Je schaadt alleen jezelf

Handelingen 26:1-18

1 Agrippa zei tegen Paulus: ‘U mag uw zaak bepleiten.’ Paulus hief zijn hand op en verdedigde zich als volgt: 2 ‘Ik prijs me gelukkig, koning Agrippa, dat ik me vandaag juist in uw bijzijn mag verdedigen tegen alle aanklachten die door de Joden tegen me zijn ingediend, 3 vooral omdat u zo goed op de hoogte bent van al hun gebruiken en onderlinge geschillen; daarom verzoek ik u om welwillend naar me te luisteren. 4 Het is alle Joden bekend welk leven ik sinds mijn vroegste jeugd te midden van mijn volk en in Jeruzalem heb geleid; 5 ze kennen me lang genoeg om te kunnen bevestigen dat ik als farizeeër volgens de strengste richting van onze godsdienst heb geleefd. 6 Nu sta ik terecht omdat ik hoop op de vervulling van de belofte die God aan onze voorouders heeft gedaan. 7 Ook de twaalf stammen van ons volk hopen deel te krijgen aan de vervulling van die belofte door God volhardend te dienen, dag en nacht. Omwille van deze hoop word ik door de Joden aangeklaagd, majesteit! 8 Waarom is het toch zo moeilijk te geloven dat God mensen uit de dood opwekt? 9 Indertijd vond ik dat ik de verspreiding van de naam van Jezus van Nazaret met kracht moest tegengaan, 10 en daarvoor heb ik me in Jeruzalem dan ook ingezet. Met toestemming van de hogepriesters heb ik een groot aantal heiligen in de gevangenis laten opsluiten, en als ze ter dood gebracht werden gebeurde dat met mijn instemming. 11 In de synagogen probeerde ik keer op keer hen door strafmaatregelen te dwingen hun geloof af te zweren; ik bestreed hen zo vurig dat ik hen zelfs in de steden buiten onze grenzen vervolgde. 12 Zo was ik eens, met een volmacht van de hogepriesters en in hun opdracht, op weg naar Damascus, 13 toen ik midden op de dag zag hoe een licht uit de hemel, feller dan de zon, mij en mijn reisgenoten omstraalde. 14 We vielen allen op de grond en ik hoorde een stem in het Hebreeuws tegen me zeggen: “Saul, Saul, waarom vervolg je Mij? Je schaadt alleen jezelf, als een onwillige os die tegen de ossenprik trapt.” 15 Ik vroeg: “Wie bent U, Heer?” De Heer antwoordde: “Ik ben Jezus, die jij vervolgt. 16 Maar kom nu overeind, sta op, want Ik ben aan je verschenen om je aan te stellen als mijn dienaar, opdat je bekend zult maken dat je Mij hebt gezien en zult getuigen van alles wat Ik je nog zal laten zien. 17 Ik zal je daarbij beschermen tegen je eigen volk, en tegen de andere volken waarheen Ik je zend 18 om hun de ogen te openen, zodat ze zich van de duisternis naar het licht keren, en van de macht van Satan naar God. Door in Mij te geloven zullen ze vergeving krijgen voor hun zonden, en samen met allen die Mij toebehoren zullen ze deel krijgen aan mijn koninkrijk.” (NBV21)

Opnieuw maakt Paulus gebruik van een truc. Toen hij in het Sanhedrin terecht stond beriep hij zich op zijn geloof in de opstanding der doden. Hij wist dat het een groot conflictpunt was tussen de Saduceeën en de Farizeeën. Die kregen daarover dan ook de grootste ruzie en ze slaagden er niet in Paulus te veroordelen. Nu doet hij tegenover Koning Agrippa. Die Koning was een marionet van de Romeinen maar wilde zich graag etaleren als de Koning der Joden. In het geloof van Israël zou de Koning der Joden het volk bevrijden van de overheersing door de Romeinen. Dus framed Paulus zijn levensverhaal zo dat er wel sprake is van het geloof in een koning der Joden maar geen opstand tegen de Romeinen. Paulus vertelt nog eens dat hij altijd hard gestudeerd had in de boeken van Mozes en de geschriften van de profeten, en dus als rechtgeaard gelovige de volgelingen van Jezus had vervolgd tot hem op weg naar Damascus een licht was opgegaan en hij ineens inzag dat alles wat die Jezus was overkomen al bij de profeten beschreven was, dus het gevolg van het tot het uiterste volgen van de weg van God.

Net als Paulus willen we nog al eens vergeten waar we eigenlijk echt vandaag zijn gekomen. De vader van de vroegere president George W.Bush was eens in Leiden omdat daar Engelse vluchtelingen een tijdje hadden gewoond die later een belangrijke stoot zouden geven aan de oprichting van Amerika, ze heetten de Pilgrimfathers en schiepen onder meer het beroemde Amerikaanse Thanksgivingday. Een van de problemen die die Pilgrimfathers in Engeland hadden was dat landedelen mensen zonder vorm van proces konden laten opsluiten. In het Amerikaanse recht ligt daarom bijna nog sterker dan bij ons vast dat opsluiten door de overheid alleen via een rechter en strakke procedures gaat. Dat is lastig soms dat recht. Daarom heeft George W. Bush de truk van Guantanamo bedacht, de basis op Cuba waar het Amerikaanse recht niet geld. Daarom is George W.Bush eigenlijk net zo misdadig als de landheren in Engeland in de tijd van de Pilgrimfathers. Dat was zo slim dat zelfs een president die daar tegen is, Obama bijvoorbeeld, de grootste moeite heeft van die slimmigheid af te komen.

Maar als je zegt, dat George Bush net zo misdadig was als de Engelse landedelen waarvoor zijn voorvaderen waren gevlucht. dan frame je hem volgens velen ten onrechte. Vrede komt alleen door geweld geloven vele mensen. Daarom moet er meer politie komen, die je dan vervolgens te weinig betaalt en al helemaal niet traint op veranderde omstandigheden. Daarom moeten er meer wapens gekocht worden, die zo duur zijn dat de mensen die ze moeten bedienen onbetaalbaar zijn geworden. Paulus kan zijn verhaal waarmaken. De gemeenten die hij gesticht had kregen in de loop van de tijd de raad dat hun vriendelijkheid alom bekend moest zijn. Jezus van Nazareth was met die weg begonnen. Toen hij gevangen dreigde genomen te worden gaf hij zich over en liet zijn 120 man sterke leger de zwaarden in de schedes steken. Nergens in het proces dat tegen hem werd gevoerd beriep hij zich op zijn vrienden. Die geweldloosheid deed het volk kiezen voor de opstandelingenleider Bar Abbas toen ze de keuze kregen tussen geweld en geweldloosheid. Dat geweld heeft uiteindelijk geleid tot verwoesting van de Tempel en de verspreiding van het volk over het hele Romeinse Rijk. Dat maakt voor latere lezers het verhaal van Paulus spannend, voor ons blijft de vraag waarom wij de weg van Jezus niet kiezen. Is dat Hem vervolgen zoals Paulus deed?

 

Voor zover ik weet

Handelingen 25:13-27

13 Enkele dagen later kwamen koning Agrippa en Bernice naar Caesarea om bij Festus hun opwachting te maken. 14 Tijdens hun verblijf, dat verscheidene dagen duurde, sprak Festus met de koning over de rechtszaak tegen Paulus. Hij zei: ‘Er is hier een man die door Felix als gevangene is achtergelaten. 15 Toen ik in Jeruzalem was hebben de hogepriesters en de oudsten van de Joden een klacht tegen hem ingediend en om zijn veroordeling verzocht. 16 Ik heb hun geantwoord dat het bij de Romeinen niet gebruikelijk is iemand uit te leveren zonder dat hij met zijn aanklagers is geconfronteerd en de kans heeft gekregen zich tegen de aanklacht te verdedigen. 17 Toen ze hier bijeen waren gekomen, heb ik de zaak niet langer uitgesteld, maar heb ik al de volgende dag de rechtszitting geopend en bevel gegeven hem voor te leiden. 18 De aanklagers gingen staan en brachten beschuldigingen tegen hem naar voren, maar niet van het soort misdrijven dat ik had verwacht. 19 Wel bleken er geschilpunten te bestaan met betrekking tot hun godsdienst en een zekere Jezus, die dood is, maar van wie Paulus beweert dat Hij leeft. 20 Omdat ik niet goed wist hoe ik deze kwesties moest onderzoeken, vroeg ik of hij bereid was naar Jeruzalem te gaan om daar terecht te staan. 21 Maar toen beriep hij zich op de keizer en verkoos om in gevangenschap te blijven tot zijne keizerlijke hoogheid een uitspraak heeft gedaan. Ik heb opdracht gegeven om hem in hechtenis te houden tot ik hem naar de keizer kan zenden.’ 22 Agrippa zei tegen Festus: ‘Ik zou die man zelf weleens willen horen.’ ‘Morgen,’ zei Festus, ‘zult u hem horen.’ 23 De volgende dag verschenen Agrippa en Bernice in vol ornaat. Samen met de legeraanvoerders en de voornaamste inwoners van de stad betraden ze de ontvangstzaal, waarna Paulus op bevel van Festus werd voorgeleid. 24 Festus zei: ‘Koning Agrippa, en u allen die hier aanwezig bent, dit is de man om wie de hele Joodse bevolking zich tot mij heeft gewend, zowel hier als in Jeruzalem, terwijl ze luidkeels te kennen gaven dat hij niet langer het recht had om te leven. 25 Voor zover ik weet heeft hij niets misdreven waarop de doodstraf staat, maar aangezien hij zich op zijne keizerlijke hoogheid heeft beroepen, heb ik besloten hem naar Rome te zenden. 26 Ik kan mijn heer echter niets concreets over hem schrijven, en daarom heb ik hem hier laten voorleiden, in het bijzonder voor u, koning Agrippa, om na afloop van dit verhoor iets op schrift te kunnen stellen. 27 Het lijkt me namelijk onzinnig om een gevangene naar Rome te sturen zonder melding te maken van de tegen hem ingebrachte beschuldigingen.’ (NBV21)

De Bijbel schrijft graag over het onrecht dat machtigen kunnen bedrijven tegen de mensen waar ze zich boven hebben gesteld. In het verhaal van vandaag is dat ook het geval. “Hij heeft niets misdreven” schrijft volgens het verhaal van Handelingen 25 de nieuwe gouverneur nadat hij Paulus en diens aanklagers heeft aangehoord. Hij had voorgesteld dat Paulus naar Jeruzalem zou gaan om daar de rechtszaak voort te zetten maar Paulus had een beroep op de Keizer gedaan en moest naar Rome. Maar ja, dan schrijf je toch op wat die man wel niet voor ergs heeft gedaan dat je dat zelf niet afkon. De nieuwe gouverneur roept de hulp in van Agrippa, de koning van het zuidelijk deel van Israël die net op bezoek was.

Aan die opvolger van Herodes legt hij uit dat overal waar hij kwam de mensen vroegen om Paulus ter dood te veroordelen maar hij snapt maar niet waarom. Een duidelijk geval van demonisering dus, framing noemen we dat tegenwoordig. En waarom moet ik nu aan Pim Fortuyn denken. Toen die was doodgeschoten al weer meer dan tien jaar geleden werd er ook geroepen dat dat het gevolg van demonisering was. Het bewijs daarvoor is nooit geleverd. Verknipte moordenaars die denken dat ze de geschiedenis kunnen veranderen lopen er al sinds eeuwen rond. Willem de Zwijger was bij ons een bekend slachtoffer, maar ouderen herinneren zich nog President Kennedy, zijn broer Robert en Martin Luther King in onze dagen. Ook op Paus Johannes Paulus en President Reagan zijn dergelijke aanslagen gepleegd.

De eerste wereldoorlog die we enige tijd geleden herdachten en daardoor weer in de belangstelling kwam begon zelfs met een zogenaamde politieke moord. En meer recent hebben we hier de moord op Theo van Gogh gehad. Al die moorden bleken uiteindelijk weinig of niets te maken te hebben met de godsdienstige of politieke overtuiging die er werd bijgesleept. Bij Pim Fortuyn was duidelijk dat alleen al het roepen dat er gedemoniseerd werd de politieke discussie in de kiem smoorde. Pim Fortuyn vond dan ook wel heel erg dat hij gelijk had, en zijn volgelingen vinden nog steeds dat de mening van Fortuyn, het gedachtengoed genoemd, onaantastbaar is. Ze mogen, een ieder heeft recht op een eigen geloof. Maar demonisering en de angst daarvoor brengt niemand verder. Paulus was bang dat hij vanwege die demonisering vermoord zou worden. Geert Wilders ziet voortdurend bedreigingen en men laat hem bedreigingen zien, zozeer dat hij nauwelijks meer kan functioneren. Alleen een echt debat kan ons verder brengen. In een discussie waar je fundamenteel van mening verschilt geldt wellicht dat je echt moet uitstralen dat je je vijanden liefhebt.

Geen enkel misdrijf

Handelingen 25:1-12

1 Drie dagen nadat Festus zijn intrede in de provincie had gedaan, ging hij van Caesarea naar Jeruzalem. 2 Daar dienden de hogepriesters en de andere Joodse leiders een klacht tegen Paulus bij hem in. Bovendien vroegen ze hem 3 of hij hun een gunst wilde bewijzen door Paulus naar Jeruzalem te laten overbrengen, want ze hadden het plan opgevat hem onderweg te vermoorden. 4 Festus antwoordde dat Paulus in Caesarea in hechtenis zou blijven, maar dat hijzelf daar binnenkort weer heen zou gaan. 5 ‘Laten degenen onder u die bevoegd zijn meegaan,’ zei hij, ‘en laten ze deze man aanklagen als hij iets heeft gedaan dat ontoelaatbaar is.’ 6 Hij bleef niet langer dan acht tot tien
dagen bij hen, en vertrok toen naar Caesarea. De volgende dag al opende hij de rechtszitting en gaf bevel om Paulus voor te leiden. 7 Toen Paulus verscheen, gingen de Joden uit Jeruzalem om hem heen staan en brachten allerlei zware beschuldigingen tegen hem in, die ze niet konden bewijzen. 8 Paulus voerde tot zijn verdediging aan: ‘Ik heb geen enkel misdrijf gepleegd, niet tegen de Joodse wet, niet tegen de tempel en niet tegen de keizer!’ 9 Maar Festus wilde de Joden ter wille zijn, en daarom vroeg hij Paulus: ‘Wilt u naar Jeruzalem gaan om daar in mijn aanwezigheid voor deze zaak terecht te staan?’ 10 Paulus antwoordde echter: ‘Ik sta hier voor de keizerlijke rechtbank, en hier moet ik terechtstaan. Ik heb de Joden geen enkel onrecht aangedaan, zoals ook u heel goed weet. 11 Mocht ik toch schuldig zijn en iets hebben gedaan waarop de doodstraf staat, dan zal ik me niet aan deze straf onttrekken, maar als de beschuldigingen die deze mensen tegen me inbrengen op niets berusten, kan niemand me aan hen uitleveren. Ik beroep me op de keizer!’ 12 Na overleg met zijn raadgevers verklaarde Festus toen: ‘U hebt u beroepen op de keizer, dan zult u ook naar de keizer gaan!’ (NBV21)

Dat was heel mooi van Festus. Al na drie dagen als procureur, hoogste gebieder in Palestina, aanwezig te zijn, stond hij op en klom hij op naar Jeruzalem. Dat gaf hoop aan de religieuze leiders rond de Tempel. Een bestuurder die opging naar Jeruzalem om daar kennis te maken in plaats van dat hij hen ontbood af te dalen naar Caesarea moest wel op hun hand zijn. Zij immers zorgden voor rust en orde. De Romeinen kregen hun belasting en de Tempel haar offers. Een typische win win situatie. Alleen zaten daar nog de mensen van de Weg dwars. Die hadden het maar over een ander soort samenleving. Niet van aalmoezen maar van echt delen met elkaar. Die riepen hele oude profeten na van ik wil jullie offers niet maar ik wil gerechtigheid zou de God van Israël gezegd hebben. Nu de eerste voorwaarde voor gerechtigheid is toch orde en vrede en daar zorgden ze voor. Het recht voor de armen, de zorg voor de weduwe en de wees zouden dan vanzelf wel komen. Je hoort bij ons die redeneringen ook wel. Als we maar zorgen voor de mensen die een redelijk inkomen hebben dan zal er vanzelf ook wel gezorgd worden voor de armen, de zieken, de gehandicapten, de ouden van dagen, zeker als die in eigen omgeving de steun organiseren die ze nodig hebben.

Festus had wel door dat je als bezetter van een vreemd land met een nog vreemdere godsdienst de leiders in dat land een beetje te vriend moet houden. Een proces tegen die Paulus, die al twee jaar gevangen zat, in Jeruzalem zou een mooi spektakel opleveren. Nu al in Caesarea liepen mensen te hoop bij een eerste rechtszaak tegen Paulus met allerlei beschuldigingen. Maar in het Romeinse recht ging het niet om beschuldigingen maar om bewijzen. Wanneer en waar had de beschuldigde de feiten gepleegd waar hij van beschuldigd werd. Festus was nieuw, hij had er dus belang bij om te bewijzen dat hij rechtvaardig was, dat mensen er op konden vertrouwen dat hij de wet van het romeinse rijk zou handhaven zonder aanziens des persoons. Dat bracht populariteit met zich mee en daarmee orde en rust en een goede opbrengst van de belastingen. Zoals van de meeste criminelen verwacht mag worden ontkende Paulus elke beschuldiging. Maar hij duidde ook op bewijzen. Hij was nog maar pas in Jeruzalem, hij had de voorgeschreven reiniging volbracht, hij kwam om offers te brengen. Er waren vast mensen te vinden die voor hem zouden willen getuigen en dat maakte dat het proces misschien wel eens niet de afloop kon krijgen waarop Festus gehoopt had. Geen versterking van zijn positie, maar een isolering van dat volk.

Paulus had een dubbele nationaliteit. Hij was Jood, door geboorte, en hij was Romein, ook door geboorte. Geleerden gaan er van uit dat hij dat Romeinse burgerschap had geërfd. Dat duid er op dat hij niet van eenvoudige komaf was. Zijn vader moest wel iets behoorlijks betekent hebben in Tarsus waar hij geboren was. Ook zijn Joodse geschiedenis wijst daar op. Hij had gestudeerd onder Gamaliël. Dat was een zeer vooraanstaande schriftgeleerde, lid van het bestuur van de Tempel, het Sanhedrin, één van de religieuze autoriteiten van hoog aanzien. Aangenomen moet worden dat Paulus tijdens zijn studie zelf in zijn levensonderhoud voorzag en dat hij ook een bijdrage aan zijn leermeester gaf voor de lessen die hij kreeg. Dat hij uiteindelijk het vak van tentenmaker en riemensnijder leerde en als zodanig rond was getrokken om zijn leer van de Weg te verkondigen was eigenlijk buiten de orde. Filosofen en predikers waren er in het Romeinse Rijk in overvloed. Ze trokken rond en stichten scholen of Tempels en lieten zich daarvoor betalen. Paulus was een buitenbeentje. Dat zal Festus ook van zijn raadgevers te horen hebben gekregen. Daarom het besluit Paulus dan maar naar Rome te sturen. Daar was Paulus op uit geweest. Dat was de bedoeling van het verhaal, duidelijk maken hoe het Evangelie in Rome kwam en het gaf hoop aan Christenen die in conflict waren gekomen met plaatselijke autoriteiten. Uiteindelijk overwint het goede, overwint eens de genade. En als wij het goede doen en niet dan het goede mogen ook wij daarop en daarmee rekenen, elke dag opnieuw.

 

Jullie verlossing is nabij!

Lucas 21:20-38

20 Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is. 21 Wie in Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie op het land is moet niet naar de stad gaan, 22 want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan. 23 Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want het land zal in diepe ellende verkeren, en een zwaar vonnis zal de bevolking treffen. 24 De inwoners zullen omkomen door het zwaard of overal heen in gevangenschap worden weggevoerd, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot hun tijd voorbij is. 25 Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee; 26 de mensen zullen bezwijken van angst om wat er met de wereld zal gebeuren, want de hemelse machten zullen wankelen. 27 Maar dan zullen ze op een wolk de Mensenzoon zien komen, bekleed met macht en grote luister. 28 Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij!’ 29 Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Kijk naar de vijgenboom en al de andere bomen. 30 Als je ziet dat ze uitlopen, weet je dat de zomer in aantocht is. 31 Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is. 32 Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. 33 Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden verdwijnen nooit. 34 Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, 35 onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen. 36 Wees waakzaam en bid onophoudelijk dat je kracht ontvangt om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen.’ 37 Overdag gaf Hij onderricht in de tempel, maar ’s avonds vertrok Hij om de nacht door te brengen op de Olijfberg. 38 Iedere ochtend kwam het hele volk al vroeg naar de tempel om naar Hem te luisteren. (NBV21)

Je hoort het in kerken en in zogenaamd Christelijke bijeenkomsten nog wel eens roepen door een voorganger: “Je verlossing is nabij”. Jezus van Nazareth spreekt niet in een dergelijk enkelvoud. Hij spreekt in meervoud over een heel volk dat geknecht en onderdrukt wordt. Zulke volken kennen we ook vandaag. Voor die volken komt altijd het uur van bevrijding. Altijd komt de tijd dat de kracht van liefde voor mensen, de macht van vredestichters, groter is dan de macht van het kwaad. Juist als je weet dat een beweging van vredestichters, die aandacht hebben voor de minsten in de samenleving, die niet mee willen doen met het verheerlijken van de wereldlijke machthebbers maar onophoudelijk hongeren en dorsten naar gerechtigheid, zal worden onderdrukt, bespot, vervolgd en vernederd, dan is het meer dan nodig om te wijzen op de afloop. Altijd zal het goede uiteindelijk de overhand krijgen. Want hoewel we het kwade voortdurend weer in de wereld helpen door de verkeerde machthebbers te steunen, door pracht en praal te bewonderen, door eigen voordeel te stellen boven het belang van de armen en de zwakken, is dat kwade tot ondergang gedoemd.

Individuele bekering betekent dan ook niet dat de verlossing dan komt. Nee, bijna integendeel, de lijdensweg begint dan pas. Je kunt lang genieten van het leven, eten, drinken en vrolijk zijn zoals de Prediker schreef. Maar het gaat gepaard met zwoegen en jagen en najagen van lucht. Want het gewin dat met carrière en voorspoed wordt verkregen is van stof en zal tot stof vergaan. Telkens weer klinkt in ieders leven de oproep om het anders te gaan doen, om te breken met het leven zoals in de wereld van idols en fatsoen geleefd wordt. Dan begint het zien van de ellende die de wereld voor veel mensen meebrengt. Dan gaan de ogen open voor de mensen die prachtige goederen en heerlijk voedsel produceren en daar geen eerlijk loon voor krijgen. Dan wordt de roep gehoord van gewetensgevangenen, die om hun overtuiging en het opkomen voor mensenrechten in de cel zijn gezet. Dan is er geen rust voor de hongerigen zijn gevoed en de naakten gekleed. Dan is het wijzen op de komende verlossing van al die ellende meer dan nodig, dan wordt het evangelie brengen werkelijk het verkondigen van de verlossing van de armen.

Het is daarom een goede raad die Jezus van Nazareth geeft. Wakker blijven en vooral letten op de goede dingen die aan het gebeuren zijn. Zoals de bomen in de lente uitlopen en daarmee de zomer aankondigen zo zijn de landen die onafhankelijk geworden zijn en mee gaan doen in de vergadering van volken tekenen dat de armoede in de wereld, dat onderdrukking en geweld, uiteindelijk kunnen verdwijnen. Niet alles gaat in één keer goed. We zijn geneigd om te letten op de negatieve ontwikkelingen die ons omringen, ons te laten terneerslaan door de zorgen van alle dag die iedereen heeft. Maar letten op de goede tekenen geeft nieuwe energie, zoals je in de lente ook weer zelf de warmte van de zon in je lichaam kunt voelen, zoals je in de lente ook zelf de energie krijgt om weer naar buiten te gaan en van de natuur te genieten. Vluchtelingen blijken wel welkom in ons land te zijn. We zien het aan de vluchtelingen uit de Oekraïne. Maar ook de andere vluchtelingen zolang we kleine dorpen niet opzadelen met een massale opvang. Zo kunnen we ook andere problemen in ons eigen land te lijf gaan. De toenemende kloof tussen mensen van verschillende godsdiensten, De fouten van de overheid bij de toeslagen, de gevolgen van aardbevingen. Steeds meer mensen streven naar een aanpak van die problemen. Gelukkig wordt dat streven in toenemende mate beantwoord door kerken en groepen die maaltijden en gesprekken organiseren met bijvoorbeeld de vreemdelingen onder ons. Het is nog lang geen zomer in het Koninkrijk van God, maar de lente kom je er zomaar tegen.

 

Red je leven

Lucas 21:5-19

5 Toen er gesproken werd over de tempel, over de mooie stenen en wijgeschenken waarmee hij versierd was, zei Hij: 6 ‘Wat jullie hier zien …  er zullen dagen komen waarop geen steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’ 7 Ze stelden Hem toen de vraag: ‘Meester, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we het herkennen?’ 8 Jezus zei: ‘Let op, laat je niet misleiden. Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben het,” of: “De tijd is gekomen.” Volg hen niet! 9 Als jullie berichten horen over oorlog en opstand, raak dan niet in paniek. Die dingen moeten eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen het einde.’ 10 Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, 11 er zullen zware aardbevingen komen en hongersnoden en epidemieën alom, en er zullen aan de hemel grote en verschrikkelijke tekenen verschijnen. 12 Maar eerst zullen jullie worden mishandeld en vervolgd en uitgeleverd aan de synagogen, jullie zullen worden opgesloten in de gevangenis en worden voorgeleid aan koningen en gouverneurs omwille van mijn naam. 13 Dan zullen jullie moeten getuigen. 14 Bedenk wel dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden. 15 Want Ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken. 16 Zelfs je ouders en broers, verwanten en vrienden zullen je uitleveren, en ze zullen sommigen van jullie ter dood laten brengen. 17 Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam. 18 Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan. 19 Red je leven door standvastigheid! (NBV21)

Er zijn in het Christendom een aantal misverstanden. Vandaag lezen we in het Evangelie van Lucas de bron van zo’n misverstand. Uit de overlevering, en een beetje uit de officiële geschiedenis, weten we dat het met de directe volgelingen van Jezus van Nazareth uiteindelijk niet zo best is afgelopen. Een aantal van hen zijn kennelijk wreed vermoord door de Romeinse overheid. Eeuwen lang in het begin van onze jaartelling zijn christenen vervolgd omdat ze weigerden de Romeinse Keizer als god te erkennen en ook om offers te brengen aan andere goden. Tot uiteindelijk Constantijn de Grote keizer werd en zich bekeerde tot het Christendom. Toen was de vervolging over en ontstond het misverstand dat wat Jezus van Nazareth had gezegd over de gevolgen van het volgen van zijn weg alleen gold voor die vroege christenen.

Maar wie nauwkeurig de geschiedenis beziet weet dat er altijd mensen zijn geweest die hun leven in dienst stelden van de minsten in de samenleving en dat die mensen altijd het risico liepen in conflict te komen met de heersende machten. Of die heersende machten zich nu Christelijk noemden of niet. Tot op de dag van vandaag maakt dat niet uit. Wat uitmaakt is of de liefde voor de naaste een gift is waar je trots op kunt zijn en waar je eer en waardigheid aan kunt ontlenen of dat die liefde voor de naaste de samenleving veranderd omdat de minsten daar weer een waardevolle plaats in krijgen. In het eerste geval is er geen gevaar te duchten. De rijken en de machtigen zijn altijd gevoelig voor goede sier, maar verandering van de verhoudingen in de samenleving zijn echt gevaarlijk voor hun positie en daar zal altijd weerstand tegen zijn. Dat verzet van de rijken nu is de weerstand die uitloopt op de vervolgingen die Jezus van Nazareth schetst als hij hoort praten over de mooie dingen die er in de Tempel zijn.

Die mooie dingen zijn de dingen die voorbij gaan. Geen steen zal op de andere blijven. De oudste monumenten op de wereld zijn aan verval onderhevig. Als er geen conserveringsmiddelen werden uitgevonden zouden ze binnenkort verdwenen zijn. Een aantal van de oorspronkelijke zeven wereldwonderen, allemaal bouwwerken, zijn al verdwenen in het duister van de tijd. Oorlogen en rampen hebben we ook nog steeds en goede mensen worden nog steeds vervolgd omwille van het goede dat ze doen. En denk nu niet dat je alleen bij Christenen het goede vindt. Paulus schrijft ons dat overal waar het goede te vinden is God aanwezig is. Iedereen die opkomt voor het recht van de armen, voor de mensenrechten is dus onze steun waard. Elke vervolging omwille van een overtuiging, welke dan ook, dient bestreden te worden. Elke dag is dus de vraag aan welke kant we willen staan en welke offers we bereid zijn om te brengen. Denk dus niet dat Christendom “geluk, vrede en vreugde” zal brengen, niets is minder waar. Het brengt strijd en een kruis om op je te nemen, achter Christus aan.

 

Het geloof in Christus Jezus

Handelingen 24:22-27

22 Felix, die goed bekend was met alles wat op de Weg betrekking had, verdaagde daarop de zitting en zei: ‘Zodra Lysias, de tribuun, is aangekomen zal ik in uw zaak uitspraak doen.’ 23 Hij gaf de centurio opdracht Paulus in hechtenis te houden, maar onder een mild regime, en gelastte dat niemand uit zijn kring verhinderd mocht worden voor hem te zorgen. 24 Enkele dagen later ging Felix samen met zijn vrouw Drusilla, die een Jodin was, naar de gevangenis. Hij liet Paulus halen om te horen wat hij over het geloof in Christus Jezus te zeggen had. 25 Maar toen Paulus sprak over gerechtigheid en zelfbeheersing en over het komende oordeel van God werd Felix bang en zei: ‘Voorlopig kunt u gaan. Wanneer ik in de gelegenheid ben, zal ik u weer laten roepen.’ 26 Maar intussen hoopte hij dat Paulus hem geld zou aanbieden; daarom liet hij hem telkens weer komen voor een gesprek. 27 Toen er twee jaren verstreken waren, werd Felix opgevolgd door Porcius Festus. Om de Joden ter wille te zijn, liet hij Paulus in gevangenschap achter. (NBV21)

Willekeur, daar moeten mensen tegen beschermd worden. In het Europese verdrag over de rechten van de mens staat dat een overheid een proces tegen een burger niet eindeloos mag rekken. In het strafrecht speelt deze bepaling een grote rol. Soms kan iemand niet vervolgd worden omdat de overheid te lang heeft getreuzeld, soms krijgt iemand een lagere straf omdat de zaak te oud is geworden. Aan veel misdrijven is ook een maximale termijn verbonden waarbinnen iemand nog vervolgd kan worden. Het is nodig om de lust van personen als Felix te bedwingen.

Toch mooi als je je eigen apostel in de kelder hebt. Telken als je vrouw je probeert tot het Jodendom te bekeren kun je dan even met haar op bezoek gaan om na te vragen hoe dat geloof ook al weer in elkaar zit. En telkens weer kan je vrouw dan vertellen dat die rare apostel hoort bij een secte, de mensen van de Weg. Die Drusilla was van Joodse adel. Ze hoorde bij de elite van het volk Israël. Nu hoorde de meesten van die elite bij de secte van de Saduceeën. Die wilden niet weten van de opstanding der doden. Dus ook niet van een eind oordeel dat na de dood gegeven zou worden.

Paulus geloofde daar wel in. Jezus had volgens de Evangeliën daar vaak op gezinspeeld. En in het boek Daniël werden de lijdenden, de onderdrukten, slachtoffers van wreedheid, getroost met het beeld van de Zoon des Mensen die naast God op de rechterstoel mocht plaatsnemen om al die onderdrukkers, machthebbers, geweldplegers alsnog te veroordelen en hun slachtoffers daarbij recht te doen. Als Paulus daarover gaat praten en Felix op roept voortaan maar alleen het goede te doen en niet dan het goede dan loopt Felix weg, als de jonge man die zijn goederen moest verkopen en Jezus volgen. Het oordeel over Paulus laat Felix over aan zijn opvolger.

Mijn geweten

Handelingen 24:10-21

10 Toen de procurator Paulus toeknikte ten teken dat hij het woord mocht voeren, sprak hij als volgt: ‘Ik weet dat u al vele jaren rechtspreekt over het Joodse volk, en daarom verdedig ik mijn zaak in goed vertrouwen. 11 U kunt u ervan vergewissen dat ik pas twaalf dagen geleden naar Jeruzalem ben gegaan om daar God te aanbidden. 12 Ik heb in al die tijd nooit een debat uitgelokt of een volksoploop veroorzaakt, niet in de tempel, niet in de synagogen en ook niet elders in de stad. 13 Mijn aanklagers beschikken over geen enkel bewijs voor hun beschuldigingen. 14 Maar wel wil ik hier verklaren dat ik overeenkomstig de Weg, die zij een sekte noemen, de God van onze voorouders dien en dat ik geloof in alles wat in de Wet en de Profeten geschreven staat; 15 en evenals mijn aanklagers hoop en verwacht ik dat God zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen uit de dood zal doen opstaan. 16 Daarom tracht ook ik steeds mijn geweten zuiver te houden tegenover God en de mensen. 17 Na verscheidene jaren ben ik naar Jeruzalem gekomen om giften van barmhartigheid te brengen voor mijn volk en offers op te dragen. 18 Ik was daarmee bezig en had me al gereinigd, toen enkele Joden uit Asia me in de tempel aantroffen-er had zich geen menigte verzameld, en er was ook geen sprake van tumult. 19 Zij zijn het die voor u hadden moeten verschijnen om me aan te klagen, aangenomen dat ze iets tegen me hadden kunnen inbrengen. 20 En anders moeten deze mensen hier maar eens zeggen van welk misdrijf ze me konden betichten toen ik voor het Sanhedrin verscheen, 21 of het moest zijn dat ik heb uitgeroepen, toen ik voor hen stond: “Omwille van de opstanding van de doden sta ik vandaag voor u terecht.”’(NBV21)

Twee jaar minstens heeft Paulus gevangen gezeten onder procurator Felix. Een soort huisarrest want iedereen mocht langs komen om Paulus te bezoeken en te helpen. Maar was Paulus nu een gewetensgevangene of het slachtoffer van een corrupte ambtenaar? Het boek Handelingen is geschreven voor de jonge Christelijke gemeenten die na de val van de Tempel in het jaar 70 met de vraag zaten hoe het nu verder moest met hun Christendom. Ze hadden te maken met Keizers in Rome die zichzelf steeds meer goddelijke eigenschappen hadden toegedicht en van de onderdanen vroegen hen te aanbidden en hen offers te brengen. Voor Joden was er vanouds een vrijstelling van deze dienst maar naarmate er meer Heidenen toetraden tot de beweging van de Weg werd het moeilijker om deze vrijstelling in stand te houden. De beweging van de Weg was een Joodse secte en zou dat feitelijk ook nog heel lang blijven.

De voortzetting die de Rabbijnen na de verwoesting van de Tempel aan de belijders van de leer van Mozes hadden gegeven. die we tegenwoordig het Jodendom noemen, en de beweging van de Weg, die zich ook hield aan de leer van Mozes, hadden wederzijds invloed op elkaar. Daar waar er misverstanden met de overheid ontstonden over wie nu welke richting aanhing en hoe dat nu zat met de eis dat de onderdanen van de Keizer offers moesten brengen leverde herhaaldelijk conflicten op. De aanhangers van het Rabinale Jodendom beschuldigden de aanhangers van de Weg er van hun positie in gevaar te brengen. Omkoping van de plaatselijke bestuurders was een middel om conflicten met de overheid te vermijden. Dat Paulus hier weigert om de procureur om te kopen heeft voor de jonge gemeenschappen van de Weg grote gevolgen. Het heeft herhaaldelijk geleid tot vervolging, marteling en dood van de Christenen zoals ze werden genoemd, de aanhangers van de Weg en met name van die aanhangers die eerst als Heidenen bekend hadden gestaan bleven weigeren de voorgeschreven offers te brengen of de overheid om te kopen.

Omkoopbaarheid van overheidsdienaren is een kwaad dat van alle tijden en van alle plaatsen is. Wij hebben er ook in onze dagen mee te maken. Soms worden we er zelf rijk van als Nederlandse bedrijven buitenlandse overheidsdienaren kunnen omkopen om hen handelsvoordelen te geven en de nodige vergunningen. Soms worden we er arm van als geld dat voor hulp is bestemd voor een deel in de zakken van corrupte ambtenaren verdwijnt, we moeten dan meer geld opbrengen voor de hulp. Maar denk niet dat onze eigen overheidsdienaren en bestuurders onkreukbaar zijn. Ook in ons land komt corruptie voor. Die is niet altijd zichtbaar. Besloten serviceclubs, studieverenigingen waar hechte vriendschappen ontstaan, gesloten secten waar niemand van weet wie er komt en wat men doet, zijn voedingsbodems voor de corruptie in ons land. Het is daarbij te gemakkelijk te spreken over vriendjespolitiek. Het wordt pas echt erg als de omkoopbaarheid of het bevoordelen van eigen relaties algemeen bekend is maar niemand er over durft te spreken. Klokkenluiders die net als Paulus blijven weigeren aan dit kwaad mee te werken worden ook in ons land niet beschermd. Er was een tijd dat kerken mensen beschermden tegen het kwaad. Misschien roept dit gedeelte uit het boek Handelingen ons op daar wat meer aandacht aan te schenken.

 

De aanklacht

Handelingen 24:1-9

1 Vijf dagen later arriveerde Ananias, de hogepriester, samen met enkele oudsten en met Tertullus, een advocaat. Ze dienden hun klacht tegen Paulus in bij de procurator. 2 Toen hij voor het gerecht geroepen was, begon Tertullus zijn requisitoir als volgt: ‘Excellentie, dat wij dankzij u in duurzame vrede leven en dat door uw vooruitziend beleid hervormingen ten gunste van het Joodse volk tot stand komen, 3 erkennen we van ganser harte, en we zijn u daarvoor veel dank verschuldigd. 4 Ik wil u echter niet langer ophouden dan nodig is, en daarom doe ik een beroep op uw welwillendheid om een ogenblik naar ons te luisteren. 5 Het is ons gebleken dat deze man een ware pest is en dat hij in het hele rijk onlusten onder de Joden veroorzaakt. Als een van de voornaamste leiders van de sekte van de Nazoreeërs 6 heeft hij zelfs een poging ondernomen om de tempel te ontwijden, waarna we hem hebben overmeesterd. 7 8 Dat al onze beschuldigingen juist zijn, kunt u uit zijn eigen mond vernemen als u hem ondervraagt.’ 9 De Joden steunden de aanklacht en bevestigden de juistheid ervan. (NBV21)

We pakken het verhaal over Paulus weer op. Het boek Handelingen beschrijft hoe de boodschap van Jezus van Nazareth van Jeruzalem naar Rome is gegaan. Niet dat Paulus daar alleen verantwoordelijk voor was. Er was al een Christelijke gemeenschap voordat Paulus ooit in Rome was geweest. Maar de manier waarop hij de boodschap aan de Romeinen overbracht is op de duur in de Christelijke kerk doorslaggevend geworden. Vanuit Rome heeft die visie de hele wereld veroverd. Die visie staat in de Bijbelse Brief aan de Romeinen. Maar in de Handelingen vinden we ook een verhaal over hoe God er voor zorgde dat Paulus naar Rome kon komen. Dat ging dus niet met de bliksemschicht die Paulus van zijn paard gooide. Daarna heeft hij eerst lange tijd moeten studeren en revalideren en uiteindelijk werd hij vanuit Damascus uitgezonden om het Woord te verkondigen. Pas na een lange reis ging hij terug naar Jeruzalem. Na een vergadering met de leerlingen van Jezus van Nazareth en het hoofd van de gemeente van Jeruzalem Jacobus de broer van Jezus, werd hij bij de Tempel gearresteerd en beschuldigd van opruiing. Omdat hij zich beriep op zijn Romeins burgerschap werd hij naar de landvoogd in Caecarea gestuurd.

In dit verhaal over een proces tegen Paulus gaat het ook over de vraag hoe wetten moeten worden toegepast. De Romeinen vonden het best als overwonnen volken met een eigen godsdienst in godsdienstige kwesties hun eigen aan de godsdienst ontleende wetten toepasten. De advocaat van de hogepriester doet daar een beroep op. Hij verdeelt het huis van Israël en volgens de leer van Mozes kan een huis dat tegen zichzelf verdeeld is niet blijven bestaan. De conflicten die Paulus veroorzaakt zijn dus in strijd met de godsdienstige wetten. Omdat Paulus zelfs het godsdienstige hart, de Tempel, zou ontwijden zou een berechting volgens de eigen wetten op haar plaats zijn. De advocaat vertelt er niet bij waar die ontwijding uit zou bestaan. De landvoogd zou raar opkijken als het werd uitgelegd. Paulus werd er namelijk van beschuldigd om ten huize van Romeinen samen met hen te eten. Joden kwamen zelfs niet thuis bij Romeinen en hun voedsel was hen een gruwel. Om dit soort conflicten te voorkomen had Paulus overigens de voorgeschreven reinigingsrituelen uitgevoerd. De hier genoemde Lysias was daarvan op de hoogte en nam Paulus in bescherming. Maar opruiing zou nog steeds een legitieme beschuldiging kunnen blijken. Omdat Paulus een beroep deed op zijn Romeins burgerschap werd hij naar de landvoogd gestuurd.

Dit gedeelte van het boek Handelingen laat zien wat er gebeurd als je de richtlijnen uit de leer van Mozes, wat wij het Oude Testament noemen, gelijk stelt met de Romeinse wetgeving. Dat doe je als je voor een Romeins rechter de keuze voorlegt welk recht van toepassing is. In de verhalen over Jezus van Nazareth komt dat conflict herhaaldelijk naar voren. Merkwaardig is dat ook tot op de dag van vandaag Christenen beweren dat je die regels uit de Leer van Mozes letterlijk moet nemen en ze moet toepassen alsof ze Romeinse wetten zijn en geen richtlijnen om een menselijke samenleving op te bouwen. Juist die Christenen die beweren de Bijbel van kaft tot kaft letterlijk te nemen houden zich helemaal niet aan de richtlijnen uit de leer van Mozes, ze kiezen er willekeurig een paar uit en beweren dan dat daaruit blijkt dat ze de Bijbel letterlijk nemen. De schepping van de menselijke samenleving is het doel van het verhaal van de hele Bijbel. In Genesis lezen we hoe alles om ons heen bestemd is voor mensen. In Openbaring lezen we waar dat op uit zal lopen, een hemelse aarde waar alle tranen gedroogd zijn en waar God zelf zal willen wonen. Daar tussen in staat hoe wij mee kunnen werken aan die schepping door onze naaste lief te hebben als onszelf. Bang hoeven we nergens voor te zijn. Paulus doet het ons voor door noch voor zijn godsdienstige autoriteiten, noch voor het machtige Romeinse rijk bang te zijn. Wij mogen daaraan elke dag opnieuw een voorbeeld nemen.

 

Een Romeins burger

Handelingen 23:23-35

23 Daarna liet hij twee centurio’s komen en zei: ‘Zorg dat er vanavond, drie uur na zonsondergang, tweehonderd soldaten klaarstaan om naar Caesarea te gaan, samen met zeventig ruiters en tweehonderd lichtbewapende mannen; 24 zorg ook voor een stel rijdieren om Paulus veilig naar procurator Felix te brengen.’ 25 Ook schreef hij een brief met de volgende inhoud: 26 ‘Claudius Lysias aan zijne excellentie procurator Felix: gegroet! 27 Toen deze man werd opgepakt door de Joden en ze op het punt stonden hem te vermoorden, heb ik hem met behulp van mijn soldaten ontzet, daar ik vernam dat hij een Romeins burger is. 28 Omdat ik wilde weten waarvan ze hem beschuldigden, bracht ik hem naar hun raad, 29 en ik stelde toen vast dat de beschuldigingen betrekking hadden op geschilpunten inzake hun wet; er werd hem niets ten laste gelegd dat met de dood of gevangenschap wordt bestraft. 30 Ik werd er vervolgens van op de hoogte gesteld dat er een aanslag tegen hem werd beraamd, waarna ik hem onmiddellijk naar u heb gezonden. Ook heb ik degenen die hem beschuldigen gelast dat ze hun grieven jegens hem aan u moeten voorleggen.’ 31 De soldaten namen Paulus mee, zoals hun opgedragen was, en brachten hem ’s nachts naar Antipatris. 32 De volgende ochtend lieten ze de ruiters met hem verder reizen en keerden ze zelf terug naar de kazerne. 33 Na aankomst in Caesarea overhandigden Paulus’ begeleiders de brief aan de procurator en droegen Paulus over aan zijn gezag. 34 Nadat Felix de brief had gelezen vroeg hij uit welke provincie Paulus afkomstig was, en toen hij had gehoord dat Paulus uit Cilicië kwam, 35 zei hij: ‘Ik zal u verhoren zodra ook uw aanklagers aangekomen zijn.’Hij gaf bevel hem gevangen te houden in het pretorium van Herodes. (NBV21)

In het verhaal dat we de laatste dagen uit het boek Handelingen hebben gelezen vertelt Lucas hoe het Evangelie in Rome terecht kwam. Dat deden de Romeinen. Daarom wordt in het gedeelte van vandaag omstandig verteld hoe de Romeinse tribuun reageert en welke brief hij wel niet aan de landvoogd, procurator Felix in Caecarea schrijft. Zelfs die Joodse Paulus blijkt een Romein. Als je het verhaal zo zonder aanloop leest dan lijkt het net of Paulus van de regen in de drup wordt gebracht. Lopen in Jeruzalem de Joden tegen hem te hoop en wordt hij beschermd door de Romeinen tegen de Joodse volkswoede, nu gaat hij als voornaam en belangrijk gevangene naar de hoogste autoriteit in Palestina. Als je niet zou weten dat dit de eerste etappe van een reis is die op last van God zelf wordt gemaakt zou het een extra spannend verhaal zijn. Hoe zou dat aflopen met die Paulus? Wij weten dat al, maar vandaag gaat het over het begin.

Het moet toch een hele vervelende zaak geweest zijn voor de Romeinse bevelhebber van Judea. Al die groepjes Joden die elkaar naar het leven stonden over godsdienstige zaken waar hij geen flauw benul van had. Wie vindt nu wat en waarom en wat is het gevolg er van? Uit het deel dat we vandaag lezen wordt in elk geval duidelijk dat opstootjes en relletjes de Romeinen onwelgevallig zullen zijn en dus wordt Paulus dan ook van het aanstoken er van beschuldigd. Hoe iemand je noemt en hoe je jezelf noemt is kennelijk belangrijk in de Bijbel. Ook in onze dagen is dat niet onbelangrijk. De terrorist die enkele jaren geleden in Noorwegen jongeren op een eiland doodde noemde zich een Christelijk conservatief. Voor Christenen waren zijn daden in elk geval verre van Christelijk, dit was niet het kwade bestrijden met het goede, dit was niet je vijanden lief hebben, dit was niet de linkerwang toekeren als iemand je een slag op de rechter geeft. Je kunt zo ongeveer het hele Nieuwe Testament opschrijven om aan te tonen dat dit misschien conservatief was maar zeker niet Christelijk. Maar mogen we ons daarmee van de zaak afmaken? Eindigt de discussie met een aantal Bijbelteksten waarmee we duidelijk maken dat deze terrorist ongelijk had? Is dat dan het kwade bestrijden met het goede?

Die Noorse terrorist voelde zich onder meer geïnspireerd door sommige Christenen die zich hebben geuit over de komst van de Islam naar Europa. Dat juist Nederland 400 jaar lang het grootste Islamitische land van de wereld is geweest doet daarbij niet terzake. Die Nederlanders wisten al die 400 jaar die Moslims in hun rijk effectief te onderdrukken. Ze hadden mensen als Coen en van Heutz om hetzelfde te doen wat de Noorse Terrorist nu van politici verwacht, wat Wilders met woorden doet. Als wij de daden van deze Terrorist verkeerd vinden, en verkeerd zijn ze, dan zullen we ook onze woorden moeten wegen. Dan is het verlangen om de tekst op het monument voor Coen in Hoorn te veranderen niet zo vreemd meer. Dan is de oproep om maaltijd te houden met Moslims in plaats van ze als achterlijk en gevaarlijk weg te zetten misschien ook wel een betere weg. Dan wordt ook duidelijk waarom de Joodse Paulus net zo goed een Heidense Romein wil zijn, omdat het gaat om de liefde van Christus en die liefde is voor iedereen, uit die liefde mogen we elke dag weer leven, ook vandaag.

Een heilige eed

Handelingen 23:12-22

12 Toen de dag aanbrak beraamde een groep Joden een aanslag op Paulus. Ze zwoeren dat ze niet zouden eten of drinken voor ze hem hadden gedood. 13 Meer dan veertig mannen namen aan deze samenzwering deel. 14 Ze gingen naar de hogepriesters en de oudsten en zeiden: ‘We hebben een heilige eed gezworen om niets meer te eten voor we Paulus hebben gedood. 15 Dient u daarom nu, onder het voorwendsel dat u de beschuldigingen die tegen hem zijn ingebracht nader wilt onderzoeken, namens het hele Sanhedrin een verzoek in bij de tribuun om hem naar u toe te laten brengen. Dan staan wij klaar om hem nog vóór zijn aankomst te doden.’ 16 De zoon van Paulus’ zus hoorde echter van dit plan. Hij ging naar de kazerne, en nadat hij daar was binnengelaten, stelde hij Paulus van de samenzwering op de hoogte. 17 Paulus liet een van de centurio’s bij zich komen en zei: ‘Breng deze jongeman naar de tribuun, want hij heeft hem iets mee te delen.’ 18 De centurio ging met hem naar de tribuun en zei: ‘De gevangene Paulus heeft me bij zich laten komen en me verzocht deze jongeman naar u toe te brengen, omdat hij u iets te zeggen heeft.’ 19 De tribuun nam hem mee naar een plek waar niemand hen kon horen, en vroeg: ‘Wat heb je me te melden?’ 20 De jongeman antwoordde: ‘De Joden hebben afgesproken u te verzoeken Paulus morgen naar hun raad te laten brengen, onder het voorwendsel dat ze zijn zaak nader willen onderzoeken. 21 Maar u moet hen niet geloven: meer dan veertig van hen willen hem in een hinderlaag lokken. Ze hebben een eed gezworen dat ze pas weer zullen eten en drinken als ze hem vermoord hebben; ze staan al klaar en wachten alleen nog tot u hun verzoek hebt ingewilligd.’ 22 De tribuun liet de jongeman vertrekken, en beval hem: ‘Vertel aan niemand dat je me hiervan op de hoogte hebt gesteld.’ (NBV21)

Paulus heeft de opdracht van God gekregen, zo stond eerder in het verhaal, om de boodschap van het Evangelie naar Rome te brengen. De beweging van de Weg, de gemeenschap van navolgers van Jezus van Nazareth, heeft zich open gesteld voor Joden en Heidenen en daarmee is het hart van het toekomstige Koninkrijk van God, niet in Jeruzalem komen te liggen maar ligt het voorlopig in Rome. Daar immers zetelt de zogenaamde macht over de aarde, de macht over het leven en de dood van de mensen. Uiteindelijk is het de God van Israël die de macht heeft maar zijn wegen zijn soms duister en lijken meer op omwegen dan op de rechte weg die wij mensen zouden gaan. In het verhaal van Paulus wordt dat nog eens extra duidelijk. Een groep van veertig tegenstanders zweert samen. En omdat het er veertig zijn leest het als heel het volk zweert samen tegen Paulus. Veertig is immers het getal van de volledigheid, dan is het genoeg. Veertig jaren of veertig dagen in de woestijn waren ook genoeg. Maar zoals het in een spannend verhaal hoort wordt de samenzwering afgeluisterd. In dit verhaal door een neef van Paulus die zijn oom gaat waarschuwen in de gevangenis en het verhaal mag vertellen aan de hoofdman over duizend, de tribuun.

Als je het verhaal zo zonder aanloop leest dan lijkt het net of Paulus van de regen in de drup wordt gebracht. Lopen in Jeruzalem de Joden tegen hem te hoop en wordt hij beschermd door de Romeinen tegen de Joodse volkswoede, nu gaat hij als voornaam en belangrijk gevangene naar de hoogste autoriteit in Palestina. Als je niet zou weten dat dit de eerste etappe van een reis is die op last van God zelf wordt gemaakt zou het een extra spannend verhaal zijn. Hoe zou dat aflopen met die Paulus? Wij weten dat al, maar vandaag gaat het over het begin. In onze dagen is er de vraag naar de zin van onze ondernemingen. We zamelen geld in voor voedsel voor de mensen in Afrika, heeft dat zin? Een deel zal in zakken van corrupte lieden verdwijnen, een ander deel in de zakken van dure bestuurders en leden van de ontwikkelingsindustrie, een deel zal besteed worden aan aankopen van voedsel op verkeerde markten zodat lokale boeren ook tot de hongerenden gaan behoren, een ander deel maakt vluchtelingen voorlopig afhankelijk van liefdadigheid.

Op het oog allemaal redenen om maar niet mee te doen met zogenaamde liefdadigheid. Maar wie de beelden ziet van uitgemergelde mensen die geen eten hebben omdat er geen regen valt, van stervende kinderen die geen kracht meer hebben om te leven, omdat hun eten ontbreekt, die weet dat er ook een belangrijk deel gaat naar voedsel dat die mensen, die zusters en broeders, zal bereiken. Beter is het om hen de gelegenheid te geven zelf hun voedsel te verbouwen, maar als men sterft van de honger komt de volgende oogst altijd te laat. En de Joden hebben ons geleerd dat wie één mens redt de mensheid heeft gered. Daarom nemen we al die nadelen maar op de koop toe. We weten dat God ook via omwegen helpt en redt. Het verhaal van Paulus maakt ons dat extra duidelijk. Daarom mogen we ook vandaag werken aan de wereld waarin geen honger meer is, waar alle tranen gedroogd zullen zijn, ook die in Afrika.