De familie Zonderschoen.

Deuteronomium 25:1-10

1 Wanneer twee mannen een geschil hebben en ermee naar de rechter gaan, en in het vonnis wordt de een vrijgesproken en de ander veroordeeld, 2 dan moet de rechter de schuldige, als die tot stokslagen veroordeeld is, op de grond laten neerleggen en hem in zijn bijzijn het aantal slagen laten toedienen dat past bij het misdrijf. 3 Ten hoogste veertig stokslagen mogen hem gegeven worden, niet meer. Anders wordt er geen maat gehouden, en zou een volksgenoot voor uw ogen zijn eer verliezen. 4 U mag een rund bij het dorsen niet muilkorven. 5 Wanneer twee broers bij elkaar wonen en een van hen sterft zonder dat hij een zoon heeft, dan mag zijn weduwe niet de vrouw worden van iemand buiten de familie. Haar zwager moet met haar slapen; hij moet haar tot vrouw nemen en de zwagerplicht tegenover haar vervullen. 6 De eerste zoon die zij baart geldt dan als zoon van zijn gestorven broer, opdat diens naam onder het volk van Israël niet wordt uitgewist. 7 Maar als de man weigert met zijn schoonzus te trouwen, dan moet zij naar de stadsoudsten in de poort gaan en zeggen: ‘Mijn zwager weigert de naam van zijn broer te laten voortleven onder het volk van Israël. Hij weigert zijn zwagerplicht tegenover mij te vervullen.’ 8 Dan moeten de stadsoudsten hem erop aanspreken. Als hij blijft bij zijn weigering om met zijn schoonzus te trouwen, 9 moet zij ten overstaan van de oudsten op hem afgaan, hem zijn sandaal uittrekken en hem in zijn gezicht spugen, waarbij ze hem toevoegt: ‘Zo vergaat het de man die zijn broer nageslacht onthoudt.’ 10 En bij de Israëlieten zal zijn familie bekendstaan als de familie Zonderschoen. (NBV21)

We horen het in deze dagen weer luidkeels roepen. Er moet strenger gestraft worden. Zelfs mensen die hulp bieden aan ongedocumenteerden, de papierlozen, moeten gestraft worden. De rest moet levenslang in de gevangenis. Er is zelfs een partij die voor de doodstraf pleit. De Bijbel gaat uit van hele andere vooronderstellingen. Stel nu dat iemand veroordeeld wordt tot stokslagen. Gaan we dan door tot die veroordeelde er dood bij neer valt? Het gedeelte dat we vanmorgen in de richtlijnen voor de menselijke samenleving hebben gelezen wordt dat uitdrukkelijk verboden. De rechter die het vonnis heeft geveld moet er persoonlijk op toezien dat er niet meer slagen worden gegeven dan past bij het misdrijf.

Anders verliest de veroordeelde en zijn familie te veel eer. De Bijbel ziet dus niet alleen op misdaad en straf maar uitdrukkelijk ook op op rehabilitatie, eerherstel. Soms lijken misdrijven uitgelokt worden door omstandigheden en daar moet je altijd rekening mee houden. Een rund dat bij het dorsen van kaf en koren mee eet kan nu eenmaal niet anders en je mag dat rund dat kaf en dat koren ook niet onthouden. Respect voor elkaar, ook voor mensen die verkeerd doen speelt een grote rol. En als je dat respect, je verantwoordelijkheid voor de ander, verliest dan verlies je ook je eer in de gemeenschap. Ook daar lezen we over in dit Bijbelgedeelte. In Israël was het je plicht om te zorgen voor de weduwe. We zijn in het boek Deuteronomium de weduwen al een paar keer tegengekomen.

Zij mochten mee-eten van de offermaaltijd, mochten de vergeten schoven en het neergevallen graan van het akker halen, achtergebleven vijgen en druiven rapen en hun zwager moest dus voor hun economische toekomst zorgen. Kinderen zijn in heel veel samenlevingen nog steeds een vorm van pensioenverzekering. Bij ons overigens ook. Al gaat het via de overheid maar om de pensioenen van de vergrijzing te betalen moeten we zorgen voor vreemdelingen die het werk voor ons doen. Waarom we de vreemdelingen uitzetten is daarom een raadsel, we hebben ze veel te hard nodig. Maar als je niet wilt zorgen voor de weduwe dan heet je dus “zonder schoen”, op grote voet doch ook op blote voet levend.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *