Bescheiden tred

Prediker 4:13–5:6

13 Beter een wijze jongen die van lage afkomst is dan een oude dwaze koning die zijn oren sluit voor goede raad. 14 Er was een jongen die gevangenzat, maar vrijkwam om een oude koning op te volgen. En dat terwijl hij in diens rijk als een onbeduidend iemand was geboren. 15 Ik zag dat iedereen hem volgde. Al het volk onder de zon liep die jongen achterna die in opstand kwam tegen de oude koning. 16 Er kwam geen einde aan de stoet van zijn bewonderaars. Maar later zal er niemand zijn die nog een goed woord voor hem overheeft. Je ziet, ook dit is niets dan lucht en najagen van wind.17 Betreed Gods tempel met bescheiden tred. Je kunt er beter heen gaan om te luisteren dan om er het offer van een dwaas te brengen. Zo iemand weet niet eens dat hij een slechte daad verricht. 1 Wees niet te haastig met je woorden en doe God niet overijld met heel je hart geloften. Want God is in de hemel en jij bent op aarde, dus moet je spaarzaam met je woorden zijn. 2 Drukte leidt tot dromerij en veel praten tot gebazel. 3 Wanneer je God toch een gelofte doet, los die dan ook spoedig in. God is niet gesteld op dwazen. Los dus je geloften in. 4 Je kunt beter geen gelofte doen dan een gedane gelofte niet inlossen. 5 Sta je mond geen loze, zondige geloften toe en zeg niet naderhand tegen de priester dat ze een vergissing waren. Wil je soms dat God zich kwaad maakt over dergelijk gepraat en moet Hij wat je hebt bereikt te gronde richten? 6 Dromerij en lege woorden zijn er al genoeg. Dus heb ontzag voor God. (NBV21)

Er is een deftig woord voor verafgoding, het dienen van afgoden, dat is idolatrie. Daar hoor je het Engelse woord “idols” in terug. De Nederlandse TV omroep is er in geslaagd om haar concept van idols kiezen over de hele wereld te exporteren. Overal zijn mensen kennelijk geneigd om anderen na te lopen. Sinds de dagen van Prediker is dus niets veranderd. Toen maakten ze de eerste de beste gevangenisboef maar opvolger van een oude koning en zolang die idol koning was deugde hij maar toen ook hij koning af was deugde er weer niks van. Zo gaat het bij ons ook. wie weet nog wie er een paar jaar geleden de idols competitie heeft gewonnen, of de Soundmixshow, als we nog weten wat dat was. Onze nieuwe TV idols hebben nauwelijks een persoonlijkheid buiten de TV show, laat staan dat we hun goede eigenschappen wat beter leren kennen. Wij hebben meer aan boeken over Majoor Boshardt, moeder Theresa van Calcutta, Martin Luther King, President Kennedy, Nelson Mandela of Albert Schweitzer, om maar een paar van de eigentijdse heiligen te noemen.

Christenen gaan op Zondag over het algemeen naar hun kerk en het stuk dat we hier uit Prediker lezen gaat over de manier waarop we God het beste tegemoet kunnen treden. Afstand houden en bescheiden zijn is het motto van Prediker. Dat lijkt in strijd met wat veel predikers verkondigen. Je persoonlijke met band met God zou immers alles op kunnen leveren wat je zou willen? Niets is minder waar, een dergelijke houding is direct in strijd met de Bijbel. Het begint met de manier waarop je naar de kerk loopt, “waak over je voeten” vertaalt de Naardense Bijbel waar de Nieuwe Bijbelvertaling het heeft over een bescheiden tred. Luisteren is dan het advies, niet allerlei offers brengen, niet allerlei beloften doen, luister eerst maar eens naar het verhaal dat over God te vertellen is. Prediker heeft het over de Tempel en daar gaat het met name over de richtlijn van heb je naaste lief als jezelf, daar moet je eerst naar luisteren voordat je wat doet of voor dat je wat vraagt. Als je wat belooft moet je het ook doen. Aan grote woorden is ook in onze wereld geen gebrek, maar grote daden zijn nog wat anders. Beloof ook niet iets dat een ander dan moet nakomen.

Drukte en dromerij leiden tot veel gebazel zegt de Prediker. Je eigen plannen, je eigen wensen, de dromen voor je eigen leven, ze zijn allemaal niet van belang. wie luistert naar de richtlijn van houden van je naaste weet dat je eerst om je naaste denkt en dan om jezelf, juist als je wilt dat er om jou gedacht wordt dan denk je zelf dus meer aan een ander. Wat wij “wetten” uit de Bijbel noemen zijn bedoeld als richtlijnen voor een menselijke samenleving. Eén dag per week bevrijdt zijn van de plicht tot werken maakt de samenleving een stuk menselijker. Er zijn andere dingen als produceren en consumeren. Die andere dingen gaan over samen, samen plezier maken, samen sporten en genieten van sporten, samen de natuur in, samen je bezinnen op hoe het in de samenleving gaat. Voor een samenleving van ieder voor zich, van ieder een eigen vrije dag wordt gewaarschuwd. Niemand redt het in het leven op z’n eentje. Houd van je naaste zoveel als van jezelf is de samenvatting van die richtlijnen, daarmee dien je ook je God. Bij dat “houden van” horen geen lege woorden of loze beloften, daar horen daden bij en handen uit de mouwen, en rust op z’n tijd.

 

Samen zwoegen loont

Prediker 4:1-12

1 Ik vestigde mijn aandacht op alle onderdrukking die er is onder de zon en zag de tranen van de onderdrukten. Er is niemand die hen bijstaat. De onderdrukkers onderdrukken hen met harde hand, en er is niemand die hen bijstaat. 2 De doden, meende ik, zijn gelukkiger te prijzen dan de levenden. Zij die al gestorven zijn, zijn beter af dan zij die nog in leven zijn. 3 Maar beter af dan beiden is degene die nog niet geboren is en nog geen weet heeft van het onrecht dat er wordt begaan onder de zon. 4 Ik heb al het gezwoeg gezien, en vastgesteld dat alles wat een mens bereikt het resultaat is van zijn afgunst op een ander. Ook dat is enkel lucht en najagen van wind. 5 Het is waar, een dwaas zit met zijn handen in zijn schoot en kwijnt zo langzaam weg. 6 Maar beter is één hand gevuld met rust dan beide vuisten vol gezwoeg en najagen van wind. 7 Ik vestigde mijn aandacht op nog iets anders onder de zon, en ook dat is leegte. 8 Iemand is helemaal alleen. Hij heeft zelfs geen zoon of broer, maar toch zwoegt hij almaar door en wordt zijn dorst naar rijkdom nooit gelest. Voor wie beult hij zich zo af en ontzegt hij zich de genoegens van het leven? Ook dat is enkel leegte en een trieste zaak. 9 Je kunt beter met zijn tweeën dan alleen zijn, want samen zwoegen loont. 10 Wanneer twee vrienden samen zijn en een van beiden valt, helpt de ander hem weer overeind, maar wie alleen is en ten val komt is beklagenswaardig, want hij heeft niemand die hem op de been helpt. 11 Wanneer je bij elkaar slaapt, geef je warmte aan elkaar, maar hoe krijgt iemand die alleen slaapt het ooit warm? 12 En iemand die alleen is kan zich niet verdedigen wanneer hij aangevallen wordt, maar met zijn tweeën houd je stand. Een koord dat uit drie strengen is gevlochten, is niet snel stuk te trekken. (NBV21)

Dat is dus wat de Prediker zag toen hij keek naar de onderdrukten. De doden zijn nog beter af want die merken niets meer van de ellende, net als de kinderen die nog niet geboren zijn, die kinderen hebben nog geen weet van het onrecht dat er wordt begaan onder de zon. Mensen zijn ook niet begaan met onderdrukten ze zijn alleen bezig met hun eigen gewin stelt de Prediker. Alles wat ze bereiken komt door hun afgunst of jaloezie, als een ander het maar niet beter krijgt. En dat is nu net najagen van wind, want alles wat je voor jezelf najaagt heeft uiteindelijk geen nut, je bent beter af met een handvol rust. Jezus van Nazareth zou er later op wijzen dat je beter een goede maaltijd met armen kunt houden dan met rijken. Die armen zullen je dankbaar zijn en bereid te delen met jou als het jou eens wat minder gaat. Die rijken worden alleen maar jaloers en vernederen je als je niet uitkijkt.

De tijd dat werknemers geen rechten hadden, dat werkoverleg niet verplicht was, dat er geen collectieve arbeidsovereenkomsten waren, dat er geen sociale voorzieningen waren ligt al bijna 100 jaar of meer achter ons. Veel jongeren zijn dan ook geen lid van een bond en misschien dat het lezen van deze passage uit het boek Prediker mensen nog eens aan het denken zet. Sterke vakbonden staan immers sterker in onderhandelingen. Sterke vakbonden zijn immers ook beter in staat op te komen voor de zwakste werknemers. Sterke vakbonden zijn niet voor iedereen een direct persoonlijk voordeel maar zijn ook een uiting van naastenliefde voor mensen die de vakbonden erg hard nodig hebben. De Nederlandse Vakbeweging heeft contacten over de hele wereld. Overal waar werknemers in dezelfde omstandigheden verkeren als de Nederlandse arbeiders 100 jaar en meer geleden wordt ook vanuit Nederland geholpen om nieuwe vakbonden op te richten.

De oprichters van de Nederlandse vakbeweging, die avond aan avond er op uit trokken om hun collega’s te scholen en voor te lichten over de wenselijkheid van de vakbeweging gaven een voorbeeld dat nu in veel landen op de wereld navolging krijgt. Het zou jammer zijn dat het succes van de Nederlandse vakbeweging ook haar ondergang zou betekenen. Als we de raad van Prediker om samenwerking te zoeken en te behouden in de wind zouden slaan verzwakt de vakbeweging en zullen profiteurs, rijken en machtigen, van de zwakte van hun werknemers misbruik maken om zich opnieuw te verrijken en hun werknemers uit te buiten. De strijd voor behoud van verworven rechten, die van tijd tot tijd oplaait, bewijst dat eens te meer. Alleen een koord dat uit drie strengen is gevlochten is niet snel stuk te trekken.

 

Er heerst onrecht.

Prediker 3:16-22

16 Ik heb nog iets onder de zon gezien: op de plaats waar rechtgesproken wordt, heerst onrecht. Ik zag de plaats waar gerechtigheid zou moeten zijn, en er heerst onrecht. 17 Ik zei tegen mezelf: God zal zowel de rechtvaardigen als de goddelozen aan zijn oordeel onderwerpen, want er is bij Hem voor alles wat gebeurt en voor elke daad een tijd. 18 Ik zei tegen mezelf dat God de mensen heeft bevoorrecht: ze beseffen dat ze als de dieren zijn. Niet meer dan de dieren zijn ze, 19 want de mensen en de dieren treft hetzelfde lot. Zoals een dier sterft, zo sterft ook een mens; ze delen in dezelfde adem. Dat is hun beider lot. Een mens is niet beter af dan een dier, want alles is leegte. 20 Alles gaat naar dezelfde plaats, alles is uit stof ontstaan en alles keert terug tot stof. 21 Wie zal ooit weten of de adem van een mens naar boven opstijgt en die van een dier afdaalt 22 Daarom, zo heb ik vastgesteld, is het maar het beste voor een mens dat hij vreugde put uit alles wat hij onderneemt. Dat is wat hem is toebedeeld, want wie zal hem van iets laten genieten na zijn dood? (NBV21)

Er zijn waarschijnlijk net iets te veel mensen het eens met het eerste deel van het hoofdstuk dat we vandaag uit het boek Prediker lezen. Allereerst natuurlijk de mensen die zelf vinden dat ze onterecht veroordeeld zijn door een rechter terwijl iedereen vindt dat die veroordeling toch eigenlijk wel terecht was. Denk aan de dwaze vaders die het zo gek niet kunnen verzinnen om aandacht te trekken voor het feit dat ze hun kinderen niet kunnen zien, terwijl toch veel mensen zullen denken dat mensen die zo gek kunnen doen niet echt goed zijn in het opvoeden van kinderen tot bruikbare burgers. Maar er worden ook fouten gemaakt. De zaak van Kees B. is inmiddels afgesloten. Hij was tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld vanwege de Schiedammer Parkmoord. Maar hij had die moord helemaal niet gepleegd, iemand anders deed dat en die zit nu in de gevangenis.

Kees B. is weer vrij en zal het zijn hele verdere leven moeten doen met een gevangenisstraf van een aantal jaren, die heeft hij uitgezeten, ten onrechte. Niemand, geen rechter, geen hof, geen Hoge Raad maakt dat onrecht ooit weer goed. Ze hebben het hem allemaal aangedaan. De eenvoudige simpele Kees B. was niet bestand tegen de goedgebekte hoge heren van stand. Zo zijn er meer, armen en eenvoudigen van geest die beschuldigd worden van vreselijke misdaden en soms ten onrechte worden veroordeeld. Er is nu een commissie die onderzoek doet naar een aantal van die gevallen, er toch nog eens naar kijken lijkt soms heel erg noodzakelijk. Daarnaast zijn er slachtoffers die verbijsterd toekijken als daders weer vrij rond kunnen lopen door fouten in het systeem van justitie.

Prediker vindt dat mensen net als dieren zijn. Ze leren maar nauwelijks van hun fouten en net als mensen gaan dieren ook dood. Uiteindelijk kun je toch maar het beste genieten van het goede als je dat een keer ten deel valt. Als je alleen maar hongert en dorst naar gerechtigheid zou je wel eens heel mager kunnen worden. Op z’n tijd eten en drinken en vrolijk zijn behoed je voor het onrecht dat rechtbanken en politie opleveren. Want dat vrolijk zijn bereik je toch het allerbeste door te delen wat je hebt met hen die het niet hebben. Daarmee bereik je iets van de rechtvaardigheid die in de wereld zo vaak ontbreekt. Dwaze vaders hebben dus betere plekken om te laten zien dat ze best wel goede vaders zouden kunnen zijn. Speeltuinen en kinderboerderijen zoeken altijd vrijwilligers. En overigens moeten we dus vragen blijven stellen aan rechters, officieren van justitie en advocaten over waarom de verkeerde mensen veroordeeld worden en de misdadigers vrij kunnen blijven rondlopen.

Een tijd voor alles

Prediker 3:1-15

1 Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel. 2 Er is een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te rooien. 3 Er is een tijd om te doden en een tijd om te helen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen. 4 Er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen. 5 Er is een tijd om te beminnen en een tijd om zich te onthouden, een tijd om te omhelzen en een tijd om af te weren. 6 Er is een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te gooien. 7 Er is een tijd om te scheuren en een tijd om te herstellen, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken. 8 Er is een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten. Er is een tijd voor oorlog en er is een tijd voor vrede. 9 Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij met zijn gezwoeg tot stand brengt? 10 Ik heb gezien dat het een kwelling is, die hem door God wordt opgelegd. 11 God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven, en ook heeft Hij de mens inzicht in de tijd gegeven. Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden. 12 Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. 13 Want wanneer hij zich aan eten en drinken tegoed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God. 14 Alles wat God doet, zo heb ik vastgesteld, doet Hij voor altijd. Daar is niets aan toe te voegen, daar is niets van af te doen. God doet het zo opdat de mens ontzag voor Hem heeft. 15 Wat er is, was er al lang; wat zal komen, is er altijd al geweest. God haalt wat voorbij is altijd weer terug. (NBV21)

Er worden 28 tegenstellingen genoemd in dit lied van de tijd. Oorlog en vrede zijn de laatste twee. Maar aantallen in de Bijbel staan er meestal niet zomaar. Zeven is het getal van de volheid. Zeven dagen worden er immers geteld voor de schepping van de aarde, inclusief een rustdag. Vier windstreken zijn er en zeven maal vier, en dat is 28, staat dus voor de hele aarde en alles wat daarin is. Voor alles is een eigen tijd. Aan het begin staat dat alles wat op en in de aarde is onder de hemel is. Alles staat onder God. Niet dat God overal mee te maken heeft, niet dat God alles doet, al doet ook God alles op zijn tijd. De vraag voor morgen is wat de mens heeft met al het gezwoeg wat hij tot stand brengt. Als wij het prachtige lied over de tijd van Prediker op ons laten inwerken weten we dat we toch wel heel vaak vergeten dat er voor alles een eigen tijd is en dat alles ook zijn tijd nodig heeft. In onze dagen lijden veel mensen aan wat we zijn gaan noemen “de ziekte van effe”. In plaats van overal de tijd voor te nemen die nodig is om de dingen te doen, doen mensen alles maar effe. Voor ze komen hebben ze al effe dit gedaan en effe dat geregeld en voor ze gaan moeten ze zo nodig nog effe dit doen en effe dat afmaken. Nergens wordt meer de tijd voor genomen en nergens is dus ook meer tijd voor.

Dat er voor alle dingen minder tijd is lijkt meestal niet zo erg, maar dat er daardoor ook voor mensen minder tijd is is erger. Dat is voor relaties vaak funest, dat is voor opgroeiende kinderen rampzalig. Kinderen hebben drie dubbel last van onze gehaaste samenleving. Niet alleen dat ouders vaak maar effe tijd hebben voor hun kinderen, ook leerkrachten moeten altijd nog effe dit en nog effe dat, en in het verkeer zijn de meeste deelnemers te gehaast om nog effe oog te hebben voor het grut dat hun pad kruist. De “ziekte van effe” heeft vele officiële namen, burn-out is de bekendste, overspannen die van de huisarts, maar chronische vermoeidheid, alcoholverslaving, verkeersongevallen, psychiatrische stoornis, depressies, gezinsdrama’s kunnen vaak ook teruggevoerd worden op het niet ritmisch weten te zingen van het lied van de tijd. Wie muziek maakt kent het. Elke noot heeft een eigen lengte, in elke maat moet elke toon gaan klinken en een muziekstuk klinkt niet als noten en maten maar effe mogen meedoen zonder dat zij passen in tempo en metrum. Zeker het samenspelen, samen zingen wordt volstrekt onmogelijk als ieder voor zich op eigen tempo en maat effe de tonen laat klinken. Daarom is het zo mooi dat Prediker hier een lied van gemaakt heeft. Als we dat lied van tijd tot tijd samen zingen krijgen we wellicht de harmonische samenleving die de Bijbel ons voorspiegelt.

We weten natuurlijk wel hoe laat het is. We snappen best dat alles tijd nodig heeft. We willen het alleen vaak niet weten. In het begin van de vorige eeuw werd de lopende band uitgevonden. Als je veel dingen maakt die allemaal hetzelfde zijn is het handig om ze op een band te zetten en elke werknemer een deel van alle handelingen te laten uitvoeren. Die werkverdeling aan de lopende band werd een complete wetenschap. Met een stopwatch werd gemeten hoe lang elke handeling duurt en daarop werd de snelheid van de band afgesteld. Met mensen die fouten maken, zich niet goed voelen, onervaren zijn of ouder worden werd geen rekening gehouden. Charlie Chaplin heeft daar nog eens een prachtige film over gemaakt waarin je kon zien hoe gewelddadig een lopende band tegenover mensen kan zijn. Maar nog steeds worden er mensen ziek van de prestatiedruk die op ze gelegd wordt. Inzicht alleen is niet voldoende we moeten er ook naar willen handelen. Maar in het bedrijfsleven is dat moeilijker, daar worden de goden van winst en profijt gediend. Die goden vragen om niet naar de mens te kijken maar alleen naar de winst en wat het meer kan opleveren. Het enige waar we echt tijd voor moeten maken volgens Prediker is het genieten van alles wat ons zwoegen heeft opgebracht. Datgene wat we moeizaam hebben verworven mogen we als een cadeautje uitpakken en ervan genieten. Dat was zo in de dagen van Prediker en dat is nog steeds niet veranderd. Net als samen delen. Want het uitpakken van cadeautjes alleen in je eentje is wel leuk, maar het uitpakken van cadeautjes met elkaar is nog veel leuker. Zeker als je al veel hebt en dat deelt met mensen die dat helemaal niet gewend zijn omdat ze niet veel hebben. De vreugde van de arme die bevrijd wordt van armoede wordt dan een geschenk op zich, een geschenk van God waaraan wij mogen bijdragen, elke dag opnieuw.

 

Slaaf van de anderen zijn

Marcus 10:32-45

32 Ze waren onderweg naar Jeruzalem en Jezus liep voor hen uit; de leerlingen waren ongerust en ook de mensen die hen volgden waren bang. Hij nam de twaalf weer apart en vertelde hun wat Hem zou overkomen: 33 ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die Hem ter dood zullen veroordelen en Hem zullen uitleveren aan de heidenen. 34 Ze zullen de spot met Hem drijven en Hem bespuwen en Hem geselen en doden, maar na drie dagen zal Hij opstaan.’ 35 Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen bij Hem en zeiden: ‘Meester, we willen dat U voor ons doet wat we U vragen.’ 36 Hij vroeg hun: ‘Wat willen jullie dan dat Ik voor je doe?’ 37 Ze zeiden: ‘Wanneer U heerst in uw glorie, laat een van ons dan rechts van U zitten en de ander links.’ 38 Maar Jezus zei tegen hen: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die Ik moet drinken of de doop ondergaan die Ik moet ondergaan?’ 39 ‘Ja, dat kunnen wij,’ antwoordden ze. Toen zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen de beker drinken die Ik zal drinken en de doop ondergaan die Ik zal ondergaan, 40 maar wie er rechts of links van Mij zal zitten, kan Ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie ze zijn bestemd.’ 41 Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, namen ze het Jakobus en Johannes kwalijk. 42 Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: ‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. 43 Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, moet dienaar van de anderen zijn, 44 en wie van jullie de eerste wil zijn, moet slaaf van de anderen zijn, 45 want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ (NBV21)

Dat Koninkrijk van Jezus van Nazareth is ongeveer het spiegelbeeld van onze samenleving. Want in wezen is onze samenleving nog niks veranderd sinds de dagen van het Romeinse Rijk. Natuurlijk, we hebben een enorme technologische vooruitgang. We kunnen communiceren met de meeste mensen op aarde. We hebben in een aantal landen zelfs democratie zodat landen geregeerd worden niet meer door willekeur maar door gekozen volksvertegenwoordigers volgens een aantal vaste rechtsprincipes. Maar zelfs democratieën kunnen ontsporen. Voorwaarde voor een echte democratie is natuurlijk dat iedereen kan meedoen en als politici minderheden apart gaan zetten dan is het voorbij met de echte democratie. Laffe angsthazen in ons land proberen dat tegenwoordig ook. En alle politici en machthebbers op de wereld raken verslaafd aan de macht. Zij zijn het die het weten, zij weten hoe het moet, hoe de wetten moeten zijn en hoe er bestuurd moet worden.

Jezus van Nazareth schetst een ander soort Koninkrijk. Hijzelf zwerft door het land, menigten mensen achter zich aan en ondertussen vele mensen genezend. Langzaam wordt hij steeds populairder. Daarmee wordt hij een concurrent van de heersende machten. De heersende religieuze machten, die met bezetters een akkoord hebben gesloten zodat de godsdienst ongestoord kan blijven uitgeoefend in de Tempel, in ruil voor het heffen van belastingen op de manier van de bezetter, zonder rekening te houden met de zwaksten en de armsten in het land. Jezus van Nazareth heeft alleen maar oog voor de armsten en de zwaksten in het land. Daarmee tekent hij zijn doodvonnis, want hij brengt op die manier de bestaande orde in gevaar. Volgens de machthebbers zet hij het leven van velen op het spel. Volgens hemzelf zet hij alleen zijn eigen leven op het spel. Hij riep niet op tot geweld, uiteindelijk zou hij het geweld tegen een overmacht zelfs veroordelen. Wie heeft het nu voor het zeggen in dat nieuwe Koninkrijk, wie deelt de lakens uit?

In onze samenleving een belangrijke vraag. In de meeste gemeenten in ons land zijn gemeenteraadsleden vrijwilligers die tegen een geringe vergoeding avond aan avond bezig zijn met de problemen in hun gemeente. Toch gaat het ook hen soms om de macht, toch is het ook bij hen vaak moeilijk om problemen samen met de burgers die ze aangaan op te lossen. Bij inspraakavonden komen burgers om hen te helpen bij de besluitvorming, maar laffe angsthazen zorgen met hun geschreeuw dat de deskundigheid van gewone burgers ongehoord blijft. Als Jezus van Nazareth een profielschets opstelt van de bestuurders van zijn koninkrijk dan heeft hij het over dienaren. Wie de eerste wil zijn zal ieders dienaar moeten zijn. Daar loopt het bij Jezus van Nazareth op uit, om oorlog en opstand te voorkomen levert hij zichzelf uit aan de autoriteiten. Bestuurders die eerst horen, eerst conflicten oplossen en dan de samen met de mensen oplossingen zoeken die de zwaksten en de armsten ten goede komen, lijken schaars. Als ze er zijn worden ze door de laffe angsthazen met de dood  bedreigd. We zijn dan ook nog niet in dat Koninkrijk, we kunnen er zelf wel aan bouwen, ook vandaag.

 

Hetzelfde lot

Prediker 2:12-26

12 Ik nam nog eens in ogenschouw wat wijs is, en wat dwaas en onverstandig is. Wat doet een koning met alles wat zijn voorgangers tot stand hebben gebracht? 13 Zeker, ik zag wel in dat wijsheid nuttiger is dan dwaasheid, zoals het licht nuttiger is dan de duisternis. 14 Een wijze ziet tenminste wat hij doet, terwijl een dwaas in het duister tast.
Maar ik weet ook dit: beiden treft hetzelfde lot. 15 Wat de dwaas treft, treft ook mij, zei ik tegen mezelf, dus waarvoor ben ik eigenlijk zo uitermate wijs geweest? Ook dat is enkel leegte. 16 Want zowel de wijze als de dwaas zal snel worden vergeten, beiden worden ze voorgoed vergeten. Hoe bitter dat de wijze sterft, niet anders dan de dwaas. 17 Ik kreeg een afkeer van het leven. Elke bezigheid onder de zon ging me tegenstaan, want het is niet meer dan lucht en najagen van wind. 18 Van alles waarvoor ik me had afgebeuld onder de zon kreeg ik een afkeer. Ik zou het moeten achterlaten voor mijn opvolger, 19 en wie zou kunnen zeggen of hij wijs of dwaas zou zijn? Toch zou hij de macht verwerven over alles wat ik met mijn wijsheid had bereikt. Ook dat is enkel leegte. 20 Vertwijfeling beving me over alles wat ik had verworven en waarvoor ik had gezwoegd onder de zon. 21 Ook al is een mens bij alles wat hij heeft bereikt bekwaam te werk gegaan, met wijsheid en kennis van zaken, hij moet het nalaten aan iemand die er niets voor heeft gedaan. Ook dat is niets dan leegte en een uiterst kwade zaak. 22 Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij moeizaam heeft verworven? Hij jaagt het na en zwoegt ervoor onder de zon, 23 maar alle dagen van zijn leven brengen hem verdriet, alles wat hij onderneemt brengt hem niets dan smart. Zelfs ’s nachts vindt hij geen rust. Ook dat is leegte. 24 Het is daarom nog maar het beste voor een mens dat hij zich aan eten en drinken tegoed doet en volop geniet van alles wat hij moeizaam heeft verworven. En ook dat, zo heb ik ingezien, is in de hand van God. 25 Want wie kan zich tegoed doen en genieten zonder dat Hij ermee instemt? 26 Aan een mens die Hem behaagt geeft Hij wijsheid, kennis en vreugde, maar een zondaar legt Hij een kwellende bezigheid op: een zondaar moet bezit vergaren voor een mens die God behaagt. Ook dat is enkel lucht en najagen van wind. (NBV21)

Zo is het natuurlijk aangenamer om wijs te zijn dan dwaas. Maar verhef het wijze niet tot een afgod. Maak het niet tot een absoluut enig doel in het leven. De wijze en de dwaas wachten uiteindelijk beide hetzelfde lot, ze sterven en men vergeet dat ze er ooit geweest waren. Maakt dat depressief? Maakt dat onverschillig? Dat hoeft natuurlijk niet. Het licht in de ogen van een arme die weer deel van leven heeft, de kleur van opwinding op de wangen van een kind dat weer warmte mag voelen, geven een genot dat alles te boven gaat, dat blijft en het is wijzer daarnaar te streven dan naar leeg genot van drank of drugs. Maar die wijsheid opleggen aan anderen is dwaas. Mensen moeten hun eigen keuzes maken en mensen die dwaze keuzes maken helpen de wijze meer tot haar recht te komen. Tegenwoordig zijn er veel mensen die hun wijsheid op willen leggen aan anderen. Zoals zij het immers bedacht hebben moet het wel het meest wijze zijn wat er te bedenken is.

Maar bedenk eens het volgende. Ook de mensen die voor jou leefden hebben bedacht wat het meest wijze is en de mensen die na jou leven zullen opnieuw bedenken wat het meest wijze is. Voor jou was het anders en na jou zal het anders zijn. Dat relativeert, maakt wat jij vindt minder absoluut en al helemaal niet iets om aan anderen op te leggen. Natuurlijk wat verstandig en wijs is moet gedaan worden en wat verstandig en wijs is is het meer dan waard om gezegd te worden. De argumenten om wijs te doen kunnen wellicht anderen overtuigen, in het licht zie je meer dan in het duister, maar er zijn mensen die zich in het duister beter voelen en bang zijn voor alles wat aan het licht zou kunnen komen. Ook daarom is het beter de wijsheid niet op te willen leggen aan de dwaas. Beide ga je uiteindelijk dood en wijsheid behoed je er evenmin voor als dwaasheid.

Het absoluut maken van je eigen wijsheid en het op willen leggen aan een ander is even dwaas als de dwaze doet. Sommige gelovigen doen het, ze heten fundamentalisten, ze zijn bij Christenen, bij Islamieten en Joden te vinden zelfs bij atheïsten, maar ook elke andere wereldgodsdienst kent haar zogenaamde fundamentalisten. Maar ook bij de Goddelozen komen ze voor. Soms bestrijden ze het anders geloven als wat ze zelf doen, soms bestrijden ze zelfs het geloven op zich. De energie die ze er in steken is vergeefs. Het overtuigt niemand van hun gelijk, ze overtuigen alleen zichzelf. Vaak irriteren ze zo erg dat mensen gesterkt worden in hun andere overtuiging. Als die mensen zelf ook fundamentalistisch denken kan dat zelfs gevaarlijk zijn en uitlopen op geweld. Mensen die daartegen waarschuwen zijn wijs, maar ook zwak, want waarlijke wijsheid legt de eigen overtuiging niet op aan een ander, probeert alleen licht te brengen in de duisternis.

 

Grootse dingen

Prediker 2:1-11

1 Ik zei tegen mezelf: Kom, laat ik proberen de genoegens van het leven te smaken en te genieten van het goede. Maar ook dat, ontdekte ik, is enkel leegte. 2 Vrolijkheid, zei ik tegen mezelf, is niet meer dan dwaasheid. En waar leidt vreugde toe? 3 Ik heb mezelf ondergedompeld in de vrolijkheid van de wijn, en ik greep die dwaasheid aan om te onderzoeken of ik in mijn wijsheid-want die behield altijd de overhand-kon ontdekken wat een mens het beste doen kan, dat luttel aantal levensdagen dat hij doorbrengt onder de hemel. 4 Ook heb ik grootse dingen ondernomen: Ik heb voor mezelf paleizen gebouwd en wijngaarden geplant. 5 Ik heb tuinen en parken aangelegd en daarin tal van vruchtbomen geplant. 6 Ik heb waterbekkens gegraven om een bos met jonge bomen te bevloeien. 7 Ik heb slaven en slavinnen gekocht, en ook hun kinderen werden slaven in mijn huis. Ik bezat talrijke runderen, schapen en geiten, meer dan iedereen die voor mij in Jeruzalem heeft geregeerd. 8 Ik heb goud en zilver opgestapeld en in de rijkdom gedeeld van koningen en landen. Ik heb zangers en zangeressen aangesteld en het genot geproefd van vele, vele vrouwen. 9 Grootse dingen heb ik ondernomen en meer bezit vergaard dan iedereen die vóór mij in Jeruzalem heeft geregeerd. En bij alles wat ik voor mezelf verworven had, behield ik ook mijn wijsheid. 10 Alles wat mijn ogen vroegen heb ik ze gegund, elke vreugde die mijn hart verlangde heb ik het gegeven, en ik genoot naar hartenlust van al het goede dat ik had verworven. Het was het loon voor mijn gezwoeg. 11 Maar toen nam ik alles wat ik ondernomen had nog eens in ogenschouw, alles wat mijn moeizaam gezwoeg me opgeleverd had, en ik zag in dat het allemaal maar lucht en najagen van wind was. Het had geen enkel nut onder de zon. (NBV21)

Echt geluk is maar moeilijk te vinden. En zelfs als je genot zoekt in het goede, je onderdompelt in de vrolijkheid van de wijn dan nog is het vergeefs, uiteindelijk houd je er hoofdpijn, buikpijn en een verwoeste lever aan over. Drank maakt meer kapot dan je lief is en comazuipen brengt je alleen maar in het ziekenhuis. Het geluk zit niet in de dingen die je gewoonlijk in de wereld tegenkomt. Uiteindelijk blijft er niets van over. Prediker veroordeelt het niet, hij hoeft alleen zijn ervaringen door te geven. Er is er in al de eeuwen na Prediker niks veranderd. Nemen we nu eens aan dat het boek Prediker zo’n 300 jaar voor het begin van onze jaartelling werd geschreven. Dan weten we dus al bijna 2500 jaar dat zwoegen, zwelgen en najagen van eigen genot en kennis uiteindelijk een mens niet gelukkig maken.

Maar waar komt toch het idee vandaan dat je van de Bijbel helemaal niet mag genieten? Nergens is dat verboden. Ook de Koning die hier in het boek van de Prediker als verteller optreedt heeft geen spijt van al zijn gezwoeg, hij kijkt er kennelijk met genoegen op terug. Maar, er staat in het laatste vers van gedeelte een hele grote maar, want al dit gezwoeg al dat najagen van genot, het heeft geen nut het is leeg en lucht, het heeft geen enkel belang. Daar verschilt de Bijbel wellicht van wat er over het algemeen in de wereld aan de gang is. Niets is immers belangrijker dan de betaald voetbalwedstrijd van het komende weekeinde. En als de plaatselijke betaald voetbalclub op een doordeweekse avond een internationale wedstrijd moet spelen dan worden vergaderingen, zelfs gemeenteraadsvergaderingen, uitgesteld en verplaatst. Het amusement van de meest populaire sport gaat overal voor en beheerst alles. Het overheerst ook alle zorg en aandacht voor de armen. Die aandacht en zorg krijgen we tegenwoordig op de Televisie in de vorm van amusement.

Tranentrekkende programma’s zijn zeer populair en Nederlandse vrijwilligers die ergens helpen worden tot helden verheven. Waar al dat leed vandaan komt, wie er beter van geworden is toen er op hulp werd bezuinigd, waarom we de meest eenvoudige maatregelen om leed te voorkomen niet weten te nemen, waarom de zorg ten onder gaat aan administratie en papierbergen komt in die televisieprogramma’s niet aan de orde. Leeg is het dus en wind, ongrijpbaar, voorbijgaand en niet dienend tot enig nut, met geen enkel gevolg voor de armen. En juist het effect op de armen zou toch de maat moeten zijn waarmee we het nut van onze handelingen moeten meten. Dat is de wijsheid die Prediker ons wil voorhouden. Het gaat er niet om dat wij gelukkig worden maar dat alle mensen op aarde gelukkig zijn. En daar moet nog heel veel voor gebeuren, ook vandaag weer.

 

Dwaas en onverstandig

Prediker 1:12-18

12 Ik, Prediker, was koning van Israël in Jeruzalem. 13 Ik heb met heel mijn hart elke vorm van wijsheid onderzocht, want ik wilde alles wat onder de hemel gebeurt doorgronden. Het is een trieste bezigheid. Een kwelling is het, die de mens door God wordt opgelegd. 14 Ik heb alles gezien wat onder de zon gebeurt, en vastgesteld dat het niet meer is dan lucht en najagen van wind. 15 Wat krom is kan niet recht worden gemaakt, en wat ontbreekt kan niet worden meegeteld. 16 Ik zei tegen mezelf: Ik heb meer en groter wijsheid verworven dan iedereen die vóór mij in Jeruzalem heeft geregeerd. Ik heb veel wijsheid en kennis opgedaan. 17 Ik heb me er met hart en ziel voor ingespannen te ontdekken wat wijs is, en wat dwaas en onverstandig is. Maar ook dat, zo heb ik ingezien, is enkel najagen van wind. 18 Want wie veel wijsheid heeft, heeft veel verdriet. En wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart. (NBV21)

Het boek van Prediker wordt in de herfst gelezen als de oogst binnen is en het feest van de oogst kan beginnen. Maar de Koning van de oogst, de Koning van Jeruzalem, wordt er depressief van. Heb je de hele zomer gezwoegd en gesloofd, wat heb je dan. Je eten en je weet dat het na de winter weer op zal zijn en je weer opnieuw kunt beginnen. En als je dood gaat is het weg want je kunt het niet meenemen, zelfs niet als je rijk en machtig bent. De Koning heeft alles onderzocht dat onder de hemel is, maar vond niets.

Hoe meer hij te weten kwam, hoe droeviger hij werd. Want in plaats van dat de mensen tevreden zijn met wat ze hebben slaan ze elkaar nog de hersens in om meer te krijgen. Drogredenen voeren ze er voor aan maar wat krom is kan niet worden recht gemaakt. Wat er niet is zal er ook niet komen. Je wordt nooit rijker dan rijk en machtiger dan machtig. Uiteindelijk heeft iedereen hetzelfde als bij het begin. De pasgeboren baby heeft hetzelfde als de net gestorven grijsaard, niets namelijk. Dat brengt de Prediker tot de conclusie dat alles lucht en leeg is, alle zwoegen is najagen van wind.

Moet je dan dom blijven? Net doen alsof het leven maar uit één dag bestaat? Prediker heeft geprobeerd kennis te verwerven. Hoe zit alles in elkaar. Wat is er goed en wat is er slecht. Ook dat heeft hem niet geholpen. Wie meer kennis heeft heeft ook meer smart. Wie veel wijsheid heeft heeft meer verdriet. In die twee laatste opmerkingen zit ook de sleutel van dit verhaal. Het begin van alle wijsheid is immers het kennen van de God van Israël. En de zin van het leven in het licht van die God is de zorg voor minsten, de zorg voor mensen in de knel. Het jezelf op de eerste plaats zetten, het eigen volk eerst leidt alleen maar tot verdriet en teleurstelling, het is lucht en leegte. Je zult het ergens anders moeten zoeken en dan kom je uit bij de naaste, slachtoffers in het Midden-Oosten, de armen in ons land, het licht van God schijnt op dat pad.

 

Alles is vermoeiend

Prediker 1:1-11

1 Hier volgen de woorden van Prediker, zoon van David en koning in Jeruzalem. 2 Lucht en leegte, zegt Prediker, lucht en leegte, alles is leegte. 3 Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven, al zijn moeizaam gezwoeg onder de zon? 4 Generaties gaan, generaties komen, maar de aarde blijft altijd bestaan. 5 De zon komt op, de zon gaat onder, en altijd snelt ze naar de plaats waar ze weer op zal gaan. 6 De wind waait naar het zuiden, dan draait hij naar het noorden. Hij draait en waait en draait, en al draaiend waait de wind weer terug. 7 Alle rivieren stromen naar de zee, toch raakt de zee niet vol. De rivieren keren terug naar de plaats waar ze ontsprongen, en beginnen weer opnieuw te stromen. 8 Alles is vermoeiend, zozeer dat er geen woorden voor te vinden zijn. De ogen van een mens kijken, en vinden geen rust, zijn oren horen, en ze blijven horen. 9 Wat er was, zal er altijd weer zijn, wat er is gedaan, zal altijd weer worden gedaan. Er is niets nieuws onder de zon. 10 Wanneer men van iets zegt: ‘Kijk, iets nieuws,’ dan is het altijd iets dat er sinds lang vervlogen tijden is geweest. 11 De vroegere generaties zijn vergeten, en ook de komende generaties zullen vergeten worden in de tijden die daarna weer komen. (NBV21)

Vandaag beginnen we te lezen in het boek dat sinds de vertaling door Maarten Luther in het Duits ook bij ons “Prediker” heet. Dat is wat de geleerden als vertaling van het Hebreeuwse “Kohelet” aannemen. De Naardense Bijbel vertaalt hier als “Verzamelaar”. Dit boek wordt in de Hebreeuwse traditie gelezen tijdens het Loofhuttenfeest, de Soekot. Dat feest wordt ook wel het feest der inzameling genoemd, vandaar dat “verzamelaar”. Het is een oogstfeest dat in de herfst wordt gevierd. Merkwaardig is dat juist dit feest niet is overgenomen in de Christelijke kalender. Het is één van de feesten waarop het volk op moest trekken naar de Heilige Tent of later naar de Tempel om daar een feestmaaltijd te houden met de familie, de Levieten, de armen en de vreemdelingen. Wonen deed je dan in hutten gemaakt van de takken van de bomen, het loof. En lezen deden ze uit het boek van de Verzamelaar.

Dat boek begint over de goden van de vruchtbaarheid. Lucht en leegte zijn ze. Wij kennen uit vroegere vertalingen nog de uitdrukking dat alles ijdelheid is. Maar die ijdelheid betekent leegte. Het is niets wat die vruchtbaarheidsgoden voorstellen. Je moet immers nog steeds even hard werken om in leven te blijven. De zon, de aarde, de wind, de zee, de rivieren, ze veranderen niet. De zon gaat op en onder, de aarde ligt er al eeuwen hetzelfde bij voor de boer, de wind waait uit alle richtingen, rivieren brengen het water naar de zee maar de zee raakt nooit vol. Waar zou je je druk over maken, er is immers niets nieuws onder de zon. Onze voorouders zijn vergeten en ook wij zullen eens vergeten zijn. Waar maak je je druk om?  Het zijn de verzuchtingen die juist in onze tijd mensen aan het denken moeten zetten. Veel mensen gaan immers ten onder aan de druk die de samenleving oplegt.

De druk om meer te presteren in kortere tijd, de druk om te consumeren, de druk om te verdienen en vooruit te komen, de druk om je te amuseren. Het is alsof vreemde goden grote offers vragen. Dokters zeggen steeds vaker tegen hun patiënten dat wat moet niet meer mag en dat wat mag juist moet. Juist ontspanning in plaats van stress, rust in plaats van de onrust, brengt gezondheid. Het hart kan het begeven als het overbelast wordt. De bloedvaten slibben dicht als je niet de tijd neemt om gezond te eten. Het zou voor ons ook goed zijn om af en toe terug te keren naar hutten gemaakt van de takken van de bomen. Kinderen kunnen zich er eindeloos mee vermaken en Jezus van Nazareth zei eens dat wie niet wordt als de kinderen niet met hem mee mag doen. We werken hard, we verdienen veel, maar we vergeten er van te genieten, misschien dat we daardoor ook vergeten er van mee te delen, zodat alles wat we verdienen eigenlijk lucht en leegte blijft.

 

Stuur mijn gangen

Psalm 119:129-136

129 Uw richtlijnen zijn voor mij een wonder, daarom volg ik ze met heel mijn hart. 130 Als uw woorden opengaan, is er licht en inzicht voor de eenvoudigen. 131 Dorstig opent zich mijn mond, zo hunker ik naar uw geboden. 132 Keer u tot mij en wees mij genadig, dat is het voorrecht van wie uw naam bemint. 133 Stuur mijn gangen zoals U hebt beloofd, lever mij niet uit aan de macht van het kwaad, 134 verlos mij van de onderdrukking van mensen, en ik zal mij houden aan uw regels. 135 Laat het licht van uw gelaat over mij schijnen, onderwijs uw dienaar in uw wetten. 136 Beken van tranen vloeien uit mijn ogen, want uw wet wordt niet onderhouden. (NBV21)

Dat hoor je toch niet vaak meer, dat de richtlijnen van de Bijbel een wonder zijn. Dat je ze met je hart moet volgen is al meer bekend. Maar waarom zou je ze een wonder noemen? Een wonder is immers iets dat je niet verwacht en dat ook niet gewoon te verklaren is. En het gevolg van het volgen van deze richtlijnen is immers het ontstaan van recht en orde. Daar waar deze richtlijnen niet worden nageleefd ontstaan onrecht en wanorde en de bedoeling van God bij de schepping was orde scheppen. De aarde was woest en ledig en God maakte scheiding tussen dood en leven, licht en donker, aarde en land. Daarmee en daardoor werd de chaotische wereld een wereld waarin mensen konden leven, chaos werd geschapen tot mensenland. Wat is dan het wonder waar in deze psalm over wordt gezongen? Het wonder is dat de richtlijnen van God niet tot verstarring leiden maar tot beweging. Onze menselijke wetten staan in grote dikke wetboeken die voor eenvoudige mensen niet te lezen zijn. Naast die wetboeken zijn er nog dikkere commentaren op de wetten en nog dikkere en grotere verzamelingen uitspraken van rechters die de jurisprudentie vormen.

Je kunt in het leven geen stap meer zetten en geen hap meer doorslikken zonder met een wet te maken te hebben. De richtlijnen van de God van Israël zijn een verademing. Geen dikke boeken met wetten die we niet meer snappen. De tien kernwoorden snappen we zo goed dat bijna iedereen daar wel een aantal van uit het hoofd kent, niet moorden, niet stelen en niet bedriegen zijn bijna wetten die onze menselijke wetten vooraf gaan. Maar het allereenvoudigste te snappen is de samenvatting van de richtlijnen, heb Uw naaste lief als Uzelf. Dat is geen wet die tot verstarring leidt, dat is een richtlijn die in beweging zet, in beweging naar een ideale samenleving, een wereld waar God zelf wil komen wonen, waar alle tranen zijn gedroogd en de dood niet meer is. Die richtlijn zet niet alleen de enkele gelovige in beweging maar iedereen op de hele wereld, daar kan ook iedereen aan meedoen. Als dat een Wet is dan is er ook maar één rechter nodig, God zelf. Die richtlijn is een wegwijzer en is een licht op je levenspad, voor alle beslissingen is die richtlijn toepasbaar. Komen mensen door jouw handelingen tot hun recht? Wordt er gedeeld met de armsten? Worden de zwakken beschermd? Worden de hongerigen gevoed en krijgen de vermoeiden rust? Was iedereen maar zover dat we de wereld langs die richtlijn konden inrichten.

Maar ook al is het niet zover we kunnen er elk moment weer mee beginnen. Dat mag van die God van Israël, dat heet ook in deze Psalm “genade”, als je echt volgens die richtlijnen wil leven dan kun je daar elk moment opnieuw mee beginnen en als je er opnieuw mee begint dan zijn je fouten uit het verleden vergeven voor zolang je je aan die richtlijnen houdt. Daarom moet je die richtlijnen van de God van Israël ook echt je gangen laten sturen, dan loop je niet de kans uitgeleverd te worden aan het kwaad. Er wordt in dit gedeelte zelfs gevraagd bevrijd te worden van de onderdrukking van mensen. In onze welvaartsmaatschappij, onze vrije democratie, lopen we het risico ongevoelig te worden voor de pijn van onderdrukking. Het lijkt er immers op dat we zelf niet worden onderdrukt. Maar als we iedereen op deze wereld beschouwen als broeders en zusters, directe familie, dan is de pijn van iedereen die wordt onderdrukt ook onze pijn. Dan leren we waar en hoe de richtlijnen van God worden ontkent en genegeerd, waar dus mensen worden geschonden. Dan springen de tranen je in de ogen want de pijn van broeders en zusters leert ons dat de richtlijnen van God niet worden nageleefd. Daar zullen we dag en nacht voor moeten strijden, daarvoor moeten we opstaan en op Weg gaan, ook vandaag weer.