Waarop u hopen mag

Efeziërs 1:15-23

15 Daarom, en ook omdat ik gehoord heb over uw geloof in de Heer Jezus en over uw liefde voor alle heiligen, 16 dank ik God onophoudelijk voor u en noem ik u in mijn gebeden. 17 Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de Vader in al zijn luister, u de Geest schenken die inzicht geeft in wat geopenbaard is, opdat u Hem zult kennen. 18 Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu Hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is van de erfenis die de heiligen van Hem ontvangen, 19 en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. 20 Die macht was ook werkzaam in Christus toen God Hem opwekte uit de dood en Hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, 21 hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. 22 Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en Hem als hoofd over alles aangesteld, ten behoeve van de kerk, 23 die zijn lichaam is, de volheid van Hem die alles in allen vervult. (NBV21)

Paulus geeft hier wat weer waar hij in zijn binnenste binnenkamer voor bidt als hij denkt aan de mensen in Efeze die geloven, nou ja, als hij denkt aan alle mensen die geloven. Want het is in de waan van alle dag niet gemakkelijk om vol te blijven houden dat onophoudelijke en onvoorwaardelijke liefde eigenlijk het antwoord is op alle problemen waar we mee worstelen. De problemen zelf kunnen we meestal niet oplossen. Het lukt ons nog steeds niet om alle mensen op aarde voldoende te eten te geven, hoewel er eten genoeg is voor iedereen op aarde, bijvoorbeeld. Maar er voortdurend op hameren, niet ophouden met te ijveren voor rechtvaardigheid zal op een goede dag gaan helpen. Hulp aan de voedselbanken, de Fair Trade winkels en verzet tegen onrechtvaardige handelsstructuren om maar eens wat te noemen. Dat zien is wat Paulus voor ons wenst, en daarmee wordt zijn gebed voor de gelovigen een soort algemeen wensenlijstje waar hijzelf niet buiten staat.

Hij benadrukt overigens dat dat hoort tot het terrein van zijn persoonlijke gebeden. Paulus was niet zo’n prediker van tegenwoordig, je vindt ze in elke kerk en stroming, die een viering beginnen met een gebed dat lijkt op hun preek, dat rond de lezingen uit de Bijbel nog even als gebed voortzetten om dan na de preek die preek nog eens uitgebreid te herhalen in de voorbeden en de dankzegging. Zo moet het dus niet en zo is het dus niet bedoeld in de Bijbel. Als we God wat willen voorleggen dan meten we onze wensenlijstjes eigenlijk af aan wat we kunnen en waarmee we andere mensen lief kunnen hebben. Inzicht verschaffen, mensen iets laten zien, dat is wat Paulus kan en waar hij om vraagt. Daar is immers zijn brief aan de mensen in Efeze voor bedoeld. Dat is dus ook waar wij om kunnen vragen, eten voor iedereen.

Wij kunnen direct naar de Fair Trade winkel, om te helpen bij de acties voor een eerlijker betaling van goederen uit de arme landen, we kunnen onze politieke partijen in de gaten houden en aanspreken als het gaat om een eerlijker verdeling van rijkdom over de wereld. In de Protestantse Kerk Nederland is daarvoor ook de beweging Kerk-in-actie waar iedereen van binnen en buiten de kerk mee kan doen om handen en voeten te geven aan het Koninkrijk waar Jezus van Nazareth mee begon en Paulus de hele wereld, zoals hij die kende, voor rondreisde. We kunnen de acties van Amnesty International steunen, elke dag een brief schrijven voor een gevangene als je even tijd hebt. Dat is bidden met handen en voeten, handen om te geven en voeten om te brengen, elke dag opnieuw. En elke dag beginnen met het maken van een wensenlijstje in de stilte van je eigen binnenkamer is dan een goed begin.

Genade zij u en vrede

Efeziërs 1:1-14

1 Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus. Aan de heiligen in Efeze, aan de gelovigen die één zijn met Christus Jezus. 2 Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus. 3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in onze eenheid met Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend. 4 In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons uitgekozen om heilig en zuiver voor Hem te staan, en vol liefde 5 heeft Hij ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om door Jezus Christus zijn kinderen te worden, 6 tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon. 7 In Hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade 8 die God ons in overvloed heeft geschonken. Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht 9-10 dit geheim onthuld: zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd, Christus, bijeen te brengen, omdat het Hem behaagde de voltooiing van de tijd te verwezenlijken met Christus.11 In Hem heeft God, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld, in overeenstemming met zijn voornemen, 12 dat wij, die reeds onze hoop op Christus gevestigd hebben, zouden bestaan tot eer van Gods grootheid. 13 In Hem bent ook u, toen u de boodschap van de waarheid hoorde, het evangelie van uw redding-in Hem bent u, toen u tot geloof kwam, gemerkt met het stempel van de heilige Geest, die ons beloofd is 14 als voorschot op onze erfenis, opdat allen die Hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid. (NBV21)

Het lijken wel nieuwjaarswensen van het begin van een nieuw jaar. Veel heil en zegen wordt er dan in menig christelijk gezin aan elkaar gewenst en Paulus wenst alle mensen in Efeze genade en vrede. Nou snappen we dat vrede nog wel maar heil en zegen en genade zijn begrippen die uit ons taalgebruik zijn verdwenen. De verheven taal van Paulus brengt ons ook al niet veel verder moet worden gevreesd. De brief zoals wij die kennen heet gericht aan de mensen in Efeze maar is een rondzendbrief aan alle christelijke gemeenten die hij kende op dat moment. De brief stelt eerst dat God Liefde is. Dat Jezus van Nazareth een beweging is gestart van onvoorwaardelijke liefde en dat we elke dag, ja elk moment daar opnieuw mee kunnen beginnen en ons aan kunnen sluiten bij die beweging. Zo wordt deze brief ook een lied dat we samen kunnen zingen, want samen als gemeente staan we sterk.

Al is er zoveel met dit lied gebeurt dat wij het niet meer als lied herkennen en waarschijnlijk ook de grootste moeite hebben dit nog als belangrijk voor ons dagelijks leven te herkennen. Maar ja, als het over de eindtijd gaat dan storten de geleerden zich over de tekst heen en beginnen te puzzelen tot gewone mensen er niks meer van begrijpen. Terwijl de boodschap zo eenvoudig is. De liefde maakt alles goed, God is liefde en dus ook van God is alles goed. Als alle volken zich richten naar de Liefde voor alle mensen dan is de aarde vervuld van God en is het einde van de tijden aangebroken. Nou dat kan dus nog wel even duren. Daar hoef je dus niet voor te puzzelen. Dan staat er ook nog het een en ander dat de indruk kan geven dat Paulus het heeft over de verhouding tussen God en Jezus van Nazareth. De Christus, of gezalfde, in dit verhaal.

Juist in de kerken is dat vasthouden van elkaar in alle eeuwen niet echt gelukt. Samengaan van kerken is en blijft een uitzondering. De PKN is een fusiekerk, en de Nederlandse Gereformeerde Kerken zijn dat ook. Toch zien we elke dag weer dat samen doen meer oplevert. Elke dag staat er weer iemand op die aandacht vraagt voor mensen in nood. Iemand die op vakantie was op de Balkan zag ineens tal van weduwen die in grote problemen ware gekomen. Door zijn liefde voor mensen is er buiten alles en iedereen om geluk gekomen voor een heleboel vrouwen op de Balkan, alleen in de kerken in Nederland werd dat herkend en ICCO en Kerk-in-actie sprongen bij. Nu maakt het deel uit van de beweging die door Jezus van Nazareth is gestart en onuitroeibaar is geworden. En als ergens een echt grote ramp gebeurt dan zetten we radio en TV in om iedereen in ons land, gelovig of niet, mee te laten doen in de liefde voor de naaste. Daar heeft Paulus het nu over.

 

Rechtvaardig en heilig

Marcus 6:14-29

14 Koning Herodes hoorde van Hem, want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: ‘Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt Hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’ 15 Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia,’ en weer anderen zeiden: ‘Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.’ 16 Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: ‘Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.’ 17 Want Herodes had Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij getrouwd was. 18 Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: ‘U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.’ 19 Sindsdien had Herodias het op hem gemunt en wilde ze hem doden, maar ze kreeg er de kans niet toe, 20 want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen. 21 Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feest gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea. 22 De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: ‘Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.’ 23 En hij bezwoer haar: ‘Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!’ 24 Ze ging naar haar moeder en vroeg: ‘Wat zal ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’ 25 Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: ‘Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.’ 26 Dit bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen. 27 Hij stuurde meteen iemand van zijn garde weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes. 28 Hij bracht het hoofd binnen op een schaal en gaf het aan het meisje, en zij gaf het aan haar moeder. 29 Toen zijn leerlingen hiervan hoorden, gingen ze zijn lijk halen en legden het in een graf. (NBV21)

De Bijbel is zo groot en staat zo vol prachtige verhalen dat het soms lastig is om al die verhalen op de juiste manier te vertellen. In het Nieuwe Testament staan sommige verhalen dan ook nog drie of vier keer op verschillende manieren verteld en dus met verschillende bedoelingen, om ons steeds een ander deel van het verhaal duidelijk te maken. Elke evangelist vertelde het verhaal zo dat de boodschap die ze nodig vonden voor degenen voor wie ze het schreven duidelijk zou worden. Met het verhaal over de onthoofding van Johannes de Doper is dat ook zo gegaan. We kennen natuurlijk het verhaal over koning Herodes die van Johannes de Doper kritiek kreeg op de manier waarop die koning getrouwd was en op verzoek van zijn vrouw en dochter de profeet liet onthoofden en het hoofd op een schaal liet zien. Maar Marcus vertelt het verhaal bijna terloops midden in een ander verhaal.

Marcus heeft het over de leerlingen van Jezus die twee aan twee er op uit gingen, het boze uitdreven en zorgden dat zieken weer mee konden gaan doen met de samenleving. Die manier van optreden van Jezus van Nazareth maakte diepe indruk op de Koning. Die manier van doen maakte dat Jezus van Nazareth ongrijpbaar werd. Niet Jezus van Nazareth als persoon kwam daarbij centraal te staan maar zijn boodschap, het goede nieuws voor de armen. Koning Herodes werd zelfs bang dat die profeet Johannes weer tot leven was gewekt. Die profeet had immers kritiek op de koning geuit ook toen hij al gevangen was genomen en in de boeien was geslagen. Zonder op zijn eigen positie acht te slaan was hij doorgegaan met zijn verkondiging en oproep tot bekering. Jezus van Nazareth had een vergelijkbare weg gekozen, hij had zijn leerlingen er op uit gestuurd. Uiteindelijk zou zijn manier van verkondigen uitlopen op de dood aan het kruis. Maar hij overwon de dood en zijn boodschap, en volgens velen hijzelf ook, overleefde die kruisdood.

Daarom hoeven ook wij dus niet bang te zijn als we het goede nieuws van de bevrijding van de armen blijven rondbazuinen. Steeds weer in de geschiedenis zijn er mensen geweest die de fakkel oppakten en steeds weer zullen er mensen zijn die het verhaal gaan vertellen dat Liefde uiteindelijk regeert en dat recht en gerechtigheid reële mogelijkheden zijn voor het dagelijks leven. Soms moesten die mensen dat met hun leven bekopen, wij denken deze week natuurlijk aan Peter R. de Vries. Maar ook zijn boodschap overleeft het tot op jaren na deze. Als je die boodschap van liefde centraal stelt maakt het ook niet uit wat er met jezelf gebeurt, je zaait en er zal geoogst worden. Vandaag mogen wij die volgelingen van Jezus van Nazareth zijn die om ons heen het verhaal vertellen, het goede doen voor de minsten in de wereld en daarbij onze overheid het goede voorhouden en niets dan het goede.

Trek geen extra kleren aan

Marcus 6:6b-13

6 Hij stond verbaasd over hun ongeloof. 7 Hij trok rond langs de dorpen in de omtrek en onderwees de mensen. Hij riep de twaalf bij zich en zond hen twee aan twee uit, en gaf hun macht over de onreine geesten. 8 Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld in hun gordel, alleen een stok. 9 Sandalen mochten ze wel dragen. ‘Maar,’ zei Hij, ‘trek geen extra kleren aan’ 10 En ook zei Hij: ‘Als jullie ergens onderdak krijgen, moet je daar blijven tot je weer verdergaat. 11 Maar als jullie ergens niet welkom zijn en de mensen niet naar jullie willen luisteren, moet je daar weggaan en het stof van je voeten schudden als getuigenis tegen hen.’ 12 Ze gingen op weg en riepen de mensen op om tot inkeer te komen, 13 en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen. (NBV21)

Altijd zijn er mensen die bereid zijn alles wat ze hebben te delen met iemand die niets heeft. Dat was de vaste overtuiging van Jezus van Nazareth. Mensen geloven dat niet? Om te bewijzen dat hij gelijk had zond hij zijn volgelingen er op uit. Twee aan twee. Op naar mensen die bereid waren met hen te delen, voedsel en onderdak, eerlijke handel, aan die mensen kun je het goede nieuws kwijt dat er een Koninkrijk is waar dat delen de gewoonte van alle dag is, waar je niet bang hoeft te zijn voor veroordelingen maar steeds opnieuw met die gewoonte mag beginnen. Het lukte, ze dreven een hoop gekkigheid uit en zorgden dat veel mensen weer mee konden doen. Het kan dus, als wij volgelingen van die Jezus van Nazareth willen zijn kunnen wij dan ook. Zelfs al ben je gewoon timmerman.

We hebben het er vaak over dat we dat visioen van Jezus van Nazareth in onze eigen omgeving gestalte kunnen geven. In het werk in de Fair Trade winkels, als schrijvende voor Amnesty International, als vrijwillige zorgende in een verpleeghuis of ziekenhuis, als  mantelzorger, als actief buurt bewonende in je eigen wijk, in de diaconale activiteiten van de kerk of in zoveel niet te noemen activiteiten die er zijn om de wereld een beter aanzien te geven. Overal waar er oorlog is of honger, of natuurrampen geweest zijn kom je Nederlandse artsen tegen die niet uit zijn op een glanzende carrière met een hoog inkomen. Ook verpleegkundigen, hulpverleners, timmerlieden, ingenieurs, gepensioneerde managers, landbouwers, tuinders zetten zich zonder betaling of tegen een minimumloon in voor de lijdende medemens in de wereld.

Van hen kun je het beste horen wat het betekent dat wij onze landbouw blijven subsidiëren, dat we veel willen blijven verdienen aan de patenten op onze medicijnen, dat we blijven weigeren eerlijke handelsverhoudingen te scheppen. Al die vrijwilligers die er op uit trekken de wereld in brengen het goede nieuws dat er altijd mensen zijn die bereid zijn alles te delen wat ze hebben, in de eerste plaats zichzelf. Ze drijven nogal wat kwaadheid de wereld uit, ze laten zien hoe mensen van verschillende herkomst, cultuur en geloof toch samen kunnen werken en samen het verschil uit kunnen maken tussen leven en dood.  Zelf aan de slag als vrijwilliger in eigen stad of dorp en als ondersteunende van mensen die naar de armste landen gaat kan allebei. Vandaag nog kun je er mee beginnen, je schrijfstok in de hand nemen en een bankrekeningnummer noteren.

Degenen die tweedracht zaaien

Romeinen 16:17-27

17 Ik spoor u aan, broeders en zusters, op te passen voor degenen die tweedracht zaaien en anderen in de weg staan, en die daarmee ingaan tegen alles wat u hebt geleerd. Ga hun uit de weg, 18 want zulke mensen dienen niet Christus, onze Heer, maar alleen hun eigen lusten, en door fraaie en welluidende woorden misleiden ze argeloze mensen. 19 Uw gehoorzaamheid is overal bekend geworden; ik ben dus vol blijdschap over u en zou graag zien dat u de wijsheid hebt om het goede te doen en dat u zich verre houdt van het kwaad. 20 De God van de vrede zal Satan nu spoedig te gronde richten en aan uw voeten leggen. De genade van onze Heer Jezus zij met u. 21 Timoteüs, mijn medewerker, laat u groeten, evenals Lucius, Jason en Sosipatrus, mijn volksgenoten. 22 Ook ik, Tertius, die deze brief heb opgeschreven, groet u als iemand die in de Heer met u verbonden is. 23 Gajus, die mijn gastheer is en die zijn huis voor de hele gemeente openstelt, laat u groeten. Erastus, die de gelden van de stad beheert, en mijn broeder Quartus laten u groeten. 24 25 Aan Hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, 26 maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen- 27 aan Hem, de enige, alwijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen. (NBV21)

Wees gewaarschuwd. Er zijn altijd godsdienstige leiders, voorgangers, praiseleiders die hun opvattingen tot absolute waarheid verheffen. Ze kunnen mooi praten. En het lijkt zo fraai Christelijk, dat je door het bloed van Christus gered bent en dat je de beloning daarvan krijgt in een leven na de dood. Kijk uit zegt Paulus over zulke predikers. Ze misleiden argeloze mensen. Bij hen gaat het niet over het te eten geven van de hongerenden, het laven van de dorstigen, het kleden van de naakten, het bezoeken van de gevangenen en het begraven van de doden. Bij hen gaat het over de offers die gelovigen aan hen moeten brengen. Hoe meer ze geven hoe meer het woord van de voorganger verspreid kan worden.

De waarschuwing tegen het afdwalen van de woorden van Christus klinkt door de hele brief aan de Romeinen heen. Paulus heeft het over het voortdurend en geheel gericht zijn op de liefde van Christus die zich vertaald in de liefde voor de naaste. Liefde voor jezelf of zelfs voor je eigen gemeente is er niet bij. Je vreugde haal je uit de vreugde van mensen die tot hun recht komen, die weer mee kunnen doen aan de samenleving als zelfstandige mensen. Dat lukt niet altijd. Paulus zegt wel duizend keer op een dag dood te gaan om ook duizend keer met Christus op te staan.

Die eigenliefde en het scheppen van een eigen wereldje voeren tot de dood, van jezelf. En van je gemeenschap gaat niets meer uit dan fraai zingen, geen arme wordt geholpen, geen zieke  verzorgd. Alleen door het navolgen van Jezus in zijn liefde voor het  zwakke brengt weer leven. Paulus maakt ook duidelijk dat hij niet alleen is bij het schrijven van de brief. Het zijn geen woorden van een studeerkamergeleerde. Nee het zijn de opvattingen van de gemeente waar Paulus in verblijft. Die opvattingen heeft hij op al zijn reizen gegeven. Hij was er trots op dat hij in eigen onderhoud voorzag. Hij hoefde niemand naar de mond te praten om zijn maag te vullen. Hij heeft de brief gedicteerd. Hij had een secretaris die het voor hem opschreef maar kennelijk ook zelf een inbreng had, net als al die mensen om hem heen. Laten ook wij met Christus opstaan en zijn liefde voor de naaste verspreiden.

Een heilige kus.

Romeinen 16:1-16

1 Ik beveel Febe bij u aan, onze zuster, die in dienst staat van de gemeente in Kenchreeën. 2 Verwelkom haar als iemand die in de Heer met u verbonden is, zoals dat onder de heiligen gepast is. En sta haar bij wanneer ze uw hulp ergens voor nodig heeft, want zij heeft velen steun en bescherming geboden, ook mij. 3 Groet Prisca en Aquila, mijn medewerkers in de dienst aan Christus Jezus, 4 die voor mij hun leven op het spel hebben gezet. Niet alleen ik ben hun dankbaar, maar ook alle niet-Joodse gemeenten. 5 Groet ook de gemeente die bij hen in huis samenkomt. Groet mijn geliefde Epenetus, die als eerste in Asia tot geloof in Christus is gekomen. 6 Groet Maria, die zich veel moeite voor u heeft getroost. 7 Groet Andronikus en Junia, mijn volksgenoten, die met mij in de gevangenis hebben gezeten, die als apostelen veel aanzien genieten en die eerder dan ik één met Christus zijn geworden. 8 Groet mijn geliefde Ampliatus, met mij verbonden in de Heer. 9 Groet Urbanus, onze medewerker in de dienst aan Christus, en groet mijn geliefde Stachys. 10 Groet Apelles, wiens trouw aan Christus beproefd is. Groet de huisgenoten van Aristobulus. 11 Groet Herodion, mijn volksgenoot. Groet de huisgenoten van Narcissus die in de Heer geloven. 12 Groet Tryfena en Tryfosa, die zich hebben ingespannen voor de dienst aan de Heer. Groet onze geliefde Persis, ook zij heeft zich veel moeite getroost voor de dienst aan de Heer. 13 Groet Rufus, die door de Heer is uitgekozen, en zijn moeder, die ook voor mij een moeder is. 14 Groet Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas en de broeders en zusters die bij hen samenkomen. 15 Groet Filologus en Julia, Nereus en zijn zus, en Olympas en alle heiligen die bij hen samenkomen. 16 Groet elkaar met een heilige kus. Alle gemeenten van Christus laten u groeten. (NBV21)

Een lange lijst met mensen uit de gemeente in Rome die de groeten moeten hebben van Paulus. Is dat nu een Bijbelse boodschap? Is dit nu het woord van God? Dat je de groeten moet hebben? Om te beginnen leren we er van dat we binnen de gemeente van Jezus van Nazareth om elkaar moeten denken. Verder is die brief aan de Romeinen niet aan een uitverkoren klasse van mensen gericht maar aan gewone mensen die Paulus ontmoet had, waar hij van gehoord had of die hij speciaal wilde aanbevelen op grond van hun werk en belang voor de gemeente. Dat begint al met zuster Febe. In de NBV21 is ze in dienst van een gemeente, maar volgens alle andere vertalingen was ze ambtsdraagster, diacones, een collega van Stephanus. In de Naardense Bijbel is dat correct vertaald. In die hele lijst die Paulus groet staan overigens opvallend veel vrouwen, zo belangrijk zijn ze en in de dagen van Paulus vervulden ze dus kennelijk ook gewoon kerkelijke ambten, waar mannen ze later van uitgesloten hebben.

Die Febe was niet onbelangrijk volgens het verhaal van de Handelingen. Kenchrea was een havenstad waar Paulus doorheen was getrokken en zijn hoofd had laten kaalscheren op grond van een gelofte. Febe was dus ook getuige van de betrouwbaarheid van Paulus, als hij een belofte deed dan hield hij die ook. Prisca en Aquila had hij vlak daarvoor in Korinthe ontmoet. Zij waren uit Rome verdreven op een Keizerlijk bevel. We hadden al eerder gezien dat Paulus de brief aan de Romeinen heeft geschreven toen de verdreven Joden en Joodse Christenen weer naar Rome hadden mogen terugkeren. Daar hoorden dus ook Prisca en Aquila kennelijk bij. Het gaat te ver om de hele lijst hier te behandelen, we weten ook niet van iedereen wat mee te delen, Maar duidelijk is dat het hier gaat om Joden en Heidenen, mannen en vrouwen, slaven en vrijen, armen en rijken, Grieken en Romeinen, kortom een dwarsdoorsnede uit de gemeente zoals Paulus overal in het Romeinse Rijk gemeenten had gesticht.

In die Christelijke gemeenten waren de etiketten waar wij zo graag onderscheid mee maken verdwenen. Het waren broeders en zusters in Christus en onderscheid werd er niet gemaakt. Natuurlijk de een kon iets anders dan de ander, elk had eigen unieke eigenschappen. Maar Paulus had ze vergeleken met een lichaam. Daar kon de hand ook iets anders dan de voet maar zonder de hand was de voet niks en zonder voet de hand niet. Handicaps moeten altijd gecompenseerd worden en herinneren ons aan de gewenste eenheid tussen mensen met verschillende eigenschappen. Zo is een op het oog saaie lijst met onbekende namen ineens een les geworden waar we ook vandaag uit mogen leven. Samen het goede doen, samen gebruik maken van elkaars verschillende kwaliteiten, want samen aan de nieuwe wereld van God bouwen mogen we elke dag, ook vandaag weer.

 

De opbrengst van de collecte

Romeinen 15:25-33

25 Nu sta ik echter op het punt naar Jeruzalem te gaan om de heiligen daar bijstand te verlenen, 26 want Macedonië en Achaje hebben voor de armen onder hen een collecte gehouden. 27 Ze hebben daartoe vrijwillig besloten, maar ze staan dan ook bij hen in de schuld. Want omdat zij, afkomstig uit andere volken, deel hebben gekregen aan de geestelijke rijkdommen van de heiligen in Jeruzalem, zijn zij op hun beurt verplicht hen in materiële zaken bij te staan. 28 Nadat ik mij van deze taak gekweten heb, en de opbrengst van de collecte officieel aan hen heb overhandigd, zal ik u op doorreis naar Spanje bezoeken. 29 En ik weet dat wanneer ik kom, ik met de volle zegen van Christus kom. 30 Broeders en zusters, in de naam van onze Heer Jezus Christus en met een beroep op de liefde van de Geest, vraag ik u dringend om samen met mij vurig tot God te bidden. Bid voor mij 31 dat ik behoed word voor de ongelovigen in Judea en dat mijn hulp door de heiligen in Jeruzalem zal worden gewaardeerd. 32 Dan kan ik, indien God het wil, vol vreugde naar u toe komen om in uw gezelschap nieuwe kracht op te doen. 33 De God van de vrede zij met u allen. Amen. (NBV21)

In de brieven van Paulus kom je soms van die zeer persoonlijke stukjes tegen. Ze lijken dan ook op historische verhalen. Vaak zijn ze echter in de geschreven geschiedenis niet te plaatsen. Ook kloppen ze niet altijd met op historische feiten lijkende gedeelten uit andere Bijbelboeken. Vandaag lezen we weer zo’n stukje. Of Paulus ooit in Spanje is geweest weten we niet. Vele geleerden nemen het aan maar het staat in elk geval niet in de Bijbel, wel dat hij er heen wilde. Maar Paulus was een reisapostel. Grote delen rond de Middellandse Zee zijn door hem bezocht. In sommige plaatsen werkte hij zelfs een paar jaar achter elkaar. Dat de belangrijkste stad van het Romeinse Rijk onderaan het wensenlijstje belande is niet zo vreemd, daar was immers al een bloeiende gemeente die ook nog een verbinding met Paulus had.

Spanje was een verder verwijderd doel. Achter Spanje hield de wereld op, daarachter was alleen nog water. Als je het Evangelie tot aan de einden der aarde wilde verkondigen dan was een verkondiging in Spanje de kroon op het werk. Andere apostelen richtten zich meer op het Midden Oosten en Afrika. Van de Apostel Thomas wordt zelfs, buiten de Bijbel, verteld dat deze op de kusten van India het Evangelie heeft gebracht. Daar zijn nog heden ten dage de Thomaschristenen aanwezig. Dat Paulus even nog niet verder gaat maar eerst terugkeert naar Jeruzalem heeft nog een andere reden. In Jeruzalem was de gemeente zeer arm. Jeruzalem zelf was een rijke stad, de pelgrims van over de hele wereld brachten veel geld in de economie, maar zoals dat vaker gaat komt die rijkdom slechts bij enkelen terecht. In Griekenland en Macedonië waren er daarom inzamelingen gehouden om de gemeente in Jeruzalem te steunen. Paulus zou zelf de opbrengst naar Jeruzalem brengen.

Door dit zo aan de gemeente in Rome te schrijven betrekt Paulus ook deze gemeente bij de gemeenschappelijke verzameling van gemeenten. Die konden van elkaar op aan. De Christenen in Rome hadden dat gemerkt toen ze verbannen waren en een nieuwe plaats moesten zoeken. Ze werden vaak in bestaande gemeenten elders opgevangen. Zo waren er een aantal ook met Paulus in aanraking gekomen. De zorg met broeders en zusters over de hele wereld bestaat dus al sinds het begin van de beweging van Christenen. Daarbij komt dat in elke gemeente ook niet Christenen werden geholpen. Dat was al begonnen in Jeruzalem vlak na Pinksteren toen Griekse weduwen een beroep op de gemeente deden. Speciale diakenen werden er voor hen aangesteld. En de eerste martelaar voor de Kerk was Stephanus, een van die diakenen. Hem hebben we op Tweede Kerstdag herdacht. De zorg voor armen, Christelijk of niet, over de hele bewoonde wereld blijft onze taak, tot op de dag van vandaag, totdat de Christus terugkomt om de aarde definitief te bevrijden van armoede, geweld en onderdrukking.

De vrijmoedigheid

Romeinen 15:14-24

14 Broeders en zusters, ik ben er vast van overtuigd dat u inderdaad niets dan het goede wilt en dat uw inzicht nergens tekortschiet, zodat u ook in staat bent om elkaar terecht te wijzen. 15 Ik heb u hier en daar nogal vrijmoedig geschreven, maar alleen om u te herinneren aan wat u al weet. Ik doe dat vanwege de genade die God mij geschonken heeft: 16 ik moet in volledige toewijding aan zijn evangelie een dienaar van Christus Jezus voor de heidense volken zijn, zodat zij een God welgevallig offer kunnen worden, geheiligd door de heilige Geest. 17 Dat ik trots kan zijn op mijn werk voor God, dank ik aan Christus Jezus. 18 Ik mis de vrijmoedigheid om over iets anders te spreken dan wat Christus met het oog op de gehoorzaamheid van de volken door mij tot stand heeft gebracht-door wat ik heb gezegd en gedaan, 19 door krachtige tekenen en wonderen die ik heb verricht door de macht van Gods Geest. Zo heb ik vanaf Jeruzalem tot aan Illyrië overal het evangelie van Christus verspreid. 20 Daarbij heb ik er altijd een eer in gesteld het niet op plaatsen te verkondigen waar Christus al bekend was. Ik wilde niet op het fundament van een ander bouwen, 21 want er staat geschreven: ‘Zij aan wie Hij niet verkondigd is, zullen zien; zij die niet over Hem hebben gehoord, zullen tot inzicht komen.’ 22 Het is dan ook om deze reden dat het mij nog niet is gelukt u te bezoeken. 23 Maar ik heb mijn taak in deze streken nu beëindigd; en omdat ik er zo naar verlang om na al die jaren naar u toe te komen, 24 hoop ik dat te doen wanneer ik naar Spanje ga. Ik hoop u op weg daarheen te ontmoeten om mijn reis daarna met uw hulp voort te zetten, maar niet voordat ik enige tijd van uw gezelschap genoten heb. (NBV21)

We zijn aan het laatste gedeelte van de brief aan de Romeinen. In Rome was los van Paulus al heel vroeg een Gemeente van de beweging van de Weg ontstaan. Ze gingen de leden er van ook Christenen noemen. Paulus had een aantal van hen tijdens zijn reizen ontmoet. Een keizer van Rome had die Christenen de schuld van alle problemen gegeven en ze uit de stad verbannen. In het boek Handelingen lezen we dat hij in Rome gevangen heeft gezeten. Duidelijk is wel dat toen hij de brief aan de Romeinen schreef hij nog niet in Rome was geweest. Dit soort persoonlijke stukjes bepalen ons wel bij het feit dat de brief geschreven is door een mens met een opvoeding, een achtergrond en een eigen geschiedenis. Die mens Paulus sprak een taal die wij niet meer verstaan. Hij woonde in een Keizerrijk waar wij slechts na veel studie een heel klein beetje van kunnen gaan begrijpen.

Het is dan ook heel gevaarlijk om kleine stukjes tekst uit de brief te isoleren en dan de wereld in te slingeren als “het Woord van God” meestal zijn de kleine stukjes tekst die je zo leest de boodschap van degene die ze uit de brief heeft geïsoleerd en zeggen ze meer van die mens dan van de Bijbelse boodschap. Belangrijk is de algemene boodschap. Mensen moeten gaan leven naar het voorbeeld van Christus, je moet proberen zelf Christus te worden. Niet alleen als individu maar ook als gemeente en zelfs als volk.. Als je vandaag zou zeggen dat je een volk tot gehoorzaamheid aan Christus wil brengen dan wordt je gelijk gevraagd welk leger je daarvoor klaar hebt, of welke populistische strategie je wil hanteren om ze jou tot hun leider te laten kiezen. Bij Paulus gaat het om heel andere dingen. De gehoorzaamheid is de gehoorzaamheid aan het gebod je naaste lief te hebben als zichzelf. En daar waar alle eigenbelang in dat gebod over boord gezet wordt offer je jezelf als het ware op, een offer aan de God van Israël gebracht.

Niet wat jouw belang is telt voortaan maar het belang van de God van Israël die dat belang laat uitkomen in dat wat er met de minsten van de mensen gebeurd. Daar heeft Paulus het over en daar heeft hij zich voor ingezet. Dat er dan gemeenten ontstaan, mensen te hoop lopen om zich met dat liefdesgebod bezig te houden is een wonder. Vooral als je ziet dat slaafgemaakten en slavenhouders, rijken en armen, allochtonen en autochtonen, mannen en vrouwen, jongeren en ouderen, elkaar als gelijken gaan zien en elkaar wederzijds steunen en tot bloei proberen te brengen. Dat is het wonder dat van Paulus wordt beschreven maar dat ook wij tot stand mogen brengen. Een wonder waar we ook vandaag weer aan mogen werken.

Vreugde en vrede

Romeinen 15:1-13

1 Wij, de sterken, moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid bijstaan en niet ons eigen belang vooropzetten. 2 Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is. 3 Ook Christus zocht niet zijn eigen belang; integendeel, er staat geschreven: ‘De smaad van wie U smaadt, is op Mij neergekomen.’ 4 Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. 5 Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt. 6 Dan zult u eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus. 7 Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard. 8 Ik zeg u dat Christus een dienaar van de Joden is geworden om te tonen dat God trouw is en om de beloften aan hun voorouders waar te maken, 9 en dat Christus, om te tonen dat God barmhartig is, ook gekomen is om de andere volken in staat te stellen God te loven, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik U prijzen te midden van de volken, een loflied zingen ter ere van uw naam.’ 10 En verder staat er: ‘Verheug u, volken, samen met zijn volk.’ 11 En er staat ook: ‘Loof de Heer, volken op aarde, prijs Hem, naties overal.’ 12 En verder zegt Jesaja: ‘Isaï zal een telg voortbrengen: Hij die komt om over alle volken te heersen; op Hem zullen zij hun hoop vestigen.’ 13 Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop steeds blijft toenemen door de kracht van de heilige Geest. (NBV21)

Vandaag een Bijbelgedeelte dat in ingewikkelde zinnen is gevat en uitloopt op een aantal citaten uit de Hebreeuwse Bijbel. Maar een Bijbelgedeelte niet zonder betekenis en daarom de moeite waard om door de woordenbrij heen te bijten om je eigen te maken wat er eigenlijk staat. We moeten even terug in de tekst en de geschiedenis. Herinner je het verhaal over de Joden en Joodse Christenen die door de Keizer uit Rome waren verdreven. Paulus schreef aan de gemeente in Rome toen ze net weer terug mochten keren. De bevolking keek ze met de nek aan en in de Christelijke gemeenten waren ze niet meer de eersten maar een minderheid die nieuw kwam kijken. Die Joodse Christenen zijn dus de zwakken en de Heidenen met hun sterke positie worden opgeroepen hen te helpen. En dan gebruikt Paulus een argument dat toch wel slim gevonden is. Al die Heidense Christenen, niet Joods dus, worden opgeroepen te doen als Jezus van Nazareth, de Messias, Christus in het Grieks.

Die Christus was immers gekomen als Jood en had zijn boodschap gebracht aan het Joodse volk. Nu, samen met de Joodse Christenen kun je op zoek gaan naar wat er in de Joodse Bijbel staat en wat je daar nodig hebt zegt Paulus. Dat geldt ook voor ons. Ook wij hebben het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel nodig om te snappen wat eigenlijk de boodschap van Jezus van Nazareth voor ons geweest is. En in dat samen zoeken naar antwoorden kan ook de bron van eenheid tussen Christenen gevonden worden. Een eenheid die we nog steeds missen. Al zijn hervormden, gereformeerden en lutheranen samen in één kerk verenigd, er zijn er in de Raad van Kerken in Nederland nog een aantal die niet meegegaan zijn en buiten de Raad van Kerken zijn er nog tal van sekten en groepen die zich ook kerk noemen maar met de Kerken in Nederland nauwelijks of geen contact hebben, zij streven de eenheid waar Paulus het over heeft in elk geval niet na. Zelfs niet na 70 jaar de Wereldraad van Kerken.

Paulus citeert een hele rij van teksten uit het Oude Testament waar de gemeente in Rome wat aan zou kunnen hebben. Hij begint met een citaat uit Psalm 18 waarin staat dat juist de Joden onder de Heidenen God moeten belijden zodat ook de Heidenen mee gaan doen. Dat stond ook al in de leer van Mozes, Paulus haalt hier een vers aan uit Deuteronomium 32. Dat de Heidenen de God van Israël moeten prijzen haalt hij uit Psalm 117. En de wortel van Jesse waarover Jesaja sprak, Jesse is Isaï de vader van David, was in de vroege Christelijke gemeente Jezus van Nazareth zelf, geboren uit de familie van David. Dat prijzen van God is in het Oude Testament opkomen voor de armen en zwakken, recht verschaffen aan de rechtelozen en dat stond eigenlijk ook al aan het begin van het gedeelte van vandaag. Dat is iets waarin wij de God van Israël ook vandaag kunnen prijzen, hongerigen te eten geven, gevangenen bezoeken, naakten kleden, de armen recht doen. Elke dag opnieuw.

 

Naties overal

Psalm 117

1 Loof de HEER, volken op aarde, prijs Hem, naties overal: 2 zijn liefde voor ons is overstelpend, eeuwig duurt de trouw van de HEER. Halleluja! (NBV21)

Wat een klein psalmpje zingen we vandaag met de Kerk mee, vast niet vanwege de voetbal. Hoe komt zo’n twee regelig liedje nu in de Bijbel terecht? Precies weten we dat natuurlijk niet, we zijn er niet bij geweest toen het boek van de Psalmen werd samengesteld maar er is wel een aanwijzing. Dit soort liederen leent zich uitstekend voor een optocht van mensen die samen naar een doel op weg zijn. En dat doel zou er vandaag, ook bij ons kunnen zijn. Wij kennen de serieuze optochten voor een beter klimaat, tegen de subsidiering van fossiele brandstoffen en optochten voor de vrede.

Het volk Israël kende drie zogenaamde pelgrimsfeesten. Dan moest het volk optrekken naar Jeruzalem om daar met de familie, de knechten en dienstmeiden, de slaven en slavinnen, de armen uit het dorp en de vreemdelingen die bij hen woonden en de levieten bij de Tempel een maaltijd houden. De drie feesten waren het Pesachfeest als de gerst oogst was binnengehaald, het Wekenfeest, wanneer de tarweoogst werd binnengehaald en het Loofhuttenfeest als de rest van de oogst was binnen gehaald. Die Pelgrimsreis kennen we van Jezus van Nazareth toen hij gezeten op een ezel naar het Pesachfeest in Jeruzalem ging.

De menigte zwaaide met palmtakken en zong onder meer deze Psalm. Het Wekenfeest kennen wij als Pinksteren, vijftig dagen na Pasen. En als het Pinksterverhaal wordt gelezen dan klinken de namen van al die landen van waaruit mensen naar Jeruzalem waren getrokken om dit feest te vieren, ieder hoorde het verhaal in de eigen taal. Wij mogen ons weer openstellen voor de opdracht het verhaal over de hele wereld aan iedereen te vertellen. Te beginnen in onze eigen straat, vandaag nog.