Van Jeruzalem naar Gaza.

Handelingen 8:26-40

26 Een engel van de Heer zei tegen Filippus: ‘Ga tegen de middag naar de verlaten weg van Jeruzalem naar Gaza.’ 27 Filippus deed wat hem gezegd werd en ging naar die weg toe. Net op dat moment was daar een Ethiopiër, een eunuch, een hoge ambtenaar van de kandake, de koningin van Ethiopië, die belast was met het beheer van haar schatkist. Hij was in Jeruzalem geweest om daar God te aanbidden 28 en zat nu op de terugweg in zijn reiswagen de profeet Jesaja te lezen. 29 De Geest zei tegen Filippus: ‘Ga naar die man daar in de wagen.’ 30 Filippus haastte zich naar hem toe en hoorde hem de profeet Jesaja lezen, waarop hij vroeg: ‘Begrijpt u ook wat u leest?’ 31 De Ethiopiër antwoordde: ‘Hoe zou dat kunnen als niemand mij uitleg geeft?’ Hij nodigde Filippus uit om in te stappen en bij hem te komen zitten. 32 Dit was het schriftgedeelte dat hij las: ‘Als een schaap werd Hij naar de slacht geleid; als een lam dat stil is bij zijn scheerder deed Hij zijn mond niet open. 33 Hij werd vernederd en Hem werd geen recht gedaan, wie zal van zijn nakomelingen verhalen? Want op aarde leeft Hij niet meer.’ 34 De eunuch vroeg aan Filippus: ‘Kunt u me zeggen over wie de profeet het heeft? Over zichzelf of over een ander?’ 35 Daarop begon Filippus met hem te spreken over het evangelie van Jezus, waarbij hij deze schrifttekst als uitgangspunt nam. 36 Onderweg kwamen ze bij een plaats waar water was, en de eunuch zei: ‘Kijk, water! Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?’ 37 38 Hij liet de wagen stilhouden en beiden liepen het water in, zowel Filippus als de eunuch, waarna Filippus hem doopte. 39 Toen ze uit het water kwamen, greep de Geest van de Heer Filippus en nam hem mee, en de eunuch zag hem niet meer, maar vervolgde zijn weg vol vreugde. 40 Filippus kwam terecht in Azotus; van daar reisde hij verder om in alle steden het evangelie te verkondigen, tot hij in Caesarea aankwam. (NBV21)

Soms lijkt het zo eenvoudig dat lezen van de Bijbel. Er zijn mensen die onophoudelijk zinnetjes uit de Bijbel citeren en daarmee proberen hun geloof aan te tonen, of te showen. Er zijn zelfs onderwijzers die de kinderen op hun school losse zinnetjes uit de Bijbel uit het hoofd laten leren en laten opdreunen. Teksten noemen ze die zinnetjes. In het leesrooster geven ze het begin en het einde van het Bijbelgedeelte van de dag aan. Toch hoort die indeling niet echt bij de Bijbel. Ze is handig om de Bijbel te bestuderen en er met anderen over te praten maar ze hebben met de boodschap van de Bijbel niks te maken. Want de Bijbel echt lezen vraagt iets heel anders. De indeling staat oorspronkelijk ook niet in de handschriften die ons de tekst van de Bijbel hebben gegeven, maar zijn een uitvinding van de kloosters in de Middeleeuwen.

Wij lezen de Bijbel in de NBV21 van het Nederlands Bijbelgenootschap, maar er zijn wel 36 verschillende vertalingen van de Bijbel in het Nederlands en soms maakt het nog al verschil welke vertaling je leest. Neem nu het verhaal van vandaag. Weer een verhaal over Filippus, de tweede generatie zendeling, uit het Grieks sprekende deel van de bevolking. Die kwam een hoge ambtenaar tegen, van de Koningin van Ethiopië. De schatbewaarder, de man die dus wist waar de rijkdom was maar ook gehoord moet hebben van de armoede. Die man was naar de Tempel in Jeruzalem geweest en las nu in het boek van de profeet Jesaja. Hij zal van de Tora gehoord hebben, van het je naaste liefhebben als jezelf, van Gij zult niet doden. En dan kom je een tekst tegen waarin de profeet iemand beschrijft die zich als een lam naar de slachtbank liet leiden. Wij weten dat die profeet het verzet tegen de overmacht van de vijand veroordeelde en de mensen voorhield dat ballingschap niet het einde zou betekenen maar dat ze terug zouden keren beladen met geschenken.

Filippus heeft natuurlijk het beeld van Jezus van Nazareth op zijn netvlies die de liefde voor de naaste volhield door de dood heen zelfs. Die hoge ambtenaar was niet voor niets naar Jeruzalem gereisd. Die manier van leven, de manier die de Joden hem hadden voorgehouden en Jezus kennelijk had voorgeleefd en Filippus had uitgelegd spraken hem aan. Daarom wilde hij het oude leven afspoelen om een nieuw leven te kunnen beginnen. Als je dat hebt gedaan kun je er namelijk elk moment weer opnieuw mee beginnen. Daar is uitleg en studie voor nodig, alleen het handelen is eenvoudig, dat kan een kind begrijpen. Het lezen van de Bijbel is iets wat je elke dag moet doen, zinnetjes alleen, losse teksten, brengen je alleen maar op een dwaalspoor. Zoek daarom ook vandaag het goede te doen, en lees dit verhaal nog eens rustig in de Bijbel na.

 

Geef ook mij deze macht

Handelingen 8:14-25

14 Toen de apostelen in Jeruzalem hoorden dat de inwoners van Samaria het woord van God hadden aanvaard, stuurden ze Petrus en Johannes naar hen toe.15 Nadat ze waren aangekomen, baden ze dat ook de Samaritanen de heilige Geest mochten ontvangen,16 want deze was nog op niemand van hen neergedaald; ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus.17 Na het gebed legden Petrus en Johannes hun de handen op, en zo ontvingen ze de heilige Geest.18 Toen Simon zag dat de mensen door de handoplegging van de apostelen vervuld raakten van de Geest, bood hij Petrus en Johannes geld aan 19 en zei: ‘Geef ook mij deze macht, zodat iedereen wie ik de handen opleg de heilige Geest ontvangt.’ 20 Maar Petrus zei tegen hem: ‘U denkt te kunnen kopen wat God geschonken heeft? U zult, met uw geld, in het verderf worden gestort! 21 U kunt beslist geen deel hebben aan onze taak, want uw houding tegenover God is niet oprecht.22 Toon berouw over uw verfoeilijke gedrag en smeek de Heer of Hij u uw slechte gedachten wil vergeven, 23 want ik zie dat u vol venijn zit en verstrikt bent in het kwaad.’ 24 Toen zei Simon: ‘Bid voor mij tot de Heer dat het me niet zal vergaan zoals u hebt gezegd.’ 25 Nadat Petrus en Johannes getuigenis hadden afgelegd van de Heer en zijn boodschap hadden verkondigd, aanvaardden ze de terugreis naar Jeruzalem en brachten het evangelie in tal van dorpen in Samaria. (NBV21)

Vandaag gaat het dus over het begrip simonie. We hebben het er al eerder over gehad. Simon de Tovenaar wilde de positie van Petrus en Johannes ook wel en had daar veel geld voor over. Simonie werd het verschijnsel dat kerkelijke ambten te koop waren, een volgens de kerk verwerpelijk verschijnsel. Niet alleen in de Katholieke Kerk maar ook in de Protestantse Kerk. Voorgangers die dure auto’s weggeven als tegen van de hoeveelheid liefde ze van God krijgen doen aan simonie. In de wereld van winst en profijt is het heel gewoon. Mensen die zeggen aan de top van grote bedrijven te staan bedingen opties en bonussen en ontlenen het belang en het aanzien van hun bedrijf vervolgens aan de schittering en de omvang van hun opties en bonussen.

Als ze een beetje slim zijn zorgen ze er zelfs voor dat als het slecht gaat met hun bedrijf de opbrengst van hun bonussen en opties toeneemt. De arbeiders zijn daarbij hun loon niet waard, in diverse bedrijven  moesten  werknemers in staking om een loonsverhoging te krijgen die de stijging van de prijzen bijhoudt. Het systeem in het bedrijfsleven van hoge beloning voor de zich top noemende bestuurderskliek deugt dus van geen kant gezien vanuit het verhaal van Jezus van Nazareth. In de politiek wordt het echter soms zelfs als christelijke voorgesteld. Zijn dan de kerken verder vrij van deze zonde? Officieel zijn de Protestantse Kerken en de Rooms Katholieke Kerken wel vrij van deze praktijk.

Ook in officiële kerken schuilen op het gebied van de ambten gevaren. Dominees en Priesters zijn immers afhankelijk van het financiële wel en wee van hun kerk. De leden met de hoogste inkomens dragen aan dat financiële wel en wee het meeste bij. Hen naar de mond praten lijkt soms voor de hand te liggen. Protesten van de Kerken tegen de bonussen en opties in het bedrijfsleven en de exorbitante zelfverrijking die daarmee gepaard gaat blijven tot nu toe uit. Leden van de Kerken lopen zich het vuur uit de sloffen in de voedselbanken. Maar de Geest van Jezus van Nazareth, de Geest van Liefde en van Delen van alles wat je hebt, zal van hoog tot laag ook in de Kerken moeten doordringen. Dat was de zending van Petrus en Johannes, dat is ook de bedoeling van het lezen van dit verhaal. We zullen er in de wereld, maar ook in de Kerk, mee aan de gang moeten.

Een hevige vervolging

Handelingen 8:2-13

2 Nog diezelfde dag brak er een hevige vervolging los tegen de gemeente in Jeruzalem, zodat allen verspreid werden over Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen. Vrome mannen begroeven Stefanus en hieven een luide dodenklacht over hem aan. 3 Saulus probeerde de gemeente te vernietigen door mannen en vrouwen met geweld uit hun huizen te sleuren en hen te laten opsluiten in de gevangenis. 4 Degenen die verdreven waren, trokken rond en verkondigden het woord van God. 5 Filippus ging naar de stad Samaria, en verkondigde hun de messias. 6 Alle inwoners luisterden met grote belangstelling en vol ontzag naar wat hij zei toen ze de wonderen zagen die hij verrichtte: 7 veel mensen werden bevrijd van onreine geesten, die hen onder luid geschreeuw verlieten, en tal van verlamden en kreupelen werden genezen. 8 Daarover ontstond grote vreugde in de stad. 9 Voordien had een zekere Simon in de stad magie bedreven en de bevolking versteld doen staan. Hij beweerde over bijzondere gaven te beschikken, 10 en iedereen, van groot tot klein, keek vol ontzag naar hem op omdat ze werkelijk meenden dat de grote macht van God in hem zichtbaar werd. 11 Hij boezemde de bevolking ontzag in omdat hij hen geruime tijd verbaasd had met zijn magische kunsten. 12 Maar toen Filippus hun het koninkrijk van God en de naam van Jezus Christus verkondigde, kwamen ze tot geloof en lieten zich dopen, mannen zowel als vrouwen. 13 Ook Simon kwam tot geloof en liet zich dopen. Vanaf dat moment bleef hij voortdurend bij Filippus; hij stond versteld van de tekenen en de machtige wonderen die hij zag gebeuren. (NBV21)

Machthebbers schijnen het nooit te leren. Hier weer zo’n verhaal waaruit machthebbers lering hadden kunnen trekken. Die beweging van Jezus van Nazareth had Joden en Grieken bij elkaar gebracht. En nu ging een van de voorgangers, Stephanus, het gebod van de Joodse God om elkaar Lief te hebben in het Grieks verkondigen. Natuurlijk werd die Stephanus gestenigd, we vertalen het Wilhelmus toch ook niet in het Marokkaans, Arabisch of Berbers. Maar dan vluchten al die Griekssprekende aanhangers van Jezus van Nazareth naar de omliggende landstreken, Filippus de diaken voorop, en daar werven ze nog veel meer volgelingen. Saulus kan in Jeruzalem nog zo veel Joodse aanhangers uit hun huizen sleuren het helpt niet.

Het is net als met de bestrijding van de radicale Islam. Hoe meer de aanhangers door het Westen als criminelen werden bestempeld hoe groter de beweging werd. Ook in ons land werd discussie vervangen door spionage door de overheid en vervolging. De beweging van Jezus van Nazareth trekt in het verhaal van vandaag ook mensen aan die met de nek werden aangekeken. De Samaritanen bijvoorbeeld. Zij hadden zich een paar eeuwen daarvoor gemengd met Syriërs en werden niet als echte Joden beschouwd. Zelf beschouwden ze de Joden als afvalligen omdat die de eerste vijf boeken van de Bijbel hadden uitgebreid met Psalmen, verhalen, en boeken van Profeten. Maar dat de kern van de Bijbel lag in het elkaar liefhebben als jezelf dat geloofden ze nog. Daar kwamen ze op af.

Zelfs hun tovenaar Simon bekeerde zich. Al probeerde die Simon er later nog een financieel slaatje uit te slaan hetgeen zijn naam spreekwoordelijk maakte. Als in een kerk de ambten te koop zijn spreken we van simonie. Zo werd het bloed van  martelaren als Stephanus het zaad van de Kerk. De moord op Stephanus veroorzaakte een kettingreactie waardoor de volgelingen uitzwermden, uiteindelijk over de hele wereld. Het is niet voorbehouden aan de Kerk, de inval in Irak en Afghanistan deed de haat tegen Amerika uitwaaien over de hele wereld. We moeten ons dus ook bedenken wat we zaaien, liefde of haat. Want wat we zaaien zullen we oogsten, en als we goed zaaien oogsten we honderdvoudig. Dan toch liever de liefde gezaaid, ook in het klein vandaag.

Recht en vrede

Psalm 85

1 Voor de koorleider. Van de Korachieten, een psalm. 2 U bent uw land genadig geweest, HEER, U keerde het lot van Jakob ten goede, 3 nam de schuld van uw volk weg en bedekte al zijn zonden. sela 4 U bedwong uw woede en wendde u af van uw brandende toorn. 5 God, onze helper, keer tot ons terug, onderdruk uw afschuw van ons. 6 Wilt U voor eeuwig uw toorn laten duren, verbolgen zijn van geslacht op geslacht? 7 Breng ons weer tot leven, dan zullen wij ons in U verheugen. 8 Toon ons uw trouw, HEER, en geef ons uw hulp. 9 Ik wil horen wat God ons zegt. De HEER spreekt woorden van vrede tegen zijn volk, zijn getrouwen. Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid! 10 Voor wie Hem eren is zijn hulp nabij: zijn glorie komt wonen in ons land, 11 trouw en liefde omhelzen elkaar, recht en vrede begroeten elkaar recht en vrede begroeten elkaar met eenkus, 12 trouw bloeit uit de aarde op, recht ziet uit de hemel toe. 13 De HEER geeft al het goede: ons land zal vruchten geven. 14 Het recht gaat voor God uit en baant voor Hem de weg. (NBV21)

Vandaag zingen we een lied dat in twee delen uit elkaar valt. Eerst is er een gebed van het volk, dan klinkt de verkondiging van de boodschap van de Bijbel. Je hoort het op deze manier ook in veel kerken. De gemeente bidt samen en dan wordt de boodschap verkondigd. Maar wat wordt er dan gebeden en wat wordt er dan verkondigd? Een heel andere vraag is natuurlijk wat we er aan hebben. Het was in elk geval een lied dat in de Tempel gezongen werd. Het kwam van een zanggroep in de Tempel, de Korachieten. In de Tempel werd de Tora, de richtlijn van eerlijk delen bewaard. Wij hebben het vaak over een Tempel van God maar een beeld van God was er niet te vinden, alleen die Tora. Volgens die richtlijn moest elke gelovige een paar keer per jaar naar de Tempel om daar samen met de familie, de armen, de vreemdelingen en de dienaren van de Tempel een maaltijd te houden. Deden ze dat dan zou God weer voor hen zorgen.

Iedereen snapt wel dat bij het volgen van die richtlijn het gemakkelijk mis kon gaan. Alles delen wat je hebt, je naaste liefhebben als jezelf, zorgen voor de armen en de zwakken in de samenleving, de vreemdelingen opnemen, het is maar aan weinigen gegeven om daar dag in dag uit voortdurend mee bezig te zijn. Daarom die maaltijden bij de Tempel, dan kon je weer opnieuw beginnen. En daar gaat in dit lied het gebed over. In het verleden was God wel eens boos op zijn volk geweest maar iedere keer als het zich weer tot de Tora, de richtlijn van eerlijk delen had gewend was God een nieuwe weg met het volk ingeslagen. Dat mag dus gerust nog eens gevraagd worden. En dan volgt de boodschap, het verhaal van de Bijbel. Je mag er van uit gaan dat God vrede wil, dat God zorgt voor mensen die de vrede willen stichten, die goed willen doen, die trouw willen blijven aan de zorg voor de minsten, die zorgen dat gerechtigheid en vrede elkaar ontmoeten.

Je mag er dus van uit gaan dat recht wordt gedaan aan mensen zonder ze te onderdrukken. Dat recht voor mensen daar gaat het per slot om. En wat hebben we daar vandaag nog aan? Nou, dat er oorlog is hoeft ons niet tegen te houden om vrede te stichten. Er is altijd oorlog geweest en misschien zal er nog heel lang van tijd tot tijd oorlog uitbreken. Vast staat dat als wij mee willen doen in het verhaal van God wij in elk geval vrede willen stichten. En ook dat er honger is hoeft ons niet tegen te houden. De honger in ons eigen land brengt ons bij de voedselbanken om hen te steunen, donateur worden kan nog steeds, de voedselcrisis in de wereld brengt ons bij de Fair Trade winkels om te helpen eerlijke handelsverhoudingen voor elkaar te krijgen, en bij de organisaties die de directe honger kunnen stillen. Dat er niet voor zieken en stervenden gezorgd kan worden brengt ons regelmatig bij giro 555 of de Wilde Ganzen. Dat het tot nu toe altijd mis is gegaan hoeft ons niet tegen te houden opnieuw te beginnen met gerechtigheid en vrede, we kunnen elke dag opnieuw beginnen, we mogen elke dag opnieuw beginnen, al zingend.

Zwijg! Wees stil!

Marcus 4:35-41

35 Aan het eind van die dag, toen het avond was geworden, zei Hij tegen hen: ‘Laten we het meer oversteken.’ 36 Ze lieten de menigte achter en namen Hem mee in de boot waarin Hij al zat, en voeren samen met de andere boten het meer op. 37 Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. 38 Maar Hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en riepen: ‘Meester, kan het U niet schelen dat we vergaan?’ 39 Toen Hij wakker geworden was, sprak Hij de wind bestraffend toe en zei tegen het water: ‘Zwijg! Wees stil!’ De wind ging liggen en het water kwam helemaal tot rust. 40 Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo angstig? Geloven jullie nog steeds niet?’ 41 Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het water Hem gehoorzamen?’ (NBV21)

Het gaat in de verhalen die we dezer dagen uit het Evangelie naar Marcus lezen over durf en kracht, eerst het mosterdzaadje en nu de storm. Mensen die de Bijbel moeten uitleggen zitten nog vaak met de vraag waarom Jezus van Nazareth in dit verhaal eigenlijk ging slapen. Dat hij de wind en de golven kon stillen zou hij wel geweten hebben, maar als hij wakker zou zijn gebleven zouden zijn volgelingen niet zo angstig geworden zijn. En daar zit wellicht de sleutel van het verhaal. Het gaat niet om het stillen van de storm maar om het vertrouwen op de goede afloop.

Minister president Colijn wordt nog wel eens verweten dat hij in 1939 tegen het volk zei dat ze rustig konden gaan slapen omdat de regering over hun veiligheid waakte. Dat volk had zich beter kunnen voorbereiden op het verzet dat na 1940 nodig zou zijn. Maar is zo’n storm nu een aanleiding om bang te worden? Als alle voorzorgen zijn genomen kun je je beter richten op het overleven. Een paar jaar geleden ging onze aandacht uit naar de slachtoffers van de orkaan Katrina in New Orleans. Daar bleek dat bij de voorzorgen tegen de storm de armen vergeten waren. En toen de storm eenmaal voorbij was waren het weer de armsten die het langst op hulp moesten wachten, zelfs vandaag wachten de armsten nog op de mogelijkheid terug te keren.

Als je leeft in de geest van Jezus van Nazareth dan gebeurt je zoiets niet. Dan zijn de armen en de zwaksten je eerste zorg, maar dan weet je ook dat je geen angst hoeft te hebben, want de onbaatzuchtige liefde van Jezus van Nazareth hield het ook uit door de dood heen. Dat kan ook voor ons gelden, met een geloof zo groot als een mosterdzaadje, zo klein als een beukennootje lazen we nog deze week. Nu weer, door de zwaarste storm heen kunnen we elkaar vasthouden en dat kan onze redding zijn. Ook in tijden van economische en financiële crisis. Als we werkelijk bereid zijn met elkaar te delen, voor elkaar in te staan en samen te doen dan kan geen crisis ons overwinnen, dan is geen storm groot genoeg om ons er onder te krijgen, alleen als je slechts voor jezelf denkt te kunnen zorgen ga je ten onder.

Vecht voor mijn zaak

Psalm 43

1 Verschaf mij recht, o God, vecht voor mijn zaak. Bescherm mij tegen een liefdeloos volk, vol list en bedrog. 2 U bent toch mijn God, mijn toevlucht, waarom wijst U mij af, waarom ga ik gehuld in het zwart, door de vijand geplaagd? 3 Zend uw licht en uw waarheid, laten zij mij geleiden en brengen naar uw heilige berg, naar de plaats waar U woont. 4 Dan zal ik naderen tot het altaar van God, tot God, mijn hoogste vreugde. Dan zal ik U loven bij de lier, God, mijn God. 5 Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij. Vestig je hoop op God, eens zal ik Hem weer loven, mijn God, die mij ziet en redt. (NBV21)

Vandaag, nu het politieke gezelschap ingrijpend veranderd, zingen we een klaagpsalm mee met de kerken in Nederland. We leven mee met hen die lijden. Toch eindigt deze Psalm met een optimistische klank: “eens zal ik hem weer loven, mijn God die mij ziet en redt.” En dat mag ook want de psalmdichter herinnert zich het verhaal van wat we zijn gaan noemen de Openbaring van God. Daar kwam dat zootje slaven in de woestijn tot de ontdekking dat je geen goden van goud en heersers als Farao’s nodig had om een volk te vormen, maar dat je elkaar lief moest hebben als jezelf en een simpel stel regels gebaseerd op die liefde. Iedere keer als die weg was verlaten ging het fout in de samenleving en iedere keer als iedereen zich er weer toe bekeerde ging het weer de goede kant op.

En daarom, hoe donker de tijden ook mogen zijn altijd wenkt dat vooruitzicht op recht en gerechtigheid. De mensen in Libië en Syrië hebben zolang onder het juk van een dictator gezucht dat niemand meer dacht hem ooit te kunnen verjagen maar er stonden eerder dictators terecht in Den Haag voor het internationale strafhof. Het leek er even op dat miljoenen Afrikanen zouden sterven van de honger omdat wij in het Westen de klimaatverandering niet echt serieus nemen, er volgens velen veel aan de strijkstok blijft hangen en de boeven die de landen waar het om gaat hun landen leeg gezogen hebben met behulp van de banken uit het Westen. Gelukkig dat we geleerd hebben dat mensen daar niet dood aan moeten gaan en is er in ons land in een week ooit ruim 30 miljoen euro opgehaald.

Wij hadden hier ook nog Mark Rutte die riep om hervormingen in de samenleving. Hij lijkt zijn zin te krijgen. Ondernemers moeten ongehinderd kunnen profiteren van hun werknemers en niet lastig gevallen worden met milieuregels en gezeur over te hoge bonussen en zo. Het beleid dat ook in de Verenigde Staten de norm was gaan worden. Uitkeringen moeten afgeschaft worden, werk zat en de staat zorgt voor Uw kinderen, als U er maar voor betaald. Wij hebben altijd een andere keus. Wij kunnen onze stem gewoon geven aan de armen, aan de vreemdelingen zoals we gehoord hebben in de verhalen uit de Bijbel en zoals we mee zijn gaan zingen met de psalmen. We mogen vandaag weer beginnen iedereen mee te krijgen voor dat rare Koninkrijk zonder grenzen, het Koninkrijk van God, waar de onderkant de boventoon voert en iedereen mee mag doen.

Zoals leeuw en welp

Jesaja 31:1-9

1 Wee hun die naar Egypte gaan om hulp, die hun heil zoeken bij paarden, vertrouwen op een groot aantal wagens en een overmacht aan ruiters. Voor de HEER hebben zij geen oog, de Heilige van Israël zoeken zij niet, 2 terwijl juist Hij wijs is. Hij brengt onheil en neemt zijn woord niet terug. Hij keert zich tegen dat verdorven volk en tegen hun verderfelijke helpers. 3 De Egyptenaren zijn mensen, geen goden, hun paarden zijn vlees, geen geest. Strekt de HEER zijn hand uit, dan struikelt de helper en valt degene die hulp zocht, en samen gaan ze te gronde. 4 Dit zegt de HEER tegen mij: Zoals leeuw en welp grommend bij hun prooi staan -al komen de herders te hoop gelopen, zij storen zich niet aan hun geschreeuw en gaan niet voor het rumoer op de vlucht-, zo komt de HEER van de hemelse machten om op de hellingen van de Sion te strijden. 5 Zoals een vogel boven zijn nest vliegt, zo waakt de HEER van de hemelse machten over Jeruzalem, Hij waakt en Hij redt, Hij beschermt en bevrijdt. 6 Kinderen van Israël, keer terug naar Hem van wie jullie zo ver zijn afgedwaald. 7 Op die dag zul je de goden verwerpen die je zondige handen vormden van je goud en zilver. 8 Dan wordt Assyrië geveld, maar niet door het zwaard van een mens; het wordt verslonden, maar niet door een mensenzwaard. Assyrië zal voor het zwaard op de vlucht gaan en zijn jongemannen zullen dwangarbeid verrichten. 9 Verlamd van angst verliest de rots zijn kracht, ontzet laten zijn aanvoerders hun vaandel achter -zo spreekt de HEER, wiens vuur brandt in Sion, wiens oven laait in Jeruzalem. (NBV21)

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog vertrouwt ook ons land op sterke bondgenootschappen en zware wapens. Ook in ons land liggen de massavernietigingswapens opgeslagen. Andere landen wordt het bezit van dat soort wapens nog wel eens verweten, het is zelfs een reden om ze aan te vallen, maar in ons kleine vreedzame land mogen ze rustig opgeslagen worden tot ze nodig zijn. De profeten uit de Bijbel verwerpen een dergelijke politiek. In de dagen van de profeet Jesaja was het de wereldmacht Egypte waar steun werd gezocht tegen de andere wereldmacht Assyrië. Je hoeft de twee namen maar te verruilen voor Amerika en Rusland of je herkent de geschiedenis tot op vandaag. Pas heel langzaam is het besef gegroeid dat recht voor alle volken pas recht is als het ook door alle volken gedragen wordt en dat het geweldloos afdwingen van dat recht ver de voorkeur verdient boven het toepassen van geweld, zeker boven het toepassen van die massavernietigingswapens. Voor dat recht namens alle volken hebben we de Verenigde Naties.

De profeet Jesaja zet het vertrouwen op bondgenootschappen met wereldmachten als Egypte tegenover het vertrouwen op de God van Israël. Die God is niet een zelfgemaakte god van zilver en goud. Dit is een levende God die het volk al eerder bevrijdt heeft van de slavernij in Egypte. Centraal in de boodschap staat het “Vreest Niet”, en een volk waarvan het leger geen enkele vrees kent jaagt andere legers een enorme vrees aan. Het sterkste wapen in het Midden Oosten is de zelfmoordterrorist. Vertrouwend op Allah kent de strijder geen enkele vorm van angst, zelfs de eigen dood jaagt geen angst meer aan en kan dan als wapen worden gebruikt. Voor de profeet Jesaja gaat het er om dat Israël weer in staat zal zijn om de wereldmacht Assyrië angst aan te jagen. Dat bondgenootschap met Egypte jaagt in elk geval geen angst aan. Ook Assyrië zal in staat blijken dergelijke bondgenootschappen te sluiten en het ene is niet beter of slechter dan het andere.

Opvallend is de afkeer die de profeet heeft van de strijdwagens, de paarden en de ruiters van Egypte. Kennelijk hebben die Egyptische doorgewinterde militairen wel angst, maar van de God van Israël trekken ze zich niks aan. Nu worden in de Bijbel ook de profeten Elia en Elisa aangesproken als strijdwagens van Israël. Het was een strijdwagen met paarden die de twee profeten uit elkaar dreef en Elia uit het zicht bracht zodat deze kon worden opgenomen bij de God van Israël. Elisa werd zo aangesproken op zijn sterfbed toen hij de Koning hielp een bedreiging van Israël af te wenden, door de angst van die Koning lukte het overigens niet helemaal. Het zijn dus de profeten van Israël die zich presenteren als de meest krachtige strijdwapens die God het volk ter beschikking heeft gesteld. Hun roep om recht en gerechtigheid, om zorg voor de minsten, de weduwe en de wees, hun roep om terug te keren naar het heb uw naaste lief als uzelf is het sterkste wapen in de strijd tegen een wereldmacht. In onze dagen mogen we dat steeds voor ogen houden, ook als wij een aantal crises te bestrijden hebben. Gelukkig dat we er elke dag weer opnieuw mee mogen beginnen, ook vandaag weer.

 

De trommels en de lieren

Jesaja 30:27-33

27 De HEER zelf komt van ver, in brandende toorn: uit zijn neus stijgt dichte rook omhoog, vervloeking ligt op zijn lippen, zijn tong is als een verterend vuur, 28 zijn adem als een kolkende watervloed die tot de hals reikt. Hij komt de volken opschudden met een bedrieglijke wan, de naties geeft Hij een misleidend bit tussen de kaken. 29 Maar bij jullie zullen liederen klinken, zoals in de nacht van heiliging voor een feest. Jullie zullen verheugd zijn als een pelgrim die op de schalmei speelt, op zijn tocht naar de berg van de HEER, de rots van Israël. 30 Dan zal de HEER zijn machtige stem laten horen en laten zien hoe zijn arm neerkomt, in grimmige toorn: met een verterend vuur, met wolkbreuken, stortbuien en hagelstenen. 31 Zijn stem zal Assyrië verlammen, de HEER zal het slaan met een stok. 32 Elke keer dat de HEER de tuchtigende staf op zijn rug laat neerkomen, zullen de trommels en de lieren klinken. Met een regen van slagen gaat Hij Assyrië te lijf. 33 De offerplaats is sinds lang gereed, klaargemaakt voor de koning, met een vuurhaard diep en ruim, en vuur en hout in overvloed. Als een stroom van zwavel steekt de adem van de HEER hem in brand. (NBV21)

Wat moeten wij nu met die oude verhalen? Met die oude belofte van bevrijding en die waarschuwing tegen kinderoffers? Wij zorgen toch goed voor onze kinderen? Wij hebben onderwijs, wij hebben voorschoolse, tussenschoolse en naschoolse kinderopvang? Maar te veel van onze kinderen groeien dicht. Het lijkt erop of we ze vetmesten zoals dieren vetgemest worden om geofferd te worden. Het aantal gedragsproblemen onder kinderen neemt toe. De opvang die kinderen geboden wordt betekent dat ze steeds minder tijd doorbrengen met liefhebbende zorgende ouders die hen een voorbeeld zijn in het leven.

De goden van winst en profijt, die in onze dagen worden aanbeden, eisen ook hun slachtoffers, eisen dat we werk stellen boven zorg, dat we dus het tegendeel doen van wat de God van Israël van ons vraagt. Onze politiek weet daar soms mooie woorden voor te verzinnen, inkomensondersteuning bijvoorbeeld, maar als je iets ondersteunt dat er niet is dan blijft er niets. We moeten dus wellicht een andere weg inslaan. De Weg van de God van Israël, de weg van delen met elkaar en zorgen voor de minsten staat elke dag opnieuw voor ons open, ook vandaag weer. Kies dus de weg die je wil gaan.

Het gedeelte dat we vandaag lezen belooft ons een rooskleurige toekomst. Elke keer als onze vijand denkt toe te slaan zal God toeslaan. Elke keer dus als er over de zorg voor armen gelogen wordt dan stuurt God zijn boodschappers om de leugens aan de kaak te stellen. Vandaag staat ons de kennismaking met een nieuwe regering te wachten. Gaat die regering herbergzaam zijn? Gaat die regering een stroom van armoede tegenhouden door armoede ook in verre landen te bestrijden? Brengt die regering vrede, vrede tussen groepen in ons land en vrede tussen landen die in de wereld oorlog voeren? Gelovigen zullen stem moeten worden van hen die geen stem hebben, we moeten dus ook vandaag niet nalaten onze stem te verheffen.

 

Dit is de weg

Jesaja 30:19-26

Volk van Jeruzalem, dat op de Sion woont, je hoeft geen tranen meer te storten. Want Hij zal zich over je ontfermen als je weeklaagt, Hij zal antwoorden zodra Hij je hoort. 20 De Heer zal jullie brood geven in de benauwenis en water in de nood. Hij die jullie onderricht gaf, zal zich niet langer verbergen. Met eigen ogen zul je je leermeester zien, 21 met eigen oren zul je een ste19 m achter je horen zeggen: ‘Dit is de weg die je moet volgen. Hier moet je rechts. Ga daar naar links.’ 22 Dan zullen jullie je met zilver overtrokken beelden en je vergulde godenbeelden als onrein beschouwen. Je zult zeggen: ‘Weg ermee!’ en ze weggooien als een onreine doek. 23 Dan zal Hij regen geven voor het zaad waarmee je het land hebt ingezaaid. Alles wat het land voortbrengt zal mals en voedzaam zijn. Op die dag zullen je kudden op uitgestrekte weidegronden grazen. 24 De runderen en ezels die het land bewerken, krijgen voer dat verrijkt is met zuring, nadat het met vork en zeef is gewand. 25 Op de dag van het bloedbad, wanneer de torens vallen, zullen er beken en waterstromen neervloeien van iedere hoge berg en van elke heuvel die zich verheft. 26 Dan is het licht van de maan als het licht van de zon, en het zonlicht wordt verzevenvoudigd, als het licht van zeven dagen tegelijk. Op die dag verbindt de HEER de wond van zijn volk en geneest Hij de striemen die het zijn toegebracht. (NBV21)

Volgens het boek van de profeet Jesaja houdt de God van Israël zich actief bezig met internationale politiek. Vandaag lezen we daar een passage over die dat meer dan duidelijk maakt. Volken die het arme volkje van Israël denken te kunnen bezetten en uitbuiten zullen zelf te lijden krijgen, uiteindelijk zelf in het vuur verdwijnen waarin de kinderen van Israël aan hun god Moloch werden geofferd. Het is een belofte van steun. Assyrië had in eerste instantie gewonnen. Israël was gestraft juist mede vanwege het offeren van kinderen in het vuur aan Moloch, een afgod. Assyrië had koningen en priesters in ballingschap gevoerd.

De belofte het volk van deze onderdrukking te bevrijden is tegelijk een waarschuwing. Het zal duidelijk zijn dat als het vuur voor Moloch bestemd wordt om er Assyriërs in te gooien datzelfde vuur niet meer een zogenaamd heilig offervuur is waar kinderen van Israël in geofferd worden aan een afgod. Het verhaal van het offer van Izaäk was in Israël totaal vergeten. Dat Abraham zijn zoon had gebonden en naar de top van een berg had gebracht om zijn zoon te offeren aan de God van Israël klonk in de dagen van Jesaja niet meer dan normaal, zo deden gelovigen. Dat die God van Israël zelf een offerdier had gestuurd en juist het offeren van kinderen had verboden was een deel van het verhaal dat vergeten was, verdrongen door de mode.

Uiteindelijk had die afgoderij Israël verzwakt. Er werd niet meer voor elkaar gezorgd. De minsten bleven onverzorgd, de weduwe en de wees rechteloos. En een volk, een huis, dat tegen zichzelf verdeeld is gaat ten onder. Dat was ook het lot van het volk Israël geworden. De tegenstelling was volgens Jesaja niet zozeer Juda tegen Israël maar arm tegen rijk. Als een deel van het volk zo zeer onderligt dat ze moet vechten om te overleven, zal ze niet meevechten om het volk te redden van een vijand. Ook vandaag is dat zo.

In rust en inkeer

Jesaja 30:9-18

9 Een onhandelbaar volk is het, kinderen vol bedrog, die niet willen luisteren naar het onderricht van de HEER. 10 Tegen de zieners zeggen zij: ‘Voor ons geen visioenen!’ en tegen de schouwers: ‘Schouw niet naar waarheid. Paai ons met vleierij en valse profetieën. 11 Verlaat de juiste weg, wijk af van het rechte spoor. Val ons niet lastig met de Heilige van Israël.’ 12 Daarom-dit zegt de Heilige van Israël: Omdat jullie die woorden hebben verworpen en vertrouwden op geweld en bedrog, 13 zal dit kwaad in jullie doorwerken als een steeds bredere bres in een hoge muur, die dan opeens, in een oogwenk, instort 14 en breekt als de kruik van een pottenbakker die zo meedogenloos wordt verbrijzeld dat er geen scherf meer over is waarmee vuur uit de haard gehaald of water uit een vat geschept kan worden. 15 Dit zei God, de HEER, de Heilige van Israël: ‘In rust en inkeer ligt jullie redding, in geduld en vertrouwen ligt jullie kracht.’ Maar jullie wilden niet.16 Jullie zeiden: ‘Nee! Te paard vluchten we weg!’ – Vluchten zúl je! ‘Wij gaan er razendsnel vandoor!’ – Razendsnel word je ingehaald. 17 Duizend zullen er vluchten voor het dreigen van één, voor het dreigen van vijf vluchten jullie allen. Al wat er van jullie rest is als een paal op een bergtop, als een vaandel op een heuvel. 18 En toch wacht de HEER op het ogenblik dat Hij jullie genadig kan zijn; toch zal Hij zich oprichten om zich over jullie te ontfermen. Want de HEER is een God van recht. Gelukkig de mens die op Hem wacht. (NBV21)

Als we het hebben over profeten dan hebben we het al snel over onheilsprofeten. Mensen die langs de kant van de weg staan om te vertellen hoe slecht we wel zijn en hoe schandalig we ons gedragen. En als je uitgescholden wordt voor onhandelbaar volk, voor kinderen vol bedrog die niet willen luisteren dan is dat niet zo heel vreemd. Maar volgens dit deel uit het boek van de profeet Jesaja ligt dat ook aan onszelf. Wij horen van die profeten alleen maar de verwijten. Wij horen niet naar het visioen, naar de analyse van de waarheid zoals die oplicht in het licht van de God van Israël. Kijk maar eens naar vers 18. Er zal volgens de profeet een ogenblik komen dat de God van Israël voorbij ziet aan al die slechte dingen van het volk en zich zal ontfermen. Het is een God van recht staat er.

Hoezo? Als je fout doet moet je veroordeeld worden! Maar niet bij de God van Israël, recht is voor die God: mensen tot hun recht laten komen. Vandaag lezen we dus een boodschap van hoop uit het boek van de profeet Jesaja. Hoop voor de bevolking van Jeruzalem, een stad die bezet was door vreemde soldaten en waarvan de leiding van Tempel en Koninkrijk was weggevoerd in ballingschap. Wat voor uitzicht hadden de bewoners van de Tempelberg nog? Ze moeten weeklagen zegt de profeet. Dat is iets anders dan ach en wee roepen en gewoon doorgaan met waar je mee bezig was, maar dan met een droevig gezicht. Er zal een Weg worden gewezen die je zult moeten willen gaan, je zult er naar moeten willen luisteren. Het visioen dat de profeten ook ons voorhouden is dat als je leeft volgens het principe dat je je naaste lief moet hebben als jezelf. Als je een samenleving zo inricht dat de minsten mee kunnen delen. Als je de samenleving zo inricht dat mensen tot hun recht komen.

Een dergelijk volk leeft in vrede. De voorwaarden die de profeten schetsen voor een volk dat in vrede leeft zijn niet heel ingewikkeld. Ze konden in de tijd van de profeet Jesaja worden toegepast en vele eeuwen daarvoor toen het volk door de woestijn trok en ze kunnen in onze dagen worden toegepast. We hoeven zelfs niet te wachten tot onze volksvertegenwoordiging ze in wetten en regels heeft weten vast te leggen. We kunnen een volksvertegenwoordiging kiezen die van die regels uitgaat, maar nog beter is gewoon zelf met de regel dat we onze naaste liefhebben als onszelf te beginnen. Wie gaat er staan naast de slachtoffers van het Toeslagenmisdrijf. Wie zorgt dat gezinnen weer herenigt worden daar waar ze door misdrijven van de overheid uiteen zijn gerukt. We kunnen er elke dag mee beginnen en dat kan elke dag weer opnieuw, zelfs vandaag weer.