Deuteronomium 31:19-29
19 Daarom moet jij het volgende lied opschrijven en het de Israëlieten uit hun hoofd laten leren; Ik zal het tegen hen laten getuigen. 20 Want zo zal het gaan: Ik breng hen naar het land dat Ik hun voorouders onder ede heb beloofd, een land dat overvloeit van melk en honing. Ze zullen er volop te eten hebben, en als ze helemaal verzadigd zijn, laten ze zich met andere goden in om die te dienen; maar Mij wijzen ze af en het verbond dat Ik met hen gesloten heb, verbreken ze. 21 Wanneer ze eenmaal aan allerlei ellende en tegenspoed ten prooi zijn gevallen, zal dit lied, dat ook onder hun nakomelingen nog algemeen bekend zal zijn, tegen hen getuigen. Ik weet nu al waar hun hart naar uitgaat, nog voor Ik hen in het land gebracht heb dat Ik hun onder ede heb beloofd.’ 22 Diezelfde dag schreef Mozes het lied op en hij leerde het de Israëlieten. 23 Jozua, de zoon van Nun, werd aangesteld als zijn opvolger, en de HEER zei tegen hem: ‘Wees vastberaden en standvastig, want jij zult de Israëlieten naar het land brengen dat Ik hun onder ede heb beloofd, en Ik zal je terzijde staan.’ 24 Toen Mozes alle bepalingen van de wet op schrift had gesteld, 25 gaf hij de Levieten die de ark van het verbond met de HEER moesten dragen de volgende opdracht: 26 ‘Leg dit wetboek naast de ark van het verbond met de HEER, uw God; het moet daar blijven om tegen dit volk te getuigen. 27 Want, Israël, ik weet hoe opstandig en onhandelbaar u bent: tijdens mijn leven hebt u zich al steeds tegen de HEER verzet, hoe zal het dan niet gaan na mijn dood! 28 Roep alle oudsten van uw stammen bijeen, evenals uw schrijvers, dan zal ik hun mijn waarschuwing laten horen, en daarbij hemel en aarde als getuigen oproepen. 29 Want ik weet dat u zich na mijn dood zult gaan misdragen en zult afwijken van de weg die ik u gewezen heb. Daarom zal ellende uiteindelijk uw deel zijn, want u zult doen wat slecht is in de ogen van de HEER: Hem tergen met uw zelfgemaakte goden.’ (NBV21)
Het voorlezen van de Thora, waartoe Mozes is opgeroepen, is niet genoeg. Mozes krijgt de opdracht een lied te schrijven dat iedereen uit het hoofd moet leren. Als je dat dan samen zingt kan niemand zeggen nooit van de Thora te hebben gehoord. Iedereen in Nederland wordt geacht de wet te kennen dus ik moet bijvoorbeeld op passen wat ik hier over personen schrijf. Als ik zou opschrijven dat een minister, staatssecretaris of een partijleider een misdadiger is dan overtreed ik de wet, dat schrijf ik hier dus niet op. Een partijleider mag dan best zeggen dat de uitspraak dat de samenleving niet vergrijst maar verbruint helemaal niet racistisch is en dat je met iemand die dat zegt juist extra goede vrienden kan zijn. Dat je iemand beschuldigd van het plegen van een misdrijf zonder bewijzen heet smaad, staat in de strafwet.
Nu is de wet tegen smaad, belediging en racisme voor Kamerleden heel erg moeilijk toe te passen. Kamerleden hebben een zogenaamde parlementaire onschendbaarheid en dat is maar goed ook. De meest verderfelijke opvattingen kunnen dan in elk geval gehoord en bestreden worden. Wij hebben als volk overigens al een lied dat ons bij de les kan houden. Dat lied bezingt dat we geen Nederlanders zijn maar uit Duitsland stammen, dat we in Zuid Frankrijk een prinsdom hebben en altijd de Koning van Spanje hebben geëerd. Dat als we een tiran willen verdrijven we ons verlaten op de Thora van de God van Israël en dat hoe fraai een regering er ook uitziet we altijd de God van Israël meer gehoorzaam zullen zijn, dat laatste staat een beetje verstopt in het 15de couplet maar het staat er wel. We moeten alleen nog een feestdag verzinnen om samen met de vreemdelingen een maaltijd voor de hele stad te houden, dat zou ons veel vrede opleveren en angst doen verminderen.
Een lied tegen het nalopen van goden als eigen volk eerst of de rijken eerst en dan de armen, de goden van winst en profijt van meer en steeds meer ten koste van alles is dus niet genoeg. Het gaat om het hele samenstel van richtlijnen voor de menselijke samenleving. Daar staat op bijna iedere bladzijde dat je de vreemdeling moet behandelen als ware die lid van je eigen volk. Een vraagstuk wat te doen met kinderen die langer dan vijf jaar onder jouw volk hebben gewoon komt daar dus ook niet in voor. De kinderen zijn in jouw volk geworteld en horen daar dus gewoon bij. De hele samenstel van regels hoort bij het allerheiligste van het volk. Het wordt dan ook in de ark gelegd. De rede van Mozes, het boek Deuteronomium zal in de geschiedenis van Israël verschillende keren worden voorgelezen. Ook nu wordt het in de Synagogen elk jaar voorgelezen. Misschien moeten er er eens samen naar leren luisteren.