Dienaar van God

Titus 1,1-4

1 Van Paulus, dienaar van God, apostel van Jezus Christus, gestuurd om het geloof van Gods uitverkorenen te versterken en hun kennis bij te brengen van de waarheid die tot vroomheid leidt, 2 in de hoop op het eeuwige leven dat God, die niet liegt, vóór alle tijden heeft beloofd. 3 Hij heeft de tijd bepaald waarop zijn woord door de verkondiging bekendgemaakt werd, en deze verkondiging is mij nu in opdracht van God, onze redder, toevertrouwd. 4 Aan Titus, mijn waarachtig kind in ons gemeenschappelijk geloof. Genade en vrede van God, de Vader, en van Christus Jezus, onze redder! (NBV21)

Vandaag beginnen we te lezen in de brief die gecomponeerd werd alsof Paulus schreef aan zijn assistent Titus, maar de brief is van een tijd na het leven van Paulus en misschien ook wel nadat Titus al was overleden. We krijgen een kijkje in de opbouw van een nieuwe godsdienst in een bestaande wereld. Een nieuwe godsdienst die langzaam een vaste plaats tussen de andere godsdiensten had gekregen. Het Christendom was niet langer een gevaarlijke ondergronds levende sekte maar was een godsdienst naast alle andere, met overigens een paar eigenaardige eigenschappen.
Allereerst stelt Paulus zich voor. Niet meer als apostel die door God zelf gestuurd was maar als gelovige die de mede gelovigen moet versterken.

Al in de eerste zin gaat het dus ook om versterking van de nieuwe geloofsgemeenschap. Kennis van die nieuwe godsdienst is daarbij heel belangrijk. Christenen weten waar ze het over hebben en angst voor de dood hebben ze niet want hen is een eeuwig leven beloofd. Titus werkt volgens deze brief op Kreta en Kretenzers hadden zo hun eigen geloof en gewoonten. Titus is een directe collega van Paulus. En als deze brief zou worden voorgelezen aan de gemeente versterkt de manier waarop Titus hier wordt voorgesteld zijn gezag.

Maar wie zou daar wat aan hebben als Titus gestorven zou zijn. Zijn directe opvolgers. Zij die er voor hebben doorgeleerd zeggen ze tegenwoordig. Daarom moet elke gemeenschap van Christenen, elke plaatselijke kerk een dominee hebben die er voor heeft doorgeleerd. Dat Paulus zegt dat elke gelovige de kennis over Jezus van Nazareth en de liefde voor de naaste moet kunnen doorgeven speelt in die discussie geen rol. Voor gelovigen wel, die zijn uit op die kennis en daar kan het lezen van de brief aan Titus ook vandaag bij helpen.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *