 Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het. 37 Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt. 38 Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, 39 en zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam, zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt. 40 Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn, van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten. 41 Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien, zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten. 42 Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt. 43 Besef wel: als de heer des huizes had geweten in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan zou hij wakker gebleven zijn en niet in zijn huis hebben laten inbreken. 44 Daarom moeten ook jullie klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht. (NBV)

Kleine grapjes staan ook in de Bijbel. Als het lente is lopen de takken van de bomen uit, komen er weer bladeren en verschijnt de bloesem. Als dus de takken gaan uitlopen, de bladeren verschijnen en de bloesem uitbot dan wordt het lente. Als het regent worden we nat. Door de hele geschiedenis heen zijn mensen bezig geweest om uit te rekenen wanneer het einde der tijden gekomen zal zijn. Steeds als het wat slechter met de mensen gaat komen er meer mensen die zeggen te weten wanneer het afgelopen zal zijn. Ook bij zogenaamd bijzondere jaartallen gaan mensen op bergtoppen zitten of met een hele groep in een afgesloten huis in de overtuiging dat het einde der tijden is gekomen. Vandaag kunnen we zeggen dat ze ongelijk hebben maar de vaste overtuiging van de bewering brengt je nog wel eens aan het twijfelen. En dat hoeft niet want er staat ook dat dag en uur niet geweten worden. Waar het om gaat is de vraag of we klaar zijn voor het einde van de geschiedenis en de nieuwe hemel en aarde die ons zijn beloofd. Dat na de donkere winter de lente zal komen is iets dat vast staat. Het antwoord op de vraag of we klaar zijn voor de eeuwige lente is helder.

Er is nog veel vrede te winnen, er is nog veel armoede uit te bannen, er moeten nog veel mensen mee mogen doen. Niet iedereen is in de zomer in de gelegenheid voldoende te verzamelen voor de winter. In onze samenleving is dat ook niet meer letterlijk te nemen en is de overheid er voor om dat wat verzameld wordt eerlijk her te verdelen. En natuurlijk doet de overheid dat nooit echt goed. De rijken hebben hun eigen partijen om er voor te zorgen dat ook bij de verdeling door de overheid de rijken rijker worden en de armen arm blijven. Voor mensen die de winter echt niet meer door kunnen komen hebben we voedselbanken en de hulp aan mensen in arme landen die niet meer te eten hebben moet via particuliere organisaties komen. Die oefening in eerlijk delen hebben we dus meer dan nodig. Die oefening is voor Christenen een godsdienstoefening, je naaste liefhebben als jezelf was immers hetzelfde als God liefhebben boven alles. Zoals je oefent voor de schooluitvoering, een sportwedstrijd, de speech op een bruiloft of jubileumfeest kunnen we ook oefenen voor de nieuwe wereld van God. Jezus van Nazareth zegt zelfs ergens dat we alvast maar moeten leven alsof die nieuwe wereld er al is. We moeten waakzaam zijn staat er.

Jezus van Nazareth vergelijkt de tijd waarin we leven met de tijd van Noach, nog voor de zondvloed. Ook toen sloeg niemand acht op de naderende ramp die bijna al het leven op aarde zou uitwissen. Zijn we nu anders aan het leven dan in de tijd van Noach? Misschien wel misschien niet. Oordelen over wat anderen doen is niet eenvoudig. Natuurlijk als je je overgeeft aan het najagen van winst en genot dan is het gemakkelijk, dat is niet wat de Bijbel van mensen vraagt, dat was wat de mensen in de dagen van Noach deden staat hier. Maar in onze dagen zijn veel mensen met de samenleving bezig. Ze proberen de samenleving zo in te richten dat vrede heerst en welvaart. En dat kan zijn wat de Bijbel van ons vraagt. Dat hoeft niet zo te zijn, want is er vrede voor alle mensen? Is geweld over de hele aarde uitgebannen en spannen we ons daarvoor in? Dat de een er mee bezig is en de ander niet is duidelijk, maar het is niet aan ons te oordelen wie mee mag naar die nieuwe aarde en wie niet. Het is aan ons om alvast iets van die nieuwe aarde zichtbaar te maken, in de zorg voor de armen, in de aandacht voor mensen die in ons land gevangen zitten zonder veroordeeld te zijn wegens een misdrijf. We kunnen onze dagen er meer dan mee vullen, ook vandaag weer.

Er zullen valse messiassen komen

Matteüs 24:15-28

15 Wanneer jullie dus de “verwoestende gruwel” waarover gesproken is door de profeet Daniël, zien staan op de heilige plaats (lezer, begrijp dit goed), 16 dan moet iedereen in Judea de bergen in vluchten; 17 wie op het dak van zijn huis is moet niet naar beneden gaan om nog spullen te halen, 18 en wie op het land is moet niet terugkeren om zijn mantel te halen. 19 Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! 20 Bid dat jullie niet in de winter zullen moeten vluchten en ook niet op sabbat.
21 Want het zal een tijd zijn van enorme verschrikkingen, zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot nu nooit geweest zijn en er ook niet meer zullen komen. 22 En als die tijd niet verkort zou worden, dan zou geen enkel mens worden gered; maar omwille van de uitverkorenen zal die tijd worden verkort. 23 Als iemand dan tegen jullie zegt: “Kijk, dit is de messias, ”of: “Daar is hij, ”geloof dat dan niet. 24 Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. 25 Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. 26 Wanneer ze dus tegen jullie zeggen: “Kom mee, hij is in de woestijn, ”ga er dan niet heen, of als ze zeggen: “Kijk, hij is daarbinnen, ”geloof dat dan niet. 27 Want zoals een bliksemschicht vanuit het oosten weerlicht tot in het westen, zo zal ook de Mensenzoon komen. 28 Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen. (NBV)

Jomanda is ooit voor de rechter gedaagd. Door haar optreden als medium en de pretentie boodschappen te krijgen zou ze medeschuldig zijn aan de dood van Sylvia Millecam. Het zelfbenoemde medium uit Deventer woont nu in Canada maar was in Tiel een tijd geleden een en al show, roepend over instralen en het midden te zijn tussen hemel en aarde. Vooral het midden zijn tussen mensen in nood en de bevrijding van de ellende. Jezus van Nazareth waarschuwt tegen dit soort valse messiassen. Ook al lijkt het dat ze grote werken kunnen doen geloof ze dan niet drukt Jezus zijn leerlingen op het hart. Zelf drukte hij de mensen op het hart te zwijgen als ze genezen waren. Natuurlijk gebeuren er dingen die we niet verklaren kunnen, maar zeker niet in grote daarvoor opgezette shows en met behulp van toverwater, zoals ook in Lourdes.

Het zijn uiteindelijk zaken die afleiden van de komst van het Koninkrijk. Daar gaat het om rechtvaardigheid en vrede. Om eerlijk delen met armen. Niet om sommige mensen wel te genezen en anderen niet. Daar mag iedereen meedoen. Jezus is hard tegen dit soort valse messiassen. Waar een lijk is zullen de gieren komen luidt het bij hem. En inderdaad de souvenirwinkel en de collecteschaal zijn nooit ver weg bij dit soort valse messiassen. Het Hallelujageroep is er niet van de lucht en pas op, iemand die in een rolstoel zit kan best onder trance soms een paar meter lopen, iemand met krukken kan ze weggooien en naar zijn plaats lopen. Dat hoeft niets met genezing te maken te hebben. Er was ooit ook iemand die de volgende ochtend aan de andere kant van een weg werd gevonden waar zo’n genezer werkzaam was geweest. Toen het gezang en geroep was verstomd was de trance verdwenen en daarmee de genezing.

De oorlog en de ellende zullen ons blijven omringen tot plotseling iedereen het inziet dat er maar één weg is die ons allemaal gelukkig kan maken. Voor het zover is zal het nog lang duren maar dat die tijd komt staat vast. En die komt ook als we er aan willen werken, als we er echt deel aan willen hebben. Tot die tijd komt zijn er vluchtelingen, zijn er slachtoffers, zijn er armen die op drift raken. Tot die tijd lopen we ook het gevaar zelf mensen uit te roepen tot messias, tot bevrijder van onrecht en geweld. In Amerika liep men het gevaar Barack Obama tot messias te maken. Hijzelf doet het niet. Maar er zijn mensen die van hem een ideale wereld hadden verwacht, hij beloofde immers de wereld te veranderen. Deze president zou een eind maken aan alle oorlogen, zou de honger in Afrika oplossen, zou het klimaatprobleem kunnen oplossen. Niets is minder waar. Ook Barack Obama kon alleen wat als iedereen op de hele wereld mee doet, als alle volken zich naar Jeruzalem wenden om de Wet van eerlijk delen uit te gaan voeren. Iedereen die zegt het zelf te kunnen is een valse messias.

Alles zal worden afgebroken!

Matteüs 24:1-14

1 Nadat Jezus de tempel had verlaten, wendden zijn leerlingen zich onderweg tot hem en vestigden zijn aandacht op de tempelgebouwen. 2 Hij zei tegen hen: ‘Hebben jullie dat alles goed gezien? Ik verzeker jullie: geen enkele steen zal op de andere blijven, alles zal worden afgebroken!’ 3 Op de Olijfberg ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen, en nu ze onder elkaar waren vroegen ze: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?’ 4 Jezus antwoordde hun: ‘Pas op dat niemand jullie misleidt. 5 Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben de messias, ”en ze zullen veel mensen misleiden. 6 Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen. 7 Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, en overal zullen er hongersnoden uitbreken en zal de aarde beven: 8 dat alles is het begin van de weeën. 9 Dan zal men jullie onderdrukken en doden, en jullie zullen door alle volken worden gehaat omwille van mijn naam. 10 Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar verraden en elkaar haten. 11 Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden. 12 En doordat de wetteloosheid toeneemt, zal bij velen de liefde bekoelen. 13 Maar wie standhoudt tot het einde, zal worden gered. 14 Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen. (NBV)

Velen hebben geloofd dat Jezus het had over de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem in het jaar 70. Maar als je het stuk goed leest is dat niet het geval. Het gaat over de kwade tijden die je kunnen overkomen en het volhouden van het geloof dat op een dag de wereld goed zal zijn. Oorlogen zullen er zijn en berichten over oorlogen. Natuurlijk in de loop van de tijd gaan alle gebouwen ten onder, geen steen blijft voor eeuwig op de andere maar oorlogen en onrecht lijken te blijven. Dat is na al die tijd nog steeds zo. Dat heeft ook de president van de Verenigde Staten niet kunnen veranderen, ondanks de hoop die hij mensen gaf op een wereld met meer vrede en rechtvaardigheid. Gelovigen in de VS hebben soms sterk de neiging voor de oorlogen en oorlogsdreiging die in dit Bijbelgedeelte worden genoemd naar anderen te kijken.

Er is een prachtig lied van Johnny Cash over dit bijbelhoofdstuk dat de Sowjet Unie en haar macht aanwijst als bewijs voor de ophanden zijnde ondergang van de wereld. De Sovjet Unie is er niet meer en de wereld is nog steeds niet veranderd. We kunnen dan ook in de eerste plaats beter naar onszelf kijken. Jezus roept op stand te houden voor zijn verhaal van rechtvaardigheid en vrede, zijn verhaal van liefde voor de hele wereld. Dat is geen lief gedoe, dat gaat vaak tegen de heersende opvattingen in. Dat veroordeelt voedselbanken als schandvlek voor een rechtvaardige samenleving en werkt er hard aan mee omdat er te veel mensen zijn die de voedselbanken maar al te hard nodig hebben. Dat strijdt tegen armoede en helpt de armen. Tot het uiterste, tot aan de einden der aarde als het nodig is. Dat stelt de voedselcrisis en de coronacrisis in de wereld boven de financiële wereld. Dat blijft kijken naar een eerlijke verdeling van kennis, rijkdom en macht.

Natuurlijk kan een president van de Verenigde Staten daarbij helpen, net als een Paus in Rome. De bevrijding van de armen moet in de hele wereld verkondigd worden en wie de binnensteden van Amerikaanse steden bekijkt weet dat daar vaak die boodschap nog lang niet is doorgedrongen. Want het verkondigen van die boodschap als getuigenis voor alle volken betekent niet dat je op de hoek van een straat gaat staan en roept dat Jezus redt, of dat je dat in grote letters op je dak moet zetten, of in kleurige blaadjes die je van huis tot huis verspreidt, maar het betekent dat je op weg gaat om gemeenschappen van mensen te vormen die delen met elkaar, die niet rusten voor aan de armsten onder hen recht wordt gedaan. Daarvoor stuurde Jezus van Nazareth zijn leerlingen er op uit, daarvoor worden wij er op uit gestuurd. Vandaag dus net zo goed als gisteren en morgen.

Begrijp, mensenkind

Daniël 8:15-27

15 Toen ik, Daniël, het visioen zag en het probeerde te begrijpen, verscheen er iemand voor me die eruitzag als een man.16 En over het Ulaikanaal hoorde ik een menselijke stem roepen: ‘Gabriël, zorg dat hij het droomgezicht begrijpt.’ 17 Hij kwam vlak bij me staan. Ik schrok en viel voorover. Hij zei: ‘Begrijp, mensenkind, dat het visioen naar de tijd van het einde verwijst.’ 18 Terwijl hij tegen me sprak, verloor ik het bewustzijn en viel op de grond. Hij raakte me aan, hielp me overeind 19 en zei: ‘Ik zal je vertellen wat er gebeurt als Gods toorn is uitgewoed, want het gaat over het tijdstip van het einde. 20 De ram met de twee horens die je zag, duidt op de koningen van de Meden en de Perzen. 21 De harige geitenbok is de koning van Griekenland. De grote horen tussen zijn ogen is de eerste koning. 22 De horen brak af en er kwamen vier andere voor in de plaats; dat betekent dat er vier koninkrijken uit het volk zullen ontstaan, maar niet met dezelfde kracht. 23 Aan het einde van hun heerschappij, als de tijd van de overtreders voorbij is, zal er een meedogenloze koning opstaan, bedreven in listen. 24 Zijn kracht zal groot zijn-maar het is niet zijn eigen kracht-en hij zal een ongehoorde verwoesting aanrichten. Alles wat hij onderneemt zal hem lukken; machtigen zal hij in het verderf storten, ook het volk van de heiligen. 25 Door zijn listigheid slaagt hij in elk bedrog. Hij zal hoogmoedig zijn en velen onverhoeds in het verderf storten. Tegen de vorst der vorsten zal hij opstaan, maar zonder dat er een mensenhand aan te pas komt zal hij gebroken worden. 26  Het visioen waarin over de avonden en ochtenden werd gesproken, is waar. En jij, houd dit droomgezicht voor je, want het verwijst naar een verre toekomst.’ 27 Ik, Daniël, was uitgeput en enige dagen ziek. Toen ik hersteld was, diende ik de koning weer. Maar ik was verbijsterd over het droomgezicht en ik begreep het niet. (NBV)

Jeruzalem was voor Daniël niet zomaar een stad. Ooit was daar de Tempel gebouwd. Door Salomo zo was het verhaal. In die Tempel woonde God zelf. Niet dat daar een beeld van God stond zoals bij alle andere godsdiensten maar als gelovigen het over hun godsdienst hadden dan keerden ze zich naar Jeruzalem. Daar waren de richtlijnen die je op weg konden zetten naar het Rijk van God. En zo doet ook Daniël. Als Jeruzalem weer de stad van God kon worden dan was het voor de gelovigen ook minder moeilijk om naar recht en rechtvaardigheid te streven. Dan was de heidense koning niet meer God maar dan was God daar waar de richtlijn van eerlijk delen werd gevolgd. Maar door de geschiedenis lopen mensen na verloop van tijd toch weer vreemde goden na en begint de ellende weer van voor af aan. Hoe moet je je daar in vredesnaam tegen wapenen. Jeruzalem is vandaag de dag een godsdienstige stad bij uitstek. De restanten van de Tempel zijn er nog, maar ook de sporen van allerlei soorten christendom zijn er te vinden, en dat de Islam ook met de oorsprong van het Jodendom te maken wil hebben is er te zien. Alleen door een moeizaam proces van eerlijk delen en zorgen dat iedereen en bij kan blijven horen is er vrede voor Jeruzalem te krijgen.

De volkeren van de wereld zeggen steeds vaker dat ze vrede in de wereld willen. Eerst was er kort de Volkenbond en nu is er al 75 jaar de Verenigde Naties. Volgens het verhaal van de Bijbel zullen ooit alle volken zich naar Jeruzalem keren. Misschien gaat het ook vandaag daar wel om. Dat het ons met z’n allen in de wereld lukt om echt vrede voor Jeruzalem te bereiken. Vrede tussen Joden, Christenen en Moslims. De Christenen hebben daarbij nog wat goed te maken. Dat wat de Joden is aangedaan in de vorige eeuw is niet uit te wissen. In onze eigen samenleving zullen we moeten laten zien dat Moslims en Christenen werkelijk in vrede met elkaar kunnen samen leven. Als het Sint Maarten is geweest en Sinterklaas is weer aangekomen dan weten we het zeker, de kersttijd komt er weer aan. De tijd van licht en warmte. Dat licht en die warmte moeten we zelf maken want buiten worden de dagen korter en daalt de temperatuur. In het Bijbelverhaal staat de man Gabriël aan het begin van die bevrijdingstijd. We kennen de man als de engel die in het kerstverhaal aan Maria komt vertellen dat ze ondanks de Romeinse onderdrukking een kind zal krijgen. Een boodschap die Maria zal laten zingen dat machtigen van de troon gestoten worden.

En net als een vrouw weet hoe lang de zwangerschap zal duren weet Gabriël aan Daniël te vertellen hoe lang het nog zal duren voordat Jeruzalem herbouwt zal worden. Hoe lang de koningen aan de macht zullen blijven en dat zoals altijd de macht van koningen alleen maar ellende met zich mee brengt. In deze donkere dagen ervaren ook wij dat dag in dag uit. De voedselbanken in ons land groeien nog steeds. Corona slaat het meest toe in wijken met mensen met een laag inkomen. Gabriël bracht aan Daniël en Maria een boodschap over de goede afloop maar hij voorspelde geen gemakkelijke toekomst. Duistere tijden staan ons te wachten maar we weten nu al zeker dat, tegen de stroom van deze regering in, als we bezig blijven met eerlijk delen en zorgen dat iedereen mee kan doen uiteindelijk het licht zal doorbreken. Nog maar een paar meer voedselbanken dus en misschien heeft U een paar uur tijd om er als vrijwilliger te helpen, geld is ook welkom. Ook de mensen die thuishulp nodig hebben om te overleven moeten steeds vaker een beroep doen op vrijwilligers, Christenen kunnen niet anders dan te hulp schieten, ook om een samenleving duidelijk te maken dat zorg geen last is maar een eer.

Naar het Sieraadland

Daniël 8:1-14

1 In het derde regeringsjaar van koning Belsassar kreeg ik, Daniël, na het visioen dat ik eerder had ontvangen weer een visioen. 2 In dat visioen-ik bevond me op dat moment in de burcht van Susa, in de provincie Elam-stond ik bij het Ulaikanaal. 3 Ik sloeg mijn ogen op en zag bij het kanaal een ram. Hij had twee horens; lange horens waren het, de ene was langer dan de andere, en de langste kwam het laatste op. 4 Ik zag de ram stoten naar het westen, het noorden en het zuiden. Er was geen dier dat tegen hem standhield; er was niemand die zich uit zijn macht kon redden. Hij deed wat hij wilde en maakte zich groot. 5 Terwijl ik ernaar keek, zag ik vanuit het westen een geitenbok aankomen, hij snelde over de uitgestrekte vlakte zonder de grond te raken. De bok had een opvallende horen tussen zijn ogen. 6 Hij naderde de ram met de twee horens die ik bij het kanaal had zien staan, en schoot met een razende kracht op hem af. 7 Ik zag hoe hij op de ram afstormde, hem woedend aanviel en al stotend beide horens van de ram wist te breken. De ram had te weinig kracht om weerstand te bieden. De bok wierp hem omver en vertrapte hem; er was niemand die de ram uit zijn macht kon redden. 8 De geitenbok maakte zich bijzonder groot, maar op het toppunt van zijn macht brak zijn grote horen af. Daarvoor in de plaats kwamen vier opvallende horens, die naar de vier windrichtingen wezen. 9  Uit één daarvan kwam nog een horen op, die eerst klein was, maar geweldig uitgroeide naar het zuiden, naar het oosten en naar het Sieraadland. 10 Hij groeide tot aan de hemelmachten en zorgde ervoor dat een deel van het sterrenleger naar de aarde viel, en hij vertrapte het. 11 Hij verhief zich zelfs tegen de vorst van het leger, waardoor de vorst het dagelijks offer werd ontnomen en zijn heiligdom werd neergehaald. 12 Hij bracht een leger op de been tegen het dagelijks offer, hij overtrad de wet en richtte de waarheid te gronde. Alles wat hij ondernam lukte hem. 13 Toen hoorde ik een heilige spreken, en een andere heilige zei tegen degene die gesproken had: ‘Hoe lang zal het duren, wat in het visioen is gezegd over het dagelijks offer en de verwoestende overtreding, de ontwijding van het heiligdom en het vertrapte leger?’ 14  Hij zei tegen mij: ‘Drieëntwintighonderd avonden en ochtenden; daarna zal het heiligdom in ere worden hersteld.’(NBV)

Het is al weer een paar jaar geleden dat op het rooster van het Nederlands Bijbelgenootschap stukjes uit het boek Daniël stonden. Een boek dat achterin de Hebreeuwse Bijbel terecht was gekomen. Een verhaal over de ballingschap. Voor Christenen een profeet omdat in dat boek nogal wat weggedroomd wordt over hoe het zal aflopen met de mensen. Het verhaal van Daniël zelf is snel verteld. Hij werd met een aantal vrienden als zeer jonge man naar Babel gebracht en kreeg een opleiding aan het hof van de koning. Langzaam was hij opgeklommen tot een belangrijk raadgever van de Koning. Maar hij had nooit zijn afkomst als Judeese jongen verloochend. Die Daniël bleef ook maar dromen over hoe het in de geschiedenis verder zou gaan met de mensen. In ballingschap is dat ook wel nodig. Je kunt bijna niet geloven dat het ooit vrede zal worden en dat je ooit in een land zal wonen waar willekeur vervangen is door gerechtigheid en uitbuiting door zorgen voor elkaar. Tussen 1914 en 1918 had bijna heel Europa die angst, dat er nooit een einde zou komen aan die verschrikkelijke oorlog die bij ons de Eerste Wereldoorlog zou gaan heten. Dezer dagen herdenkt men in België en Engeland de wapenstilstand die op 11 november 1918 gesloten werd.

Het feit dat deze grote oorlog meer dan 100 jaar geleden is begonnen maakt ook nog steeds grote indruk. Deze zondag was het weer “Poppy” Sunday in Engeland en dan worden de gevallenen herdacht. Wij hebben deze week ook een feestdag. In sommige delen van ons land tenminste. Daar wordt nog het feest van de heilige Maarten gevierd. Dat was een soldaat die toen hij op een koude herfstdag naar huis keerde buiten de poort een arme bedelaar zag liggen rillen van de kou. Hij wierp zijn mantel af, trok zijn zwaard en kliefde de mantel in tweeën. Van oorlog naar eerlijk delen, het lijkt soms een kleine stap. Om ons te herinneren aan het delen met de armen in de komende donkere tijd zingen in sommige delen van Nederland de kinderen huis aan huis met een lampion over Sinte Maarten. Dit jaar blijven ze thuis vanwege Corona. De droom van Daniël laat ons zien dat grootmachten zich graag opblazen tot schijnbaar onoverwinnelijke krachten. Dat ze dan ook de godsdienst willen verbieden hoort er kennelijk bij. Het gebeurde in de dagen van Daniël en het lijkt vandaag de dag in ons land en elders ook de gebeuren. Voor mensen die de godsdienst beleven als dienst aan de medemens blijft al helemaal geen ruimte over. Softies van wie alles maar mag zo heet het al gauw.

Maar de waarschuwing dat macht en onderdrukking alleen maar tot chaos en wanorde leiden hoeven we niet eens uit de Bijbel te leren dat zien we elke dag om ons heen. Na de tweede wereldoorlog viel Duitsland in twee delen uit een. In het communistische deel werd ook geprobeerd religie, geloven in de God van Israël, tot een gepasseerd station te maken. Mensen konden zelf wel een heilstaat bouwen. Dezer dagen wordt ook gevierd dat er uiteindelijk vanuit de kerken een beweging begon die zou lijden tot de val van het regiem en een hereniging van Duitsland. De val van de muur was het eerste signaal dat de droom van vrijheid waarheid zou worden. De mensen in de kerken waren zo sterk op elkaar aangewezen geworden dat de kreet “Wij zijn het volk” voor velen als een geloofsbelijdenis klonk. Daniël droomde er van dat zij die onrecht hadden bedreven daarvoor gestraft zouden worden en dat zij die onder onrecht hadden geleden uiteindelijk goed terecht zouden komen. Ook wij blijven dus maar geloven dat het anders kan en dat het anders moet. En met Sint Maarten oefenen in delen samen met de kinderen.

De ware betekenis

Daniël 7:15-28

15 Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn gemoed geraakt; de visioenen die door mijn hoofd gingen brachten mij in verwarring. 16  Ik wendde me tot een van de omstanders en vroeg hem naar de ware betekenis van dit alles. Hij gaf mij deze verklaring: 17 “Die grote dieren, vier in getal, duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. 18 Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden-voor eeuwig en altijd.”19 Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat anders was dan alle andere, buitengewoon angstaanjagend met zijn ijzeren tanden en bronzen klauwen, dat alles vrat en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrapte; 20 en de betekenis van de tien horens op zijn kop en van de nieuwe horen die opkwam, waarvoor er drie moesten wijken-de horen met ogen en een mond vol grootspraak die er groter uitzag dan de andere. 21 Ik had immers gezien hoe die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overwon, 22 totdat de oude wijze kwam, er recht werd verschaft aan de heiligen van de hoogste God en de tijd aanbrak dat de heiligen het koningschap in bezit kregen. 23 Hij zei: “Dat vierde dier duidt op een vierde koninkrijk dat op aarde zal komen, anders dan alle andere koninkrijken, en dat de hele aarde zal verslinden, vertrappen en vermorzelen. 24 Die tien horens duiden op tien koningen die uit dat koninkrijk zullen opstaan, maar na hen zal een andere opstaan, anders dan alle vorige, en deze zal drie koningen ten val brengen. 25 Hij zal in opstand komen tegen de hoogste God, en de heiligen van de hoogste onderdrukken. Hij zal proberen hun feesten en hun wet te veranderen, en zij zullen aan zijn heerschappij zijn overgeleverd voor één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd. 26 Dan zal het hof plaatsnemen en zal hem zijn heerschappij ontnomen worden, hij zal voor eeuwig verdelgd en vernietigd worden. 27 Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de hoogste God. Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen hem dienen en gehoorzamen.” 28 Hier eindigt mijn verslag. Wat mij, Daniël, betreft, mijn gedachten brachten mij geheel in verwarring en ik werd bleek; ik koesterde die woorden in mijn hart.’ (NBV)

De rare dromen die Daniël heeft gehad hebben hem danig in verwarring gebracht. Men kan dan wel zeggen dat uiteindelijk de mensen die blijven geloven in die nieuwe hemel en nieuwe aarde dat nieuwe koninkrijk zullen beërven maar al die oorlogen tussen al die machtige koningen sluiten meer aan bij de werkelijkheid van alle dag dan die mooie droom. Angst is altijd maar weer een machtig wapen. Daniël zal uiteindelijk voor het geloof in de goede afloop kiezen maar in onze dagen zijn de mensen daar nog niet zo direct van overtuigd. Godsdienst is ook vaak een handige reden om je handelen achter te verschuilen, zeker als het met geweld, onrecht en onderdrukking gepaard gaat. Zelfs ongelovigen verschuilen zich vaak achter hun levensovertuiging om de slechte dingen die ze doen te rechtvaardigen, dan gaat de onderdrukking onder het mom van de een of andere vrijheid. Tegenwoordig zegt men het vaak over Moslims, anderen zeggen het soms over christenen. Altijd is het een onzin verhaal alleen bedoeld om in te spelen op de angst voor het onbekende. Samen werken met respect voor elkaar is veel moeilijker.

Dwars door de hebzucht van de rijken en machtigen blijven strijden voor eerlijk delen en het laten meedoen van iedereen aan de samenleving is moeilijk. Zeker als die haatzaaiers ook nog gelijk gaan krijgen. We zien dat maar al te vaak om ons heen. Als jou geloof niet deugt volgens de heersende overtuiging dan moet je een weg zoeken om je geloof te verdedigen. Die weg is er bijna altijd, voor jonge moslims is het nu de Islamitische Staat, vergelijkbaar met iets als het Koninkrijk van God. Die jonge moslims zijn vaak jongeren uit Nederlandse gezinnen die niet als moslim geboren zijn maar die zich tot de Islam hebben bekeerd. Daar waren de regels duidelijk, daar weet men met elkaar om te gaan zonder ruzie te maken. Daar ken je de weg, de waarheid en de beloning. Christenen kunnen leren van de bekering van die jongeren tot de Islam. Is de weg binnen het Nederlandse Christendom onduidelijk geworden? Is de Waarheid van Christus niet meer herkenbaar maar wordt die nog al te vaak verpakt in zeventiendeeeuwse of negentiendeeeuwse  taal en is die niet meer relevant voor de manier waarop we het leven van alledag leven?

Daniël ziet die opstand tegen zijn God in zijn eigen omgeving. Waar was die God toen het volk in ballingschap werd gebracht? Was het niet duidelijk dat die God verslagen was door de machtige goden van Babel? Waarom greep die God niet in toen het volk Israël begon met het afwijken van de weg die ze hadden geleerd van Mozes? Die God stuurt geen donderslagen zoals de oppergod van Babel deed, de dondergod Mardoek. Die God stuurt profeten waar niemand naar luistert. Die God stuurt dromers zoals Daniël was. Die God laat de machtige volken met elkaar oorlog voeren en neemt het voor lief dat de zwaksten daar iedere keer weer het eerste slachtoffer van worden. Die God van Joden en van Christenen kan nooit de goede God zijn volgens jongeren die zich tot een andere godsdienst bekeren. Als de God van Abraham en Hagar werkelijk had omgezien naar de kinderen van Hagar dan hadden de kinderen van Abraham en Izaäk hun broeders wel herkent en hen een vruchtbaar land gegund. De droom van Daniël eindigt hier niet. Die gaat door tot er een eind komt aan geweld en onderdrukking en de mensen echt geleerd hebben te leven volgens de Liefde, volgens de richtlijnen voor de menselijke samenleving zoals die in de woestijn aan Israël waren gegeven. Dat einde mag ons doen werken aan een samenleving waar echte vrede heerst en iedereen  mag meedoen, ook vandaag weer.

Hij schreef die droom op

Daniël 7:1-14

1-2 In het eerste jaar van koning Belsassar van Babylonië had Daniël een droom, beelden kwamen in hem op tijdens zijn slaap. Hij schreef die droom op en zijn verslag begon aldus: ‘Ik had een nachtelijk visioen waarin ik zag hoe de vier winden van de hemel de grote zee in beroering brachten. 3 Vier grote dieren rezen op uit de zee, elk met een andere gestalte. 4 Het eerste dier leek op een leeuw, maar dan met adelaarsvleugels. Ik zag hoe zijn vleugels werden uitgerukt, hoe het dier werd opgetild, op twee voeten overeind werd gezet als een mens en ook het hart van een mens kreeg. 5 Toen verscheen er een tweede dier; het leek op een beer en het had zich half opgericht. Het hield drie ribben tussen de tanden van zijn muil, en het dier werd aangespoord met de woorden: “Sta op, eet veel vlees.” 6 Daarna zag ik een ander dier; het leek op een panter, maar dan met vier vogelvleugels op zijn rug, en het had ook vier koppen. Dit dier werd macht toebedeeld. 7 Daarna zag ik in mijn nachtelijke visioenen een vierde dier, angstaanjagend, afschrikwekkend en geweldig sterk, met grote ijzeren tanden. Het vrat en vermaalde alles, en wat overbleef vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van alle dieren die daarvoor verschenen waren, en het had tien horens. 8 Toen ik naar de horens keek zag ik hoe een kleine, nieuwe horen tussen de andere opkwam; drie van de oude horens werden uitgerukt om er plaats voor te maken. En in die horen bevonden zich ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak. 9 Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. 10 Een rivier van vuur welde op en stroomde voor hem uit. Duizend maal duizenden dienden hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor hem. Het hof nam plaats en de boeken werden geopend. 11 Ik zag hoe het dier werd gedood vanwege de grootspraak van de horen, ik zag hoe zijn lichaam werd vernietigd en aan de vlammen werd prijsgegeven. 12 De andere dieren werd wel hun macht ontnomen, maar hun werd nog enige tijd van leven gegund. 13 In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. 14 Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan. (NBV)

Door de eeuwen heen zijn er hele volken van het ene deel van de aarde naar het andere verplaatst door machthebbers omdat dat politiek nu eenmaal beter uitkwam. Het volk Israël werd in haar geschiedenis naar Babylon gedeporteerd. En daar hebben we eigenlijk ook de Bijbel aan te danken. Het is voor zo’n volk in een vreemde omgeving belangrijk om de eigen cultuur en gewoonten vast te houden. Voor Israël was dat de godsdienst. Uit allerlei delen van Israel kwamen delen van het verhaal over de godsdienst. Priesters hadden delen meegenomen uit de tempel in Jeruzalem en sommigen hadden hele stukken uit het hoofd geleerd. Dat schreven ze op, daar discussieerden ze over en zo ontstond een verzameling geschriften en verhalen die we nu terugvinden in wat we het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel noemen. Het boek Daniël verteld hoe in ballingschap het geloof werd behouden. Onder meer dus door je dromen op te schrijven. Want ooit was gezegd dat een volk zonder visioen teugelloos zou worden.

Waar het met je leven heen moet of heen zou kunnen is een belangrijk gegeven. Daniël leert ons in dit hoofdstuk dat de tekenen van de tijd waarover je kunt dromen ook wel eens angstaanjagend kunnen zijn. Een goede toekomst voor iedereen komt niet vanzelf, daar moet je samen aan werken. Het is even wennen misschien die vreemde taal over dieren en tronen maar als je er aan gewend bent is het toch een fantastisch mooi visioen dat van Daniël. Die dieren die hij de ene na de andere ziet verschijnen zijn rijken, beschavingen zelfs misschien. Wie kijkt naar de geschiedenis weet dat we de Babylonische, de Egyptische, de Griekse, de Romeinse en nog veel meer beschavingen hebben gehad. De ene machthebber komt op en de andere gaat ten onder. In Duitsland herdenken ze de val van de muur, ooit voor onmogelijk gehouden. Soms lijkt het of er veel van die machthebbers zijn die tegen elkaar opbieden maar altijd weer gaan uiteindelijk hun rijken ten onder. Ongetwijfeld zal ook ons Koninkrijk der Nederlanden niet eeuwig blijven bestaan. langzaam gaan we misschien wel op in een Europa als één land.

En als het langzaam gaat zal het ook vreedzaam kunnen gaan. Maar ook die beschaving is niet blijvend. Uiteindelijk is natuurlijk God de Heer van hemel en aarde. Mooi gezegd maar waar dient dat toe. Vergeet niet dat Daniël dit visioen kreeg toen hij met heel het volk gevangen zat in Babylon. Slaven waren ze, onderworpen aan Koningen die zichzelf regelmatig tot God uitriepen. En dan de verleiding te weerstaan om die koningen in godsnaam maar te gaan aanbidden daar kwam het op aan. Dat visioen kon daarbij helpen, niet de godkoning, het beest dat zo machtig leek, had het laatste woord maar de mens die uit de hemel kwam. Je houden aan het verbond met God, eerlijk delen dus, en rechtvaardig zijn, je naaste liefhebben als jezelf, daar kwam het op aan want uiteindelijk ligt daar alle macht. Babylon lag volgens geleerden daar waar nu Irak ligt. Het rijk van de absolute heerser daar is ten onder gegaan. Maar ook het rijk van Amerika zal ten onder gaan, met of zonder geweld. Op het eind van de Bijbel staat dat uiteindelijk alle volken zich naar de richtlijnen van God voor een menselijke samenleving zullen keren en God zelf op deze aarde een tent zal spannen. Maar zover is het nog niet. Voorlopig zullen we moeten volhouden en het moeten doen met het visioen dat ons gegeven is. En we moeten er voor zorgen dat we anderen dat visioen niet ontnemen maar juist weer uitzicht geven op gerechtigheid en vrede, dan komt het dichterbij.