Pas op

Marcus 8:14-21

14 De leerlingen hadden vergeten genoeg brood mee te nemen; ze hadden maar één brood bij zich in de boot. 15 Hij waarschuwde hen: ‘Pas op, hoed je voor de zuurdesem van de farizeeën en voor de zuurdesem van Herodes.’ 16 Ze hadden het er met elkaar over dat ze geen brood hadden. 17 Toen Hij dit merkte, zei Hij: ‘Waarom praten jullie erover dat je geen brood hebt? Begrijpen jullie het dan nog niet, en ontbreekt het jullie aan inzicht? Zijn jullie dan zo hardleers? 18 Jullie hebben ogen, maar zien niet? Jullie hebben oren, maar horen niet? Weten jullie dan niet meer 19 hoeveel manden brood jullie hebben opgehaald toen Ik vijf broden brak voor vijfduizend mensen?’ ‘Twaalf,’ antwoordden ze. 20 ‘En toen Ik zeven broden brak voor vierduizend mensen, hoeveel manden brood hebben jullie toen opgehaald?’ ‘Zeven,’ antwoordden ze. 21 Toen zei Hij: ‘Begrijpen jullie het dan nog niet?’ (NBV21)

Soms zie je door de bomen het bos niet meer. We willen zo graag alles onder controle hebben dat we de meest voor de hand liggende oplossingen niet meer zien. En we zijn altijd maar bang tekort te komen. Jezus van Nazareth werd er bijna wanhopig van. Hij had hele menigten er toe gebracht het weinige dat ze hadden met elkaar te delen. En steeds bleek dat van dat weinige zelfs nog een heleboel kon overblijven. En dan nog denken de leerlingen in de boot dat ze aan één brood niet genoeg zullen hebben. Dat idee van ieder voor zich krijg je als je allemaal regeltjes gaat opstellen en de naleving daarvan probeert af te dwingen.

Het is de manier waarop de religieuze en bestuurlijke heersers van het land het leven benaderen. Hun zuurdesem betekent dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor levensonderhoud en belasting betalen. Samen delen en voor elkaar instaan komt bij dergelijke autoriteiten niet op. We kennen ze vandaag de dag ook nog. Steeds maar zeuren over een staatsschuld, alsof die niet van ons allemaal is, en over lasten die te zwaar worden, alsof die niet alleen maar als zwaar worden ervaren door de rijken. Delen en samen de schouders er onder zetten komt bij dat type bestuurders niet op. Jezus van Nazareth waarschuwt er tegen. Dat delen begint bij onszelf, dat wat we hebben weten te delen met hen die niets hebben in het vertrouwen dat er voor ons allemaal genoeg is. Maar het moet daar niet bij blijven steken. Het moet als zuurdesem de samenleving op smaak brengen.

Alles in onze samenleving moet gericht zijn op samen werken, samen leven en samen delen. Als dat samen delen ontbreekt ontstaat een dode samenleving. Dan werken we wel zo veel mogelijk allemaal, dan leven we ook wel allemaal tegelijk, dan lijkt het wel op samen leven maar zonder delen is er geen leven, dan gaan mensen dood aan ons werken, aan ons leven. Daarvoor zullen we niet alleen onze eigen ogen moeten openen maar daarvoor zullen we ook de ogen van anderen moeten willen openen. Opdat we een samenleving krijgen waar blinden zien, doven horen en lammen weer in beweging komen. Aan die samenleving mogen we elke dag opnieuw  en dus ook vandaag beginnen.

Een lege maag

Marcus 8:1-13

1 Toen er op een keer weer een grote menigte bijeen was, en ze niets meer te eten hadden, riep Hij de leerlingen bij zich en zei tegen hen: 2 ‘Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn nu al drie dagen bij Me en hebben niets te eten. 3 Als Ik hen met een lege maag naar huis stuur, raken ze onderweg uitgeput; sommigen zijn immers van ver gekomen.’ 4 Zijn leerlingen antwoordden: ‘Maar hoe zou iemand hen hier, in deze verlatenheid, van genoeg brood kunnen voorzien?’ 5 Hij vroeg hun: ‘Hoeveel broden hebben jullie?’ ‘Zeven,’ antwoordden ze. 6 Hij zei tegen de mensen dat ze op de grond moesten gaan zitten; Hij nam de zeven broden, sprak het dankgebed uit, brak de broden en gaf ze aan de leerlingen om ze aan de mensen uit te delen, en dat deden ze. 7 Ze hadden ook een paar kleine vissen bij zich; Hij sprak er het zegengebed over uit en zei dat ze ook de vissen moesten uitdelen. 8 De mensen aten tot ze verzadigd waren; de leerlingen haalden op wat er van het eten overschoot: zeven manden vol. 9 Er waren ongeveer vierduizend mensen. Toen stuurde Hij hen weg. 10 Meteen daarna stapte Hij met zijn leerlingen in de boot en vertrok naar het gebied van Dalmanuta.11 Daar kwamen de farizeeën op Hem af, en ze begonnen met Hem te discussiëren. Om Hem op de proef te stellen, verlangden ze van Hem een teken uit de hemel. 12 Jezus slaakte een diepe zucht en zei: ‘Waarom verlangt uw soort mensen een teken? Ik verzeker u: aan mensen als u zal zeker geen teken gegeven worden!’ 13 En Hij liet hen staan, stapte weer in de boot en voer naar de overkant. (NBV21)

Er staan verschillende verhalen in het Nieuwe Testament over Jezus van Nazareth die met maar een paar broden een hele menigte te eten gaf. Hoeveel broden er nu precies waren verschilt per verhaal. Soms zijn het twee broden en vijf vissen, soms vijf broden en twee vissen en hier zijn het zeven broden en nog een paar kleine vissen. Dat het er zeven waren is niet zo vreemd. Er zijn zeven dagen in een week en er was dus brood genoeg om elke dag te eten te hebben. Maar wij mensen hebben niet genoeg aan ons dagelijks brood. We zijn tenminste bang om niet genoeg te hebben aan ons dagelijks brood. We willen altijd meer en nog meer. Zelfs als bij het brood ook nog wat gezonde vis komt, dan nog denken we niet genoeg te hebben. In het gebed dat Jezus van Nazareth aan zijn leerlingen heeft geleerd, dat dagelijks overal in de wereld door zijn volgelingen wordt gebeden, wordt ook om niet meer gevraagd dat om het dagelijks brood. Als je meer wil kom je al snel op het terrein van de zonden terecht.

En dagelijks brood is voor iedereen genoeg, voor iedereen op de hele wereld, als we maar bereid zijn om te delen is het er ook voor iedereen. En als het wonder is geschied dat je met een hand vol broden en een paar vissen een hele menigte te eten kan geven dan nog vragen mensen om wonderen uit de hemel. Jezus van Nazareth moest er van zuchten. Ook vandaag lijken de wonderen uit de hemel soms belangrijker dan gewoon het delen van het dagelijks brood, desnoods met een stukje vis. Grote massale bijeenkomsten met veel muziek en opzwepende sprekers en boeiende debatten zijn belangrijker en aansprekender dan de Wereld Handels Conferenties waar de spelregels over eerlijk delen tussen de volken worden afgesproken. Net als onze financiële en economische crisis veel belangrijker en erger lijkt dan de voedselcrisis waar elke dag duizenden aan sterven bij gebrek aan dagelijks brood. En juist dat eerlijk delen en zorgen dat iedereen te eten heeft kan de meeste indruk maken.

Het is overgebleven in de verhalen over de Profeten en het staat al bij Marcus twee keer en ook bij de andere evangelisten wordt er over verteld. We hoeven niet zo bang te zijn dat we ons dagelijks brood niet krijgen, we krijgen er zelfs nog een stukje vis bij. Marcus vertelt het niet voor niets twee keer, een keer voor het volk Israël en als hij geleerd heeft dat de Heidenen nog de kruimels van de tafel mee eten volgt er ook nog een les in delen voor de Heidenen. We hoeven het ook niet te pikken dat onze broeders en zusters in de armste landen in de wereld sterven van de honger. Als we in staat worden gesteld eerlijk te delen is er ook voor hen een dagelijks brood, zelfs met een stukje vis er bij. In het gebed van Jezus van Nazareth bidden we om “ons” heden ons dagelijks brood te geven. We bidden dus niet alleen voor onszelf maar juist ook voor onze broeders en zusters. Daarom mogen we ook vandaag weer beginnen met delen.

Voor mijn voet

Psalm 119:105-112

105 Uw woord is een lamp voor mijn voet, een licht op mijn pad. 106 Ik zweer mij te houden aan uw rechtvaardige voorschriften en ik zal mijn eed gestand doen. 107 Ik ben zo diep vernederd, houd mij in leven, HEER, zoals U hebt beloofd. 108 Aanvaard, HEER, de lof uit mijn mond en onderwijs mij in uw voorschriften. 109 Mijn leven is voortdurend in gevaar, maar uw wet vergeet ik niet. 110 Zondaars hebben voor mij een net gespannen, maar ik wijk niet af van uw regels. 111 Uw richtlijnen zijn mijn eeuwig bezit, ze zijn de vreugde van mijn hart. 112 Met hart en ziel ben ik bereid uw wetten uit te voeren, eeuwig, tot het einde toe. (NBV21)

De inspiratie om deze dagelijkse overwegingen te gaan schrijven kwam van het gedeelte uit Psalm 119 dat we vandaag lezen. Want zou dat handig zijn? Elke dag je beslissingen, de gang van zaken in de wereld, te laten belichten door de Bijbel? Daarom het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap er bij genomen. De gewoonte om elke dag een vers of 10 uit de Bijbel te lezen als ondersteuning bij de lezingen op de zondag en zo dat uiteindelijk heel de Bijbel gelezen zou zijn behoed je voor het gevaar dat je alleen maar favoriete of zogenaamd toepasselijke gedeelten kiest. Nu, na bijna 20 jaar, kan gezegd worden dat het inderdaad waar is. De Bijbel belicht elke dag de werkelijkheid waarin we leven en laat zaken zien waarvoor we graag de ogen sluiten. Er wordt niet meer gejuicht bij een nieuwe president in Amerika. Eén man of vrouw alleen kan de wereld niet veranderen, dat zouden we allemaal samen kunnen maar zover zijn we nog lang niet.

In de wereld denkt ieder eerst aan zichzelf. Het Bijbelgedeelte van vandaag laat zien wat er veranderen moet wil de wereld echt kunnen veranderen. Dan zullen we ons allemaal moeten houden aan de rechtvaardige voorschriften zoals de hier heten. Die richtlijnen voor een rechtvaardige samenleving laten zich samenvatten in de opdracht God lief te hebben boven alles, dat is hetzelfde als je naaste liefhebben als jezelf. Dat is dus het tegendeel van eerst voor jezelf zorgen en dan misschien ook nog wel eens voor een ander zoals we in de wereld gewend zijn en waarom mensen vluchtelingen niet believen, of, zoals FvD, wil zich willen uitleveren aan de dictator in Rusland. Dat houden van je naaste als van jezelf maakt het leven er niet direct vrolijker op. Je krijgt geen aanzien en zeker geen macht en rijkdom als je de ander op de eerste plaats zet, zeker niet als de ander tot de armsten, de minsten in de wereld behoord. Opkomen voor de zwakken kan je zelfs in levensbedreigende situaties brengen.

Wie de vrouwenhandel in de rosse buurten van onze steden wil bestrijden kan bedreigingen verwachten. Wie een ruzie op straat wil laten ophouden loopt de kans zelf klappen op te lopen. Wie wil voorkomen dat een bejaarde op straat beroofd wordt kan zelf belaagd worden. Toch kan je de wet van houden van je naaste als van jezelf daarbij nooit vergeten. Die wet brengt namelijk uiteindelijk echte vreugde. De wereld wordt er echt een beetje beter van. Te weten dat er mensen zijn die voor jou opkomen maakt dat je meer zorgeloos door het leven gaat. En te zorgen dat mensen zonder zorgen door het leven gaan en van het leven kunnen genieten geeft de grootste vreugde. Presidenten en politici kunnen daar de voorwaarden voor scheppen door een rechtstaat in het leven te houden waar zorgvuldig met het recht van mensen omgegaan wordt. Maar we kunnen die samenleving pas echt bereiken als we allemaal zorgen dat er gedeeld wordt en we van onze naasten houden als van onszelf.

De wapens van God

Efeziërs 6:10-24

10 Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. 11 Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. 12 Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen. 13 Neem daarom de wapens van God op om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad, en goed voorbereid stand te kunnen houden. 14 Houd stand met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, 15 de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, 16 en draag daarbij het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven. 17 Draag de verlossing als helm en Gods woord als zwaard, dat u van de Geest ontvangt. 18 Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen. 19 Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik spreek, zodat ik met vrijmoedigheid het goddelijk geheim van het evangelie bekend mag maken, 20 waarvoor ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij vrijuit spreek, zoals mijn plicht is. 21 Opdat ook u weet hoe ik het maak, zal Tychikus, onze geliefde broeder, die zo trouw de Heer dient, u alles vertellen. 22 Juist met dit doel stuur ik hem naar u toe, om u over onze omstandigheden in te lichten en om u moed in te spreken. 23 Vrede zij met de broeders en zusters, en liefde en geloof, van God, de Vader, en van de Heer Jezus Christus. 24 Genade zij met allen die onze Heer Jezus Christus liefhebben, in onvergankelijkheid. (NBV21)

Paulus zegt dat de strijd is gericht tegen hemelse vorsten, tegen kwade geesten in hemelsferen. Bestaan die dan? Volgelingen van Jomanda, Char of andere zogenaamde geestelijke leidslieden zullen direct roepen van wel. Nou dan is duidelijk waar de strijd tegen gericht is. Tegen het zich beroepen op geestelijke, of hemelse opdrachten. Die zijn er niet. Er zijn geen mensen die meer hemelse of geestelijke mogelijkheden hebben dan anderen. We hebben allemaal dezelfde mogelijkheden en dezelfde opdracht. Die opdracht is de naaste lief te hebben als onszelf, de mogelijkheid is daar elke dag, ja elk moment weer opnieuw mee te kunnen beginnen. Iedere keer weer dwalen we daarvan af en zoeken we ons heil in de kosmos, of de balans, of de spirituele wereld, de geestenwereld, of in de stilte in onszelf, maar iedere keer weer ontdekken we dat ons heil te vinden is in de liefde voor onze naaste. Daarom hebben we die wapens nodig om weerstand te bieden op de dag van het kwaad, om stand te houden. Gerechtigheid is het harnas. Inzet voor het evangelie van de vrede, de blijde boodschap die zegt dat vrede in onze grote steden, vrede in Gaza en Syrië, vrede tussen Christendom en Islam, vrede tussen armen en rijken allemaal mogelijk is als we het samen op kunnen brengen van mensen te houden en iedereen mee te laten doen aan onze samenleving.

Al die zogenaamde religieuze of spirituele zaken maken ons dienstbaar aan zelfbenoemde heren terwijl we zouden moeten werken voor eerlijke handelsverhoudingen, voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen, voor gelijke kansen voor allochtonen en autochtonen, voor een rechtvaardige verdeling van inkomen en goederen in onze samenleving en desnoods voor de voedselbanken zolang die nodig zijn. Wij kunnen ons in groepen terugtrekken om brieven te schrijven voor Amnesty International. Hoe meer mensen we meekrijgen in die messiaanse beweging hoe eerder de Bevrijding aanbreekt. Als je echt gelooft in de komst van een samenleving waarin ieder mens meetelt. Dan heb je het harnas aan waar Paulus het over heeft, dan houdt niets je meer tegen en kun je het oneindig lang volhouden. En je kunt er elke dag mee beginnen dat is misschien nog het mooiste. Paulus schrijft deze brief toch zeker nadat hij zich actief was gaan inzetten voor de beweging die Jezus van Nazareth en zijn volgelingen op gang hadden gebracht. Deze brief, en dat kunnen we nu hier weer eens lezen, werd vanuit de gevangenis geschreven.

Als alles je gegeven wordt als je op je knielen valt dan zou die Paulus een ongelovige moeten zijn geweest. Niets is minder waar. Je krijgt dus niet alles. Voor jezelf is brood voor een dag genoeg. “Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben” Zo immers had Jezus van Nazareth ook het bidden voorgedaan. En daarbij gaat het Onze Vader terug op de tocht van het volk Israël in de woestijn. Daar was geen brood. Het ongezuurde brood dat ze nog in Egypte hadden gebakken en dat ongezuurd was om bederf te voorkomen was op een goede dag op geweest. God zond toen manna, een merkwaardige korrel die ze konden rapen en als brood bakken. Maar het was maar een dag houdbaar, het dagelijks brood dus. Daar vragen we nog steeds om, elke dag opnieuw. Dat moet ons ook doen beseffen dat alles wat we hebben van God is gekregen. Meestal krijgen we wat meer om uit te delen en met het uitdelen Gods naam groot maken. Paulus stond niet alleen. Hij kon de Turk Tychikus sturen om brieven te brengen. Deze verder onbekende helper van Paulus wordt in de Bijbel een paar maal genoemd als steun in de Romeinse gevangenis en bezorger van de daar geschreven brieven. Een troost voor ons te weten dat ook het meest eenvoudige werk, delen van je brood, brieven schrijven voor Amnesty, toch belangrijke sporen nalaat.

 

Lang leven op aarde.

Efeziërs 6:1-9

1 Kinderen, wees gehoorzaam aan je ouders uit ontzag voor de Heer, want zo hoort het. 2 ‘Toon eerbied voor uw vader en moeder,’ dat is het eerste gebod waaraan een belofte verbonden is: 3 ‘Dan zal het u goed gaan en zult u lang leven op aarde.’ 4 Vaders, maak uw kinderen niet verbitterd, maar vorm en vermaan hen, zodat u ze opvoedt zoals de Heer dat wil. 5 Slaven, gehoorzaam uw aardse meester zoals u Christus gehoorzaamt, met ontzag, respect en oprechtheid; 6 niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar als slaven van Christus die van harte alles doen wat God wil. 7 Wees toegewijd in uw werk, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, 8 want u weet dat allen, zowel slaven als vrije mensen, door de Heer beloond worden voor het goede dat ze doen. 9 Meesters, behandel uw slaven op dezelfde manier. Laat dreigementen achterwege, want u weet dat zij en u dezelfde Heer in de hemel hebben, en dat Hij geen onderscheid maakt. (NBV21)

Gisteren hadden we het over de misverstanden die de woorden van Paulus kunnen oproepen, en helaas hebben opgeroepen, over de verhouding tussen mannen en vrouwen. Met de woorden van Paulus over ouders en kinderen en over slaven en meesters is het al niet anders. De oproepen om in de geest van Jezus van Nazareth te blijven in die verhoudingen zijn maar al te vaak uitgelegd om de gehoorzaamheids gewoonten van de wereld over te nemen. Zorgen voor je naaste kost immers maar tijd en tijd is geld en geld is voor de bazen en de rijken. Van harte te doen wat God wil is de kern van het stuk. En we weten dat de onderwijzing in de Liefde van de God van Israël, de Tora, voorschrijft dat je het goede doet en niets dan het goede. Dat geldt ook voor kinderen. In de eerste plaats roept de Bijbel op nooit je afkomst te vergeten. Voor het volk Israel gold, en geldt nog steeds, dat ze moeten onthouden dat ze slaven waren in Egypte en bevrijdt waren van die slavernij. Die bevrijde slaven worden ons ook ten voorbeeld gehouden en als ook wij Heidenen opgeroepen worden onze afkomst niet te vergeten dan geldt voor ons dat we broeders en zusters zijn van die bevrijde slaven in het volk Israel.

Ouders en kinderen eren elkaar dus door te zorgen dat ze werkelijk mens kunnen worden, dat ze mee kunnen werken in dat nieuwe Koninkrijk en volop mee kunnen doen in de samenleving, vrije mensen worden die elkaar helpen te realiseren wat ze in zich hebben. En dan de slaven. Het lijkt er op dat Paulus de slavernij goedpraat, maar zo is het niet. Ook slaven worden opgeroepen hun eigenaar het goede en niets dan het goede voor te houden. En niet voor niets. De Gereformeerde slavenhouders in het Zuiden van de Verenigde Staten verboden het bekeren van hun slaven tot het Christendom. Waren die slaven namelijk eenmaal bekeerd dan waren ze onbruikbaar als slaven omdat ze dan broeders en zusters waren geworden. Paulus sluit hierbij aan bij de oproepen van de profeten aan de ballingen in Babel. Zij moesten zich niet verzetten tegen hun status als balling, maar hun geloof bewaren en tuinen aanleggen waar ze groenten en dergelijke verbouwden zodat ze die konden delen met de armsten in de stad en zodoende een goede reputatie voor de God van Israël konden opbouwen. Slavenopstanden liepen in de dagen van Paulus steevast uit op verschrikkelijke bloedbaden.

De houding die Paulus dus heel uitdrukkelijk vraagt is de houding van bevrijding. Niet de goden van macht en profijt, van geld en goed, regeren hier maar de God van de Liefde. En in die Liefde worden slaven en vrijen gelijkelijk beloond. Er zijn ook vandaag de dag nog een heleboel werksituaties waarin die houding van bevrijding bittere noodzaak is. Slavenverhoudingen tussen arbeiders en werkgevers. Bevrijding van onrechtvaardige werkdruk, van gevaarlijke arbeidsomstandigheden, van ziekmakende verhoudingen is nog te veel nodig. Dat in tegenstelling tot volledige ontplooiing, tot mede verantwoordelijkheid, tot samen werken en samen leven waar het eigenlijk over zou moeten gaan. De bevrijding zou vandaag kunnen beginnen. Wij letten er vaak nog te weinig op, maar onze kleding, onze schoenen, snuisterijen worden vaak gemaakt onder de meest verschrikkelijke omstandigheden. Af en toe breekt in een naaiatelier, een weverij of een fabriek brand uit en dan vallen er veel slachtoffers omdat er geen vluchtwegen zijn of omdat arbeiders, kinderen ook vaak, letterlijk aan hun arbeidsplaats geketend zijn. We mogen niet verwachten dat die slaven in opstand komen, maar wij kunnen hen bevrijden door onophoudelijk te vragen om slaafvrije kleding, slaafvrij schoeisel, slaafvrije snuisterijen voor onze huizen. Ook bij onze consumptie geldt dat we het goede moeten doen en niet dan het goede, elke dag opnieuw.

Eén lichaam

Efeziërs 5:21-33

21 Aanvaard elkaars gezag uit eerbied voor Christus. 22 Vrouwen, erken het gezag van uw man zoals dat van de Heer, 23 want een man is het hoofd van zijn vrouw, zoals Christus het hoofd is van de kerk, het lichaam dat Hij gered heeft. 24 En zoals de kerk het gezag van Christus erkent, zo moeten vrouwen in ieder opzicht het gezag van hun man erkennen. 25 Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven 26 om haar te heiligen, haar te reinigen met het water en met woorden 27 en om haar in al haar luister bij zich te nemen, zodat ze zonder vlek of rimpel of iets dergelijks zal zijn, heilig en zuiver. 28 Zo moeten mannen hun vrouw liefhebben, als hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. 29 Niemand haat ooit zijn eigen lichaam, integendeel, men voedt en verzorgt het, zoals Christus de kerk, 30 want dat is zijn lichaam en wij zijn de ledematen. 31 ‘Daarom zal een man zich losmaken van zijn vader en moeder en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één lichaam zijn.’ 32 In deze woorden schuilt een groot geheim-ik betrek ze op Christus en de kerk. 33 Maar ook voor elk van u geldt dat ieder zijn vrouw moet liefhebben als zichzelf, en dat een vrouw ontzag moet hebben voor haar man. (NBV21)

Er zijn mensen die de Bijbel letterlijk willen nemen van kaft tot kaft. De eerste vraag is natuurlijk welke bijbel men letterlijk wil nemen. De oorspronkelijke Bijbel, geschreven in het Hebreeuws, Grieks en Aramees, of de vertaling ervan en dan ook nog vertaald in welke taal. Er zijn enkele tientallen verschillende vertalingen in het Nederlands. Wij volgen hier de Nieuwe Bijbelvertaling van het Nederlandse Bijbelgenootschap die in 2021, onlangs dus, werd gepresenteerd. De Bijbel is een boek uit een ver verleden. Voor Bijbelschrijvers is de aarde plat en draaien zon en sterren rond de aarde. Men wist niet beter en het doet aan de boodschap van de Bijbel niet toe of af. Ook het stuk uit de brief van Paulus dat we vandaag lezen moeten we met een dergelijke voorzichtigheid lezen. Maar al te gemakkelijk leggen we begrippen uit zoals we ze in de ons omringende wereld zien. Daar was het immers vele eeuwen gebruik dat mannen de baas waren over hun vrouw en dat de vrouw de man gehoorzaam moest zijn. Als er ergens ook nog een christelijk excuus voor die situatie nodig was dan werd gewezen naar het stuk uit de brief van Paulus dat we vandaag hebben gelezen. Ten onrechte.

Misschien dat Paulus wel bedoelde dat mannen de baas zijn van een gezin maar dat schrijft hij niet. Hij wijst op de Bevrijder als hoofd van de Kerk en analoog daaraan de plaats van de man in het gezin. Jezus van Nazareth heeft als kenmerk van die Bevrijder genoemd het dienen. Niet het heersen maar het dienen is het teken van waarachtigheid. Zo dienen mannen dus hun vrouwen te bevrijden van de wereldse conventies die hen kunnen weerhouden van het krijgen van eigen maatschappelijke verantwoordelijkheden, die hen weerhouden de mens te zijn die ze zouden kunnen zijn als de samenleving hen dat zou toestaan, die hen verhinderen volledig en volwaardig deel te nemen aan de samenleving. Als je de richtlijnen van de God van Israël, van eerlijk delen, van rechtvaardigheid en van zorgen dat iedereen mee kan doen, toepast op de maatschappelijke verhouding tussen mannen en vrouwen dan kan het niet anders of mannen zorgen dat er niets in de weg staat van de ontplooiing van de vrouw en zorgen vrouwen er voor dat ze ook zelf bevrijd worden van de maatschappelijk conventies die hen tegenhouden zich te ontplooien.

Als je de Bijbel letterlijk wil nemen moet je de boodschap van de Bijbel letterlijk nemen en die boodschap is niet dat de een heerst over de ander, maar dat ieder de ander dient en liefheeft als zichzelf. Man en vrouw kunnen een eenheid vormen, één lichaam zelfs en niemand zet zichzelf gevangen of sluit zichzelf uit. Ook Paulus spreekt hier dus bevrijdende taal. Nu mag je dus een uitspraak als “Niemand haat zijn eigen lichaam” best letterlijk nemen. Als je dat los van het Bijbelgedeelte van vandaag vertelt dan zal men je zeggen dat er toch een aantal doctoren zijn die grof geld verdienen aan mensen, vooral vrouwen, die zeer ontevreden zijn met hun eigen lichaam. Die vrouwen, ze zijn van alle leeftijden, ondergaan soms de meest vernederende martelingen om maar aan een zogenaamd ideaal beeld te voldoen. Dat uiterlijk telt is één van die maatschappelijke conventies die mensen gemakkelijk op verkeerde wegen brengen. Het gaat namelijk in het leven niet om het uiterlijk, lang niet altijd om het innerlijk, maar om het effect dat het handelen van mensen heeft op de minsten in de samenleving. Over het innerlijk van anderen kunnen we niet oordelen en  het oordeel over het uiterlijk gaat alleen over eigen genot. Pas het effect op de minsten van je handelingen geeft je waarde aan.

Elk bedrieglijk pad

Psalm 119:97-104

97 Hoe lief heb ik uw wet, heel de dag is hij in mijn gedachten. 98 Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden, ik ben er eeuwig mee verbonden. 99 Ik ben verstandiger dan al mijn leermeesters, want ik overdenk uw richtlijnen, 100 ik heb meer inzicht dan ouderen, want uw regels volg ik op. 101 Mijn voeten mijden elk pad dat slecht is, zo kan ik mij houden aan uw woord. 102 Van uw voorschriften wijk ik niet af, U bent het die mij onderricht. 103 Hoe zoet zijn uw woorden voor mijn gehemelte, zoeter dan honing voor mijn mond. 104 Uw regels geven mij inzicht, daarom haat ik elk bedrieglijk pad. (NBV21)

In de tijden van de kredietcrisis, riep een kamerlid dat we maar moesten stoppen met ontwikkelingssamenwerking en al het geld moesten stoppen in de Nederlandse economie. Het staat nu in het partijakkoord voor de nieuwe regering. Het is in de eerste plaats economisch heel dom. Een paar jaar geleden waren Nederlandse bedrijven nog bang voor opkomende economieën als China en India. Inmiddels hebben ze ontdekt dat er veel aan zulke markten te verdienen valt en worden er door Nederlandse bedrijven miljoenen winst gemaakt door zaken te doen met vroegere ontwikkelingslanden. Uit de landen die we nog steunen en helpen komen grondstoffen voor ons bedrijfsleven. Bedrijven die die grondstoffen verwerken moeten er niet aan denken dat de leverende landen zo arm worden dat ze zelfs die grondstoffen niet meer kunnen produceren.

Die ramp zou oneindig groter zijn dan het verlies van een beetje ontwikkelingssamenwerking voor de Nederlandse economie. Maar stopzetten van ontwikkelingssamenwerking is ook misdadig in de zin van de richtlijnen voor de menselijke samenleving die het volk in de woestijn had ontvangen. Wie tegen die richtlijnen wil ageren moet inderdaad het delen met de minsten op aarde gaan stoppen en dat vooral ten eigen bate doen. We weten al dat dat stom zou zijn en daarom is het houden aan de richtlijnen wijzer dan de tegenstanders beweren. Delen met elkaar houdt elkaar overeind. Zorg voor de minste, zonder aan jezelf te denken, is ook zorg voor jezelf. In de economie hebben we eerst geleerd dat iedereen vrij moet zijn en zelf moet kunnen ondernemen, de goeden overleven en worden rijk en dragen daarmee bij aan de samenleving, de slechten gaan ten onder. Daarna hebben we geleerd dat mensen die afhankelijk zijn van loon samen moeten gaan werken om te zorgen dat ze een rechtvaardig deel van de winst krijgen, winst op de producten zie ze samen hebben gemaakt.

Ondernemen is niet slecht en werknemers zijn even belangrijk als ondernemers maar beiden moeten zorgen dat ze delen met de armsten. In de Bijbel wordt de rijkdom niet veroordeeld maar de armoede. De eerste opdracht die we hebben in de richtlijnen voor de menselijke samenleving is zorgen dat de armoede de wereld uit gaat. Dat is pas gevolg geven aan het gebod dat je je naaste lief moet hebben als jezelf. Elke dag kun je daarvan opnieuw leren want elke dag brengt opnieuw vragen waarop je antwoord moet geven. Vragen om keuzes tussen eigen rijkdom en ontwikkeling van anderen. Vragen om keuzes tussen luxe en bestrijding van honger en armoede. Maken we ruimte voor vluchtelingen en ontheemden of beschouwen de ruimte die we van God hebben gekregen als ons onvervreemdbaar eigendom. Het inzicht dat we door anderen te helpen Gods richtlijnen nakomen en op deze wereld een werkelijk menselijke samenleving gaan vormen moet ons vreugde en vrede geven en onze keuzes gemakkelijker maken.

Ga open

Marcus 7:31-37

31 Hij vertrok weer uit de omgeving van Tyrus en ging via Sidon naar het Meer van Galilea, dwars door het gebied van de Dekapolis. 32 Daar werd iemand bij Hem gebracht die doof was en gebrekkig sprak, en men smeekte Hem om deze man de hand op te leggen. 33 Hij nam de man apart, weg van de menigte, stak zijn vingers in diens oren en raakte met speeksel zijn tong aan. 34 Hij sloeg zijn blik op naar de hemel, zuchtte diep en zei tegen hem: ‘Effata!’, wat betekent: ‘Ga open!’ 35 Daarop gingen zijn oren open, zijn tong kwam los en hij kon normaal spreken. 36 Hij beval de omstanders om aan niemand te vertellen wat er gebeurd was; maar hoe strenger Hij het hun verbood, hoe meer ze het rondvertelden. 37 De mensen waren geweldig onder de indruk en zeiden: ‘Alles wat Hij doet is goed: zelfs doven laat Hij horen en stommen laat Hij spreken.’ (NBV21)

Nog een week en een paar dagen dan is het feest. We vieren dan, op 28 augustus, het ontzet van Groningen in 1672. Nederland werd van vier kanten aangevallen. Het land  was reddeloos , de regering redeloos en het volk radeloos. Zo niet de Groningers die zich teweerstelden tegen de Bisschop van Münster, Berend van Galen. Ondanks zijn fraaie kerkelijk aandoende titel was het een machthebber die wilde profiteren van het werk van gewone mensen. Dat is niet de manier waarop in de christelijke kerk met mensen omgegaan hoort te worden. Zo leren we tenminste vandaag uit het verhaal dat Marcus voor ons heeft opgeschreven. Jezus trekt met zijn volgelingen uit Libanon terug naar het land waar hij vandaan kwam, Galilea. Met een kleine omweg door het 10 stedenland, een buitenlands uitstapje dus.

En als hem dan gevraagd wordt een hardhorende weer terug te brengen naar de gemeenschap, spreekt hij de taal van het volk, aramees, niet de taal van de religieuze leiders, het Hebreeuws, of van de bezetter, het Latijn, of van de intellectuelen, het Grieks. Hij doet ons denken aan die Groninger die midden in de bisschoppelijke bommenregen op wacht ging staan bij een gat in de stadsmuur. Toen hem gevraagd werd wat hij daar deed antwoorde hij in zijn eigen taal “kiekintjat”, ik kijk in het gat. Net zo nuchter als die Groninger die zijn dappere daad terugbracht tot een handeling die we allemaal verrichten, uitkijken dus, handelt Jezus, je moet het aan niemand vertellen. Effatha betekend: wordt geopend. Het is niet alleen de straattaal uit de dagen van Jezus, het Aramees, het is ook een woord dat eenvoudig met liplezen kan worden verstaan.

Jezus gebruikt gewoon de zaken waar het volgens het geloof uit die dagen om gaat. Hij raakt de tong en de oren aan. Hij gebruikt speeksel zoals een moeder met een kus een zere knie kan genezen. Hij gebruikt geen onverstaanbare toverformules maar spreekt de taal die iedereen verstaat. Het gaat dus niet om de wonderen, het gaat om de mensen, om je eigen stad, om samen voor elkaar te kunnen zorgen, en om je te weer te stellen tegen profiteurs. Ook tegen profiteurs die zich mooie titels hebben aangemeten. Ooit was gezegd dat in de toekomst de doven zullen horen en de blinden zullen zien. De eenvoud waarmee Jezus dit waar maakt doet ons vragen of wij dat ook niet zouden kunnen. Daarvoor is liefde en aandacht nodig. Hopelijk worden het Groningse doveninstituut en het dovenpastoraat in stand gehouden. Met dit verhaal en dit feest kunnen we er weer tegenaan.

 

Ik zoek uw bevelen.

Psalm 119:89-96

89 Voor eeuwig, o HERE, houdt uw woord stand in de hemelen. 90 Van geslacht tot geslacht is uw trouw, Gij hebt de aarde gegrond, zodat zij staat; 91 Naar uw verordeningen staan zij heden ten dage, want zij alle zijn uw knechten. 92 Ware uw wet niet mijn verlustiging geweest, dan was ik vergaan in mijn ellende. 93 Nimmer zal ik uw bevelen vergeten, want door deze hebt Gij mij levend gemaakt. 94 Ik ben de uwe, verlos mij, want ik zoek uw bevelen. 95 Goddelozen loeren erop mij te verderven; ik geef acht op uw getuigenissen. 96 Aan alles, hoe volkomen ook, heb ik een einde gezien, maar uw gebod is onbegrensd. (NBV21)

We zingen vandaag weer een couplet uit de grote lofzang op de leer van Mozes, Psalm 119. Sommige mensen zullen nu ophouden met lezen want hoe kun je nu een lofzang zingen op een Wet. Van Wetten en regels hebben we in het algemeen snel genoeg. Elke week ook is er wel een kamerlid dat pleit voor vermindering van wetten en regels, om vervolgens vrolijk voor te roepen of de arm te heffen als de voorzitter weer een aantal wetten in stemming weet te brengen. Maar het gaat hier niet om Wetten die ons inperken. Het gaat niet eens om wetten zoals wij die kennen. Het gaat namelijk niet om dingen die we moeten of dingen die we niet mogen. De Wet van God wil eigenlijk het omgekeerde, daarbij gaat het om alles wat we niet moeten en alles wat we uitdrukkelijk mogen. We moeten ons niet de wet laten lezen door anderen. Volgens de Wet van God is er maar één Heer die het te vertellen heeft en dat is God zelf. Alle andere bazen en heren zijn nep en namaak en kunnen naast die God van ons niet bestaan.

We mogen uitdrukkelijk van iedereen houden, we mogen met de Wet waarin we niemand hoeven te gehoorzamen eeuwig doorgaan, daar komt geen einde aan. We mogen blijvend van iedereen op de wereld houden. Naar regels van God kun je eindeloos maar vergeefs zoeken, het enige dat je zult vinden is inzicht. Het inzicht namelijk dat je zonder die ander, zonder de mensen om je heen, niet kan. Pas als het lukt om met iedereen in vrede te leven en met iedereen te delen dan lukt het om verder te gaan en te groeien en je te ontwikkelen. Dat geldt in het klein, in onze steden en wijken, dat geldt in het groot in landen en volken. Wie de burgemeester van Rotterdam wilde terugsturen naar Rabat omdat hij daar ooit toevallig geboren is heeft de Bijbel niet begrepen. Niet de Rotterdamse gemeenteraad is fout die iemand voordraagt van wie ze verwachten dat die iedereen vertegenwoordigd die in Rotterdam woont, maar hen die denken dat de krampachtige manier waarop de Marokkaanse wet mensen Marokkaan houdt ook al willen ze dat niet ook iets voor ons te betekenen heeft.

In de Wet van God waarop we een loflied zingen vandaag mag iedereen mee delen, ja moet iedereen mee delen, door dat zingen delen we dat ook aan iedereen mee. De vrijheid die dat schenkt is eindeloos. Alles mag, niks moet, maar als je van je naaste houdt als van jezelf dan steel je van niemand, dan bezeer je niemand, dan val je niemand lastig, dan schaam je je niet voor iemand en zeker niet voor je afkomst, dan wil je iedereen helpen en alles delen. Dan wordt er niet gedood, ook niet door een staat of regering of leger van een staat of regering. Dan zorgen we dat niemand slaaf wordt van de productie en consumptie door een dag in de week ook werkelijk iedereen vrij te geven, tot de dieren toe. Dat zijn wetten die niet in de wetboeken van ons land staan. Dat is eigenlijk een Wet die iedereen in het hart heeft geschreven. Want wie wil nu niet het goede doen en niets dan het goede, we moeten daar elkaar alleen nog de gelegenheid voor geven.

Dood, waar is uw prikkel?

1 Korintiërs 15:50-58

50 Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beerven en het vergankelijke beerft de onvergankelijkheid niet. 51 Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. 53 Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. 54 En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning. 55 Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel? 56 De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet. 57 Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus. 58 Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here. (NBV21)

De manier waarop Jezus van Nazareth zijn kruisiging onderging en stierf aan het kruis heeft op zijn volgelingen diepe indruk gemaakt. Wie, aan een kruis gehangen, helpt zijn medegekruisigden, wie kan vanaf een kruis nog troost zoeken voor zijn moeder, wie bidt voor zijn beulen hangend aan een kruis? Die liefde kon onmogelijk dood gemaakt worden, dat bleef leven. Paulus had later die volgelingen te vuur en te zwaard vervolgd, maar toen hij met blindheid geslagen was hadden diezelfde volgelingen van Jezus van Nazareth hem opgevangen en verzorgd. Ja, toen hij zelf in het verhaal van Jezus van Nazareth wilde gaan meedoen hadden ze hem uiteindelijk zelfs opgenomen in de kring van de zendelingen zoals die door Jezus van Nazareth waren aangewezen. De dood speelde geen enkele rol meer. Het ging en het gaat om de manier waarop mensen met elkaar omgaan.

Lichamelijke eigenschappen doen daarbij niet ter zake, sterk of zwak, mooi of lelijk, oud of jong, voor het verhaal van Jezus van Nazareth is een metamorfose van een heel ander kaliber nodig. Daar komt geen chirurg of andere mooimaker aan te pas. Je doet het zelf. Je gaat de weg op van Jezus van Nazareth. Mensen van de weg werden die eerste Christenen genoemd. Van hot naar her trokken ze het land door, de armen bevrijding verkondigend, de zieken genezing, de lammen lieten ze lopen en de blinden lieten ze zien. Mensen kregen weer waarde, mensen kregen weer een plaats in de samenleving. Slaven werden broeders, slavinnen werden zusters. Alle dode regels zijn vervallen. Denk niet dat je er nu maar op los kunt leven. Alles mag heeft Paulus ergens anders gezegd. En dode regels bepalen zeker niet wat mag of niet mag.

Alles mag kun je gemakkelijk zeggen als je weet dat iedereen het uit z’n hoofd zal laten een ander te beschadigen. Als je de naaste liefhebt als jezelf, dan beschouw je niemand als een voorwerp dat voor jou bevrediging kan brengen, dan geef je geen drank of drugs, je kijkt wel uit. Zelfs de risico’s die jezelf misschien wil lopen voor je eigen plezier gun je een ander niet. En maakt dat van jou een dooie pier? Nou en? Werkelijke liefde geeft veel meer genot, dat gaat alles te boven, daar kan geen kick tegen op. Anderen, die ongelukkig waren, weer geluk en vertrouwen in het leven geven, is het mooiste dat er is. En het allermooiste is dat we er elke dag opnieuw mee mogen beginnen, elke dag weer, ook vandaag, net zo vaak als we willen, onophoudelijk.