Met eigen oren

Psalm 44:1-9

1 Voor de koorleider. Van de Korachieten, een kunstig lied. 2 God, met eigen oren hebben wij het gehoord, onze voorouders vertelden het ons door: de daden die U verrichtte in hun dagen, in de dagen van weleer. 3 Om hén te planten hebt U volken verdreven, naties verslagen om ruimte te geven aan hén. 4 Zij verkregen het land niet met het zwaard, niet hun eigen kracht heeft hen gered, maar uw rechterhand, uw arm, het licht van uw gelaat. U had hen lief. 5 U, God, bent mijn koning, U beveelt de redding van Jakob. 6 Met U stoten wij onze belagers neer, in uw naam vertrappen wij onze tegenstanders.7 Het is niet mijn boog waarop ik vertrouw, niet mijn zwaard dat mij redt,8 U hebt ons gered van onze belagers, U liet onze haters beschaamd staan. 9 God, wij loven U dag na dag, uw naam zullen wij altijd prijzen. sela
(NBV21)

Vandaag zingen we het eerste couplet van een Psalm mee met het volk van Israël. In deze Psalm worden de coupletten ook in de vertaling keurig onderscheiden met het niet te vertalen sela. De kerken hebben zich die psalmen wel toegeëigend maar het blijven liederen die door het volk van Israël zijn geijkt op het geloof in de God van Israël. Deze psalm is een leerdicht, dat staat er boven al vertaald de Nieuwe Bijbelvertaling hier met kunstig lied. Dat is dus niet een lied dat in de loop van de tijd gegroeid is door het gebruik van het volk maar er kwamen dichters aan te pas. Het zit wel knap in elkaar. De eerste twee coupletten lijken recht tegenover elkaar te staan.

In het couplet dat we vandaag lezen wordt beschreven wat de dichter uit de geschiedenis heeft geleerd. En wat dus door het volk uit de geschiedenis geleerd zou moeten zijn. Dat is een bijzondere les die nog maar weinig mensen zich ter harte zullen nemen. De les is namelijk dat alle oorlog en geweld de volken geen land, geen welvaart, geen rijkdom hebben opgeleverd. Het waren de de richtlijnen van de God van Israël, de richtlijnen voor de menselijke samenleving die vrede en voorspoed brachten. Als je die richtlijnen ging volgen dan kwamen dat land, die welvaart en de rijkdom als vanzelf.

De God van “Gij zult niet doden” van “je moet het bezit van de ander niet willen hebben” geeft een paar simpele richtlijnen die vrede en gerechtigheid brengen en een land geven waarin iedereen mee kan doen. Nu kunnen individuele gelovigen niet de politiek van een heel land op zich nemen. Maar in een democratie als de onze kan al veel. We kunnen politieke partijen ter verantwoording roepen en we kunnen zelf leven volgens de richtlijn van heb uw naaste lief als uzelf. Daarmee bewijzen we het lege van het nalopen van de goden van winst en profijt. Die goden brengen geweld, ziekte en ellende. Elke dag kunnen we het opnieuw met de richtlijnen van God wagen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *