1 Samuël 17:41-54
41 Met zware stappen kwam de Filistijn op David af, voorafgegaan door zijn schildknecht. 42 Hij nam David, een knappe jongen met rossig haar, geringschattend op 43 en zei: ‘Ben ik soms een hond, dat je met een stok op me afkomt?’ En hij vervloekte David in de naam van zijn goden. 44 ‘Kom maar op,’ zei hij, ‘dan maak ik jou tot aas voor de roofvogels en de wilde dieren.’ 45 ‘Jij daagt me uit met je zwaard en je speer en je kromzwaard,’ antwoordde David, ‘maar ik daag jou uit in de naam van de HEER van de hemelse machten, de God van de gelederen van Israël, die jij hebt beschimpt. 46 Maar vandaag zal de HEER je aan mij uitleveren: ik zal je verslaan en je hoofd afhouwen, en ik zal de lijken van de Filistijnen aan de roofvogels en de wilde dieren ten prooi geven, zodat de hele wereld weet dat Israël een God heeft. 47 Dan zal iedereen hier beseffen dat de HEER geen zwaard of speer nodig heeft om te overwinnen, want Hij is degene die de uitslag van de strijd bepaalt en Hij zal jullie aan ons uitleveren.’ 48 Toen de Filistijn aanstalten maakte om David aan te vallen, was David hem te snel af. Hij rende hem tegemoet, 49 stak zijn hand in zijn tas en haalde er een steen uit, slingerde die weg en trof de Filistijn zo hard tegen het voorhoofd dat de steen naar binnen drong en de Filistijn voorover stortte. 50 Zo overwon David de Filistijn met een slinger en een steen; hij trof hem dodelijk zonder dat hij daar een zwaard bij nodig had. 51 Hij rende naar de Filistijn toe, boog zich over hem heen en trok diens zwaard uit de schede. Daarmee gaf hij hem de genadestoot en sloeg hem zijn hoofd af. Toen de Filistijnen zagen dat hun held dood was, sloegen ze op de vlucht. 52 Nu sprongen de Israëlieten en Judeeërs op, hieven de strijdkreet aan en achtervolgden hen tot aan de vallei en de poorten van Ekron. De hele weg van Saäraïm tot aan Gat en Ekron lag bezaaid met gesneuvelde Filistijnen. 53 En toen de Israëlieten van hun achtervolging terugkwamen, plunderden ze het Filistijnse legerkamp. 54 David nam het hoofd van de Filistijn mee om het naar Jeruzalem te brengen; de wapens die hij hem had afgenomen legde hij in zijn tent.
(NBV21)
Het verloop van de strijd tussen David en Goliat is over bekend. Met één steen in de slinger weet David Goliat te verslaan. Er zijn geen dure speciaal voor de oorlog ontworpen strijdmiddelen nodig om een overwinning te krijgen voor God. Nog een keer wordt de aandacht gevestigd op de betekenis van de God van Israël voor deze strijd. Het is geen strijd met de jonge David, maar met de God van Israël zelf. Goliat valt voorover en verliest zijn hoofd net als het beeld van de Filistijnse God Dagon voorover viel en zijn hoofd verloor toen de Ark van het Verbond in zijn tempel werd gezet.
De angst van Israël sloeg nu over op de Filistijnen en die sloegen op de vlucht. de Filistijnen zien het verlies van de reus Goliat als de uitkomst van een godsgericht, de strijd tussen twee goden. Gevolg is wel dat David aan het hof van Saul kwam als krijgsman. Het verhaal is zo bekend dat er diverse versies van zijn. Wij knippen de Bijbel nog wel eens in stukjes maar toen de Bijbel in Babel werd samengesteld had men ook te maken met allerlei verhalen die wel belangrijk waren maar niet samen verteld werden. Daarom was het verhaal dat David als jonge knaap als harpspeler bij Saul aan het hof was gekomen de verteller van de strijd tussen David en Goliat onbekend. Het hoofd van Goliat zal nog lang in de geschiedenis van Israël tot de verbeelding spreken.
Het hoofd in de tempel in Jeruzalem wijst er op dat de versie van het verhaal zoals dat in de Bijbel staat een late versie is. Jeruzalem zal pas veel later een rol in het verhaal van David spelen. Het zwaard ontmoeten we al eerder in het verhaal van David. Als die bij de Tabernakel in Nob het brood van de tafel voor de toonbroden eet krijgt hij het zwaard van Goliat om zich tegen Saul te verdedigen. Wij mogen vooral letten op de rol van de Weg van de God van Israël, dat wat wij wet noemen en dat zich laat samenvatten in het heb uw naaste lief als uzelf als de manier om God lief te hebben boven alles. Opkomen voor het recht van de armen zullen de profeten het gaan noemen. Opkomen voor het recht van de armen wordt ook vandaag nog van ons gevraagd. Het heeft geen zware wapens nodig maar alleen onze eigen inzet. We mogen er elke dag opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.