Jesaja 56:9-57:6
9 Dieren van het veld, dieren uit het woud, kom allemaal, en eet! 10 Want al mijn wachters zijn blind, ze merken niets; ze zijn stom als waakhonden die niet kunnen blaffen: hijgend liggen ze daar, ze willen alleen maar luieren. 11 Vraatzuchtige honden zijn het, onverzadigbaar. Het zijn herders zonder inzicht, allemaal gaan ze hun eigen weg, ieder belust op eigen voordeel. 12 ‘Kom, ik haal nog wat wijn, we gieten ons vol met drank. En morgen doen we het weer net zo of pakken we het nog grootser aan.’ 1 De rechtvaardige gaat te gronde en niemand bekommert zich erom; ook trouwe mensen sterven, maar niemand ziet in dat de rechtvaardige sterft doordat er onrecht heerst. 2 Toch-wie de rechte weg bewandelt zal rust hebben op zijn sterfbed en de vrede binnengaan. 3 Maar jullie, kom nageslacht van leugen en bedrog? 5 Jullie hartstocht brandt onder terebinten, onder elke bladerrijke boom. Jullie slachten kinderen in de wadi’s, onder overhangende rotsen. 6 Tussen de doden in de wadi komen jullie zelf te liggen, dat is je bestemming. Aan hen heb je immers wijnoffers gebracht en graanoffers opgedragen. Zou Ik daar vrede mee hebben?
(NBV21)
Dat krijg je er van als je de verkeerde leiders kiest. Het soort leiders in prachtige gesneden pakken, met fraaie woorden en mooie zinnen. In de dagen van Jesaja had men ook het soort leiders dat zich bezig houdt met fraaie rituelen, ze plengen wijn op de stenen in de oversteekplaatsen van de rivier. Bijgeloof en afgoderij overheersen hen. Angst is hun beste raadgever. Maar door dat soort leiders gaat zelfs de rechtvaardige ten gronde. Zich verzetten tegen roofdieren, de exorbitante zelfverrijkers en de machtige bankiers durven ze niet. Die kunnen met een gerust geweten en ongestoord de armen nog armer maken. Mensen die vasthouden aan de oude regels van samen leven, samen zorgen en samen delen kunnen doodvallen, die gaan niet met hun tijd mee. Niemand die in lijkt te zien dat degene die wil delen, die anderen tot hun recht laat komen langzaam uitsterft. Zulke mensen vindt je bijna niet meer.
Ook niet in onze dagen. Wij kiezen immers leiders die vinden dat de armen zelf de schuld hebben aan hun armoede. Wij kiezen leiders die het goed vinden dat groepen tegen elkaar opgezet worden op grond van hun geloof, een regering die zich daardoor soms laat steunen en zelfs ingeburgerde en hier opgegroeide kinderen terugstuurt naar landen waar men heel anders leeft en waar die kinderen zelfs de taal niet van spreken. Bij verkiezingen moeten we dus zeer uitkijken wie we kiezen, welke effecten de mooie praatjes van de leiders echt hebben op de armsten in onze samenleving. Worden de wachtlijsten in de sociale werkvoorziening opgeheven, met welke snelheid en welke banen worden door hen voor deze zwaksten op de arbeidsmarkt geschapen? Krijgen de mensen die aangewezen zijn op de laagste uitkeringen ook werkelijk de steun die ze nodig hebben om weer op eigen benen te gaan staan? Heffen we eindelijk de onrechtvaardige handelsverhoudingen op waardoor we steeds opnieuw gedwongen zijn acties te houden tegen hongersnoden en natuurrampen?
Zorgen we dat de aarde ook bewerkt zal kunnen worden door onze kinderen en kleinkinderen, dat ze energie hebben om zich te warmen in koude perioden? Natuurlijk kunnen die leiders zich mooi en fraai voordoen, daar zijn ze op geselecteerd. Natuurlijk kunnen ze hun leugens fraai verpakken, zodat het lijkt of er aan redelijke eisen ook echt wordt voldaan. Maar concrete maatregelen worden niet afgekondigd en de datum waarop werkelijk delen in gaat niet genoemd. Denk daar dus aan het komende jaar als er weer een stortvloed van verkiezingsretoriek over ons wordt uitgestort. Jesaja waarschuwt ons niet voor niets en gewaarschuwde mensen tellen voor twee. Wij mogen dan geen antwoorden hebben op de vragen van nood en ellende die ons bereiken, we kunnen wel de vragen stellen en herhalen zodat ze gehoord worden, dag in dag uit. Wij weten dat de God van Israël luistert, wij weten dat we ook de politici kunnen laten luisteren. Elke dag weer mogen we er aan werken, ook vandaag.