Zo kwamen allen behouden aan wal

Handelingen 27:39-44

39 Toen het licht werd, herkenden ze de kust niet, maar ze zagen een baai met een strand en besloten een poging te doen om het schip daar aan de grond te zetten. 40 Ze maakten de ankers los en gaven ze prijs aan de zee, en tegelijkertijd haalden ze de riemen weg waarmee het dubbelroer vastzat. Toen hesen ze het voorzeil en hielden voor de wind aan op het strand. 41 Ze stootten echter op een zandbank, en daar liep het schip aan de grond. De boeg kwam onbeweeglijk vast te zitten, en door het geweld van de golven begon de achtersteven te breken. 42 De soldaten vatten het plan op om de gevangenen te doden, zodat niemand zwemmend zou kunnen vluchten. 43 Maar de centurio, die wilde dat Paulus in leven bleef, verijdelde hun plan en gaf bevel dat eerst degenen die konden zwemmen overboord moesten springen om aan land te gaan 44 en daarna de anderen, op planken of stukken wrakhout. En zo kwamen allen behouden aan wal. (NBV21)

Achter de wolken schijnt de zon. De schipbreuk waarvan we vandaag de goede afloop lezen, verloopt in fases. Telkens als de bemanning of de soldaten eerst aan zichzelf denken en dan aan de anderen komt Paulus in actie. Het idee van de bemanning om het schip als eerste te verlaten had hij al ondermijnd. En als allen gegeten hebben, Paulus deelt het brood zoals Jezus dat deed op de avond dat hij zich overleverde aan de autoriteiten, dan is het ook niet meer zo erg om de lading graan over boord te zetten.

Dat soldaten graag gevangenen doden als ze zelf in de knel dreigen te komen of de gevangenen een last betekenen is van alle tijden. Ook in de oorlogen die op dit moment in de wereld worden gevoerd komt dit voor. Dat die moorden ook tegen die soldaten kunnen gaan werken zou hen kunnen weerhouden. In het verhaal van Paulus is het de hoofdman over honderd die het bevel heeft die zich realiseert dat zijn bevel heel uitdrukkelijk is om Paulus levend naar Rome te brengen. Kennelijk is die Paulus er niet op uit om daar onder uit te komen dus is het verstandig om de moorden te voorkomen.

Ons wordt wel eens voorgehouden dat we gered moeten worden door Jezus van Nazareth. Gered van de zonde wordt er dan bedoeld. Veel mensen vragen zich terecht af wat er eigenlijk wordt bedoeld met die oproep. Zondig voelt men zich niet en zo bedreigd dat men ergens van gered zou moeten worden ook niet. Terecht dat schouders worden opgehaald en wenkbrouwen worden opgetrokken als het gaat om de redding door Jezus van Nazareth. Maar dat je samen meer problemen kunt oplossen dan in je eentje herkent men in het algemeen wel. En dat als je samen maaltijd houdt er meer vrede en samenwerking ontstaat dan wanneer ieder voor zich blijft voortgaan is ook duidelijk. Paulus blijft op die manier als christen handelen en zo kunnen wij vandaag ook weer handelen.

 

Dat gaf de anderen moed

Handelingen 27:27-38

27 Toen de veertiende nacht aanbrak, waren we nog steeds op drift in de Adriatische Zee. Omstreeks middernacht vermoedde de bemanning dat we land naderden. 28 Ze gooiden het dieplood uit en peilden twintig vadem, en na even gewacht te hebben gooiden ze het lood nog eens uit en peilden toen vijftien vadem. 29 Uit angst om op een klip te lopen, wierpen ze van de achtersteven vier ankers uit en baden dat het dag mocht worden. 30 Maar toen de bemanning het schip wilde verlaten en de sloep te water liet onder het mom dat ze ook boegankers wilden uitbrengen, 31 zei Paulus tegen de centurio en de soldaten: ‘Als zij niet aan boord blijven, kunnen jullie niet worden gered.’ 32 Daarop kapten de soldaten de touwen van de sloep en lieten hem in zee vallen. 33 Kort voor het aanbreken van de dag spoorde Paulus iedereen aan om iets te eten. Hij zei: ‘Jullie wachten nu al veertien dagen af, zonder ook maar iets gegeten te hebben. 34 Ik raad jullie aan om nu iets te eten, want dat zal bijdragen aan jullie redding; niemand van jullie zal een haar worden gekrenkt.’ 35 Toen hij dat gezegd had, nam hij een stuk brood, dankte God in aanwezigheid van allen, brak het brood en begon te eten. 36 Dat gaf de anderen moed, zodat ook zij gingen eten. 37 In totaal waren we met tweehonderdzesenzeventig mensen aan boord. 38 Nadat iedereen genoeg had gegeten, maakten ze het schip lichter door het graan overboord te gooien. (NBV21)

Dat advies om eerst eens iets te gaan eten is misschien een goed advies als je dit zit te lezen en volledig de tijd vergeet, hoewel er in onze samenleving te veel dikke mensen zijn die niet stil moeten zitten lezen maar in beweging moeten komen. Maar het is toch een uiterst merkwaardig advies als je midden in een storm met meer dan 200 mensen op een wat primitieve boot midden op de Middellandse Zee zit en net gemerkt hebt dat je tussen de rotsen zit. Toch geeft Paulus dat advies, nadat hij er eerst voor gezorgd heeft dat de bemanning zich niet kan redden ten koste van de passagiers, dat kwam toen ook al voor. In tijden van ellende en dreigende scheepsramp iets dat vaak vergeten wordt. Zorg eerst eens voor jezelf en laat de anderen ook maar voor zichzelf zorgen. Mensen vergeten vaak dat samen doen veel meer resultaat geeft, ook als ze anderen aan het helpen zijn en het gaat om zaken van leven en dood. En als je 14 dagen niet gegeten hebt omdat je tegen de storm moet vechten is er niet heel veel energie over.

In de rampenscenario’s die de laatste tijd opnieuw zijn geactualiseerd en ingeoefend zijn dan ook reservetroepen ingebouwd, en mensen die voor soep en broodjes voor de hulpverleners zorgen. Want brandweerlieden en ambulancepersoneel heeft de neiging om bij rampen onverantwoord lang door te gaan. Objectief bekeken brengen ze dan zichzelf, hun medehulpverleners en de mensen voor wie ze werken in gevaar, maar neem het ze eens kwalijk. Brandweerlieden die bij een grote brand koffie zitten te drinken zijn een raar gezicht, maar zijn hele verstandige brandweerlieden. Het is ook om deze reden dat de huisartsen zo kwaad zijn. Die willen gewoon het werk van huisarts doen, met een assistente, een arts ondersteuner, een wijkverpleegkundige, een wijkziekenverzorgster en een maatschappelijk werkende als het even kan, in een team dus. En een minister die daar z’n stinkende best voor doet omdat die huisarts met het team dure ziekenhuisopnamen kan voorkomen, het gebruik van medicijnen kan beperken en specialistische behandelingen kan bekorten. Huisartsen moet echter onderhandelen met ambtenaren van zorgkantoren die de winst van zorgverzekeraars moeten veilig stellen.

Als alle huisartsen samen onderhandelen zou zogenaamd concurrentievervalsing zijn. We moeten dan maar denken aan het verhaal van Paulus, ze moeten nodig ook voor zichzelf zorgen, dan kunnen ze het des te beter voor ons. Dat geldt in onze dagen ook voor politieagenten. Het is misschien vervelend als je voetbalwedstrijd niet door kan gaan omdat er agenten nodig zijn om de hooligans in toom te houden, maar als je in het holst van de nacht een inbreker op heterdaad betrapt dan wil je die agent toch snel ter plaatse hebben. Dan moeten ze ook maar fatsoenlijk betaald worden en dat worden ze al een aantal jaren niet. Natuurlijk willen de rijken het liefst dat hun veiligheid gewaarborgd wordt zonder dat het ze geld kost. Ze lijken op die bemanning van dat schip van Paulus die zich al vast met roeiboten van de plek des onheils wil verwijderen. Maar pas als we samen voor veiligheid zorgen wordt het ook veilig. We zouden ons moeten realiseren dat er nu eenmaal functies in de samenleving zijn die we allemaal heel graag willen en waarvoor dus ook betaald moet worden. Het verhaal van Paulus leert ons dat de kwaliteit van de zorg pas blijkt in tijden van grote nood.

 

Wees niet bang

Handelingen 27:13-26

13 Toen er vanuit het zuiden een lichte bries opstak, dachten ze hun plan te kunnen uitvoeren. Ze lichtten het anker en voeren zo dicht mogelijk onder de kust van Kreta. 14 Maar al spoedig stak er een hevige aflandige wind op, die Eurakylon wordt genoemd. 15 Omdat het schip werd meegesleurd en we geen kans zagen bij te draaien, gaven we onze pogingen op en lieten ons meedrijven. 16 Toen we onder de lij van het eilandje Kauda kwamen, lukte het ons met de nodige moeite om de sloep langszij te krijgen. 17 De bemanning hees de sloep omhoog en verstevigde bij wijze van veiligheidsmaatregel de romp van het schip met touwen. Uit angst om in de Syrte aan de grond te lopen, wierpen ze het drijfanker uit en lieten het schip drijven. 18 Het geweld van de storm was zo groot dat ze de volgende dag een deel van de lading overboord gooiden, 19 en de dag daarna wierpen ze zelfs de scheepsuitrusting in zee. 20 Dagenlang waren de zon noch de sterren te zien en bleef de storm in alle hevigheid woeden, zodat we ten slotte elke hoop op redding verloren. 21 Al geruime tijd had niemand aan boord nog iets gegeten. Toen sprak Paulus de opvarenden als volgt toe: ‘Had maar naar mij geluisterd, dan waren we op Kreta gebleven. Dan waren ons deze moeilijkheden bespaard gebleven en was er niets verloren gegaan. 22 Maar toch roep ik jullie op om moed te houden, want niemand van jullie zal omkomen, alleen het schip zal verloren gaan. 23 De afgelopen nacht werd ik namelijk bezocht door een engel van de God aan wie ik toebehoor en die ik dien. 24 Hij zei: “Wees niet bang, Paulus, je moet voor de keizer verschijnen, en daarom heeft God je in zijn goedheid het leven van alle opvarenden geschonken.” 25 Houd dus moed, mannen, want ik vertrouw op God dat het zo zal gaan als me gezegd is. 26 We zullen stranden op een of ander eiland.’ (NBV21)

Het is soms niet gemakkelijk om als geleerde die zijn gezond verstand gebruikt door het leven te gaan. Paulus had daar regelmatig last van. Je wordt in een hokje gestopt en men doet net of je nergens anders verstand van hebt. Paulus was dus op reis van Palestina naar Rome, als gevangene en begeleid door centurio Julius. Per schip en ze voeren van haven tot haven. Toen ze van Kreta wilden vertrekken waarschuwde Paulus ze, het kon wel eens slecht weer worden. De centurio zal hem vreemd hebben aangekeken, die ging liever te rade bij de stuurman en de kapitein, die hadden tenminste ervaring in het varen op de Middellandse Zee, dat waren echte deskundigen. Zo vertelt Lucas het tenminste in Handelingen 27. Die storm kwam er natuurlijk en gelukkig liep die goed af, maar daar gaat het niet om. Het duurt soms lang voor we naar geleerden die hun gezond verstand gebruiken weten te luisteren.

Eind jaren 60 was er een club geleerden die voorspelden dat het niet goed zou gaan met de olievoorraad en het klimaat. De Club van Rome was dat. En hebben we geluisterd? Wel nee we gingen liever te rade bij de oliemaatschappijen en de lokale weersvoorspeller, die hadden er elke dag mee te maken, dat waren onze echte deskundigen. De oliemaatschappijen hebben hun voorspellingen over reserves inmiddels moeten bijstellen, het raakt dus echt op. Ook de gasbel in Slochteren was eerder leeg dan gedacht. En het klimaat is echt aan het veranderen. Door de opwarming van de aarde smelten de poolkappen, en daardoor komt de golfstroom langzaam tot stilstand. We krijgen dus een landklimaat in plaats van het gematigde klimaat dat we tot nu hadden. En luisteren we nu? Welnee, de normen voor vuile lucht moeten maar wat soepeler en het autorijden matigen en overgaan op meer milieuvriendelijke vormen van vervoer: “geen sprake van” roepen de werkgevers, “hoe komen ze er bij”.

We zullen wel moeten, maar doen we zoals Paulus adviseert, op tijd luisteren naar de wetenschappers die hun gezond verstand gebruiken dus, of doen we zoals Julius de centurio, vertrouwen op de korte termijn en dan in de storm terecht komen. De keus is niet aan God, of aan de Here Jezus, de keus is aan ons. We doen het zelf en roepen het zelf over ons af. Het is alleen maar te hopen dat het net als bij Paulus goed afloopt. Open uw ogen en uw oren roept de Bijbel ons toe. Blijf met open ogen naar de wereld om je heen kijken. Wees niet bang maar vertrouw op God. Als je mensen liefhebt dan zie je waar het heen gaat. Paulus blijft er op vertrouwen dat hij een kans zal krijgen de Keizer in Rome te vertellen over de God van Israël die zo de mensen lief heeft dat hij zijn enige zoon heeft gezonden om te laten zien hoe liefde echt door de dood hen kan regeren. In dat vertrouwen spreekt hij de bemanning moed in, beloofd hij ze dat ze de storm overleven. Dat vertrouwen zullen wij ook moeten gaan. Als we werkelijk de weg durven gaan die het leven duurzaam maakt ook voor onze kinderen en kleinkinderen dan komen de sombere voorspellingen niet helemaal uit, maar liefde  voor de mensen en een gezond verstand is daarvoor nodig, ook vandaag weer.

 

Goede Havens

Handelingen 27:1-12

1 Toen het besluit gevallen was dat wij naar Italië zouden gaan, werden Paulus en enkele andere gevangenen overgedragen aan Julius, een centurio van een van de keizerlijke cohorten. 2 We gingen aan boord van een schip uit Adramyttium, dat de havens langs de kust van Asia zou aandoen, en voeren weg. Aristarchus, de Macedoniër uit Tessalonica, reisde met ons mee. 3 De volgende dag liepen we de haven van Sidon binnen, en Julius, die Paulus heel voorkomend behandelde, vond het goed dat hij naar zijn vrienden ging om door hen verzorgd te worden. 4 Nadat we uit Sidon vertrokken waren, hadden we met veel tegenwind te kampen, en daarom voeren we om Cyprus heen. 5 We doorkruisten de zee bezuiden Cilicië en Pamfylië en liepen Myra in Lycië binnen. 6 Daar vond de centurio een schip uit Alexandrië met bestemming Italië, en hij scheepte ons daarop in. 7 Ettelijke dagen lang maakten we nauwelijks vaart, zodat we slechts met moeite ter hoogte van Knidus kwamen. Omdat de wind ons niet vooruit liet komen, voeren we om Kreta heen, langs kaap Salmone, 8 en nadat we met moeite een eind langs de kust hadden gezeild, legden we aan in een plaats die Goede Havens heet, vlak bij de stad Lasea. 9 Er was al geruime tijd verstreken en ook de vastentijd was al voorbij, zodat het gevaarlijk werd om uit te varen. Daarom waarschuwde Paulus de bemanning als volgt: 10 ‘Ik voorzie grote moeilijkheden als we nu uitvaren: niet alleen lopen de lading en het schip gevaar, maar ook onze levens.’ 11 Maar de centurio stelde meer vertrouwen in de stuurman en de kapitein dan in de woorden van Paulus. 12 Omdat de haven ongeschikt was voor overwintering, nam de meerderheid het besluit uit te varen in de hoop Feniks te bereiken, een haven op Kreta die bescherming biedt tegen de zuid- en noordwestenwind, en daar te overwinteren. (NBV21)

Paulus hoeft niet alleen naar Rome. Niet dat de Bijbel ons vertelt dat Jezus of God bij hem is, dat geldt voor ieder van ons, maar zijn vaste reisgezelschap, waaronder Lucas de schrijver van het boek Handelingen gaat met hem mee. Sommige geleerden veronderstellen dat ook dat reisgezelschap terecht heeft gestaan maar ook dat wordt ons verder niet verteld. Het hoofd van de groep gevangenen die naar Rome reist is Julius, een hoofdman over honderd, wij zeggen dan een pelotonscommandant, tegenwoordig meestal met de rang van kapitein. Die Julius is niet onbelangrijk. Hij hoort bij de elitetroepen van Keizer Augustus. Deze troepen hadden tot taak met name de positie van de Keizer in het uitgedijde rijk te bewaken. Iemand die van opstand tegen de Keizer wordt  beschuldigd maar als Romeins burger naar de Keizer is gezonden verdient dus een bijbehorende bewaking. Het is een aardige vent die Julius want als het schip de haven van Sidon binnenloopt mag Paulus naar de daar aanwezige Christelijke gemeente.

Met het reisgezelschap van Paulus reisde ook Aristarchus mee, ook een volgeling van de Weg. Na het bezoek aan Sidon komt het begin van de gevaarlijke oversteek van de Middellandse Zee. In kleine schepen, volgeladen met vracht en passagiers werd de zee overgestoken. Eerst vanuit Turkije onder Cyprus langs. Dat was niet zonder gevaar. Van half september was de zeevaart op de Middellandse Zee zeer gevaarlijk. In onze dagen neemt dan het aantal vluchtelingen dat de oversteek waagt dan ook een stuk minder. Het nieuws er over ook, maar dat zal komen omdat er dan andere onderwerpen zijn die meer aandacht vragen, zoals de begroting van de derde dinsdag van september. Paulus ziet dat het gevaar toeneemt en dat de kans op een ongeluk zal toenemen. Hij pleit er voor te overwinteren in de Goede Haven waar men is binnengelopen. Dat je in zaken van scheepvaart geloof moet hechten aan zo’n rare Jood, een tentenmaker, riemensnijder die ook nog een eigen versie van het Joodse geloof verkondigd is niet vanzelfsprekend. Die Joden had het nooit op de zeevaart. De zee was voor hen het symbool van de dood.

Deskundigen, daar moeten we het van hebben in het leven. In Nederland zijn er zo’n 50 deskundigen die voor ons op radio en Televisie alle kanten van het leven kunnen uitleggen. Het zijn steeds dezelfde deskundigen en soms roepen ze dat het nog te vroeg is voor een oordeel, ze weten het dan niet maar snijden de weg naar echte deskundigen vakkundig af. Ook Julius gaat te rade bij de deskundigen. Bij de kapitein van het schip, die per slot een persoonlijk belang heeft bij een behouden vaart, bij de reder, die per slot een economisch belang heeft bij een behouden vaart. Maar zo’n bemanning heeft andere belangen. De Goede Haven mag dan een goede haven zijn er valt kennelijk te weinig te beleven om er te overwinteren. Als we het verhaal verder zullen lezen dan rijst het vermoeden dat Paulus voorspellende gaven had. Maar dat kan ook gewoon vrome onzin zijn. Aan één van de gemeenten schrijft Paulus dat ze nuchter en waakzaam moeten zijn. In dit verhaal geeft Paulus daar in elk geval een voorbeeld van. De reis naar de Goede Haven was al moeilijk gegaan, de tijd van het jaar maakte het nog moeilijker. Kennelijk moeten we als er deskundigen in het geding zijn goed luisteren naar ons gezonde verstand. Nuchter blijven en waakzaam en ons afvragen wat de gevolgen zijn van de ontwikkelingen voor de minsten, de zwaksten. Dat moeten we elke dag opnieuw, ook vandaag.

 

Thuiskomen met gejuich

Psalm 126

1 Een pelgrimslied. Toen de HEER het lot van Sion keerde, was het of wij droomden, 2 een lach vulde onze mond, onze tong brak uit in gejuich. Toen zeiden alle volken: ‘De HEER heeft voor hen iets groots verricht.’ 3 Ja, de HEER had voor ons iets groots verricht, we waren vol vreugde. 4 Keer ook nu ons lot, HEER, zoals U water doet weerkeren in de woestijn. 5 Zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich. 6 Wie in tranen op weg gaat, dragend de buidel met zaad, zal thuiskomen met gejuich, dragend de volle schoven. (NBV21)

Terwijl we in de adventstijd op weg zijn naar het kerstfeest zingen we een pelgrimslied. Een lied om onderweg te zingen. En als je met elkaar op weg bent dan zing je geen sombere liederen. Zij die in tranen zaaiden zullen dan ook oogsten met gejuich. Het Kerstfeest is het feest van de eerstgeborene van God, die niet dood te krijgen is. De eerstgeborenen werden naar de Tempel gebracht om opgedragen te worden aan de God van Israël. Ook Jezus is daar heen gebracht om besneden te worden. Na Pasen kwamen daar ook de volgelingen van Jezus bijeen. Deze korte psalm staat vol vrolijke beelden. Het zou een demonstratie lied kunnen zijn. Spandoeken en vlaggen hoog, daar gaat de menigte die opkomt voor het land van gerechtigheid, van eerlijk delen, van iedereen mee laten doen. De rijken en de machtigen van de wereld staan langs de kant toe te kijken.

Er is iets groots gebeurt, Sion, een andere naam voor de Tempelberg in Jeruzalem, is, van onbeduidend vlek, in het centrum van de wereld komen te liggen. Zo zal het uiteindelijk zijn, de dorre woestijn zal bloeien als een roos, dat mogen we ons toewensen. Er moet natuurlijk wel gewerkt worden. Je weet het, als je op pad gaat met zaad dan kom je uiteindelijk thuis met de schoven van graan. De velden staan wit om te oogsten zei Jezus eens, maar waar zijn de werkers. Dezer dagen wordt om vrijwilligers gevraagd. Mensen die werk willen doen niet om de carrière of het gewin, maar om het werk zelf. Onze koninklijke familie geeft zelfs elk jaar een voorbeeld op de Nederland doe dagen. Dan wordt er een buurtcentrum geschilderd, of maaltijden rondgebracht in een zorgcentrum een speeltuin opgeknapt en noem alles maar op waar ook u aan mee kunt doen. Want vrijwilligerswerk kunnen we allemaal doen. In het buurthuis of wijkcentrum om de hoek, in de basisschool vlakbij, in de kerk, in het asielzoekerscentrum ,in de gevangenis, bij de voedselbank, in het verzorgingshuis en noem maar op.

Maar ook bij de scouting, bij de sportvereniging, achter de telefoon bij de telefonische hulpdienst of de kindertelefoon, in de wereldwinkel of de kringloopwinkel, bij Amnesty International, op ontelbare plaatsen in onze samenleving kun je iets terug doen voor al die aardige mensen die je elke dag tegenkomt. In de Vluchtkerken waar papierlozen onderdak krijgen. Bij een kerkasiel. Op al die plaatsen kan al vast een klein stukje beginnen van dat bijzondere koninkrijk waar alle ellende voorbij is, waar vrede is en waar iedereen mag meedoen. Waar geoogst wordt met gejuich. Zoek maar een vrijwilligersbaantje dat bij je past, in veel gemeenten zijn vrijwilligerscentrales die je er bij willen helpen. En er zijn armen en vluchtelingen uit arme landen. Gelukkig zijn ook daar vrijwilligers, van het Rode Kruis en andere organisaties, hun giro staat altijd open voor het bestrijden van honger en armoede in Afrika. Wij kunnen die vrijwilligers aan de gang helpen door geld te storten, wij zaaien en zij delen uit van de oogst die het opbrengt.

 

Zijn paden bewandelen.

Jesaja 2:1-5

1 Dit zijn de woorden van Jesaja, de zoon van Amos; het visioen dat hij zag over Juda en Jeruzalem. 2 Eens komt de dag dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, 3 machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de HEER, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’ Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de HEER. 4 Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal meer het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal nog de wapens leren hanteren. 5 Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de HEER. (NBV21)

Het zal toch eens moeten gebeuren. Dat geen mens meer zal weten wat oorlog is. Dat is toch een geweldige droom. Een nachtmerrie misschien voor de wapenindustrie maar een droom voor alle mensen die van mensen houden, die kiezen voor het leven. We lijken er nog ver van af te zijn. Het lijkt wel of er meer oorlogen zijn op de wereld dan ooit, vijftig werden er geteld. Het zijn soms coalities die tegen een enkel land optrekken dat zich al te ver verwijdert van de internationale rechtsorde. Het zijn de Verenigde Naties die als een internationale politiemacht staten en volken tot de orde kan roepen. We weten natuurlijk dat alleen in het verband van de Verenigde Naties, alleen als we allemaal op de hele wereld echt samen aan vrede en rechtvaardigheid willen werken, echt vrede en recht gebracht kan worden.

Telkens weer doemen nieuwe bedreigingen op of denken we nieuwe bedreigingen te zien. Telkens horen we van bedreigingen door de Taliban. Ook in Irak groeien recht en vrede maar langzaam en ten koste van veel mensenlevens, en dankzij of ondanks de bombardementen. Dan is er Afrika waar overal gevochten lijkt te worden om macht en grondstoffen, om rijkdom ten koste van mensen. En Al Gore, die ooit de Nobelprijs voor de vrede kreeg, waarschuwde dat de klimaatveranderingen die we veroorzaken nieuwe oorlogen gaan brengen. We lijken nooit te leren dat de richtlijnen voor eerlijk delen, ook tussen de volken die op de Tempelberg in Jeruzalem werd bewaard en door Jezus van Nazareth toegankelijk werden voor de hele wereld het uitgangspunt moet zijn en worden voor het verkeer tussen volken en mensen. Daarom hoort bij dit visioen dat er recht gesproken wordt op grond van die richtlijnen. Dan pas kunnen de zwaarden omgesmeed worden tot ploegscharen en de speren tot snoeimessen.

In onze dagen zal dat niet gebeuren door legers af te schaffen en militairen naar huis te sturen. Maar we kunnen een begin maken door onze soldaten en hun wapens in dienst te stellen van de Verenigde Naties, en alleen van de Verenigde Naties. Nu oefenen onze soldaten nog om anderen gerust te stellen tegen geweld uit Rusland. Een poging om echt vrede te scheppen in Europa en alle angst weg te nemen is er niet bij. We geven al onderdak aan het Internationale Hof van Justitie en aan het Strafhof van de Verenigde Naties. Machtige landen, als Amerika, willen die gerechtshoven nog wel eens ontkennen en de vonnissen aan hun laars lappen. Het is aan een klein, maar rijk, land als het onze om juist bij voortduring op het belang van het recht te blijven hameren, juist in het belang van de vrede. Het recht op vrede behoort tot de mensenrechten die elk jaar op dezelfde dag worden herdacht als de Nobelprijs voor de vrede wordt uitgereikt. Ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, ook in het visioen van Jesaja.

 

Niemand dooft het vuur.

Jesaja 1:18-31

18 De HEER zegt: Laten we zien wie er in zijn recht staat. Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw, al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wol. 19 Als je weer naar Mij wilt luisteren, zal het beste van het land je ten deel vallen. 20 Als je koppig bent en niet wilt luisteren, zul je vallen door het zwaard. De HEER heeft gesproken. 21 Ach, de trouwe stad is een hoer geworden. Waar eens recht heerste en gerechtigheid woonde, daar huizen nu moordenaars. 22 Je zilver is vol onzuiverheden, je wijn is versneden met water. 23 Je vorsten zijn opstandig, ze heulen met dieven, ze denken alleen aan geschenken en steekpenningen. Ze komen niet op voor wezen, geven aan weduwen geen gehoor. 24 Daarom-zo spreekt God, de HEER van de hemelse machten, de Machtige van Israël: Wee hun, Ik zal me wreken op mijn tegenstanders, mijn woede koelen op mijn vijanden. 25 Ik zal me tegen je keren, grondig als met loog zuiver Ik je zilver, al je vuil verwijder Ik. 26 Ik geef je weer rechters als vroeger, raadgevers als voorheen. Dan zul je deze naam dragen: Stad van gerechtigheid, Stad van trouw. 27 Sion zal verlost worden door recht, wie er tot inkeer komt, door gerechtigheid. 28 Maar opstandige zondaars worden gebroken, wie de HEER verlaat, gaat ten onder. 29 Dan zal men zich schamen voor de terebinten die jullie zo vurig vereerden, men zal beschaamd staan over de tuinen waar jullie hart naar uitging. 30 Jullie worden als een terebint waarvan het blad verwelkt, als een tuin zonder water. 31 Machtigen worden als kaf en wat ze verricht hebben als een vonk; samen zullen ze branden en niemand dooft het vuur. (NBV21)

We kunnen niet de hele wereld op onze nek nemen klinkt het dan als excuus. Maar we zijn niet alleen, we zijn een volk van miljoenen dat getoond heeft veel te kunnen betekenen voor slachtoffers van rampen en ellende. We vormen bondgenootschappen met andere volken, met de Italianen hebben we één beleid, één munt en wederzijdse steun. Hun leger en het onze zullen elkaar helpen als wij of zij worden aangevallen. Als we zo de voordelen kunnen opnoemen waarom lopen we dan weg voor de lasten die het fort Europa met zich meebrengt? Jesaja belooft zijn tijdgenoten dat het beste van het land hen ten deel zal vallen, dat alle zonden ze zullen worden vergeven. Wij weten best dat oorlog betekent dat mensenlevens, geld en goederen worden verspilt. Pas bij vrede kunnen landen weer gaan bloeien en de landen waar het nu al heel lang vrede en vrijheid is gaan bloeien en horen bij de zogenaamde opkomende economieën. Wij dwingen onszelf te vragen hoe we van dictators af kunnen komen, we kunnen beter ons met al onze bondgenoten afvragen hoe we dictators kunnen voorkomen. Dan doen we de volken recht, beschermen we de wezen en staan we de weduwen bij.

Er zijn wel eens mensen die vinden dat je niet zo hard moet spreken over de exorbitante zelfverrijkers, of de oorlogshitsers, of de haatzaaiers in onze samenleving. Die mensen doen toch ook hun best? Hun bedoelingen zijn toch goed? En ook als je het niet helemaal met ze eens zijn durven ze toch maar te zeggen waar het op staat. De Bijbel kent in elk geval geen zachte praat. Jesaja gaat hier onverbloemd te keer tegen de leiders van zijn volk, vooral tegen de religieuze leiders. Geen offers wil de God van Israël, houd op met die zinloze offergaven, klinkt het. Maar wat moeten wij daarmee? Er zijn kerken waar het offer van Christus dagelijks wordt herhaald. Er zijn kerken waar de schalen rondgaan om de mensen de gelegenheid te geven te laten zien hoe dankbaar ze wel niet zijn voor de gaven van God. Moeten we daar dan maar mee stoppen. Jesaja antwoordt op die vraag met een hardgrondig JA!

Het gaat om andere dingen. Het gaat om goed te doen, het gaat er om tirannen in toom te houden, om bescherming te bieden aan wezen en de weduwen bij te staan. In een enkele zin schetst Jesaja hier waar de hele Bijbel toe oproept. Recht en gerechtigheid wil de God van Israël. geen mooie feesten met uiterlijk vertoon. De Halleluja roepers, de zwaaiers met de armen worden hier voor gek gezet. Zolang wij nog tolereren dat dictators met behulp van hun legermachten volken kunnen onderdrukken en uitbuiten, zolang wij niet willen leren wat de gevolgen zijn die we nu zien in Syrië, Libië, Eritrea, Noord Korea en op de Italiaanse kusten. Zolang we de dictators hun gang laten gaan blijft Jesaja ons in de oren toeteren om niet langer te klagen over de stromen vluchtelingen, armoedzaaiers en verschoppelingen die in Europa een schuilplaats zoeken maar de handen uit de mouwen te steken en mensen recht te doen. Zolang we de oorlog niet tot geschiedenis gemaakt hebben zullen we vluchtelingen moeten opnemen en gastvrijheid bieden.

 

Houd tirannen in toom

Jesaja 1:1-17

1 Visioen van Jesaja, de zoon van Amos, dat hij zag over Juda en Jeruzalem toen Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia in Juda regeerden. 2 Hoor toe, hemel, geef gehoor, aarde, de HEER heeft gesproken: Ik heb mijn kinderen opgevoed en grootgebracht, maar ze zijn tegen Mij in opstand gekomen. 3 Een rund herkent zijn meester, een ezel weet wie zijn voederbak vult, maar Israël mist elk inzicht, mijn volk leeft in onwetendheid. 4 Wee dit ontrouwe volk, met schuld beladen, volk van zondaars, verdorven geslacht. Zij hebben de HEER verlaten, de Heilige van Israël versmaad, Hem de rug toegekeerd. 5 Ben je niet genoeg geslagen, verzet je je nog altijd? Heel je hoofd doet pijn, heel je hart is ziek. 6 Van voetzool tot kruin, niets is ongeschonden: een en al wonden en builen en striemen, niet verbonden, niet verzorgd, niet met olie verzacht. 7 Je land is verwoest, je steden zijn verbrand. Vreemden stropen onder je ogen de akkers af, vreemdelingen maken alles tot een woestenij. 8 Wat rest er nog van Sion? Het is als een hut in een wijngaard, een schuilhut in een komkommerveld, een stad in het nauw. 9 Had de HEER van de hemelse machten ons niet een laatste rest gelaten, het zou ons zijn vergaan als Sodom en Gomorra. 10 Hoor de woorden van de HEER, leiders van Sodom, geef gehoor aan het onderricht van onze God, volk van Gomorra. 11 Wat moet Ik met al jullie offers? -zegt de HEER. Ik heb genoeg van het vlees van jullie schapen, van het vet van jullie kalveren; het bloed van stieren, rammen en bokken wil Ik niet meer. 12 En wanneer jullie voor Mij verschijnen- wie heeft je gevraagd mijn voorhoven plat te lopen? 13 Houd op met die zinloze offergaven. Ik heb een afschuw van jullie wierook; jullie feesten, nieuwemaan en sabbat, ik duld ze niet naast al dat wangedrag. 14 Van jullie nieuwemaan, van ál jullie feesten heb Ik een afkeer, ze hinderen Mij, Ik kan ze niet langer verdragen. 15 Wanneer jullie je handen opheffen, wend Ik mijn ogen af, ook als je aanhoudend bidt, luister Ik niet. Aan jullie handen kleeft bloed! 16 Was je, reinig je, maak een eind aan je misdaden, Ik kan ze niet meer zien. Breek met het kwaad 17 en leer goed te doen. Zoek het recht, houd tirannen in toom, kom op voor wezen, sta weduwen bij. (NBV21)

Het boek Jesaja begint niet met een profetie, een analyse van hoe het zal gaan als het zo blijft gaan, maar met een visioen, het beeld van het zal zijn. De ene koning na de andere komt maar het volk is tegen de God van Israël in opstand gekomen. En de gevolgen zijn groot. Vreemdelingen maken alles tot een woestenij. Jeruzalem is een stad in het nauw, niet dat alle volken zich wenden naar Jeruzalem omdat daar de richtlijnen voor de menselijke samenleving vandaan komen maar de volken zijn er op uit om Jeruzalem te verwoesten en het gedrag van het volk maakt het hen maar gemakkelijk. Er is nog een rest van de bevolking die zich vasthoud aan de God van Israël anders was het met Jeruzalem net gegaan als eertijds met Sodom en Gomorra, de stad zou zijn omgekeerd en van de aardbodem zijn verdwenen. Maar wie denkt dat wij toch in heel andere tijden leven heeft het mis.

Een deel van die welvaart is te danken aan de slavernij waarin goedkope producten worden geproduceerd, zo goedkoop dat we meer kunnen kopen dan we nodig hebben terwijl elders op de wereld kinderen aan naaimachines zijn geketend of mensen van de honger omkomen. Een ander deel van onze welvaart hebben we te danken aan verspilling van kostbare grondstoffen. We zien wel de pijn van de Groningers nu de gasvelden leeggehaald zijn en zij hun huizen zien vallen door de aardbevingen maar Noord Nederland is een kolonie die al zeer lang wordt uitgebuit en verwaarloosd. Jesaja betekent “De Heer redt” in Israël een heel gewone naam. Het blijft de mensen herinneren aan de richting waar ze het moeten zoeken willen ze een menselijke samenleving inrichten. De naam Jesaja kwam zoveel voor dat er bij moet staan van wie hij er een is. Dit was er dus een van een zekere Amos, die we verder niet kennen.

We moeten bedenken dat Jesaja het over een lang tijdperk heeft. Vier koningen is niet niks en het verhaal begint bij een koning die bekend stond om zijn welvaart, het eindigt met een koning die bekend stond om zijn geloof. Dat levert dus kennelijk allemaal niet genoeg op om onheil af te wenden. Je kunt een bloeiende handel hebben of een prachtige Tempel daarmee maak je nog niet een menselijke samenleving. Het heb uw naaste lief waar de God van Israël om vraagt betekent dat je eerst oog moet hebben voor de minsten, voor de zwaksten. In onze dagen voor degenen die de door ons gekochte producten maken in armoede en slavernij, voor de bewoners van onze kolonie dus ook. Zolang wij de armen niet net zo rijk maken als wij zijn, zolang we weigeren te delen, zolang we mensen niet in dezelfde veiligheid laten leven als de meerderheid van ons vanzelfsprekend vindt, zolang we blijven verspillen. Zolang we ons niet bekeren zal het ons net zo slecht vergaan als het volk waar Jesaja tegen spreekt.

Geef ons uw hulp.

Psalm 85

1 Voor de koorleider. Van de Korachieten, een psalm. 2 U bent uw land genadig geweest, HEER, U keerde het lot van Jakob ten goede, 3 nam de schuld van uw volk weg en bedekte al zijn zonden. sela 4 U bedwong uw woede en wendde u af van uw brandende toorn. 5 God, onze helper, keer tot ons terug, onderdruk uw afschuw van ons. 6 Wilt U voor eeuwig uw toorn laten duren, verbolgen zijn van geslacht op geslacht? 7 Breng ons weer tot leven, dan zullen wij ons in U verheugen. 8 Toon ons uw trouw, HEER, en geef ons uw hulp. 9 Ik wil horen wat God ons zegt. De HEER spreekt woorden van vrede tegen zijn volk, zijn getrouwen. Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid! 10 Voor wie Hem eren is zijn hulp nabij: zijn glorie komt wonen in ons land, 11 trouw en liefde omhelzen elkaar, recht en vrede begroeten elkaar met een kus, 12 trouw bloeit uit de aarde op, recht ziet uit de hemel toe. 13 De HEER geeft al het goede: ons land zal vruchten geven. 14 Het recht gaat voor God uit en baant voor Hem de weg. (NBV21)

Vandaag zingen we een lied dat in twee delen uit elkaar valt. Eerst is er een gebed van het volk, dan klinkt de verkondiging van de boodschap van de Bijbel. Je hoort het op deze manier ook in veel kerken. De gemeente bidt samen en dan wordt de boodschap verkondigd. Maar wat wordt er dan gebeden en wat wordt er dan verkondigd? Een heel andere vraag is natuurlijk wat we er aan hebben. Het was in elk geval een lied dat in de Tempel gezongen werd. Het kwam van een zanggroep in de Tempel, de Korachieten. In de Tempel werd de Tora, de richtlijn van eerlijk delen bewaard. Wij hebben het vaak over een Tempel van God maar een beeld van God was er niet te vinden, alleen die Tora. Volgens die richtlijn moest elke gelovige een paar keer per jaar naar de Tempel om daar samen met de familie, de armen, de vreemdelingen en de dienaren van de Tempel een maaltijd te houden. Deden ze dat dan zou God weer voor hen zorgen.

Iedereen snapt wel dat bij het volgen van die richtlijn het gemakkelijk mis kon gaan. Alles delen wat je hebt, je naaste liefhebben als jezelf, zorgen voor de armen en de zwakken in de samenleving, de vreemdelingen opnemen, het is maar aan weinigen gegeven om daar dag in dag uit voortdurend mee bezig te zijn. Daarom die maaltijden bij de Tempel, dan kon je weer opnieuw beginnen. En daar gaat in dit lied het gebed over. In het verleden was God wel eens boos op zijn volk geweest maar iedere keer als het zich weer tot de Tora, de richtlijn van eerlijk delen had gewend was God een nieuwe weg met het volk ingeslagen. Dat mag dus gerust nog eens gevraagd worden. En dan volgt de boodschap, het verhaal van de Bijbel. Je mag er van uit gaan dat God vrede wil, dat God zorgt voor mensen die de vrede willen stichten, die goed willen doen, die trouw willen blijven aan de zorg voor de minsten, die zorgen dat gerechtigheid en vrede elkaar ontmoeten.

Je mag er dus van uit gaan dat recht wordt gedaan aan mensen zonder ze te onderdrukken. Dat recht voor mensen daar gaat het per slot om. En wat hebben we daar vandaag nog aan? Nou, dat er oorlog is hoeft ons niet tegen te houden om vrede te stichten. Er is altijd oorlog geweest en misschien zal er nog heel lang van tijd tot tijd oorlog uitbreken. Vast staat dat als wij mee willen doen in het verhaal van God wij in elk geval vrede willen stichten. En ook dat er honger is hoeft ons niet tegen te houden. De honger in ons eigen land brengt ons bij de voedselbanken om hen te steunen, donateur worden kan nog steeds, de voedselcrisis in de wereld brengt ons bij de Fair Trade winkels om te helpen eerlijke handelsverhoudingen voor elkaar te krijgen, en bij de organisaties die de directe honger kunnen stillen. Dat er niet voor zieken en stervenden gezorgd kan worden brengt ons regelmatig bij giro 555 of de Wilde Ganzen. En vreemdelingen opnemen om hen tot hun recht te laten komen doen we al meer dan een jaar in Kampen, kun je aan meedoen. Dat het tot nu toe altijd mis is gegaan hoeft ons niet tegen te houden opnieuw te beginnen met gerechtigheid en vrede, we kunnen elke dag opnieuw beginnen, we mogen elke dag opnieuw beginnen, al zingend.

 

U slaat wartaal uit

Handelingen 26:19-32

19 Ik heb dan ook gedaan wat me door deze hemelse verschijning werd opgedragen, koning Agrippa, 20 en heb eerst aan de inwoners van Damascus en Jeruzalem, en aan allen die in Judea wonen, en later ook aan de andere volken verkondigd dat ze tot inkeer moesten komen en zich tot God moesten bekeren, en zich moesten gaan gedragen op een manier die daarbij past. 21 Dat is de reden waarom de Joden me gegrepen hebben toen ik me in de tempel bevond, en geprobeerd hebben me te vermoorden. 22 Omdat God mij echter tot op de dag van vandaag bijstaat, blijf ik mijn getuigenis zonder onderscheid aan iedereen bekendmaken, en daarbij zeg ik niets anders dan wat volgens de profeten en Mozes moest gebeuren, 23 namelijk dat de messias zou lijden en sterven en dat Hij als eerste van de doden zou opstaan om aan zijn eigen volk en aan de andere volken het licht te verkondigen.’ 24 Toen Paulus dat tot zijn verdediging aanvoerde, riep Festus: ‘U slaat wartaal uit, Paulus! Het vele studeren drijft u tot waanzin!’ 25 Maar Paulus zei: ‘Het is geen wartaal, excellentie. Integendeel, wat ik zeg is waar en getuigt van gezond verstand. 26 Bovendien weet de koning waarover het gaat, en daarom kan ik vrijuit tegen hem spreken. Ik denk niet dat iets hiervan hem is ontgaan, het heeft zich immers niet in een uithoek afgespeeld. 27 Koning Agrippa, gelooft u de profeten? Ik ben ervan overtuigd dat u dat doet.’ 28 Agrippa zei tegen Paulus: ‘Dadelijk krijgt u me nog zover dat ik me voor christen uitgeef.’ 29 Paulus zei: ‘Of het nu dadelijk is of niet, ik zou tot God willen bidden dat niet alleen u, maar allen die nu naar me luisteren net zo worden als ik, afgezien dan van deze boeien.’ 30 De koning stond op, evenals de procurator en Bernice en de anderen die de zitting hadden bijgewoond. 31 Ze trokken zich terug en overlegden met elkaar. ‘Deze man heeft niets gedaan dat met de dood of gevangenschap wordt bestraft,’ zeiden ze. 32 En Agrippa zei tegen Festus: ‘Hij had al vrij kunnen zijn als hij zich niet op de keizer had beroepen.’(NBV21)

In het boek Handelingen wordt de vraag gesteld op welke wijze je moet omgaan met de Heidenen zonder je eigen geloof te verliezen. De nieuwe beweging van de Weg worstelt met die vraag. Een aantal stromingen binnen Israël hadden het antwoord paraat, zij pleiten voor een gewelddadige opstand. De religieuze elite van farizeeën en sadduceeën hadden het antwoord ook paraat, absolute gehoorzaamheid aan de bezetter in ruil voor godsdienstige vrijheid. De beweging van de Weg beweegt zich daar tussenin. Gehoorzaamheid is vereist aan God en nergens anders aan. Jezus had zijn leerlingen voorgehouden dat hem alle macht in hemel en op aarde was gegeven. Tegelijk wees de beweging van de Weg elke vorm van geweld af. Het “Gij zult niet doden” uit de leer van Mozes werd tot het uiterste volgehouden. Heel langzaam ging de beweging van de Weg een andere manier van gehoorzamen aan God uitproberen dan die van geweld of overgave, het was de manier van samenleven, gemeenschap vormen.

Paulus vertelt dan ook aan Koning Agrippa dat hij trouw en gehoorzaam is gebleven aan zijn godsdienst. Hij had Jezus ontmoet in een visioen en had daar het licht gezien dat hem op dat moment verblind had. Waarom vervolgde hij die Jezus toch zo? Door de volgelingen van Jezus was hij niet benaderd als de vijand die hen vervolgde maar als medemens naar wie ook de liefde van Jezus uitging. Dat had hem het gezicht terug gegeven. Uiteindelijk was Paulus de boodschap van de beweging van de Weg gaan verkondigen. Aan Joden die wisten dat er een Messias zou komen die de leer van Mozes zou vervullen, aan de Heidenen die tot inzicht moesten komen dat kiezen voor het leven veel beter was dan steeds bang te moeten zijn voor de dood. Jezus van Nazareth had zich aan de leer van Mozes gehouden, hij had zijn vrienden verboden geweld te gebruiken en hangend aan het kruis had hij vergeving gevraagd voor zijn beulen, was hij tot steun geweest voor een mede gekruisigde en had hij zelfs voor zijn moeder zorg gedragen.

Voor een Romeinse legeraanvoerder was dit onzin. Afzien van geweld, alle macht in de wereld berust immers op geweld. Ook in onze dagen is dat niet anders. In de kerken zingen we over geef vrede Heer, geef vrede, maar zodra we de kerk uit zijn vragen we om meer blauw op straat die bewapend is en de wapens ook echte mag gebruiken en sturen we naar conflicthaarden onze bommenwerpers die ook echt bommen werpen. De piraten in Somalië worden met raketten en machinegeweren bestreden en van het vinden van een vreedzame toekomst voor deze piraten is geen sprake. Ondertussen worden we overspoeld door mensen die vluchten voor geweld, honger en uitzichtloosheid. Meer uitzichtloosheid is ons antwoord. Dat is dus niet het antwoord dat Paulus hier geeft en waar het boek Handelingen ons over verteld. Daar gaat het antwoord over samen leven, samen delen, zorgen voor de weduwe en de wees en mensen weer een volwaardige plaats geven in de samenleving. Kiezen voor het leven heet dat. Misschien dat wij er ook eens mee moeten beginnen, in onze eigen omgeving, in onze buurt, stad, dorp en in ons land. Dat mag elke dag opnieuw. Ook vandaag weer.