Vrede voor dit huis

Lucas 10:1-16

1 Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan. 2 Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders; vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen. 3 Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven. 4 Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand. 5 Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!” 6 Als er iemand woont die de vrede liefheeft, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren. 7 Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard. Ga niet van het ene huis naar het andere. 8 En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet, 9 genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.” 10 Maar als jullie een stad binnengaan waar je niet welkom bent, trek dan door de straten en zeg: 11 “Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, schudden we van ons af en laten we bij u; maar bedenk wel: het koninkrijk van God is nabij!” 12 Ik zeg jullie: het lot van Sodom zal op die dag draaglijker zijn dan het lot van die stad. 13 Wee Chorazin, wee Betsaïda, want als in Tyrus en Sidon de wonderen waren gebeurd die bij jullie gebeurd zijn, dan waren de inwoners van die steden allang, gehuld in een boetekleed, in het stof gaan zitten en waren ze tot inkeer gekomen. 14 Wanneer het oordeel komt, zal het lot van Tyrus en Sidon draaglijker zijn dan dat van jullie. 15 En jij, Kafarnaüm, dacht jij tot in de hemel verheven te worden? In het dodenrijk zul je afdalen! 16 Wie naar jullie luistert, luistert naar Mij, en wie jullie afwijst, wijst Mij af. En wie Mij afwijst, wijst Hem af die Mij gezonden heeft.’ (NBV21)

In het Evangelie van Lucas wordt herhaaldelijk geciteerd uit de Hebreeuwse Bijbel, in de Christenheid bekend als het Oude Testament. Nu kent ook de schrijver van dit Evangelie kennelijk niet de oorspronkelijk tekst, of hij maakt het de lezers gemakkelijk om zijn bedoeling te herkennen, want hij citeert voortdurend uit een Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel, de zogenaamde Septuagint. Volgens de overlevering was deze vertaling gemaakt door 72 geleerden in 72 dagen. Dat getal vinden we in dit verhaal terug. De 72 volgelingen van Jezus van Nazareth gingen er niet met het Nieuwe Testament op uit. Dat moest nog geschreven worden en het eind van de vier Evangeliën, de opstanding van Jezus uit de doden, had nog niet plaats gevonden. Voor Jezus van Nazareth zelf ging zijn Evangelie over de bevrijding van de armen, de genezing van de zieken, het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten en het bevrijden van gevangenen.

Met die boodschap, die je op bijna elke bladzijde van dat Oude Testament tegen kunt komen, gingen de 72 de wereld in. En niet met een waarschuwing voor individuele mensen die zich zouden moeten bekeren, maar voor steden en dorpen. Kennelijk moesten hele samenlevingen ingericht worden volgens het Evangelie van Jezus van Nazareth. Nu sluit het getal dat in dit verhaal wordt genoemd nog bij een ander verhaal uit het Oude Testament aan. In het verhaal over de uittocht uit Egypte, in het elfde hoofdstuk van het boek Numeri, wordt ook gesproken over 70 oudsten. Mozes besluit om zijn leiderschap gedeeltelijk te delen met deze oudsten. Het klagende volk, met onverzadigbare vreemdelingen bovendien, zou op die manier beter in de hand te houden zijn. Jezus van Nazareth deelt op bijna dezelfde manier zijn gezag met de volgelingen die hij er op uitstuurt.

Ze krijgen dan ook de verzekering dat ze net zo mogen optreden als hij, en dat wie naar hen luistert eigenlijk naar hem luistert. Daarmee is ook onze opdracht om te verkondigen bepaald. Het gaat niet om hogere tovenarij maar om bevrijding van de armen. De boodschap is niet dat je op de knieën moet om Jezus binnen te laten, maar dat je de handen uit de mouwen moet steken om de armen te bevrijden. En wie het niet wil horen die moet het zelf maar uitzoeken, daar schudden we de stof van onze voeten, we oordelen er niet over, we worden niet boos, wellicht is er een ander op een andere tijd die ze wel binnen laten maar we laten ons leiden door hen die ons willen horen. Want ook onze samenleving zal ingericht moeten worden op bescherming van de armsten in de wereld. Laten we daarom de onrechtvaardige tolmuren afbreken, vrede stichten en het Koninkrijk binnen laten. Elke dag kunnen we er mee op pad, ook vandaag weer.

 

De hand aan de ploeg

Lucas 9:51-62

51 Toen de tijd naderde dat Jezus in de hemel zou worden opgenomen, ging Hij vastberaden op weg naar Jeruzalem. 52 Hij stuurde boden voor zich uit. In een Samaritaans dorp, waar ze kwamen om zijn komst voor te bereiden, 53 wilden de dorpelingen Hem niet ontvangen, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was. 54 Toen de leerlingen Jakobus en Johannes merkten dat Jezus niet welkom was, vroegen ze: ‘Heer, wilt U dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?’ 55 Maar Hij draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht. 56 Ze gingen verder naar een ander dorp. 57 Terwijl ze hun weg vervolgden, zei iemand tegen Hem: ‘Ik zal U volgen waarheen U ook gaat.’ 58 Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon heeft geen plaats waar Hij zijn hoofd te ruste kan leggen.’ 59 Tegen een ander zei Hij: ‘Volg Mij!’ Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ 60 Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.’ 61 Weer een ander zei: ‘Ik zal U volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’ 62 Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’ (NBV21)

Jezus van Nazareth gaat zijn weg naar het einde en het Evangelie van Lucas vertelt ons dat dat einde ligt in Jeruzalem. Daar was het verhaal ook begonnen. Aan het begin van het Evangelie van Lucas staat Zacharias, de priester zonder hoop en verwachting die met stomheid geslagen wordt als hij ontdekt dat de verwachting die hij en zijn vrouw altijd gehad hadden toch nog uit zal komen. Maar ook het einde van het verhaal ligt in Jeruzalem. In Jeruzalem immers is de Tempel waar de leer van Mozes wordt bewaard. De leer van heb je naaste lief als jezelf. Daarom wijst Jezus zijn volgelingen streng terecht als zij vuur willen laten neerdalen op een dorp dat hen niet wil ontvangen. Samaria had ooit een eigen tempel voor de God van Israël en de wrijving daarover was altijd gebleven. De Samaritanen hadden hun eigen heiligdom op de berg Gerizim. En Lucas merkt eigenlijk ook op dat al dat lijden, sterven en opstaan zich niet kunnen meten met het opnemen in de hemel,

Denk ook niet dat het om een handjevol rondtrekkende mannen gaat, het is een hele menigte die Jezus volgt op zijn weg. Maar Jezus van Nazareth waarschuwt de volgelingen, geen hol, geen nest, geen huis of plaats om te rusten heeft hij, ze moeten maar afwachten of er iemand is die ze een plaats in de samenleving gunt. Daarmee gaat hij de weg van de lijdenden waarover vertelt wordt. De weg van de zieken, de weduwen, de armen, de vluchtelingen, de tollenaars en de hoeren. Juist de mens die anderen een plek in de samenleving geeft heeft die plek zelf niet. Zonder omkijken gaat het op die weg voort. De doden kunnen hun doden begraven, afscheid nemen van huisgenoten is er niet bij, wie geen huis heeft kent ook geen huisgenoten. Op de weg van Jezus van Nazareth wordt de armen het aangename jaar van God verkondigd, krijgen de hongerigen eten, worden naakten gekleed, gevangenen bevrijd. Dat is het programma van het Koninkrijk van God.

Wie tot dat Koninkrijk wil behoren moet de weg gaan van de lijdenden, moet met andere woorden het kruis achter Jezus aan opnemen. Wie bij dat Koninkrijk wil horen keert zich af van de wereld waar het gaat om winst en profijt, om aanzien en pracht en praal. Dat Koninkrijk is voor de levenden, voor echte mensen zou Paulus later schrijven. De onechtheid, het klatergoud, de schijnvroomheid, verdwijnen in het licht van dat Koninkrijk. Evangelie betekent blijde boodschap en voor armen die worden bevrijdt van de armoede is het natuurlijk een blijde boodschap, maar ook voor al die mensen die de schijn moeten ophouden dat streven naar geluk ook streven naar materiële welvaart is. Streven naar geluk in het Koninkrijk van Jezus van Nazareth is het geluk in de ogen van de naaste die weer op weg geholpen is, die weer mee mag doen. Kijk vandaag maar eens goed in de ogen van je naaste.

 

Het kwaad uit uw midden

Deuteronomium 19:11-21

11 Als echter iemand een ander uit haat en met voorbedachten rade doodt, en dan naar een van die steden uitwijkt, 12 moeten de oudsten van zijn stad hem daar laten ophalen en hem aan de bloedwreker uitleveren: hij mag zijn straf niet ontlopen. 13 Wees daarin onverbiddelijk. Zo bevrijdt u zich van de bloedschuld die op Israël rust, en het zal u goed gaan. 14 U mag in het gebied dat de HEER, uw God, u toewijst in het land dat Hij u in bezit geeft, de stenen die al generaties lang andermans grond begrenzen niet verplaatsen. 15 Eén enkel getuigenis dat iemand een overtreding heeft begaan of een misdrijf of wat dan ook, is niet geldig. Een aanklacht krijgt pas rechtsgeldigheid op grond van de verklaring van ten minste twee getuigen. 16 Als een getuige tracht een ander ten val te brengen door een leugenachtige verklaring over hem af te leggen, 17 dan moeten de twee partijen in het geding samen voor de HEER verschijnen, voor de priesters en de rechters die op dat moment in functie zijn. 18 De rechters moeten de zaak zorgvuldig onderzoeken. Als blijkt dat de getuige heeft gelogen en een vals getuigenis heeft afgelegd, 19 dan moet u hem de straf opleggen die hij de ander had toebedacht. Zo moet u het kwaad uit uw midden verwijderen. 20 De anderen moeten daardoor worden afgeschrikt, zodat dergelijke wandaden zich niet herhalen. 21 Heb geen medelijden en eis een leven voor een leven, een oog voor een oog, een tand voor een tand, een hand voor een hand, een voet voor een voet. (NBV21)

“Hard straffen, het staat in de Bijbel”, hoor je nog wel eens zeggen. En dan vragen anderen zich af wat die wrede straffen dan wel te maken hebben met geboden over liefde, en rechtvaardigheid. Dat hard straffen daar gaat het dus ook helemaal niet om. In een tijd dat ze nog geen wetenschappelijk bewijs in strafzaken konden verzamelen, denk maar eens aan de CSI series op de TV, moest je toch wel heel zeker weten dat iemand schuldig was voor er een veroordeling uit te spreken was. één getuige was geen getuige, twee op z’n minst en dan nog. Iemand die een ander kwam aanklagen liep het risico de straf te krijgen die de ander was toegedacht. En daar komt de regel om de hoek kijken dat je voor een ander moet wensen wat je voor jezelf wenst. Als jij vindt dat iemand een oog moet missen voor een misdrijf dan moet je het risico willen lopen zelf een oog te verliezen. Dat staat in dit Bijbelgedeelte. We zijn inmiddels wat verder in het verzamelen van bewijs en weten ook dat straffen het meest effect hebben als ze te maken hebben met het gepleegde misdrijf.

Maar we weten ook dat bijvoorbeeld valse aangiften van sexuele misdrijven een regelrechte ramp zijn. Niet alleen voor de ten onrechte beschuldigden en dat mag niet onderschat worden, maar vooral ook voor echte slachtoffers die ineens veel en veel meer moeite moeten doen gehoor te vinden voor hun aanklacht. Die echte slachtoffers moeten vaak het risico nemen nog eens beschadigd te worden als ze degene die hen beschadigd heeft willen laten boeten. Roepen om harde straffen is daarom vaak goedkoop en gemakkelijk als je zelf niet het risico wil nemen ook zo bestraft te worden. Het stuk dat we vandaag uit Deuteronomium lezen spoort ons aan tot de grootste voorzichtigheid bij het aanklagen en pleiten voor straffen. Misdrijven worden het best bestreden door ze te voorkomen, en misdrijven voorkomen doe je door mensen al van heel jong af met liefde en aandacht te omringen. Daar zijn tegenwoordig zelfs wetenschappelijke methodes voor die werken, jammer dat ze door dit kabinet zijn wegbezuinigd.

Maar een beetje liefde kunnen we zelf ook uitstralen. Misdaad bestrijden begint in de wieg. Wie kinderen al jong mishandelt kweekt mishandelaars, wie kinderen misbruikt loopt de kans misbruikers te kweken. Aan alle volwassenen dus de taak om goed op te letten op de kinderen om ons heen. Zijn dat wel de zorgeloze vrolijke kinderen die in een veilige omgeving opgroeien? Of zijn het angstige wezentjes die elk contact met volwassenen mijden en zich in zichzelf opsluiten? Wij zijn inderdaad elkaars hoeder. Niet dat anderen moeten doen en leven als wijzelf, niet dat we anderen de regels moeten opleggen die we onszelf opleggen, maar wel dat we zo meeleven en zorgen voor anderen als we voor onszelf gezorgd en met onszelf meegeleefd zouden willen hebben. Ook in dit gedeelte van de Bijbel gaat het over bevrijding, van bloedschuld in elk geval, maar ook bevrijding van misdaad.

 

Onschuldig bloed

Deuteronomium 19:1-10

1 Wanneer de HEER, uw God, de volken in het land dat Hij u zal geven heeft uitgeroeid, en u hun land in bezit hebt genomen en in hun steden en hun huizen bent gaan wonen, 2 dan moet u in dat land drie steden aanwijzen als vrijplaats. 3 Stel de afmetingen vast van het gehele gebied dat u van de HEER, uw God, krijgt, en verdeel het land in drieën, zodat iedereen die iemand heeft gedood een plaats heeft waarheen hij kan uitwijken. 4 Het recht om daarheen te vluchten en zo het eigen leven te redden is voorbehouden aan degene die per ongeluk iemand heeft gedood, zonder hem ooit te hebben gehaat. 5 Iemand die bijvoorbeeld samen met een ander hout gaat hakken in het bos en zijn bijl zwaait om een boom te vellen, waarbij het blad van de steel schiet en de ander dodelijk treft, kan zijn leven redden als hij naar een van die steden kan uitwijken. 6 Op die manier wordt voorkomen dat hij, omdat de afstand naar de vrijplaats te groot is, wordt ingehaald en gedood door de bloedwreker die hem belust op wraak achtervolgt; zo’n wraakneming zou ook niet terecht zijn, want hij had zijn slachtoffer nooit gehaat. 7 Daarom draag ik u op drie steden aan te wijzen. 8 En wanneer de HEER, uw God, uw grondgebied uitbreidt, zoals Hij uw voorouders onder ede heeft beloofd, en u heel het land geeft dat Hij hun heeft toegezegd 9 -als u tenminste alle geboden die ik u vandaag geef strikt naleeft, de HEER, uw God, liefhebt en altijd de weg volgt die Hij wijst-,dan moet u nog drie andere steden aanwijzen. 10 Dan hoeft er in het land dat de HEER u geeft geen onschuldig bloed te vloeien, en laadt u geen schuld op u. (NBV21)

Een ongeluk zit in een klein hoekje. Iemand die zo’n ongeluk overkomt moet natuurlijk niet bestraft worden. Zo zit ons recht gelukkig in elkaar tegenwoordig. De vrijsteden zijn in de loop van de geschiedenis afgeschaft maar ook wij hebben die gekend. Het recht zelf verandert voortdurend. Het past zich aan aan nieuwe opvattingen en gewoonten, maar de principes blijven hetzelfde. Eigenlijk moet je altijd er voor zorgen dat een ander niet meer of erger overkomt dan dat jezelf gewild zou hebben. Alleen als het onvermijdelijk was dan treft je geen schuld maar zelfs onachtzaamheid kan bestraft worden. Het is goed om zo af en toe er weer eens op gewezen te worden dat je verantwoordelijk bent voor de gevolgen van je daden. Dat hoeft niet beangstigend te zijn, dat kan ook positief uitwerken. Als je het goede voor hebt en niets dan het goede wil doen dan zijn de gevolgen van je daden meer dan waarschijnlijk ook goed, je hebt er immers over nagedacht en nagegaan wat anderen als goed zouden ervaren.

En over de veranderingen in de wet hoefden we tot voor kort ook niet echt in te zitten. Wie duelleert er vandaag de dag nog? We hebben nog een hoofdstuk in de strafwet dat duelleren onder omstandigheden zelfs straffeloos maakt, in elk geval voor artsen die er getuige van zijn. Maar onlangs heeft de Tweede Kamer een wet aangenomen die Christen zijn tot een misdaad bestempelt waarvoor je een gevangenisstraf kan krijgen. Het is nog de vraag of ook de Eerste Kamer dit gaat volgen, maar je naaste liefhebben als je zelf, de kern van geloof dat je God moet liefhebben als je zelf wordt weer risicovol als je toevallig tegen een naaste op loopt die geen geldige verblijfspapieren heeft.

Dat het lijkt of geweld toeneemt is schijn. We schenken er meer en meer aandacht aan. We hebben toegang tot zelfs de kleinste politieberichten uit het hele land en elk verhaal over geweld trekt onze aandacht. Als geweld gewoon is wordt er ook geen aandacht aan geschonken. Hoe meer je er over hoort en leest hoe buitengewoner het is. We zijn dus op de goede weg, maar dat gaat niet vanzelf. Zeker bij geweld blijft het de taak van ieder na te gaan hoe geweld in je eigen omgeving zou kunnen ontstaan en hoe dat ontstaan zou kunnen worden voorkomen. We veroordelen tegenwoordig niet alleen geweld maar elke uiting van woede en irritatie. Maar we zouden ook moeten weten dat opkroppen van irritatie en woede een bron kan zijn van een geweldsexplosie. Paulus gaf daarom een gemeente eens de raad om eerst ruzie en onenigheid uit te praten voordat je samen aan tafel gaat. Een ieder van ons moet in elk geval bereid blijven het goede te doen en niets dan het goede, ook als dat tegen een wet in gaat. Dat kan elke dag, ook vandaag weer.

 

Vrede en barmhartigheid

Galaten 6:11-18

11 U ziet het aan de grote letters: ik schrijf u nu eigenhandig. 12 Degenen die u dwingen u te laten besnijden willen daarmee goede sier maken, alleen maar om te voorkomen dat ze worden vervolgd omwille van het kruis van Christus. 13 Ze zijn voor de besnijdenis maar leven zelf niet volgens de wet; ze willen dat u zich laat besnijden om zich daarop te kunnen laten voorstaan. 14 Maar ik-ik wil me op niets anders laten voorstaan dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld. 15 Het doet er niet toe of iemand besneden is of niet, maar alleen of iemand een nieuwe schepping is. 16 Moge er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf blijven, en voor het Israël van God. 17 En laat voortaan niemand mij meer tegenwerken, want ik draag de littekens van Jezus in mijn lichaam. 18 Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen. (NBV21)

We sluiten hier de lezing van de brief aan de Galaten af. Paulus neemt hier zelf de pen ter hand. Er wordt verondersteld dat hij de meeste van zijn brieven heeft gedicteerd. Het probleem is vaak dat we alleen nog kopieën hebben van zijn brieven en dat pas ver na zijn dood de lijst is opgesteld van de boeken die in het Nieuwe Testament staan. Veel brieven waarvan heel vroeger nog gedacht werd dat ze van Paulus waren blijken dat bij nadere bestudering niet te zijn. De inhoud werd er overigens niet minder waardevol door. Maar deze eerste brief is volgens iedereen echt van Paulus zelf. En in dit slot laat Paulus nog eens zien wat nu het allerbelangrijkste is voor de jonge christelijke gemeente in het hart van Turkije, en daarmee ook voor ons.

Dat zijn twee begrippen, vrede en barmhartigheid. Vrede niet alleen in de zin dat er geen oorlog is, geen gewapend conflict, maar vrede in de zin dat men elkaar niet verkettert in de gemeente. Barmhartigheid is dan de zorg voor de armen in de samenleving. Voor beide begrippen is ook in onze dagen de aandacht meer dan nodig. Natuurlijk zijn er politieke partijen en kerkgenootschappen waar men elkaar verkettert. In sommige plaatsen staan de nieuw gevormde Protestantse Gemeenten en de Hersteld Hervormden als oorlogsfracties tegenover elkaar. Maar ook op het internet kunnen mensen er wat van. Er zijn plekken op het internet waar schelden, beledigen en kwaad spreken tot een eigen kunst verheven is. Argumenten tellen daar niet meer, opgebouwd wordt er al helemaal niets meer, alleen de kunst van het bezeren met woorden en het afbreken van mensen om het afbreken tellen nog.

Natuurlijk mag je iemand de waarheid zeggen. Paulus laat in deze brief aan de Galaten zien dat de waarheid hard aan kan komen en scherp kan worden geformuleerd. Maar Paulus laat ook zien dat het niet aangaat om personen in een kwaad daglicht te stellen maar juist om mensen helder te laten zien waar het eigenlijk om gaat, om vrede en barmhartigheid. Juist omdat de Liefde van God door de dood is heengedragen, door Jezus van Nazareth, die stierf immers aan het kruis terwijl zijn Liefde en daardoor hijzelf, bleef leven, mogen we ongeacht wie we zijn en waarvandaan we komen deelhebben aan die Liefde en daar dag in dag uit van uitdelen, ook op het internet, ook vandaag weer. Want telkens weer kunnen we mensen oproepen om anders te handelen, mee te gaan doen in die beweging van Liefde voor de naaste. Dat gaat niet met schelden en veroordelen van mensen, dat gaat met benoemen waarom bepaalde handelingen liefdeloos lijken en met oproepen liefde te laten zien. Dat kunnen we elke dag weer, ook op internet.

 

Draag elkaars lasten

Galaten 6:1-10

1 Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid. 2 Draag elkaars lasten, zo brengt u de wet van Christus tot vervulling. 3 Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf. 4 Laat iedereen zijn eigen daden toetsen, dan heeft hij misschien iets om trots op te zijn, zonder zich er bij anderen op te laten voorstaan. 5 Want ieder mens draagt zijn eigen verantwoordelijkheid. 6 Wie onderwezen wordt in het evangelie, moet al het goede dat hij bezit met zijn leermeester delen. 7 Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. 8 Wie zaait op de akker van zijn aardse natuur, zal verderf oogsten, maar wie zaait op de akker van de Geest, oogst eeuwig leven. 9 Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. 10 Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten. (NBV21)

Het “draagt elkanders lasten” was heel lang de naam van het sociaal fonds van het CNV. Juist in die kring werd de Bijbelse oproep om voor elkaar te zorgen het best verstaan. In het begin van de vorige eeuw was er bij Christelijke, of zogenaamd christelijke, werkgevers een sterk verzet tegen de vorming van vakbonden. Werknemers zouden toch moeten gehoorzamen aan de boven hen gestelde werkgevers en zich moeten houden aan de contracten die over het werk en de beloning gesloten waren? Het antwoord van de oprichters van de bonden was dat elke werknemer een eigen verantwoordelijkheid had tegenover God maar ook tegenover zijn collega’s. Een collega die ziek was geworden, of een ongeval op het werk had gekregen, mocht niet als overbodig en onnuttig terzijde worden geschoven maar had recht op de zorg van zijn kameraden. Ook de weduwen en wezen van collega’s die waren overleden hadden recht op ondersteuning.

Dat recht ontleenden zij aan het christelijk zijn van die collega’s. Die collega’s konden nu eenmaal niemand aan de kant laten staan. Vandaar de oprichting van ziekenfondsen die betaalbare gezondheidszorg garandeerden en het steunfonds dat voor bijzondere noden ingeroepen kon worden. Hoewel de lonen vaak laag waren brachten de leden van de vroege vakbeweging vaak grote offers om het de bond mogelijk te maken de lasten mee te dragen van de zwaksten onder de werknemers. De gedachten achter de samenwerking en eendracht die de vakbeweging betekent zijn vervaagd. Jonge mensen nemen in onze dagen de sociale zekerheid voor vanzelfsprekend en vragen zich zo lang ze gezond zijn af voor wie ze eigenlijk allemaal de premies betalen. Vanuit werkgeverskring wordt daarom van tijd tot tijd met succes een aanval geopend op de sociale bescherming die werknemers in vroeger tijd hebben afgedwongen.

De Bijbel is echter niet veranderd. De opdracht elkaars lasten te helpen dragen en daarmee de naaste lief te hebben als jezelf is nog steeds even dwingend als vroeger. Het is ook nog even hard nodig. Ontslagbescherming voor werknemers die zich jaar in jaar uit inzetten voor de opbouw van een bedrijf, hun kracht en creativiteit daarvoor inbrengen, de concurrentiepositie helpen versterken door genoegen te nemen met een gematigde beloning is niet een gunst maar een recht. Die ontslagbescherming is ook nodig om enige stabiliteit aan onze samenleving te verlenen, om betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor onze bedrijven te vergroten. Ook de werkgevers mogen daarom geroepen worden om samen met werknemers de lasten voor de zwaksten mee te dragen. Dat geldt dus ook voor pensioenopbouw, voor het dragen van gevolgen van ziekte en ongeval, voor het ontstaan van blijvende invaliditeit. Vandaag is er ook aandacht voor vreemdelingen zonder papieren, ook hun lasten worden meegedragen, we kunnen niet anders. Wij zijn en blijven geroepen elkaars lasten te dragen, dan wordt je eigen last ook wat lichter. Het mag elke dag opnieuw, ook vandaag.

 

Geroepen om vrij te zijn

Galaten 5:13-26

13 Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw aardse begeerten vrij spel te geven, maar dien elkaar in liefde, 14 want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 15 Maar wanneer u elkaar aanvliegt en verscheurt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden. 16 Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan zult u niet toegeven aan aardse begeerten. 17 De aardse begeerte gaat in tegen de Geest, en wat de Geest verlangt gaat in tegen de aardse begeerte. Het een is in strijd met het ander, en u kunt dus niet zomaar doen wat u wilt. 18 Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet. 19 De praktijken waartoe de aardse begeerte aanzet zijn bekend: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, 20 afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, 21 afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God. 22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, 23 zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft. 24 Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn aardse natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen. 25 Als we leven door de Geest, laten we de Geest dan ook volgen. 26 Laten we elkaar niet uit eigenwaan de voet dwars zetten of een kwaad hart toedragen. (NBV21)

Macht brengt mensen op het verkeerde spoor. Door de geschiedenis heen is dat een les die we steeds opnieuw met schade en schande moeten leren en die we telkens opnieuw vergeten. Dat was in de dagen van Paulus niet anders dan in onze dagen. Ook bij ons breken er van tijd tot tijd conflicten uit in bewegingen en kerken die populair zijn en zich gevormd hebben rond mensen van wie we denken dat ze de waarheid op zak hebben en het beste met ons voor. Het zijn het soort conflicten die snel kunnen optreden bij groeiende bewegingen waarvan het karakter en de aard nog niet helemaal vast staan. De geschiedenis is er vol van. Macht en eigendunk zijn voedingsbodems waarop onderlinge strijd zomaar kan uitbreken. Paulus zet tegenover de vrijheid om alles te mogen doen de Liefde voor de naaste waarvan je vervult behoort te zijn.

Pas in die Liefde wordt de Vrijheid dragelijk en vruchtbaar, anders leidt ze alleen maar tot zelfvernietiging. Bij alles wat je goedkeurt of afkeurt moet je dus dat principe in de gaten houden. Alles mag, maar niet alles is nuttig om je naaste te dienen. Zeker niet alles is nuttig om de armsten onder ons bevrijding aan te zeggen. De Geest van Jezus van Nazareth is dat we bijna dag en nacht bezig zijn om gerechtigheid voor ontrechten te zoeken. Dat we voortdurend uitgestotenen weer een plaats in de samenleving willen geven. Jezus van Nazareth lag volgens de verhalen uit de vier Evangeliën daarbij voortdurend aan bij maaltijden van allerlei soort. Hij kreeg het verwijt om te gaan met hoeren en collaborateurs, maar ging ook eten bij Farizeeën, de mensen die de Joodse leer tot in de kleinste details als wetgeving wilden navolgen. In eten en drinken samen met anderen zit het dus niet.

Uit al die verhalen blijkt wel dat Jezus van Nazareth er op is bedacht dat iedereen mee kan doen, dat je geen mensen uitsluit maar alleen mensen opneemt. Dat de lammen weer kunnen lopen en de blinden weer kunnen zien. Dat er een andere weg wordt bewandeld dan in de wereld gewoon is. Dat de Weg van de Liefde wordt begaan en niet de weg van eigenbelang en begeerte. Paulus vat die verhalen op zijn eigen manier samen. Maar de manier waarop Paulus deze verhalen samenvat maakt wel dat ook wij navolgers van Christus kunnen worden. Ook wij kunnen onze samenleving herinrichten door de Liefde voor de naaste. Door samen maaltijd te houden met de vreemdelingen onder ons. Door de onrechtvaardige tolmuren te slopen die de armen in arme landen arm houden. Door onze rijkdom ook echt te delen met de armsten in de wereld. Dat zal ons nu wat kosten maar uiteindelijk een wereld opleveren zonder ellende. Dat moet ons toch alles waard zijn.

Onruststokers!

Galaten 5:1-12

1 Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen. 2 Luister naar wat ik, Paulus, tegen u zeg: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets baten. 3 Nogmaals, ik verzeker u dat iedereen die zich laat besnijden verplicht is om de hele wet na te leven. 4 Als u probeert rechtvaardig verklaard te worden door de wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld. 5 Want door de Geest hopen en verwachten wij dat we op grond van geloof rechtvaardig verklaard worden. 6 In onze eenheid met Christus Jezus is het niet van belang of iemand besneden is of niet, maar telt alleen het geloof, dat zich uit in liefde. 7 U was zo goed op weg, wie heeft u verhinderd de waarheid te blijven volgen? 8 Niet Hij die u geroepen heeft. 9 Bedenk: al een beetje desem maakt het hele deeg zuur. 10 De Heer geeft mij het vertrouwen dat u en ik het daar volledig over eens zijn. Maar degenen die u in verwarring brengen zullen worden gestraft, wie ze ook zijn. 11 En wat mijzelf betreft, broeders en zusters, als ik nog altijd de besnijdenis zou verkondigen, waarom word ik dan vervolgd? Dan zou het kruis toch geen aanstoot meer geven? 12 Ze moesten alles er maar af laten snijden, die onruststokers! (NBV21)

Je kunt wat doen voor je eigen zieleheil. Mediteren, bidden, Bijbellezen, niet vloeken, alleen heteroseksueel leven en tal van andere regels en voorschriften volgen. Kerken en voorgangers zijn er goed in om, door de eeuwen heen, telkens weer nieuwe regels en voorschriften te verzinnen. Hele kerkelijke wetboeken zijn er verschenen en week in week uit komen er groepen mensen bij elkaar om onder het motto van Bijbelstudie de Bijbel af te speuren naar nieuwe regels waar zij zich wel aan moeten houden en waar alle andere mensen geen weet van hebben. Paulus veroordeelt deze praktijken. Alleen het vertrouwen dat de armen bevrijdt zullen worden en als de liefde voor de naaste even groot is als de liefde voor jezelf tellen. Als er al regels zijn en als die al door gelovigen worden overtreden dan mogen die gelovigen telkens weer opnieuw beginnen met de Weg van Jezus van Nazareth. Dat noemt Paulus genade. We zien het in onze samenleving zo vaak gebeuren. Als kinderen de wet overtreden moeten ze opgesloten worden.

Het klinkt zo logisch, ongestraft kun je de verkeerde dingen immers niet laten passeren. Maar als je naar opgroeiende kinderen en jongeren kijkt vanuit de Liefde zoals Jezus van Nazareth ons die geleerd heeft dan weten we dat het er om gaat om gevangenen te bevrijden. Dan hebben we dus geleerd dat het gaat om die kinderen en jongeren weer een goede plaats in onze samenleving te geven. Dat verschaft ons niet het eenvoudige recept van opsluiten, maar dwingt ons om een paar mijl verder te gaan en plannen te maken om elk van die kinderen en elk van die opgroeiende jongeren om te doen keren van de weg van het kwade en weer op een goede plek in onze samenleving mee te laten doen. Volgens Paulus is het kennelijk onbelangrijk of je het kwade van die kinderen nu wel of niet tegenkomt maar is het belangrijk dat je met Liefde die kinderen weet te bereiken en hen weer tot het goede weet te brengen.

Een klein beetje zuurdesem kan het hele deeg zuur maken en dan kan je er echt geen ongezuurde broden meer van bakken. Mensen bedoelen het soms niet eens zo slecht maar maken door hun fanatisme de boel vaak meer kapot dan dat ze iets bereiken. In de dagen van Paulus waren het de mensen die de Joodse Wet ook wilden opleggen aan de Heidenen. Vooral de besnijdenis speelde daarbij een rol. Wanhopig roept Paulus uit dat ze zich maar moesten laten castreren. Een Heidense gewoonte die vaak uit religieuze overwegingen werd gedaan. Maar ja, mensen overdrijven wel eens. We zullen de wanhopige oproep van Paulus niet herhalen maar we hopen wel dat, zoals de zwarte kousenkerk maar een kleine minderheid van het Christendom is, ook zal doordringen dat het Salafisme maar een hele kleine minderheid vertegenwoordigd. Mensen willen een Wereld van Liefde. De God van Israël heeft ons de weg daarheen gewezen, Jezus van Nazareth heeft ons laten zien hoe die weg te gaan. En elke dag opnieuw mogen we opstaan om weer als nieuw die weg te gaan, ook vandaag weer.

 

Kinderen van de eenzame vrouw

Galaten 4:21-31

21 Vertelt u eens, u wilt aan de wet onderworpen zijn, maar luistert u wel naar de wet? 22 Er staat immers geschreven dat Abraham twee zonen had: één van zijn slavin en één van zijn vrijgeboren vrouw. 23 De zoon van de slavin werd geboren volgens de loop van de natuur, maar die van de vrijgeboren vrouw dankte zijn geboorte aan de belofte. 24 Dit heeft een diepere betekenis: de vrouwen staan voor twee verbonden. Het ene is het verbond van de Sinai in Arabië, dat slaven baart-dat is Hagar. 25 Als beeld van dat verbond staat Hagar voor het huidige Jeruzalem, dat met haar kinderen in slavernij leeft. 26 Maar het hemelse Jeruzalem is vrij, en dat is onze moeder, 27 want er staat geschreven: ‘Wees verheugd, onvruchtbare vrouw, jij die niet baart. Jubel en juich, jij die geen weeën kent. Want de kinderen van de eenzame vrouw zullen talrijker zijn dan die van de gehuwde.’ 28 En u, broeders en zusters, bent net als Isaak kinderen van de belofte. 29 Maar zoals destijds de zoon die krachtens de natuur geboren werd de zoon vervolgde die krachtens de Geest geboren werd, zo worden nu ook wij vervolgd. 30 Maar wat zegt de Schrift? ‘Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de slavin mag niet met de zoon van de vrijgeboren vrouw delen in de erfenis.’ 31 Kortom, broeders en zusters, wij zijn geen kinderen van de slavin, maar van de vrijgeboren vrouw.(NBV21)

Je zou bijna denken dat Paulus een anti-Islamist was met zijn typeringen van Hagar en haar zoon Ismael. Maar de Islam bestond nog niet in de dagen van Paulus, de Islam is pas een paar honderd jaar later ontstaan. Als je trouwens nauwkeurig leest dan verbindt Paulus Hagar en Ismael met de Sinaï, de berg waar het volk Israël de Tora ontving, en met Jeruzalem, de stad waar de Tora werd bewaard. Sara, de moeder van Israël, wordt dan verbonden met de Christenen, de kinderen van de vrijheid. Paulus wil hier de Heidenen in Turkije duidelijk maken wat de traditie is waarmee de nieuwe beweging van de Weg verbonden is. Ingewikkeld is het zeker. we hebben het al eens gehad over het Oude en het Nieuwe Testament. Die twee delen van de Bijbel zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat Oude Testament is de Hebreeuwse Bijbel.

Voor Paulus is die Hebreeuwse Bijbel de verzameling boeken waarin de komst van Jezus van Nazareth werd beloofd. Jezus van Nazareth als de eerstgeboren mens die de Liefde, zoals God die wilde, volhield door de dood heen. Zijn leven, sterven en opstanding maakt dat we er allemaal in mogen delen en er allemaal aan mogen meedoen. Voor Jezus van Nazareth was het hart van het Oude Testament de Wet van de Woestijn, de Tora, niet doden, niet liegen, niet stelen en je naaste liefhebben als jezelf, zoals in het Evangelie van Mattheüs staat beschreven. Op die manier staan we in de traditie. Het gaat er dus niet om leden te worden van het volk van Israël, en in de dagen van Paulus mee te gaan doen aan het gewapende verzet tegen de Romeinen, maar burgers te worden van het Koninkrijk van God, dat los van het Romeinse Rijk alle mensen een plaats in een samenleving van Samen Delen en Rechtvaardigheid zou geven.

Dat Koninkrijk kiest overal en altijd voor het leven, dat Koninkrijk verschaft elk mens recht. Dat biedt bevrijding voor de armen, daar gaan de lammen lopen, de blinden zien en de doven horen. Daar zijn geen wetten die zeggen wat je allemaal wel mag doen en wat verboden is, daar heerst niet het moeten en verbieden, daar is de vrijheid. Die vrijheid dan beleefd in de Geest van God, de manier waarop Jezus van Nazareth zijn leven leefde en verloor. Die Geest van God maakt dat je altijd beducht bent op de naaste, de mens die jou nodig heeft, de mens langs de kant van de weg, die weer een plaats in de samenleving nodig heeft. Die Geest maakt ook dat, als je van de Weg afgedwaald bent, je elk moment weer mee mag gaan doen, al is het duizend keer op een dag. Weg dus met de slavenmentaliteit van gehoorzaam zijn aan regels en fatsoen en leve de vrijheid van samen delen en respect voor ieder medemens.

 

De goede zaak

Galaten 4:12-20

12 Broeders en zusters, ik smeek u, word zoals ik, want ik ben geworden zoals u. U hebt mij in geen enkel opzicht onrecht aangedaan. 13 Weet u nog, de eerste keer dat ik u het evangelie heb verkondigd? Ik kwam bij u omdat ik ziek was, 14 en hoewel mijn ziekte u er alle aanleiding toe gaf, hebt u mij toch niet veracht of verstoten, maar mij in uw midden opgenomen alsof ik een engel van God was of Christus Jezus zelf. 15 Toen prees u zich gelukkig. Wat is daar nu nog van over? Ik kan van u getuigen dat u zelfs uw ogen zou hebben uitgerukt om ze mij te geven. 16 Ben ik dan nu ineens uw vijand geworden, omdat ik u de waarheid zeg? 17 Die anderen spannen zich voor u in, maar hun bedoelingen zijn slecht: ze willen een wig drijven tussen u en ons, en dan moet u zich voor hén inspannen. 18 Het is goed als u zich inspant, maar dan wel voor de goede zaak, en doe het bovendien altijd, dus niet alleen wanneer ik bij u ben. 19 Kinderen, zolang Christus geen gestalte in u krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën om u. 20 Hoe graag zou ik nu bij u willen zijn en op een andere toon met u spreken, want ik maak me ernstig zorgen over u. (NBV21)

Span je alleen in voor de goede zaak is de raad van Paulus aan de Galaten. En dat is ook een goed advies voor ons. Er zijn ook deze week weer allerlei mensen die ons ongetwijfeld zullen willen wijsmaken dat er wetten en regels zijn die ons verhinderen de armoede te bestrijden en de armen bevrijding aan te zeggen. Dat hongerigen gevoed moeten worden is goed maar daar zouden organisaties en instanties voor zijn, ja je moet hongerigen misschien wel laten hongeren omdat dat beter voor hen is, laat ze eerst maar eens vier weken proberen zonder geld te overleven. Dat mensen zonder kleding gekleed zouden moeten worden ligt misschien voor de hand maar ook daar zijn instanties voor en organisaties. Nieuwe kleren zou misschien misverstanden geven en verwachtingen oproepen die ze niet waar kunnen maken. Hulpverlenen strafbaar maken kan dus al helemaal niet. Christenen helpen, zonder aanzien des persoons.

Gevangenen bezoeken kan natuurlijk niet zomaar, daar zijn pasjes en toestemmingen voor nodig. Die bezoekgroepen rond de justitiepastores zijn soms alleen maar lastig. Gevangenen sluit je op, je snijdt de banden met de samenleving voor enige tijd door. Mensen die gevangenen laten zien dat die ook zonder misdaden een plek in de samenleving kunnen krijgen passen daarbij niet. Na hun straf zijn er wel de Exodushuizen die vanuit de kerken zijn opgezet en waar ex gevangenen worden begeleid bij hun terugkeer naar de samenleving maar die huizen krijgen toch maar zelden een gewone plaats in een woonwijk. Mensen willen liever dat ex gevangenen anoniem en ongemerkt tussen hen komen in wonen. Met die wetten en regeltjes willen mensen macht over je uitoefenen. Hoe ordelijk en redelijk ze soms klinken, als ze afhouden van de liefde voor de naaste, van het brengen van het evangelie van de bevrijding, zijn ze verkeerd.

Paulus brengt de boodschap dat er maar één Heer is, God, of, mischien herkenbaarder, Jezus van Nazareth. Zelfs Paulus zelf zet zich niet op de eerste plaats hebben we geleerd. De Galaten worden dan ook opgeroepen het goede doen niet te laten afhangen van de aanwezigheid van Paulus maar het goede te doen omwille van de zaak van het Koninkrijk van God zelf. Zo zullen we ook verder moeten. We zijn niet uit op conflicten met mensen die het over ons te zeggen denken te hebben maar we zijn uit op bevrijding van de armen, voeden van de hongerigen, kleden van de naakten, steunen van de zwakken. En niets ter wereld kan ons daarvan afhouden. Het doet pijn mensen te horen spreken over de Here Jezus en te zien dat ze niet op hem willen lijken, Paulus spreekt zelfs over geboortepijn. Laten we dus minder over Hem spreken en meer als Hij doen.