Kinderen van God

1 Johannes 2:28-3:8

28 Blijf dus in Hem, kinderen. Dan kunnen we vol vertrouwen zijn wanneer Hij verschijnt en hoeven we ons niet te schamen bij zijn komst. 29 U weet dat Hij rechtvaardig is, en u moet daarom wel inzien dat ieder die rechtvaardig leeft uit God geboren is. 1 Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. Dat de wereld ons niet kent, komt doordat de wereld Hem niet kent. 2 Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan Hem gelijk zullen zijn wanneer Hij zal verschijnen, want dan zien we Hem zoals Hij is. 3 Ieder die dit vol vertrouwen van Hem verwacht maakt zich rein, zoals ook Jezus rein is. 4 Ieder die zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden. 5 U weet dat Jezus verschenen is om de zonden weg te nemen; er is in Hem geen zonde. 6 Ieder die in Hem blijft, zondigt niet. Ieder die zondigt, heeft Hem nooit gezien en kent Hem niet. 7 Kinderen, laat niemand u misleiden: wie rechtvaardig leeft is een rechtvaardige, zoals ook Jezus rechtvaardig is, 8 en wie zondigt komt uit de duivel voort, want de duivel zondigt al vanaf het begin. De Zoon van God is dan ook verschenen om de daden van de duivel teniet te doen. (NBV21)

Vanuit Perzië kwam bijna tegelijk met het Christendom de leer van Zarathustra op. Die leerde dat er een eeuwige strijd is tussen goed en kwaad en dat je partij moet kiezen in die strijd. Christenen verwerpen eigenlijk die leer. God heeft de macht immers vanaf het begin, de Liefde van God overwint alles maar omdat mensen gelijk aan God willen zijn en alles voor zichzelf willen hebben komt het kwaad in de wereld. Maar als je toch over goed en kwaad als zelfstandige machten zou willen praten, in de filosofie zou dat kunnen, dan leert de briefschrijver van de eerste brief van Johannes ons hier dat Jezus de verpersoonlijking van het goede is die de duivel als verpersoonlijking van het kwade heeft overwonnen. De strijd is dan ook gestreden en wie zegt dat die strijd er nog steeds is komt voort uit de duivel. Wie immers handelt in de Geest van Jezus van Nazareth is bezig de andere mensen lief te hebben als zichzelf en voortdurend oog te hebben voor de minsten in de samenleving.

Rechtvaardig leven noemt de briefschrijver dat. Wie niet rechtvaardig leeft hoort bij de verliezers, komt voort uit de duivel zou je kunnen zeggen. Wie zijn broeder en zuster niet liefheeft hoort bij de verliezers, komt voort uit de duivel. Daaraan kun je dus ook de kinderen van God herkennen. Dat is niet een partij in een strijd die ze gekozen hebben maar een licht dat hen is opgegaan, een liefde die ze hebben leren kennen. Voor hen is het bijvoorbeeld onvoorstelbaar dat homoseksualiteit wordt veroordeelt en dat homoseksuelen minder rechten in een samenleving hebben als zijzelf. Voor hen is het onvoorstelbaar dat je mensen zonder zorg over straat laat zwerven en dat burgerlijke gemeenten een boete krijgen voor medemenselijkheid. Leraren die zich in de plaats van Christus stellen en roepen dat homoseksualiteit veroordeeld moet worden werden eerder al in deze brief van Johannes anti-christenen genoemd.

Dat geldt natuurlijk ook voor iedereen die een ander discrimineert, want jezelf uitnemender of beter achten dan een ander betekent dat je de ander niet liefhebt als jezelf en dus zondigt. In de Geest van Jezus van Nazareth is zoiets onbestaanbaar. Iemand die discrimineert als voortkomende uit de duivel bestempelen klinkt misschien wel heel hard, maar het staat hier wel in de Bijbel. Zo hard moeten we dus in de eerste plaats voor onszelf zijn. Als wij in alle mensen onze broeders en zusters herkennen dan is wat hen wordt aangedaan ook pijnlijk voor ons. Het bestuur van de Protestantse Kerk Nederland schreef dat aan de Christenen in Israël en Palestina. Dat wat mensen wordt aangedaan in de Gazastrook en Israël treft ook ons. De Protestantse Kerk Nederland stapte naar de Europese rechter om zorg te bepleiten voor de zwervende vreemdelingen in ons land. In onze vreedzame westerse samenleving geldt echter tegelijkertijd dat hetgeen homoseksuelen, anders gelovigen en zwervende vreemdelingen wordt aangedaan ook ons treft. Zij zijn onze broeders en zusters en tegen dat wat hen wordt aangedaan hebben wij ons te verzetten. Wij immers willen niet bij de verliezers gaan horen.

 

U echter bent gezalfd

1 Johannes 2:18-27

18 Kinderen, het laatste uur is aangebroken. U hebt gehoord dat de antichrist zal komen. Nu al treden er veel antichristen op, en daardoor weten we dat dit het laatste uur is. 19 Ze zijn uit ons midden voortgekomen maar ze hoorden niet bij ons, want als ze werkelijk bij ons hadden gehoord, zouden ze bij ons gebleven zijn. Maar het moest aan het licht komen dat niemand van hen bij ons hoorde. 20 U echter bent gezalfd door Hem die heilig is, en allen kent u de waarheid. 21 Ik schrijf u niet omdat u de waarheid niet zou kennen, maar juist omdat u die kent en omdat uit de waarheid nooit een leugen voortkomt. 22 Bestaat er een grotere leugenaar dan iemand die ontkent dat Jezus de christus is? Wie de Vader en de Zoon niet erkent, is de antichrist. 23 Ieder die de Zoon niet erkent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon erkent, heeft ook de Vader. 24 Wat uzelf betreft: wat u vanaf het begin hebt gehoord, laat dat in u blijven. Als in u blijft wat u vanaf het begin hebt gehoord, zult u in de Zoon en in de Vader blijven. 25 En dit is wat Hij ons heeft beloofd: het eeuwige leven. 26 Dit wilde ik u schrijven over hen die proberen u te misleiden. 27 Wat uzelf betreft: de zalving die u van Hem ontvangen hebt is blijvend, u hebt geen leraar nodig. Zijn zalving leert u alles naar waarheid, zonder bedrog. Blijf daarom in Hem, zoals zijn zalving u geleerd heeft. (NBV21)

Verrassend, de briefschrijver van de eerste brief van Johannes schrijft aan alle gelovigen dat ze Priester zijn. Ze hebben geen leraren meer nodig. Hoe ouder het Christendom werd, hoe meer er mensen bij kwamen die de macht over de gemeenten wilden grijpen. Niet Jezus van Nazareth was de bevrijder, de Christus, maar zijzelf. Zo werden zij anti-christenen, mensen die de Christus opzij schoven en zelf de leiding van de gemeenten op zich wilden nemen. Dat proces was zo hardnekkig dat we het in kerken en gemeenten al lang niet meer merken. We vinden het heel gewoon dat er leraren zijn die de leiding op zich nemen en vertellen wat er wel en niet mag. Paulus spreekt in de Bijbel wel over een gemeente die bekleed is met een koninklijk priesterschap en Johannes schrijft dat we allemaal gezalfd zijn, dus priester zijn, maar buiten de Bijbel in onze kerkelijke werkelijkheid leeft dat niet.

Maar de leiders die Jezus van Nazareth aan de kant schuiven beperken het geloof, het christendom zeggen we tegenwoordig, vaak tot binnen de kerkmuren. Daar moet de overgave aan God plaatsvinden. Die overgave drukt zich uit in de hoeveelheid geld die je op tafel kunt leggen. Als het bedrag groot genoeg is mag je soms een beetje meedelen in de macht. Het blijft staan dat de schrijver van de eerste brief van Johannes dit soort leiders anti-christenen noemt. Iedere gelovige is Priester en leraar. De offers die worden gebracht zijn de offers die ten goede komen aan de minsten onder ons. Dat wat we elkaar leren is hoe onze naaste lief te hebben als ons zelf. We volgen daarbij de Weg van Jezus van Nazareth, daar hebben we niemand bij nodig, niemand staat tussen God en onszelf als we de Weg van Jezus van Nazareth volgen, die leerde ons bidden, die leerde ons dat alle geboden samengevat kunnen worden in het “Hebt God lief boven alles en het tweede daaraan gelijk is heb Uw naaste lief als Uzelf”.

Die richtlijn volgen als de basis van je handelen gaat niet om onszelf, zulke liefde de wereld in brengen betekent dat het eeuwig blijft leven, alleen door die liefde blijft er immers leven in de wereld. Alleen door Jezus van Nazareth zelf zijn we gezalfd. Hij stuurde ons op weg en zijn verhaal, dat door de dood heen ging, houdt ons op die weg en doet ons keer op keer ons naar die weg toekeren. Elke dag opnieuw mogen we daar weer opnieuw mee beginnen, in Christelijke en kerkelijke termen heet dat genade, Dat betekent ook strijd met de anti-christenen. Niet binnen de kerkmuren of in de zalen vindt de godsdienst van Jezus van Nazareth plaats, maar daar waar mensen in nood zijn, daar waar oorlog is, waar honger geleden wordt, waar ziekte heerst, waar mensen gevangen zijn, waar geweld en onderdrukking zijn, daar waar mensen uit nood gaan zwerven op de straten van de rijke landen, daar zijn de mensen van de Weg. Dat betekent leven alsof elk uur onze Messias kan verschijnen, opdat hij ons vindt waar we horen te zijn., ook vandaag weer.

Is de schijn u lief

Psalm 4

1 Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm van David. 2 Antwoord mij als ik roep, God die mij recht doet. Geef mij ruimte als ik belaagd word, wees genadig, hoor mijn gebed. 3 Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande, is de schijn u lief, de leugen uw leidraad? sela 4 De HEER schenkt zijn gunst aan wie Hem trouw is, de HEER luistert als ik tot Hem roep. 5 Beef voor Hem en zondig niet, bezin u in de nacht en zwijg. sela 6 Breng de juiste offers, heb vertrouwen in de HEER. 7 Velen zeggen: ‘Wie maakt ons gelukkig?’ – HEER, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen. 8 In U vindt mijn hart meer vreugde dan zij in hun koren en wijn. 9 In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in, want U, HEER, laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis. (NBV21)

We kennen ze nog steeds, de singer-songwriters, zangers en zangeressen die met begeleiding van gitaar hun eigengemaakte liederen zingen over wat ze meegemaakt hebben of over wat om hen heen gebeurt. Ook het boek van de Psalmen kent een aantal voorbeelden van zulke liederen. Deze vierde psalm is er zo een. De melodie kennen we niet meer. Er is alleen nog een muzikale term over. Tenminste de meeste geleerden nemen aan dat het woord sela een muziekterm is. Maar of het nou rust of tussenspel betekent is niet voor iedereen even duidelijk. Dat is op zich ook niet zo erg. Het gaat om de boodschap van de Psalm. En de boodschap voor vandaag is dezelfde als de boodschap voor alle andere dagen, het is beter je naaste lief te hebben als jezelf dan alleen maar jezelf lief te hebben. Geluk zit echt niet in lekker eten en drinken, in koren en wijn. Echte vreugde is er pas als de richtlijnen van de Woestijn, de richtlijnen van God gevolgd worden. Er zijn vele zogenaamde gelukbrengers. De machtigen en de rijken beweren dat zij het gevonden hebben.

Maar let eens goed op hoe krampachtig het bezit beschermd moet worden. Hoeveel geld ze uitgeven aan beveiliging. Hoe ze zich moeten laten martelen in schoonheidsklinieken om aan de uiterlijke idealen te voldoen. Hoe zelfs hun winkelen en consumeren gezien moet worden om in de wereld mee te tellen. Pas als je bezit niet meer belangrijk is kun je je veilig ter ruste leggen. En als je weet dat je liefhebt en geliefd wordt is het leven zoet. Toen in 1517 Maarten Luther stelling nam tegen de verloedering in de Rooms Katholieke kerk kwam er een proces van kerkhervorming op gang dat tot vandaag door gaat. Nog in de tijd van Maarten Luther trad in Geneve de kerkhervormer Johannes Calvijn op. Onder zijn invloed zijn alle psalmen op muziek gezet zodat iedereen de psalmen ook mee kon zingen. In de tweede helft van de vorige eeuw zijn op die melodieën nieuwe Nederlandse teksten gemaakt die een berijming vormen van de Bijbeltekst. We kunnen dus nog steeds de gitaar, de citer of de harp pakken en psalm 4 meezingen.

De dichter K.Heeroma heeft de tekst van deze psalm berijmd. Over God zegt hij: “die mij, als ik ben ingesloten, ruim baan maakt en mij weer bevrijdt” Aangezien we toch echt maar één God hebben zijn al die machtigen en rijken die het geluk beloven maar schijnheiligen en leugenaars. Over een aantal weken wordt er weer op alle mogelijke manieren teruggekeken naar de Tweede Wereldoorlog. Terecht we moeten nooit meer toestaan dat volken en mensen op de weg van dat onnoemelijk leed worden verleid. Dat geldt ook voor onszelf. Voor de Tweede Wereldoorlog werd al gesproken over de zoete vogelaars die arme mensen verleiden op de weg van geweld en eigenwaan. Ook nu nog komt dat voor. Het maken van onderscheid tussen mensen van verschillend geloof, van verschillende afkomst, van verschillende nationaliteit doet sterk denken aan dat wat we nu verkeerd vinden aan de vijanden uit de Tweede Wereldoorlog. Die weg moeten we dus ook nu niet op met onze samenleving. De richtlijnen van God nodigen ons uit de vreemdelingen in ons midden actief bij onze samenleving te betrekken. Dat doen maakt dus dat we mogen wonen in een veilig huis. Wat houdt ons nog tegen.

 

Het zwaard trekken

Micha 4:1-8

1 Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Volken zullen daar samenstromen, 2 machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de HEER, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’ Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de HEER. 3 Hij zal rechtspreken tussen machtige volken, over grote en verre naties een oordeel vellen. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal meer het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal nog de wapens leren hanteren. 4 Ieder zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom, door niemand opgeschrikt, want de HEER van de hemelse machten heeft gesproken. 5 Laat andere volken hun eigen goden volgen- wij vertrouwen op de naam van de HEER, onze God, voor eeuwig en altijd. 6 Als die dag gekomen is-spreekt de HEER – zal Ik de kreupelen verzamelen, de verstrooiden bijeenbrengen, verenigen wie Ik onheil heb gebracht. 7 De kreupelen zal Ik
sparen, van de verdrevenen maak Ik een groot volk, en op de Sion zal de HEER hun koning zijn, van nu tot in eeuwigheid. 8 En jij, wachttoren over de kudde, vesting van Sion, jij zult je vroegere heerschappij herkrijgen, aan jou, Jeruzalem, behoort het koningschap toe. (NBV21)

Het boek van de profeet Micha is geliefd bij Christenen omdat een kind uit Bethlehem de vrede zou brengen en dan met zeven herders de vijand verslaan. Dat lijkt wel op het kerstverhaal zoals Lucas ons dat vertelt. Nu is dat niet zo heel vreemd want Lucas kende het boek van Micha natuurlijk heel goed. En dat verhaal over een meisje dat een kind durfde krijgen temidden van de meest zwarte dreiging was ook al door Jesaja verteld. Die Jesaja had er trouwens nog een eeuwig misverstand mee geschapen want zijn woord voor meisje kon ook met het oud Hollandse maagd worden vertaald, zoals dienstmeisje ook dienstmaagd kan heten. Dat heeft niks te maken met een meisje dat nog geen omgang met een man had gehad. Sommige kerkleiders hebben daarmee de seks uit het verhaal gehaald denken ze. Het enige dat ze er mee bereiken is dat ze tot in de slaapkamer macht over hun volgelingen kunnen uitoefenen, en dat is nu net wat de Bijbel verbiedt.

Maar goed, wij lezen de profeet Micha en die heeft het over vertrouwen. Een heel goed teken van vertrouwen is inderdaad de jonge moeder die het aandurft kinderen te krijgen. We leven in een tijd dat ook in ons land de dreiging van een oorlog zo groot is en ondertussen de aarde vergiftigd wordt, dat mensen het niet meer aandurfden een gezin met kinderen te stichten. Dat is nu minder erg maar in landen waar onderdrukking en armoede heersen geldt het nog steeds. Als vrouwen te veel en te zwaar onder stress gezet worden kan de eisprong zelfs uitblijven en worden ze door de onderdrukking, de armoede of het geweld zelfs onvruchtbaar. Als mensen hun liefde het laten winnen van hun angst dan begint de bevrijding willen Micha en Jesaja zeggen. En dat verhaal wordt later ook op die manier door Lucas verteld. Als er dan ook nog herders zijn die zich druk maken over de bescherming van al die zwakke mensen dan moet het echt wel goed komen.

En herders waren er in Bethlehem. Micha herinnert aan de geschiedenis van David en zijn zeven broers. Uit het kleinste dorpje van de kleinste stam kwam de grootste koning, de eerste koning die Israël aanzien gaf en uiteindelijk na een lange tijd van oorlogen, waarover je in het boek Rechters kunt lezen, ook vrede bracht. Zulke herders heb je nodig. Zulke herders zijn er nog steeds. Jan Pronk was ooit zo’n herder die het heeft geprobeerd in Darfur. Hij wees de internationale gemeenschap de weg. Toen hij uit Sudan werd uitgewezen was dat het signaal om eindelijk een echt mandaat voor een echte vredesmacht te ontwerpen. Voor ons blijft het opletten en stem geven aan de huidige slachtoffers in Zuid Soedan zoals dat inmiddels heet. Van hen moeten we echt nog van kunnen gaan zeggen dat zij veilig zullen wonen. Dat is een belofte die we ze met alle landen van de wereld zullen moeten durven doen. Anders kunnen we ooit wel weer kerst vieren, maar wordt het nooit het kerstfeest waar Micha van droomde en waar Lucas van vertelde, ook voor ons niet.

Begeerte, inhaligheid, pronkzucht

1 Johannes 2:12-17

12 Kinderen, ik schrijf u dat uw zonden u vergeven zijn omwille van zijn naam. 13 Ik schrijf u, ouderen: u kent Hem die er is vanaf het begin. Ik schrijf u, jongeren: u hebt hem die het kwaad zelf is overwonnen. 14 Kinderen, ik schrijf u dus dat u de Vader kent. Ouderen, u schrijf ik: u kent Hem die er is vanaf het begin. Jongeren, u schrijf ik: u bent sterk, het woord van God blijft in u, en u hebt hem die het kwaad zelf is overwonnen. 15 Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem, 16 want alles wat in de wereld is-begeerte, inhaligheid, pronkzucht-,dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld. 17 De wereld met haar begeerte gaat voorbij, maar wie Gods wil doet blijft tot in eeuwigheid. (NBV21)

Dat is mooi, dat we het kwade overwonnen kunnen hebben. Dat is dus niet met je hoofd in de wolken gaan lopen, zo van ons kan niks meer overkomen want wij hebben het kwade overwonnen. Je komt die mensen zo af en toe wel eens tegen. Ze zijn in Jezus en kunnen dus geen kwaad meer doen. Ze zijn eigenlijk zielig, want ze hebben het niet begrepen. In deze brief stond toch ook dat wie zegt geen zonde te hebben juist zondigt. De vraag is dus niet of je in Jezus bent maar of Jezus, of de geest van Jezus van Nazareth in jou is. Hetzelfde geldt ook een beetje voor het houden van de wereld. Als Jezus van Nazareth je handel en wandel bepaalt, als je in zijn geest handelt, dan hou je van de wereld, dan zijn alle mensen je broers en zusters en is elk leven op de wereld je alles waard. Hoe dat zich rijmt met wat er over in deze brief staat? Nou, naadloos, want in onze wereld wordt echt niet van mensen gehouden. Mensen zijn arbeiders, of consumenten, of stemvee, of kannonenvoer, of zwervende profiteurs, of vijand, maar geliefde broeders en zusters zijn ze niet.

Dat elk leven van elk mens in deze wereld alles waard is kun je ook niet direct zeggen. Als er niks aan te verdienen valt dan kunnen ze sterven van de honger, als ze een ander geloof of een andere politieke opvatting hebben dan mag je ze ook doodschieten of oorlog met ze voeren, of elke handel met hen verhinderen. Dat is de manier zoals het in de wereld gaat, de rijken worden rijker en de armen worden armer, wie sterk is telt mee, wie zwak is telt niet. Wat Johannes dus bedoeld is dat wie het wel goed vindt zoals het in de wereld gaat die moet dus eigenlijk niks van God weten. De brief noemt het ook allemaal keurig op: zelfzuchtige begeerte, afgunstige inhaligheid, pronkzucht. Sla de krant open, kijk naar de televisie, luister naar een radiostation en je leest, ziet en hoort al die zaken aanprijzen die deze eerste brief van Johannes zo duidelijk verwerpt.

De brief verwerpt dus niet leuke muziek, samen dansen, plezier maken, toneel spelen, een mooie film, wandelen in de natuur of al die andere dingen die in onze samenleving of in onze wereld mensen plezier kunnen geven. Maar al die plezierige en waardevolle zaken moet je kunnen en willen delen met elkaar. Voordat je geniet moet je er eigenlijk ook voor zorgen dat iedereen kan genieten, dat iedereen mee kan doen met onze samenleving. Dat iedereen dus te eten heeft gehad, een dak boven het hoofd heeft, gekleed is, warmte heeft en veiligheid. Die iedereen zijn dus ook de zwervende vreemdelingen die we eigenlijk hier niet willen zien. Als het genieten alleen maar voor jezelf is en ten koste van anderen gaat dan hoort het bij de manier van de wereld en hoort het niet bij de manier waarop mensen willen leven die mee willen gaan op de weg van Jezus van Nazareth. Maar als je het kunt delen, als je samen kunt genieten, dan hoort het er echt wel bij. Laten we dus samen er aan werken dat ook iedereen werkelijk mee kan doen.

Wie de ander liefheeft

1 Johannes 2:3-11

3 Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. 4 Wie zegt: ‘Ik ken Hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. 5 In ieder die zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde werkelijk tot volmaaktheid gekomen; hierdoor weten we dat we in Hem zijn. 6 Wie zegt in Hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden. 7 Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. 8 Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven. 9 Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis. 10 Wie de ander liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val, 11 maar wie de ander haat, bevindt zich in de duisternis. Hij gaat zijn weg in het duister, zonder te weten waarheen die weg voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt. (NBV21)

Wat moet je nu met dat oude gebod zullen veel mensen vragen. Eeuwenlang hebben mensen geroepen dat je je naaste lief moet hebben als jezelf maar kijk eens om je heen. Doe je ogen eens open. Er is toch niemand meer die de naaste lief heeft als zichzelf? Er is toch geen volk dat zich daaraan nog houdt? Een volk als Israël valt de Gazastrook binnen omdat de mensen daar niet boos mogen worden dat er een maanden durende blokkade van alles is geweest. Die Israëli hadden toch zeker met liefde moeten reageren op de woede van hun arme naasten? Het deel van de brief dat we vandaag lezen laat zien dat de vragen terecht zijn. Als de vragen gesteld worden aan de mensen die hun naasten niet lief hebben. Als je er maar van uit gaat dat dat oude gebod het enige is dat de wereld aan vrede kan helpen, dat het echt gaat om in mensen een welbehagen te hebben. Natuurlijk zijn er overal in de wereld mensen die dat oude gebod houden. Je hoort ze vaak niet want ze staan er zich niet op voor.

Maar in onze steden zijn voedselbanken opgekomen, zijn Fair Trade winkels te vinden. Daar werken vrijwilligers in ziekenhuizen en verpleegtehuizen, bij burenhulp, in buurthuizen en wijkcentra, bij scoutinggroepen en sportverenigingen. Maar ook bij Amnesty International, Unesco en Unicef en bij allerlei organisaties die werken voor projecten in arme landen. Bijna de helft van de mensen in ons land is op de een of andere manier bezig van onze samenleving een betere samenleving te maken. Dat is wat dat oude gebod ons voorschrijft. En als we daarin af en toe de minsten overslaan, of de grote monden voorrang geven is dat niet goed maar houdt dat ons ook niet af van het einddoel. Juist met het zicht op Jezus van Nazareth, die het oude gebod door de dood heen volhield en zelfs aan het kruis vergeving vroeg voor hen die hem de dood in stuurden, weten we dat we elk moment weer opnieuw mogen beginnen met dat oude gebod en dat dat oude gebod weer een nieuw gebod kan worden.

Johannes spreekt over de bemiddelaar, maar het Griekse woord dat hij gebruikt wordt ook gebruikt voor de Heilige Geest, de Geest waarin we ons handelen mogen verrichten, de Geest van liefde. Dus als je zegt het goede te willen maar het kwade doet heb je het nog niet door, loop je nog steeds in het duister zegt de brief. Met oorlog bereik je geen vrede weten we uit de geschiedenis. Zelfs aan het eind van Tweede Wereldoorlog was duidelijk dat economische hulp van rijke landen aan de verwoeste landen in Europa uiteindelijk pas echte blijvende vrede zou brengen. Zo zullen ook wij nu moeten willen delen met de slachtoffers van geweld in de wereld. Dat brengt pas echte vrede. Maar met dat delen moeten we nog beginnen. Maar het mooie, we noemen het genade, is dat we er elke dag opnieuw mee mogen beginnen, iedere dag weer, ook vandaag dus.

 

De rechtvaardige.

1 Johannes 1:8-2:2

8 Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. 9 Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van al het onrecht dat wij bedrijven. 10 Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons. 1 Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Maar mocht een van u zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige. 2 Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld. (NBV21)

Niemand heeft nooit gezondigd, dus zonde hoeft ons niet te benauwen. De mensen om wie het moet gaan moeten ons iedere keer weer in beweging brengen. Joden in Israel, Palestijnen in de Gazastrook, vluchtelingen in Afrika, hongerenden, gevangenen, uitgeprocedeerde asielzoekers in Nederland, kinderen in onze gevangenissen, boeren in de derde wereld. De lijst kan oneindig worden uitgebreid. Maar elke dag dat we proberen de wereld voor hen een beetje meer op de hemel te laten lijken worden ook wij gereinigd van kwaad.

Wat moet je nu met dat oude gebod uit het Nieuwe Testament zullen veel mensen vragen. Eeuwenlang hebben mensen geroepen dat je je naaste lief moet hebben als jezelf maar kijk eens om je heen. Doe je ogen eens open. Er is toch niemand meer die de naaste lief heeft als zichzelf. Er is toch geen volk dat zich daaraan nog houdt? Een volk als Israël valt de Gazastrook binnen omdat de mensen daar niet boos mogen worden dat er een maanden durende blokkade van alles is geweest. Die Israëli hadden toch zeker met liefde moeten reageren op de woede van hun arme naasten?

Hoe gaan wij om met mensen die onvoldoende papieren hebben om of aan te tonen dat ze vervolgd zijn of onvoldoende papieren hebben om terug naar hun land te kunnen keren? Hoe kan onze belastingdienst zo rot zijn? Het deel van de brief dat we vandaag lezen laat zien dat de vragen terecht zijn. Als de vragen gesteld worden aan de mensen die hun naasten niet lief hebben. Als je er maar van uit gaat dat dat oude gebod het enige is dat de wereld aan vrede kan helpen, dat het echt gaat om in mensen een welbehagen te hebben. Dat heet ook onophoudelijk roepen om gerechtigheid.

Het Woord dat leven is.

1 Johannes 1:1-7

1 Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is. 2 Het leven is verschenen, wij hebben het gezien en getuigen ervan, we verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons verschenen is. 3 Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen we ook aan u, opdat ook u met ons verbonden bent. En verbonden zijn met ons is verbonden zijn met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus. 4 We schrijven u deze brief om onze vreugde volkomen te maken. 5 Dit is wat wij Hem hebben horen verkondigen en wat we u verkondigen: God is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis. 6 Als we zeggen dat we met Hem verbonden zijn terwijl we onze weg in het duister gaan, liegen we en leven we niet volgens de waarheid. 7 Maar gaan we onze weg in het licht, zoals Hijzelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle zonde. (NBV21)

Vandaag beginnen we te lezen in de eerste brief van Johannes. Door de lengte en hoeveelheid van de brieven van Paulus zijn de andere brieven van het Nieuwe Testament soms een beetje verwaarloosd. Ze zijn het echter niet minder waard om te lezen. Welke Johannes de brieven geschreven heeft, er zijn drie brieven op zijn naam, dat weten we niet precies. In elk geval sluit de inhoud van de brieven en de manier waarop ze geschreven zijn aan bij het Evangelie van Johannes. Vanaf het begin van de kerk wordt aangenomen dat de schrijver dezelfde is geweest die het Evangelie van Johannes heeft geschreven. In het begin van deze eerste brief, het gedeelte dat we vandaag lezen, komen we al een soort conflict tegen dat we ook bij het lezen van het eerste hoofdstuk van het Evangelie van Johannes tegen kwamen.

De brieven en het evangelie zijn geschreven na honderd jaar na het begin van de jaartelling. Leven, sterven en opstanding van Jezus van Nazareth waren toen al geruime tijd geleden. Het Christendom had zich over het Romeinse Rijk verspreid en allerlei mensen aangetrokken, rijken, armen, geleerden, slaven, arbeiders, noem maar op. Het is dan ook niet vreemd dat invloeden van andere culturen en godsdiensten binnenslopen in dat vroege christendom. Johannes is de naam die verbonden is met het verzet tegen die intellectuele en culturele invloeden. Daarom begint deze brief met de verzekering dat het Woord van God geen abstracte zaak is waar je vrij over kunt filosoferen maar dat het heeft geleefd en dat mensen het hebben beleefd, gezien en gehoord, ja zelfs aangeraakt.

Voor de Rabbijnen waren er twee getuigen nodig om iets waar te verklaren en die moesten dat dan ook met twee zintuigen hebben waargenomen, horen en zien dus in dit geval. Dat Woord was Jezus van Nazareth, de manier waarop hij leefde, de boodschap die hij verkondigde en de manier waarop hij met mensen omging was het Woord van God dat gedaan moet worden. Zijn sterven was niet het einde maar het begin en daarmee bevrijdde het de mensen aan wie deze brief geschreven werd, ons dus ook, van wat de Bijbel zonde noemt. Iedere keer als we niet leven en werken volgens de weg van Jezus van Nazareth zondigen we. Iedere keer dus als we oorlog en geweld proberen te rechtvaardigen, als we hongerigen laten hongeren, als we vervolgden en verdrukten vervolgd en verdrukt laten, dan zondigen we. Iedere keer dat we zondigen mogen we echter omkeren en opnieuw de weg opgaan van Jezus van Nazareth. Elke dag opnieuw en gedurende de dag net zo vaak als nodig is.

Woorden van vrede.

Deuteronomium 2:26-37

26 Ik stuurde toen vanuit de woestijn van Kedemot gezanten naar koning Sichon van Chesbon met woorden van vrede. Ik vroeg hem: 27 ‘Sta mij toe door uw land te trekken. Ik verzeker u dat ik de hoofdweg zal volgen en er niet van zal afwijken, naar links noch naar rechts. 28 Verkoop me het voedsel dat ik nodig heb en laat me voor mijn drinkwater betalen. Vergun me slechts om te voet uw land door te trekken, 29 zoals Esaus afstammelingen in Seïr en de Moabieten in Ar me dat hebben toegestaan, tot ik de Jordaan ben overgestoken naar het land dat de HEER, onze God, ons zal geven.’ 30 Maar koning Sichon van Chesbon weigerde ons door zijn land te laten trekken. Want de HEER, uw God, had hem koppig en onverzettelijk gemaakt omdat Hij hem aan u wilde uitleveren, wat ook gebeurd is. 31 De HEER zei tegen mij: ‘Ik laat je zegevieren over Sichon en zijn land. Val hem aan en neem zijn land in bezit.’ 32 Sichon trok tegen ons ten strijde. Hij rukte met zijn hele leger op naar Jahas. 33 Maar de HEER, onze God, schonk ons de overwinning. We brachten Sichon en zijn zonen ter dood en versloegen zijn hele leger. 34 We veroverden toen al zijn steden en doodden er de mannen, vrouwen en kinderen; we lieten niemand in leven. 35 Maar het vee en de goederen van de veroverde steden maakten we voor onszelf buit. 36 Vanaf Aroër aan de rand van het Arnondal-vanaf de stad in het dal-tot aan Gilead toe was geen stad voor ons onneembaar; de HEER, onze God, liet ons over dit hele gebied zegevieren. 37 Maar het land van de Ammonieten, het hele stroomgebied rond de bovenloop van de Jabbok en de steden in de bergen, hebben we ongemoeid gelaten, want die gebieden had de HEER, onze God, ons ontzegd. (NBV21)

In het verhaal van Deuteronomium komen we steeds dichter bij de intocht in het beloofde land. Er staat nog één volk in de weg. Israël laat zien niet op oorlog en geweld uit te zijn. Alle volken dienen behandeld te worden alsof het broedervolken zijn. Voor woestijnzwervers is er een plechtig protocol om toestemming te vragen het land te mogen doortrekken. Dat loopt vaak uit op een soort vredesverdrag waarbij de woestijnzwervers ook een vergoeding betalen aan het volk waar ze doorheen trekken. Zo stuurt Mozes een groep gezanten naar Koning Sichon van Chesbon. Onderdanig vragen zij toestemming het land door te trekken. Niet zomaar, zonder plan, nee keurig via de hoofdweg zodat het volk er zo min mogelijk last van zal hebben. Ze vragen zelfs om voedsel en drinken tegen betaling. Dat zou de landbouwers van Chesbon toch een aardige meevaller in inkomsten opleveren.

Maar de Koning weigert van zijn overvloed te delen met de woestijnzwervers. Voor het volk Israël is dat maar een rare houding. Met armen en met vreemdelingen die aan je deur kloppen daar deel je toch mee van alles wat je hebt? Niet koning Sichon. Voor ons is dat niet zo raar. Kinderen die hier geboren zijn, of hier meer dan tien jaar zijn opgegroeid worden ook als ze nog geen 12 jaar zijn als  vreemdelingen aangemerkt en gedeporteerd naar landen die ze niet kennen, waar ze de taal niet spreken en waar ze dus geen enkele toekomst hebben. Voor  Israël betekent het dat kennelijk de God van Israël wil laten zien hoe sterk die wel is, zodat andere volken voor Israël zouden sidderen. Het zal dus God zelfs wel zijn die het hart van de Koning heeft verhard. Israël hoeft niet bang te zijn. Mozes is er vast van overtuigd dat ze zullen winnen.

Dat gebeurt dan ook. Niet omdat Israël ten strijde trekt tegen Chesbon maar omdat Koning Sichon zijn leger mobiliseerde en tegen het volk Israël optrok naar Jahas. Zoals ze al verwacht hadden won het volk Israël. En die winst werd duidelijk toen ze de Koning en zijn zonen hadden gedood. Daarmee was het hele leger verslagen. En dan komt er een lastig stuk. Zoiets verwachten we niet. We kunnen eigenlijk niet leven met de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. Wij vergeten graag de bombardementen op Rotterdam en Dresden. Het is wat Israël deed met de steden van het volk Chesbon. Geen stad bleef onneembaar. Van steden die geleerd hadden van het verlies bij Jahas is hier geen sprake. Israël werd kennelijk gedwongen om stad voor stad met geweld in de nemen. Dat ze daarbij iedereen gedood hebben willen we eigenlijk niet horen. Het zegt in elke geval dat de overwinning van de woestijnzwervers op de stedelingen volledig is. En dat je geen steden moet bombarderen moet iemand nog eens uitleggen.

In de buurt van Gaza

Deuteronomium 2:16-25

16 Toen dus alle weerbare mannen waren gestorven, 17 zei de HEER tegen mij: 18 ‘Vandaag trek je door Ar heen, het gebied van Moab. 19 Je zult dan in de buurt komen van de Ammonieten. Bejegen ook hen niet vijandig en daag hen niet uit. Ook van het land van de Ammonieten geef Ik je niets in bezit; Ik heb het aan de nakomelingen van Lot in eigendom gegeven.’ 20 (Ook dat wordt beschouwd als land van de Refaïeten, die daar vroeger woonden; in Ammon worden ze Zamzummieten genoemd. 21 Het was een groot en machtig volk. Ze waren zo lang als de Enakieten. De HEER heeft hen uitgeroeid, zodat de Ammonieten zich meester konden maken van hun land en zich daar in hun plaats konden vestigen. 22 Hetzelfde heeft Hij gedaan voor de afstammelingen van Esau in Seïr. Ter wille van hen heeft Hij de Chorieten uitgeroeid, waarna zij zich meester maakten van hun land en zich daar in hun plaats vestigden; zij wonen er tot op de dag van vandaag. 23 En zo hebben ook de Kretenzers die hun eiland hadden verlaten de Awwieten uitgeroeid, die in de buurt van Gaza in dorpen woonden, en zich daar in hun plaats gevestigd.) 24 De HEER zei: ‘Breek nu het kamp op en steek het dal van de Arnon over. Hierbij lever Ik Sichon, de Amoritische koning van Chesbon, met zijn land aan je uit. Val aan, daag hem uit en neem zijn land in bezit. 25 Vanaf dit moment laat Ik alle volken ter wereld van angst voor jullie sidderen. Wanneer ze de geruchten over jullie horen, zullen ze jullie komst met schrik en beven tegemoetzien.’ (NBV21)

Waar haalt Israël de moed vandaan om Kanaän te veroveren? Ze  zijn en blijven woestijnzwervers en hebben weinig of geen ervaring met het voeren van oorlog. Mozes is zich dat goed bewust. Er was ooit een slag met de Ammelakieten geweest. Die slag was nog door de vorige generatie gevoerd. Bij die slag was het uitermate belangrijk geweest dat Mozes had gewezen op de hulp van de God van Israël, hij hield zijn armen omhoog. Zo lang hij zijn armen omhoog hield ging het goed voor het volk. Op het laatste moest Jozua zijn armen ondersteunen en dat ging nog maar net goed. Maar nu was er een nieuwe generatie, alle weerbare mannen van de eerste generatie waren gestorven. Tegenwoordig lijkt het voeren van oorlog wel de eerste taak van de staat Israël maar in de dagen van de Bijbelse intocht wordt er zeer voorzichtig om gegaan met het voeren van oorlog.

God had Mozes al eens gewaarschuwd geen oorlog te voeren met broedervolken. Edom en Moab moesten met rust gelaten te worden. Dat blijkt ook te gelden voor de Ammonieten, dat waren bastaarden maar toch afstammelingen van Lot. In dat land hadden ook reuzen gewoond maar die waren verslagen, met de hulp van God dus. Ook de afstammelingen van Esau hadden moeten vechten om het door God gegeven land in bezit te kunnen nemen. De Chorieten hadden verloren. De Kaftorieten uit Gaza behoorden bij de zeevolken die de kusstreek van Kanaän in bezit hadden genomen. Wij kennen ze uit de Bijbel beter als de Filistijnen. Die hadden hun land dus ook van de God van Israël gekregen maar werden vijanden omdat ze plunderden in plaats van het geschenk dat ze hadden gekregen te delen.

Het eerste volk dat nu  verslagen moet worden zijn de Ammorieten. Die wonen aan de overzijde van de Arnon, een riviertje dat zich door een dal kronkelt. Militair gezien niet direct voor de hand liggend om dat met een groot aantal mensen over te steken. Maar God heeft beloofd om de koning van de hoofdstad van de Ammorieten, Chesbond, aan hen uit te leveren. Die Koning was Sichon. De overwinning die hen te wachten staat zal de andere volken van Kanaän, van de hele wereld staat er eigenlijk, grote schrik aanjagen. Het klinkt natuurlijk mooi dat je wint als God aan je zijde staat maar dat is niet vrijblijvend. De Filistijnen die hun land van die God hadden gekregen werden later met behulp van die God verslagen door Koning David. Maar ook Israël zelf had uiteindelijk het land verloren. Zo mogen ook wij ons niet zomaar verzekerd weten van de steun van God als we oorlog gaan voeren. Het “Gij zult niet doden” geldt voor het volk Israël en ook van ons. Voorop staat dat we vriendschappelijke betrekkingen met volken moeten onderhouden, zeker met volken met wie we het land moeten delen.