Een gunstig teken

Psalm 64

1 Een kunstig lied van Asaf. Waarom, God, hebt U ons voor altijd verstoten, brandt uw woede tegen de schapen die U hoedt? 2 Denk aan het volk dat U ooit hebt verworven, de stam die U hebt vrijgekocht, uw eigen bezit, de Sionsberg waar U ging wonen. 3 Kom naar de stad die voor altijd in puin ligt, de vijand liet niets van het heiligdom heel. 4 In het hart van uw huis brulden uw tegenstanders, zij zetten er hun zegetekens neer. 5 Zoals met kapmessen wordt ingehakt op struikgewas en kreupelhout, 6 zo sloegen zij met bijl en breekijzer al het snijwerk kort en klein. 7 Ze hebben uw heiligdom in de as gelegd, de plaats waar uw naam woont, verwoest en ontwijd. 8 ‘We vagen alles weg,’ zeiden ze, en alle godshuizen in het land hebben zij verbrand. 9 Een gunstig teken zien wij niet, niet één profeet meer, en geen van ons weet voor hoe lang. 10 Hoe lang nog, God, zal de tegenstander U bespotten? Zal de vijand uw naam voor altijd beschimpen? 11 Waarom houdt uw hand zich in bedwang? Hef uw machtige hand en sla toe, 12 God, mijn koning van oudsher, die verlossing brengt in het hart van het land! 13 U hebt door uw kracht de zee gespleten en de koppen van monsters op het water verpletterd, 14 U hebt de schedels van Leviatan verbrijzeld, hem als voedsel gegeven aan de dieren in de woestijn, 15 U hebt bronnen en beken laten ontspringen, altijd stromende rivieren drooggelegd. 16 Van U is de dag, van U is de nacht, U hebt maan en zon een vaste plaats gegeven, 17 U hebt de grenzen van de aarde bepaald, zomer en winter, U hebt ze gevormd. 18 Bedenk, HEER, hoe de vijand U bespot en dwazen uw naam beschimpen. 19 Geef uw duifje niet prijs aan de wilde dieren, vergeet uw vernederd volk niet voorgoed. 20 Houd uw verbond voor ogen-vol is het land met duistere oorden, holen van geweld. 21 Laat verdrukten niet teleurgesteld heengaan, laat zwakken en armen uw naam loven. 22 Sta op, God, verdedig uw zaak, bedenk dat dwazen U dag na dag bespotten, 23 vergeet het razen van uw tegenstanders niet, het tieren van uw vijanden, het klinkt voortdurend op. (NBV21)

Vandaag zingen we weer een klaagpsalm mee met de Kerk. In deze Psalm worden de misdaden van de onderdrukker en vijand breed uitgemeten. Je zou bijna gaan denken dat een Syrisch orthodox priester de afgelopen week de Psalm heeft geschreven. De psalm gaat immers over vijanden die hun misdaden in het verborgene plegen? Niemand krijgt hun kwade praktijken te zien? Die vijanden denken dat ze onschuldig lijken, zo verborgen zijn hun plannen. Maar zo is het niet. De Psalm bezingt de mensen die niet de Weg van de God van Israël volgen. Die de richtlijnen van heb uw naaste lief niet kennen, die zich niet houden aan het Gij zult niet doden en het Gij zult niet begeren iets dat van uw naaste is. De Psalm waarschuwt voor die mensen, want hun kwade plannen zijn verborgen in hun hart en ons hart is diep als een afgrond.

Omdat de Psalm dus niet gemaakt is voor de verandering van de situatie in Syrië moeten we op zoek naar de oorspronkelijke betekenis. Ook die zou voor ons wel eens van belang kunnen zijn. De meeste uitleggers van de Psalmen wijzen er op dat in het vervolg van de Psalm de vijanden struikelen over hun eigen tong en zich daardoor verraden. Die verborgen plannen die hen zo onschuldig doen lijken moeten daarom ook te maken hebben met wat ze zeggen. Of ze nu tovenaars zijn die met toverspreuken de gelovige in hun macht proberen te krijgen, in oude Bijbelse tijden zeker niet ondenkbaar, of geestenfluisteraars die via verbale trucs net doen of ze meer weten dan een ander, ze komen bij ons op de TV, ze liegen en bedriegen en proberen onschuldigen in hun macht te krijgen. Maar ook dictators en politici kunnen gemakkelijk van goed in het gehoor liggende frases gebruik maken om hun eigenlijke bedoelingen te verbergen.

Het is Gods pijl die de misdadigers in deze Psalm zwaar verwond. Nu niet gelijk denken aan donder en bliksem die uit de hemel komen als iemand een leugen vertelt. Dat is oud Germaans denken aan Donar de dondergod. Die god bestaat zeker niet. De pijl waar hier over gezongen wordt is het Woord van God. Gesproken wordt van de rechtvaardigen die zich verblijden in de Heer. Rechtvaardigen zijn mensen die de minsten tot hun recht laten komen. Dat merk je dus pas aan hun daden. En aan de vruchten herkent met de boom nietwaar. Als jouw daden ondanks je mooie woorden leiden tot oorlog en geweld dan deugen jouw daden niet. Als jouw woorden leiden tot bloei van de minsten, als die eindelijk mee mogen delen in de rijkdom van deze wereld, dan spreek je woorden die ingegeven worden door de God van Israël. En het Woord van God maakt een scherp onderscheid tussen de een en de ander. We moeten dus niet alleen luisteren naar wat woorden te zeggen hebben maar ook wat de daden te vertellen hebben. En wij mogen elke dag opnieuw onze daden voor zich laten spreken en zo de eer van God laten verkondigen. Ook vandaag weer.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *