Titus 1,5-16
5 Ik heb je op Kreta achtergelaten om, volgens mijn richtlijnen, de resterende zaken te regelen en in elke stad oudsten aan te stellen: 6 onberispelijke mannen met maar één vrouw en met gelovige kinderen die niet kunnen worden beschuldigd van schandelijk gedrag en ongehoorzaamheid. 7 Een leider van de gemeente moet als beheerder van Gods huis onberispelijk zijn: hij mag niet eigenzinnig optreden, niet driftig zijn, niet te veel drinken, niet gewelddadig zijn en niet hebzuchtig; 8 hij moet juist gastvrij zijn, goedwillend, bezonnen, rechtvaardig, toegewijd en beheerst. 9 En hij moet zich houden aan de betrouwbare boodschap die in overeenstemming is met de leer, zodat hij in staat is om anderen met heilzaam onderricht te bemoedigen en dwarsliggers terecht te wijzen. 10 Want er zijn daar veel ongehoorzame mensen, praatjesmakers en bedriegers, vooral onder Joodse gelovigen. 11 Hun moet de mond worden gesnoerd; ze richten hele families te gronde door uit schandelijk winstbejag de verkeerde dingen te onderwijzen. 12 Het was ook een Kretenzer, hun eigen profeet zelfs, die zei: ‘Kretenzers liegen altijd, het zijn gemene beesten, vadsige vreters.’ 13 Dát is pas een waar woord! Wijs hen daarom streng terecht, zodat ze een heilzaam geloof krijgen, 14 zich niet langer interesseren voor Joodse verzinsels en zich geen regels laten opleggen door mensen die zich van de waarheid hebben afgekeerd. 15 Voor wie rein zijn, is alles rein; maar voor wie bezoedeld en ongelovig zijn, is niets rein, want zowel hun verstand als hun geweten is bezoedeld. 16 Ze belijden dat ze God kennen, maar hun daden weerspreken dat. Weerzinwekkend zijn ze, onwillig en niet in staat tot ook maar iets goeds. (NBV21)
Titus werkt volgens deze brief op Kreta en Kretenzers hadden zo hun eigen geloof en gewoonten. Eén man met meerdere vrouwen en een hele sleep ongeregelde kinderen was kennelijk geen uitzondering. Daar konden, en kunnen nog steeds, de meest wilde verhalen over de ronde doen die geen reclame zouden vormen voor de nieuwe godsdienst. En reclame voor die nieuwe godsdienst daar moest het om gaan. Vrouwen zijn geen bezit maar vrij letterlijk een wederhelft, een christelijke gemeente straalt dat uit. De schrijver van de brief aan Titus heeft de wetenschap overigens een citaat gegeven waar lang op is gestudeerd: “Alle Kretenzers zijn leugenaars, zei de Kretenzer” Deze zin kan dus niet. Of de Kretenzer liegt en dan is hij een leugenaar, maar zijn niet alle Kretenzer leugenaars, of de Kretenzer liegt niet en dan zijn alle Kretenzers leugenaars maar dan liegt hij dus ook en zijn niet alle Kretenzers leugenaars.
Volgens de schrijver van deze brief liegt deze valse profeet dus. De briefschrijver kan behoorlijk tekeer gaan tegen deze valse profeten en valse leraars. Ik heb er al eens eerder op gewezen dat er in de Bijbel forse scheldpartijen tegen profiteurs voorkomen. De daden zijn uiteindelijk toonaangevend voor het waarheidsgehalte. Worden de armen er beter van, komt er echte rechtvaardigheid en vrede? Is er echt sprake van een welbehagen in mensen? . De armen worden weggepoetst in preken van Anton Piek die met kerst bekeken kunnen worden in een christelijke Efteling. Het zijn de sprookjes die bij het jaargetijde horen. Dat de schapen in Israël van mei tot september in het veld bleven was door de geleerden even vergeten. . De brief aan Titus waarschuwt voor iets dat Joodse verzinsels genoemd wordt. In de tijd dat de brief is geschreven wilde men graag de Griekse godsdiensten verenigen met de Joodse Godsdienst.
Ook een probleem dat Paulus al aan de orde stelde speelde in de tijd van deze brief nog steeds een rol. Een deel van de Joden wilde dat de Heidenen die Christen werden zich bekeerden tot het Jodendom. Besnijdenis en de ingewikkelde spijswetten moesten ook voor hen gelden. Al heel vroeg in het bestaan van de mensen van de Weg was door de apostelen besloten dat dit niet opging. Geloof in Jezus als zoon van de God van Israël was voldoende. Het begrip “Joodse Verzinsels” is dus ook geen generalisatie van alle Joden die alleen slechte dingen deden. Maar als het ineens over je eigen geluk gaat, over praten met je voorouders, praten met geesten zit het niet goed. Dan gaat het over toekomstvoorspellingen, over de taal van de sterren. Voor deze briefschrijver moet je alleen letten op de daden. Daarom: als je mee wil doen met het verhaal van Jezus van Nazareth en wil helpen de wereld te bevrijden van bedrog, onderdrukking, onrecht en armoede dan heeft ook het kerstverhaal daarin een eigen betekenis.