Hoog verheven in aanzien

Jesaja 52:13-15

13 Ja, mijn dienaar zal slagen, hij zal groots zijn, hoog verheven in aanzien. 14 Zoals hij velen deed huiveren-zo gruwelijk, zo onmenselijk was zijn aanblik, zijn uiterlijk had niets meer van een mens-, 15 zo zal hij veel volken opschrikken, en koningen zullen sprakeloos staan. En zij aan wie niets was verteld, zullen zien, zij die niets hadden gehoord, zullen begrijpen. (NBV)

De lijdende knecht des Heren is een geliefd thema in het boek van de profeet Jesaja. Christenen hebben hier later beschrijvingen van Jezus van Nazareth in gelezen. Maar ondanks het feit dat Jezus van Nazareth zeker voldeed aan de beschrijvingen in het boek van de profeet Jesaja werd dit boek niet voor Christenen geschreven maar voor de ballingen die uit het land Israël naar Babel waren gevoerd. En daarmee richt de profeet zich ook tot ons.

Wie onder ons is zo dienstbaar dat hij of zij door het vuur gaat voor de armen, die zonder ophouden recht en gerechtigheid zoekt en de fouten die we dag in dag uit maken opvangt door voortdurend een leven van liefde te blijven laten zien? We weten dat ook in onze dagen zo iemand gemarteld en geslagen kan worden. Amnesty International heeft een hele lijst met namen van mensen.

Mensen die opkwamen voor de armen in hun land, voor recht en gerechtigheid, tegen de schending van mensenrechten en die in de gevangenissen verdwenen, gemarteld werden en geslagen, uitgehongerd en vermoord soms. Sommige namen kennen we, Nelson Mandela die 30 jaar gevangen zat maar vrij kwam. Maar al die mensen die gemarteld en geslagen zijn, die om hun geweten gevangen werden gezet en op de lijst van Amnesty terecht kwamen droegen bij aan een betere wereld.

Hoe welkom is de vreugdebode

Jesaja 52:7-12

7 Hoe welkom is de vreugdebode die over de bergen komt aangesneld, die vrede aankondigt en goed nieuws brengt, die redding aankondigt en tegen Sion zegt: ‘Je God is koning!’ 8 Hoor! Je wachters verheffen hun stem, samen barsten ze uit in gejuich, want ze zien het met eigen ogen: de HEER keert terug naar Sion. 9 Breek uit in gejubel, ruïnes van Jeruzalem, want de HEER troost zijn volk, hij koopt Jeruzalem vrij. 10 De HEER ontbloot zijn heilige arm ten overstaan van alle volken, en de einden der aarde zien hoe onze God redding brengt. 11 Weg! Ga weg! Ga daar weg!  Raak niets aan dat onrein is. Jullie die het heilige gerei van de HEER dragen, ga daar weg en blijf rein. 12 Maar jullie hoeven niet overhaast te gaan, jullie vertrek is geen vlucht, want de HEER gaat voor jullie uit, de God van Israël vormt je achterhoede. (NBV)

Nicolaas Beets dichtte ooit “Als ‘t kindje binnenkomt juicht heel het huisgezin”, en christenen denken gelijk dat het een kerstlied is. Maar alle kinderen die geboren worden zouden op die manier verwelkomd mogen worden. Ook bij de vreugdebode wordt gedacht aan Jezus van Nazareth. Met Palmzondag in het voorjaar werd in de kerken herdacht dat Jezus van Nazareth vlak voor hij werd gekruisigd eerst nog als koning werd binnengehaald. Maar daar heeft Jesaja het niet over. Jesaja laat op de Tempelberg de God van Israël tot koning uitroepen. Daarmee is zijn de richtlijnn uit de Woestijn weer het kompas voor het dagelijks leven, daarmee is de Liefde weer het uitgangspunt voor de samenleving. Voor mensen die verdrukt en vernederd zijn is dat een totale ommekeer in het leven die tot grote vreugde uitnodigt.

Zoals je op oude films over de bevrijding in de meidagen van 1945 nog kunt zien toen iedereen uit een stad of een dorp uitliep de bevrijders verwelkomde en niet op leek te kunnen houden met zingen en dansen van vreugde. Alleen die enkelen die met de bezetters hadden geheuld kregen het zwaar te verduren. Van hen zijn de meesten later toch gewoon in de samenleving opgenomen, we zijn er per slot trots op een rechtvaardige samenleving te hebben. Maar een hele enkele van hen heeft nooit de denkbeelden los kunnen laten waarvan de geschiedenis heeft bewezen dat ze het meest verschrikkelijke fout waren dat mensen hadden kunnen bedenken. Als je je identiteit opoffert op het altaar van een ideologie krijg je dat. Fundamentalisme heet dat. In alle geloven en overtuigingen komen die voor, we mogen ons dan ook afvragen welke ideologieën tegenwoordig mensen in hun greep houden.

Niet meer de Liefde is overal en altijd koning, niet alleen de God van Israël is God, maar de religie of de overtuiging is dan Koning en het stelsel van denkbeelden waar je in geloofd neemt dan de plaats in van je God. Soms is “het Geloof” zelf een lelijke afgod geworden. Want de God waar Jesaja over vertelt, de God ook van Jezus van Nazareth zet mensen in beweging om lief te hebben, je naaste liefhebben als je zelf en die God boven alles. Er is maar één Heer en dat is die God met die wet van Liefde. Niets wat dat in de weg staat hoort er nog bij. Rein is datgene wat volkomen en onvoorwaardelijk in dienst staat van die Liefde, al het andere is te verwerpen. Zo horen we de liefde binnen te halen, alsof er weer een welkom kind is geboren, het brengt de vreugde die we in een wereld vol verdriet zo hard nodig kunnen hebben.

Tot niets.

Psalm 2

1 Waartoe leidt het woeden van de volken, het rumoer van de naties? Tot niets. 2 De koningen van de aarde komen in verzet, de wereldmachten spannen samen tegen de HEER en zijn gezalfde: 3 ‘Wij moeten hun juk afwerpen, ons van hun boeien bevrijden.’ 4 Die in de hemel troont lacht, de Heer spot met hen. 5 Dan spreekt hij tot hen in woede, en zijn toorn verbijstert hen: 6 ‘Ikzelf heb mijn koning gezalfd, op de Sion, mijn heilige berg.’ 7 Het besluit van de HEER wil ik bekendmaken. Hij sprak tot mij: ‘Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt. 8 Vraag het mij en ik geef je de volken in bezit, de einden der aarde in eigendom. 9 Jij kunt ze breken met een ijzeren staf, ze stukslaan als een aarden pot.’10 Daarom, koningen, wees verstandig, wees gewaarschuwd, leiders van de aarde. 11 Onderwerp u, toon de HEER uw ontzag, breng hem bevend uw hulde. 12 Bewijs eer aan zijn zoon met een kus, anders ontvlamt zijn woede, en uw weg loopt dood, want bij het geringste ontsteekt hij in toorn. Gelukkig wie schuilen bij hem. (NBV)

Er zijn van die Psalmen die horen bij een bepaalde periode van het jaar. Psalm 2 is zo’n Psalm. Die zul je vaak rond de kerst horen. Bij voorkeur op kerstavond. Niet zo vreemd want in de Kerstnacht klinkt het “vrede op aarde” terwijl de volken in de wereld van alles doen maar vrede op aarde is het nog nooit geweest. Zelfs niet toen legers afspraken tijdens de Kerstnacht even op te houden met de oorlog ging barste de vrede op aarde niet uit. De vraag die in de Psalm gesteld wordt is waarom het toch steeds tot oorlog komt. En het antwoord is dat de machthebbers zich weigeren te onderwerpen aan de Vredevorst. Met die titel duidde Jesaja het kind aan dat uiteindelijk in de kerstnacht geboren zou worden.

Wie overigens de eerste verzen in het Hebreeuws leest zal het opvallen dat door het gebruik van veel o klanken de Psalm een heel onheilspellend karakter krijgt. En het je onttrekken aan de regering van de Vredevorst brengt onheil, dat is zeker geen welbehagen in mensen, maar welbehagen in macht. Maar volgens de Psalmdichter moeten we niet bij de pakken neerzitten. In de hemel wordt al dat machtsvertoon als clownerie beschouwt. De Heer van Hemel en aarde moet er om lachen. De o klanken verdwijnen in het Hebreeuws en worden vervangen door de veel mildere i klanken. Dat “mijn koning” klinkt een stuk vriendelijker, daarin is al een heel klein beetje het welbehagen in mensen uit de kerstnacht te horen.

En dan wordt er hoop voor ons bezongen. Die nieuwe koning die in die nacht geboren wordt krijgt alle volken, tot aan de einden der aarde in bezet. Al die grootmachten met hun legers, hun dreigingen. hun spionnen, hun giftige wapens, ze worden gebroken met een ijzeren staf, ze worden stuk geslagen als een aarden pot. We mogen hen waarschuwen, ze zullen moeten knielen bij de voederbak waarin de nieuwe Koning van de wereld in doeken gewikkeld is neergelegd. Als wij bij de vredevorst schuilen dan breekt het geluk aan. En de rest van het verhaal van de Bijbel vertelt ons wat dat betekent, schuilen in de macht van de allerhoogste. Dat betekent leven in liefde. In mensen een welbehagen. Macht en aanzien zijn niet langer belangrijk, de liefde daar draait alles om, zelfs in de donkerste dagen van ons leven.

Hier ben ik

Jesaja 52:1-6

1 Ontwaak, ontwaak, Sion, en bekleed je met je kracht! Bekleed je met je pronkgewaad, Jeruzalem, heilige stad. Nooit meer zul je worden betreden door wie onbesneden is, of onrein. 2 Klop het stof van je af en sta op, Jeruzalem, neem plaats op de troon. De ketenen om je hals zijn losgemaakt, gevangen vrouwe Sion. 3 Want dit zegt de HEER: Voor niets zijn jullie verkocht, zonder geld koop ik jullie weer vrij. 4 Dit zegt God, de HEER: Ooit trok mijn volk naar Egypte om daar als vreemdeling te leven, maar in Assyrië werd het zonder meer uitgebuit. 5 Wat win ik daar nu bij? spreekt de HEER. Voor niets is mijn volk weggenomen, hun leiders weeklagen-spreekt de HEER -,dag in dag uit wordt mijn naam bezoedeld. 6 Daarom, op die dag, zal mijn volk mijn naam kennen, beseffen dat ik het ben die zegt: ‘Hier ben ik.’(NBV)

Jesaja verkondigt hoop vandaag, ook voor ons. Het is niet vanzelfsprekend dat de ballingen terug zullen keren. Jeremia had hen nog geschreven dat het wel generaties zou kunnen duren voordat er een einde zou komen aan de ballingschap. Maar Jesaja begint er alvast vol vreugde over te zingen. En in zijn lied klinken ook de voorwaarden door voor de bevrijding. Want het is Sion dat sterk moet worden, Jeruzalem moet weer een heilige stad worden. Trouwe lezers van dit dagelijks commentaar weten dan al waar we heen gaan. Sion is de Tempelberg en Jeruzalem de stad waar de Tempel staat. Daar wordt de Wet van de liefde bewaard. Daar moeten de maaltijden plaats vinden met de armen, de vreemdelingen, de familie en de dienaren uit de Tempel. Daar kun je oefenen in Samen Werken, Samen Leven en vooral in Samen Delen. Zelfs de armen van het volk trekken op naar Jeruzalem om te delen wat ze hebben.

De slavernij vroeger in Egypte en de ballingschap in Babel kwamen gratis, niets kregen ze er voor terug. Maar de bevrijding door samen te leven en samen te delen, door elkaar lief te hebben als zichzelf komt ook voor niks. Er wordt immers onvoorwaardelijke en onzelfzuchtige liefde gevraagd die, zoals Paulus dat zong in zijn beroemde lied over de liefde, zichzelf niet zoekt. Er kan veel kritiek zijn op de huidige regering. Ze moeten het Samen Delen, zeker met de armen, nog leren. Niets horen we over het aanpakken van de exorbitante zelfverrijking in het bedrijfsleven. Maar er gaan er een paar politici wel kijken in de armere wijken van de steden. De belangstelling gaat dan uit naar de jeugd die de armste wijken en buurten van de grote steden terroriseert. Jeugd die zelfs na het behalen van een schooldiploma afgescheept wordt met tijdelijke arbeidscontracten en uitzendbureaus. Die niet een loopbaan kunnen opbouwen zoals hun ouders deden, door trouw aan een vaste baas of door studie en solliciteren steeds een stap omhoog op de ladder.

Ervaring doet de jeugd zonder uitzicht namelijk niet op, flexibel als ze moeten zijn. Aan het eind van hun loopbaan zullen ze merken dat ze ook geen pensioen hebben opgebouwd omdat door de vele wisseling van bedrijfstakken waar ze aan blootgesteld zijn voortdurend zogenaamde pensioengaten vallen. Veel van die jongeren zoeken de rijkdom daarom in het hier en nu en dat kan alleen op de allerslechtste manier. Daarom hopen we maar dat ministers en kamerleden niet doof zullen zijn voor de roep om recht en gerechtigheid en het Samen Delen in de praktijk zullen leren en in de praktijk zullen brengen. Daarom hopen we dat de regering en de kamer wegen zullen vinden om jongeren banen te geven en niet alleen baantjes maar een perspectief, een uitzicht op het opbouwen van een gezin met een eigen huis, zonder schulden en kinderen die naar school kunnen en ook een toekomst hebben. Volgens Jesaja is dat toch de enige weg naar een goede samenleving.

Word wakker, word wakker

Jesaja 51:17-23

17 Word wakker, word wakker, Jeruzalem, sta op! De HEER heeft je laten drinken uit de beker van zijn toorn; je hebt uit die kelk gedronken, de beker die je zo heeft bedwelmd tot de bodem leeggedronken. 18 Er is niemand die je leidt, geen van de kinderen die je hebt gebaard; niemand die je bij de hand neemt, geen van de kinderen die je hebt grootgebracht. 19 Dubbel ongeluk heeft je getroffen: verwoesting en rampspoed-wie zal je beklagen? honger en geweld-wie zal je troosten? 20 Je kinderen zijn bezweken; als een antilope gevangen in een net, zo liggen ze op elke straathoek, overweldigd door de toorn van de HEER, verlamd door de dreiging van je God. 21 Daarom, luister hiernaar, ongelukkige, jij die beschonken bent, maar niet door de wijn. 22 Dit zegt je God, de HEER, de God die het opneemt voor zijn volk: Ik neem de bedwelmende beker uit je hand, de kelk, de beker van mijn toorn, je hoeft er niet meer uit te drinken. 23 Ik geef hem aan hen die jou kwelden, die je het bevel gaven: ‘Ga liggen, dan lopen we over je heen!’ En je maakte je rug als de grond, een weg waarover men kon gaan. (NBV)

Heel verdrietig heet ook terneergeslagen. Als je heel lang en heel ernstig terneergeslagen bent dan heet dat depressief. Als je ernstig depressief bent dan weet je dat je hulp nodig hebt om er weer uit te komen. Je worstelt om op te staan en weer je leven in eigen hand te nemen maar het lukt je niet, telkens weer zak je weg in verdriet om de schijnbare zinloosheid die het bestaan aangenomen lijkt te hebben. Waar is dan een hand die de jouwe grijpt en die je helpt opstaan? Zie je een God en voel je de warmte van een God die het leven weer zin geeft? Gelukkig zijn er tegenwoordig goede dokters. Juist als je depressief bent dan zie je de zwarte zaken van het bestaan extra zwart. De leiders van de wereld zoeken oorlog en dreigen met geweld. De kinderen die de vrede zouden moeten brengen steken elkaar neer op de schoolpleinen. Dag in dag uit sterven er mensen door het gebruik van vuurwapens. Niet alleen op slagvelden ver weg maar ook in onze eigen steden en dorpen en op de wegen in het land.

Jouw inspanningen tellen niet meer mee, jouw geloof in een betere wereld wordt weggelachen. Jouw blijdschap over een langzame eenwording van Europa die al 70 jaar tenminste vrede brengt tussen de Europese volken wordt beschimpt door de Paus, hoofd van een staat die geen democratie kent en geen lid is van de Europese Unie. Jij weet dat Europeanen in Afrika goud, zilver en diamanten roofden, daar de olie vandaan haalden en oorlog brachten om de grondstoffen voor mobile telefoons, dat diezelfde Europeanen in de naam van Christendom en beschaving aan de wieg stonden van de slavenhandel en datzelfde Christendom zou volgens dat buiten onze beschaving staande staatshoofd door ons genoemd moeten worden als de bron van onze huidige beschaving. Wat houd je nog tegen om er een einde aan te maken.

Vandaag klinkt in het verhaal van Jesaja een oproep om naar de Liefde te zien. De ene Heer die voortdurend onbaatzuchtige liefde verspreid. Die weet heeft van Samen Leven, Samen Werken en vooral Samen Delen en daartoe mensen inspireert. Die weet dat er mensen opstaan uit het dorre doodsbestaan van oorlog en uitbuiting. Dat ook deze week de voedselbanken en wereldwinkels weer opengaan en mensen zonder loon en beloning er hun tijd en energie insteken. Dat zieken getroost, gevangenen bezocht worden en dat alom de roep om recht en gerechtigheid weer luider zal klinken. In die liefde mag jij ook meedoen, die liefde mag zin geven aan ieders leven, en de hand vormen die je optilt en weer aan de gang brengt. Overal worden nog vrijwilligers gezocht, in de voedselbanken, bij het justitiepastoraat dat het bezoek aan gevangenen en gevangen vreemdelingen organiseert, in de Fair Tradewinkels, in verpleegtehuizen en scholen voor speciaal onderwijs, in tal van organisaties die zich bezig houden met hulp en zorg aan en voor mensen die het meer dan nodig hebben. Sta dus op en vat aan.

Hoe kun je dan bang zijn voor een sterveling,

Jesaja 51:9-16

9 Ontwaak, ontwaak, arm van de HEER, en bekleed u met kracht! Ontwaak als in de dagen van weleer, als in lang vervlogen tijden. Was u het niet die Rahab vermorzelde, die het monster doorboorde? 10 Was u het niet die de zee drooglegde, het water in de diepte, die een weg baande op de bodem van de zee waarover het verloste volk kon gaan? 11 Wie door de HEER zijn bevrijd, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige vreugde. Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en verdriet vluchten eruit weg. 12 Ik, ik ben het die jullie troost. Hoe kun je dan bang zijn voor een sterveling, voor een mensenkind dat vergaat als gras? 13 Hoe kun je de HEER vergeten, die je gemaakt heeft, die de hemel heeft uitgespannen en de aarde gegrondvest? Hoe kun je je zo laten beheersen door angst voor de toorn van je belagers, voor hun pogingen je te vernietigen? Waar blijven die belagers met hun toorn? 14 Weldra wordt de geketende bevrijd; hij zal niet sterven, niet afdalen in het graf, het zal hem aan niets ontbreken. 15 Ik, de HEER, jullie God, die de zee opzweep, zodat de golven bruisen, wiens naam is HEER van de hemelse machten,16 ik leg je mijn woorden in de mond en bescherm je met de schaduw van mijn hand, ik die de hemel geplant heb en de aarde gegrondvest, die tegen Sion zeg: ‘Mijn volk ben jij.’ (NBV)

Angst is iets wat je volgens de Bijbel nooit moet afhouden van het zeggen van de waarheid over de Liefde. In het boek Jesaja wordt hier beloofd dat de ballingen uit Babel zullen terugkeren naar de stad waar de leer van Mozes wordt bewaard. Aan alle ellende zal een einde komen. In de oude mythologie was immers ook het razende zeemonster Rahab vermorzeld. Volgens veel Heidense mythen waren het de helden die de monsters doorboorden maar de schrijver van het boek Jesaja maakt er gelijk maar God zelf van. Voor de Israëlische lezers wordt trouwens ook herinnerd aan de bevrijding uit Egypte omdat ze onder elkaar vaak Egypte hadden aangeduid met Rahab, het monster. Jesaja verbindt de mythe van Rahab dan ook met de doortocht door de Rode Zee. De schrijver van het boek Jesaja roept het vol trots uit dat de macht van de Liefde, het vasthoudend volhouden van de leer van Liefde nu meer dan nodig is om de bevrijding te bewerkstelligen. Maar de geketende zal worden bevrijd, de arme zal het aan niets ontbreken besluit het gedeelte van vandaag. Angst wordt vandaag de dag meer en meer gezaaid. Een enkele politicus noemt de geringste tegenspraak tegen zijn ideeën al dreiging met geweld, maar op onze scholen flitsen de messen bij het minste conflict zo lijkt het. Ook in het verkeer wordt gemakkelijk met messen gezwaaid als er een misverstand moet worden uitgesproken.

We weten kennelijk niet meer hoe we ruzie moeten maken, hoe we elkaar de waarheid moeten zeggen. De kinderen die dat verkeerd doen worden bedreigd met repressie, opsluiten in jeugdinstituten is de remedie. Dat je op scholen tijd moet inruimen voor oefening in sociale vaardigheden als geweldloos een ruzie oplossen komt maar bij weinig mensen op. Als kinderen dat geleerd zouden hebben zouden volwassenen daar vaker gebruik van kunnen maken. Daarom is het ook goed als volwassenen leren ruzies zonder geweld op te lossen. Maar daar schort het aan, de manier waarop politici met elkaar discussiëren lijkt op een gewelddadig conflict. Je kunt kennelijk ongestraft iedereen van misdaden als eedbreuk en spionage beschuldigen maar als er kritiek op jouw optreden is roep je dat het bedreigend en gewelddadig is. Het is het verkeerde voorbeeld dat aan de kaak besteld moet worden en moet worden bestreden. Bang voor de schreeuwende politici hoeft niemand te zijn. Populistische partijen zijn als het gras, ze verdorren onder de zon van de werkelijkheid en niemand kent achteraf hun plaats nog meer. De waarheid zeggen is dus niet gewelddadig maar harder nodig dan ooit.

We staan voor de viering van het kerstfeest deze week. We moeten ook bij het vieren van Kerst nooit vergeten dat de God van Israël de God was die dat Joodse volk als eerste heeft uitgekozen. Aan het lot van dat Joodse volk is te zien of wij wel of niet kiezen voor het volgen van die God van Israël, van die God die op de berg Sion zijn Tempel had gevestigd waar zijn gebod de naaste lief te hebben als zichzelf werd bewaard en bezongen. In onze dagen is het niet alleen de vraag hoe wij met het Joodse volk omgaan. Nemen wij dat volk serieus en sporen wij het aan vrede te sluiten met de Palestijnen zodat een duurzame vreedzame toekomst is verzekerd of handelen wij uit een schuldgevoel over de fouten van onze voorouders en slikken we met de ogen dicht alles wat er politiek door de staat Israël wordt gedaan alsof die staat samenvalt met het Joodse volk? Er is ook de vraag hoe we met andere volken omgaan, gaan wij met andere volken om zoals er omgegaan is met het Joodse volk of laten we in de omgang met andere volken eindelijk zien dat we voor de God van Israël gekozen hebben en beschouwen we andere volken ook als onze zusters en broeders? De vragen branden in ons, de antwoorden zijn hard nodig, elke dag, ook vandaag.

Vreugde en gejuich

Jesaja 51:1-8

1 Luister naar mij, jullie die gerechtigheid najagen, jullie die de HEER zoeken. Kijk naar de rots waaruit je gehouwen bent, naar de diepe groeve waar je gedolven bent. 2 Kijk naar Abraham, jullie vader, naar Sara, die jullie heeft gebaard; toen ik hem riep was hij alleen, maar ik heb hem gezegend en talrijk gemaakt. 3 De HEER troost Sion, hij biedt troost aan haar ruïnes. Hij maakt haar woestenij aan Eden gelijk, haar wildernis wordt als de tuin van de HEER. Het zal een oord zijn van vreugde en gejuich, waar muziek en lofzang klinken. 4-5 Mijn volk, luister aandachtig naar mij, mijn natie, leen mij je oor. De wet vindt zijn oorsprong in mij, en mijn recht zal een licht zijn voor alle volken. In een oogwenk breng ik de zege nabij, de hulp die ik bied is al onderweg; ik zal krachtig rechtspreken over de volken. De eilanden hebben hun hoop op mij gevestigd, ze zien uit naar mijn krachtig optreden. 6 Kijk omhoog naar de hemel, kijk naar de aarde beneden: al vervliegt de hemel als rook, al valt de aarde uiteen als een oud gewaad en sterven haar bewoners als muggen, de redding die ik breng, zal voor altijd blijven en mijn recht zal geen einde hebben. 7 Luister naar mij, jullie die mijn gerechtigheid kennen, volk dat mijn wet in het hart draagt. Wees niet bang voor de hoon van mensen, stoor je niet aan hun spot. 8 Want ze vergaan zoals een gewaad door motten, zoals wol door mottenlarven. Maar mijn gerechtigheid zal voor altijd blijven, de redding die ik breng, duurt van geslacht op geslacht. (NBV)

Wie zingt er nu over een oord van vreugde en gejuich als je meest geliefde stad veranderd is in een ruïne. Als er niets over is dan puinhopen. En dan niet zo maar een stad, een stad als alle andere waar jij toevallig van houdt, maar de stad van de berg Sion, waar de Tempel is gebouwd, waar de richtlijnen voor de menselijke samenleving werden bewaard. En de herinnering daaraan maakt dat je je toch, door alle verwoesting en ellende heen, toch vrolijk kan voelen. Want niet de vijand die de verwoesting veroorzaakte is de baas, niet die vijand is de Heer van de wereld, niet hij is jouw Heer, maar de Heer waar de richtlijnen van uitgingen is de baas. En de grondregel was immers de Liefde, en die Heer was immers de Liefde. En uiteindelijk overwint de Liefde. Daar is je hele leven op ingesteld. Daar richt je je daden op, daar vertrouw je op, dag in dag uit. Die overtuiging, die houding maakt dat je niet bang hoeft te zijn voor de hoon van mensen, dat je je niet hoeft te storen aan hun spot. Want is het verzet tegen het haatzaaien tegen de Islam en haar aanhangers niet ingegeven door de Liefde voor mensen en het verlangen naar een samenleving waaraan iedereen mee kan doen, zonder angst, zonder zich ingeperkt te hoeven voelen, zonder dat iemand cultuur of eigen overtuiging hoeft op te geven?

De profeet zelf leeft in ballingschap. Daar heeft zich een school van profeten gevormd die de herinnering bewaren aan de profeet Jesaja. Die de geschriften van die profeet met zich mee hebben genomen en die daarin lezen dat er een oproep was om gerechtigheid na te jagen, om te zorgen dat mensen tot hun recht zouden komen. Dat zou kunnen als je je toevertrouwt aan de God van Israël. Dat was een ander soort God als in Babel werd aanbeden. Dat was een God die mensen uit een rots kon houwen, uit een diepe groeve kon delven. Mensen stonden met hun voeten in de klei, ja ze waren zelf uit klei gemaakt, niet om dienstknecht van die God te worden maar om bondgenoot van die God te worden. Zo was immers het verhaal van Abraham. Die kwam uit dat land waar zij in ballingschap waren, uit Ur der Chaldeeën, het land van de waarzeggers en de sterrenwichelaars. Die was uit dat land vandaan getrokken. Niks sterren met toekomst, niks tovertrucs die de toekomst voorspelden maar gaan op het kompas van een God die je riep. En herinner je je hoe rijk en welvarend die Abraham wel niet geworden was, hij had al een klein volk gehad, en nu was er een groot volk, groot genoeg om veroverd te worden en in ballingschap afgevoerd.

Uiteindelijk was dat Jeruzalem waar ze vandaan kwamen niet een stad die ze zelf hadden verzonnen. Dat was een stad die de God van Abraham hen had gegeven. Dat was een stad van betekenis geworden door de Tempel voor de God van Israël. In die Tempel stonden geen beelden van die God, daar werd die God niet in leven gehouden zoals in de Tempels van het land van ballingschap maar daar werden de richtlijnen van die God bewaard. Als het volk zich dus weer rond die leer zou scharen dan zou dat Jeruzalem haar betekenis weer krijgen, dan zou Jeruzalem een paradijs, een hof van Eden worden want dan zouden alle mensen daar tot hun recht komen. De volgelingen van Jesaja zijn hebben altijd prachtige visioenen, ze zien het al voor zich, de wildernis wordt als een tuin van de Heer, een oord van vreugde en gejuich waar muziek en lofzang klinken. Die ballingen zitten nu nog neer bij de rivieren van Babylon, hun muziekinstrumenten hebben ze in de wilgen gehangen en ze huilden, zo vertelt ons psalm 137, maar de school van den profeet Jesaja droomt er van dat eens alle volken zich zullen laten gezeggen door de leer van de God van Israël, door “het heb God lief boven alles en doe dat door je naaste lief te hebben als jezelf”. Het is geen luchtfietserij, geen droom zonder betekenis, er is een volk dat ontstaan is uit het volgen van die leer, dat volk keerde terug uit ballingschap en herbouwde die Tempel, uit dat volk kwam Jezus van Nazareth voort die de dood overwon voor alle mensen op de hele wereld. Elke dag mogen we met zijn gerechtigheid verder, aan zijn Koninkrijk werken, ook vandaag weer.

De armen brood geven

Psalm 132

1 Een pelgrimslied. Blijf David gedenken, HEER, en alles wat hij heeft doorstaan, 2 omdat hij de HEER had gezworen, de Machtige van Jakob had beloofd: 3 ‘Ik zal mijn tent niet binnengaan noch mij te ruste leggen op mijn bed, 4 mijn ogen niet overgeven aan de slaap noch mijn wimpers aan de sluimer, 5 voordat ik een plaats vind voor de HEER, een woning voor de Machtige van Jakob.’ 6 In Efrata hoorden wij van de ark, wij vonden hem in de velden van Jaär. 7 Laten wij zijn woning binnengaan, ons neerbuigen aan zijn voeten. 8 Trek op, HEER, naar uw rustplaats, u en uw machtige ark. 9 Laten uw priesters zich kleden in gerechtigheid, uw getrouwen juichen van vreugde. 10 Wijs omwille van David, uw dienaar, het verzoek van uw gezalfde niet af. 11 De HEER heeft David trouw gezworen, en zijn belofte neemt hij niet terug: ‘Een van je nazaten laat ik je troon bestijgen. 12 Houden je zonen zich aan mijn verbond, aan de richtlijnen die ik hun geef, dan zullen ook hun zonen voor altijd zetelen op je troon.’ 13 De HEER heeft Sion verkozen en als woonplaats begeerd: 14 ‘Dit is, voor altijd, mijn rustplaats, hier verlang ik te wonen. 15 Ik zal Sion met voedsel zegenen, de armen brood geven in overvloed 16 en de priesters met eer bekleden. Zijn getrouwen zullen juichen van vreugde. 17 Hier breng ik Davids huis tot aanzien, hier ontsteek ik een lamp voor mijn gezalfde. 18 Zijn vijanden bekleed ik met schande, maar op zijn hoofd schittert een kroon.’(NBV)

Vandaag zingen we met de kerk een bijzonder lied uit de Bijbel mee. Een pelgrimslied staat er boven. De zangers doen of ze koning David zijn. Niet zo maar de koning maar de koning die de richtlijnen van God weer in het midden van het koninkrijk wil zetten. De ark dat was de kist van acaciahout die ze midden in de woestijn hadden moeten maken om daarin de stenen met de richtlijnen op te bergen. De richtlijnen, die het verdrag met God inhield, stonden in het midden van het volk, en in het midden van de godsdienst. Om die richtlijnen draaide het allemaal. Koning David had ooit die ark met de heilige tent die daarbij hoorde naar de nieuwe hoofdstad Sion, of anders genoemd, Jeruzalem gebracht. De belofte die deze psalm bezingt is dat, als de nazaten van David zich aan het verbond houden, zij op de troon van David plaats zullen nemen. Uit die wet van dat verbond wordt in deze psalm maar één element ook werkelijk genoemd: De armen brood geven.

Niet zo vreemd want als je Beth Le Hem vertaald dan staat er Huis Van Brood. En David kwam uit Bethlehem. In deze psalm staat naast Jeruzalem maar één andere plaats: Efrata, en volgens de overlevering waren met kerst de herders in het veld van Efrata aan het wacht houden bij de kudden toen ze hoorden van vrede op aarde en in mensen een welbehagen. Daar, zo zingt deze psalm, werd de ark gevonden. David was zelf een herder. Met kerst werd die geweldige belofte waar dat er weer een koning in Israël zou zijn uit het huis en het geslacht van David vervuld. Dat is de belijdenis van de Christelijke kerk. In het leven, de dood en de opstanding van Jezus van Nazareth heeft zij de trekken herkent van de Koning die mensen bevrijdt van dood en onderdrukking en de trekken heeft van de bevrijdende koning die ook in deze psalm wordt bezongen. Niet de onderdrukkende keizer zal zegevieren maar een verhaal van brood voor de armen begint. Talloze akties starten rond de kerst elk jaar voor de armen, maar we mogen niet vergeten dat het niet gaat om aalmoezen maar om recht.

In de ark ligt niet de oproep om aan bedelaars iets te geven maar om recht te doen. Om mensen tot hun recht te laten komen. De Priesters moeten zich kleden in gerechtigheid heet het. Paulus zal schrijven dat de gelovigen in Jezus van Nazareth als bevrijder, als Messias, in het Grieks de Christus, zelf een volk van Koningen en Priesters vormen. Dat volk, wij dus moeten ons dus bekleden met gerechtigheid. Alle onrecht uitbannen. Dat is nogal een taak die je aangaat als gelovige gemeenschap. Maar het is wel de reden dat veel gelovigen helpen bij de voedselbanken en dat in veel kerken voedsel ingezameld wordt voor de voedselbanken. Het is wel de reden dat kerken zich druk maken om gevangenen die gevangen zitten alleen omdat ze vreemdeling zijn, ze zijn broeders en zusters van ons. Omdat God zijn beloften houdt mogen wij elke dag opnieuw ons weer met de gerechtigheid voor de minsten bezig houden, ook vandaag weer.

Brand je aan je eigen pijlen!

Jesaja 50:4-11

4 God, de HEER, gaf mij een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze kan opbeuren. Elke ochtend wekt hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te horen. 5 God, de HEER, heeft mijn oren geopend en ik heb geen verzet geboden, ik ben niet teruggedeinsd. 6 Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden. 7 God, de HEER, zal mij helpen, daarom word ik niet gekwetst en is mijn gezicht zo onbewogen als een rots, want ik weet dat ik niet beschaamd zal staan. 8 Hij die mij recht verschaft is nabij. Wie durft tegen mij een geding aan te spannen? Laten we samen voor het gerecht verschijnen. Wie is mijn tegenstander in deze zaak? Laat hij mij tegemoet treden. 9 God, de HEER, zal mij helpen-wie zal mij dan veroordelen? Mijn belagers vallen uiteen als een kledingstuk, als een gewaad dat ten prooi is aan de motten. 10 Wie van jullie heeft ontzag voor de HEER? Wie luistert naar de stem van zijn dienaar? Hij die door de duisternis gaat en geen licht meer ziet, en die dan vertrouwt op de naam van de HEER en vertrouwen stelt in zijn God. 11 Maar jullie allen ontsteken vuur en wapenen je met brandpijlen. Ga door de gloed van dat vuur, brand je aan je eigen pijlen! Ik ben het die jullie dit laat overkomen, in vreselijke pijn zul je bezwijken. (NBV)

We slaan vandaag weer het boek van de Profeet Jesaja open. Christenen die later dat boek gingen lezen herkenden in het hoofdstuk van vandaag ineens de martelingen die Jezus van Nazareth moest ondergaan rond Goede Vrijdag. Het boek van Jesaja gaat echter over de ballingschap. Aan het boek van Jesaja hebben meerdere mensen meegeschreven maar het beeld van een knecht van God, een dienaar van de Liefde, die, dwars tegen alle ellende, vasthoudt aan de kracht van Liefde die zal overwinnen, komt meerdere malen in het boek voor. Dit is dan de derde keer dat er over gezongen wordt, want in de oorspronkelijke tekst heeft het alles van een lied, een blues zeg maar, een slavenlied dat de vrijheid bezingt, hoop geeft en uitzicht op een leven zonder ellende. Dat dit lied achteraf doet denken aan Jezus die vele eeuwen later zou optreden is niet zo heel vreemd.

Het lied gaat over recht en gerechtigheid die vervangen worden door martelingen en vernederingen maar uiteindelijk wint het recht. Ook Jezus van Nazareth zou berecht worden en vernederd en voor de Christenen kwam ook in dat proces leugen en vernedering in plaats van het recht en de gerechtigheid zoals die in de Bijbel worden beschreven. Ook vandaag kan dat gebeuren. Elk jaar herdenken we allen die omgekomen zijn in oorlogen, door onrecht en geweld door staten gepleegd en hoe ons onze vrijheid is geschonken om dat voor anderen onmogelijk te maken. Maar ons rechtssysteem is ook niet altijd feilloos. Hoeveel politiemensen, officieren van justitie en rechters ook naar een zaak kijken, het kan zijn dat in de naam van het recht onrecht geschied. Daarom kan voor elke zaak herziening gevraagd worden als er nieuwe feiten zijn, daarom is er een commissie die een zaak nog eens opnieuw kan bekijken als er twijfel is aan de goede gang van zaken.

Maar daarmee wordt nog niet altijd recht gedaan aan al die mensen die lijden in de wereld. Sudan kan nog altijd ongestraft elke medewerking aan het Internationale Strafhof weigeren en Amerikaanse politiemensen kunnen illegaal in ons land opereren. En wie veroorzaakt nu welke onrust in de Oekraïne? Welke massamoorden worden er in Afrika nu wel en welke worden er daar nu niet bestraft? Welk onrecht zien we door de vingers vanwege onze handelsbelangen? Wat doet de wereld met de ontelbare doodstraffen die in China worden uitgedeeld? Hoe lang wordt de onderdrukking van het volk van Noord Korea nog getolereerd? Natuurlijk kunnen we er op vertrouwen dat er uiteindelijk altijd recht wordt gedaan, maar omdat we er zo op mogen vertrouwen kunnen we er ook altijd om blijven roepen, tegen alle lawaai en goedgepraat in. Ook misdadigers uit de Tweede Wereldoorlog worden nu, na ruim 75 jaar, nog steeds berecht en veroordeeld. Dat moet hoop geven en een voorbeeld zijn.

Zou mijn arm te kort zijn

Jesaja 50:1-3

1 Dit zegt de HEER: Waar is de scheidingsbrief waarmee ik jullie moeder heb weggestuurd? Of waar is de schuldeiser aan wie ik jullie heb verkocht? Nee, vanwege jullie zonden zijn jullie verkocht, vanwege je wandaden is je moeder weggestuurd. 2 Waarom was er niemand toen ik kwam? Waarom antwoordde niemand toen ik riep? Zou mijn arm te kort zijn om te bevrijden? Ontbreekt het mij aan kracht om te redden? Alleen al door te dreigen laat ik de zee droogvallen en vorm ik rivieren om tot woestijn, waarin de vis stinkt door gebrek aan water en van dorst sterft. 3 Ik kan de hemel in duisternis hullen en hem bekleden met een rouwgewaad. (NBV)

God onze Vader zorgt als een moeder voor haar kinderen. Dat klinkt mooi maar deze belijdenis heeft een aantal aannames die niet echt vanzelfsprekend zijn. Want de zin gaat er van uit dat je voor je wil laten zorgen. Het volk Israël had een verbond met die God gesloten waarbij die God voor dat volk zou zorgen. Maar dat volk liet zich helemaal niet door die God verzorgen. Dat volk liep andere goden achterna, dat vertrouwde op bondgenootschappen met wereldmachten. En toen die God zijn volk riep was er niemand meer die antwoord gaf.

Als we goed luisteren naar de mensen om ons heen dan horen we dat ook vaak. Waarom laat die God toe dat er zoveel besmettingen met dat coronavirus komen? Het is antwoord is of we dan wel naar die God luisteren. Die God heeft ons de wetenschap gegeven. Maar als de wetenschap ons aanraad om mondkapjes te dragen, anderhalve meter afstand te houden en onze handen te wassen dan vinden we dat anderen het moeten doen maar dat het voor jezelf te lastig is. De schuld voor de massale verspreiding leggen we voor het gemak bij de God van Israël, onze Vader. Maar als wij niet voor ons laten zorgen dan doet die God dat ook niet.

Als wij niet thuis blijven maar er op los leven, illegale feesten tolereren, mondkapjes weglaten dan worden er een heleboel mensen ziek. Ze worden niet ziek omdat God ze ziek maakt maar omdat wij de hulp en de zorg van God niet aanvaarden. We blijven gevangen in ons eigen gelijk. We moeten allemaal tegelijk naar de kerk en we moeten daar ook nog zingen. We weten best dat de wetenschap zegt dat 30 mensen het maximum zijn en dat je door zingen mensen ziek maakt. Maar dat zijn wetenschappers en dat is God niet. Dat alles wat we hebben van God gegeven is, dus ook de wetenschap, geloven we niet, daar vertrouwen we niet op. Dus moeten we ook niet klagen dat God een epidemie gestuurd heeft. Hij geeft ons de mogelijkheid die epidemie te bestrijden. Dank God dus voor zijn zorgen.