Wees sterk en moedig

Deuteronomium 20:1-9

1 Als u ten strijde trekt tegen de vijand en u stuit op een overmacht, met paarden en strijdwagens, wees dan niet bang, want de HEER, uw God, die u uit Egypte heeft weggeleid, staat u bij. 2 Voor het tot een treffen komt, moet de priester naar voren treden en het krijgsvolk zo toespreken: 3 ‘Luister, Israël. Vandaag bindt u de strijd aan met de vijand. Wees sterk en moedig, laat u niet afschrikken en wees niet bang voor hem: 4 de HEER, uw God, gaat met u mee, hij is het die de strijd voor u voert tegen de vijand; hij schenkt u de overwinning.’ 5 Daarna krijgen de schrijvers het woord: ‘Wie net een huis heeft gebouwd en het nog niet in gebruik heeft kunnen nemen, mag naar huis terugkeren; anders neemt een ander het in gebruik als hij in de strijd sneuvelt. 6 Wie een wijngaard heeft geplant en nog niet zelf de eerste druiven heeft kunnen plukken, mag naar huis terugkeren; anders plukt een ander die als hij in de strijd sneuvelt. 7 Ook wie een bruid heeft maar haar nog niet heeft kunnen huwen, mag naar huis terugkeren; anders huwt een ander haar als hij in de strijd sneuvelt.’ 8 Verder moeten ze tegen het krijgsvolk zeggen: ‘Wie bang is, wie het aan moed ontbreekt, mag naar huis terugkeren; anders verliezen de anderen misschien ook de moed.’ 9 Als al deze dingen gezegd zijn, moeten ze officieren over de manschappen aanstellen. (NBV)

We bemoeien ons nog al eens met het buitenland. Tekens weer sturen we soldaten naar landen waar oorlog is. Dat er hulp nodig is is wel duidelijk. Alles ligt dan in puin en geen kind, vrouw of man is nog veilig. Heel langzaam dringt door dat soldaten niet genoeg zijn. Je moet ook hulpverleners sturen die helpen een land of gebied weer een vreedzame toekomst te geven. Dat klinkt mooi. De inwoners van een arm en ver land weer mee laten doen met de wereldeconomie. Genieten van hun creativiteit en dat wat ze tot stand kunnen brengen en hen laten genieten wat we hier allemaal hebben. Op vakantie kunnen gaan naar prachtige delen van een dergelijk land en dan de toeristen uit dat land in Amsterdam de weg kunnen wijzen naar de aanlegplaatsen voor de rondvaartboten waar zij op hun beurt tijdens een vakantie van kunnen genieten. Voor dat beeld van vrede en eerlijk delen mogen we best wat over hebben.

Dit deel uit Deuteronomium waarschuwt er voor dat je niet iedereen de oorlog in moet sturen. Mensen die net een huis hebben gebouwd, of voor wie de oogst wacht, of die net getrouwd zijn moet je niet mee sturen. Toen Jezus van Nazareth eens duidelijk wilde maken hoe het zat met de deelname aan zijn Koninkrijk toen vertelde hij dat mensen die net een huis hadden gekocht, of een akker land moesten bewerken of net getrouwd waren het lieten afweten. Het gaat dus ook in Deuteronomium om de strijd om dat nieuwe Koninklijk en het lijkt nu tijd ook die arme landen die we helpen daarin op te nemen. Maar wil de regering en wil de Nato dat wel? De Amerikanen lieten de productie van opium in Afghanistan maar even buiten beschouwing. Van die opium wordt heroïne gemaakt en die is bestemd voor de Europese markt. Nederland trainde wel politieagenten maar liet de vervanging van de papaverteelt door safraanteelt aan de vrije markt over, die het vervolgens te gevaarlijk vindt.

Aan de handel in drugs wordt weliswaar veel verdiend en van dat geld kan veel aan wederopbouw worden besteed, maar het gevaar voor soldaten daar is misschien dan toch minder groot als het gevaar voor onze kinderen hier. We kennen de drugsverslaving en de drugshandel als ongewenst bijverschijnsel van de oorlog in Vietnam. Het boek Deuteronomium roept op om in elk geval niet bang te zijn als er een vijand moet worden bestreden. En vijanden in de Bijbel houden het volk af van het land dat overvloeit van melk en honing, het koninkrijk van God. Ook de armste landen in de wereld moeten op dat land gaan lijken en kennelijk zijn ook wij geroepen om daaraan een bijdrage te leveren. Angst moet daarbij dus niet onze leidraad zijn maar de zorg voor mensen overal ter wereld, vooral de armen. Of dat gaat met de training van politieagenten? Wie zal het zeggen, wellicht blijft een voortgaande discussie daarover geboden.

Zo bevrijdt u zich

Deuteronomium 19:11-21

11 Als echter iemand een ander uit haat en met voorbedachten rade doodt, en dan naar een van die steden uitwijkt, 12 moeten de oudsten van zijn stad hem daar laten ophalen en hem aan de bloedwreker uitleveren. 1 3 Wees daarin onverbiddelijk. Zo bevrijdt u zich van de bloedschuld die op Israël rust, en u zult er wél bij varen. 14 U mag in het gebied dat de HEER, uw God, u toewijst in het land dat hij u in bezit geeft, de stenen die al generaties lang andermans grond begrenzen niet verplaatsen. 15 Eén enkel getuigenis dat iemand een overtreding heeft begaan of een misdrijf of wat dan ook, is niet geldig. Een aanklacht krijgt pas rechtsgeldigheid op grond van de verklaring van ten minste twee getuigen. 16 Als een getuige tracht een ander ten val te brengen door een leugenachtige verklaring over hem af te leggen, 17 dan moeten de twee partijen in het geding samen voor de HEER verschijnen, voor de priesters en de rechters die op dat moment in functie zijn. 18 De rechters moeten de zaak zorgvuldig onderzoeken. Als blijkt dat de getuige heeft gelogen en een vals getuigenis heeft afgelegd, 19 dan moet u hem de straf opleggen die hij de ander had toebedacht. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. 20 De anderen moeten daardoor worden afgeschrikt, zodat dergelijke wandaden zich niet herhalen. 21 Heb geen medelijden en eis een leven voor een leven, een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand, een voet voor een voet. (NBV)

“Hard straffen, het staat in de Bijbel”, hoor je nog wel eens zeggen. En dan vragen anderen zich af wat die wrede straffen dan wel te maken hebben met geboden over liefde, en rechtvaardigheid. Dat hard straffen daar gaat het dus ook helemaal niet om. In een tijd dat ze nog geen wetenschappelijk bewijs in strafzaken konden verzamelen, denk maar eens aan de CSI series op de TV, moest je toch wel heel zeker weten dat iemand schuldig was voor er een veroordeling uit te spreken was. één getuige was geen getuige, twee op z’n minst en dan nog. Iemand die een ander kwam aanklagen liep het risico de straf te krijgen die de ander was toegedacht. En daar komt de regel om de hoek kijken dat je voor een ander moet wensen wat je voor jezelf wenst. Als jij vindt dat iemand een oog moet missen voor een misdrijf dan moet je het risico willen lopen zelf een oog te verliezen. Dat staat in dit Bijbelgedeelte. We zijn inmiddels wat verder in het verzamelen van bewijs en weten ook dat straffen het meest effect hebben als ze te maken hebben met het gepleegde misdrijf.

Maar we weten ook dat bijvoorbeeld valse aangiften van sexuele misdrijven een regelrechte ramp zijn. Niet alleen voor de ten onrechte beschuldigden en dat mag niet onderschat worden, maar vooral ook voor echte slachtoffers die ineens veel en veel meer moeite moeten doen gehoor te vinden voor hun aanklacht. Die echte slachtoffers moeten vaak het risico nemen nog eens beschadigd te worden als ze degene die hen beschadigd heeft willen laten boeten. Roepen om harde straffen is daarom vaak goedkoop en gemakkelijk als je zelf niet het risico wil nemen ook zo bestraft te worden. Het stuk dat we vandaag uit Deuteronomium lezen spoort ons aan tot de grootste voorzichtigheid bij het aanklagen en pleiten voor straffen. Misdrijven worden het best bestreden door ze te voorkomen, en misdrijven voorkomen doe je door mensen al van heel jong af met liefde en aandacht te omringen. Daar zijn tegenwoordig zelfs wetenschappelijke methodes voor die werken, jammer dat ze door dit kabinet zijn wegbezuinigd.

Maar een beetje liefde kunnen we zelf ook uitstralen. Misdaad bestrijden begint in de wieg. Wie kinderen al jong mishandelt kweekt mishandelaars, wie kinderen misbruikt loopt de kans misbruikers te kweken. Aan alle volwassenen dus de taak om goed op te letten op de kinderen om ons heen. Zijn dat wel de zorgeloze vrolijke kinderen die in een veilige omgeving opgroeien? Of zijn het angstige wezentjes die elk contact met volwassenen mijden en zich in zichzelf opsluiten? Wij zijn inderdaad elkaars hoeder. Niet dat anderen moeten doen en leven als wijzelf, niet dat we anderen de regels moeten opleggen die we onszelf opleggen, maar wel dat we zo meeleven en zorgen voor anderen als we voor onszelf gezorgd en met onszelf meegeleefd zouden willen hebben.

Geen onschuldig bloed

Deuteronomium 19:1-10

1 Wanneer de HEER, uw God, de volken in het land dat hij u zal geven heeft uitgeroeid, en u hun land in bezit hebt genomen en in hun steden en hun huizen bent gaan wonen, 2 dan moet u in dat land drie steden aanwijzen als vrijplaats. 3 Stel de afmetingen vast van het gehele gebied dat u van de HEER, uw God, krijgt, en verdeel het land in drieën, zodat iedereen die iemand heeft gedood een plaats heeft waarheen hij kan uitwijken. 4 Het recht om daarheen te vluchten en zo het eigen leven te redden is voorbehouden aan degene die per ongeluk iemand heeft gedood, zonder hem ooit te hebben gehaat. 5 Iemand die bijvoorbeeld samen met een ander hout gaat hakken in het bos en zijn bijl zwaait om een boom te vellen, waarbij het blad van de steel schiet en de ander dodelijk treft, kan zijn leven redden als hij naar een van die steden kan uitwijken. 6 Op die manier wordt voorkomen dat hij, omdat de afstand naar de vrijplaats te groot is, wordt ingehaald en gedood door de bloedwreker die hem belust op wraak achtervolgt; zo’n wraakneming zou ook niet terecht zijn, want hij had zijn slachtoffer nooit gehaat. 7 Daarom draag ik u op drie steden aan te wijzen. 8 En wanneer de HEER, uw God, uw grondgebied uitbreidt, zoals hij uw voorouders onder ede heeft beloofd, en u heel het land geeft dat hij hun heeft toegezegd 9 als u tenminste alle geboden die ik u vandaag geef strikt naleeft, de HEER, uw God, liefhebt en altijd de weg volgt die hij wijst-, dan moet u nog drie andere steden aanwijzen. 10 Dan hoeft er in het land dat de HEER u toekent geen onschuldig bloed te vloeien, en laadt u geen schuld op u. (NBV)

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Iemand die zo’n ongeluk overkomt moet natuurlijk niet bestraft worden. Zo zit ons recht gelukkig in elkaar tegenwoordig. De vrijsteden zijn in de loop van de geschiedenis afgeschaft maar ook wij hebben die gekend. Het recht zelf verandert voortdurend. Het past zich aan aan nieuwe opvattingen en gewoonten, maar de principes blijven hetzelfde. Eigenlijk moet je altijd er voor zorgen dat een ander niet meer of erger overkomt dan dat jezelf gewild zou hebben. Alleen als het onvermijdelijk was dan treft je geen schuld maar zelfs onachtzaamheid kan bestraft worden. Het is goed om zo af en toe er weer eens op gewezen te worden dat je verantwoordelijk bent voor de gevolgen van je daden. Dat hoeft niet beangstigend te zijn, dat kan ook positief uitwerken. Als je het goede voor hebt en niets dan het goede wil doen dan zijn de gevolgen van je daden meer dan waarschijnlijk ook goed, je hebt er immers over nagedacht en nagegaan wat anderen als goed zouden ervaren.

En over de veranderingen in de wet hoeven we ook niet echt in te zitten. Wie duelleert er vandaag de dag nog? We hebben nog een hoofdstuk in de strafwet dat duelleren onder omstandigheden zelfs straffeloos maakt, in elk geval voor artsen die er getuige van zijn. Dat was misschien in de negentiende eeuw van toepassing, dat stuk wet is dan ook van 1886, maar is nu niet meer van deze tijd. Als twee mensen een duel willen aangaan hebben we toch de neiging de politie te bellen en er niet meer aan mee te werken. Dat bellen van de politie is volgens de wet je plicht als je kennis draagt van een misdrijf en het helpen bij een duel is even strafbaar als het aangaan van het duel. Geweld wordt in onze samenleving steeds minder acceptabel.

Dat het lijkt of het toeneemt is schijn. We schenken er meer en meer aandacht aan. We hebben toegang tot zelfs de kleinste politieberichten uit het hele land en elk verhaal over geweld trekt onze aandacht. Als geweld gewoon is wordt er ook geen aandacht aan geschonken. Hoe meer je er over hoort en leest hoe buitengewoner het is. We zijn dus op de goede weg, maar dat gaat niet vanzelf. Zeker bij geweld blijft het de taak van ieder na te gaan hoe geweld in je eigen omgeving zou kunnen ontstaan en hoe dat ontstaan zou kunnen worden voorkomen. We veroordelen tegenwoordig niet alleen geweld maar elke uiting van woede en irritatie. Maar we zoiuden ook moeten weten dat opkroppen van irritatie en woede een bron kan zijn van een geweldsexplosie. Paulus gaf daarom een gemeente eens de raad om eerst ruzie en onenigheid uit te praten voordat je samen aan tafel gaat. Een ieder van ons moet in elk geval bereid blijven het goede te doen en niets dan het goede. Dat kan elke dag, ook vandaag weer.

Mijn bronnen

Psalm 87

1-2 Van de Korachieten, een psalm, een lied. Boven alle steden van Jakob heeft de HEER de poorten van Sion lief, zijn vesting op de heilige bergen. 3  Van u wordt met lof gesproken, stad van God. sela 4 ‘Ik noem Rahab en Babel mijn getrouwen. Filistea, Tyrus en Nubië zijn allen hier geboren.’5  Met recht kan men van Sion zeggen: ‘Welk volk ook, het is hier geboren, de Allerhoogste houdt Sion in stand.’ 6  Bij de namen van de volken schrijft de HEER: ‘Dit volk is hier geboren.’ sela 7  En dansend zingen zij: ‘Mijn bronnen zijn alleen in u.’ (NBV)

Vandaag, bij het begin van een nieuwe maand, zingen we een psalm uit de bundel van de Korachieten mee. Vroeger deed men wel alsof alle 150 Psalmen geschreven waren door David, maar daar is men vanaf gestapt. David die bedroefd aan de wateren van Babylon zit zoals in Psalm 137 staat vroeg toch wel heel veel van de verbeeldingskracht van de gelovigen. Het boek van de Psalmen is op te delen in vijf gedeelten en is samengesteld uit een aantal bundels aangevuld met een paar losse psalmen. De bundel David is een heel belangrijke naast de bundel van Korachieten. Die Korachieten waren levieten die de diensten bij de Tempel opluisterden met hun muzikale gaven. Ze zongen niet alleen ze speelden ook op allerlei instrumenten. Het optreden van de Korachieten moet een indrukwekkend schouwspel zijn geweest. Dat de Psalmen van de Korachieten bij de Tempel in Jeruzalem hoorden blijkt ook uit de Psalm die we vandaag al lezende meezingen.

Het gaat hier over de poorten van Sion. Sion is de berg in Jeruzalem waarop de Tempel van God was gebouwd. Als er dan staat dat de Heer de poorten van Sion liefheeft dan duikt de Psalm gelijk in de inhoud van de voor ons misschien wat geheimzinnige tekst. De stadspoort was in het oude Israël de plaats waar recht werd gesproken. Daar zaten de oudsten van de stad en daar kon iedereen een rechtsgeschil brengen. Levieten waren speciaal aangewezen in de steden van Israël om recht te spreken. Levieten waren het ook die bij de Tempel hielpen. De poorten van Sion waren dan ook zo ongeveer het hoogste rechtscollege van Israël. Dat kwam ook omdat juist in de Tempel de Wet van de God van Israël werd bewaard, een Wet die zich liet samenvatten in heb uw naaste lief als uzelf. Nu was die Wet niet alleen voor Israël bedoeld. En daar zingt deze Psalm nu bij uitstek over. Met Rahab wordt hier Egypte bedoeld en Babel, Filistea en Nubië spreken voor zichzelf. Al die volken zijn geboren in de Tempel in Jeruzalem op de berg Sion. Welk volk dan ook, het is daar geboren.

Nu kent de Hebreeuwse Bijbel ook verhalen over het ontstaan van volken en talen en het ontstaan van de mens. Het begon ooit met een aarde die woest en ledig was en waar God zijn scheppende Woord sprak. Daar werden mensen geschapen en toen die het ook zonder God dachten te kunnen werden ze over aarde verspreid. Toch zegt de Psalm dat ze allemaal daar zijn geboren waar de richtlijnen voor de menselijke samenleving van de God van Israël werden bewaard. Het is de liefde van de God van Israël die de volken heeft geschapen. Een volk kan geen volk worden als mensen niet om elkaar geven, zich in elkaar herkennen en bereid zijn samen te doen. Het meest ideale zou zijn als alle volken zich dan ook aan die richtlijnen zouden houden, dat “van heb je naaste lief als jezelf”. Wij zouden daar in elk geval ook vandaag weer mee kunnen beginnen, net als we dat elke dag kunnen, zingend.

Profeten zoals ik.

Deuteronomium 18:14-22

14 Ook al luisteren de volken in het land dat u in bezit zult nemen wel naar wolkenschouwers en waarzeggers, ú heeft de HEER, uw God, dat verboden. 15 Hij zal in uw midden profeten laten opstaan, profeten zoals ik. Naar hen moet u luisteren. 16 U hebt de HEER daar immers zelf om gevraagd, toen u bij de Horeb bijeen was? U zei: ‘Wij kunnen het stemgeluid van de HEER, onze God, en de aanblik van dit enorme vuur niet langer verdragen; dat overleven we niet.’ 17 De HEER heeft toen tegen mij gezegd: ‘Zij hebben goed gesproken. 18 Ik zal in hun midden profeten laten opstaan zoals jij. Ik zal hun mijn woorden ingeven, en zij zullen het volk alles overbrengen wat ik hun opdraag. 19 Wie niet wil luisteren naar de woorden die zij in mijn naam spreken, zal ik ter verantwoording roepen. 20 Maar als een profeet de euvele moed heeft om in mijn naam iets te zeggen dat ik hem niet heb opgedragen, of om in de naam van andere goden te spreken, dan moet hij ter dood gebracht worden.’ 21 Misschien vraagt u zich af: Is er een manier om te bepalen of een profetie al dan niet van de HEER komt? 22 Die is er inderdaad: als een profeet zegt te spreken in de naam van de HEER, maar zijn woorden komen niet uit en er gebeurt niets, dan is dat geen profetie van de HEER geweest. Heb geen ontzag voor een profeet die zich dat aanmatigt. (NBV)

Het gedeelte van vandaag legt de nadruk op de functie die profeten hebben. Profeten zijn dus geen toekomstvoorspellers. Ze zijn analytici van de huidige samenleving, ze zeggen waar het op uit zal lopen als we zo doorgaan. En wanneer weten we dat profeten uit God spreken? Als gebeurd wat ze zeggen dat zal gebeuren. Jona profeteerde dat Ninevé ten onder zou gaan en dat gebeurde niet, hij was wel een echteprofeet. Maar als uitkomt waarvoor een profeet waarschuwt dan is het te laat. Daarom moet je luisteren naar profeten. In Israël is profeet lang een apart ambt geweest. Er waren profetenscholen, er waren profetensteden. Profeet was geen beroep zoals priester of boer. De profeet Jesaja was een priester, de profeet Amos een boer. Maar naar beiden is het goed te luisteren.

In het begin van de jaren 60 van de vorige eeuw zeiden mensen bijvoorbeeld dat we een probleem zouden krijgen met Marokkaanse jongens als we niets zouden doen aan de inburgering van hun ouders. Vooral vrijwilligers uit de kerken die taalles gaven aan gastarbeiders waarschuwden daarvoor. Die mensen werden toen weggelachen, dat zou maar geld kosten, dan zouden die ouders maar blijven, dat was de linkse zorgzame samenleving. Maar die voorspelling is uitgekomen, we zitten nu met de last. Toen werd gezegd dat het vormen van een samenleving waarin iedereen zich thuis zou voelen de oplossing was.

Verantwoordelijkheid ook voor kinderen zouden we samen moeten delen. Nu wordt de scheiding van bevolkingsgroepen gepreekt. Aangezien de Bijbel ons oproept altijd één volk te vormen en juist ook de vreemdelingen daarbij te betrekken lijkt het voor de hand te liggen wie er Christelijk, vanuit Gods Woord, spreekt. We kunnen nog veranderen en weer samen gaan leven. Vandaag krijgen we uit de Bijbel daar weer een oproep toe, laten we daarom beginnen. Vanuit verschillende kerken en moskeeën worden daar initiatieven genomen, samen eten blijkt dan een goed begin te zijn. Samen verantwoordelijk voor de tieners in de buurt werkt echt.

Verfoeilijke praktijken

Deuteronomium 18:1-13

1 De Levitische priesters, ofwel de hele stam Levi, zullen geen eigen grond bezitten zoals de andere Israëlieten. Zij mogen de offergaven eten die de HEER toekomen, 2 maar eigen grond zoals de anderen hebben ze niet; zij mogen immers bestaan van de dienst aan de HEER, zoals hij hun heeft beloofd. 3 Van de gaven van het volk komt de priesters het volgende deel toe: van het offerdier-of het nu om een rund, een schaap of een geit gaat-moeten de schouder, de wangen en de lebmaag aan de priester worden afgestaan. 4 Ook het eerste en beste deel van uw koren, wijn en olie en van de wol van uw schapen en geiten moet u hem geven. 5 Want uit uw midden heeft de HEER, uw God, de Levieten gekozen om hem voor altijd als priester te dienen. 6 Als iemand die als Leviet ergens in het land van Israël woont zich aandient in de plaats die de HEER zal uitkiezen, dan is hij welkom. Hij mag zich wanneer het maar bij hem opkomt naar die plaats begeven 7 en daar deelnemen aan de dienst voor de HEER, zijn God, net als zijn Levitische broeders die er al dienst doen. 8 Hij moet dan eenzelfde aandeel als zij ontvangen, ongeacht de waarde van de bezittingen die hij geërfd heeft. 9 Wanneer u in het land komt dat de HEER, uw God, u geven zal, mag u de verfoeilijke praktijken van de volken daar niet navolgen. 10 Er mag bij u geen plaats zijn voor mensen die hun zoon of dochter als offer verbranden, en evenmin voor waarzeggers, wolkenschouwers, wichelaars, tovenaars, 11 bezweerders, en voor hen die geesten raadplegen of doden oproepen. 12 Want de HEER verafschuwt mensen die zulke dingen doen, en om die verfoeilijke praktijken verdrijft hij deze volken voor u. 13 U moet volledig op de HEER, uw God, gericht zijn. (NBV)

De godsdienst van Israël is een merkwaardige godsdienst. Dat offers die aan stenen beelden worden gebracht opgegeten worden door de priesters laat zich makkelijk raden maar in de godsdiensten van de Kanaänitische volken werd gedaan of de goden zelf de offers opaten. De offers voor de God van Israël zijn nooit om die God gunstig te stemmen of wat van die God gedaan te krijgen. Die offers zijn om de dienst aan God in stand te houden. Daarom eten als eersten de priesters en levieten van die offers, ze zijn voor hen bestemd, daarom hoeven ze zelf ook geen land te hebben in Israël. Kern van het offeren van Israël is de bereidheid tot delen van wat je hebt.

De hoogfeesten zijn dan ook feesten waarbij de gemeenschappelijke maaltijd met armen, vreemdelingen, de familie en de Levieten centraal staat. Dat delen van wat je hebt is nog steeds het hart van onze godsdienst. Door Jezus van Nazareth, die zichzelf deelde, is het ook het hart van de Christelijke godsdienst. We willen overigens graag weten wat ons boven het hoofd hangt, welke beslissingen we moeten nemen, welke richting ons leven uit zal gaan. Veel mensen willen ook goedkeuring van hun ouders, ook al zijn die lang overleden, of andere vroeg gestorven geliefden. Op eigen benen staan is immers eng en of je het altijd zo goed doet is maar de vraag. In de Heidense godsdiensten van de volken rond Israël waren er velen die op grond van een godsdienst pretendeerden iets over de toekomst te kunnen zeggen.

De God van Israël veroordeelt al die mensen die zich bezig houden met het contact met overledenen, met het voorspellen van de toekomst, met instralen en geestfluisteren. Het kompas waar je op kunt varen is de Wet zoals die door de God van Israël is gegeven, heb uw naaste lief als uzelf. Al het andere is afgoderij en bijgeloof, het wordt uitgeoefend door leugenaars en bedriegers. De geestfluisteraars met hun healings en readings die we op de televisie zo spectaculair zien optreden zijn volgens de Bijbel bedriegers die de mensen misleiden en tot afgoderij brengen.

Laten we een koning aanstellen

Deuteronomium 17:14-20

14 Wanneer u in het land gekomen bent dat de HEER, uw God, u zal geven en u het in bezit hebt genomen en er woont, zegt u misschien: ‘Laten we een koning aanstellen, net zoals de volken om ons heen.’ 15 Dat is geoorloofd: u mag uit uw midden iemand die door de HEER, uw God, zal worden uitgekozen, als koning aanstellen. Maar het mag niet iemand uit een ander land of van een ander volk zijn. 16 Hij mag geen paarden gaan houden, want hij zou zijn volksgenoten naar Egypte kunnen terugsturen om voor uitbreiding van zijn stallen te zorgen, in strijd met de waarschuwing van de HEER dat we nooit meer die weg terug mogen gaan. 17 Evenmin is het de koning toegestaan er veel vrouwen op na te houden, want dat zou hem tot afgodendienst kunnen verleiden. En verder mag hij ook geen zilver en goud ophopen. 18 Als de koning eenmaal over zijn rijk heerst moet hij een afschrift van dit wetboek laten maken, naar de tekst die bij de Levitische priesters berust. 19 Hij moet het onder handbereik hebben en erin lezen zolang hij leeft. Zo leert hij ontzag te hebben voor de HEER, zijn God, en alle wetten uit dit boek in acht te nemen. 20 Dan zal hij zich niet inbeelden dat hij meer is dan anderen en in enig opzicht boven de wet staat, en zal zijn koningschap over Israël bestendigd worden en op zijn zonen overgaan. (NBV)

De Bijbel is vaak zeer praktisch en zeer menselijk. Er zijn geboden, maar die kennen uitzonderingen, en er zijn idealen maar die zijn niet altijd haalbaar. Het ideaal van de Bijbel was een volk dat de God van Israël als koning had en dat genoeg had aan de richtlijnen die in de Woestijn waren gegeven. Een volk dat samen die richtlijnen zou volgen zou ook zeer onaantrekkelijk zijn voor andere volken om te veroveren. Maar in de loop van de geschiedenis zou blijken dat een volk zonder koning vervalt tot een soort anarchisme dat geweld voortbrengt. In het boek Rechters kunnen we lezen dat uiteindelijk ieder deed wat goed was in eigen ogen, de Wet van de God van Israël, van heb uw naaste lief als uzelf, was niet meer terug te vinden.

Ook in onze dagen willen velen zo veel mogelijk regels afschaffen en ieder zelf verantwoordelijk voor eigen leven maken. Zorgen voor de armen, voor de minsten, voor de zieken en gehandicapten, de weduwe en de wees, is er dan niet meer bij, die moeten zelf zien werk en inkomen te vinden, ook al wil niemand ze hebben. Al voor het volk zich in Kanaän heeft gevestigd zijn er dus al regels voor de Koning die eigenlijk niet wordt gewild. Als het volk een Koning wil dan moet het volk zelf een Koning uit hun midden kiezen, democratie voorop in de Bijbel. Het moet een Koning zijn die het eigen volk aanvoert, het volk moet zorgen dat dat ook kan. Dus geen wapens kopen in het buitenland, niet meer naar het dodenrijk van Egypte. Ook niet een hele harem van veel vrouwen er op na houden, dat levert maar afgodendienst op, net als rijkdom van een koning.

Niet een koning dus als Salomo later zou zijn. Nee een koning moet de richtlijn uit de Woestijn, het heb uw naaste lief als uzelf, onder handbereik houden. Niet er in knippen en plakken naar goeddunken maar de tekst uit de Tempel, die van de Levieten, in zijn geheel onder handbereik hebben. Uiteindelijk wordt de regel dat de Koning het boek Deuteronomium in de armleuning van zijn troon of stoel moet bewaren. Om die richtlijn tot gelding te brengen ben je Koning en niet om je eigen wetten aan het volk op te leggen. Een Koning is nu eenmaal niet meer dan een ander, dat is tot in onze dagen nog steeds zo, ook in ons Koninkrijk der Nederlanden. Een Koning regeert bij de gratie Gods.

De regels van het verbond

Deuteronomium 17:2-13

2 Wanneer zich in een van de steden die de HEER, uw God, u zal geven, iemand bevindt, man of vrouw, die doet wat slecht is in de ogen van de HEER door de regels van het verbond te overtreden, 3 door andere goden te vereren, de zon, de maan of de sterren, en daarvoor neer te knielen, hoewel ik dat verboden heb, 4 en het komt u ter ore, dan moet u zorgvuldig navraag doen. Als blijkt dat het waar is, als onomstotelijk vaststaat dat deze gruwelijke dingen onder het volk van Israël hebben plaatsgevonden, 5 dan moet u de man of vrouw die zich zo misdragen heeft de stad uit brengen en buiten de poort stenigen tot de dood erop volgt. 6 Het doodvonnis mag alleen op grond van de verklaring van ten minste twee getuigen worden voltrokken, één getuigenverklaring is onvoldoende. 7 De getuigen moeten, samen met de rest van het volk, de dader stenigen tot de dood erop volgt, en zelf moeten zij de eerste steen werpen. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. 8 Met betrekking tot moord of doodslag, rechtsvordering en geweldpleging kunnen zich in uw steden rechtszaken voordoen waarin het te moeilijk is om vonnis te wijzen. In dergelijke gevallen moet u naar de plaats gaan die de HEER, uw God, zal uitkiezen. 9 Daar raadpleegt u de Levitische priesters en de rechter die daar op dat moment zetelt, en zij zullen uitspraak doen. 10 Doe precies wat zij u voorschrijven en volg de aanwijzingen die u van hen krijgt nauwkeurig op. 11 Houd u aan de uitleg die zij u geven en aan het vonnis dat ze uitspreken. Probeer in geen enkel opzicht te schikken en te plooien. 12 Degene die de euvele moed heeft om de woorden van de rechter of van de priester die daar voor de HEER, uw God, dienst doet in de wind te slaan, moet ter dood gebracht worden. Zo moet u het kwaad dat zich bij de Israëlieten aandient in de kiem smoren. 13 Het hele volk moet daardoor worden afgeschrikt, zodat ze zoiets geen tweede keer wagen. (NBV)

Hoogverraad, je volledig buiten je volk stellen en eigenlijk in dienst van een ander volk, een vijandig volk. Ook in onze dagen is dat één van de zwaarste misdaden die je kunt plaatsen. Na de tweede wereldoorlog hebben verschillende mensen daarvoor de doodstraf gekregen. Zij hadden de Nederlandse wetten zo aan de kant geschoven dat een vijand de kans kreeg om het volk te onderdrukken en delen van ons volk systematisch te doden. Het volk Israël is net begonnen. Mozes had ze uit Egypte geleid en naar de rand van het beloofde land gebracht. Hun God was met ze meegetrokken en had ze midden in de woestijn richtlijnen voor een menselijke samenleving te geven. Nu neemt Mozes afscheid en vertelt nog eenmaal hoe het allemaal zo ver gekomen is, dat de eer daarvoor bij God ligt, en waar ze in dat nieuwe land om moeten denken. Die afscheidsrede kun je lezen in het boek Deuteronomium.

Die God van Israël had een verbond gesloten met het volk. Dat was op zich een vreemde zaak in de godsdiensten van de andere volken waarmee Israël te maken had. Die volken moesten hun goden tevreden stellen en verleiden om wat voor ze te doen. Die volken waren overgeleverd aan de willekeur van hun goden. De zon moest schijnen overdag en moest daarvoor aanbeden worden, af en toe verduisterde de zon en dan moesten er extra offers gebracht worden. Met de maan was hetzelfde aan de hand en elke maand als de maan verduisterd was werd er een extra offerfeest gevierd om de maan weer tevoorschijn te laten komen. Wij vinden dat maar onzin maar in de dagen van Mozes was deze handelwijze normaal. Net zo normaal als de aanbidding van de sterren zoals wij die ook nog kennen. In de stand van de sterren kun je patronen ontdekken, de meesten onder ons kennen de Grote Beer en de Kleine Beer. Tegenwoordig aanbidden we die niet meer maar zijn er mensen die geloven dat die sterren ons iets over onszelf en onze toekomst kunnen vertellen. Afgoderij is het als in de dagen van Mozes.

Zeer ernstige misdrijven, misdrijven waarop de doodstraf staat moet je ook wel heel serieus nemen. Daar mag geen willekeur een rol spelen. Daar mag geen emotie en afschuw van het gebeurde de overhand krijgen. Het gaat om een mensenleven en niemand moet zich verlagen een moordenaar te worden, iemand die het leven neemt van een ander. Daarom zijn we tegen de doodstraf. Alleen in zeer bijzondere situaties zou die doodstraf misschien te rechtvaardigen zijn. Kort na de Tweede Wereldoorlog zijn een aantal doodstraffen uiteindelijk nog omgezet in gevangenisstraffen voor de rest van het leven van de veroordeelde. Zo zorgvuldig hoort het te gaan. Die zorgvuldigheid is hier ook te lezen. Niet een enkele rechter, maar meerdere rechters. Niet een enkele getuige maar meerdere rechters. Niet een anonieme beul om de straf te voltrekken maar de eerste steen moet geworpen worden door de aangever. Wie zonder zonde is mag die eerste steen werpen zou Jezus veel later zeggen. Daarom blijven we tegen de doodstraf. We zijn een volk dat zich kan verdedigen tegen onderdrukking door een vijand en voor misdrijven is een zeer lange straf ons genoeg. Laten we de mensen steunen die ook andere volken tot het afschaffen van de doodstraf willen brengen.

Zoek het recht

Deuteronomium 16:18–17:1

18 Stel in alle steden die de HEER, uw God, u in uw stamgebieden zal geven, rechters en griffiers aan, die zorg moeten dragen voor een zuivere rechtspraak. 19 U mag de rechtsgang niet beïnvloeden en niet partijdig zijn. U mag geen steekpenningen aannemen, want steekpenningen maken het oog van de wijze blind en de stem van de rechtvaardige vals. 20 Zoek het recht en niets dan het recht. Dan zult u in leven blijven en mag u het land dat de HEER, uw God, u zal geven, in bezit nemen. 21 U mag naast het altaar dat u voor de HEER, uw God, gaat bouwen geen Asjerapaal of wat voor gewijde paal ook plaatsen, 22 en ook geen gewijde steen, want de HEER heeft daarvan een afschuw. 1 Ook mag u hem geen rund, schaap of geit met een of ander gebrek offeren, want ook daarvan heeft hij een afschuw.(NBV)

Toen er in Nederland twee rechters voor de strafrechter werden gedaagd op verdenking van meineed was het een grote schok voor ons land. Sinds mensenheugenis gaan we uit van een eerlijke, onafhankelijke, niet te beïnvloeden rechtspraak. Zelfs in het toch redelijk oude Bijbelboek Deuteronomium wordt de eerlijke rechtspraak nauwkeurig omschreven. Voor een volk dat zichzelf respecteert is dat van het grootste belang. Natuurlijk lukt het niet altijd en niet overal. De schrijver van het boek Prediker verzucht zelfs ergens dat als hij kijkt naar de plaats van het recht hij onrecht ziet. Maar dat we in het recht het recht en niets dan het het recht moeten zoeken ligt voor ons voor de hand. We spreken dan al snel over controle op de rechters. Wie bepaald of ze wel onafhankelijk zijn? De Bijbel geeft geen antwoord op die vraag, het volk zelf moet de rechters aanstellen en hen de opdracht geven te zorgen voor een zuivere rechtspraak. Daar moeten die rechters dus zelf voor zorgen al zullen ze misschien vaker dan tot nu toe verantwoording moeten afleggen over hun gedrag.

Het is het hele volk dat verantwoordelijk is voor een zuivere rechtspraak. Want het volk is ook verantwoordelijk voor een zuivere godsdienst. De offerdieren moeten dieren zonder gebrek zijn. Als je daar niet nauwkeurig op let dan verval je al snel tot afgoderij suggereert de tekst. En afgoderij is het ergste dat het volk kan overkomen. Een ieder die afgodendienst bewust doet moet uit het volk verwijderd worden en als het onbewust is dan moet zo iemand gewaarschuwd worden, doet iemand dat nog een keer dan is het meer dan bewust en kan zo iemand doodvallen. Een zuivere rechtspraak leidt dus ook tot een zuiver volk kun je uit dit gedeelte lezen. Het kwaad moet in de kiem gesmoord worden, de rechtspraak moet er voor zorgen dat het hele volk afgeschrikt wordt zodat ze het niet nog een keer wagen. Het klinkt hard maar het is een poging om het volk een land te laten houden dat God gegeven heeft, een land overvloeiende van melk en honing, waar iedereen zou willen leven.

Hoe doen wij dat? Zijn wij er samen verantwoordelijk voor dat er een zuivere rechtspraak is? Nemen wij onze verantwoordelijkheid voor het smoren van het kwaad in de kiem? Het lijkt er niet op. De politie moet de regels van onze samenleving maar handhaven en als ze er ons als individu er op aanspreken kunnen ze een grote mond krijgen. Als er al overlast wordt veroorzaakt grijpen we zelden samen in maar verwijten we een overheid dat er niks aan gedaan wordt. Buurtgemeenschappen gaan zelden meer samen na waardoor het gevoel van onveiligheid stijgt. Mensen zetten zich zelden samen aan de maaltijd om de gang van zaken in de gemeenschap te bespreken. Israël had haar Tent der ontmoeting waar het volk regelmatig samen maaltijd moest houden. Wij hebben buurthuizen, wijkcentra en kerken waar we bijeen kunnen komen. We leren van Deuteronomium dat een zuivere rechtspraak bij onszelf begint, maar daar moeten we dan wel samen mee willen beginnen, ook vandaag weer.

Hij bracht de storm tot zwijgen

Psalm 107:23-43

23 Soms daalden zij af naar zee, gingen scheep en bevoeren het wijde water, 24 ze zagen de daden van de HEER, zijn wonderen op de oceaan. 25 Hij sprak en ontketende storm, hoog zweepte hij de golven op. 26 Zij stegen tot aan de hemel, vielen neer in de diepte, hun maag keerde om van ellende, 27 ze tolden en tuimelden als dronkaards, alle kennis baatte hun niets. 28 Ze riepen in hun angst tot de HEER hij leidde hen weg uit vele gevaren, 29 hij bracht de storm tot zwijgen, de golven gingen liggen. 30 Het verheugde hen dat de zee tot rust kwam, hij bracht hen naar een veilige haven. 31 Laten zij de HEER loven om zijn trouw, om zijn wonderen aan mensen verricht, 32 hem hoog verheffen als het volk bijeen is, hem loven in de kring van de oudsten. 33 Hij maakt van rivieren woestijn, van waterbronnen dorstig land, 34 van vruchtbaar land een zoutzee vanwege het kwaad van de bewoners. 35 Hij maakt van woestijnen waterland, van dor gebied een bronrijke streek. 36 Hij laat daar wonen wie honger leden, zij stichten een stad, een woonplaats, 37 zaaien akkers in, planten wijngaarden, met een rijke oogst aan vruchten. 38  Zegent hij hen, zij worden zeer talrijk en ook hun vee breidt zich uit, 39 zegent hij niet, hun aantal neemt af, ze buigen onder de last van onheil en verdriet. 40 Hij stort schande uit over de aanzienlijken, hij laat hen dolen in een woestenij zonder uitweg; 41 de armen behoedt hij voor slavernij, hun families maakt hij talrijk als kudden. 42 Wie oprecht zijn, zien het met blijdschap, wie onrecht doet, moet zwijgen. 43 De wijze neemt dit ter harte en kent de trouw van de HEER. (NBV)

Waar kennen we dat toch van, wie stilde de storm, dat was toch Jezus van Nazareth? Zo wordt het door Marcus tenminste verteld, maar Psalm 107 bezingt het of men het al had meegemaakt. Historisch klopt dat natuurlijk niet, of Marcus greep terug naar Psalm 107 en liet zien dat de Weg van Jezus van Nazareth je werkelijk laat zingen als deze psalm. Wij heidenen, opgevoed als christenen, kunnen de Joodse Bijbel nu niet anders lezen dan door de bril van het Christendom. In het verhaal zoals het door Marcus werd verteld sliep Jezus overigens en zijn volgelingen werden bang dat ze zouden vergaan. Net zo bang als de ballingen die over zee terugkeerden volgens psalm 107. Heel wat families van vissers zullen nu stilletjes denken dat Gods wereld toch wel heel gemeen in elkaar zit. Hun familieleden werden niet gered, voor hen werd de storm niet gestild. Waarom de een wel en de ander niet?

Wel, Jezus sliep en in de Psalm staat dat de kennis die de ballingen hadden van de richtlijnen voor liefde en recht hen niet baatte. Toen we uit het boek Job lazen hebben we geleerd dat we natuurrampen maar moeten nemen zoals ze komen. Waar het kennelijk op aankomt is het vertrouwen. De ballingen uit deze psalm laten zich op en neer gooien op de golven, zij hebben vertrouwen in het feit dat ze de stad van hun dromen zullen bereiken, de volgelingen van Jezus maken hem wakker, zij hebben er vertrouwen in dat hun meester iets voor hen kan betekenen. Jona, die tijdens een storm lag te slapen, liet zich overboord gooien. Dat vertrouwen op een goede afloop sleept je door de storm heen. Ook als een familielid sterft is het leven niet voorbij, ook als je een ramp overkomt, een ernstig ongeval, en ziekte of een handicap is het leven niet voorbij. Je blijft in staat je onbaatzuchtige liefde aan een ander te geven.

De geest van Jezus werd Trooster genoemd. Je blijft in zijn geest in staat de samenleving er op te wijzen dat de zorg voor de zwakke voorop dient te blijven staan. Soms kun je daar zelfs dan nog beter op wijzen. Door die storm heen, door die ellende heen blijven we volgens Psalm 107 in staat opnieuw de akkers in de zaaien, te oogsten, te delen en een samenleving op te bouwen op de fundamenten van recht en vrede. Het mooiste is dat we er vandaag mee kunnen beginnen. Als we ons maar blijven herinneren dat het voor iedereen altijd en overal het laatste moment kan zijn. Zoals het standbeeld van de vissersvrouw op de Boulevard in Katwijk aan Zee herinnert aan al die vissers die in de loop van de geschiedenis op zee zijn gebleven. Die geschiedenis is niet voorbij, dat is niet iets van vroeger, dat is iets ook van onze dagen, als mensen doodgaan en nabestaanden getroost moeten worden, of als we moeten voorkomen dat mensen doodgaan door voor hen uit te kijken.