Wijs elkaar terecht

Hebreeën 3:12-19

12 Let er dus op, broeders en zusters, dat niemand van u door een kwaadwillig, ongelovig hart afvallig wordt van de levende God, 13 maar wijs elkaar terecht, elke dag dat dit ‘vandaag’ nog geldt, opdat niemand van u door zonde verleid wordt en daardoor halsstarrig wordt. 14 Want alleen als we tot het einde toe resoluut vasthouden aan ons aanvankelijk vertrouwen, blijven we deelgenoten van Christus. 15 Wanneer er gezegd wordt ‘Horen jullie vandaag zijn stem, wees dan niet halsstarrig, als tijdens de opstand’ – 16 wie waren het dan die zijn stem hoorden en toch opstandig werden? Waren dat niet al degenen die onder Mozes’ leiding uit Egypte waren weggetrokken? 17 Tegen wie was zijn toorn veertig jaar lang gericht? Waren dat niet degenen die gezondigd hadden en van wie de lijken in de woestijn lagen? 18 En aan wie zwoer Hij dat ze zijn rust niet zouden binnengaan-toch zeker aan hen die ongehoorzaam waren? 19 Zo zien we dat zij er niet konden binnengaan vanwege hun ongeloof. (NBV21)

De brief aan de Hebreeën probeert de problemen in de Christelijke gemeente op te lossen door te wijzen op de problemen die geschetst werden in de Hebreeuwse Bijbel. De geboden uit de Tora moesten worden vervuld, dat was iets anders dan je voortdurend houden aan de letterlijke geboden en er moesten gemeenschappen gevormd worden van mensen die volgens de geldende opvattingen nooit samen in een gemeenschap zouden kunnen leven. Nu dat was ook al zo bij het volk in de woestijn. Talrijk zijn de verhalen over opstanden en dwalingen. Wie stonden er op tegen de weg die Mozes namens God wees? De mensen die de slavernij in Egypte hadden meegemaakt. Het leek er op dat ze leven als slaaf beter vonden dan de bevrijding die God had gebracht.

De leer van Mozes had al rekening gehouden met de weerstand die dat nieuwe systeem van eigen verantwoordelijkheid zou oproepen. Elk jaar moesten de Israëlieten hun eigen weerstand onder ogen zien en erkennen en opnieuw de verplichting uit het verbond op zich nemen de Tora te vervullen, de Weg te gaan die Mozes namens God had gewezen. Grote verzoendag noemden ze dat. Alle ergernis die de gelovigen hadden, ergernis en weerstand waarmee ze God hadden geëergerd moest worden weggenomen, terug naar het resoluut vasthouden aan dat verbond. De Hogepriester hield het ze voor en bezwoer bij God om het verbond niet als verbroken maar als vernieuwd te beschouwen. Voor Christenen was Jezus die Hogepriester geworden. In Christus moest je leven en je eigen ik opgeven.

De bijeenkomsten van die Christenen hadden in het begin ook veel weg van de bijeenkomsten die de Joden in hun synagogen hadden. Maar Joden en Heidenen bij elkaar, mannen en vrouwen, armen en rijken, slaven en vrijen, dat was voor iedereen vreemd, dat viel op en was voor sommigen aantrekkelijk maar voor velen afstotelijk. Hou daar maar eens aan vast. Die weerzin is nog steeds niet anders. Wie opkomt voor de armsten in de wereld en alles over heeft om het lijden van de minsten te verzachten of op te heffen, wordt vaak bespot en veracht, maar ook, zij het zelden, gewaardeerd. Volhouden kan dus echt alleen als je je vereenzelvigd met die Jezus van Nazareth, in zijn Geest handelen en naar zijn Geest luisteren. Dat mag ook vandaag weer.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *