Deuteronomium 27:1-13
1 Mozes droeg, samen met de oudsten van Israël, het volgende aan het volk op: ‘Leef alle geboden na die ik u vandaag gegeven heb. 2 En op de dag dat u de Jordaan oversteekt om het land binnen te gaan dat de HEER, uw God, u zal geven, moet u daar aan de overkant grote stenen oprichten. Nadat u daarop een kalklaag hebt aangebracht, 3 moet u de wetten waarin ik u onderwezen heb erop schrijven. Dan mag u het land van melk en honing, dat de HEER, de God van uw voorouders, u heeft beloofd, binnentrekken. 4 Plaats, zodra u de Jordaan bent overgestoken, de stenen op de Ebal, zoals ik u nu voorschrijf, en voorzie ze van een kalklaag. 5 Bouw daar bovendien een altaar voor de HEER, uw God, van stenen die niet met ijzeren gereedschap bewerkt zijn, 6 en breng Hem brandoffers op het uit ruwe steen opgetrokken altaar. 7 Breng er vredeoffers en houd een feestmaal ten overstaan van de HEER, uw God. 8 Schrijf alle bepalingen van deze wet heel duidelijk op die stenen.’ 9 Omringd door de Levitische priesters zei Mozes tegen heel Israël: ‘Wees stil en luister, Israël. Vandaag bent u het volk van de HEER, uw God, geworden. 10 Wees Hem daarom gehoorzaam en leef zijn geboden en wetten na, zoals ik ze u
nu heb voorgehouden.’11 Daarna gaf Mozes het volk deze aanwijzingen: 12 ‘Wanneer u de Jordaan bent overgestoken, moeten de stammen Simeon, Levi, Juda, Issachar, Jozef en Benjamin zich op de Gerizim opstellen en daar de zegen uitspreken. 13 Op de Ebal moeten zich de stammen Ruben, Gad, Aser, Zebulon, Dan en Naftali opstellen om de vloek uit te spreken. (NBV21)
Het belangrijkste verdrag dat ooit op aarde gesloten is is ongetwijfeld het verbond tussen de God van Israël en het volk dat uit de slavernij in Egypte was bevrijd en op het punt stond het beloofde land te betreden. In dat beloofde land zou het verbond haar werking krijgen. Dat zou een land moeten zijn waar de zorg voor de minsten voorop zou staan. Een land vol van recht en vrede. Een volk waar ieder bereid was alles te delen. En nu het volk op het punt staat dat land binnen te trekken geeft Mozes nog eens aanwijzingen hoe dat moet beginnen. Hij zelf zou niet in dat land binnengaan. De tocht door de woestijn had zo veel druk gegeven, zo veel vertrouwen in God gevraagd dat het volk er eigenlijk aan onderdoor was gegaan.
Nu staan de kinderen en de kleinkinderen gereed om het waar te maken. Zij kennen niet veel anders dan de woestijn. Daar waren pleisterplaatsen, oases en rotsen vol water en vijanden die hen in de rug aangevallen hadden. Dat verbond met die God was iets bijzonders. En dat blijkt ook uit de manier waarop het volk het verbond letterlijk op zich zal nemen. God had de regels voor de menselijke samenleving in stenen gegrift. Nu was het de beurt aan het volk om de richtlijnen zichtbaar te maken op een hoop stenen. De stammen zouden ter weerszijden van de Jordaan gaan staan, over de plaatsen die hier genoemd worden kan nog wel gediscussieerd worden, maar het houden van de richtlijnen strekt tot zegen en het afwijken er van tot vloek.
Beiden kanten worden door het volk onder woorden gebracht. De taal van de Bijbel moet hier in ogenschouw worden genomen. De Bijbel spreekt namelijk geen gewone taal en in ook nauwelijks in onze gewone taal onder te brengen. Het verbond is namelijk niet zo maar een afspraak, jij doet dit en ik doe dat. Nee het verbond schept iets nieuws op aarde. God heeft de bouwstenen geleverd en het volk neemt nu op zich er een geheel nieuw soort volk mee te scheppen. Een volk van Liefde, Vrede en Recht. Wij zitten ook te springen om verdragen. Rusland, Oekraïne, Palestina en Israël. In beide gevallen is het maar te bidden dat de verdragspartners het op zich nemen een wereld te scheppen van Liefde, Vrede en Recht. Wij mogen er mee beginnen en hen er op aanspreken.