Bij het horen van deze woorden

Handelingen 5:1-11

1 Een zekere Ananias verkocht samen met zijn vrouw Saffira eveneens een stuk grond, 2 maar hield een deel van de opbrengst achter-ook zijn vrouw wist daarvan-en bracht de rest van het geld naar de apostelen. 3 Maar Petrus zei: ‘Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de heilige Geest bedrogen door een deel van de opbrengst van het stuk grond achter te houden? 4 Je had het immers niet hoeven te verkopen, en nu je het wel verkocht hebt, had je met de opbrengst toch kunnen doen wat je wilde? Wat heeft je bezield om je zo te gedragen? Niet de mensen heb je bedrogen, maar God zelf.’ 5 Bij het horen van deze woorden viel Ananias neer en stierf, en iedereen wie dit ter ore kwam schrok hevig. 6 Enkele jongemannen wikkelden hem in een lijkwade, droegen hem naar buiten en begroeven hem. 7 Ongeveer drie uur later kwam zijn vrouw binnen, die niet wist wat er gebeurd was. 8 Petrus vroeg haar: ‘Zeg me, heb je het stuk grond voor dit bedrag verkocht?’ Ze antwoordde: ‘Ja, voor dit bedrag.’ 9 Daarop zei Petrus: ‘Hoe heb je durven besluiten om de Geest van de Heer te trotseren? Kijk, degenen die je man begraven hebben staan voor de deur, en ze zullen ook jou naar je graf dragen.’ 10 Onmiddellijk viel ze voor zijn voeten neer en stierf. Toen de jongemannen binnenkwamen, troffen ze haar dood aan. Ze droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. 11 De hele gemeente en allen die hiervan hoorden, werden door grote schrik bevangen. (NBV)

Moeilijk verhaal vandaag. Mensen die zich schoorvoetend aansluiten bij de nieuwe beweging van de weg worden gedood. Wij zouden zeggen dat ze dood kunnen vallen, maar de Bijbel is duidelijker, ze vallen dood. Die gemeenschap waar een groot deel van de mensen naar de Tempel gaat om te bidden maar ook om hun overtuiging uit de dragen krijgt niet veel geld binnen. Dan worden er ook nog bedelaars van hun lot bevrijdt en opneemt in de gemeenschap zijn er steeds meer mensen die van die gemeenschap afhankelijk zijn. En de beweging is nu niet direct populair bij de machthebbers. Ze hebben immers niet zo lang geleden de stichter van de beweging een schandelijke slavendood laten sterven door hem aan het kruis te hangen.

Daarom moet je onvoorwaardelijk op elkaar kunnen rekenen. Mensen die er mee sjoemelen, die de gemeenschap toch niet helemaal vertrouwen of alleen uit zijn op aanzien kunnen doodvallen. Dat is dan ook de boodschap van dit verhaal. Dat onvoorwaardelijk delen met elkaar hebben de jonge christengemeenten dan ook maar heel kort kunnen volhouden. Zoals een dichter in de vorige eeuw zei staan er wetten in de weg en praktische bezwaren. Maar dat je als christengemeenschap als het ware weer terugkeert naar de woestijn waar je onvoorwaardelijk op elkaar moet kunnen bouwen om te kunnen overleven wordt wel duidelijk. Zo was het volk Israel als volk begonnen, daar hadden ze die Wet van je naaste liefhebben als jezelf ontdekt. Uit dat volk kwam die zoon der vertroosting voort.

Die jonge christengemeenschappen hadden de cultus van die Wet omgevormd tot een Weg die iedereen op de hele aarde zou kunnen gaan. Een Weg die ook vandaag nog begaanbaar is. Een Weg waarop we de bedelaars langs de kant van de Weg weer zien zitten en de hand kunnen rijken. Een Weg waar we gemeenschappen kunnen vormen om samen sterk te staan voor de minsten op de aarde, samen schrijven met Amnesty International, samen rechtvaardige handelsverhoudingen scheppen met Fair Trade, samen werken in verzorgingshuizen, asielzoekerscentra of gevangenissen. Samen doen wat je kunt doen en elkaar daarin ondersteunen. Dat was de Weg die de Apostelen gingen na Pinksteren en waarin wij ze kunnen navolgen, ook vandaag.

Zoon van de vertroosting

Handelingen 4:32-37

32 De groep mensen die het geloof had aanvaard, leefde eendrachtig samen. Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles gemeenschappelijk. 33 De apostelen bleven met grote kracht getuigen van de opstanding van de Heer Jezus, en God begunstigde allen rijkelijk. 34 Niemand onder hen leed enig gebrek: wie een stuk grond of een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de apostelen 35 en legde die aan hun voeten neer, waarna het geld naar behoefte onder de gelovigen werd verdeeld. 36 Een van hen was Josef, een Leviet uit Cyprus, die van de apostelen de bijnaam Barnabas had gekregen, wat in onze taal ‘zoon van de vertroosting’ betekent. 37 Hij bezat een akker, die hij verkocht, waarna hij het geld naar de apostelen bracht. (NBV)

Dat was een mooie bijnaam die Josef kreeg. Hij was zelf een Tempelbediende, een leviet, en kwam uit Cyprus. Uiteindelijk waren de Joden over heel het Romeinse Rijk verspreid geraakt. Deze Josef had nog een akker. Het hebben van een akker was een belangrijke zaak in Israel. Toen heel veel eeuwen eerder het land werd veroverd had Jozua het land verdeeld onder de families. Van die akkers zou je moeten kunnen leven. Als dat niet meer kon zou je je akker te gelde kunnen maken en zelf voor loon of voor voedsel gaan werken, slaaf worden dus, maar na 50 jaar zou de familie de akker weer terugkrijgen en opnieuw kunnen beginnen. Het was het soort ideaal waar de jonge Christengemeenschap zich graag aan spiegelde.

Levieten kregen echter niet een dergelijke akker. Zij moesten onafhankelijk recht kunnen spreken, Dat die Josef die akker ging verkopen en het geld aan de gemeenschap schonk was een teken dat ze eindelijk echt samen deden en zich juist daarom geen zorgen voor de toekomst hoefden te maken. Ze waren weer terug bij het vervullen van de Tora, de goddelijke richtlijnen voor de menselijke samenleving. Volgens de Hebreeuwse Bijbel is alles wat je hebt van God gekregen. Niets is daarom persoonlijk eigendom, alles is er om te delen. Jezus had dat zijn hele leven verkondigd. Zelfs je vijanden moet je liefhebben. Een gemeenschap waar een groot deel van de mensen naar de Tempel gaat om te bidden maar ook om hun overtuiging uit de dragen krijgt niet veel geld binnen.

Als je dan ook nog bedelaars van hun lot bevrijdt en opneemt in de gemeenschap zijn er steeds meer mensen die van die gemeenschap afhankelijk zijn. Als mensen hun bezit te gelde maken en alles met elkaar gaan delen dan wordt de gemeenschap steeds sterker. Het ideaal dat hier uit spreekt heeft niet echt lang stand gehouden. In de jaren 60 van de vorige eeuw waren er communes die het probeerden en bij de stichting van de staat Israël waren er kibboetsim die volgens die idealen probeerden te leven. Maar smaken verschillen en dus gaan mensen weer uiteen. Blijft het gegeven dat niet wat je hebt van jou is en dat je alles van God hebt gekregen om te delen. Daar kunnen we ook vandaag nog uit leven.

Die machtigen de moed beneemt

Psalm 76

1Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm van Asaf, een lied. 2 Vermaard is God in Juda, groot is zijn naam in Israël. 3 In Salem sloeg hij zijn tent op, in Sion lag hij in hinderlaag. 4 Daar brak hij bogen en pijlen, schilden en zwaarden, oorlogstuig. sela 5 Hoe stralend bent u, hoe machtig, vanuit het gebergte loerend op prooi. 6 Dapperen werden beroofd, in slaap verzonken, geen held die zijn kracht nog hervond. 7 Al door uw dreigen, God van Jakob, bezweken ruiters en paarden. 8 Vreeswekkend bent u; wie kan uw toorn trotseren? 9 Vanuit de hemel klonk uw oordeel, de aarde vreesde en hield de adem in: 10 u, God, rees op om recht te spreken, te redden alle vernederden op aarde. sela 11 Wie in woede tegen u opstond, zal u loven, wie ontkwam aan uw woede, omgordt zich met gejuich. 12 Doe geloften aan de HEER, uw God, en los ze in. Allen rondom hem: breng gaven aan de Geduchte, 13 die machtigen de moed beneemt, koningen der aarde met vrees vervult. (NBV)

Vandaag zingen we een Psalm met de kerk mee die in de Joodse traditie een lied is geworden dat bij het Loofhuttenfeest hoort. Dit oogstfeest in het najaar herinnert de gelovigen er aan dat voordat er huizen waren het volk jarenlang door de woestijn heeft moeten trekken voordat het beloofde land kon worden binnengetreden. Er hoort dan ook niemand beter te zijn dan een ander. Maar als je vanuit je loofhut de stad bekijkt is het niet minder dan een wonder dat een klein volkje van zwervers door de woestijn dit allemaal bereikt heeft. Een schitterende stad met een prachtige Tempel waar een heerlijke godsdienst wordt beleden. Het kan niet anders dan de God van Israël heeft dit voor elkaar gemaakt en je zult er de God van Israël dankbaar voor moeten zijn. Dat het ook allemaal kan blijven bestaan en niet ingepikt wordt door al die zogenaamd zo machtige en belangrijke wereldrijken moet ook wel te danken zijn aan de God van Israël.

Toen de Hebreeuwse Bijbel in het Grieks werd vertaald vroeg men zich af wanneer dit lied zou kunnen zijn ontstaan. Uiteindelijk is Jeruzalem, hier aangeduid als Salem en Sion, verschillende keren ingenomen en verwoest. Waarna het weer kon worden opgebouwd als het volk de afgodendienst had afgezworen en zich weer had geschaard onder de dienst aan de God van Israël. Men herinnerde zich toen het verhaal over de belegering van Jeruzalem door de Assyriërs, toen Hizkia koning van Israël was. Hizkia had alle altaren en tempels van de afgoden als Baäl en Astarte laten vernietigen in Juda. Toen de Assyriërs het beleg voor Jeruzalem hadden opgeslagen en riepen dat er geen God was geweest die hen hadden kunnen tegenhouden had Hizkia bevolen de poorten gesloten te houden en te vertrouwen op de God van Israël. In het grote en sterke leger van Assyrië was toen een epidemie uitgebroken en dat leger was op de vlucht geslagen achterna gezeten door het leger van koning Hizkia. Die verwijzing van de Griekse vertaling naar deze gebeurtenis is er dus achteraf bij gezet.

Het loflied op de prachtige stad is dus eigenlijk een tijdloos loflied. Van de Joden leren we dat het het beste gezongen kan worden vanuit het besef dat we ook allemaal in een tent als zwervers zouden kunnen wonen. Dan beseffen we pas dat ook onze steden en onze huizen een geschenk zijn van de God van Israël. Want die huizen en die steden blijven alleen leefbaar als daar liefde heerst. Als buren bereid zijn voor elkaar te zorgen en elkaar te beschermen tegen onrecht en kwaad. Als overheden toezicht houden op onderhoud en veiligheid omdat de zorg voor hun burgers bij hen voorop staat. En zoals Paulus ons heeft geleerd, daar waar liefde voor mensen is, is God zelf aan het werk. God zelf maakt ook uit wie hij voor zijn werk wil gebruiken. Wij mogen alleen dankbaar zijn en onze dankbaarheid tonen door oog te blijven hebben voor de minsten onder ons en ons in te zetten voor de minsten zodat Gods liefde ook door ons zichtbaar wordt voor de wereld. Dat zal ook de profiteurs en de oplichters afschrikken misbruik te maken van onze behoefte in steden te wonen en ons dagelijks naar ons werk te verplaatsen. Gelukkig mogen wij ons elke dag opnieuw bij die beweging van Gods liefde aansluiten ook vandaag weer.

De vossen hebben holen…..

Lucas 9:51-62

51Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging hij vastberaden op weg naar Jeruzalem. 52 Hij stuurde boden voor zich uit. In een Samaritaans dorp, waar ze kwamen om zijn komst voor te bereiden, 53 wilden de dorpelingen hem niet ontvangen, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was. 54 Toen de leerlingen Jakobus en Johannes merkten dat Jezus niet welkom was, vroegen ze: ‘Heer, wilt u dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?’55 Maar hij draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht. 56 Ze gingen verder naar een ander dorp. 57 Terwijl ze hun weg vervolgden, zei iemand tegen hem: ‘Ik zal u volgen waarheen u ook gaat.’ 58 Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ 59 Tegen een ander zei hij: ‘Volg mij!’ Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ 60 Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.’ 61 Weer een ander zei: ‘Ik zal u volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’ 62 Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’ (NBV)

Jezus van Nazareth gaat zijn weg naar het einde en het Evangelie van Lucas vertelt ons dat dat einde ligt in Jeruzalem. Daar was het verhaal ook begonnen. Aan het begin van het Evangelie van Lucas staat Zacharias, de priester zonder hoop en verwachting die met stomheid geslagen wordt als hij ontdekt dat de verwachting die hij en zijn vrouw altijd gehad hadden toch nog uit zal komen. Maar ook het einde van het verhaal ligt in Jeruzalem. In Jeruzalem immers is de Tempel waar de leer van Mozes wordt bewaard. De leer van heb je naaste lief als jezelf. Daarom wijst Jezus zijn volgelingen streng terecht als zij vuur willen laten neerdalen op een dorp dat hen niet wil ontvangen. Samaria had ooit een eigen tempel voor de God van Israël en de wrijving daarover was altijd gebleven. De Samaritanen hadden hun eigen heiligdom op de berg Gerizim.

Denk ook niet dat het om een handjevol rondtrekkende mannen gaat, het is een hele menigte die Jezus volgt op zijn weg. Maar Jezus van Nazareth waarschuwt de volgelingen, geen hol, geen nest, geen huis of plaats om te rusten heeft hij, ze moeten maar afwachten of er iemand is die ze een plaats in de samenleving gunt. Daarmee gaat hij de weg van de lijdenden waarover vertelt wordt. De weg van de zieken, de weduwen, de armen, de vluchtelingen, de tollenaars en de hoeren. Juist de mens die anderen een plek in de samenleving geeft heeft die plek zelf niet. Zonder omkijken gaat het op die weg voort. De doden kunnen hun doden begraven, afscheid nemen van huisgenoten is er niet bij, wie geen huis heeft kent ook geen huisgenoten. Op de weg van Jezus van Nazareth wordt de armen het aangename jaar van God verkondigd, krijgen de hongerigen eten, worden naakten gekleed, gevangenen bevrijd. Dat is het programma van het Koninkrijk van God.

Wie tot dat Koninkrijk wil behoren moet de weg gaan van de lijdenden, moet met andere woorden het kruis achter Jezus aan opnemen. Wie bij dat Koninkrijk wil horen keert zich af van de wereld waar het gaat om winst en profijt, om aanzien en pracht en praal. Dat Koninkrijk is voor de levenden, voor echte mensen zou Paulus later schrijven. De onechtheid, het klatergoud, de schijnvroomheid, verdwijnen in het licht van dat Koninkrijk. Evangelie betekent blijde boodschap en voor armen die worden bevrijdt van de armoede is het natuurlijk een blijde boodschap, maar ook voor al die mensen die de schijn moeten ophouden dat streven naar geluk ook streven naar materiële welvaart is. Streven naar geluk in het Koninkrijk van Jezus van Nazareth is het geluk in de ogen van de naaste die weer op weg geholpen is, die weer mee mag doen. Kijk vandaag maar eens goed in de ogen van je naaste.

Wie de kleinste onder jullie allen is.

Lucas 9:43b-50

43bTerwijl iedereen nog onder de indruk was van zijn daden, zei Jezus tegen zijn leerlingen: 44 ‘Onthoud wat ik tegen jullie zeg: de Mensenzoon zal aan de mensen uitgeleverd worden.’ 45 Maar ze begrepen deze uitspraak niet; de betekenis bleef voor hen verborgen, en ze durfden hem niet naar de zin van die uitspraak te vragen. 46 Ze begonnen onderling te redetwisten over wie van hen de belangrijkste was. 47 Jezus merkte wat hen bezighield en hij nam een kind bij zich, dat hij naast zich neerzette. 48 Hij zei tegen hen: ‘Wie dit kind in mijn naam bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt hem op die mij gezonden heeft. Want wie de kleinste onder jullie allen is, die is werkelijk groot.’ 49 Daarop zei Johannes: ‘Meester, we hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten, omdat hij u niet samen met ons volgt.’ 50 Jezus zei tegen hem: ‘Verhinder het niet! Want wie niet tegen jullie is, is voor jullie.’ (NBV)

Komende week is het feest in de Verenigde Staten van Amerika. Ze vieren daar de Onafhankelijkheidsdag. Parades, vuurwerk, muziek en een heleboel toespraken. In die toespraken zal veel aandacht worden besteed aan de onafhankelijkheidsverklaring, die benadrukt dat alle mensen gelijk zijn en dat alle mensen het recht hebben geluk en voorspoed na te streven. Over die gelijkheid gaat het ook vandaag in het stuk dat we uit het Evangelie van Lucas lezen. Alle mensen waren immers onder de indruk van wat Jezus van Nazareth had gedaan. De beweging die rondom die Jezus was ontstaan groeide en groeide. Jezus van Nazareth zelf relativeerde dat belang. Vandaag nog populair morgen in de gevangenis, zo was het Johannes vergaan zo zou het ook Jezus kunnen vergaan. Maar op het hoogtepunt van een beweging is het moeilijk voor te stellen dat er een eind aan komt, ja zelfs dat men er een afkeer van zou kunnen krijgen.

Jezus van Nazareth zet echter de beweging niet centraal en zeker ook zichzelf niet. Hij zet de zwakken centraal in de samenleving. Een kind wordt in dit verhaal als voorbeeld genomen. Als je voor een kind weet te gaan zorgen dan ben je pas belangrijk, wie zichzelf dienstbaar maakt, wie dus de kleinste is, is volgens Jezus van Nazareth pas groot. Daar kunnen ze in de Verenigde Staten van Amerika nog heel veel van leren. Iedereen is wel gelijk, maar het recht van ieder individu te streven naar geluk en voorspoed betekent ook dat iedereen dat mag doen ten koste van anderen. In onze samenleving ontbreekt het Samen Delen, maar er zijn nog sporen van in de wetgeving. In de Verenigde Staten van Amerika heeft het Samen Delen nooit echt wortel geschoten.

Het zogenaamd Christelijk karakter heeft dan ook een sterk buitenkant gehalte. Gevangenen worden niet bezocht, laat staan vrijgelaten, maar gedood, hongerigen worden niet gevoed en naakten niet gekleed, aan de armen wordt niet de bevrijding verkondigd die Jezus van Nazareth zo benadrukte in zijn optreden. Voor velen zijn de Verenigde Staten van Amerika een voorbeeld omdat ze in de Tweede Wereldoorlog uiteindelijk door Japan gedwongen werden aan de goede kant mee te vechten. Daardoor werd de overwinning behaald door de democratische en communistische landen. Maar geen menselijke samenleving kan als voorbeeld dienen voor het Koninkrijk van God. Daar zullen alle tranen gewist zijn. Voor het zover is zullen wij ons dag in dag uit dienend moeten opstellen en ook anderen moeten oproepen daarin mee te gaan, ook onze Amerikaanse broeders en zusters.

Het waren Mozes en Elia

Lucas 9:28-43a

28 Ongeveer acht dagen nadat hij dit had gezegd ging hij met Petrus, Johannes en Jakobus de berg op om te bidden. 29 Terwijl hij aan het bidden was, veranderde de aanblik van zijn gezicht en werd zijn kleding stralend wit. 30 Opeens stonden er twee mannen met hem te praten: het waren Mozes en Elia, 31 die in hemelse luister verschenen waren. Ze spraken over het levenseinde dat hij in Jeruzalem zou moeten volbrengen. 32 Petrus en de beide anderen waren in een diepe slaap gevallen; toen ze wakker schoten, zagen ze de luister die Jezus omgaf en de twee mannen die bij hem stonden. 33 Toen de mannen zich van hem wilden verwijderen, zei Petrus tegen Jezus: ‘Meester, het is goed dat wij hier zijn, laten we drie tenten opslaan, een voor u, een voor Mozes en een voor Elia, ‘maar hij wist niet wat hij zei. 34 Terwijl hij nog aan het spreken was, kwam er een wolk aandrijven, die een schaduw over hen wierp; ze werden bang toen de wolk hen omhulde. 35 Er klonk een stem uit de wolk, die zei: ‘Dit is mijn Zoon, mijn uitverkorene, luister naar hem!’ 36 Toen de stem verstomd was, was Jezus weer alleen. Ze zwegen over het voorval en vertelden in die tijd aan niemand wat ze hadden gezien. 37 Toen ze de volgende dag de berg afdaalden, kwam een grote menigte Jezus tegemoet. 38 Opeens begon een man in de menigte luid te roepen: ‘Meester, ik smeek u, help mijn zoon, want hij is mijn enige kind. 39 Telkens weer neemt een geest bezit van hem, en dan begint hij opeens te schreeuwen en krijgt hij stuiptrekkingen en komt het schuim hem op de lippen te staan. En de geest wil hem pas loslaten wanneer hij hem bont en blauw heeft geslagen. 40 Ik heb uw leerlingen gesmeekt om hem uit te drijven, maar dat konden ze niet.’ 41 Jezus zei: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik bij jullie blijven en jullie nog verdragen? Breng uw zoon hier.’ 42 Terwijl de jongen naar hem toe liep, gooide de demon hem op de grond en liet hem stuiptrekken. Maar Jezus sprak de onreine geest op strenge toon toe, genas de jongen en gaf hem terug aan zijn vader. 43 Allen waren met stomheid geslagen vanwege de grootheid van God. (NBV)

In het Evangelie van Lucas staan de Tora en de Profeten centraal. En het is geen wonder dat Mozes en Elia hier verschijnen want van hen werd geschreven dat ze opgenomen in de hemel waren. Dat verteld het Evangelie van Lucas en de Handelingen later ook over Jezus van Nazareth. In het verhaal over de uittocht uit Egypte zoals je dat in het boek Genesis kunt lezen is het de wolk die overdag het volk beschermd, in de nacht is het een vuurkolom. Uit de wolk komt nu de stem die oproept naar Jezus te luisteren. Hij zal kennelijk de Tora en de Profeten nieuw leven inblazen. Voor ons lijken die Tora en die Profeten soms van wat minder belang. Die staan immers in wat wij noemen het Oude Testament en wij leven immers onder het Nieuwe Testament. Maar dat is toch een misvatting. Juist het Evangelie van Lucas benadrukt het belang van die Tora en de Profeten, trouwens ook van de Geschriften, met name de Psalmen worden genoemd. Zonder de Tora en de Profeten geen Jezus van Nazareth, ofwel zonder het Oude Testament kan het Nieuwe Testament helemaal niet bestaan.

Het gaat in het verhaal van Jezus van Nazareth om het vervullen van de Tora, de Tora zoals die door de Profeten steeds opnieuw aan het volk is voorgehouden. Het zijn de goddelijke richtlijnen voor de menselijke samenleving ontdekt in de Woestijn, de Wet van delen en van je naaste liefhebben als jezelf. Steeds als we lazen in de boeken van de Profeten, komen we steeds weer de Tora tegen als de maat waarmee de daden van het volk worden gemeten. Hoe wordt omgegaan met de zwakken, met de weduwen en de wees. Hoe gaan de rijken om met hun landgenoten die hun akkers zijn kwijtgeraakt, voegen zij akker aan akker samen of delen zij en weten ze de slaven te bevrijden en weer opnieuw een volwaardige plaats in hun samenleving te geven? Die bevrijding staat in het Evangelie van Lucas centraal. Maar een ongelovig en dwars volk zijn we vaak. Bang voor geesten en demonen, bang voor tegenwerking en mislukking, bang voor ons eigen hachje. Is er een jongen die genezing behoeft, kennelijk van een epileptische aandoening, staan we met onze handen in het haar en raken we in paniek in plaats van die jongen een eigen plaats in onze samenleving te geven.

Het kwade te negeren en het goede te doen, daar komt het ook voor ons op aan. Als God liefde is dan komt de grootheid van de liefde juist tot uiting in het liefhebben van mensen. Als je werkelijk van mensen houdt dan gebeuren er dingen die je niet voor mogelijk had gehouden. Dat betekent niet dat je altijd liefjes moet zijn. Jezus spreekt het kwade in dit verhaal streng toe, dat wat kwaad is moet worden bestreden. Daar kun je natuurlijk wel weerstand van ondervinden. Mensen die uit gemakzucht of gewinzucht het kwaad bedrijven, groot of klein, zullen dat niet snel opgeven. Daar waar God vraagt het goede te doen voor de minsten onder ons blijven wij een dwars volk, ongelovig in de mogelijkheden die mensen geboden zijn en bang voor de gevolgen. Jezus roept ons op het anders te gaan doen, voor de grootheid van God. Dat mogen we elke dag opnieuw proberen, ook vandaag weer.

Dagelijks zijn kruis op zich nemen

Lucas 9:18-27

18 Toen Jezus eens aan het bidden was en alleen de leerlingen bij hem waren, stelde hij hun de vraag: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’ 19 Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, maar anderen zeggen Elia, en weer anderen beweren dat een van de oude profeten is opgestaan.’ 20 Hij zei tegen hen: ‘En wie ben ik volgens jullie?’ Petrus antwoordde: ‘De door God gezonden messias.’ 21 Hij beval hun op strenge toon dat tegen niemand te zeggen. 22 Hij zei: ‘De Mensenzoon zal veel moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden worden verworpen en gedood, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.’ 23 Tegen allen zei hij: ‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis op zich nemen en mij volgen. 24 Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden. 25 Wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld wint, maar zichzelf verliest of schade toebrengt? 26 Wie zich schaamt voor mij en mijn woorden, zal merken dat de Mensenzoon zich ook voor hem schaamt, wanneer hij komt in de stralende luister die hemzelf, de Vader en de heilige engelen omgeeft. 27 Ik verzeker jullie dat sommigen die hier aanwezig zijn niet zullen sterven voor ze het koninkrijk van God hebben gezien.’ (NBV)

Het Evangelie van Lucas is geschreven lang na de kruisiging en opstanding van Jezus van Nazareth. Maar de woorden dat je jezelf moet verloochenen en dagelijks je kruis op moet nemen achter Jezus aan hebben tot veel misverstanden geleid. Deze woorden zijn geschreven in tijden van vervolgingen die vele eeuwen doorgingen. Er was een tijd dat Christenen zingend de martelingen ondergingen die tot de dood voerden. Ze stierven immers net als Jezus van Nazareth en zouden zo het Koninkrijk dichterbij brengen, het Koninkrijk waarin geen verdriet meer zou zijn. In die tijd is het Evangelie van Lucas geschreven en die tijd ligt lang achter ons. Heeft dit gedeelte van het Evangelie van Lucas dan geen betekenis meer voor ons? Integendeel. Wie je bent of wat je doet maakt in het Koninkrijk van Jezus van Nazareth niet zoveel uit. Je bent nooit te belangrijk, te voornaam of te rijk om er aan mee te doen.

Je bent ook nooit te onbelangrijk, te gewoon of te arm om er aan mee te doen. Al die etiketten die je in de wereld opgeplakt krijgt doen niet ter zake. Het leven dat je volgens anderen leidt moet je achter je laten en zoals Johannes de Doper riep moet je een ander leven gaan leiden. Dat leven is niet gericht op succes voor jezelf. In die zin neem je een kruis op je, je zet een kruis door het streven naar succes en aanzien, je zet een kruis door alles wat er in deze wereld van je wordt verwacht. Of je wordt uitgelachen, bespot en vervolgd misschien het maakt niet uit. Vervolgd zul je in onze samenleving niet direct worden maar bespot en uitgelachen misschien wel. Wie zich bekommerd om daklozen, asielzoekers, hongerigen, naakten, gevangenen wordt nog wel eens meewarig aangekeken. Op sommige dagen hebben we het soms wat gemakkelijker daarmee.

Majoor Boshardt kon als voorbeeld opgevoerd worden. Haar unieke persoonlijkheid maakte zoveel indruk dat zo kort na de begrafenis iedereen die koos voor de weg van Jezus van Nazareth zich in haar licht mocht koesteren. Maar dat ging voorbij. Ook de inspiratie die de huidige Paus biedt zal voorbij gaan. We mogen ons koesteren in zijn pogen iedereen, ook de minsten, een plaats te geven in de samenleving. Maar blijvend zal die inspiratie niet zijn. Zeker als je om recht en gerechtigheid roept, als je ook vindt dat iedereen een plaats in onze samenleving verdient, dat Samen Werken en Samen Leven niet kan zonder Samen Delen. Dan komt het aan op volhouden, standvastig zijn hebben we pas gelezen. Het komt er op aan je niet te schamen voor de boodschap van bevrijding voor alle mensen. Die boodschap heet het Evangelie, dat lezen we niet alleen elke dag, dat dienen we ook te doen, al dienend,elke dag opnieuw

In groepen van ongeveer vijftig

Lucas 9:10-17

10 Toen de apostelen terugkeerden, vertelden ze Jezus alles wat ze gedaan hadden. Hij trok zich met hen terug in een stad die Betsaïda heet. 11 Maar de mensen kwamen het te weten en volgden hem. Hij ontving hen vriendelijk en sprak tot hen over het koninkrijk van God, en degenen die genezing nodig hadden maakte hij weer gezond. 12 De dag liep ten einde. De twaalf kwamen naar hem toe en zeiden: ‘Stuur de mensen weg, dan kunnen ze naar de dorpen en gehuchten in de omgeving gaan om daar te overnachten en op zoek te gaan naar eten, want dit is een afgelegen plaats.’ 13 Maar hij zei tegen hen: ‘Geven jullie hun te eten.’ Ze zeiden: ‘We hebben maar vijf broden en twee vissen. Moeten wij dan eten gaan kopen voor al die mensen?’ 14 Er waren ongeveer vijfduizend mensen bijeen. Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Zeg dat ze in groepen van ongeveer vijftig bij elkaar moeten gaan zitten.’ 15 Ze deden wat Jezus hun opdroeg en lieten iedereen in groepen bij elkaar zitten. 16 Jezus nam de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel en sprak er het zegengebed over uit. Daarna brak hij het brood en gaf het met de vissen aan zijn leerlingen om aan de menigte uit te delen. 17 De mensen aten en allen werden verzadigd; de stukken brood die overbleven werden opgehaald, twaalf manden vol. (NBV)

In het Evangelie van Lucas staan de dingen niet zomaar. De plaats waar dit verhaal zich afspeelt is Betsaïda en dat betekent: “het huis van vis”, en vijf broden en twee vissen spelen een rol. Voor elke dag van de week is er iets te eten, er is een dagelijks brood. Maar die grote menigte mensen die achter Jezus van Nazareth aangelopen waren, het verhaal spreekt van vijfduizend, leek wel op het volk in de woestijn. Toen had Mozes het volk verdeeld in groepen van vijftig en hen vertegenwoordigers laten kiezen om met hem te overleggen. Toen had Mozes op advies van zijn schoonvader voor elke groep van vijftig een rechter aangesteld. Ook Jezus van Nazareth verdeelt de mensen in groepen van vijftig en hij geeft ze te eten. In een democratie hoort er dus altijd voor iedereen te eten te zijn. Rechtvaardigheid betekent dus dat iedereen het dagelijks brood heeft. Een zeer plastische uitleg van de wetten van Mozes, maar het Evangelie van Lucas wordt ook wel gezien als een hervertelling van de Hebreeuwse Bijbel.

In het Koninkrijk waar Jezus van Nazareth over vertelde staat het delen met elkaar voorop. Alleen op die manier immers kom je de woestijn door met een grote groep mensen, alleen als je onvoorwaardelijk op elkaar kunt bouwen en bereid bent alles, zelfs jezelf, te delen met degenen die met je mee door de woestijn trekken. Dat is de kern van de Goddelijke richtlijnen die het volk op de berg Sinaï ontdekte. Het meest heilige, het meest complete en goede, dat een volk ooit kon krijgen. Die richtlijnen werden daarom eerst bewaard in de Heilige Tent die ze elke keer in de woestijn opbouwden en later, veel later, toen ze eenmaal in het beloofde land woonden bewaarden ze diezelfde richtlijnen in de Tempel in Jeruzalem. Over die richtlijnen konden Farizeeën eindeloos discussiëren. Jezus van Nazareth laat in dit verhaal zien dat het er niet om gaat om er over te praten maar om het in praktijk te brengen. Het is daarom dat er twaalf manden vol brood overbleven, op de manier die door Jezus van Nazareth werd aangegeven kan er een heel volk van mee-eten. Alle twaalf stammen van het volk kunnen gevoed worden.

Niemand hoeft tekort te komen als de Goddelijke richtlijnen zo in de praktijk worden gebracht dat er voor iedereen gerechtigheid gebeurd. Waarom hebben wij dan nog voedselbanken nodig vraag je je af. Politiek komen partijen niet verder dan de wens de voedselbanken te halveren. Bezuinigd moet er worden. Het Samen Delen maakt geen deel uit van het regeringsprogramma. De topinkomens mogen nog steeds hun inkomen onbeperkt verhogen en de laagste inkomens moeten matigen om dat mogelijk te maken. Leningen mogen weer vrijuit verstrekt worden, of dat verantwoord is of niet, zolang er maar geconsumeerd wordt. Dat je met vijf broden en twee vissen een menigte mensen gelukkig zou kunnen maken, allen werden verzadigd staat er, gaat er bij ons niet meer in. Wie mee wil gaan op de weg van Jezus van Nazareth zal in onze dagen wel een hele ommekeer moeten maken. Een leven dat volledig breekt met de gewoonten van deze dagen wordt gevraagd, maar zo’n leven is wel zo vruchtbaar en je kunt er met iedere dag opnieuw mee beginnen.

Geen brood en geen geld

Lucas 9:1-9

1 Hij riep de twaalf bij zich en gaf hun macht en gezag over alle demonen, en de kracht om ziekten te genezen. 2 Daarna zond hij hen uit om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken te genezen. 3 Hij zei tegen hen: ‘Neem niets mee voor onderweg, geen stok, geen reistas, geen brood en geen geld, en ook geen extra kleren. 4 Blijf in het huis waar je onderdak hebt gevonden tot je van daar weer verdergaat. 5 Als ze jullie niet willen ontvangen, schud dan het stof van je voeten ten teken dat je niets meer met hen te maken wilt hebben.’ 6 Ze gingen op weg en trokken van de ene plaats naar de andere, terwijl ze het goede nieuws verkondigden en overal zieken genazen. 7 Herodes, de tetrarch, hoorde wat er allemaal gebeurde en raakte in grote verwarring omdat sommigen zeiden dat Johannes uit de dood was opgestaan, 8 terwijl anderen beweerden dat Elia was verschenen, en weer anderen dat een van de oude profeten was opgestaan. 9 Herodes zei: ‘Johannes heb ik laten onthoofden; wie is dan degene over wie ik dergelijke dingen hoor?’ Hij zocht naar een gelegenheid om hem te ontmoeten. (NBV)

De volgelingen van Jezus van Nazareth werden later volgens het boek van de Handelingen de mensen van de Weg genoemd. Zij immers volgden die bijzondere weg van Jezus van Nazareth. Volgens sommige geleerden maakten ze van het zonder thuis zijn, geen huis hebben maar rondtrekken, zelfs hun ideaal, als je volgeling van Jezus van Nazareth was dan zorgde je niet meer voor jezelf maar alleen voor anderen, je eigen onderdak deed er niet meer toe. De zendelingen die Jezus van Nazareth had uitgekozen moesten daar natuurlijk in oefenen. Apostel betekent zendeling en elk van ons kan geroepen zijn om de weg te gaan die Jezus van Nazareth gewezen heeft, al is die radicale thuisloosheid er in onze dagen niet meer bij. Die oefening bleef niet ongemerkt. Zeker, als je zieken geneest, mensen weer een plaats in de samenleving geeft, dan blijft dat niet onopgemerkt, dat gaat als een lopend vuurtje rond. Wij hebben dokters en ziekenhuizen om mensen te genezen maar we vergeten maar al te vaak om mensen die ziek waren weer een plaats in ons midden te geven.

Zo zijn er veel mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering die wel willen werken maar die toch buitengesloten zijn. Vooral mensen die ouder zijn als 45 jaar komen buiten het arbeidsproces te staan, voor hen is die verhoging van de AOW leeftijd een heel merkwaardige discussie. Boven de 50 jaar werkt er eigenlijk bijna niemand meer. En wie van ons volgt de weg van Jezus van Nazareth door naar de werkgevers te stappen en te vragen om juist die buitengesloten mensen in dienst te nemen. Waar schudden de werknemers het stof van hun voeten als de werkgever weigert met hen een eindje de weg van Jezus van Nazareth te lopen en mensen die waren buitengesloten weer een plaats in de samenleving te geven? De zendelingen die Jezus had uitgezonden veroorzaakten rumoer. Was het één van de profeten, of was die Johannes die had gedoopt bij de Jordaan weer tot leven gewekt? Terloops vermeldt het Evangelie van Lucas hier dat Herodes Archelaüs, de viervorst en zoon van Koning Herodes de Grote, een manier zocht om Jezus van Nazareth te ontmoeten.

Wij, die de afloop kennen, weten dat die ontmoeting nooit zou plaatsvinden. Rond het proces, dat uit zou lopen op de kruisiging, werd Jezus van Nazareth ook voor Herodes geleid, dat was Herodes Antipas een broer van deze viervorst. De onthoofding van Johannes wijst er niet op dat Herodes goede bedoelingen had, maar dat het optreden van die groep mensen van de Weg diepe indruk had gemaakt is een boodschap die in het Evangelie van Lucas luid en duidelijk klinkt. Dat Evangelie van Lucas is geschreven voor de nieuwe gemeenten die in het Romeinse Rijk waren ontstaan. Ook zij worden hiermee op weg gestuurd, zonder geld, zonder brood, als mensen je willen ontvangen blijf daar, als mensen er niks van willen weten ga dan verder. Die opdracht is er nog steeds, dat Evangelie van Lucas is ook voor ons geschreven. Nog steeds zijn er mensen die langs de kant staan en in onze samenleving geen plaats hebben. Vandaag is het aan ons om op weg te gaan, niet voor onszelf, niet om er zelf beter van te worden, maar om met anderen opnieuw te ontdekken wat nu eigenlijk de zin van ons leven is, want dat ontdek je in het je naaste liefhebben als jezelf, zoals de Apostelen deden mogen ook wij vandaag weer doen.

Uw geloof heeft u gered

Lucas 8:40-56

40 Toen Jezus terugkeerde, werd hij door de menigte opgewacht; iedereen stond naar hem uit te kijken. 41 Er was ook een man onder hen die Jaïrus heette, een leider van een synagoge. Hij kwam op Jezus af, viel aan zijn voeten neer en smeekte hem mee te gaan naar zijn huis, 42 want hij had een dochter van ongeveer twaalf jaar oud, die op sterven lag; ze was zijn enige kind. Toen Jezus op weg ging, begonnen de mensen van alle kanten te duwen. 43 Een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed-en door niemand genezen had kunnen worden, al had ze haar hele kapitaal aan artsen uitgegeven 44 naderde hem van achteren en raakte de zoom van zijn bovenkleed aan; meteen hield de bloedvloeiing op. 45 Jezus vroeg: ‘Wie heeft mij aangeraakt?’ Iedereen ontkende de aanraking en Petrus zei: ‘Meester, de mensen om u heen staan te duwen en te dringen!’ 46 Maar Jezus zei: ‘Iemand heeft me aangeraakt, want ik heb kracht uit me voelen wegstromen.’ 47 Toen het de vrouw duidelijk werd dat haar aanraking niet onopgemerkt was gebleven, kwam ze trillend naar voren, viel voor hem neer en legde ten overstaan van de hele menigte uit waarom ze hem had aangeraakt en hoe ze meteen was genezen. 48 Hij zei tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede.’ 49 Nog voor hij uitgesproken was, kwam er iemand uit het huis van Jaïrus tegen de leider van de synagoge zeggen: ‘Uw dochter is gestorven. Val de meester niet langer lastig.’ 50 Maar Jezus hoorde het en zei: ‘Wees niet bang, maar geloof, dan zal ze worden gered.’ 51 Toen hij bij het huis kwam, stond hij niemand toe om met hem naar binnen te gaan behalve Petrus, Johannes en Jakobus, en de vader en moeder van het meisje. 52 Alle aanwezigen waren aan het weeklagen en sloegen zich van verdriet op de borst. Hij zei: ‘Houd op met klagen, want ze is niet gestorven maar slaapt.’ 53 Ze lachten hem uit, omdat ze wisten dat ze gestorven was. 54 Hij nam haar hand vast en zei met luide stem: ‘Meisje, sta op!’ 55 Haar levensadem keerde terug en ze stond meteen op. Hij gaf opdracht haar iets te eten te geven. 56 Haar ouders waren verbijsterd; hij gebood hun tegen niemand te zeggen wat er was gebeurd. (NBV)

Ook vandaag gaan de verhalen in het Evangelie van Lucas, die we volgens het rooster van het Nederlands Bijbelgenootschap lezen, over vertrouwen. Er is een man genaamd Jaïrus die vertrouwen heeft in het vermogen van Jezus van Nazareth om iets voor zijn dochtertje te doen en er is het vertrouwen van een vrouw dat Jezus van Nazareth haar weer een plaats in de samenleving zou kunnen geven. Voor dat laatste moeten we weten wat die ziekte van bloedvloeiing had te betekenen. Die vrouw was tot de onaanraakbaren gaan behoren. Hoewel ze overal kon gaan en staan waar ze wilde maakte haar ziekte dat het aan iedereen verboden was haar aan te raken. Ook zij mocht niemand aanraken. En daardoor was ze buiten de samenleving geplaatst. Jezus van Nazareth heft dat taboe op. Hij verklaart de vrouw genezen en haar vertrouwen maakt dat ze geen straf krijgt, Jezus van Nazareth niet in een positie brengt dat hij zich moet reinigen, maar dat ze gewoon weer mee mag doen.

In het verhaal van vandaag was er een meisje dat kennelijk niet meer wilde eten. Met een modern woord noemen we dat anorexia. Daar kun je dood aan gaan, het is een vreselijke ziekte en als je er aan lijdt dan moet je weten dat er goede therapieën voor zijn om te genezen. In de psychologie wordt wel gezegd dat de ziekte ontstaat bij meisjes uit angst voor volwassenheid. De menstruatie blijft weg en ze blijven daardoor het kleine meisje dat ze waren. Dat je dat niet voor eeuwig kunt volhouden is duidelijk en naarmate de tijd verstrijkt wordt de schade groter. Waar komt die angst voor volwassenheid toch vandaan? Het kan zijn uit seksueel misbruik in de jeugd maar meestal is dat niet het geval. Angst voor een volwassen seksuele relatie kan ook komen door onbekendheid. Als er nooit over gesproken wordt, als je er niet op wordt voorbereid dan kan die maandelijkse bloeding als een schok komen. Dan ben je ineens niet meer die je was, zonder dat je weet hoe je zou kunnen zijn. De gewoonte om niet in het openbaar over seksualiteit te praten en zeker niet over menstruatie kan mensen in onze omgeving dus danig beschadigen.

Jezus van Nazareth wijst een andere weg, hij beveelt het meisje op te staan, op te staan tegen haar meisje zijn, ze moet weer eten. Ook hier geeft Jezus iemand weer een eigen plaats in de samenleving. Na de bezeten vreemdeling met zijn vele demonen, de bloedvloeiende vrouw die niet mocht aanraken en aangeraakt worden, volgt nu het meisje dat vrouw mag worden. Voor haar ouders moet dit een danige schok geweest zijn. Ineens moeten ze dat lieve meisje niet meer als lieve meisje behandelen maar als volwassen jonge vrouw. Het kan ouders nog steeds schokken als ze zich moeten realiseren dat hun kleine meisje ineens een jonge vrouw is. Als je niet uitkijkt blijven ze thuis als klein meisje doen en buiten huis als jonge vrouw. Levensgevaarlijk kan dat zijn. We moeten dus in het spoor van Jezus van Nazareth ook onze kinderen de plaats in de samenleving geven die ze verdienen op grond van wat ze zijn, niet van hoe we ze zouden willen.