Houd mensen zoals hij in ere

Filippenzen 2:19-30
19  In vertrouwen op de Heer Jezus hoop ik dat ik Timoteüs snel naar u toe kan sturen; het zal mij goed doen te weten hoe het met u gaat. 20  Er is verder niemand die zich net zo oprecht als ik om u bekommert, 21  want alle anderen jagen alleen hun eigen belangen na in plaats van die van Jezus Christus. 22  U weet dat hij betrouwbaar is en dat hij zich samen met mij, als een kind met zijn vader, voor het evangelie heeft ingezet. 23  Hem hoop ik dus te sturen, zodra het duidelijk is wat er met me zal gebeuren. 24  De Heer geeft mij het vertrouwen dat ik zelf ook spoedig kan komen. 25  Ik vind het nodig Epafroditus naar u terug te sturen. Hij is mijn broeder, medewerker en medestrijder geweest, en heeft mij namens u bijgestaan in mijn nood. 26  Maar hij verlangt ernaar u allen weer te zien en maakt zich grote zorgen, omdat u van zijn ziekte hebt gehoord. 27  Hij was inderdaad ziek en is bijna gestorven, maar God heeft zich over hem ontfermd. En niet alleen over hem, ook over mij: hij heeft me nog meer verdriet bespaard. 28  Ik stuur hem nu zo snel mogelijk; dan kunt u weer verheugd zijn wanneer u hem terugziet en heb ik minder zorgen. 29  Verwelkom hem vol vreugde als iemand die één is met de Heer. Houd mensen zoals hij in ere; 30  hij heeft immers door zijn werk voor Christus oog in oog met de dood gestaan. Hij heeft zijn leven op het spel gezet om mij de hulp te geven die u niet kon bieden. (NBV)
Epafroditus kom je nog wel eens tegen in kruiswoordraadsels. Het is geen Bijbelse naam die ingeburgerd is in het geven van namen aan pasgeboren kindertjes. Paulus vinden we daar wel evenals Tim of Timoteüs de trouwe knecht van Paulus. Toch is die Epafroditus geen onbelangrijk figuur geweest in de verbreiding van het Evangelie en het stichten van jonge gemeenten. We hebben al eerder gelezen over de uitstekende verhouding die de gemeente in Filippi had met Paulus. Deze gemeente had Epafroditus naar Paulus gestuurd om hem te helpen. Dat was wel nodig ook want Paulus zat in Efeze gevangen en werd met de dood bedreigd. Timoteüs was nog jong en zal weinig indruk gemaakt hebben op de autoriteiten. We hebben gelezen dat Paulus het gerechtsgebouw in Efeze had gebruikt om het Evangelie te verbreiden en dat iedereen op de hoogte was van de inhoud van de boodschap van Paulus.
Epafroditus was echter ernstig ziek geworden in de havenstad Efeze. Dat bericht was ook doorgedrongen in Filippi en dat had Epafroditus op zijn beurt weer bezorgd gemaakt. Een mailtje sturen, even bellen of een tweet verspreiden was er in de dagen van Paulus niet bij. Een brief sturen ging nog maar dan moest je er zelf de postbode bij leveren. Deze brief van Paulus is door Timote”s naar Filippi gebracht. Epafroditus ging op die reis met Timoteüs mee. Die geringe mogelijkheid tot communicatie op afstand heeft er toe bijgedragen dat we nu nog de brieven van Paulus kunnen lezen.
Zo’n brief werd voorgelezen in de gemeente en vervolgens overgeschreven. Mensen die vervolgens op reis gingen, handelaren bijvoorbeeld, namen zo’n overgeschreven brief mee. In verschillende gemeenten waren er ook mensen die de brieven verzamelden die de ronde deden en zo hadden we na een paar eeuwen een verzameling brieven van Paulus. Daar zat bijvoorbeeld ook de brief aan de Hebreeën bij die helemaal niet van Paulus is maar wel een hele nuttige brief.
Toen er ruzie ontstond over wat er wel en wat er niet bij de echte geschriften over de leer van Jezus van Nazareth hoorde heeft de kerk een lijst opgesteld van geschriften die er echt wel bij hoorden. Op die lijst kwamen ook de brieven van Paulus uit die verzameling terecht, inclusief dus die brief aan de Hebreeën. Zo hebben we Epafroditus leren kennen. Een weinig opvallend figuur die in de marge van de kerkstichting zijn werk heeft gedaan. Ook wij hebben van die stilzwijgende figuren in de kerken die onmisbaar zijn voor het voortbestaan van de kerk. Kosters horen daar bij, werkers op de kerkelijke bureau’s, maar ook al die mensen die de kerken schoonhouden en noodzakelijk reparaties verrichten in hun vrije tijd of die kerkblaadjes rondbrengen in de buurt of de wijk waar de kerk staat. Ook zij horen bij de bouwers aan het koninkrijk en hen moeten we zeker in ere houden, net als die Epafroditus.

Onberispelijke kinderen van God

Filippenzen 2:12-18
12 Geliefde broeders en zusters, u bent altijd gehoorzaam geweest toen ik bij u was. Wees het des te meer nu ik niet bij u ben. Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God, 13  want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het hem behaagt. 14 Doe alles zonder morren en tegenspreken, 15  opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel. 16  Houd daarbij vast aan het woord dat leven brengt. Dan kan ik op de dag van Christus trots zijn omdat ik me niet voor niets heb ingespannen en afgemat. 17 Ook al zou mijn bloed als een offer worden uitgegoten, samen met het offer dat u brengt door de dienst van uw geloof, toch ben ik vol vreugde, samen met u allen. 18  Wees dus ook vol vreugde, samen met mij. (NBV)
Die gemeente in de Romeinse kolonie Filippi was voor Paulus een model gemeente. Zo had hij een gemeente geschetst en zo had hij een gemeente graag zien functioneren. Niet omdat Paulus dat nu allemaal zelf had verzonnen. Hij had les gehad in de Joods geschriften die wij kennen als het Oude Testament en van de apostelen in Jeruzalem had hij begrepen dat Jezus van Nazareth hen had bevrijd van de exclusiviteit van dat Oude Testament voor de Joden. Door je te concentreren op het hart van het Oude Testament, het gebod je naaste lief te hebben als jezelf, kon je er alle volken van de wereld bij betrekken. En Israël zou immers een voorbeeld zijn voor alle volken en alle volken van de wereld zouden zich eenmaal naar Jeruzalem keren waar de richtlijnen van het Oude Testament werden bewaard. Het was dus God zelf die het ontwerp voor de gemeente in Filippi had gegeven. Daarmee werden de leden van die gemeente de onberispelijke kinderen van God waarover Paulus hier spreekt.
Door de leden van die gemeente zover te krijgen dat ze dat liefhebben van de naaste ook echt in de praktijk brengen heeft Paulus het gevoel niet tevergeefs al die moeite te hebben gedaan. Hij zit dan wel gevangen en zijn leven wordt bedreigd, maar het doel van zijn leven heeft hij al bereikt. Er is een gemeente die geluisterd heeft en nu doet wat er gedaan moet worden. Daar kun je onder de meest beroerde omstandigheden toch blij van worden. Want ook voor de gemeente in Filippi was het niet gemakkelijk en zeker niet vanzelfsprekend. Deze Romeinse kolonie bewees trouw aan de Keizer in Rome. Dat daar de baas van de wereld woonde werd overal duidelijk gemaakt. Het was een levensverzekering voor de adel die Filippi als veilige woonplaats had gekozen. Maar die Christelijke gemeente had een eigen Keizer. Zij zetten Jezus van Nazareth als Heer centraal. Overal waar we in het Nieuwe Testament “Heer” lezen wordt in het Grieks, waarin dat deel van de Bijbel is geschreven, hetzelfde woord, Kurios,  gebruikt als waarmee in het Grieks de Romeinse Keizer werd aangeduid.
Die Christelijke gemeente, met hun afwijzing van het onderscheid tussen slaven en vrijen, met hun doorbreken van de religieuze grens tussen Joden en Grieken, brachten dus de veiligheid van de Romeinse adel in gevaar. Daarom spoort Paulus ze aan vast te houden aan dat woord dat leven brengt, heb Uw naaste lief als Uzelf. Dat offer van de eigen veiligheid dat daarvoor gebracht moet worden is een klein offer, het brengt namelijk alleen maar vreugde. Dat mogen wij in onze wereld ook beseffen. In onze dagen heerst het eigenbelang en moet alles wijken voor dat eigenbelang. Maar gelovigen in de God van Israël en in de rechtvaardige wereld die Jezus van Nazareth ons heeft gebracht zeggen dat het belang van de zwaksten, van de gehandicapten, de armen, de vreemdelingen en vluchtelingen het eigenbelang is dat ons handelen bepaald. Dat belang mogen we elke dag opnieuw weer nastreven en daar mogen we ook vandaag weer voor opkomen.

Acht de ander belangrijker dan uzelf.

Filippenzen 1:27-2:11
27 Leef in overeenstemming met het evangelie van Christus, zodat ik kan horen, of straks zelf kan zien, dat u één van geest bent en samen voor het geloof in het evangelie strijdt. 28  Laat u op geen enkele manier door uw tegenstanders angst aanjagen, want dat is een teken van God: voor hen dat ze ten onder gaan, voor u dat u wordt gered. 29  Aan u is de genade geschonken niet alleen in Christus te geloven, maar ook omwille van hem te lijden. 30  U voert dezelfde strijd die u mij vroeger hebt zien voeren en die ik, zoals u hoort, nog steeds voer. 1 Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden, 2  maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. 3  Handel niet uit  geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. 4  Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. 5  Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. 6  Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, 7  maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, 8  heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood, de dood aan het kruis. 9  Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10  opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11  en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer, ‘tot eer van God, de Vader. (NBV)
Paulus wordt lyrisch als hij het over de nieuwe manier van leven van de mensen van de Weg heeft. Hij gaat er zelfs van zingen. Samen strijd je voor het geloof in een nieuwe samenleving. Voor de mensen in Filippi was dat een samenleving waarin elk leven telde, waarin elk mens mocht meedoen. Waar er geen onderscheid meer was tussen slaven en vrijen. Dat was al zo volstrekt revolutionair dat slavenhouders en slavenhandelaren er tegen in geweer kwamen. En soms ook slaven zelf, want goede slaven hadden soms ook een goed leven en werden door hun heer beschermd. Zelf verantwoordelijkheid op je nemen is dan beangstigend. Maar in de gemeente van Christus gaat het daar nu juist om. Daar ben je de hoeder van elke broeder en zuster, daar is altijd de ander belangrijker dan je zelf. Voor veel mensen is de aandacht en de liefde die men krijgt binnen een gemeente, de warmte die er tussen mensen hoort te heersen, weldadig. Zeker als je in een samenleving leeft waar onverschilligheid naar elkaar de boventoon voert.
De Geest van Jezus van Nazareth is dat je zelfs in een drukke menigte nog de blinde bedelaar langs de kant van de weg ziet zitten en je hand weet uit te steken. Paulus doet een hartstochtelijk beroep op de gemeente in Filippi om samen op die manier te geen leven. Niet om er zelf belangrijker of beter van te worden, maar omdat het leven voor alle mensen er beter van wordt.Dan wordt het zingen. En de beelden die Paulus hier kiest, misschien heeft hij het lied zelf geschreven, vindt je ook terug bij de profeet Jesaja als die schrijft over de lijdende knecht des Heren. Jezus van Nazareth stierf de dood van een Romeinse slaaf die in opstand was gekomen. Een uiterst pijnlijke en langzame marteldood. Maar de manier waarop Jezus van Nazareth die dood heeft ondergaan was zo hoog verheven boven alles wat mensen hadden opgebracht dat het goddelijk werd.
Toen Jezus van Nazareth gevangen werd liet hij zijn volgelingen hun zwaarden opbergen, hij ging geen enkele strijd aan met zijn rechters. Hij onderging zijn martelingen zwijgend. Hij gaf aandacht en zorg aan misdadigers die met hem werden gekruisigd. En hij zorgde zelfs voor de verzorging van zijn moeder die dit alles moest aanzien. Hij bad om vergeving voor hen die hem kruisigden. Zo had God gewild dat onder alle omstandigheden de mens de naaste liefheeft als zichzelf. Als dat kan in die kruisiging dan moeten wij het zeker onder onze omstandigheden kunnen volhouden. Ook al verklaard de wereld ons voor gek en worden we op alle manieren uitgedaagd eerst voor onszelf te zorgen. Door mee te zingen met Paulus over de knecht van God die de slavendood aan het kruis onderging terwijl hij de mensen lief bleef hebben worden we ons bewust hoezeer wij mensen lief kunnen hebben. En liefhebben kunnen we elke dag, ook vandaag weer.

Ik laat geen waarzeggers meer toe.

Micha 5:6-14
6 En wat er van Jakob is overgebleven, te midden van machtige volken, zal zijn als dauw die van de HEER komt, als regendruppels op het groen, dat niets verwacht van een mens en niet naar mensenkinderen uitziet. 7 Wat er van Jakob is overgebleven, te midden van grote volken, zal zijn als een machtige leeuw tussen het wild, als een leeuw die de kudde binnendringt, een leeuw die vertrapt en verscheurt, en er is niemand die hem tegenhoudt. 8 Mogen je aanvallers je kracht leren kennen, mogen je vijanden worden vernietigd! 9 Op die dag zal het gebeuren-spreekt de HEER dat ik je paarden zal afslachten en je strijdwagens vernietigen. 10 Ik zal de steden in je land verwoesten en je vestingen neerhalen. 11 Je tovermiddelen zal ik je ontnemen, ik laat geen waarzeggers meer toe. 12 Je godenbeelden zal ik vernietigen, evenals je gewijde stenen, en je zult niet langer knielen voor wat je zelf hebt gemaakt. 13 Je Asjerapalen zal ik verwijderen, je tempelburchten zal ik verwoesten, 14 en in mijn hevige toorn neem ik wraak op alle volken die niet hebben geluisterd. (NBV)
De kritiek op de afgodendienst in de Bijbel concentreert zich voortdurend op een paar elementen. Vruchtbaarheidsgoden dienen is onvruchtbaar en knielen voor wat je zelf hebt gemaakt is dwaas. Juist in deze tijd is het knielen voor wat we zelf maken weer helemaal in de mode. Elk jaar kiezen we een politicus tot beste politicus, het publiek kiest dan meestal een ander dan de journalisten die dag aan dag verslag doen van het politieke bedrijf. Geen wonder dat veel mensen achter die politicus aan lopen want we hebben hem zelf gemaakt tot idool. Regeren durft hij meestal niet aan want als een profeet blijft hij langs de kant staan om commentaar te leveren. Ook veel artiesten worden tegenwoordig aanbeden. Eerst worden er competities georganiseerd om er een Idool uit te kiezen, en idool betekent zelfgemaakte godheid, en vervolgens duiken die overal op om aanbeden te worden.
Bij de concerten geldt dan ook weer de wet van groot-groter-grootst tot tienduizenden in aanbidding in een voetbalstadion zitten om de zelfgemaakte godheid te aanbidden. Zo behandelen we koningshuizen die we voortdurend zouden mogen aangapen en waarvan we elk detail zouden moeten mogen weten omdat we nu eenmaal geacht worden die koningen en koninginnen inclusief de bijbehorende prinsen, prinsessen, graven en gravinnen te aanbidden. Langzaamaan gaat onze samenleving geheel draaien om dit soort zelfgemaakte goden en godinnen. De komende weken zullen we er in jaaroverzichten van nieuws en sportredacties weer een heleboel voorbij zien trekken en dan zal het lijken of er niet genoeg van kunnen zijn. Het zal vast ook gaan over hoe goed we zelf zijn. Hoeveel voedselpakketten we bij elkaar kregen. Wij zijn goed en de armen zielig. Dat aan de armen geen recht wordt gedaan, zoals de Bijbel vraagt, gaat verloren in het feest van zelfaanbidding.
Als het dan Oudjaar wordt komen de narren voorbij om nog een keer de spot met de goden en godinnen te drijven zodat ze nog eerbiedwaardiger worden. Want met ons wordt immers nooit in het openbaar de spot gedreven. De God van Micha vraagt ondertussen een heel ander soort aanbidding. Die God heeft zelfs geen naam, laat staan een beeld. Die God is te zien in de ogen van de armen, in het gezicht van de lijdende. Daar voor zorgen, die bevrijden, je zelf daarvoor opofferen is het hoogste dat die God vraagt. En die God zal wraak nemen op alle volken die daar niet naar luisteren. Daar zijn geen occulte of paranormale godendienaren voor nodig. De magische voorspellers, de sprekers en spreeksters met de doden, de instraalsters worden in de dienst van de God van Micha ontmaskert. We moeten het zonder al die goden en godinnen doen en dat moet heel wat vruchtbaarder zijn.

Als een herder weiden

Micha 5:1-5
1 Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen. Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden, in de dagen van weleer. 2 Totdat de vrouw die zwanger is haar kind heeft gebaard, worden zijn broeders aan hun lot overgelaten. Daarna zullen wie er nog over zijn terugkeren naar de andere Israëlieten. 3 Hij zal aantreden en hen als een herder weiden, bekleed met de macht van de HEER, zijn God, met de majesteit van diens verheven naam. Zij zullen veilig wonen, want hij zal heersen tot aan de einden der aarde, 4 en hij brengt vrede. Wanneer Assyrië ons land binnenvalt en zijn voet in onze paleizen zet, zullen wij zeven herders doen opstaan, ja, acht vorsten uit mensen gekozen. 5 Met het zwaard zullen zij Assyrië kaalslaan, met blinkende wapens Nimrod vernietigen. Hij zal ons bevrijden van Assyrië wanneer het ons land binnenvalt en onze grenzen overschrijdt. (NBV)
Het boek van de profeet Micha is geliefd bij Christenen omdat een kind uit Bethlehem de vrede zou brengen en dan met zeven herders de vijand verslaan. Dat lijkt wel op het kerstverhaal zoals Lucas ons dat vertelt. Nu is dat niet zo heel vreemd want Lucas kende het boek van Micha natuurlijk heel goed. En dat verhaal over een meisje dat een kind durfde krijgen te midden van de meest zwarte dreiging was ook al door Jesaja verteld. Die Jesaja had er trouwens nog een eeuwig misverstand mee geschapen want zijn woord voor meisje kon ook met het Oud Hollandse maagd worden vertaald, zoals dienstmeisje ook dienstmaagd kan heten. Dat heeft niks te maken met een meisje dat nog geen omgang met een man had gehad. Maar goed wij lezen de profeet Micha en die heeft het over vertrouwen. Een heel goed teken van vertrouwen is inderdaad de jonge moeder die het aandurft kinderen te krijgen.
We hebben een tijd gehad dat ook in ons land de dreiging van een atoomoorlog zo groot was dat mensen het niet meer aandurfden een gezin met kinderen te stichten. Dat is nu minder erg maar in landen waar onderdrukking en armoede heersen geldt het nog steeds. Als mensen hun liefde laten winnen van hun angst dan begint de bevrijding willen Micha en Jesaja zeggen. En dat verhaal wordt later ook op die manier door Lucas verteld. Als er dan ook nog herders zijn die zich druk maken over de bescherming van al die zwakke mensen dan moet het echt wel goed komen. En herders waren er in Bethlehem. Micha herinnert aan de geschiedenis van David en zijn zeven broers. Uit het kleinste dorpje van de kleinste stam kwam de grootste koning, de eerste koning die Israel aanzien gaf en uiteindelijk na een lange tijd van oorlogen onder de Rechters ook vrede bracht. Zulke herders heb je nodig.
Er zijn telkens weer mensen die ons voordoen hoe te zorgen voor de minsten. Voor de opvang van vluchtelingen in ons land moesten zelfs wachtlijsten worden aangelegd van de vele vrijwilligers die zich hadden aangemeld. En een meerderheid van de Nederlanders blijkt geen enkele moeite te hebben met opvang van vluchtelingen in hun omgeving als het aantal vluchtelingen maar in verhouding staat met het aantal inwoners van wijk, dorp of stad. Wij denken overigens vaak dat die herders boven ons staan. Zij geven leiding en als makke schapen dan volgen wij. Dat is niet het verhaal uit de Bijbel. David was de jongste van zijn broers. Toen Samuël aan de vader van David had gevraagd zijn zonen bijeen te brengen omdat God een bijzondere boodschap had, was David helemaal niet gevraagd. Hij bleef in het veld bij de schapen. Maar God had de minste van de broers gekozen tot Koning van het volk. Later hebben we geleerd dat we in de minste wel eens God kunnen ontmoeten, wat wij aan de minste van zijn broeders deden hadden we Jezus zelf aangedaan. Bij Micha kan een kind het begin worden van bevrijding van oorlog en geweld. Misschien moeten ook wij ons wat vaker toevertrouwen aan een dergelijk visioen.

Knielen voor wat je zelf hebt gemaakt

Micha 4:9-14
9  Waarom schreeuw je nu? Heb je dan geen koning meer, of is je raadgever verdwenen, dat je ineenkrimpt van pijn, als in barensnood? 10  Krimp ineen en schreeuw het uit, vrouwe Sion, krimp ineen als een vrouw die baren moet. Je zult de stad moeten verlaten en gaan leven op het veld. Je zult naar Babel gaan, en daar zul je worden bevrijd, uit de handen van je vijanden worden vrijgekocht door de HEER. 11  Nu lopen vele volken tegen je te hoop, ze zeggen: ‘Laat Sion maar worden ontwijd, wij zullen ervan genieten!’ 12  Maar ze weten niet wat de HEER met ze voorheeft, ze hebben geen inzicht in zijn besluit: dat hij ze verzameld heeft als graan op de dorsvloer. 13  Vrouwe Sion, dors hen. Ik geef je een horen van ijzer en hoeven van brons, je zult die volken vertrappen. Wat ze hebben buitgemaakt zal voor de HEER zijn, aan de Heer van de hele aarde komt hun vermogen toe. 14 Kerf nu, krijgszuchtige vrouw, je lichaam open; onze muren worden belegerd, en hij die Israël leiden moet wordt met een staf in het gezicht geslagen. (NBV)

De kritiek op de afgodendienst in de Bijbel concentreert zich voortdurend op een paar elementen. Vruchtbaarheidsgoden dienen is onvruchtbaar en knielen voor wat je zelf hebt gemaakt is dwaas. Juist in deze tijd is het knielen voor wat we zelf maken weer helemaal in de mode. Veel artiesten worden tegenwoordig aanbeden. Eerst worden er competities georganiseerd om er een Idool uit te kiezen, idool betekent zelfgemaakte godheid, vervolgens duiken die overal op om aanbeden te worden. Bij de concerten geldt dan ook weer de wet van groot-groter-grootst tot tienduizenden in aanbidding in een voetbalstadion zitten om de zelfgemaakte godheid te aanbidden. Zo behandelen we koningshuizen die we voortdurend zouden mogen aangapen en waarvan we elk detail zouden moeten mogen weten omdat we nu eenmaal geacht worden die koningen en koninginnen inclusief de bijbehorende prinsen, prinsessen, graven en gravinnen te aanbidden.
Langzaamaan gaat onze samenleving geheel draaien om dit soort zelfgemaakte goden en godinnen. Elke dag zijn er speciale televisieprogramma’s om verslag te doen van onze moderne goden. Geen pijntje, geen misstap, geen goddelijk optreden wordt ons bespaard. Als het dan Oudjaar wordt komen de narren voorbij om nog een keer de spot met de goden en godinnen te drijven zodat ze nog eerbiedwaardiger worden. Want met ons wordt immers nooit in het openbaar de spot gedreven. Speciale krantenrubrieken en TV programma’s zorgen door het jaar heen dat we dag in dag uit in de gelegenheid blijven onze bewondering voor de zelfgemaakte goden te ontwikkelen. Week in week uit verschijnen er speciale tijdschriften die zelfs volgens de oeroude afgodentraditie de waarheid aanpassen de aan de noodzaak bewondering en aanbidding te vergroten.
In die tijdschriften zijn ook de goede en de kwade goden te vinden en net als bij de oude Grieken en Romeinen vallen er van tijd goden en godinnen ten prooi aan hun eigen succes. De God van Micha vraagt ondertussen een heel ander soort aanbidding. Die God heeft een naam als een belofte, die God zal er zijn, daar hoort geen beeld bij want telkens heb je zo’n God op een andere manier nodig. Die God is te zien in de ogen van de armen, in het gezicht van de lijdende. Voor die armen zorgen, die bevrijden, je zelf daarvoor opofferen is het hoogste dat die God vraagt. En die God zal wraak nemen op alle volken die daar niet naar luisteren. Daar zijn geen occulte of paranormale godendienaren voor nodig. De magische voorspellers, de sprekers en spreeksters met de doden, de instraalsters worden in de dienst van de God van Micha ontmaskert. We moeten het zonder al die goden en godinnen doen en dat moet heel wat vruchtbaarder zijn.

Zij zullen veilig wonen

Micha 4:1-8
1 Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Volken zullen daar samenstromen, 2  machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de HEER, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’ Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de HEER. 3  Hij zal rechtspreken tussen machtige volken, over grote en verre naties een oordeel vellen. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is. 4  Ieder zal zitten onder zijn wijnrank en onder zijn vijgenboom, door niemand opgeschrikt, want de HEER van de hemelse machten heeft gesproken. 5  Laat andere volken hun eigen goden volgen-wij vertrouwen op de naam van de HEER, onze God, voor eeuwig en altijd. 6  Als die tijd gekomen is-spreekt de HEER zal ik de kreupelen verzamelen, de verstrooiden bijeenbrengen, verenigen wie ik onheil heb gebracht. 7  De kreupelen zal ik sparen, van de verdrevenen maak ik een groot volk, en op de Sion zal de HEER hun koning zijn, van nu tot in eeuwigheid. 8 En jij, wachttoren over de kudde, vesting van Sion, jij zult je vroegere heerschappij herkrijgen, aan jou, Jeruzalem, behoort het koningschap toe. (NBV)
Het boek van de profeet Micha is geliefd bij Christenen omdat een kind uit Bethlehem de vrede zou brengen en dan met zeven herders de vijand verslaan. Dat lijkt wel op het kerstverhaal zoals Lucas ons dat vertelt. Nu is dat niet zo heel vreemd want Lucas kende het boek van Micha natuurlijk heel goed. En dat verhaal over een meisje dat een kind durfde krijgen temidden van de meest zwarte dreiging was ook al door Jesaja verteld. Die Jesaja had er trouwens nog een eeuwig misverstand mee geschapen want zijn woord voor meisje kon ook met het oud Hollandse maagd worden vertaald, zoals dienstmeisje ook dienstmaagd kan heten. Dat heeft niks te maken met een meisje dat nog geen omgang met een man had gehad. Sommige kerkleiders hebben daarmee de sex uit het verhaal gehaald denken ze. Het enige dat ze er mee bereiken is dat ze tot in de slaapkamer macht over hun volgelingen kunnen uitoefenen, en dat is nu net wat de Bijbel verbiedt.
Maar goed, wij lezen de profeet Micha en die heeft het over vertrouwen. Een heel goed teken van vertrouwen is inderdaad de jonge moeder die het aandurft kinderen te krijgen. We hebben een tijd gehad dat ook in ons land de dreiging van een atoomoorlog zo groot was dat mensen het niet meer aandurfden een gezin met kinderen te stichten. Dat is nu minder erg maar in landen waar onderdrukking en armoede heersen geldt het nog steeds. Als vrouwen te veel en te zwaar onder stress gezet worden kan de eisprong zelfs uitblijven en worden ze door de onderdrukking, de armoede of het geweld zelfs onvruchtbaar. Als mensen hun liefde het laten winnen van hun angst dan begint de bevrijding willen Micha en Jesaja zeggen. En dat verhaal wordt later ook op die manier door Lucas verteld. Als er dan ook nog herders zijn die zich druk maken over de bescherming van al die zwakke mensen dan moet het echt wel goed komen.
En herders waren er in Bethlehem. Micha herinnert aan de geschiedenis van David en zijn zeven broers. Uit het kleinste dorpje van de kleinste stam kwam de grootste koning, de eerste koning die Israel aanzien gaf en uiteindelijk na een lange tijd van oorlogen, waarover je in het boek Rechters kunt lezen, ook vrede bracht. Zulke herders heb je nodig. Zulke herders zijn er nog steeds. Jan Pronk was zo’n herder die het heeft geprobeerd in Darfur. Hij wees de internationale gemeenschap de weg. Toen hij uit Sudan werd uitgewezen was dat het signaal om eindelijk een echt mandaat voor een echte vredesmacht te ontwerpen. Voor ons blijft het opletten en stem geven aan de slachtoffers in Zuid Soedan zoals dat inmiddels heet. Van hen moeten we echt nog van kunnen gaan zeggen dat zij veilig zullen wonen. Dat is een belofte die we ze met alle landen van de wereld zullen moeten durven doen. Anders kunnen we straks wel kerst vieren, maar wordt het nooit het kerstfeest waar Micha van droomde en waar Lucas van vertelde, ook voor ons niet.

Brood van tranen

Psalm 80
1 Voor de koorleider. Op de wijs van De lelies. Een getuigenis. Van Asaf, een psalm.  2 Hoor ons, herder van Israël, die Jozef leidt als een kudde. U die troont op de cherubs, verschijn in luister 3 aan Efraïm, Benjamin en Manasse. Laat uw kracht ontwaken, kom, en red ons. 4 God, keer ons lot ten goede, toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered. 5 HEER, God van de hemelse machten, hoe lang nog blijft u vertoornd op uw biddende volk? 6 U liet ons brood van tranen eten en een stroom van tranen drinken. 7 U hebt andere volken tegen ons opgezet, onze vijanden drijven de spot met ons. 8 God van de hemelse machten, keer ons lot ten goede, toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered. 9 U hebt een wijnstok uitgegraven in Egypte, en volken verdreven om hem te planten. 10 U gaf hem een ruime plek, hij schoot wortel en vulde het land. 11 De bergen werden bedekt door zijn schaduw, de machtige ceders door zijn twijgen, 12 hij strekte zijn takken uit tot de zee, tot aan de Grote Rivier zijn ranken. 13 Waarom hebt u zijn omheining vernield? Voorbijgangers plukken hem leeg, 14 wilde zwijnen wroeten hem om, velddieren vreten hem kaal. 15 God van de hemelse machten, keer u tot ons, kijk neer uit de hemel en zie, bekommer u om deze wijnstok, 16 de stek die uw hand heeft geplant, het kind dat u zelf hebt grootgebracht. 17 Hij is verbrand en weggehakt, verkwijnd onder uw duistere blik. 18 Leg uw hand op uw beschermeling, het mensenkind dat u hebt grootgebracht. 19 Dan zullen wij niet van u wijken. Laat ons leven, en wij roepen uw naam: 20 HEER, God van de hemelse machten, keer ons lot ten goede, toon uw lichtend gelaat en wij zijn gered. (NBV)

In de kerken van Nederland wordt een zondag per jaar de Israel zondag gevierd. Het Christelijk geloof is eigenlijk een Joodse sekte. Alles wat Joden geloven, geloven Christenen ook en bovendien geloven Christenen nog in het verhaal van Jezus van Nazareth die uiteindelijk dat Joodse geloof ook openstelde voor de Heidenen. Christenen moeten er voortdurend aan herinnerd worden dat ze Joodse wortels hebben. Ze gaan anders om met alle leefregels waar de Joden zich aan houden en die in de Bijbel staan. Maar de wortels liggen in het land Israel, ooit het land overvloeiende van melk en honing, het beloofde land. In dat land wonen naast de Israëlieten ook andere volken. In het boek Rechters staat dat die andere volken er wonen om het volk Israel te testen. In de tijd van de Rechters liepen de Israëlieten steeds achter andere goden aan, in onze tijd komt het er op aan of ze durven kiezen voor de vrede. Het beeld dat de inwoners van Israel tot nu toe brood van tranen hebben gegeten klopt wel.
In 1948 besloten de Verenigde Naties dat het mandaatgebied van de Britten in Palestina gedeeld zou moeten worden in een Israëlisch en een Palestijns deel. Een meerderheid van de volken van de wereld was het daar mee eens. Maar de Arabische landen niet, die begonnen direct een oorlog toen de inwoners van het Israëlische deel de staat Israel uitriepen. Pas in de laatste paar jaren erkent ook de Arabische wereld dat delingsplan. Noorse politici hebben er voor gezorgd dat er tussen de beide partijen gesproken werd. Amerikaanse presidenten als Carter en Clinton zorgden er voor dat er verdragen gesloten werden. Nog steeds is het wachten op de uitvoering. Die uitvoering is best eng voor beide partijen. Geweld vergelden met geweld is zo lang de gewoonte geweest. Zo veel mensen hebben nog redenen om hen aangedaan geweld met nieuw geweld te vergelden dat het bijna onmogelijk lijkt de cirkel te doorbreken. Toch zal dat moeten. In Europa hebben we op ons genomen de Palestijnen te helpen mee te delen in de welvaart van de wereld, we bouwden een haven in Gaza. We zullen de Israelieten moeten helpen hun tranen te drogen, zeker ook door elk spoor van antisemitisme in onze eigen samenleving te bestrijden.
Uiteindelijk zullen er dan zoals de psalmist zegt wijnstokken gepland kunnen worden. Maar de psalmdichter begint met onderscheid te maken. Hij heeft het niet over de God van Jacob maar over de God van Jozef, de zoon die de levensladder van onderaf moest beklimmen, vanuit de put tot aan de hoogste troon. En Efraïm en Manasse waren de zonen van Jozef die als stamvaders in Israel werden opgenomen, Benjamin was de jongste broer van Jozef. Sommige geleerden menen dan ook dat deze psalm werd geschreven in het Noordelijk rijk. Toen Israel verscheurd was in een Noordelijk en een Zuidelijk Koninkrijk. Pas de ballingschap vormde er weer één volk van is te lezen bij de profeet Ezechiël. En juist die eenheid en de bereidheid te delen met andere volken was het hart van Israel dat na de ballingschap nog eens extra benadrukt werd. Eén als een grote wijnstok die heel het land vulde. Die strekt zijn schaduw uit over de hele aarde. Ergens zegt de Bijbel dat ooit alle volken zich naar Jeruzalem zullen keren. Dan wordt het dus pas echt vrede.

En mijn vreugde is blijvend.

Filippenzen 1:12-26
12 U moet weten, broeders en zusters, dat wat mij is overkomen er juist toe bijdraagt dat het evangelie wordt verspreid. 13  Het is iedereen in het Romeinse hoofdkwartier en alle anderen duidelijk geworden dat ik gevangen zit omwille van Christus. 14  Bovendien durven de meeste broeders en zusters, omdat ze door mijn gevangenschap vertrouwen in de Heer hebben gekregen, de boodschap nu nog onbevreesder te verkondigen. 15  Sommigen doen het weliswaar uit afgunst en rivaliteit, maar anderen verkondigen Christus met goede bedoelingen. 16  Zij doen het uit liefde, in het besef dat ik de taak heb het evangelie te verdedigen. 17  Maar de eersten verkondigen Christus uit geldingsdrang, met onzuivere bedoelingen, om mijn gevangenschap te verzwaren. 18  Maar wat doet het er eigenlijk toe! Wat telt is dat Christus verkondigd wordt. Of het nu uit valse of oprechte motieven gebeurt-dát het gebeurt verheugt me. En mijn vreugde is blijvend, 19  omdat ik weet dat dit alles door uw gebed en de hulp van de Geest van Jezus Christus tot mijn redding leidt. 20  Het is mijn stellige hoop en verwachting dat ik mij nergens voor zal hoeven te schamen, maar dat Christus bij alles wat mij overkomt in alle openheid geëerd zal worden, of ik nu in leven blijf of moet sterven. 21 Want voor mij is leven Christus en sterven winst. 22  Als ik blijf leven, kan ik vruchtbaar werk doen, maar toch weet ik niet wat ik moet kiezen. 23  Ik word naar twee kanten getrokken: enerzijds verlang ik ernaar te sterven en bij Christus te zijn, want dat is het allerbeste; 24  anderzijds is het omwille van u beter dat ik blijf leven. 25  Omdat ik hiervan overtuigd ben, weet ik dat ik inderdaad voor u behouden zal blijven, zodat uw geloof groter en vreugdevoller wordt. 26  Wanneer ik bij u terugkeer, hebt u des te meer reden om u op Christus Jezus te laten voorstaan. (NBG)
Geleerden nemen aan dat Paulus de brief aan de gemeente in Filippi heeft geschreven toen hij gevangen zat in Efeze. Daar werd hij met de dood bedreigd en zou hij uiteindelijk maar op het nippertje kunnen ontsnappen. Maar zelfs tijdens de gevangenschap blijkt Paulus te zorgen voor zijn metgezellen. Uit Filippi had men Epafroditus gestuurd om Paulus te helpen. Maar die werd behoorlijk ziek en kon het werk niet volhouden. Paulus stuurde hem terug met de brief waaruit we ook vandaag lezen. In het gedeelte van vandaag gaat het met name over de invloed die de dood op ons heeft. Paulus toont eigenlijk aan dat de dood helemaal geen invloed hoeft te hebben op ons handelen. Hij zit gevangen maar heeft iedereen in het gerechtsgebouw, Romeinse hoofdkwartier wordt hier vertaald, er van overtuigd dat hij een boodschap heeft te verspreiden die alle mensen ten goede komt. Maar als het iemand als Paulus, een vreemdeling in Efeze, lukt om zelfs het Romeinse hof onder indruk te brengen, dan kan dat Evangelie kennelijk ongestoord verkondigd worden. Dat doen zijn volgelingen dan ook.
En weer steekt de eigenwaan de kop op. In elke gemeenschap zijn er mensen die zichzelf geweldig belangrijk vinden. Die vinden dat zij degenen zijn die met kop en schouders boven iedereen moeten uitsteken. Overal ontmoet Paulus mensen die hem maar als zwak en onbeduidend afschilderen. Nu kun je, in de positie van Paulus, met zulke mensen in de strijd gaan en Paulus waarschuwt in verschillende brieven uitgebreid voor zulke lieden, maar als ze het goede doen dan zijn ze welkom. Ook al vertegenwoordigt iemand het kwade, met kwade motieven, dan nog is men welkom als men het goede doet. Dat is een boodschap die ook in onze dagen wel eens vaker gehoord mag worden. Als we het hebben over de regel die Jezus van Nazareth ons gegeven heeft dat we een ander niet moeten aandoen wat wij niet willen dat ons aangedaan wordt dan is dat niet exclusief alleen iets voor mensen die geloven in Jezus van Nazareth als bevrijder van het kwade in deze wereld.
In elke godsdienst komen we dezelfde regel tegen en samen met mensen van allerlei verschillende godsdiensten kun je dus het goede doen voor de armen en de minsten in deze wereld, zonder je eigen dienst aan de God van Israël op te geven. Voor Paulus is de oorlog om de verkondiging dus al bij voorbaat gewonnen, als de boodschap maar verkondigd wordt. Hetzelfde geld voor de angst voor de dood. Als je sterft kom je bij Jezus van Nazareth gelooft Paulus, als je leeft kun je aan zijn koninkrijk werken. Beide is winst. En dat mag ook voor ons gelden. Elke dag opnieuw mogen we weer gaan werken aan dat Koninkrijk, hoezeer we dat de dagen er voor ook hebben verwaarloosd. Ook vandaag mogen we daar weer aan werken door het goede te doen en niet dan het goede.

Ik bid dat uw liefde blijft groeien

Filippenzen 1:1-11
1 Van Paulus en Timoteüs, dienaren van Christus Jezus. Aan alle heiligen in Filippi die één zijn in Christus Jezus, en aan hun opzieners en dienaren. 2  Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus. 3  Ik dank mijn God altijd wanneer ik aan u denk, 4  telkens wanneer ik voor u allen bid. Dat doe ik vol vreugde, 5  omdat u vanaf de eerste dag tot nu toe hebt bijgedragen aan de verspreiding van het evangelie. 6  Ik ben ervan overtuigd dat hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voltooien op de dag van Christus Jezus. 7 Het spreekt vanzelf dat ik zo over u denk, want u allen ligt me na aan het hart. U hebt immers allen deel aan de genade die mij geschonken is, of ik nu gevangen zit of de waarheid van het evangelie verdedig. 8  God kan getuigen dat ik naar u allen verlang met de genegenheid van Christus Jezus. 9 En ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid, 10  zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt. Dan zult u op de dag van Christus zuiver en onberispelijk zijn, 11  vol van de vruchten van de gerechtigheid, die u dankt aan Jezus Christus, tot lof en eer van God.(NBV)
Vandaag beginnen we te lezen in de brief van Paulus aan de gemeente in Filippi. Paulus had een goede band met deze gemeente, dat blijkt ook wel uit het gedeelte dat we vandaag lezen. Filippi was een stad gesticht door de Romeinen. Het was een legerplaats maar het was ook de woonplaats van voorname Romeinen die door de keizer verbannen waren omdat ze tegenstanders van de keizer waren. Een Romeinse legerplaats betekende ook een gemeenschap die sterk leunde op slavenarbeid en die haar cultuur aan de inwoners van het omringende land dwingend oplegde. In die plaats was een gemeente ontstaan van mensen die de steun voor hun leven vonden in de Joodse Leer, met name in het heb Uw naaste lief als Uzelf. Binnen hun gemeenschap was het onderscheid tussen slaven en vrijen, mannen en vrouwen, Grieken,. Romeinen en Joden, ouderen en jongeren, weggevallen. Ze rekenden er op dat er een wereld zou komen waarin geen dood meer zou zijn en alle tranen gewist zouden worden. Aan die gemeente schreef Paulus deze brief en hij begint met te schrijven dat hij elke dag voor hen bid.
Nu kun je elke zondag in elke kerk nog steeds de voorbeden voor mensen ver weg en dichtbij horen. Waarom bidden we eigenlijk in de kerk voor mensen die we niet kennen. Van Paulus kunnen we leren dat bidden ook een middel is om je liefde voor de ander te laten groeien. Bij de voorbeden in de kerk moet je je afvragen wat je zou willen voor die mensen waarvoor je voorbede doet. Je komt er dan achter dat er veel zaken zijn waar je zelf aan kunt bijdragen. Voedsel voor de hongerigen, onderdak voor de daklozen, een veilige plek voor vervolgden en vluchtelingen en vrede in je eigen huis. Maar ook steun en aandacht voor hen die een geliefde verloren. Steun en aandacht voor hen die iemand het gevaar in sturen om onze veiligheid of de veiligheid van anderen te verzekeren. Bidden is dus niet zozeer omhoog kijken naar een God die het allemaal voor elkaar zou moeten boksen, maar is om je heen kijken of je de naaste die je zou moeten liefhebben als jezelf niet vergeet.
Daarom durft Paulus er ook zo uitgebreid over te schrijven. Op deze manier wordt zijn gebed een voorbeeld voor de gemeente in Filippi. En dat voorbeeld wordt nu wij het lezen een voorbeeld voor ons. Want die voorbede hoeft natuurlijk niet alleen in de kerken gedaan worden. Daar kunnen we oefenen. Daar kunnen voorgangers niet alleen voorgaan in gebed maar het ons ook voordoen. Zodat we leren thuis elke dag ons af te vragen wie we extra zouden moeten liefhebben om Jezus van Nazareth na te volgen in zijn zorg en aandacht voor de zwaksten en de minsten onder ons. Dan kunnen wij ook groeien in de liefde. Elke dag weer een beetje groeien, ook vandaag weer, als we naast het bidden ook het werken weten op te brengen.