Verkoop je bezittingen

Lucas 12:33-40

33 Verkoop je bezittingen en geef het geld aan de armen. Maak voor jezelf een geldbuidel die niet verslijt, een schat in de hemel die niet opraakt, waar een dief niet bij kan en die door geen mot kan worden aangevreten. 34 Waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijn. 35 Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend, 36 en wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van een bruiloft, zodat ze direct voor hem opendoen wanneer hij aanklopt. 37 Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn gordel omdoen, hen voor de maaltijd nodigen en hen bedienen. 38 Gelukkig degenen die hij zo aantreft, ook al komt hij midden in de nacht of kort voor het aanbreken van de dag. 39 Besef wel: als de heer des huizes had geweten op welk uur de dief zou komen, dan zou hij niet in zijn huis hebben laten inbreken. 40 Ook jullie moeten klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht.’ (NBV21)

Heel vaak roepen we op om alvast met de bouw van het Koninkrijk van recht en vrede te beginnen. Breek de onrechtvaardige tolmuren af, zorg voor een samenleving waaraan iedereen mee kan doen en zorg bij conflicten als eerste voor de slachtoffers. Dat alles op grond van wat we elke dag in de Nieuwe Bijbelvertaling volgens het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap lezen. Toch is die Bijbel al heel lang geleden geschreven, tot stand gekomen kunnen we zelfs beter zeggen, want op sommige plaatsen hebben er veel mensen meegeschreven om ons één enkel bijbelboek te geven. Ook de schrijver van het Evangelie van Lucas gebruikte verschillende bronnen om zijn, of haar, Evangelie samen te stellen. Is het dan reeël om op te roepen tot de bouw van het Koninkrijk van God zoals Jezus van Nazareth ons dat heeft geleerd nu de wereld voortdurend verder van dat Koninkrijk lijkt af te dwalen? Haat zaaien lijkt alleen een misdrijf voor hen die niet in Nederland geboren zijn, alles wat afwijkt van je eigen mening mag je beschimpen en belasteren en mensen die zich anders gedragen worden geschopt en geslagen.

Wat moeten wij dan met een oproep om ons te gedragen of dat Koninkrijk om de hoek ligt, voor het grijpen. Wat moeten wij dan met de vermaning ons te gedragen of alle mensen mee mogen doen in dat nieuwe Koninkrijk. Als we eerlijk zijn hebben we maar één antwoord: we kunnen niet anders. We geloven nu eenmaal in dat nieuwe Koninkrijk dat het zo anders zal doen als we dag in dag uit meemaken. We geloven in dat Koninkrijk omdat de Heer van dat Koninkrijk de enige is die echt macht op de aarde heeft. Alle haatzaaiers gaan voorbij, maar de Heer die Liefde bracht blijft, wat er ook gebeurd. We willen nu eenmaal niet in een samenleving leven waar mensen tegen elkaar worden opgezet. We willen nu eenmaal niet van welvaart profiteren als die verkregen is over de ruggen van hongerigen en naakten. We willen nu eenmaal niet dat kinderen gevangen worden gezet omdat hun aanwezigheid ons niet aanstaat. We willen niet dat dode letters in dorre wetboeken recht wordt gedaan maar we willen dat aan levende mensen recht wordt gedaan.

We hongeren en dorsten zelf naar gerechtigheid en voelen ons vaak gevangen in het onrecht dat ons omringt. Daarom beginnen we maar vast aan de bouw van dat Koninkrijk, we kunnen niet anders. En we kunnen ook niet anders doen dan alsof het Koninkrijk elk moment de macht op aarde gaat grijpen. Daar komt dus ook die vermaning vandaag je te gedragen als knechten die de komst van hun Heer verwachten. Ze zorgen dat het huis op orde is, dat er voldoende voedsel is om hun heer weer aan te doen sterken, dat alles schoon en heel is in het huis. Als wij om ons heen kijken in de wereld dan moeten we toch hopen dat onze Heer vandaag nog niet komt. Er is wel voldoende voedsel maar dat wordt opgeëist door de rijken , de armen overal op de wereld hebben een tekort en onze Heer zou nu eenmaal het eerst naar die armen gaan. Huizen zijn er voor de armen ook niet, de armste slachtoffers van natuurrampen wonen jarenlang in tenten. Er is dus nog een heleboel werk te doen. Vandaag zou het kunnen beginnen, wij zijn er klaar voor.

De rechten van vreemdelingen

Deuteronomium 24:10-22

10 Wanneer u iemand het een of ander leent, mag u niet zijn huis binnengaan om het onderpand op te halen. 11 U moet buiten wachten tot degene aan wie u de lening geeft met het onderpand naar buiten komt. 12 En als hij zo arm is dat hij zijn overkleed moet afstaan, mag u zich daar niet ’s nachts mee toedekken. 13 Voor zonsondergang moet u hem zijn onderpand terugbrengen, zodat hij onder zijn eigen overkleed kan slapen. Hij zal u dan de zegen van de HEER, uw God, toewensen, en de HEER zal het u ten goede aanrekenen. 14 Een dagloner, die het al moeilijk genoeg heeft, mag u niet uitbuiten, of het nu iemand van uw eigen volk betreft of een vreemdeling die in een van uw steden woont. 15 U moet hem nog dezelfde dag, voor zonsondergang, uitbetalen; want hij is arm en het gaat hem juist om dat loon. Anders zal hij de HEER zijn nood klagen, en dan zal u wat u hem hebt aangedaan als zonde worden aangerekend. 16 Ouders mogen niet ter dood gebracht worden om wat hun kinderen hebben misdaan, en kinderen niet om de misdaden van hun ouders; alleen om wat iemand zelf misdaan heeft, mag hij ter dood gebracht worden. 17 U moet de rechten van vreemdelingen en wezen eerbiedigen; van weduwen mag u het overkleed niet in pand nemen. 18 Bedenk dat u zelf slaaf bent geweest in Egypte totdat de HEER, uw God, u heeft bevrijd. Daarom gebied ik u zo te handelen. 19 Wanneer u bij de graanoogst op de akker een schoof vergeet, mag u niet teruggaan om die op te halen. Laat hem achter voor de vreemdelingen, weduwen en wezen. De HEER, uw God, zal u erom zegenen in alles wat u onderneemt. 20 En wanneer u bij de olijvenoogst tegen de takken slaat, mag u achteraf niet nagaan of u wel alles hebt. De rest is voor de vreemdelingen, weduwen en wezen. 21 En wanneer u bij de wijnoogst druiven plukt, mag u niet alles nog eens nalopen. De rest is voor de vreemdelingen, weduwen en wezen. 22 Bedenk dat u zelf slaaf bent geweest in Egypte. Daarom gebied ik u zo te handelen.(NBV21)

Nu staan er berichten in de krant over mensen, ongedocumenteerden, die worden uitgebuit en in zeer slechte omstandigheden moeten wonen. Onze moderne dagloners. In de dagen van Mozes waren ze er al en moesten ze worden beschermd. Want die dagloner heeft het al moeilijk genoeg, zelfs als het maar een vreemdeling is. Opnieuw gaat het vandaag over respect. Over recht en gerechtigheid jegens je naaste. Denk niet dat het hier om juridische rechtsregels gaat waar juridische scherpslijpers hun wel of niet en hun jamaar op los moeten laten. De vraag die hier wordt beantwoord is niet de vraag naar wat mag of wat niet mag maar naar hoe je je zo kunt gedragen in een nieuw land dat het echt een land wordt dat overvloeit van melk en honing, zo’n land waarvan je kunt zeggen dat het van God afkomstig is, een goddelijk land. In zo’n land respecteer je elkaar dus. In zo’n land zorg je dat er op tijd loon wordt betaald.

In zo’n land snap je nog wat arm zijn betekent, daar zorg je voor een goed loon voor schoonmakers en beschermd werk voor gehandicapten en mensen met een beperking voor de arbeidsmarkt. In zo’n land zorg je voor recht en gerechtigheid. Als er dan al doodstraf is dan is die straf direct verbonden met de misdaad die gepleegd is en dus met de misdadiger die het misdrijf heeft begaan, de ouders van die misdadiger en de kinderen van die misdadiger staan daar buiten. Zelfs de rechten van vreemdelingen en wezen moet je eerbiedigen en weduwen laat je niet in de kou staan. Het volk Israël wordt er telkens weer op gewezen dat ze zelf slaaf zijn geweest in Egypte. Ze zijn dus niet anders, niet beter en niet slechter dan de mensen die op de rand van de slavernij leven. Het was de God van Israël die ze er van bevrijd heeft en het is de God van Israël die ze nu oproept om ook zelf de armen te bevrijden door zijn liefde te delen met hen die dat nodig hebben.

Hebberigheid en hebzucht horen dus ook niet bij een samenleving dat een goddelijk land wil zijn. Daar kijk je niet of alle vijgen zijn geraapt of alle druiven zijn geplukt. Laat de rest maar zitten voor hen die een eigen tuin of wijngaard hebben en dus niet kunnen rapen of kunnen plukken. Tegenwoordig gaan voedselbanken de huizen langs om overtollig voedsel op te halen en ons land laat zich zien doordat er meer opgehaald wordt dan werd verwacht. Ook in ons land weet men van delen en van recht doen. Net zoals in ons land ook het recht haar maat heeft. Niet meer dan 40 stokslagen zegt ons Bijbelgedeelte dat is de maat. Bij ons staat voor elk misdrijf een maat en als leken meekijken met rechters komen ze vaak op lagere straffen uit dan de rechters hebben opgelegd. Zelfs naar dieren gaat ons respect uit. Een rund dat graan dorst zal mee eten van het graan dat vrij komt. Gun het dier dat graan zegt Deuteronomium. En wij zeggen het na in ons respect voor dieren in slachthuizen en bio-industrie. Daar waar dat respect zichtbaar ontbreekt regeert het heidendom, in een goddelijk land delen ook dieren mee. Gelukkig mogen we elke dag opnieuw aan het goddelijk worden van ons land gaan werken, ook vandaag weer.

 

Het kwaad uit uw midden

Deuteronomium 24:1-9

1 Het volgende kan zich voordoen: Iemand heeft een vrouw getrouwd, maar om een of andere reden is hij ontevreden over haar. Hij schrijft een scheidingsbrief, die hij aan haar meegeeft als hij haar wegstuurt. 2 Ze vertrekt uit zijn huis en wordt de vrouw van een ander. 3 Maar dan krijgt die tweede man een afkeer van haar, en ook hij schrijft een scheidingsbrief en geeft haar die mee als hij haar wegstuurt; of de man die als tweede met haar is getrouwd, komt te overlijden. 4 In zo’n geval mag de eerste man, die haar weggestuurd heeft, haar niet opnieuw tot vrouw nemen, nu zij voor hem onrein geworden is. Want de HEER verafschuwt zulke dingen. Wanneer u zoiets doet, werpt u een smet op het land dat de HEER, uw God, u in eigendom zal geven. 5 Als een man pas een vrouw heeft getrouwd, hoeft hij niet onder de wapenen te gaan of aan andere verplichtingen te voldoen. Hij is een jaar lang vrijgesteld en mag thuisblijven om zijn vrouw gelukkig te maken. 6 Het is verboden een handmolen of een maalsteen in pand te nemen, want daarmee neemt u iemands leven in pand. 7 Als wordt ontdekt dat iemand een van zijn volksgenoten, een Israëliet, heeft ontvoerd en hem als slaaf behandelt of verkoopt, moet die mensendief ter dood gebracht worden. Zo moet u het kwaad uit uw midden verwijderen. 8 In het geval van een huidziekte die onrein maakt dient u de aanwijzingen die u van de Levitische priesters krijgt nauwgezet op te volgen; houd u precies aan wat ik hun heb voorgeschreven. 9 Bedenk wat de HEER, uw God, tijdens uw tocht uit Egypte met Mirjam heeft gedaan. (NBV21)

Soms zitten er addertjes onder het gras. Soms roept de Bijbel ons op om even meer na te denken dan dat we gewoon zijn te doen. We lezen vandaag een paar voorschriften uit het boek Deuteronomium. De toespraak van Mozes vlak voor het volk het land van melk en honing zou binnengaan. Hoe moet je je daar gedragen, hoe maak je van dat land een land van recht en vrede is de vraag die Mozes aan het volk voorlegt. Wij zijn de Romeinse wetgeving gewend met verboden en geboden, met uitleg door rechtbanken en het idee dat iedereen de wet moet kennen en bij overtreding gestraft kan worden. Maar de Bijbelse regels gaan over gedrag, over wat je tussen mensen kunt verwachten en wat er dus van jou verwacht wordt als je met anderen omgaat. En niet alleen van jou maar van je hele samenleving. Dan gaat het er om mensen tot hun recht te laten komen.

In het gedeelte dat we vandaag lezen gaat over eer en oneer. Wanneer kan een mens tot zijn of haar recht komen? Kan dat in geval van een gebroken relatie? Dat zou wel kunnen, dan moet je zo scheiden dat beide partners weer vrij zijn. Het zijn mannen die in de meeste samenlevingen de macht aan zich trekken, bepalend zijn voor wat er kan gebeuren. Aan de mannen die dat doen wordt dus een extra verantwoordelijkheid gegeven. Als ze willen scheiden moeten een scheidingsbrief opstellen. Ze moeten ook een reden hebben om te scheiden. Maar de adder onder het gras is dat de reden en de brief de vrouw niet mogen weerhouden weer een eigen leven op te bouwen, eventueel met een ander. En die reden voor scheiding moet een echte reden zijn, zo echt dat je niet opnieuw met die vrouw kan trouwen. Dat vereist dus een hele grote zorgvuldigheid. Zo groot dat in de praktijk een scheiding op die manier bijna niet mogelijk is. Eigenlijk alleen als beide partijen het met elkaar eens zijn, de vrouw moet immers bereid zijn de scheidingsbrief te aanvaarden.

Een zelfde zorgvuldigheid wordt gevraagd naar iemand met huidvraat. We weten nog steeds niet wat dat nu eigenlijk is geweest want ook huizen konden aan huidvraat lijden. Maar ook mensen en die kon je niet eenvoudig van je af stoten blijkt uit dit gedeelte, je hebt er een verantwoordelijkheid voor, je moet de voorschriften nauwkeurig nakomen. Als je dat weet te doen weet je dat ook te doen met iemand die een lening bij je heeft gesloten. Die geeft je zelf wel het onderpand dat er bij hoort, dat hoef je hem niet af te pakken. En als iemand alleen nog zijn overkleed heeft dan breng je dat terug voordat de nacht valt. Je hoeft een ander niet tot op het hemd uit te kleden zeggen we dan. In onze dagen gaat het niet aan mensen uit hun huis te zetten of het gas en licht af te snijden. Soms lijken de regels van de Bijbel vreemd en ver van ons af, maar als we de zorgvuldigheid herkennen die gevraagd wordt tussen mensen, zorgvuldigheid die komt uit het heb uw naaste lief als uzelf. Daar kunnen we elke dag opnieuw op letten, ook vandaag weer.

 

Genade zij met u.

Kolossenzen 4:7-18

7 Tychikus, onze geliefde broeder, onze trouwe helper en mededienaar in het werk voor de Heer, zal u alles over mij vertellen. 8 Hem stuur ik naar u toe om u over onze omstandigheden in te lichten en om u moed in te spreken, 9 samen met Onesimus, onze trouwe en geliefde broeder, die een van u is; zij beiden zullen u vertellen hoe het hier gaat. 10 Aristarchus, mijn medegevangene, laat u groeten, evenals Barnabas’ neef Marcus; over hem hebt u al instructies gekregen: ontvang hem gastvrij wanneer hij bij u komt. 11 Ook Jezus Justus groet u. Deze drie zijn de enige Joden die met mij meewerken voor Gods koninkrijk, en ze zijn dan ook een grote troost voor me geweest. 12 Epafras, die een van u is en dienaar van Christus Jezus, groet u; in al zijn gebeden strijdt hij voor u en bidt hij dat u als volmaakte mensen en met volle overtuiging zult vasthouden aan alles wat God wil. 13 Ik kan van hem getuigen dat hij zich erg voor u inspant en ook voor de mensen in Laodicea en Hiërapolis. 14 Ook Lucas, onze geliefde arts, en Demas groeten u. 15 Wilt u de broeders en zusters in Laodicea groeten, en ook Nymfa en de gemeente die in haar huis samenkomt? 16 Wanneer deze brief bij u is voorgelezen, moet u ervoor zorgen dat hij ook in de gemeente van Laodicea wordt voorgelezen, en dat u de brief aan hen te lezen krijgt. 17 En zeg tegen Archippus: ‘Let erop dat u de taak die u van de Heer hebt ontvangen, ook vervult.’ 18 Een eigenhandig geschreven groet van mij, Paulus. Vergeet niet dat ik gevangen zit. Genade zij met u. (NBV21)

Papier is geduldig. Natuurlijk, in de eerste Christengemeenten stond lang nog niet alles op papier. De Evangeliën werden waarschijnlijk pas geschreven toen Paulus overleden was. Er waren wel verzamelingen uitspraken van Jezus, wij kennen die niet meer, die later ook de grondslag zouden vormen voor de Evangeliën van Matteüs en Lucas. Het verhaal over Jezus van Nazareth, zijn kruisiging en opstanding en de betekenis daarvan werd mondeling overgebracht en door brieven. Dat begon vaak in een Synagoge waar gasten uit Palestina uitleg gaven over de lezingen uit de Tenach, de Judeese Bijbel die wij kennen als het Oude Testament. Hoe dat ongeveer ging vinden we in het verhaal over Filippus dat in Handelingen wordt verteld over de Moorse Kamerling die in het boek van de profeet Jesaja zat te lezen en uitleg kreeg van Filippus en zich daarna liet dopen en Christen werd.

In Kolosse was Epafras degene geweest die een dergelijke uitleg had gegeven en daar had zich buiten de Synagoge een gemeente gevormd onder leiding van Filemon. Maar dat volgen van de leer van die Jezus van Nazareth was niet zonder gevaar. Paulus zat gevangen in Efeze, niet alleen overigens, in elk geval samen met zijn medewerker Aristarchus. En plotseling was er in de gemeente een weggelopen slaaf opgedoken die een medewerker van Paulus was geworden en die niet ter dood moest worden gebracht maar als broeder moest worden aanvaard. Ze wilden dat wel maar het bleef gevaarlijk. Paulus snapte dat ook, hij had dat al vaker meegemaakt. Hij liet Timoteüs een brief ontwerpen waar de onderwerpen die van belang waren voor Kolosse uiteen werden gezet. De nieuwe manier van omgaan met elkaar, als gelijken, waar mannen alle vrouwen uit de gemeente lief moesten hebben, waar slaven gelijken werden van vrijen, waar het verschil tussen mensen uit de besnijdenis en heidenen weggevallen was. Timoteüs heeft de brief kennelijk aan Paulus voorgelegd die er een zeer persoonlijk stukje aan toevoegde.

Uit dat gedeelte blijkt dat de gemeente van Kolosse niet alleen staat in haar nieuwe manier van leven. Dat werd ook gedaan in Laodicea, een buurstad van Kolosse, een dagreis ver. Ook in belangrijke steden als Hiëropolis en Efeze. De belangrijke mensen die genoemd zijn worden slaven genoemd door Paulus, slaven van Christus en in Christus was immers vrijheid. De vele mensen die in dit gedeelte genoemd worden staan ook genoemd in de brief aan Filemon waarin gevraagd werd Onesimus als broeder te ontvangen. Maar papier is niet genoeg. De gemeente in Kolosse krijgt een nieuwe vertegenwoordiger van Paulus, Tychikus die zal uitleggen hoe het zit met die andere gemeenten, hoe het gaat met al die mensen die genoemd worden. Voor de mensen in Kolosse, voor de huisgemeente van Filemon, kan zo het gevoel ontstaan deel uit te maken van een groter geheel. Daarom moet hun brief ook in Laodicea voorgelezen worden en moeten zij kennis nemen van een brief aan Laodicea. Zij wel en wij misschien niet. In de Bijbel staat geen brief aan Laodicea. Wel een brief aan de Efeziërs en veel geleerden nemen aan dat die brief de hier genoemde brief aan Laodicea is. Als u overigens wel eens hoort dat Lucas de Evangelist een arts was dan komt dat uit dit Bijbelgedeelte. Alleen of de hier genoemde Lucas dezelfde was als de Evangelist en schrijver van Handelingen is niet zeker. Voor ons die in betrekkelijke veiligheid leven mag duidelijk worden dat die nieuwe manier van leven, zonder angst, zonder verschil tussen mannen en vrouwen, allochtonen en autochtonen nog meer mogelijk moet zijn dan voor de mensen in Kolosse. Wij kunnen er in alle vrijheid elke dag opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

 

Gedraag u wijs

Kolossenzen 3:18–4:6

18 Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals het volgelingen van de Heer past. 19 Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet bitter tegen haar. 20 Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want dat is de wil van de Heer. 21 Vaders, drijf uw kinderen niet tot het uiterste, want dat maakt ze moedeloos. 22 Slaven, gehoorzaam uw aardse meester in alles, niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar oprecht en met ontzag voor de Heer. 23 Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor de mensen, 24 want u weet dat u van de Heer een erfenis als beloning zult ontvangen. Dien Christus: Hij is uw meester! 25 Iedereen die onrecht doet zal daarvoor boeten, en daarbij wordt geen onderscheid gemaakt. 1 Meesters, geef uw slaven waar ze recht op hebben en wat redelijk is, want u weet dat ook u een meester hebt, in de hemel. 2 Blijf bidden en blijf daarbij waakzaam en dankbaar. 3 En bid dan ook voor ons, dat God deuren voor ons opent om zijn boodschap te verkondigen, het geheim van Christus, waarvoor ik gevangenzit, 4 en bid dat ik het mag onthullen zoals het mijn plicht is. 5 Gedraag u wijs tegenover buitenstaanders en benut het juiste moment; 6 laat wat u zegt altijd aantrekkelijk zijn, sprankelend, en weet hoe u op iedereen moet reageren. (NBV21)

Als je de Bijbel maar genoeg in stukjes knipt dan kom je vanzelf op teksten die je eigen gelijk onderstrepen. Aangezien het vertalerswerk meestal door mannen wordt gedaan en mannen eeuwenlang het baas zijn hebben opgeëist lees je dat ook terug in Bijbelvertalingen. Maar heel langzaam komt daar verandering in. Vandaag hebben we een voorbeeld van taalgebruik dat vandaag niet meer past maar vroeger nog erger was. Het gedeelte van vandaag begint met de oproep aan vrouwen om het gezag van hun man te erkennen. In de zeventiende-eeuwse Statenvertaling staat hier een oproep aan vrouwen om hun man onderdanig te zijn. Gelukkig konden we gisteren nog lezen dat er in de Christelijke gemeente geen onderscheid is tussen mannen en vrouwen. Waar het om gaat is dat we vergeten dat het schrijven van Paulus in Kolosse voor een grote culturele schok gezorgd moet hebben. Dat staat niet direct in deze brief, dat staat in de brief aan Filemon die in de Bijbel is opgenomen, maar de schok is er niet minder om.

In het Romeinse Rijk moesten gevluchte slaven ter dood worden gebracht. Slaven moesten onderdanig zijn aan hun eigenaars en om te laten zien hoe machtig die eigenaars waren hadden ze het te zeggen over leven en dood van hun slaven. Paulus had aan de leider van de gemeente in Kolosse gevraagd om zijn gevluchte slaaf Onesimus niet te doden maar te verwelkomen als broeder. Dat is een radicale en revolutionaire omkering van alles wat geloofd werd in het Romeinse Rijk. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen hoe revolutionair dit geweest moet zijn. Nu volgt een brief om uit te leggen hoe een gemeente als Kolosse het nieuwe geloof in Jezus als de Christus, de gezalfde bevrijder, zou moeten verstaan. Voorop staat dat er binnen de gemeente geen verschillen bestaan. Dat betekent niet dat je de mensen wijs moet maken dat alle gewoonten, alle manieren van met elkaar omgaan nu ineens volkomen anders zijn geworden.

Mannen hadden in die samenleving gezag. In onze dagen zijn er drie culturele revoluties nodig geweest om daar een klein beetje verandering in aan te brengen en ook vandaag de dag klinkt het baas zijn van mannen over vrouwen helemaal niet vreemd in de oren, alleen ongewenst hebben we geleerd. Wie de oproepen van Paulus in dit gedeelte goed leest dan merk je dat Paulus niet vraagt aan de een en de ander om elkaars macht te erkennen en zich onvoorwaardelijk te onderwerpen, maar vraagt Paulus respect en liefde voor elkaar op te brengen. Het duidelijkst komt dat in de oproep aan slaven tot uiting. Hier klinkt zelfs de oproep van Jezus door om ook je vijanden lief te hebben. Voor slaven is er geen onderwerping maar is respect de houding die Paulus vraagt. Iedereen die onrecht doet zal daarvoor moeten boeten schrijft Paulus, wat slecht is blijft slecht. En daarmee wordt iedereen, mannen, slavenhouders, ouders, bestuurders, machthebbers, maar ook vreemdelingen, vrouwen, slaven, kinderen en onderdanen, opgeroepen om respect aan elkaar te betonen. Een oproep om elkaar tot zijn of haar recht te laten komen. En daarmee zijn we bij het hart van het Christelijk geloof gekomen, heb God lief boven alles en je naaste als jezelf. Dat mogen we ook in deze verhoudingen elke dag doen, ook vandaag weer.

 

Omdat u zijn heiligen bent

Kolossenzen 3:5-17

5 Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht-hebzucht is afgoderij-, 6 want om deze dingen treft Gods toorn degenen die Hem ongehoorzaam zijn. 7 Vroeger hebt u ook die weg gevolgd en zo geleefd, 8 maar nu moet u alles wat slecht is opgeven: woede en drift, laster en vuile taal. 9 Bedrieg elkaar niet langer, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt 10 en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt. 11 Dan is er geen sprake meer van Grieken of Joden, besnedenen of onbesnedenen, barbaren, Skythen, slaven of vrijen, maar dan is Christus alles in allen. 12 Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en Hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. 13 Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. 14 En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. 15 Laat de vrede van Christus heersen in uw hart, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar. 16 Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing voor God met heel uw hart psalmen, hymnen en liederen die de Geest u vol genade ingeeft. 17 Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door Hem. (NBV21)

Je mag ook niks. Kijk nu eens naar het begin van dit Bijbelstukje. Daar zijn die stiekeme Christenen weer. Alles wat leuk is dat mag niet. Je mag theedrinken met vreemdelingen en je moet elkaar wel liefhebben maar elkaar aanraken is er niet bij. Geen wonder dat aan die Christenen wordt gezegd dat ze elkaar niet mogen bedriegen, want als je alles wat leuk is verboden hebt dan gaan gewone mensen dat vanzelf stiekem doen. Als we zo redeneren moeten we ons ook afvragen of we dat eigenlijk wel goed begrepen hebben. Want wat wordt er nu verboden. Zingen en dansen wordt niet verboden, vrijen met een ander ook niet, je verkleden om mensen te vermaken ook al niet. Zelfs toneelspelen of mensen op komische wijze een spiegel voorhouden wordt in dit Bijbelgedeelte niet verboden. Het gaat om een nader soort zaken. ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten. Om het in de taal van vandaag te zeggen het gaat om : “ikke, ikke, ikke en de rest kan stikke” Alle mensen zijn als voorwerpen om jou te plezieren en als ze dat niet willen dan dwing je hen er toe. Het is wat Christenen drijft om te kijken naar de seksindustrie. Daar worden mensen gehuurd om anderen te bevredigen. Op zich is dat al een rare verhouding tussen twee mensen, het zou toch veel leuker zijn als ze elkaar ook nog aardig vinden en samen één vlees zouden willen vormen zoals de Bijbel dat noemt.

Maar het is de manier van omgaan waarvoor mensen vanouds kunnen kiezen. Het wordt natuurlijk anders als vrouwen, soms ook als mannen, gedwongen worden zich te verhuren en de huuropbrengst niet henzelf ten goede komt maar degene die hen dwingt. Dan zijn mensen voorwerpen geworden die ingezet kunnen worden om winst te genereren, slaven die in de ogen van hun eigenaars niet meer waard zijn dan de opbrengst die ze kunnen genereren. Zo moet het dus niet. Mensen zijn oneindig veel meer waard. In Christelijke ogen hoort er geen verschil te zijn tussen slaven en vrijen, net zo min als er verschil zou moeten zijn tussen allochtonen en autochtonen. Paulus schreef zijn brief aan een gemeente die uit heel veel verschillende mensen bestond, Grieken, Joden, mensen die besneden waren als nakomelingen van Abraham, mensen die niet besneden waren, Barbaren, Skythen. Die laatste twee hoorden bij volkeren waarvan de namen scheldwoorden geworden waren. Paulus zegt dat we het anders moeten gaan doen omdat we bevrijders zijn geworden, in zijn taal in Christus zijn. Christus is het Griekse woord voor gezalfde en de vertaling van het Hebreeuwse woord messias dat naast gezalfde ook bevrijder betekent. Het gaat er dus niet om dat je niks mag maar dat je nergens toe gedwongen kan worden. Dat begint met zelf niemand ergens toe te dwingen.

Dat begint er mee mensen niet langer als voorwerp voor je eigen plezier te gebruiken maar van mensen te houden zoals je zou willen dat er van jou gehouden wordt. Als het moeilijk wordt met mensen is er medeleven, dat zou je zelf toch ook willen als een geliefde ziek wordt of dood gaat, dan is er goedheid, zachtmoedigheid, bescheidenheid en geduld. In onze dagen is zo leven behoorlijk moeilijk. Medeleven moet je wel opbrengen want je wordt gedwongen tot mantelzorg omdat de rijken aan goede professionele zorg niet langer mee willen betalen. Een band vormen met de vreemdelingen in ons midden is maar eng, die hebben rare geloven en willen ons dwingen wordt ons wijsgemaakt. Dat ook zij spreken over Jezus van Nazareth als iemand die Gods verhaal kwam vertellen, het verhaal van zorgzaamheid en liefde, wordt ons niet verteld. Als we gaan leven zoals Paulus ons voorhoudt gaan we vanzelf samen zingen. Het volk Israël heeft ons een heleboel liederen geschonken die juist hier over gaan. En daarna is er in de kerken een schat aan liederen te vinden uit de loop der eeuwen, tot op vandaag toe, die je warmte geven en die je graag meezingt. Elke dag opnieuw mogen we zo leven, ook vandaag weer.

 

Kleine kudde

Lucas 12:22-32

22 Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Daarom zeg Ik jullie: maak je geen zorgen over je leven, over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam, over wat je zult aantrekken. 23 Want het leven is meer dan voedsel en het lichaam meer dan kleding. 24 Kijk naar de raven: ze zaaien niet en oogsten niet, ze hebben geen voorraadkamer en geen schuur, het is God die ze voedt. Hoeveel meer zijn jullie niet waard dan de vogels! 25 Wie van jullie kan door zich zorgen te maken één dag aan zijn levensduur toevoegen? 26 Als jullie dus zelfs het geringste al niet kunnen, waarom maken jullie je dan zorgen over de rest? 27 Kijk naar de lelies, kijk hoe ze groeien. Ze werken niet en weven niet. Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen. 28 Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zoveel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal Hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen? 29 Ook jullie moeten je niet druk maken over wat je zult eten en wat je zult drinken, jullie moeten je niet door zorgen laten kwellen. 30 De volken van deze wereld jagen die dingen na, maar jullie Vader weet dat je ze nodig hebt. 31 Zoek liever zijn koninkrijk, en die andere dingen zullen je erbij gegeven worden. 32 Wees niet bang, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie in zijn goedheid het koninkrijk geschonken. (NBV21)

Iedereen kent wel het spreekwoord dat je je rijkdom niet mee kunt nemen. Waarom proberen we dan meer rijkdom te krijgen dan we ooit bij ons leven op kunnen maken? Ja de rijksten in onze samenleving verzamelen zelfs zo veel rijkdom dat ook hun kinderen en wellicht hun kleinkinderen niet in staat zijn op het op te maken. Geld maakt niet gelukkig is een ander spreekwoord. Natuurlijk is het makkelijk als je het hebt. Natuurlijk moet je er verstandig mee omgaan. En, let wel, de Bijbel heeft niets tegen rijkdom op zich. Als we allemaal mee zouden kunnen delen van het land dat overvloeit van melk en honing is er niets verkeerd. Maar dat doen we niet. De meeste rijkdom is verkregen door de armoede van velen. De waarschuwing ons te hoeden voor hebzucht geldt voor iedereen. In de bede die we laatst in het Evangelie van Lucas lazen ging het alleen over het brood dat we vandaag nodig hebben. Dat is voor ons genoeg. Als we dat uitstralen dan behoeden we misschien ook een ander voor hebzucht en het bijbehorende ongeluk.

We hoeven ons dus geen zorgen te maken voor de toekomst. Veel mensen zijn dat verleerd. Je geen zorgen maken over de dag van morgen. Natuurlijk, als je honger hebt zijn er zorgen over het krijgen van eten, maar zorgen over wat je aantrekt, of hoe je er uit zult zien verdwijnen direct als je naar eten moet zoeken. Al die uiterlijkheden zijn dan ook volstrekt onbelangrijk. Er wordt ons wel aangepraat hoe belangrijk al dat uiterlijk vertoon is, de make overs vliegen je om de oren, maar eigenlijk is het geluk van de mensen het allerbelangrijkst. Daarom klinkt vandaag ook de roep om je bezig te houden met het Koninkrijk. Daar wordt gedeeld en hoeft dus niemand meer zorgen te hebben over het eten, zijn dus alle zorgen verdwenen. Daar valt het onderscheid tussen rijk en arm, tussen slaaf en vrije, tussen man en vrouw, tussen christen en moslim, weg. Daar is geen angst meer en geen bedreiging. Dat Koninkrijk ligt voor het grijpen. Het is ons geschonken door de God van Liefde, we hoeven het alleen te aanvaarden en in de praktijk te brengen. Make overs zijn dan overigens in het geheel niet voorbij. Maar het zijn hele andere make overs dan van mensen en auto’s. Het is een make over van de totale samenleving. Ineens wordt al wat leeft belangrijk en gooien we geen mensen, dieren en kostbare grondstoffen meer weg.

Als iedereen een volwaardige plaats in de samenleving heeft wordt die samenleving een stuk creatiever en rijker. En de make over van het Koninkrijk is niet beperkt tot ons eigen land maar het is een make over van de hele wereld. Stel een journaal voor waarin niet over oorlog en honger kan worden bericht omdat die er niet meer zijn. Een journaal dat alleen goed nieuws kan brengen, over wetenschappelijke ontdekkingen, over hulp die mensen elkaar kunnen geven, over het moois dat elke dag weer ontstaat in een wereld van recht en vrede. Je zult denken dat er nog maar weinig mensen zijn die er in geloven. De meeste mensen zijn cynisch en onverschillig geworden. Het is een rotzooi is het enige dat ze nog kunnen zeggen en wij kleine mensen zijn te onmachtig om de rotzooi op te ruimen. Jezus van Nazareth noemt dat kleine gezelschap een kudde. En een kudde is sterk, zelfs een kleine kudde schapen houdt op een autoweg een groot aantal auto’s tegen. Hoeveel te meer de kleine kudde van goedwillende mensen die bezig zijn het mooiste Koninkrijk van de wereld te bouwen, een Koninkrijk waar voor iedereen plaats is en waar niemand buiten valt. Bouw vandaag nog mee dus.

Hebzucht.

Lucas 12:13-21

13 Iemand uit de menigte zei tegen Hem: ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen!’ 14 Maar Jezus antwoordde: ‘Wie heeft Mij als rechter of bemiddelaar over jullie aangesteld?’ 15 Hij zei tegen hen: ‘Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht. Want ook al heeft een mens nog zoveel, zijn leven bezit hij niet.’ 16 En Hij vertelde hun de volgende gelijkenis: ‘Het landgoed van een rijke man had veel opgebracht, 17 en daarom vroeg hij zich af: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn voorraden op te slaan. 18 Toen zei hij bij zichzelf: Wat ik zal doen is dit: ik breek mijn schuren af en bouw grotere, waar ik al mijn graan en goederen kan opslaan, 19 en dan zal ik tegen mezelf zeggen: Je hebt veel goederen in voorraad, genoeg voor vele jaren! Neem rust, eet, drink en vermaak je. 20 Maar God zei tegen hem: “Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen?” 21 Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’ (NBV21)

Iedereen kent wel het spreekwoord dat je je rijkdom niet mee kunt nemen. Iedereen gaat met alleen zichzelf het graf in. Waarom proberen we dan meer rijkdom te krijgen dan we ooit bij ons leven op kunnen maken? Ja de rijksten in onze samenleving verzamelen zelfs zo veel rijkdom dat ook hun kinderen en wellicht hun kleinkinderen niet in staat zijn om het op te maken. Geld maakt niet gelukkig is een ander spreekwoord. Natuurlijk is het makkelijk als je het hebt. Natuurlijk moet je er verstandig mee omgaan. En, let wel, de Bijbel heeft niets tegen rijkdom op zich. De Bijbel heeft iets tegen armoede. Als we allemaal mee zouden kunnen delen van het land dat overvloeit van melk en honing is er niets verkeerd. Maar dat doen we niet. De meeste rijkdom is verkregen door de armoede van velen. Jezus van Nazareth gaf de waarschuwing je te hoeden voor iedere vorm van hebzucht als antwoord op de vraag of hij scheidsrechter wilde zijn bij de verdeling van een erfenis. En een erfenis wil gedeeld worden niet waar. Maar Jezus van Nazareth geeft als voorbeeld dat prachtige verhaal van die man die wil gaan rentenieren, zijn kleine schuren wil vervangen door grote om de rest van zijn leven te genieten van de vruchten van zijn arbeid. Het is allemaal niks waard want dezelfde nacht moet de man sterven.

Jezus van Nazareth grijpt hier terug op het boek Prediker. Die verklaarde dat alle arbeid lucht en leegte is en geen nut heeft onder de zon. Prediker had de vreugde geprobeerd, was rijk geworden en toen nog rijker maar het had hem allemaal niets geholpen. Het was allemaal lucht en leegte en je wordt er alleen maar moe van. Het boek Prediker wordt gelezen op het zogenaamde Loofhuttenfeest. Dat is een feest bij de druivenoogst als er wijn gemaakt moet worden. Een heel vrolijk feest dus. De boodschap dat je na alle zware arbeid moet beseffen dat het najagen van wind is geweest klinkt niet heel erg sympathiek. Maar dat Loofhuttenfeest heeft in de Bijbel een bijzondere betekenis. Op dat Loofhuttenfeest moest je naar de Tabernakel of de Tempel om daar een maaltijd te houden met je familie, de tempeldienaren, je personeel, de armen en de vreemdelingen die bij je zijn. Je moet dus je oogst delen met iedereen die niet zelf heeft kunnen oogsten en dat maakt het heel bijzonder.

Al dat gezwoeg is dan tenminste nog ergens goed voor geweest, je helpt er een ander mee de winter door te komen. En dan wordt duidelijk waarom Jezus van Nazareth weigert om als scheidsrechter op te treden bij de verdeling van een erfenis. Je houding als gelovige moet er een zijn van delen met de armsten. Als je dan niet een erfenis weet te delen met elkaar dan is er iets mis in je familie. Velen kunnen daar over meepraten want bij het verdelen van erfenissen lijkt wel eens het laagste van mensen naar boven te kunnen komen. Zelfs tijdens de begrafenis kunnen mensen soms al ruzie gaan maken over die verdeling. Er is dus duidelijk iets mis met de vraag. Die vraag gaat niet over delen maar over hebben. Als je een scheidsrechter nodig hebt is er iets mis met je familie dat eerst uit de weg moet, namelijk de hebzucht. Door die bespreekbaar te maken, door die om te buigen in delen met wie niets heeft, kunnen de ruzies worden opgelost. En delen kunnen en mogen we elke dag. Ook vandaag weer.

 

Vijf mussen

Lucas 12:1-12

1 Intussen had er zich een enorme menigte verzameld. De mensen verdrongen elkaar, maar Hij richtte zich eerst tot zijn leerlingen: ‘Hoed je voor de zuurdesem, dat wil zeggen de huichelarij van de farizeeën. 2 Niets is verborgen dat niet onthuld zal worden, en niets is geheim dat niet bekend zal worden. 3 Alles wat jullie in het donker zeggen, zal in het licht worden gehoord, en wat jullie binnenskamers in iemands oor fluisteren, zal van de daken geschreeuwd worden. 4 Tegen jullie, mijn vrienden, zeg Ik: wees niet bang voor degenen die wel je lichaam kunnen doden, maar daarna niets meer tegen je kunnen uitrichten. 5 Ik zal jullie zeggen voor wie je bang moet zijn. Wees bang voor Hem die de macht heeft om iemand niet alleen te doden maar daarna ook in de Gehenna te werpen. Ja, Ik zeg jullie: wees bang voor Hem! 6 Wat kosten vijf mussen? Bijna niets. Toch wordt er niet één door God vergeten. 7 Zelfs de haren op jullie hoofd zijn alle geteld. Wees niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen. 8 Ik zeg jullie: iedereen die Mij erkent bij de mensen, zal ook door de Mensenzoon worden erkend bij de engelen van God. 9 Maar wie Mij verloochent bij de mensen, zal verloochend worden bij de engelen van God. 10 En iedereen die kwaadspreekt van de Mensenzoon zal vergeving ontvangen. Maar wie lastertaal spreekt tegen de heilige Geest zal geen vergeving ontvangen. 11 Wanneer ze jullie voor de synagogen en de autoriteiten en het gerecht slepen, vraag je dan niet bezorgd af hoe of waarmee je je moet verdedigen of wat je moet zeggen, 12 want de heilige Geest zal jullie op dat moment ingeven wat je moet zeggen.’ (NBV21)

Alles komt uit. Er zijn regeringen die in het geheim alles van iedereen op de hele wereld willen controleren. Alles van iedereen komt daardoor uit. Maar ook het geheime optreden van die regeringen komt uit. En de misdaden die gepleegd worden in naam van een rechtvaardige oorlog komen uit. Natuurlijk, er zijn moorden en andere misdaden die niet worden opgelost. Er zijn boeven die niet worden gevangen. Er zijn ook sportmensen die de regels overtreden en die niet betrapt worden. Maar toch is er niets geheim. Dat geldt ook in de religie. Soms hoor je priesters of dominees wel eens zeggen dat ze een geheim hebben. Het geheim van de eucharistie, of het avondmaal. Het geheim van het geloven zelf. Maar wees gerust, in het verhaal van Jezus van Nazareth is niets geheim. Het gaat juist om het openbaren van het geheim.

De eucharistie of het avondmaal is een godsdienstoefening bij uitstek. Als je de God van Jezus van Nazareth wil dienen dan moet je bereid zijn alles te delen met een ander, desnoods jezelf. Dat doe je niet zomaar, dat is geen lolletje, dat is niet vrijblijvend. Jezus van Nazareth heeft het er over dat zijn volgelingen voor de kerkelijke en wereldlijke autoriteiten gesleept zullen worden en zich zouden kunnen afvragen wat ze zouden moeten zeggen. Autoriteiten, de kerkelijke en de wereldlijke, houden van geheimen en houden graag ook veel geheim. Wie geheimen kent heeft immers macht. Maar de volgelingen van Jezus van Nazareth houden niets geheim en ontkennen dat er geheimen zijn. Er is over ieder mens dan ook niets meer te weten dan die mens over zichzelf weet. Wie ergens van beschuldigd wordt weet of het waar is of niet. En ten onrechte beschuldigd worden betekent dat het op een eerlijke manier niet te bewijzen is.

Wie beter weet wat een mens te doen staat kan altijd op de gevolgen van daden worden gewezen. Worden de armen bevrijdt? Worden de zwakken ondersteund? Wordt er vrede gesticht? Worden de hongerigen gevoed, de naakten gekleed? Gaan de doven horen, de blinden zien en de kreupelen lopen? Zelfs Jezus van Nazareth lukte het niet de mensen de mond te snoeren die door hem genezen werden en weer een plaats in de samenleving kregen, zou het effect van overheidsmaatregelen dan geheim blijven en onzichtbaar zijn voor de mensen om wie het gaat? Laat U niets wijsmaken, geheimen zijn er niet. Het enige wat we moeten weten is wat er aan de minsten onder ons gedaan moet worden. Wat we tegen de geheimhouders moeten zeggen is dus alleen dit, heb Uw naaste lief als Uzelf, dat moet elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

Jullie bouwen graftomben

Lucas 11:45-54

45 Daarop zei een wetgeleerde tegen Hem: ‘Meester, door die dingen te zeggen beledigt U ook ons.’ 46 Maar Jezus zei: ‘Wee ook jullie, wetgeleerden! Want jullie leggen de mensen ondraaglijke lasten op, maar raken die zelf met geen vinger aan. 47 Wee jullie, want jullie bouwen graftomben voor de profeten, terwijl jullie voorouders hen hebben gedood. 48 Jullie zijn getuigen die instemmen met de daden van jullie voorouders, want zij hebben hen gedood en jullie bouwen de tomben! 49 Daarom heeft God in zijn wijsheid gezegd: “Ik zal profeten en apostelen naar hen zenden, maar ze zullen sommigen van hen doden en anderen vervolgen.” 50 Voor het bloed van al de profeten dat sinds de grondvesting van de wereld vergoten is, zal van deze generatie genoegdoening worden geëist, 51 van het bloed van Abel tot het bloed van Zecharja, die omkwam tussen het altaar en het heiligdom. Ja, Ik zeg jullie, van deze generatie zal genoegdoening worden geëist! 52 Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden.’ 53 Toen Hij het huis verliet, waren de schriftgeleerden en de farizeeën uitzinnig van woede; ze begonnen Hem over van alles uit te vragen, 54 in een slinkse poging om Hem te betrappen op een ongeoorloofde
uitspraak. (NBV21)

Je moet je weten te verplaatsen in de samenleving waarin Jezus van Nazareth leefde en zijn boodschap verspreidde. Dat is niet zo moeilijk als het lijkt. We kennen het verschil tussen de Joodse “Wet” en de Romeinse “Wet”. In de Joodse  “Wet”, de leer van Mozes, gaat het om de mensen die op een respectvolle, liefdevolle en rechtvaardige manier met elkaar moeten samenleven. Bij de Romeinse “Wet” ging het om helder op schrijven wat wel en wat niet mag. Aangezien Jezus van Nazareth de liefde voor de mensen voorop stelde kwam hij steeds in conflict met mensen die voor elke situatie precies wisten hoe wel of hoe niet te handelen overeenkomstig de Wet. Wetgeleerden schreven daarover.

Als je precies weet hoe wel of juist hoe niet te handelen dan moet je dat ook bewijzen. De richtlijnen die je terug vindt in de Bijbel, vooral de eerste vijf boeken, zijn voor sommigen ook een vindplaats voor bewijzen. Ook het leven en de uitspraken van voorbeeldige gelovigen, bijvoorbeeld de profeten, lenen zich voor bewijsplaatsen van je eigen gelijk. De traditie van je voorouders is ook een manier om te bewijzen dat je gelijk hebt omdat het altijd al zo gedaan wordt. Daar gaat Jezus van Nazareth in dit gedeelte tegen te keer. De profeten waar naar gewezen wordt werden door de voorouders gedood. Je kunt er dan wel monumenten voor oprichten maar daarmee wordt de traditie niet betrouwbaarder.

Als je zo graag de traditie wil volgen dan moet je ook rekenschap geven van de misdaden die door die traditie zijn gepleegd. Onze zwarte Piet discussie is daar misschien wel een voorbeeld van. We verheerlijken Zwarte Piet maar vergeten het bloed dat door slavenhandelaren en slaveneigenaars is vergoten. Ook die horen bij onze Nationale Traditie. Wij worden ter verantwoording geroepen voor het voorstellen van de zwarte die geen goed Nederlands spreekt, die graag de clown uithangt en altijd de knecht is van de witte heilige die beslist over goed en kwaad. Maar wat is goed en wat is kwaad. Daar kun je eindeloos over discussiëren. De mensen die liefde nodig hebben verdrinken ondertussen of gaan dood van honger. Vanuit de liefde antwoordde Jezus zijn tegenstanders, die hem dan ook niet konden betrappen op een ongeoorloofde uitspraak. Laat ook wij leven vanuit liefde en respect voor de ander, hoe anders die soms ook kan zijn.