Om alles te maken

Exodus 35:10-26

10 Alle vaklieden moeten zich melden, om alles te maken waartoe de HEER opdracht heeft gegeven: 11 de tabernakel met het bijbehorende dekkleed en alle haken, planken, dwarsbalken, palen en voetstukken, 12 de ark met de draagbomen, de verzoeningsplaat en het voorhangsel, 13 de tafel met de draagbomen, alle bijbehorende voorwerpen en het toonbrood, 14 de kandelaar met de bijbehorende voorwerpen, de lampen en de lampolie, 15 het reukofferaltaar met de draagbomen, de zalfolie, het geurige reukwerk en het gordijn dat de ingang van de tabernakel afschermt, 16 het brandofferaltaar met het bronzen hekwerk, de draagbomen en alle bijbehorende voorwerpen, het wasbekken met het onderstel, 17 de doeken voor de omheining, de palen, de voetstukken en het gordijn voor de ingang van de afgeschermde ruimte, 18 de pinnen en touwen van de tabernakel en die van de omheining, 19 en de ambtsgewaden voor de dienst in het heiligdom, de heilige kleding voor de priester Aäron en de kleding die zijn zonen moeten dragen wanneer zij als priester dienstdoen.’ 20 Hierop gingen de Israëlieten uiteen, 21 en ieder die daartoe van harte bereid was, kwam bij Mozes terug met een geschenk voor de HEER als bijdrage voor de vervaardiging van de ontmoetingstent, de inrichting daarvan of de heilige kleding. 22 Alle mannen en vrouwen die bereid waren de HEER iets van goud af te staan, kwamen sierspelden, neusringen, vingerringen, halssieraden en allerlei andere gouden voorwerpen brengen. 23 Iedereen die in het bezit was van blauwpurperen, roodpurperen of karmozijnrode wol, fijn linnen garen, geitenhaar, roodgeverfde ramsvellen of zeekoevellen bracht dat ook. 24 Anderen schonken de HEER zilver of koper, en weer anderen brachten het acaciahout dat ze hadden en dat voor tal van voorwerpen nodig was. 25 Vrouwen die de kunst van het spinnen verstonden, sponnen eigenhandig blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en fijn linnen garen en stonden dat af. 26 Andere vrouwen, die dat graag deden en er bedreven in waren, sponnen geitenhaar.(NBV21)

Het dagelijks leesrooster van het Bijbelgenootschap dat we hier al sinds 2005 volgen maakt vandaag een rare sprong. We lazen tot gisteren het verhaal over het Gouden Kalf uit Genesis 34, tot en met vers 9, en vandaag springen we schijnbaar zo maar naar het volgende verhaal uit Genesis 35, vanaf vers 10. Het lijkt wel een typefout maar we kunnen eigenlijk niet anders dan de sprong meemaken en lezen wat in het roosteer aangegeven staat. We weten al dat Mozes een tweede kans kreeg en nieuwe stenen platen liet graferen door God met de richtlijnen voor het volk. Maar dat verhaal over het Gouden Kalf had nog een element, beelden maken was het eerste, maar er was ook de behoefte aan een centraal punt, waar het volk religieus kon zijn, hun Godsdienst kon beleven.

Mozes verzamelde het volk daarom en gaf de opdracht de tent der ontmoeting om te bouwen tot een religieus centrum, de Tabernakel. Dat was dus een andere manier van verzamelen dan Aäron had gedaan. Aäron had offers gevraagd, goud en zilver. Mozes vroeg mensen, iedereen moest meewerken aan het maken van het Heiligdom waar God te ontmoeten was. Natuurlijk waren er ook spullen nodig, hout, gouden voorwerpen, linnen, zilver voor kandelaars en bekers, kleding voor de priesters. Edelstenen voor de loterij waarin God zich duidelijk kon maken. Maar voorop stond het werk, timmeren, smeden, spinnen en weven.

Dat heiligdom krijgt al vorm in de voorwerpen die verzameld, die gemaakt werden en die genoemd werden. Een prachtig heiligdom dat je kon oppakken aan draagstokken en mee kon nemen op de reis door de woestijn naar dat onbekende land dat overvloeide van melk en honing. Toch zou het geen Heiligdom worden zoals de Heidenen hadden, zoals ze ook in Egypte zo uitgebreid hadden gezien. Geen beeld van God zou het hart van het Heiligdom zijn maar de richtlijnen voor de menselijke samenleving die Mozes op stenen platen had gekregen. Een niet religieus heiligdom, daar kon je God niks afsmeken, maar daar kon je laten zien dat je je aan zijn verbond wilde houden. Dat liet je zien door te delen met God, zijn priesters en levieten te eten wilde geven. En zo kunnen we dat nog altijd laten zien. Delen met de minsten, elke dag opnieuw.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *