Hebreeën 13:17-24
17 Gehoorzaam uw leiders en schik u naar hen, want zij waken over uw leven en zullen daarvan ook rekenschap moeten afleggen. Zorg ervoor dat zij hun taak met vreugde kunnen vervullen, zodat ze geen reden tot klagen hebben: dat zou u zeker niet ten goede komen. 18 Bid voor ons. We zijn ervan overtuigd dat ons geweten zuiver is, omdat we er op elk terrein naar streven het goede te doen. 19 Toch vraag ik dringender dan ooit om uw gebed, zodat ik des te eerder bij u zal worden teruggebracht. 20 Moge de God van de vrede, die onze Heer Jezus, de machtige herder van de schapen, door het bloed van het eeuwig verbond uit het dodenrijk heeft weggeleid, 21 u toerusten met al het goede, zodat u zijn wil kunt doen. Moge Hij in ons datgene tot stand brengen wat Hem welgevallig is, door Jezus Christus, aan wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid. Amen. 22 Ik vraag u dringend, broeders en zusters, ontvankelijk te zijn voor deze woorden van bemoediging, ook al heb ik u maar beknopt geschreven. 23 Wist u dat onze broeder Timoteüs is vrijgelaten? Als hij snel genoeg komt, zullen wij u samen kunnen bezoeken. 24 Groet al uw leiders en alle heiligen. De gelovigen uit Italië laten u groeten. (NBV21)
Soms lijken die teksten uit zo’n brief aan de Hebreeën nogal taai en duister. Maar dat valt bij nader lezen toch we mee. De belofte die hier boven staat geeft hoop. De nieuwe stad, de stad met alleen maar het goede, die komt. We hoeven niet te blijven zitten met een samenleving waar de wet van rechtvaardigheid, liefde en vrede niet geldt. Voor de komst van die stad zijn niet allerlei rare rituelen nodig. Klankschalen, ingewikkelde lichaamsoefeningen, gekleurde stenen, wierook en andere geuren, latijnse formules, ze brengen de nieuwe stad geen milimeter of minuut dichterbij. De offers die in de heilige tent in de woestijn werden gebracht waren voor de priesters. Wat er over bleef werd buiten de stad verbrand. De kruisiging van Jezus lijkt daarmee op een offer. Eindelijk is iemand door de dood heengegaan en trouw gebleven aan het volgen van de richtlijnen uit de leer van Mozes. Het kan, het gebeurt en Jezus is nog steeds dezelfde, hij leeft.
Ook voor ons geeft dat hoop, ook in onze samenleving is eerlijk delen een reeële mogelijkheid. We hoeven het niet te pikken dat de rijken rijker en de armen armer worden. De brief aan de Hebreeën beveelt ons aan te blijven luisteren naar wat er in de Bijbel wordt verteld. Dag in dag uit hebben we dat nodig. Deel het met anderen, vertel het door, en vooral: ga er naar leven. Dat dag in dag uit vertellen gebeurt natuurlijk ook door voorgangers van gemeenten. Veel mensen denken dat die alleen op Zondag vertellen over wat ze in de Bijbel lezen maar de kerkdienst is maar een deel van hun werk. De brief aan de Hebreeën vraagt aan de lezers om er voor te zorgen dat die voorgangers hun werk met vreugde kunnen vervullen. Dat kan natuurlijk door een oude wijsheid van de markt te volgen, hebt U kritiek zeg het ons, vindt U het goede zeg het anderen. Bij voorgangers gebeurt het nog al te vaak dat de kritiek luidkeels in de gemeente wordt besproken terwijl datgene wat goed is verzwegen lijkt te worden. Maar voorgangers doen dus meer dan alleen optreden in kerkdiensten.
Door de week bezoeken ze gemeenteleden die bezoek nodig hebben. Ze leiden huwelijksdiensten, ze leiden begrafenisdiensten. Ze leven mee met mensen in nood. Ze vertellen jongeren over de kerk waar die jongeren groot in worden in de hoop dat die jongeren mee verantwoordelijkheid gaan dragen als ze volwassen worden. En voorgangers worden blij als ze om zich heen een actieve gemeente hebben die bereid zijn ouderen te bezoeken, zieken te troosten, bedroefden op te vangen, hongerenden te voeden, gevangenen te bezoeken en noem maar op. Je hoeft als gelovige het werk voor de naaste niet alleen te doen, je doet het altijd als deel van een gemeenschap. Daar wilde de schrijver van deze brief niet voor niets weer heen. Zorg dus ook vandaag voor een gemeenschap waar een schrijver als die van de brief aan de Hebreeën graag weer naar terug zou willen.