Deuteronomium 31:9-18
9 Mozes stelde zijn hele onderricht op schrift en gaf de boekrol aan de Levitische priesters, die de ark van het verbond met de HEER moesten dragen, en aan de oudsten van Israël. 10-11 Hij droeg hun daarbij het volgende op: ‘Lees deze voorschriften elk zevende jaar, het jaar van de kwijtschelding, tijdens het Loofhuttenfeest voor aan alle Israëlieten. Want dan komt heel Israël naar de plaats die de HEER uitkiest, om daar voor Hem te verschijnen. 12 Roep dan het volk bijeen, met inbegrip van de vrouwen en kinderen en de vreemdelingen die bij u in de stad wonen. Laat iedereen naar de voorlezing luisteren en zo leren ontzag te tonen voor de HEER, uw God, en de wetten waarin u onderwezen bent, strikt na te leven. 13 Ook hun kinderen, die nog van niets weten, moeten luisteren en leren om ontzag te tonen voor de HEER, uw God, al de tijd dat u aan de overkant van de Jordaan leeft in het land dat u in bezit zult nemen.’ 14 De HEER zei tegen Mozes: ‘Je leven loopt ten einde. Roep Jozua en kom samen naar de ontmoetingstent; dan zal Ik hem als jouw opvolger aanstellen.’ Nadat Mozes en Jozua de tent waren binnengetreden, 15 verscheen de HEER in een wolkkolom, die boven de ingang bleef staan. 16 De HEER zei tegen Mozes: ‘Als jij bij je voorouders te ruste bent gegaan, zal het volk Mij ontrouw worden en zich afgeven met de vreemde goden die zij zullen aantreffen in het land waar ze heen gaan. Ze zullen Mij verlaten en het verbond dat Ik met hen gesloten heb verbreken. 17 Dan zal Ik in toorn tegen hen ontsteken, Ik zal hen aan hun lot overlaten en me van hen afkeren. Wanneer ze zo kwetsbaar zijn geworden, zullen ze ten prooi vallen aan allerlei ellende en tegenspoed. Dan zullen ze zeggen: “Deze ellende overkomt ons zeker doordat onze goden niet meer in ons midden zijn.” 18 Nee, Ik ben het die zich van hen afkeert, omdat ze zoveel kwaad hebben gedaan en zich met andere goden hebben ingelaten. (NBV21)
Je hebt het volk, en je hebt de vreemdelingen die bij ze in de stad wonen. We doen de laatste jaren een beetje of dat twee verschillende werelden zijn. Vreemdelingen moeten inburgeren en wij maken wel uit of ze er bij mogen horen of niet. Volgens de Bijbel gaat dat anders. Vreemdelingen blijven nu eenmaal vreemdelingen maar het volk Israël moet zorgen dat ze mee kunnen doen. Elk jaar wordt er een vrolijk feest gevierd, het Loofhuttenfeest. Op dat feest moet de hele Thora worden voorgelezen. we hebben de laatste tijd daar elke dag een stukje van gelezen en geleerd dat bij de feesten een maaltijd moet worden aangericht waarbij het eten en drinken zeer uitdrukkelijk gedeeld moet worden met de vreemdelingen en de armen. Bij het voorlezen van de Thora horen ook uitdrukkelijk de vreemdelingen uitgenodigd te worden.
Het volk moet zich blijven herinneren waar ze eigenlijk vandaan komen. Ze waren woestijnzwervers, slaven die uit Egypte waren gegooid omdat hun God het leven voor Egyptenaren bijna onmogelijk had gemaakt. Een zootje ongeregeld dat aanvankelijk ook nog niet echt had begrepen waarom zij nu zo bijzonder waren dat er geen plaats voor hen in Egypte was. Die woestijn was toch ook niet alles. Ze hadden in tenten moeten wonen, het brood vonden ze elke morgen voor de tent maar een keer uitslapen was er niet bij want ze moesten het echt bijna elke dag opnieuw verzamelen. Vlees kregen ze van vogels die bij hen neerdaalden. Ze hadden tot hun verbazing wel gemerkt dat hun schoenen en kleding niet aan slijtage onderhevig waren.
Maar onderweg was er iets bijzonders gebeurd. Ze hadden een God ontmoet en richtlijnen gekregen voor een samenleving die volgens die God uit zou lopen op een land dat overvloeide van melk en honing. Nu vertelde hun grote leider hen dat het ze niet zou lukken om aan die richtlijnen blijvend te voldoen. Elke zeven jaar moest het hun opnieuw ingeprent worden en elke 50 jaar moesten ze helemaal opnieuw beginnen. Dat zevende jaar was ook al bijna een nieuw begin want ze moesten leven van hetgeen ze konden vinden. Zaaien en oogsten was er niet meer bij. Ook een land heeft rust verdiend. Heel lang hebben we dat als oude kost gelezen. Nu weten we dat zorg voor de aarde van levensbelang is. Ook onze welvaart wordt bedreigd door verwaarlozing en uitputting van het land. Gif hebben we gemaakt om zogenaamd vruchtbaar te blijven. Het wordt tijd voor een nationaal Loofhuttenfeest. Rust voor de aarde en uitbanning van het gif van vreemde goden.