Galaten 4:21-31
21 Vertelt u eens, u wilt aan de wet onderworpen zijn, maar luistert u wel naar de wet? 22 Er staat immers geschreven dat Abraham twee zonen had: één van zijn slavin en één van zijn vrijgeboren vrouw. 23 De zoon van de slavin werd geboren volgens de loop van de natuur, maar die van de vrijgeboren vrouw dankte zijn geboorte aan de belofte. 24 Dit heeft een diepere betekenis: de vrouwen staan voor twee verbonden. Het ene is het verbond van de Sinai in Arabië, dat slaven baart-dat is Hagar. 25 Als beeld van dat verbond staat Hagar voor het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij leeft. 26 Maar het hemelse Jeruzalem is vrij, en dat is onze moeder, 27 want er staat geschreven: ‘Wees verheugd, onvruchtbare vrouw, jij die niet baart. Jubel en juich, jij die geen weeën kent. Want de kinderen van de eenzame vrouw zullen talrijker zijn dan die van de gehuwde.’ 28 En u, broeders en zusters, bent net als Isaak kinderen van de belofte. 29 Maar zoals destijds de zoon die krachtens de natuur geboren werd de zoon vervolgde die krachtens de Geest geboren werd, zo worden nu ook wij vervolgd. 30 Maar wat zegt de Schrift? ‘Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de slavin mag niet met de zoon van de vrijgeboren vrouw delen in de erfenis.’ 31 Kortom, broeders en zusters, wij zijn geen kinderen van de slavin, maar van de vrijgeboren vrouw.(NBV21)
Je zou bijna denken dat Paulus een anti-Islamist was met zijn typeringen van Hagar en haar zoon Ismael. Maar de Islam bestond nog niet in de dagen van Paulus, de Islam is pas een paar honderd jaar later ontstaan. Als je trouwens nauwkeurig leest dan verbindt Paulus Hagar en Ismael met de Sinaï, de berg waar het volk Israël de Tora ontving, en met Jeruzalem, de stad waar de Tora werd bewaard. Sara, de moeder van Israël, wordt dan verbonden met de Christenen, de kinderen van de vrijheid. Paulus wil hier de Heidenen in Turkije duidelijk maken wat de traditie is waarmee de nieuwe beweging van de Weg verbonden is. Ingewikkeld is het zeker. we hebben het al eens gehad over het Oude en het Nieuwe Testament. Die twee delen van de Bijbel zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat Oude Testament is de Hebreeuwse Bijbel.
Voor Paulus is die Hebreeuwse Bijbel de verzameling boeken waarin de komst van Jezus van Nazareth werd beloofd. Jezus van Nazareth als de eerstgeboren mens die de Liefde, zoals God die wilde, volhield door de dood heen. Zijn leven, sterven en opstanding maakt dat we er allemaal in mogen delen en er allemaal aan mogen meedoen. Voor Jezus van Nazareth was het hart van het Oude Testament de Wet van de Woestijn, de Tora, niet doden, niet liegen, niet stelen en je naaste liefhebben als jezelf, zoals in het Evangelie van Mattheüs staat beschreven. Op die manier staan we in de traditie. Het gaat er dus niet om leden te worden van het volk van Israël, en in de dagen van Paulus mee te gaan doen aan het gewapende verzet tegen de Romeinen, maar burgers te worden van het Koninkrijk van God, dat los van het Romeinse Rijk alle mensen een plaats in een samenleving van Samen Delen en Rechtvaardigheid zou geven.
Dat Koninkrijk kiest overal en altijd voor het leven, dat Koninkrijk verschaft elk mens recht. Dat biedt bevrijding voor de armen, daar gaan de lammen lopen, de blinden zien en de doven horen. Daar zijn geen wetten die zeggen wat je allemaal wel mag doen en wat verboden is, daar heerst niet het moeten en verbieden, daar is de vrijheid. Die vrijheid dan beleefd in de Geest van God, de manier waarop Jezus van Nazareth zijn leven leefde en verloor. Die Geest van God maakt dat je altijd beducht bent op de naaste, de mens die jou nodig heeft, de mens langs de kant van de weg, die weer een plaats in de samenleving nodig heeft. Die Geest maakt ook dat, als je van de Weg afgedwaald bent, je elk moment weer mee mag gaan doen, al is het duizend keer op een dag. Weg dus met de slavenmentaliteit van gehoorzaam zijn aan regels en fatsoen en leve de vrijheid van samen delen en respect voor ieder medemens.