Het licht van haar gerechtigheid

1 Omwille van Sion zal ik niet zwijgen, omwille van Jeruzalem ben ik niet stil, totdat het licht van haar gerechtigheid daagt en de fakkel van haar redding brandt. 2 Alle volken zullen je gerechtigheid zien, alle koningen je luister. Men zal je noemen bij een nieuwe naam die de HEER zelf heeft bepaald. 3 Je zult een schitterende kroon zijn in de hand van de HEER, een koninklijke tulband in de hand van je God. 4 Men noemt je niet langer Verlatene en je land niet langer Troosteloos oord, maar je zult heten Mijn verlangen en je land Gehuwde. Want de HEER verlangt naar jou en je land wordt ten huwelijk genomen. 5 Zoals een jongeman een meisje tot vrouw neemt, zo zullen jouw zonen jou ten huwelijk nemen, en zoals de bruidegom zich verheugt over zijn bruid, zo zal je God zich over jou verheugen. 6 Jeruzalem, ik heb wachters op je muren gezet die nooit zullen zwijgen, dag noch nacht. Jullie die de HEER aanroepen, gun jezelf geen rust 7 en gun Hem evenmin rust, totdat Hij Jeruzalem weer heeft gegrondvest en haar roem op aarde heeft bevestigd. 8 De HEER heeft
gezworen bij zijn rechterhand en bij zijn sterke arm: ‘Nooit meer geef Ik jullie graan aan je vijanden te eten, nooit meer zullen vreemdelingen de wijn drinken waarvoor jullie je hebben afgemat. 9 Zij die het graan oogsten,
zullen er ook van eten en ze zullen de HEER erom prijzen; zij die de druiven plukken, zullen ervan drinken in de voorhoven van mijn heiligdom.’ 10 Ga door de poorten, ga erdoorheen, maak de weg vrij voor het volk. Ruim baan! Effen de weg en verwijder de stenen, steek het vaandel op voor de volken. 11 De HEER laat overal
horen, tot aan de einden der aarde: ‘Verkondig aan vrouwe Sion: “Je redder komt! Zijn loon heeft Hij bij zich, zijn beloning gaat voor Hem uit.”’12 Dan noemt men hen Het heilige volk, Volk dat door de HEER is vrijgekocht, en jij zult Geliefde heten, Nooit verlaten stad. (NBV21)

Waar is die God van Israël? Bestaat die God van Israël wel? Moet je nagaan, het hele volk wordt weggevoerd. Een ander volk komt er zelfs voor in de plaats. De Tempel is verwoest , de tempelschatten zijn geroofd en als buit door overwinnaars meegevoerd. De God van dat volk en van die stad die deugt niet, die heeft het onderspit gedelfd. Dat is de reactie van de ongelovigen die rondom Israël woonden. Hoewel een volk als de Edomieten zelfs nog als broedervolk werd beschouwd deden ook die mee, zij aanbaden immers ook de God van Israël niet. Maar een handjevol achterblijvers en een grote groep ballingen bleef geloven dat de God van Israël de machtigste en eigenlijk de enige God op aarde was.

Opnieuw moest hun godsdienst worden doordacht. Opnieuw moesten de verhalen verzameld worden en bestudeerd. Zo is een groot deel van de Bijbel ontstaan in Babel waarheen de ballingen waren gevoerd. Daarheen had men de oude verhalen en oude geschriften van Tempel en paleis meegenomen. Opnieuw werden ze geredigeerd, fouten er uit gehaald en nieuw op een rij gezet. Daar werd weer ontdekt dat de God van Israël een God is die met je meetrekt en dat je daar op moet rekenen. Zoals Abraham op weg ging, zoals het volk Israël door de woestijn trok, zo zou ook die God van Israël mee gaan in de ballingschap. Er waren mensen geweest, profeten, als Jesaja, Jeremia en Ezechiël die hadden gezegd dat als het volk weer opnieuw zou gaan geloven in de God van Israël ze een nieuwe kans in hun land zouden krijgen. En uiteindelijk gebeurde dat ook, na lange tijd, toen Cyrus de opdracht gaf om de Tempel en Jeruzalem te herbouwen en de ballingen die terugkeerden de geroofde tempelschatten weer teruggaf.

In het boek Jesaja vinden we vandaag de reactie op de spotternij van de omringende volken. Jeruzalem zal niet langer een verlatene genoemd worden. Er is nog steeds een God die zich over Jeruzalem ontfermt, een God die voor de herbouw zorgt, die zorgt voor een heilig volk. Alle volken mogen dat horen, op de Tempelberg Sion verschijnt weer de Tempel en het volk, de stad en Tempel worden er naar genoemd, Sion. Maar het is en blijft dezelfde bijzondere Tempel van die bijzondere godsdienst. Geen beeld staat er in, maar het is het huis van de Liefde. Gerechtigheid gaat er van uit. Het is de Tempel van heb Uw naaste lief als Uzelf. Zo mogen ook wij dus antwoorden op onze vraag waar onze God is, dat die meetrekt als wij de minsten op de aarde helpen, de slachtoffers van overstromingen en hongersnoden, de armsten in ons eigen land en in de wereld, als we huizen bouwen voor daklozen en boeren kansen geven eerlijke landbouwprodukten te bouwen en te verhandelen tegen een eerlijke beloning. Daar is onze God aanwezig die ons elke dag opnieuw op weg stuurt om voor zijn kinderen te zorgen, ook vandaag weer.

 

Een genadejaar

Jesaja 61:1-11

1 De geest van God, de HEER, rust op mij, want de HEER heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft Hij mij gezonden, om aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan geketenden hun bevrijding, 2 om een genadejaar van de HEER uit te roepen en een dag van wraak voor onze God, om allen die treuren te troosten, 3 om aan Sions treurenden te schenken: een kroon op hun hoofd in plaats van stof, vreugdeolie in plaats van rouw, feestkledij in plaats van verslagenheid. Men noemt hen Terebinten van gerechtigheid, geplant door de HEER als teken van zijn luister. 4 Wat al eeuwen verwoest ligt, zullen zij herbouwen, de lang verlaten streken weer bevolken; ze herstellen de vervallen steden, door vroegere generaties verlaten. 5 Vreemden staan je ten dienste en hoeden je schapen, vreemdelingen bewerken je akkers en wijngaarden. 6 En jullie worden priesters van de HEER genoemd, dienaren van onze God zul je heten. Je zult je tegoed doen aan de rijkdom door vreemde volken vergaard, je zult je met hun luister bekleden. 7 In plaats van schande en smaad zul je een dubbele vergoeding ontvangen, je zult juichen over je lot: van het land zul je dubbel erven en eeuwige vreugde is je deel. 8 Want Ik, de HEER, heb het recht lief, Ik haat offers van roofgoed. Ik zal hen getrouw belonen, een eeuwig verbond sluit Ik met hen. 9 Hun kinderen zullen vermaard zijn bij alle volken, elke natie kent hun nageslacht. Dan zullen allen die hen zien erkennen: ‘Dat zijn de kinderen die de HEER heeft gezegend.’ 10 Ik vind grote vreugde in de HEER, mijn hele wezen jubelt om mijn God. Hij deed mij het kleed van de redding aan, hulde mij in de mantel van de gerechtigheid, zoals een bruidegom een kroon opzet, zoals een bruid zich tooit met haar sieraden. 11 Want zoals de aarde haar gewassen voortbrengt, zoals een tuin het gezaaide laat ontkiemen, zo laat God, de HEER, gerechtigheid ontkiemen en glorie voor het oog van alle volken. (NBV21)

Het klinkt mooi vroom. De geest van God de Heer, die op de profeet rust. God de Heer die de profeet zelf heeft gezalfd. De profeet mag vast wel preken, voor de zieligerds, de armen in de samenleving, daar heeft hij goed nieuws voor. Een genadejaar voor de Heer. Nou dat is prachtig maar wat hebben we er aan. Als we dit Bijbelgedeelte zo lezen dan hebben we de hele Bijbel niet helemaal begrepen. Of misschien wel helemaal niet. De profeet spreekt hier over een nieuw begin, een nieuwe start voor zijn samenleving. De ballingen zijn teruggekeerd uit de ballingschap, de Tempel en Jeruzalem zijn herbouwd en nu kan het beginnen, de samenleving zoals de God van Israël die altijd al heeft bedoeld. Dat is het goede nieuws, want eindelijk zal aan de armen recht worden gedaan.

Niet, net als sommige politici doen, de armen zelf de schuld geven van hun armoede, maar ze de kansen geven om uit de armoede te komen, ze uitdagen om aan de samenleving mee te doen en ze daar ook de ruimte voor te geven. Dan krijgen verslagen harten hoop, mensen die bij de pakken neer zitten en geen uitweg meer zien staan op en gaan weer aan de slag om er uit te komen. Mensen die gevangen zitten in hun ellende worden daarvan bevrijd, je zit niet langer vast aan je schulden, aan de fouten die je in je leven hebt gemaakt, de samenleving zorgt voor bevrijding en een nieuwe start. Ooit was het in Israël al beloofd, elke 50 jaar zou het genadejaar van de Heer worden uitgeroepen. Schulden werden kwijtgescholden, slaven vrijgelaten en als je familie het land was kwijtgeraakt dat onder Jozua was gegeven dan zou je dat weer terugkrijgen om een nieuwe start te kunnen maken. De nieuwbouw van de Tempel en de Stad is nu het sein om de treurenden om het verlies en de ballingschap te troosten. De profeet voelt zich meer en meer verbonden met de God die dat mogelijk heeft gemaakt.

In een nieuwe samenleving zoals die is beloofd, zoals die mogelijk is gemaakt zal gerechtigheid ontkiemen, daar zullen alle volken jaloers op worden. Veel later, in de donkerste uren van de Romeinse bezetting van Israël, zal Jezus van Nazareth zich deze woorden toe-eigenen, blinden zullen zien, lammen zullen lopen, bedroefden worden getroost en bevrijding aan de armen verkondigd. Dat is het gevolg van zijn roep om een nieuwe samenleving op te bouwen. Een samenleving waartoe ook Johannes de Doper toe had opgeroepen. Dat gaat er dus gebeuren als we ernst maken met het heb Uw naaste lief als Uzelf, als we werkelijk weten te delen met de armsten in plaats van de armen nog armer te maken. Daarvoor zullen we deze regering misschien moeten afwijzen zodra we de kans daarvoor hebben. Daarvoor zullen we samen moeten gaan werken met iedereen die verlangt naar die rechtvaardige samenleving, Maar dat kunnen en mogen we elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

 

Een weg banen

Marcus 1:1-13

1 Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God. 2 Er staat geschreven bij de profeet Jesaja: ‘Let op, Ik zend mijn bode voor Je uit, hij zal Je een weg banen. 3 Een stem roept in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!”’ 4 En zo is het gebeurd toen Johannes ging dopen in de woestijn en de mensen opriep tot inkeer te komen en zich te laten dopen, om vergeving van zonden te krijgen. 5 Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, waarbij ze hun zonden beleden. 6 Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. 7 Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die machtiger is dan ik; ik ben het zelfs niet waard om voor Hem te bukken en de riemen van zijn sandalen los te maken. 8 Ik heb jullie gedoopt met water, maar Hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’ 9 In die tijd kwam ook Jezus daarheen, vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, en liet zich door Johannes dopen in de Jordaan. 10 Op het moment dat Hij uit het water omhoogkwam, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, 11 en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in Jou vind Ik vreugde.’ 12 Meteen daarna dreef de Geest Hem de woestijn in. 13 Veertig dagen bleef Hij in de woestijn, waar Hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen dienden Hem. (NBV21)

Vandaag lezen we het begin van het Goede Nieuws verhaal zoals Marcus dat heeft opgeschreven. Dit verhaal wordt in het algemeen aangemerkt als het oudste van de vier Evangeliën. Het is duidelijk dat Matteüs en Lucas in elk geval dit Evangelie al hebben gekend toen hun Evangelie werd geschreven en dat het Evangelie van Johannes veel later werd geschreven. Wie die Marcus is weten we niet precies. Wat zijn goed nieuws verhaal inhoudt weten we des te beter. Marcus begint niet met een geboorteverhaal maar sluit aan bij een verhaal over een vroeg optreden van Jezus van Nazareth. Marcus beschrijft eerst een profeet die wel zeer populair moet zijn geweest. Er staat dat alle inwoners van Judea en Jeruzalem zich lieten dopen door Johannes. Nu waren er in die tijd allerlei profeten en messiassen die allemaal meer of minder populair waren, maar volgens de Bijbel stak die Johannes er met kop en schouders boven uit. Hij riep de mensen op om tot inkeer te komen en als teken daarvan zich te laten dopen.

Johannes greep daarbij terug op de oude Bijbelse profeten als Maleachi en Jesaja die opgeroepen hadden als volk weer te gaan leven volgens de richtlijnen die de God van Israël ooit in de woestijn aan het slavenvolk had gegeven, in “je naaste liefhebben als jezelf” kon dat worden samengevat. Johannes voedde de algemene verwachting dat er een bevrijder, Messias, zou komen die het volk Israel zou bevrijden van de bezetting door de Romeinen. Of hij kon vermoeden dat die bevrijding zo heel anders zou verlopen als in het algemeen werd verwacht vermeld de geschiedenis niet. Marcus beschrijft hoe Jezus van Nazareth een visioen krijgt dat hij wel eens die Messias zou kunnen zijn en zich terugtrekt in de Woestijn om met die gedachte in het reine te komen. Pas nadat Johannes gevangen is genomen, door koning Herodes Antipas, trad Jezus van Nazareth op. De enorme populariteit van Johannes was dus uitgelopen op zijn gevangenschap.

Maar de enorme populariteit van de boodschap van Johannes moest toch betekenen dat het Koninkrijk van God niet ver zou moeten zijn. Als immers iedereen tot inkeer komt en gaat leven volgens de Goddelijke richtlijn eerlijk te delen, volgens rechtvaardigheid en liefde, dan breekt vanzelf het Koninkrijk van God aan. Dat was het goede nieuws dat Jezus van Nazareth ging vertellen. Wij weten dat hij het Goede Nieuws ook ging leven, mensen genezend en vertellend over hoe je dat Koninkrijk kunt binnen gaan. Dat leven volgens het goede nieuws hield zelfs niet op met zijn dood, ja tegen de dood kwam de opstanding. Dat maakt dat wij er allemaal deel aan mogen hebben. We mogen ook tot inkeer komen en niet langer gaan leven voor onszelf maar voor onze naaste die ons juist nu zo hard nodig heeft. Dat is ook vandaag nog steeds het Goede Nieuws, het allerbeste nieuws voor iedereen.

De jonge scheuten

Jesaja 60:10-22

10 Vreemdelingen zullen je muren herbouwen, hun koningen staan je ter beschikking. Ik heb je geslagen in mijn woede, in mijn mededogen zal Ik me over je ontfermen. 11 Je poorten zullen nooit gesloten worden, dag en nacht zullen ze openstaan, zodat de rijkdom van vreemde volken kan binnenstromen, met de koningen die worden meegevoerd. 12 Elk volk of koninkrijk dat weigert jou te dienen, zal ten onder gaan; al die volken zullen worden verdelgd en vernietigd. 13 De luister van de Libanon, den, sneeuwbal en cipres, ze zullen bij je komen, om mijn heiligdom luister bij te zetten; zo eer Ik de plaats waar mijn voeten rusten. 14 Met gebogen hoofd zullen ze komen, de zonen van je onderdrukkers, en iedereen die jou verachtte zal zich aan je voeten neerwerpen. Ze noemen je Stad van de HEER, Sion van de Heilige van Israël. 15 Eens was je verlaten en gehaat en werd je door niemand bezocht, maar Ik zal je eeuwige roem verlenen, geslacht op geslacht zul je een bron van vreugde zijn. 16 Je zult de melk van vreemde volken drinken, je wordt gezoogd door koninklijke borsten. Dan zul je beseffen dat Ik, de HEER, je redder ben, je bevrijder, de Machtige van Jakob. 17 In plaats van koper zal Ik je goud brengen, in plaats van ijzer breng Ik zilver, koper in plaats van bomen, ijzer in plaats van stenen. Ik laat vrede over je waken en gerechtigheid over je heersen. 18 Van geweld in je land wordt niets meer vernomen, noch van verwoesting en rampspoed binnen je grenzen. Je zult je muren Redding noemen en je poorten Roem. 19 Overdag is het licht van de zon niet meer nodig, de glans van de maan hoeft je niet te verlichten, want de HEER zal voor altijd je licht zijn, je God zal je zijn luister schenken. 20 Je zon zal niet meer ondergaan, je maan niet meer verbleken, want de HEER zal voor altijd je licht zijn. De dagen van je rouw zijn voorbij. 21 Je volk telt enkel nog rechtvaardigen, zij zullen het land voorgoed bezitten. Zij zijn de jonge scheuten van wat Ik heb geplant, Ik heb hen gemaakt als teken van mijn luister. 22 De geringste groeit uit tot een duizendtal, de kleinste tot een machtig volk. Ik, de HEER, zal dit spoedig volvoeren, wanneer de tijd is gekomen. (NBV21)

Je zult net de vreemdelingen uit je land hebben verwijderd omdat je nu eenmaal niet van vreemdelingen houdt. Die hebben maar rare geloven, spreken je taal niet en hebben gewoonten en opvattingen waar je niks van moet hebben. En dan komt er een profeet die namens God komt vertellen dat het die vreemdelingen zijn die je stad weer moeten opbouwen. Ja die zelfs zullen zorgen voor je welvaart. Hier gaat het er om dat Jeruzalem weer het hart van de wereld wordt. In de poorten van de stad wordt in het Oude Testament recht gesproken. Als de poorten nooit gesloten worden dat zwijgt de stem van het recht nooit meer. Het recht dat aan mensen wordt gedaan volgens de Wet van de Liefde, de Wet van delen met elkaar.

Daarom komt de rijkdom van vreemde volken de stad binnengestroomd en buigen de koningen zich naar de stad van het recht. Volken die niet meedoen zullen ten onder gaan. Het wordt een vruchtbare stad waar de den, de kamperfoelie en de cipres zullen bloeien en geuren. Recht en gerechtigheid gaan eigenlijk nooit van het gezag uit, maar wonen in de harten van de mensen. Maar het zal duidelijk zijn dat Jesaja hier een ideale samenleving schetst. Een samenleving waar het voor altijd licht zal zijn, waar geen dagen van rouw meer voorkomen, een samenleving waar geen boeven meer voorkomen want er wonen alleen nog rechtvaardigen. Een land waar terroristen ontbreken omdat ook hun doelen zijn bereikt.Ooit was het land onder het volk Israël verdeeld en hield men er rekening mee dat elke familie om de vijftig jaar weer opnieuw zou moeten kunnen beginnen, dat is niet meer nodig want het land blijft voorgoed in het bezit.

Het ideaal van een samenleving waarin geen rouw meer is, waar alle tranen zijn gedroogd, waar hongerigen zijn gevoed en dorstigen voldoende drinken hebben gehad, waar geen kinderen meer sterven voor hun tijd en vrouwen niet meer worden verkracht, waar wapens zijn omgesmeed tot ploegscharen en waar alle volken het heb Uw naaste lief als Uzelf tot grondregel hebben verklaard, die samenleving is te mooi om waar te zijn maar ook te mooi om los te laten. Misschien is de tijd nog niet gekomen dat we er als mensheid aan toe zijn, maar altijd zijn er mensen die er voor opstaan, die er voor in beweging komen, die er zelfs hun leven voor over hebben. Als we niet als dood aan de kant willen blijven zitten kunnen we ook in beweging komen voor die samenleving, elke dag opnieuw, dat geeft pas zin aan het leven, ook vandaag weer.

Sla je ogen op

Jesaja 60:1-9

1 Sta op en schitter, je licht is gekomen, over jou schijnt de luister van de HEER. 2 Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt de HEER, zijn luister is boven jou zichtbaar. 3 Volken laten zich leiden door jouw licht, koningen door de glans van je schijnsel. 4 Sla je ogen op, kijk om je heen: ze stromen in drommen naar je toe; je zonen komen van ver, je dochters worden op de heup gedragen. 5 Je zult stralen van vreugde als je het ziet, je hart zal van blijdschap overslaan. De schatten van de zee zullen je toevallen, de rijkdom van vreemde volken valt je in de schoot. 6 Een vloed van kamelen zal je land overspoelen, jonge kamelen uit Midjan en Efa. Uit Seba komen ze in groten getale, beladen met wierook en goud. Zij verkondigen de roemrijke daden van de HEER. 7 Alle schapen en geiten van Kedar worden voor jou bijeengedreven, Nebajots rammen staan je ter beschikking; ze worden als offer op mijn altaar aanvaard. Mijn tempel zal Ik in alle luister herstellen. 8 Wie zijn het die daar zweven als een wolk, die komen aanvliegen als duiven naar hun til? 9 De kustlanden hebben hun hoop op Mij gevestigd. De schepen uit Tarsis gaan voorop om je kinderen van verre terug te brengen; ze hebben zilver en goud bij zich tot eer van de naam van de HEER, je God, de Heilige van Israël, die jou deze luister heeft verleend. (NBV21)

Wat een prachtige oproep klinkt ons hier tegemoet. Het is een oproep die vaak in het begin van januari wordt gelezen. Dat schitteren doet natuurlijk denken aan de wijzen uit het oosten. Maar in de kerken wordt ook het feest van de verschijning van de Heer gevierd met het lezen van de verhalen over het eerste optreden van Jezus van Nazareth, de doop in de Jordaan, de bruiloft in Kana en zo. De profeet uit het boek Jesaja richtte de oproep aan Jeruzalem, de stad waar de leer van de Liefde werd bewaard en die totaal verwoest was. De bevolking was in ballingschap weggevoerd en er restte alleen nog een puinhoop. In die totale duisternis klinkt dan de oproep van de profeet om op te staan en te schitteren. Is dat nu geloofwaardig? Zien wij tuinen bloeien in Darfur en dorpen zich ontwikkelen in Gaza waar vrede van uitgaat? Zien wij Kenia de leiding nemen van de vredestichters in Afrika? Keren de vluchtelingen terug naar Irak en wordt het vrede in Koerdistan?

In ditzelfde boek staat ook dat beeld over de leeuw en het lam die samen zullen eten en over dat kind dat zal spelen in het hol van de slang. Wie om zich heen kijkt in de wereld zal die mooie beeldsprak wel net zo ongeloofwaardig vinden. Overal zien we oorlogen en horen we geruchten van oorlogen en er lijkt geen eind aan te komen.Toch staat in dit gedeelte een sleutel voor de bevrijding van de armen Er staan nogal wat namen van volken in die bijdragen aan de bevrijding. Midjan en Efa leveren kamelen, Seba levert zelfs zeer veel kamelen beladen met wierook en goud. Kedar levert schapen en geiten, de rammen komen uit Nebajot en uit Tarsis komen de schepen die de vluchtelingen terug brengen. Bij Jesaja zijn dat dan de ballingen die uit ballingschap terug keren. Als iedereen meedoet kan de verwoeste stad inderdaad opnieuw schitteren. Vele volkeren waren betrokken bij de bevrijding van de zwarten in Zuid-Afrika waar blanken en zwarten gevangen zaten in het systeem van Apartheid.

Nelson Mandela, die zo lang gevangen zat op het Robbeneiland, schitterde als lid van het gezelschap van wijze oudere staatslieden die ons van raad kunnen voorzien. Hij was immers in staat de wraak voor het lijden van hem en zijn volk uit de weg te gaan en vreedzaam een samenleving op te bouwen. Bij die raad van wijzen was hij in gezelschap van onder meer Aartsbisschop Desmond Tutu en president Jimmy Carter. We zullen het samen moeten doen zo klinkt hub oproep ook aan ons gericht. Wij kunnen samen Darfur laten schitteren, wij kunnen vrede brengen in Kenia, Congo, Jemen, Oekraïne en Palestina. Wij kunnen de armen bevrijden. We kunnen beginnen internationale organisaties te ondersteunen bij hun werk. Wij kunnen onze politici aanspreken op hun verantwoordelijkheid en de noodzaak de onrechtvaardige tolmuren af te schaffen. Wij kunnen boodschappen doen bij Fair Trade en een begin maken met rechtvaardige handel. En waarom zouden we zelf niet opstaan en schitteren.

Recht doen aan de zwakken

Psalm 72

1 Van Salomo. Geef, o God, uw wetten aan de koning, uw gerechtigheid aan de koningszoon. 2 Moge hij uw volk rechtvaardig besturen, uw arme volk naar recht en wet. 3 Mogen de bergen vrede brengen aan het volk en de heuvels gerechtigheid. 4 Moge hij recht doen aan de zwakken, redding bieden aan de armen, maar de onderdrukker neerslaan. 5 Moge hij leven zolang de zon bestaat, zolang de maan zal schijnen, van geslacht op geslacht. 6 Moge hij zijn als regen die valt op kale akkers, als buien die de aarde doordrenken. 7 Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien, de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat. 8 Moge hij heersen van zee tot zee, van de Grote Rivier tot aan de einden der aarde. 9 Laten de woestijnbewoners voor hem buigen, zijn vijanden het stof van zijn voeten likken. 10 De koningen van Tarsis en de kustlanden, laten zij hem geschenken brengen. De koningen van Seba en Saba, laten ook zij hem schatting afdragen. 11 Laten alle koningen zich neerwerpen voor hem, alle volken hem dienstbaar zijn. 12 Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept, wie zwak is en geen helper heeft. 13 Hij ontfermt zich over weerlozen en armen, wie arm is, redt hij het leven. 14 Hij verlost hen van onderdrukking en geweld, hun bloed is kostbaar in zijn ogen. 15 Leve de koning! Men zal hem goud van Seba schenken, zonder ophouden voor hem bidden, hem zegen toewensen, dag aan dag. 16 Er zal overvloed van koren zijn in het land, zelfs op de toppen van de bergen. Rijpe aren zullen golven als de bossen van de Libanon. Vanuit zijn stad zal voorspoed ontluiken als jong groen op de aarde. 17 Zijn naam zal eeuwig bestaan, zijn naam zal voortleven zolang de zon zal schijnen. Dankzij hem zal men zich gezegend noemen, en alle volken prijzen hem gelukkig. 18 Geprezen zij God, de HEER, de God van Israël. Hij doet wonderen, Hij alleen. 19 Geprezen zij zijn luisterrijke naam, voor eeuwig. Moge zijn luister heel de aarde vervullen. Amen, amen. 20 Hier eindigen de gebeden van David, de zoon van Isaï. (NBV21)

We zingen vandaag een Koningspsalm met de kerk mee, met als boodschap dat die Koning voor kleine mensen bereikbaar is. Het gaat het vandaag over wijsheid. Daarom wordt deze Psalm aan Salomo toegeschreven. En wijsheid is het gerechtigheid te krijgen van de Koning, van je regering dus. Vooral voor het arme volk moeten recht en wet worden toegepast. Hoe bang de rijken ook zijn voor aanslagen en terreur het gaat niet aan, ook straks bij een nieuwe regering niet, om zonder stevige verdenkingen bij arme mensen binnen te vallen en daar de boel te vernielen. Juist de mensen die hoog geplaatst zijn, de bergen, zouden er extra op gebrand moeten zijn om vrede te brengen. En haat, angst en geweld brengen alleen oorlog en onvrede. Het antwoord op de aanslagen in Israël is dus niet meer geweld, roepen dat het oorlog is, het antwoord op geweld is vrede stichten, dat is veel moeilijker.

Een goede regering biedt redding aan de armen volgens deze Psalm en daar mogen we een regering die 1 miljard heeft bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking aan afmeten. Een regering die recht en vrede brengt slaat de onderdrukkers van de armen neer, zorgt voor goede regels in arbeidsverhoudingen en bescherming tegen gevaren. Dan alleen mag een regering lang blijven leven, desnoods zolang de zon bestaat en de maan zal schijnen. Wij hebben regeringen die we op tijd moeten zien te vervangen. Maar een werkelijk rechtvaardige regering, die weet van delen tussen armen en rijken, geeft vruchtbaarheid, zoals regen die valt op kale akkers. Het is een streven dat we uitstrekken tot de hele bewoonde wereld. In deze Psalm wonen de bewoners van de woestijn in het oosten, Tarsis en de kustlanden zijn het westen, de koningen van Seba en Saba vormen het zuiden en in het noorden wonen de vijanden. Voor Israël waren dat Aram, Assyrië en Babel.

En echte vrede krijg je pas als je iedereen daarin mee krijgt. Als alle volken recht en gerechtigheid nastreven en weet hebben van delen met de zwaksten in de wereld. Een wereldregering die daar naar streeft zal vruchtbaarheid brengen voor iedereen in de wereld. Dan zal er eten genoeg zijn voor alle mensen. Dan is de armoede de wereld uit en blijft het niet bij afspraken tussen de volken waarop door rijke volken als de onze bezuinigd kan worden als het de rijken beter uitkomt. Van een regering die eerst oog heeft voor de armsten en de zwaksten gaat goedheid uit, gaat zegen uit zegt de Bijbel dan, die is gezegend. En vergeet niet: het is de God van Israël die ons die droom schenkt, die ons inspireert om in zijn geest aan die droom te werken, die ons de kans geeft ook in het nieuwe jaar elke dag daarmee opnieuw te beginnen. Die ons die kans dus ook vandaag weer schenkt.

 

Hoezo bestelen we U?

Maleachi 3:6-12

6 Ik, de HEER, ben niet veranderd, en jullie gedragen je nog altijd als nakomelingen van Jakob. 7 Jullie voorouders hielden zich al niet aan mijn geboden, en ook jullie doen dat niet. Keer terug naar Mij-zegt de HEER van de hemelse machten-,dan zal Ik naar jullie terugkeren; en jullie zeggen: ‘Hoezo moeten we terugkeren?’ 8 Vinden jullie dat een mens God mag bestelen? Toch bestelen jullie Mij, en zeggen dan: ‘Hoezo bestelen we U?’ Door de tienden en de andere heffingen achter te houden! 9 Jullie zijn vervloekt en nogmaals vervloekt, en toch blijft het hele volk Mij bestelen. 10 Stel Mij maar eens op de proef-zegt de HEER van de hemelse machten. Breng alle tienden naar mijn voorraadkamer, zodat er voedsel in mijn tempel is, en zie dan of Ik niet de sluizen van de hemel voor jullie open en zegen in overvloed op je land laat neerdalen. 11 Ik zal de sprinkhaan onschadelijk maken zodat hij de opbrengst van je akkers niet meer kan verwoesten, en de druiventros zal niet meer verdorren in je wijngaarden-zegt de HEER van de hemelse machten. 12 Alle volken zullen jullie gelukkig prijzen, want jullie zullen wonen in een heerlijk land-zegt de HEER van de hemelse machten. (NBV21)

Er verandert niet veel aan de mensen door de eeuwen heen. In deze profetie wordt al gewezen op het volk Israël, de nakomelingen van Jacob die sinds de intocht in het land dat overvloeide van melk en honing niet veranderden. Waarin niet? In het volgen van de richtlijnen voor de menselijke samenleving die ze in de woestijn van God hadden gekregen. Dat konden ze dus niet volhouden. Samen delen en zorgen voor je naaste als voor jezelf. Daarbij hoort dan ook de afdracht aan de Tempel, de tienden. Niet iedereen kan immers altijd hetzelfde opbrengen. Toch zal iedereen de rituele maaltijd moeten kunnen vieren met de Levieten, de familie, de armen de vreemdelingen. Daarvoor is een Tempelschat, een belasting die dient om het delen van het hele volk mogelijk te maken. En het niet betalen van belasting wordt in deze profetie “stelen van God” genoemd. Een zware misdaad. Vandaag de dag lijkt die misdaad soms wel verworden tot een nationale sport. Hoe zorgen we dat we weinig of geen belasting betalen over ons inkomen.

Hoe rijker men is hoe meer de sport wordt bedreven en hoe handiger het ontduiken van belasting gedaan wordt. De armsten in ons land betalen dus naar verhouding de meeste belasting en de rijken krijgen naar verhouding de meeste subsidie. Geen wonder dus dat de inkomensverschillen toenemen en de sociale onvrede oploopt. Het wordt tijd om dat te bestrijden. De accijnsverhogingen op fossiele brandstoffen worden met drogredenen bestreden. De opbrengst zou niet aan de wegen worden besteed of aan CO2 reductie. De opbrengst zou in de algemene middelen verdwijnen. Maar CO2 reductie moet gebeuren door bomen te planten, en boeren te helpen.Die bomen en de boeren worden betaald uit de algemene middelen. Het idee om rijken toch iets meer te belasten dan de armen wordt met hoongelach begroet. Dan gaan ze naar het buitenland en dan nemen ze werkgelegenheid mee en neemt de armoede dus toe. Dat de vraag naar producten mee de werkgelegenheid bepaald wordt verzwegen want dan zou een forse verhoging van de laagste inkomens te rechtvaardigen zijn,

Om de werknemers te dwingen later met pensioen te gaan moet het slecht gaan met de pensioenfondsen die hun geld in aandelen hebben belegd. Dus horen we over dalende aandelenprijzen waardoor de waarde van pensioenfondsen daalt. Eerlijk delen tussen arm en rijk gebeurt dus nog steeds niet. Niet alleen is er sinds de dagen van Jacob weinig verandert ook sinds de dagen van de ballingschap, eeuwen later, is er tot op de dag van vandaag niet veel verandert. Pas als we eerlijk willen delen, echt willen zorgen voor elkaar dan zal honger verdwijnen en is het mislukken van een oogst op de ene plaats niet meer zo erg doordat van een andere plaats hulp komt. Dan kunnen we vluchtelingenstromen voorkomen, mensen hoeven dan niet meer te vluchten voor honger, armoede en uitzichtloosheid. Dan moeten we niet bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, zeker niet de hulp overlaten aan de bedrijven en dus aan de rijken, maar dan moeten we onze inspanningen te helpen verdubbelen. Dan wordt de hele wereld een heerlijk land.

Wie zal overeind blijven

Maleachi 3:1-5

1 Let op, Ik zal mijn bode zenden, die voor Mij de weg zal effenen. Opeens zal Hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien, de engel van het verbond naar wie jullie verlangen. Komen zal Hij-zegt de HEER van de hemelse machten. 2 Wie zal die dag kunnen doorstaan? Wie zal overeind blijven wanneer Hij verschijnt? Hij is als het vuur van een edelsmid, als het loog van een wolwasser. 3 Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert; de zonen van Levi zal Hij zuiveren en zeven als goud en zilver, en dan zullen ze op de juiste wijze offergaven brengen aan de HEER. 4 De offers van Juda en Jeruzalem zullen de HEER met vreugde vervullen, zoals in vroeger jaren, zoals in de dagen van weleer. 5 Ik zal naar jullie toe komen om recht te spreken, en Ik zal niet aarzelen te getuigen tegen tovenaars en echtbrekers, tegen mensen die meineed plegen en mensen die hun dagloners uitbuiten, en tegen allen die weduwen en wezen onderdrukken en vreemdelingen geen plaats gunnen, want geen van allen hebben zij ontzag voor Mij-zegt de HEER van de hemelse machten. (NBV21)

Het is een vraag die vaak wordt gesteld. Er is oorlog, er is onderdrukking, er is uitbuiting, er is discriminatie, er is marteling, er is belediging, maar waar is nu de God die dat alles niet zou dulden? De vraag wordt hier beantwoord met het wijzen op de bode die zal komen. Die gaat naar het hart van de samenleving, daar waar de richtlijn van heb je naaste lief als jezelf wordt bewaard. Die bode zal de weg voor God effenen. En met het woord “bode” is Maleachi gegeven. Maleachi betekent bode. De Profetie zelf zal de weg voor God effenen. Dat betekent ook vandaag dat we niet moeten zwijgen. Dat betekent dat we de gedachtevorming over het opvangen van vluchtelingen niet moeten overlaten aan mensen die geen enkele verandering in hun omgeving willen en alleen gedreven worden door angst en eigen belang.  Het verhindert ons immers een weg te zoeken om in vrede met anderen samen te leven, om maaltijd te houden in het hart van de samenleving met de vreemdelingen in ons midden.

De profetie die we hier lezen spreekt van het smelten van zilver en zuiveren en het zeven van goud en zilver. Op hardhandige wijze worden de praalhanzen met hun populistische taal de samenleving uitgeveegd, zodat de armen, de zieken, de hongerigen en de vreemdelingen weer centraal komen te staan en God gediend kan worden boven alles. Het gaat er daarbij niet zachtzinnig toe. Nu is het niet zo dat iedereen maar geweld mag gebruiken als dat wat een ander zegt niet zint. Integendeel. Juist mensen die de vrede nastreven, die de regel van eerlijk delen en houden van je naaste als van jezelf willen toepassen zullen van geweld afzien. Maar ze zullen niet zwijgen omdat het zo lelijk klinkt. De taal zal hard zijn, als het vuur van een smid of het loog van een wolwasser. Dat laatste kennen we niet meer zo goed, maar bleekwater om het bad te reinigen, of chloor voor het zwembad wel, en dat heeft hetzelfde effect, het beneemt je de adem.

Denk nu niet dat het gaat om gelovigen tegen ongelovigen, om christenen, of Joden, tegen de rest, nee het gaat om de veroordeling van tovenaars, van echtbrekers, van mensen die meineed plegen, van de exorbitante zelfverrijkers, van werkgevers die hun dagloners uitbuiten, die illegalen in dienst hebben zonder dat ze fatsoenlijk betalen, tegen allen die de weduwen en de wezen onderdrukken en lees goed: “tegen hen die de vreemdelingen geen plaats gunnen” . Juist in deze tijd van de discussies over de opvang van vluchtelingen klinken de woorden uit Maleachi niet alleen actueel maar ook als waarschuwing dat de onterechte afkeer van vreemdelingen en vluchtelingen van alle tijden is. Terugsturen van vreemdelingen en vluchtelingen , uitsluiten en verplicht laten inburgeren is dus hetzelfde als geen ontzag voor God hebben. Gelukkig dat er advocaten zijn die doorgaan recht te zoeken daar waar in het parlement onrecht wordt gepleegd. Gelukkig dat er vrijwilligers zijn die concreet willen helpen, gelukkig dat er mensen zijn die hun geld en goed willen delen met de ontheemden, gelukkig dat er mensen zijn die een ander geluid laten horen dan de angstige schreeuwers, Laten we ze steunen het hele komende jaar zal dat luidruchtig nodig zijn.

 

Recht en gerechtigheid

Psalm 99

1 De HEER is koning-volken, beef! Hij troont op de cherubs-aarde, sidder! 2 Groot is de HEER op de Sion, verheven is Hij boven alle volken. 3 Uw naam moeten zij loven, zo groot en geducht. Heilig is Hij. 4 Machtige koning, die het recht bemint: U stelde rechtvaardige wetten vast. Recht en gerechtigheid in Jakob: ze zijn uw werk. 5 Breng hulde aan de HEER, onze God, en buig u neer aan zijn voeten. Heilig is Hij. 6 ¶ Mozes en Aäron waren zijn priesters, ook Samuel riep zijn naam. Riepen zij tot de HEER, Hij antwoordde; 7 in de wolkkolom sprak Hij hen toe en zij onderhielden zijn geboden, de wet die Hij hun gaf. 8 HEER, onze God, U hebt hun geantwoord. U was voor hen een God van vergeving en een God die hun misdaden strafte. 9 Breng hulde aan de HEER, onze God, en buig u neer voor zijn heilige berg. Heilig is de HEER, onze God. (NBV21)

Op deze eerste dag van het nieuwe jaar zingen we een echt politiek lied met de kerk mee. Niet een lied van goede dichters, van helden uit het verleden of van profeten, maar een lied van het volk. In andere liederen over de God van Israël gaat het vaak over de Heer uw God, daar wordt het volk aangesproken en iets verteld over de ervaringen die de dichter met de God van Israël heeft gehad. In deze psalm zingt het volk zelf. Tegen alle machthebbers in. Wie ook denkt het op aarde of een deel van de aarde voor het zeggen te hebben moet sidderen voor de God van Israël. Hier klinkt het “Heer onze God” en “Heilig is de Heer onze God”. En Heilig is hier volmaakt, lees er ook maar helend in, die hele zieke verrotte wereld met haar onderdrukking, oorlogen en geweld wordt gezond gemaakt door de God van Israël.

Waarom loopt dat volkje eigenlijk te hoop voor juist die God? Dat volk stamt toch af van slaven die aan de macht van Egypte zijn ontsnapt? Dat volkje werd toch overwonnen door wereldmachten als Assyrië, Babel en Perzië? Hun stad en hun tempel werden verwoest en bij de gratie van koning Cyrus hadden ze die weer mogen opbouwen. Wat is dan dat geroep over de God van Israël die verheven zou zijn over alle volken. Wat dan de eis dat alle volken zijn naam moeten loven, is hij werkelijk zo groot en geducht? Het antwoord wordt ook door de psalm gegeven. Het gaat om het recht en rechtvaardige wetten.

Die God van Israël heeft zijn volk richtlijnen gegeven voor een menselijke samenleving. Daar kan iedereen aan mee doen. Rijken en armen, zieken en gezonden, ouden en jongen. Zelfs de vreemdelingen zijn er welkom en ook voor hen wordt gezorgd. Dat is nog eens wat anders dan machthebbers die wetten maken die de machtigen en rijken bevoordelen, die wetten maken om herkozen te worden en meer stemmen te halen bij verkiezingen. De psalm wijst op Mozes en Aäron die de goddelijke richtlijnen aan het volk moest leren. Ze wijst op Samuël die het volk waarschuwde voor koningen zoals ook de heidenvolken hadden. Die God van Israël doorbrak de bestaande verhoudingen, bestrafte de misdaden en deed recht aan het hele volk. Daar zijn wij inmiddels ook in betrokken, het is ook aan ons te ijveren voor de richtlijnen voor menselijke samenleving. In deze dagen belangrijker dan ooit. Veel heil en zegen voor het nieuwe kalenderjaar.

 

Luister, dochter.

Psalm 45

1 Voor de koorleider. Op de wijs van De lelies. Van de Korachieten, een kunstig lied. Een liefdeslied. 2 In mijn hart wellen de juiste woorden op, mijn gedicht spreek ik uit voor de koning, mijn tong is de pen van een vaardige schrijver. 3 U bent de mooiste van alle mensen en lieflijkheid vloeit van uw lippen- God heeft u voor altijd gezegend. 4 Gord uw zwaard aan de heup, o held, het teken van uw majesteit en glorie. 4 (45:5) Treed op in
uw glorie en trek ten strijde voor waarheid, deemoed en recht. Laat uw hand geduchte daden verrichten. 6 Uw pijlen zijn gescherpt en treffen de vijanden van de koning in het hart. Volken vallen dood voor u neer. 7 Uw troon is voor eeuwig en altijd, o god, de scepter van het recht is uw koningsscepter, 8 u hebt gerechtigheid lief en haat het kwaad. Daarom heeft God, uw God, u gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken. 9 Uw gewaden geuren naar mirre, aloë en kaneel, muziek die u verblijdt klinkt uit ivoren paleizen, 10 juwelen sieren de dochters van koningen, rechts van u staat de koningin, getooid met goud uit Ofir. 11 Luister, dochter, zie en hoor, vergeet uw volk en het huis van uw vader. 12 Begeert de koning uw schoonheid, buig voor hem, hij is uw heer. 13 Dochter van Tyrus, met geschenken zoeken de rijksten van het volk uw gunst. 14 Stralend wacht
de koningsdochter binnen, van goudbrokaat is haar mantel. 15 Een kleurige stoet brengt haar naar de koning, in haar gevolg de meisjes, haar vriendinnen. Zij worden naar hem toe gebracht; 16 begeleid door gejuich en vreugdezang gaan zij het paleis van de koning binnen.17 Uw zonen volgen uw voorouders op, u laat hen heersen over heel het land. 18 Ik zal uw naam bezingen, geslacht na geslacht, alle volken zullen u prijzen, eeuwig en altijd. (NBV21)

Vandaag zingen we een loflied op een Koning. Welke koning precies weten we niet. Alleen dat het lied werd gezongen in de Tempel in Jeruzalem. Want volgens het opschrift is het lied bestemd voor het tempelkoor van de Korachieten, gezongen op de melodie van de “De Lelies”, een lied dat we overigens nooit hebben gekend. En de Tempel was het paleis van de Godkoning van Israël. En er staat nog wat boven, het is een liefdeslied, een lied van geliefden. Er worden in dit lied een man en een vrouw bezongen. Eerst natuurlijk de koning, gezalfd door God en prachtig uitgedost. De beschrijving in deze Psalm doet denken aan de verhalen die worden verteld over de rijkdom van Salomo. Het is een merkwaardige Psalm. Het klinkt als een loflied op de Koning maar wie de taal van de Psalmen kent leest hier ook een loflied op de God van Israël. Nu had God het goed gevonden dat Israël een koning zou krijgen als dat maar een Koning naar Gods hart zou zijn. Dat betekent dat die Koning rechtvaardig zou zijn, beschermer van de weduwe en de wees en het verbond met de God van Israël centraal zou stellen.Nu doet een Koning dat niet vanzelf.

Een Koning laat zich vanzelf eren en bewonderd door het volk in een Gouden Koets of hoog te paard rondrijden. Daarom moet die Koning met enige regelmaat opgeroepen worden toch de zaken van de God van Israël centraal te stellen. Een feest is daarvoor een goede gelegenheid. Dat rijkszwaard wordt plechtig rondgedragen, maar de Psalm roept op dat zwaard in dienst te stellen van waarheid, deemoed en recht. Die Koning moet gerechtigheid liefhebben en het kwaad. Salomo kreeg voor elk vredesverdrag een prinses als bruid. Al weer een bruiloft. De bruid krijgt nog een paar laatste adviezen voor ze naar de bruiloft in het paleis gebracht wordt. Een schitterende stoet is het. Het wordt een vruchtbaar huwelijk zo zingt men op de huwelijksdag. Dit huwelijk zal het geslacht van de koning bezegelen en voortzetten. Hoera zou je bijna zeggen. Leuk natuurlijk dat op de trouwdag van een ons onbekende koning zo’n prachtig lied heeft geklonken, maar waarom staat dit lied in onze Bijbel? In elk geval niet om vrouwen duidelijk te maken dat ze voor hun heer moeten buigen.

Wie dat in deze Psalm leest heeft niet nauwkeurig gelezen. De bruid komt naast haar man te staan en de rijken van het volk zullen proberen haar gunst te verwerven. Ze kan dus maar beter letten op de koning die streeft naar waarheid, deemoed en recht. Als ze dat allebei doen dan zijn ze elkaar tot hulp en steun zoals het vanouds bedoeld is. Als het hier over verhoudingen tussen mannen en vrouwen gaat dan staat er dat ze gelijk zijn. Vanouds is deze psalm symbolisch opgevat en uitgelegd. Die koning is God zelf en de bruid is zijn volk. Die worden één zoals man en vrouw één worden. Er was in Kanaän ook een jaarlijkse bruiloftsviering van de goden. Een voorjaarsfeest waar de God van de hemel, de donder en regengod, de Godin van de aarde bevruchtte zodat er nieuw leven kon komen. Deze psalm zegt heel subtiel dat ook dat bruidspaar onderworpen is aan de God van Israël. Samen kun je dan een klein beetje mee werken aan een betere wereld. Het geslacht doet er dan niet meer toe, Een strijd ook die we door de liefde kunnen winnen en dan is dit lied ook een mooi overwinningslied.