Het zal weer bewoond worden

Jesaja 44:21-28

21 Neem deze dingen ter harte, Jakob, neem ze ter harte, Israël, want jij bent mijn dienaar. Ik heb je gevormd, je bent mijn dienaar, Israël, Ik zal je niet vergeten. 22 Ik heb je misdaden als een wolk doen verdampen, je zonden als de ochtendnevel. Keer terug naar Mij: Ik zal je vrijkopen. 23 Juich, hemel, want de HEER heeft dit gedaan, jubel, diepten van de aarde, bergen, breek uit in gejuich, en ook jullie, bossen met al je bomen: ja, de HEER koopt Jakob vrij, in Israël toont Hij zijn luister. 24 Dit zegt de HEER, je bevrijder, die je al in de moederschoot heeft gevormd: Ik, de HEER, ben het die alles gemaakt heeft, de enige die de hemel heeft uitgespannen, die zelf de aarde heeft uitgespreid. 25 Die de tekenen van orakelpriesters verstoort en waarzeggers ontmaskert, die wijzen naar de achtergrond dringt en hun kennis bespottelijk maakt, 26 die het woord van zijn dienaar gestand doet en vervult wat zijn boden hebben voorzegd. Die van Jeruzalem zegt: ‘Het zal weer bewoond worden,’ en van Juda’s steden: ‘Ze zullen herbouwd worden, en wat verwoest was, laat Ik herrijzen.’ 27 Die de diepste oceaan gebiedt: ‘Word droog! Ik zal je waterstromen droogleggen.’ 28 Die over Cyrus zegt: ‘Dit is mijn herder, alles wat Ik wil, brengt hij ten uitvoer: hij geeft opdracht om Jeruzalem te herbouwen en voor de tempel de fundering te leggen.’ (NBV21)

We willen zo graag weten wat de toekomst ons brengt. Dat lied van Jaqueline E. van der Waals:” Wat de toekomst brengen moge, mij geleid des Heren hand” is ons niet genoeg. Waarzeggers, astrologen, mediums, instraalsters ze verdienen kapitalen aan onze behoefte de toekomst te kennen. Wie de Weg van de God van Israël wil gaan keert zich af van die onzinvertellers. De toekomst ligt al vast net als het verleden. Niet de toekomst van elk van ons individueel, wij hebben nog steeds de keus deel uit te maken van de toekomst van die God of juist niet met die God de toekomst in te gaan. In de Bijbel vertellen profeten over de toekomst. Maar ze vertellen eerder hoe het in licht van hun tijd zal aflopen dan dat ze iets nieuws vertellen dat nog niet aan het gebeuren was. Jesaja heeft het over de terugkeer van ballingen en de herbouw van Jeruzalem en de Tempel. De herrijzing van Juda als herkenbare eenheid voor bewoning door de mensen die de Weg van de God van Israël zijn gegaan.

Die terugkeer is eigenlijk al begonnen toen ze er in de ballingschap voor kozen toch vast te blijven houden aan de richtlijnen voor de menselijke samenleving die ze van die God hadden gekregen. Ze hadden de verhalen er over bijeengebracht, opgeschreven waar dat nog nodig was, op een rij gezet waar ze versnipperd waren geraakt. De profeet ziet in de politieke veranderingen in zijn tijd een teken dat er ook voor zijn volk wat te veranderen staat. Die koning Cyrus van Perzië is een heel ander soort koning dan de koningen van Babel die ze hadden leren kennen. Die Cyrus, of Kores zoals hij ook wel in de Bijbel genoemd word, bestuurt zijn rijk zoals een herder zijn kudde schapen bestuurt. Hij zorgt er voor dat ze grazige weiden hebben en helder fris water waar ze kunnen drinken. Cyrus versterkte zijn rijk door bondgenoten te maken van de overwonnen volken. Bondgenoten zouden minder snel in opstand komen dan vernederde volken.

En die leeggeroofde landen waar de bevolking in ballingschap was gebracht waren een welkome prooi voor rovers en buurvolken die nog niet onder de macht van Cyrus waren gebracht. Sterke steunpunten waren veel belangrijker, welke godsdienst er dan werd beleden was minder relevant. Cyrus kwam nog uit de cultuur die geloofde dat elke land en elke stad haar eigen God had die je eer moest bewijzen als je toevallig in dat land of die stad kwam. Die Judeeërs hadden dat begrepen, zij kwamen uit Juda en bleven dus vasthouden aan hun eigen God. Nu dat konden ze beter doen in hun eigen land, dan bleven ze vrienden van Cyrus. Zo bondgenootschappen vormen, met respect voor je bondgenoten is dus volgens de Bijbel het meest vruchtbaar. Hoe wordt er met ons als bondgenoot omgegaan? Een vraag die niet alleen tussen naties hoeft te gelden maar ook tussen overheid en burgers, tussen burgers onderling, tussen werkgevers en werknemers en noem maar op. Een vraag die je elke dag opnieuw mag stellen.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *