Dood, waar is uw prikkel?

1 Korintiërs 15:50-58

50 Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beerven en het vergankelijke beerft de onvergankelijkheid niet. 51 Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. 53 Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. 54 En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning. 55 Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel? 56 De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet. 57 Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus. 58 Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here. (NBV21)

De manier waarop Jezus van Nazareth zijn kruisiging onderging en stierf aan het kruis heeft op zijn volgelingen diepe indruk gemaakt. Wie, aan een kruis gehangen, helpt zijn medegekruisigden, wie kan vanaf een kruis nog troost zoeken voor zijn moeder, wie bidt voor zijn beulen hangend aan een kruis? Die liefde kon onmogelijk dood gemaakt worden, dat bleef leven. Paulus had later die volgelingen te vuur en te zwaard vervolgd, maar toen hij met blindheid geslagen was hadden diezelfde volgelingen van Jezus van Nazareth hem opgevangen en verzorgd. Ja, toen hij zelf in het verhaal van Jezus van Nazareth wilde gaan meedoen hadden ze hem uiteindelijk zelfs opgenomen in de kring van de zendelingen zoals die door Jezus van Nazareth waren aangewezen. De dood speelde geen enkele rol meer. Het ging en het gaat om de manier waarop mensen met elkaar omgaan.

Lichamelijke eigenschappen doen daarbij niet ter zake, sterk of zwak, mooi of lelijk, oud of jong, voor het verhaal van Jezus van Nazareth is een metamorfose van een heel ander kaliber nodig. Daar komt geen chirurg of andere mooimaker aan te pas. Je doet het zelf. Je gaat de weg op van Jezus van Nazareth. Mensen van de weg werden die eerste Christenen genoemd. Van hot naar her trokken ze het land door, de armen bevrijding verkondigend, de zieken genezing, de lammen lieten ze lopen en de blinden lieten ze zien. Mensen kregen weer waarde, mensen kregen weer een plaats in de samenleving. Slaven werden broeders, slavinnen werden zusters. Alle dode regels zijn vervallen. Denk niet dat je er nu maar op los kunt leven. Alles mag heeft Paulus ergens anders gezegd. En dode regels bepalen zeker niet wat mag of niet mag.

Alles mag kun je gemakkelijk zeggen als je weet dat iedereen het uit z’n hoofd zal laten een ander te beschadigen. Als je de naaste liefhebt als jezelf, dan beschouw je niemand als een voorwerp dat voor jou bevrediging kan brengen, dan geef je geen drank of drugs, je kijkt wel uit. Zelfs de risico’s die jezelf misschien wil lopen voor je eigen plezier gun je een ander niet. En maakt dat van jou een dooie pier? Nou en? Werkelijke liefde geeft veel meer genot, dat gaat alles te boven, daar kan geen kick tegen op. Anderen, die ongelukkig waren, weer geluk en vertrouwen in het leven geven, is het mooiste dat er is. En het allermooiste is dat we er elke dag opnieuw mee mogen beginnen, elke dag weer, ook vandaag, net zo vaak als we willen, onophoudelijk.

Wanneer de doden opstaan.

1 Korintiërs 15:35-49

35 Nu zou iemand kunnen vragen: ‘Maar hoe worden de doden opgewekt? Met wat voor lichaam komen ze tot leven?’ 36 Dwaas die u bent! Als u iets zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen. 37 En wat u zaait heeft nog niet de vorm die het later krijgt; het is nog maar een naakte korrel, een graankorrel misschien of iets anders. 38 God geeft daaraan de vorm die Hij heeft vastgesteld, en Hij geeft elke zaadkorrel zijn eigen vorm. 39 Elk aards lichaam is anders; het lichaam van een mens is enig in zijn soort, dat van een dier eveneens, dat van een vogel ook, en ook dat van een vis. 40 Er zijn lichamen aan de hemel en lichamen op aarde, maar de schittering van een hemellichaam is anders dan die van een aards lichaam. 41 De zon heeft een andere schittering dan de maan, de maan weer een andere dan de sterren, en de sterren onderling verschillen ook in schittering. 42 Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, 43 wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt. 44 Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam. 45 Zo staat er ook geschreven: ‘De eerste mens, Adam, werd een levend, aards wezen.’ Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest. 46 Niet het geestelijke is er als eerste, maar het aardse; pas daarna komt het geestelijke. 47 De eerste mens kwam voort uit het stof, uit de aarde, de tweede mens is hemels. 48 Ieder aards mens is als de eerste mens, ieder hemels mens is als de tweede. 49 Zoals we nu de gestalte van de mens uit het stof hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben. (NBV21)

Er zijn mensen, dieren en dingen. Er zijn lichamen op aarde en er zijn hemellichamen. Ondanks alle wetenschap die we tegenwoordig hebben is het spraakgebruik nog niet veel anders. De schitterende sterren aan een heldere hemel in een donkere nacht spreken nog steeds tot de verbeelding. Wat nu die opstanding uit de doden betreft leren we dat ook Paulus eigenlijk geen idee heeft wat er uiteindelijk gaat gebeuren. De adem van de mens die door God werd gegeven gaat uiteindelijk terug naar God. Het goede in de geest van de mens blijft en inspireert, begeestert zeggen we wel, mensen die het goede willen doen. En daar blijft het bij. Dat is het dan. En als het niet om jezelf gaat dan is dat eigenlijk helemaal niet erg.

Er zijn predikers die mensen proberen te overtuigen door te wijzen op een eeuwig leven. Dat zou je moeten krijgen. Maar na al die eeuwen zien we weinig eeuwig leven om ons heen. In elk geval te weinig om je te motiveren het met het verhaal van Jezus van Nazareth te wagen, mee te gaan in het verhaal van Israël. Wat je wel om je heen ziet is de onrechtvaardigheid. Wat je kan zien zijn de armen in de wereld, de naakten, de hongerigen, de lammen, de blinden, de weduwen en de wezen die in de steek gelaten worden. En als je als mens nog een klein beetje gevoel voor een ander over hebt dan wil je daar iets mee doen. Dat kan motivatie geven om mee te gaan in het verhaal van Jezus van Nazareth die zijn volgelingen de opdracht gaf de armen bevrijding aan te zeggen. Dat zou moeten lukken als we onze naaste liefhebben als onszelf, als we zelfs onze vijanden lief weten te hebben.

Wie er over nadenkt beseft dat, hoe het dan ook zit met opstanding uit de doden, hoe het ook zit met een God van wie je geen beeld kunt maken, de wereld er een stuk beter uit zou zien als we elkaar lief zouden hebben. Als mensen inderdaad bereid zou zijn om met elkaar te delen. Als recht en rechtvaardigheid de verdeling van goederen, voedsel en welvaart zouden bepalen in plaats van de wetten van winst en profijt en het recht van de sterkste. De mensen die nu ten dode zijn opgeschreven in honger, ziekte en oorlog zouden dan een deel van leven hebben. Er zou een geest over de aarde waaien van goedheid en niet een damp van wantrouwen. Misschien dat we met Paulus geen idee hebben van wat er uiteindelijk zou kunnen gebeuren, maar we hebben wel een idee waar we zouden kunnen beginnen. Een samenleving vormen waar Liefde regeert, elke dag mag je daar opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

 

Elke dag sterf ik opnieuw

1 Korintiërs 15:20-34

20 Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen. 21 Want zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. 22 Zoals allen sterven in Adam, zo zullen allen ook tot leven komen in Christus. 23 Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer Hij komt, zij die Hem toebehoren. 24 En dan komt het einde en draagt Hij het koningschap over aan God, de Vader, nadat Hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft. 25 Want Hij moet koning zijn totdat ‘Hij alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd’. 26 De laatste vijand die vernietigd wordt is de dood, 27 want er staat: ‘Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd.’ Wanneer er ‘alles’ staat, is dat natuurlijk uitgezonderd degene die alles aan Hem onderwerpt. 28 En op het moment dat alles aan Hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan Hem die alles aan Hem onderworpen heeft, opdat God alles in allen zal zijn. 29 Wat denken zij die zich voor de doden laten dopen te bereiken? Als de doden toch niet worden opgewekt, waarom zouden zij zich dan voor hen laten dopen? 30 En waarom zouden wij ons voortdurend aan gevaren blootstellen? 31 Elke dag sterf ik opnieuw, broeders en zusters, zo waar als ik dankzij Christus Jezus, onze Heer, trots op u kan zijn. 32 In Efeze heb ik op leven en dood gevochten; wat zou ik daarmee hebben bereikt als ik geen hoop had? Wanneer de doden toch niet worden opgewekt, kunnen we maar beter zeggen: ‘Laten we eten en drinken, want morgen sterven we.’ 33 Maar vergis u niet: slecht gezelschap bederft goede zeden. 34 Kom toch eens echt tot bezinning en zondig niet langer. Sommigen van u hebben geen enkele kennis van God. U moest u schamen. (NBV21)

In de Romeinse samenleving, waar de mensen in Korinthe in leefden, ook Griekenland hoorde bij het Romeinse rijk, was een mensenleven weinig waard. De dood kon je overal treffen, zeker als ze je konden uitschelden voor Christen omdat je aan dat verhaal van Jezus van Nazareth mee wilde doen. Mensen die slaven en vrouwen gingen vertellen dat ze gelijk waren aan Koningen en goden konden de heersers niet gebruiken. Goden waren voor de tempels en de priesters en als die van hun opbrengsten met de overheid meedeelden moest je ze niet te na komen. De rest van de samenleving draaide op slaven dus je haalde het fundament onder de samenleving uit als je de slaven bevrijding ging aanzeggen. De dood was al een drijfveer van formaat, je keek wel uit op te vallen of ruzie te krijgen, de dood weerhield je ook de samenleving te hervormen.

Tot Christenen kwamen die zeiden dat de dood zou worden overwonnen, ja al was overwonnen. Dat het de laatste tegenstander zou zijn die zou worden overwonnen maar dat het overwonnen zou worden hoe dan ook. Door net als God te willen zijn was ooit de dood in de wereld gekomen, als het uiteindelijke onderscheid tussen God en de mensen. Door aan de afspraak met God te beantwoorden dat mensen elkaar lief zouden hebben als zichzelf zou de dood verdwijnen en zouden mensen kinderen van God worden. Jezus van Nazareth had zelfs eens op een Psalm gewezen waarin gezongen werd dat we allemaal Goden waren. De keuze die de nieuwe gemeenten maakten voor het leven, niet zozeer het leven van zichzelf maar vooral voor het leven van de zwaksten, van hen die al ten dode waren opgeschreven, was daarom alleen al revolutionair.

Geen wonder dat Paulus daar in deze brief zo de nadruk op legt. Voor ons is het misschien niet zo helder. Zoveel mensen worden toch niet vermoord? Als dat gebeurd staan de kranten er vol van. Ook de vijfhonderd verkeersdoden per jaar zijn een vijand en jaar op jaar volgen er nieuwe maatregelen ze te beperken. De dood is nog lang niet overwonnen, in Afrika sterven nog veel te veel mensen aan armoe en geweld. Maar de gedachte dat elk leven op aarde telt en waard is om beschermd te worden groeit van jaar tot jaar. Ze kan alleen groeien als we ze voeden. Als we ze voeden met acties als Max Havelaar, Samen Weer naar School, Giro 555, Nederland helpt Azië de overstromingen te weerstaan en al die andere acties die gericht zijn op het bevrijden van mensen uit de dood. Er zijn nog 50 oorlogen gaande leerde de laatste telling. Elke keer als we een hand uitsteken naar een arme, als we onze samenleving iets beter inrichten op de bescherming van de armen in de wereld, winnen we weer een slag tegen de dood. Blijf dus kiezen voor het leven ook vandaag weer.

 

De beklagenswaardigste mensen

1 Korintiërs 15:12-19

12 Maar wanneer nu over Christus wordt verkondigd dat Hij uit de dood is opgewekt, hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat de doden niet zullen opstaan? 13 Als de doden niet opstaan, is ook Christus niet opgewekt; 14 en als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos. 15 Dan blijkt dat wij als getuigen van God over Hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat Hij Christus heeft opgewekt-want als er geen doden worden opgewekt, dan kan Hij dat niet hebben gedaan. 16 Wanneer de doden niet worden opgewekt, is ook Christus niet opgewekt. 17 Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden 18 en worden de doden die Christus toebehoren niet gered. 19 Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn. (NBV21)

Voor de schrijver van de brief aan de mensen in Korinthe is dit kennelijk de kern van het verhaal. De doden zullen opstaan. Willen we dat blijven geloven dan mag dat opstaan van sommige mensen zo na een paar duizend jaar onderhand ook wel eens gebeuren ook. Of zou er iets anders worden bedoeld dan dat het stof van de crematoria, de botten uit de geruimde graven, weer tot de mensen worden die ze waren. In heel het verhaal van Jezus van Nazareth gaat het niet om hem maar om de mensen die hij weer een plaats geeft in de samenleving. Ook Paulus benadrukt in zijn brieven dat je jezelf niet op de eerste plaats moet zetten maar de mensen die dat Evangelie nodig hebben. In het Evangelie van Lucas hebben we kunnen lezen dat dat Evangelie betekent de boodschap van bevrijding van de armen.

Die mensen die als dood zijn, die geen toekomst hebben, die niet voor of achteruit kunnen, die mensen komen weer tot leven en krijgen een eigen leven terug. Dat werk, die bevrijding gaat door de dood heen. Jezus van Nazareth, de gezalfde bevrijder, de Messias, de Christus, hield dat vol door de dood heen. Niets of niemand hield hem tegen zelfs de dood niet. In dat verhaal mogen we dus meedoen. En we kunnen in dat verhaal pas meedoen als we de angst voor de dood verliezen. Als we niet meer bang zijn voor de machthebbers in de wereld die ons vijanden aan proberen te praten, die ons wijs proberen te maken dat alle aanhangers van de Islam ons bedreigen. Die, nu de communistische vijand is verdwenen, binnen een aantal jaren een nieuwe vijand hebben geschapen. Maar zij hebben nooit geleerd dat je je vijanden lief moet hebben.

Zij hebben nooit geleerd dat je, zoals in Deuteronomium staat, de vreemdelingen aan tafel moet nodigen. Zij hebben nooit geleerd dat de nette keurige, wetslievende mensen wel voor zichzelf kunnen zorgen maar dat wij moeten zorgen voor de ontevredenen, voor de geweldzoekers, voor de onruststokers. Juist voor al de mensen die de weg van de dood kiezen, de letterlijk doodlopende weg, is dat Evangelie van bevrijding bedoeld. Daar moet het gebracht worden. Het geeft geen pas in het Witte Huis te bidden als je dat niet durft in Taliban land tussen Afghanistan en Pakistan. Juist als je dat echt gelooft zorg je dat je vrede brengt in plaats van geweld. Zuid Koreaanse Christenen deden dat en vonden de dood, zelf er zomaar heengaan is dus de weg niet. We moeten het doen met de hele bewoonde wereld, we zullen iedereen mee moeten zien te krijgen. Daar kunnen we aan werken te beginnen in ons eigen huis, onze eigen stad elke dag opnieuw.

 

Misgeboorte die ik was.

1 Korintiërs 15:1-11

1 Broeders en zusters, ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u hebt aangenomen, dat uw fundament is 2 en uw redding-als u tenminste vasthoudt aan de boodschap zoals ik u die verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen. 3 Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, 4 dat Hij is begraven, dat Hij op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, 5 en dat Hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf. 6 Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. 7 Vervolgens is Hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. 8 Pas op het laatst verscheen Hij ook aan mij, misgeboorte die ik was. 9 Want ik ben de minste van de apostelen, ik ben de naam apostel niet waard omdat ik Gods gemeente heb vervolgd. 10 Maar door zijn genade ben ik nu wat ik ben. En zijn genade is bij mij niet zonder uitwerking gebleven. Integendeel, ik heb veel harder gewerkt dan alle andere apostelen, althans, niet ik, maar Gods genade die mij bijstaat. 11 In ieder geval, of zij het nu zijn of ik, wij verkondigen allemaal de boodschap die ik u verkondigd heb, en door die boodschap bent u tot geloof gekomen. (NBV21)

Soms vergeten we het wel eens en noemen we de maandag de eerste dag van de week, maar de zondag is nog steeds de echte eerste dag van de week. Bijna de hele week zullen we ons bezig houden met de lezing van het vijftiende hoofdstuk van de brief aan de inwoners van Korinthe. De hoofdstukindeling is overigens vrij willekeurig en pas in de Middeleeuwen aangebracht, maar ze komt ons deze komende week goed uit omdat we dan ook op afstand met elkaar weten wat we gaan lezen. Dit eerste deel is niet eenvoudig. Dat komt omdat het in eeuwen lijkt doodgepreekt. Wat moeten we met de gekruisigde Jezus die dood was en begraven en na drie dagen uit de dood is opgestaan? We willen dat misschien best geloven, misschien is het zo wel gegaan, we waren er niet bij, maar wat moeten we er mee.

Er worden ook nog allemaal getuigen bij gesleept die het geloven in het verhaal gemakkelijker moeten maken, maar ook die getuigen kennen we niet. Toch blijft dit verhaal ook na zoveel eeuwen verkondigd worden. En niet door de minsten. In deze brief schrijft Paulus dat al die apostelen, al die getuigen allemaal hetzelfde verkondigen. En Jos Brink vertelde ooit in zijn Amsterdamse Duif gemeente ook dat hij hetzelfde verkondigde als die Paulus. Dat zijn liefde voor mensen, die in het theater en op TV op grote massa’s afspatte, dezelfde liefde zou moeten zijn die Jezus voor de mensen had. Dat hij daarom mee leefde met de Aidspatiënten aan wie hij als buddy was toegewezen. Dat hij daarom de hand vasthield van zwaar dementerende patiënten in het verpleeghuis waar hij als pastor werkte. Wij wisten weinig en hoorden nog minder van de pastorale kant van Jos Brink. Hij stond zich er niet op voor. Het ging immers om de mensen zelf en niet om Jos Brink. En dat was ook dat Evangelie waar Paulus over schrijft.

Door de dood heen de liefde voor de mensen vast houden, bevrijding voor de armen verkondigen, daardoor de lammen laten lopen, de bedroefden troosten, de blinden laten zien en de doven laten horen. Wie durfde een Koningin op één lijn te stellen met zijn moeder, wie durfde over zijn eigen dood te roepen dat die groots beleefd moest worden met een uitvaart uit Carré, en natuurlijk een dienst in zijn eigen kerk? Hoe triest het einde van Jos Brink ook was, hoe we ook mee treurden, hem lukte het ook door zijn dood heen te blijven getuigen van zijn liefde voor de mensen en zijn liefde voor het meegaan in het verhaal van Jezus van Nazareth. Laat het ons ook moed geven in dat verhaal te blijven meegaan. Er zijn overigens prachtige boeken met teksten van Jos Brink die je kunnen helpen bij bidden en overdenken. En de gemeente in de Duif in Amsterdam is er nog steeds, daar kun je op zondag gewoon heen, net als naar de PKN kerk in je eigen buurt.

 

De omgeving van Tyrus

Marcus 7:24-30

24 Hij ging weg en vertrok naar de omgeving van Tyrus. Daar nam Hij zijn intrek in een huis, en hoewel Hij niet wilde dat iemand dat te weten zou komen, lukte het Hem niet onopgemerkt te blijven. 25 Integendeel, er kwam al meteen een vrouw die over Hem gehoord had naar Hem toe, en zij viel voor zijn voeten neer. Ze had een dochter die door een onreine geest bezeten was. 26 Deze vrouw was van Syro-Fenicische afkomst en geen Jodin; ze smeekte Hem om bij haar dochter de demon uit te drijven. 27 Hij zei tegen haar: ‘Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om het brood voor de kinderen aan de honden te voeren.’ 28 De vrouw antwoordde: ‘Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.’ 29 Hij zei tegen haar: ‘Omdat u dit zegt …  Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.’ 30 En toen ze thuiskwam, lag haar kind op bed en bleek de demon verdwenen te zijn. (NBV21)

Als je in eigen land geen rust krijgt, als de mensen ze je zo lastig vallen dat je met je leerlingen zelfs geen tijd krijgt je handen te wassen voor het eten dan moet je iets anders verzinnen om tot rust te komen. Het buitenland is dan een goed alternatief. Alleen was er in de tijd van Jezus van Nazareth geen echt buitenland voorhanden. Alles waar ze heen konden behoorde tot het Romeinse Rijk. Het leek wel een beetje op het Europa van tegenwoordig. Je kunt er doorheen rijden zonder een douane of grenscontrole tegen te komen. Dat je in een ander land bent merk je aan de vorm van de huizen, de verkeersborden en de taal die er gesproken wordt. Dat was in de omgeving van Jezus van Nazareth niet anders. Alleen spraken ze daar in de buurt allemaal Aramees of Grieks. Geschreven werd er in het Grieks en in dat Grieks kennen we ook het Evangelie van Marcus.

Maar zouden die buitenlanders Jezus van Nazareth ook met rust laten? Marcus laat ons weten dat het niet het geval was. Ook buitenlanders hoorden er bij. Niet zomaar, de Goddelijke richtlijnen waren immers gegeven aan het volk Israël en de vruchten van die richtlijnen waren dan ook voor hen bestemd. Maar daar waar in overvloed gegeten wordt vallen kruimels van de tafel waar anderen nog heel goed van mee kunnen eten. Zo komen er ook buitenlanders naar ons land om hier mee te eten van de kruimels die bij ons van tafel vallen. Ze houden over het algemeen niet hun hand op maar doen het werk waar bij ons geen mensen meer voor te porren zijn. Het is alleen jammer dat er zo verkrampt angstig op wordt gereageerd. In onze tuinbouw is er veel werk voor veel mensen voor maar een paar manden per jaar, de oogst.

Daarvan kun je hier geen bestaan opbouwen en als je dat werk gaat doen veroordeel je jezelf tot jaren uitkering, onderbroken door af en toe een paar maanden werk. Er zijn arme landen waar mensen wonen die best een heel jaar zouden kunnen leven van wat hier in een paar maanden in de oogst te verdienen valt. We durven het alleen niet aan om dat te organiseren. We laten ons regeren door angst en het geschreeuw van een paar laffe angsthazen die een vreemde godsdienst als excuus aanvoeren voor hun geschreeuw. Geloven in de macht van de God van Israël doen ze niet.  Als ze werkelijk zouden geloven dan zouden ze zich inspannen om van onze wereld een wereld te maken waar honger en dorst zijn uitgebannen, waar armoede verdwenen is en overal de vrede is uitgebroken. De Bijbel noemde dat soort gelovigen de mensen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Voorlopig zullen we nog wel even honger moeten lijden maar we mogen geloven dat het uiteindelijk de richting uit zal gaan die de Bijbel beloofd. Aan het werk dus.

Hoogmoedig worden

Deuteronomium 8:7-20

7 Straks brengt de HEER, uw God, u naar een goed land, een land van beken, bronnen en waterstromen, die ontspringen in de valleien en op de bergen, 8 een land van tarwe en gerst, van wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelbomen, een land van olijven en honing, 9 een land waar u niet slechts schamel brood zult eten, maar waar het u aan niets zal ontbreken, een land waar u ijzer vindt in het gesteente en waar u koper delft uit de bergen. 10 Wanneer u daar volop te eten hebt, dank de HEER, uw God, dan voor het goede land dat Hij u gegeven heeft. 11 Zorg ervoor dat u Hem niet vergeet, waardoor u zijn geboden, wetten en regels, die ik u vandaag voorhoud, zou veronachtzamen.12 Wanneer u volop te eten hebt en mooie huizen bouwt om in te wonen, 13 wanneer u steeds meer runderen, schapen en geiten krijgt, steeds meer goud en zilver, wanneer uw hele bezit toeneemt, 14 mag u daardoor niet hoogmoedig worden en de HEER, uw God, niet vergeten. Was Hij het niet die u uit de slavernij in Egypte bevrijdde; 15 die u veilig door die grote, verschrikkelijke woestijn leidde, dat dorre land waar geen water te vinden is en waar giftige slangen en schorpioenen huizen; die voor u water liet ontspringen uit de steenharde rots; 16 die u in de woestijn manna te eten gaf, voedsel dat uw voorouders nog nooit hadden gezien-en dat alles om u te laten buigen voor zijn macht en u op de proef te stellen, zodat Hij u later zou kunnen zegenen? 17 En dan zou u bij uzelf denken: Al die voorspoed hebben we op eigen kracht verworven!? 18 Nee, u moet beseffen dat het de HEER, uw God, is die u in staat stelt om die welvaart te verwerven, omdat Hij zijn verbond gestand wil doen, alles wat Hij uw voorouders onder ede heeft beloofd. Zo heeft Hij dat gedaan, tot op de dag van vandaag. 19 Maar als u de HEER, uw God, toch vergeet en achter andere goden aan loopt, ze vereert en voor ze neerknielt-ik waarschuw u op voorhand dat u dan zeker zult omkomen. 20 Het zal u net zo vergaan als de volken die de HEER ter wille van u uitroeit: u zult omkomen omdat u niet naar Hem hebt geluisterd. (NBV21)

Als je nu zo ongeveer je hele leven in de woestijn hebt rondgesjouwd moet zo’n opsomming van het goede land toch wel een hele bijzondere betekenis hebben. Van alle bevrijde slaven uit Egypte was er niemand meer overgebleven, het volk bestond uit leden van de tweede generatie die nooit anders dan de woestijn had gekend. Voor ons, die leven in een rijk land, lijkt het zelfs wat overdreven met die beken, bronnen en waterstromen in de valleien en op de bergen. Maar voor volken die in de woestijn leven is een overvloed aan water het eerste vereiste voor rijkdom, voor tarwe en gerst, wijnstokken en vijgenbomen, granaatappelbomen, olijven en honing. Maar die rijkdom is gevaarlijk. IJzer en koper in de bodem zodat je wapens kunt smeden, gras in overvloed zodat het vee zal toenemen, je kunt het zelfs verkopen zodat je een hoeveelheid goud en zilver kan verzamelen en mooie huizen kunt bouwen. Want je vergeet zo gemakkelijk dat je ooit een volk van slaven was dat echt bevrijd moest worden, want zelf kon je het niet. Je vergeet zo gemakkelijk dat je door de woestijn bent getrokken waar iedereen aangewezen was op de ander. Als het je zelf goed gaat en je rijkdom steeds toeneemt kun je je bijna niet meer voorstellen dat een ander tegenslagen heeft, misoogsten tegenkomt, ziekte en verkeerde beslissingen kent, waardoor de rijkdom van die ander afneemt in plaats van toeneemt.

Het leven zelf kan een dorre woestijn lijken dat niets te bieden heeft. Dan ben je eens te meer aangewezen op de saamhorigheid van anderen. Dan kom je pas tot je recht als anderen je tot je recht laten komen. En alleen als iedereen beseft dat die rijkdom niet door eigen verdienste is gekomen, maar van God afkomstig is, is er de kans dat net als toen in de woestijn mensen bereid zijn alles met elkaar te delen, desnoods zichzelf. Ook in onze dagen zien we de uitwassen van wat er kan gebeuren als mensen de voorspoed waarin ze leven aan zichzelf toeschrijven. Bankdirecteuren die vergeten dat hun banken alleen bloeien als de gebouwen schoon gehouden worden, als de telefoon op tijd wordt opgenomen, als de beveiliging bewaakt, als de software loopt en de computers functioneren. Daar hebben ze mensen voor aan laten nemen door afdelingen personeelszaken, tegenwoordig de afdeling menselijke bron genoemd. Daar zijn mensen voor opgeleid door bekwame scholers. En al die mensen die gewerkt hebben voor die bankdirecteuren doen dat niet alleen om het geld dat hen als loon in het vooruitzicht is gesteld maar omdat ze van dat werk houden, omdat ze er een eer in stellen dat werk goed te doen en met zoveel mogelijk resultaat.

Geen bankdirecteur kan zijn personeel verleiden om zich maximaal in te zetten zonder bereid te zijn zijn eigen beloning te delen. Wie doet alsof de winst van een bedrijf alleen aan de directie of de leiding te danken is maakt een grote vergissing en heeft geen oog voor de zwaksten in de wereld. In elk bedrijf zijn het de zwaksten die het succes van het bedrijf bepalen. Hun inzet levert uiteindelijk dat op wat het bedrijf aanzien geeft. Daar waar dat vergeten wordt gaat een bedrijf ten onder. Een bedrijf dat leeft van dienstverlening voor klanten, een bank bijvoorbeeld, en die klanten alleen als objecten van winst ziet, gaat ook ten onder. Op korte termijn zal er veel winst binnen lijken te komen, op de lange termijn zal blijken dat die klanten snel zijn uitgeput en bezwijken onder de last die hen is opgelegd in plaats van door de dienstverlening zo te zijn gesterkt dat ze nog meer kunnen opleveren. Daarom moet je nooit vergeten dat alles wat je inzet en ijver oplevert ook door een ander is voortgebracht. Niets heb je alleen en is alleen door je eigen verdienste verworven. Natuurlijk mag je blij en trots zijn op wat je zelf aan aandeel hebt maar je kunt pas echt blij zijn als je weet te delen met hen die  het niet voor elkaar gekregen hebben. Dat is de Weg van de God van Israël die onze God ook in een land van overvloed van ons vraagt om te gaan, dat is de Weg naar een ideale samenleving, elke andere weg loopt dood.

 

Zoals een vader zijn kind

Deuteronomium 8:1-6

1 Leef alle geboden die ik u vandaag voorhoud strikt na. Dan zult u in leven blijven, in aantal toenemen en het land dat de HEER uw voorouders onder ede heeft beloofd, binnengaan en het in bezit nemen. 2 Denk aan de tocht die de HEER, uw God, u door de woestijn heeft laten maken, veertig jaar lang. Hij wilde u laten buigen voor zijn macht en u op de proef stellen, om te ontdekken wat er in uw hart leefde: gehoorzaamheid aan zijn geboden of niet. 3 Hij hééft u voor zijn macht laten buigen: Hij liet u honger lijden en gaf u toen manna te eten, voedsel dat u nooit eerder had gezien en uw voorouders evenmin. Zo maakte Hij u duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat de mond van de HEER voortbrengt. 4 Veertig jaar lang raakten uw kleren niet versleten en zwollen uw voeten niet op. 5 Laat ieder van u dan beseffen dat de HEER, uw God, u tuchtigt zoals een vader zijn kind. 6 Leef daarom zijn geboden na door de weg te volgen die Hij u wijst en door ontzag voor Hem te tonen. 7 Straks brengt de HEER, uw God, u (NBV21)

“Een mens leeft niet van brood alleen maar van alles wat de mond van de Heer voortbrengt”, staat er in het stuk dat we vandaag lezen. Maar wat brengt de mond van de Heer dan wel voort? Heel vaak wordt er dan gezegd dat het iets geestelijks is. Iets dat je nauwelijks onder woorden kan brengen en dat je zeker niet kunt vastpakken. Zoiets als de wind, of het vuur dat geen vorm heeft. Maar als je kijkt waar dit gedeelte over gaat dan wordt het toch een heel stuk tastbaarder. Dit gedeelte gaat over de richting die God heeft aangegeven. Die richting laat zich onder woorden brengen in het “heb Uw naaste Lief als Uzelf”, die kant moet het op met onze samenleving. Pas als je onvoorwaardelijk op elkaar weet te bouwen dan kun je de woestijn overleven. Dat bleek al bij het manna dat het volk in de woestijn vond. Als Mozes niet geweten had wat het was en dat je het zou kunnen eten dan zou het volk verhongerd zijn. Maar vertrouwen op iemand als Mozes lag niet voor de hand. Telkens was het volk tegen zijn leiding in opstand gekomen. Telkens ook had het het voortbestaan van het volk in gevaar gebracht. Vaak waren er doden bij gevallen.

Toch, na 40 jaar, op de grens van het beloofde land zijn de lessen van de woestijn duidelijk geworden. Pas als je als volk onvoorwaardelijk op elkaar kunt bouwen, alles voor elkaar over hebt en de kennis en vaardigheden van elk lid van het volk respecteert, waardeert en benut dan kun je zo’n tijd in de woestijn overleven. Dan raken je kleren niet versleten omdat er mensen zijn die weten hoe je kleren kunt maken van wol en andere dierenhuiden, dan zwellen je voeten niet op omdat er nooit verder gelopen wordt dan de zwakste leden van het volk aankunnen. Dat is de geest van de God van Israël waarin alles gedaan wordt. Laat elk mens tot zijn en haar recht komen, zorg voor de zwaksten en de minsten, de weduwe en de wees. Dat maakt het volk Israël tot een voorbeeld, tot een licht voor alle volken. Maar nu staat het volk op de drempel van het beloofde land, het land waarheen ze 40 jaar lang op weg waren geweest. Dat land was het land overvloeiende van melk en honing. In dat land zou je verwachten dat iedereen zichzelf wel zou kunnen redden. In zo’n land is er altijd voor iedereen werk en hoeft niemand armoede te lijden. Dat hoor je ook zo vaak over ons land vertellen. Al die zorg door de samenleving maakt mensen maar afhankelijk, net zo afhankelijk als het volk Israël in de woestijn van het manna was geworden.

Maar juist op de drempel van het beloofde land wordt het volk Israël nog eens de Weg van de God van Israël ingescherpt. Juist in een land dat overvloeit van melk en honing heb je de kracht nodig die er uit gaat van de Weg van de God van Israël. Als iedereen mee mag doen, als er voor iedereen gezorgd wordt, als niemand bang hoeft te zijn voor de toekomst van zichzelf of het gezin waarvoor gezorgd moet worden, dan durft iedereen ook alles op te offeren, inclusief zichzelf, als dat nodig is om het land te verdedigen. Angst zal de samenleving in het beloofde land aantasten. De neiging om alles zelf te gaan doen, om op je eentje oplossingen te vinden voor problemen wakkert de angst alleen nog maar aan. Samen leven, samen werken en samen delen lijkt moeilijk. Het boek Deuteronomium bestrijdt dat. Niet de sterksten bepalen de kracht van het volk maar de zwaksten. Pas als iedereen tot zijn of haar recht is gekomen is er gerechtigheid geschied. De waarschuwing van Mozes mogen wij ons daarom ook aantrekken. Zeker nu we nadenken over delen in de toekomst. Ook bij ons zijn de zwaksten de maat voor goed of slecht. Blijf dus kijken naar hen, blijf geloven in de Weg van de God van Israël en blijf op weg naar de samenleving die ons door die God in het vooruitzicht is gesteld.

Vruchteloze praktijken

Efeziërs 5:3-20

3 Ontucht en zedeloosheid, in welke vorm dan ook, of hebzucht mogen bij u zelfs niet ter sprake komen-deze dingen horen niet bij heiligen. 4 Ook dubbelzinnige, oppervlakkige en platvloerse taal is ongepast-spreek liever woorden van dank. 5 Want u moet goed weten dat iemand die in ontucht leeft, zedeloos of hebzuchtig is-dat is allemaal afgoderij-geen deel kan hebben aan het koninkrijk van Christus en van God. 6 Laat u door niemand met loze woorden misleiden, want wie God ongehoorzaam is, wordt getroffen door zijn toorn. 7 Gedraag u dus niet zoals zij, 8 want eens was u duisternis maar nu bent u licht, nu u de Heer toebehoort. Ga de weg van de kinderen van het licht. 9 Het licht brengt niets dan goedheid voort en gerechtigheid en waarheid. en gerechtigheid en waarheid. 10 Onderzoek wat de wil van de Heer is. 11 Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, 12 want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. 13 Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, 14 en alles wat openbaar wordt, is zelf licht. Daarom staat er: ‘Ontwaak uit uw slaap, sta op uit de dood, en Christus zal over u stralen.’ 15 Let er dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen. 16 Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd. 17 Wees daarom niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. 18 Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen 19 en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer 20 en dank God, die uw Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus. (NBV21)

Als je zomaar dit gedeelte uit de brief van Paulus leest dan zul je ongemerkt wensen dat het eens waar zou kunnen zijn. Natuurlijk, oppervlakkige en platvloerse taal kan onder omstandigheden leuk lijken maar wie van andere mensen houdt weet dat het eigenlijk alleen vervelend is. Echte humor is opbouwend, kan een spiegel voorhouden en brengt de waarheid aan het licht. En over het licht gaat het ook in dit stuk. Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid zegt Paulus. En dan gaat het om wat wij tegenwoordig transparantie noemen. Doorzichtigheid. Waarom neemt men die beslissing over jou die zo onrechtvaardig aanvoelt? Waarom is de situatie van die vreemdeling geen schrijnend geval? Waarom is het ene kind van vreemde afkomst wel ingeburgerd en het andere hier geboren kind niet? Onze Raad van State heeft bijvoorbeeld over de toepassing van het criterium schrijnend vastgesteld dat dat nagemeten moet kunnen worden.

Het moet duidelijk zijn voor iedereen wanneer iets wel of iets niet schrijnend is en dat een minister of staatssecretaris niet naar willekeur of eigen smaak moet kunnen handelen maar op grond van objectieve rechtsregels moet handelen. Die transparantie, dat in het licht houden van beslissingen is dus wat Paulus hier bedoeld. Meewerken aan onrechtvaardige praktijken noemt Paulus in één adem goddeloos. Paulus roept ons ook op  klokkenluiders te zijn. Mensen die kennis hebben van onrechtvaardige praktijken en die naar buiten brengen, aan het licht brengen, ontmaskeren dus, zijn mensen die hun zogenaamde Christenplicht vervullen. In onze samenleving moeten we ook zo veel jaar na de brief van Paulus nog leren om klokkenluiders serieus te nemen en te beschermen tegen de gevolgen.

Dus als we zelf geen onrechtvaardige situaties kennen die aan het licht moeten worden gebracht kunnen we in elk geval bondgenoten worden van klokkenluiders. Als iemand iets aan het licht brengt de samenleving vragen om die persoon te belonen en in bescherming te nemen, via ingezonden brieven in kranten en druk op het parlement. Daarom is ook de onafhankelijke pers die bronnen kan beschermen zo belangrijk. Die pers is een instrument dat wij hebben om antwoord te geven op de oproep van Paulus de vruchteloze praktijken van de duisternis aan het licht te brengen. Troost moet het ons wel geven te weten dat we nog steeds in een slechte tijd leven en dat drank geen oplossing biedt. Niet in de tijd van Paulus en niet vandaag de dag. Genoeg om weer aan te kunnen werken vandaag. En zing gerust onder het werk.

Loze denkbeelden

Efeziërs 4:17–5:2

17 Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen met hun loze denkbeelden. 18 In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze Hem niet kennen en hun hart voor Hem gesloten hebben. 19 Afgestompt als ze zijn geven ze zich gretig over aan losbandigheid en allerlei zedeloze praktijken. 20 Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! 21 U hebt toch over Hem gehoord, u hebt toch onderricht over Hem gekregen? U kent de waarheid toch die in Jezus aan het licht komt? 22 Geef dus uw vroegere levenswandel op en leg de oude mens af, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten; 23 laat u voortdurend vernieuwen in uw geest en uw denken 24 en trek de nieuwe mens aan, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid. 25 Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen. elkaar, want wij zijn elkaars ledematen. 26 Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, 27 geef de duivel geen kans. 28 Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken, zodat hij iets weg kan geven aan wie het nodig heeft. 29 Laat geen verderfelijke taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goeddoen aan wie ze hoort. 30 Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want Hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing. 31 Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid. 32 Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft. 1 Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die Hij liefheeft, 2 en ga de weg van de liefde, zoals Christus deed, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God. (NBV21)

Die keurige Paulus is natuurlijk wel erg saai. Zo te keer te gaan tegen losbandigheid. De boog kan toch niet altijd gespannen blijven? En dat nieuwe Koninkrijk van Jezus van Nazareth waar hij zo bevlogen over kan schrijven was toch een koninkrijk van louter vreugde en niet van bekrompenheid? Maar waar heeft Paulus het hier over. Over de losbandigheid van de wereld. We kennen dat toch. Daar zijn andere mensen net voorwerpen. Die neem je in je hand en die gebruik je zoals het jou goed dunkt. In die nieuwe samenleving kan geen ander mens een object, een voorwerp van plezier, zijn. Daar is een ander mens om van te houden als van jezelf. Daar is het hoogste plezier die ander het hoogste plezier te bezorgen. Dan hoeft de boog inderdaad niet altijd gespannen te blijven. Dan gaat het er niet om wat er allemaal wel niet mag en hoe je de grenzen daarvan opzoekt. Dan gaat het er om wat je samen allemaal wel niet aan goeds kunt bereiken.

En gaat het om te beleven hoe je het goede vermeerderd en nog eens vermeerderd tot er niets dan goeds overblijft. Daar is dus niets saai aan. Het is dan ook een avontuur waarvoor je jezelf voortdurend zult moeten vernieuwen, voortdurend weer opnieuw in dienst moeten stellen van de liefde voor de ander. Ook als het lijkt of je zelf er niks voor terug krijgt. Was het maar zo eenvoudig, niet meer liegen, niet meer stelen, niet meer boos worden, maar goed zijn voor elkaar en vol medeleven. Paulus roept op om het voortaan anders te gaan doen, maar velen zullen zeggen dat Paulus wel erg kort door de bocht is. Let op, Paulus schrijft aan de gemeente in Efeze, nu ja aan elke gemeente van Christenen. Die zijn dus al een nieuwe weg in hun leven ingeslagen, de weg van de liefde. En dan gaat het er alleen nog om op te bouwen en niet af te breken en te veroordelen. Dan gaat het om vergeven. Niet dat vergeven van zand er over en we vergeten het maar het vergeven van samen gaan we er voor zorgen dat het niet meer kan gebeuren. Want er is meer nodig.

Economische rechtvaardigheid ook op internationaal niveau om maar eens wat te noemen. Er is nu eenmaal een verband tussen onze rijkdom en overconsumptie en de armoede en het lijden in de zuidelijke landen. Europese exportsubsidies en importtarieven moeten daarom zo snel mogelijk worden afgeschaft. Zo ben je betrokken op elkaar. Dan zijn vermaningen geen uitingen van boosheid maar pogingen om vrede te bewaren. In onze dagen wantrouwen we het als mensen op elkaar betrokken raken. De ander heeft toch niks met mij te maken? De ander hoeft mij toch niet de weg te wijzen en zich te bemoeien met mijn beslissingen? In de hulpverlening is daardoor de term bemoeizorg ontstaan. Als iemand dreigt te vereenzamen, te verwaarlozen, te vervreemden van het leven, dan zullen er mensen moeten zijn die dat opmerken en daar wat aan doen. Paulus ziet een samenleving als een lichaam, daar is een hoofd dat denkt, een mond die voet en handen en voeten om voor het lichaam te zorgen. Zo mogen wij met onze naaste omgaan, elke dag opnieuw.