2 Samuël 5:1-5
1 Alle stammen van Israël kwamen bij David in Hebron en zeiden tegen hem: ‘Hier zijn we, uw eigen vlees en bloed. 2 Ook vroeger al, toen Saul nog over ons regeerde, was u degene die de troepen van Israël aanvoerde. De HEER heeft u beloofd: Jij zult mijn volk Israël weiden; jij zult vorst over Israël zijn.’ 3 De oudsten van Israël kwamen bij de koning in Hebron. Daar sloot koning David ten overstaan van de HEER een verdrag met hen, en zij zalfden hem tot koning van Israël. 4 David was dertig jaar toen hij koning werd en hij regeerde veertig jaar: 5 vanuit Hebron regeerde hij zeven jaar en zes maanden over Juda en vanuit Jeruzalem regeerde hij drieëndertig jaar over heel Israël en Juda. (NBV21)
Een mooi verhaal vandaag zo lijkt het. Alle twaalf stammen van Israël erkenden David als koning en er vond een plechtige kroning plaats, met zalving en alles wat daar bij hoort. Maar wat staat er dan op het eind van het stukje, David was eerst Koning van Juda, met Hebron als hofstad en daarna nog drieëndertig jaar over het geheel van die twaalf stammen. Als je de Bijbel in stukjes knipt dan kun je aardig in verwarring raken. Losse teksten gebruiken is dan ook een teken van minachting voor de Bijbel. David is drie keer tot Koning gezalfd. De eerste keer door Samuël, toen Saul ook nog koning was. De tweede keer na de dood van Saul over Juda en nu de derde keer. En die derde keer was er niet zo maar gekomen.
Door machinaties van Abner, legeraanvoerder bij David, en de moord op Isboset, de laatste mogelijke opvolger van Saul, werd de weg vrijgemaakt om David te zalven tot Koning over Israël, de derde keer. Drie maal is scheepsrecht zegt ons spreekwoord maar in de Bijbel is drie ook vaak het getal van de volheid, het getal van God ook. David is nu drie maal gezalfd en niemand hoeft meer te twijfelen aan wie de Koning over heel Israël is, de koning naar Gods hart Een koning die geweigerd heeft de wettige koning te doden ook al liep zijn eigen leven gevaar. Dit was de koning die het volk zou kunnen bevrijden van het Heidendom. Het Heidendom dat het volk kwam beroven van oogsten en winsten.
Het Heidendom dat het volk kwam verkrachten en vernederen. Maar ook het Heidendom dat aantrekkelijke godsdiensten inbracht waar winst en profijt klaar lagen voor wie de juiste offers wist te brengen. Een Koning die zorgde voor de zwaksten in de samenleving, die recht en gerechtigheid bracht, dat was pas een koning naar Gods hart. Dat is zo’n mooie droom dat later alle gelovigen een volk van koningen en priesters genoemd zouden worden. Zo komt het dat wij ons mogen identificeren met die Koning naar Gods hart wanneer we de armen recht verschaffen, de hongerigen voeden, de naakten kleden en de gevangenen bevrijden. Elke dag mogen we daar weer aan werken, ook vandaag weer.