Beter een goede naam dan een kostbare geur

Prediker 7:1-14
1 Beter een goede naam dan een kostbare geur, de dag waarop je sterft is beter dan de dag waarop je wordt geboren. 2 Het is beter dat je naar een huis vol rouw gaat dan naar een huis vol feestrumoer, want in een huis vol rouw eindigt iedereen. Dat neme ieder mens zijn leven lang ter harte. 3 Je kunt beter droevig zijn dan vrolijk, want bij een droevig gezicht maakt het hart het goed. 4 De gedachten van de wijze zijn graag in een huis vol rouw, die van de dwaas in een huis vol plezier. 5  Je kunt beter luisteren naar de berisping van de wijzen dan naar de lofzang van de dwazen, 6 want zoals de dorens knetteren onder de pot, zo knettert het lachen van de dwaas. Ook dat is enkel leegte. 7  Afpersing maakt de wijze dwaas, steekpenningen richten het hart te gronde. 8  Beter de voltooiing van de dingen dan dat ze beginnen, beter geduld dan ongeduld. 9 Heb een lange adem en beheers je rusteloosheid, want rusteloosheid heerst in het hart van de dwazen. 10  En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt. 11  Bezit kan beter samengaan met wijsheid; dat is nuttiger onder de zon. 12 Ze bieden beide schaduw, maar het voordeel van de wijsheid is dat ze de mens meer schaduw in het leven biedt. 13 Bezie het werk van God: wie maakt recht wat hij krom heeft gemaakt? 14 Geniet dus op de goede dagen van het goede, maar zie op de slechte dagen in dat God naast de goede ook de slechte dagen heeft gemaakt. Geen mens kan in de toekomst zien. (NBV)
Soms is het moeilijk de Prediker serieus te blijven nemen. Het is beter dat je gaat naar een huis vol rouw dan naar een huis vol feestrumoer want in een huis vol rouw eindigen we allemaal. Het klinkt als een mop, net als de uitspraak dat je beter droevig kunt zijn dan vrolijk want bij een droevig gezicht maakt het hart het goed. We moeten bij deze passage niet vergeten dat Prediker ons een aantal malen op het hart heeft gedrukt dat iedereen dood gaat en dat je bezit, aanzien en rijkdom niet mee kan nemen als je dood gaat. Door aan dat dood gaan te denken wordt het makkelijk om je bezit te delen of weg te geven. Als je er niet van kunt genieten laat een ander er dan van genieten en geniet daar zelf ook nog van mee lijkt de Prediker te zeggen. Dit gedeelte begint met het noemen van de goede naam en een goede naam krijg je door veel te geven en over te hebben voor je naaste. Een slechte naam krijg je door je als vrek te gedragen en je te tooien met kostbare kleding en kostbare parfums. Daarom is het beter een goede naam te hebben dan een kostbare geur.
Dat denken aan de dood hoeft je dus niet te weerhouden te genieten van het leven. Met de oproep droevig te kijken vervalt niet de oproep te genieten van wat je hebt. Maar Prediker brengt je wel bij echt genieten. In de negentiende eeuw zei een dichtende dominee uit Heiloo eens dat Humor het lachen door tranen heen is. Prediker is hier een humorist bij uitstek. Juist door je te realiseren hoe betrekkelijk het leven is kun je de vreugde van het leven des te meer beleven, het kan immers elk moment afgelopen zijn en het zou toch jammer zijn als je er dan niet van hebt genoten omdat je nog zo ijverig bezig was om goederen en rijkdom te vergaren. Daarom is het ook zo onvoorstelbaar dat staten muren bouwen waardoor de invoer van producten die door de armen zijn gemaakt bijna onmogelijk wordt. Veel ouders vragen zich dezer dagen af waar de tijd gebleven is dat zij rustig en met een veilig gevoel naar school gingen. Het is dwaas daarnaar te vragen zegt de Prediker. En Prediker heeft gelijk.
Sinds de dagen van de oude Grieken, toen Plato klaagde over de houding van jongeren, wordt er in elke generatie geklaagd over de houding van de jeugd. De nozems uit de jaren 50 zijn nu, een paar jaar nadat ze met pensioen zijn gegaan, tot hangouderen uitgegroeid, maar iedereen lijkt de nozems met hun brutaliteit en geluidsoverlast te zijn vergeten. Er zijn daarna toch ook tijden geweest dat de politie elk weekeinde de binnenstad van Amsterdam met de wapenstok moest ontdoen van rel schoppende jeugd. Met die tijden vergeleken is het tegenwoordig rustig, ondanks het zinloze geweld dat van tijd tot tijd de rust verstoord. We moeten dus leren van de goede dagen waarop rust en wijsheid het leven lijken te besturen. Dat er slechte dagen zijn moeten we dan maar op de koop toe nemen. Het enige dat we kunnen doen is ons om elkaar bekommeren, luisteren naar jongeren die met hun woede en kwaadheid geen weg weten en proberen met hen verstandige wegen te vinden om hun kwaadheid te uiten en hun problemen op te lossen. Juist op de vele scholen voor voortgezet onderwijs zijn er veel leraren die dat dag in dag uit proberen. Niet altijd met succes, maar meestal wel. Ze verdienen de steun en de aandacht van volwassenen en leerlingen en de steun en waardering van de politiek, dat brengt wellicht nog meer rust.

Wie van geld houdt

Prediker 5:9-19
9 Wie van geld houdt, kan er niet genoeg van krijgen. Wie verzot op rijkdom is, is altijd op meer gewin belust. Ook dat is enkel leegte. 10 Maar hoe groter iemands kapitaal is, des te groter ook het aantal mensen dat het komt verbrassen. Wat heeft de eigenaar hierbij te winnen? Hij kan alleen maar toekijken. 11 Een arbeider slaapt goed, of hij nu veel of weinig te verteren heeft, maar wie zwelgt in rijkdom, kan de slaap niet vatten. 12 Ik heb een trieste zaak onder de zon gezien die tot veel ellende leidt. Iemand waakt over zijn rijkdom, maar het loopt rampzalig af, 13 want één tegenslag vaagt al die rijkdom weg. De zoon die hij verwekt heeft, blijft met lege handen achter. 14 Naakt is zo iemand uit de moederschoot gekomen, even naakt keert hij terug. Niets van wat hij heeft verworven en in handen dacht te hebben, neemt hij mee. 15 Het is, ook dit, triest en ellendig, maar zoals hij is gekomen, zo keert hij terug. Wat is het voordeel voor de mens dat hij zwoegt voor wind? 6 Alle dagen van zijn leven brengt hij door in duisternis, heel zijn bestaan is vol ellende en verdriet, en vol ontevredenheid. 17 Het is daarom, zo heb ik ingezien, goed en weldadig voor een mens wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet, en geniet van alles wat hij heeft verworven. Daar zwoegt hij voor onder de zon gedurende het luttel aantal levensdagen dat hij van God gekregen heeft; dat is wat hem is toebedeeld. 18 Wanneer een mens geniet van rijkdom en bezit, wanneer hem dat door God wordt toegestaan als zijn rechtmatig deel en hij zich verheugt in alles wat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God. 19 Dan piekert hij tenminste niet zo veel over het luttel aantal dagen van zijn leven, maar gaat hij van ganser harte op in de vreugde die God hem toebedeelt. (NBV)
Er zijn twee steden in ons land waar het samen te goed doen aan eten en drinken een bijzondere historische en maatschappelijke betekenis heeft. Het zijn Leiden en Alkmaar. In Leiden eet men op 3 oktober samen hutspot met klapstuk en in Alkmaar eet men op 8 oktober samen stamppot zuurkool met worst. Beide maaltijden staan in onze historische traditie en herdenken het ontstaan van ons land. Beide maaltijden herinneren aan de maaltijden die gegeten werden na het opheffen van het beleg van deze steden door de Spanjaarden in respectievelijk 1574 en 1573. Het beleg had honger gebracht en toen de vruchten van het omringende land weer de stad in kwamen kon men zich aan eten en drinken te goed doen. Dat opheffen van het beleg, de overwinningen die daarmee op de Spanjaarden werden behaald, droegen geweldig bij aan de vorming van een staat waarin de idealen van de Hervorming gestalte konden krijgen.
Bij Alkmaar begon immers de Victorie. In onze dagen wordt nog al eens gesproken over de wortels van onze identiteit, over de traditie waarin ons volk zou staan. In Leiden en Alkmaar wapperen begin oktober de nationale en de stadsvlaggen naast elkaar. Het wapen met de sleutels van Leiden en het wapen met de burcht van Alkmaar zijn overal in die steden te zien. Nationalisme ten top zou men op het eerste gezicht zeggen. Maar die betekenis wordt in beide steden niet aan het feest gegeven. In beide steden gaat het om de vrijheid. In beide steden is ook een historie van tolerantie. Doopsgezinden mochten in Alkmaar al enkele jaren na het beleg een eigen kerk bouwen en vanaf 1604 was het de Joden vrij zich in de stad te vestigen, aparte kleding te dragen en hun godsdienst te belijden. De staat wortelde zich op de apologie van Willem van Oranje, de vader des vaderlands, daarin stonden gewetensvrijheid en geloofsvrijheid voor elke burger centraal.
Dat is dus de traditie die Nederlands is, die tolerantie bepaald de identiteit van de Nederlander. Daarom is het van buiten komend niet mogelijk een Nederlandse identiteit te vinden. Je zult als Nederlander je eigen identiteit moeten meebrengen. Daarom is het veroordelen van weer een nieuwe godsdienst die in ons land beleden wordt ook zeer on Nederlands, ja zelfs anti-Nederlands. Beter is tolerant te zijn en te genieten van wat je ten deel valt. Ook de Nederlandse gewoonten die je zelf het leukste vindt kun je niet aan het verleden ontlenen. De taal niet, de godsdienst niet, de vorm van de mensen niet, de gewoonten niet. In 1573 en 1574 spraken ze hier een taal die we nu niet meer verstaan, aten ze zaken die we nu niet meer kennen, dronken kinderen een bier dat we ze nu niet meer toestaan. En ook de Protestantse en Rooms Katholieke godsdienstbeleving uit die dagen vindt je vandaag niet meer terug in ons land. Alles verandert, maar de Liefde voor de naaste blijft, dat is een goede traditie, net als samen eten.

Wees niet te haastig met je woorden

Prediker 4:17-5:8
17 Betreed Gods tempel met bescheiden tred. Je kunt er beter heen gaan om te luisteren dan om er het offer van een dwaas te brengen. Zo iemand weet niet eens dat hij een slechte daad verricht. 1 Wees niet te haastig met je woorden en doe God niet overijld met heel je hart geloften. Want God is in de hemel en jij bent op aarde, dus moet je spaarzaam met je woorden zijn. 2 Drukte leidt tot dromerij en veel praten tot gebazel. 3 Wanneer je God toch een gelofte doet, los die dan ook spoedig in. God is niet gesteld op dwazen. Los dus je geloften in. 4 Je kunt beter geen gelofte doen dan een gedane gelofte niet inlossen. 5 Sta je mond geen loze, zondige geloften toe en zeg niet naderhand tegen de priester dat ze een vergissing waren. Wil je soms dat God zich kwaad maakt over dergelijk gepraat en moet hij wat je hebt bereikt te gronde richten? 6 Dromerij en lege woorden zijn er al genoeg. Dus heb ontzag voor God. 7 Wanneer je ziet dat in het land de armen worden onderdrukt en het recht en de rechtvaardigheid geschonden, wees dan niet verbaasd. Want een hoge ambtenaar wordt door een hogere beschermd, en zij beiden weer door ambtenaren die nog hoger zijn. 8  Het is hierbij nog een geluk wanneer de koning zorg draagt voor de oogst. (NBV)
Er is een deftig woord voor verafgoding, het dienen van afgoden, dat is idolatrie. Daar hoor je het Engelse woord “idols” in terug. De Nederlandse TV is er in geslaagd om haar concept van idols kiezen over de hele wereld te exporteren. Overal zijn mensen kennelijk geneigd om anderen na te lopen. Sinds de dagen van Prediker is dus niets veranderd. Toen maakten ze de eerste de beste gevangenisboef maar opvolger van een oude koning en zolang die idol koning was deugde hij maar toen ook hij koning af was deugde er weer niks van. Zo gaat het bij ons ook. wie weet nog wie er een paar jaar geleden de idols competitie heeft gewonnen, of de Soundmixshow, als we nog weten wat dat was. Onze nieuwe TV idols hebben nauwelijks een persoonlijkheid buiten de TV show, laat staan dat we hun goede eigenschappen wat beter leren kennen. Wij hebben meer aan boeken over Majoor Boshardt, moeder Theresa van Calcutta, Martin Luther King, President Kennedy, Nelson Mandela of Albert Schweitzer, om maar een paar van de eigentijdse heiligen te noemen.
Christenen gaan op Zondag over het algemeen naar hun kerk en het stuk dat we hier uit Prediker lezen gaat over de manier waarop we God het beste tegemoet kunnen treden. Afstand houden en bescheiden zijn is het motto van Prediker. Dat lijkt in strijd met wat veel predikers verkondigen. Je persoonlijke met band met God zou immers alles op kunnen leveren wat je zou willen? Niets is minder waar, een dergelijke houding is direct in strijd met de Bijbel. Het begint met de manier waarop je naar de kerk loopt, “waak over je voeten” vertaalt de Naardense Bijbel waar de Nieuwe Bijbelvertaling het heeft over een bescheiden tred. Luisteren is dan het advies, niet allerlei offers brengen, niet allerlei beloften doen, luister eerst maar eens naar het verhaal dat over God te vertellen is. Prediker heeft het over de Tempel en daar gaat het met name over de richtlijn van heb je naaste lief als jezelf, daar moet je eerst naar luisteren voordat je wat doet of voor dat je wat vraagt. Als je wat belooft moet je het ook doen. Aan grote woorden is ook in onze wereld geen gebrek, maar grote daden zijn nog wat anders. Beloof ook niet iets dat een ander dan moet nakomen.
Drukte en dromerij leiden tot veel gebazel zegt de Prediker. Je eigen plannen, je eigen wensen, de dromen voor je eigen leven, ze zijn allemaal niet van belang. wie luistert naar de richtlijn van houden van je naaste weet dat je eerst om je naaste denkt en dan om jezelf, juist als je wilt dat er om jou gedacht wordt dan denk je zelf dus meer aan een ander. Wat wij “wetten” uit de Bijbel noemen zijn bedoeld als richtlijnen voor een menselijke samenleving. één dag per week bevrijdt zijn van de plicht tot werken maakt de samenleving een stuk menselijker. Er zijn andere dingen als produceren en consumeren. Die andere dingen gaan over samen, samen plezier maken, samen sporten en genieten van sporten, samen de natuur in, samen je bezinnen op hoe het in de samenleving gaat. Voor een samenleving van ieder voor zich, van ieder een eigen vrije dag wordt gewaarschuwd. Niemand redt het in het leven op z’n eentje. Houd van je naaste zoveel als van jezelf is de samenvatting van die richtlijnen, daarmee dien je ook je God. Bij dat “houden van” horen geen lege woorden of loze beloften, daar horen daden bij en handen uit de mouwen, en rust op z’n tijd.

Samen zwoegen loont.

Prediker 4:4-16
 4 Ik heb al het gezwoeg gezien, en vastgesteld dat alles wat een mens bereikt het resultaat is van zijn afgunst op een ander. Ook dat is enkel lucht en najagen van wind. 5  Het is waar, een dwaas zit met zijn handen in zijn schoot en kwijnt zo langzaam weg. 6 Maar beter is één hand gevuld met rust dan beide vuisten vol gezwoeg en najagen van wind. 7  Ik vestigde mijn aandacht op nog iets anders onder de zon, en ook dat is leegte. 8  Iemand is helemaal alleen. Hij heeft zelfs geen zoon of broer, maar toch zwoegt hij almaar door en wordt zijn dorst naar rijkdom nooit gelest. Voor wie beult hij zich zo af en ontzegt hij zich de genoegens van het leven? Ook dat is enkel leegte en een trieste zaak. 9  Je kunt beter met zijn tweeën dan alleen zijn, want-dat is zeker-samen zwoegen loont. 10 Wanneer twee vrienden samen zijn en een van beiden valt, helpt de ander hem weer overeind, maar wie alleen is en ten val komt is beklagenswaardig, want hij heeft niemand die hem op de been helpt. 11 Wanneer je bij elkaar slaapt, geef je warmte aan elkaar, maar hoe krijgt iemand die alleen slaapt het ooit warm? 12 En iemand die alleen is kan zich niet verdedigen wanneer hij aangevallen wordt, maar met zijn tweeën houd je stand. Een koord dat uit drie strengen is gevlochten, is niet snel stuk te trekken. 13  Beter een wijze jongen die van lage afkomst is dan een oude dwaze koning die zijn oren sluit voor goede raad. 14  Er was een jongen die gevangen zat, maar vrijkwam om een oude koning op te volgen. En dat terwijl hij in diens rijk als een onbeduidend iemand was geboren. 15  Ik zag dat iedereen hem volgde. Al het volk onder de zon liep die jongen achterna die in opstand kwam tegen de oude koning. 16  Er kwam geen einde aan de stoet van zijn bewonderaars. Maar later zal er niemand zijn die nog een goed woord voor hem overheeft. Je ziet, ook dit is niets dan lucht en najagen van wind. (NBV)
Mede op basis van deze passage uit het boek Prediker is de Christelijke vakbeweging ooit opgericht. De arbeiders die het initiatief hiervoor namen wisten maar al te goed dat samen bouwen met je collega’s een heel stuk beter ging dan allemaal in je eentje. Dat moest dus ook wel gelden als het zou gaan om zaken als gezondheidszorg, huisvesting, onderwijs en overleg met werkgevers over arbeidsomstandigheden en loon. Dat ze gelijk hadden is in de vorige eeuw wel gebleken. Dat is zo goed gebleken dat iedereen er mee van kan profiteren, of je nu lid bent van een vakbond of niet. De collectieve arbeidsovereenkomsten die dankzij de vakbeweging tot stand komen gelden voor alle werknemers, de loonsverhogingen die zorgen dat de koopkracht op peil blijft en er op een klein beetje eerlijke manier wordt gedeeld in de winst van de bedrijven krijgt iedereen bij het loon, of je nu lid bent van de vakbond of niet. Bijna niemand kent de situatie dat er geen vakbonden zijn.
De tijd dat werknemers geen rechten hadden, dat werkoverleg niet verplicht was, dat er geen collectieve arbeidsovereenkomsten waren, dat er geen sociale voorzieningen waren ligt al bijna 100 jaar of meer achter ons. Veel jongeren zijn dan ook geen lid van een bond en misschien dat het lezen van deze passage uit het boek Prediker mensen nog eens aan het denken zet. Sterke vakbonden staan immers sterker in onderhandelingen. Sterke vakbonden zijn immers ook beter in staat op te komen voor de zwakste werknemers. Sterke vakbonden zijn niet voor iedereen een direct persoonlijk voordeel maar zijn ook een uiting van naastenliefde voor mensen die de vakbonden erg hard nodig hebben. De Nederlandse Vakbeweging heeft contacten over de hele wereld. Overal waar werknemers in dezelfde omstandigheden verkeren als de Nederlandse arbeiders 100 jaar en meer geleden wordt ook vanuit Nederland geholpen om nieuwe vakbonden op te richten.
De oprichters van de Nederlandse vakbeweging, die avond aan avond er op uit trokken om hun collega’s te scholen en voor te lichten over de wenselijkheid van de vakbeweging gaven een voorbeeld dat nu in veel landen op de wereld navolging krijgt. Het zou jammer zijn dat het succes van de Nederlandse vakbeweging ook haar ondergang zou betekenen. Als we de raad van Prediker om samenwerking te zoeken en te behouden in de wind zouden slaan verzwakt de vakbeweging en zullen profiteurs, rijken en machtigen, van de zwakte van hun werknemers misbruik maken om zich opnieuw te verrijken en hun werknemers uit te buiten. De strijd voor behoud van verworven rechten, die van tijd tot tijd oplaait, bewijst dat eens te meer. Alleen een koord dat uit drie strengen is gevlochten is niet snel stuk te trekken. En samen betekent samen hard werken, aan populaire mooipraters kun je het niet overlaten.

De plaats waar recht gesproken wordt

Prediker 3:16-4:3
16 Ik heb nog iets onder de zon gezien: op de plaats waar recht gesproken wordt, heerst onrecht. Ik zag de plaats waar gerechtigheid zou moeten zijn, en er heerst onrecht. 17  Ik zei tegen mezelf: God zal zowel de rechtvaardigen als de goddelozen aan zijn oordeel onderwerpen, want er is bij hem voor alles wat gebeurt en voor elke daad een tijd en een plaats. 18  Ik zei tegen mezelf dat God de mensen heeft bevoorrecht: ze beseffen dat ze als de dieren zijn. Niet meer dan de dieren zijn ze, 19 want de mensen en de dieren treft hetzelfde lot. Zoals een dier sterft, zo sterft ook een mens; ze delen in dezelfde adem. Dat is hun beider lot. Een mens is niet beter af dan een dier, want alles is leegte. 20  Alles gaat naar dezelfde plaats, alles is uit stof ontstaan en alles keert terug tot stof. 21  Wie zal ooit weten of de adem van een mens naar boven opstijgt en die van een dier afdaalt naar de aarde? 22  Daarom, zo heb ik vastgesteld, is het maar het beste voor een mens dat hij vreugde put uit alles wat hij onderneemt. Dat is wat hem is toebedeeld, want wie zal hem van iets laten genieten na zijn dood? 1  Ik vestigde mijn aandacht op alle onderdrukking die er is onder de zon en zag de tranen van de onderdrukten. Er is niemand die hen bijstaat. De onderdrukkers onderdrukken hen met harde hand, en er is niemand die hen bijstaat. 2 De doden, meende ik, zijn gelukkiger te prijzen dan de levenden. Zij die al gestorven zijn, zijn beter af dan zij die nog in leven zijn. 3 Maar beter af dan beiden is degene die nog niet geboren is en nog geen weet heeft van het onrecht dat er wordt begaan onder de zon. (NBV)
Er zijn waarschijnlijk net iets te veel mensen het eens met het eerste deel van het hoofdstuk dat we vandaag uit het boek Prediker lezen. Allereerst natuurlijk de mensen die zelf vinden dat ze onterecht veroordeeld zijn door een rechter terwijl iedereen vindt dat die veroordeling toch eigenlijk wel terecht was. Denk aan de dwaze vaders die het zo gek niet kunnen verzinnen om aandacht te trekken voor het feit dat ze hun kinderen niet kunnen zien, terwijl toch veel mensen zullen denken dat mensen die zo gek kunnen doen niet echt goed zijn in het opvoeden van kinderen tot bruikbare burgers. Maar er worden ook fouten gemaakt. Er is nu een commissie die onderzoek doet naar een aantal van die gevallen, er toch nog eens naar kijken lijkt soms heel erg noodzakelijk. Daarnaast zijn er slachtoffers die verbijsterd toekijken als daders weer vrij rond kunnen lopen door fouten in het systeem van justitie. Prediker vindt dat mensen net als dieren zijn. Ze leren maar nauwelijks van hun fouten en net als mensen gaan dieren ook dood. Uiteindelijk kun je toch maar het beste genieten van het goede als je dat een keer ten deel valt. Als je alleen maar hongert en dorst naar gerechtigheid zou je wel eens heel mager kunnen worden.
Op z’n tijd eten en drinken en vrolijk zijn behoed je voor het onrecht dat rechtbanken en politie opleveren. Want dat vrolijk zijn bereik je toch het allerbeste door te delen wat je hebt met hen die het niet hebben. Daarmee bereik je iets van de rechtvaardigheid die in de wereld zo vaak ontbreekt. Dwaze vaders hebben dus betere plekken om te laten zien dat ze best wel goede vaders zouden kunnen zijn. Speeltuinen en kinderboerderijen zoeken altijd vrijwilligers. En overigens moeten we dus vragen blijven stellen aan rechters, officieren van justitie en advocaten over waarom de verkeerde mensen veroordeeld worden en de misdadigers vrij kunnen blijven rondlopen. Dat is dus wat de Prediker zag toen hij keek naar de onderdrukten. De doden zijn nog beter af want die merken niets meer van de ellende, net als de kinderen die nog niet geboren zijn, die kinderen hebben nog geen weet van het onrecht dat er wordt begaan onder de zon. Mensen zijn ook niet begaan met onderdrukten ze zijn alleen bezig met hun eigen gewin stelt de Prediker. Alles wat ze bereiken komt door hun afgunst of jaloezie, als een ander het maar niet beter krijgt. En dat is nu net najagen van wind, want alles wat je voor jezelf najaagt heeft uiteindelijk geen nut, je bent beter af met een handvol rust.
Jezus van Nazareth zou er later op wijzen dat je beter een goede maaltijd met armen kunt houden dan met rijken. Die armen zullen je dankbaar zijn en bereid te delen met jou als het jou eens wat minder gaat. Die rijken worden alleen maar jaloers en vernederen je als je niet uitkijkt. Een dwaas doet natuurlijk helemaal niets maar een handvol rust is altijd nog beter dan gezwoeg en geslaaf op niks af. In onze dagen van haast en prestatiedrang zijn we de wijsheid van Prediker helemaal kwijt geraakt. Wie geen carrière wil maken, wie geen macht of rijkdom wil vergaren, wie niet de eerste en de beste wil zijn in zijn of haar bezigheden loopt de kans voor gek te worden verklaard. Dag in dag uit zien we wedstrijden en competities als voorbeeld van hoe we zouden moeten leven. De beste zanger of zangeres, het mooiste vrouwelijke of mannelijke model, de deelnemer aan de quiz die het meeste weet en zeker niet de zwakste schakel is. Het kan niet op, in de film en toneelwereld worden de beste acteur en actrice gekozen, in de boekenwereld de beste schrijvers en de beste boeken, onder architecten de beste ontwerpers. Iedereen kan chef kok worden in het duurste restaurant als je maar de wedstrijd weet te winnen. Wat Prediker heel lang geleden opschreef gebeurd ook vandaag de dag, het moet ons toch aan het denken zetten.

Er is een tijd voor oorlog

Prediker 3:1-15
1 Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel. 2 Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om te rooien. 3 Er is een tijd om te doden en een tijd om te helen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen. 4 Er is een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen. 5 Er is een tijd om te ontvlammen en een tijd om te verkillen, een tijd om te omhelzen en een tijd om af te weren. 6 Er is een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te gooien. 7 Er is een tijd om te scheuren en een tijd om te herstellen, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken. 8  Er is een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten. Er is een tijd voor oorlog en er is een tijd voor vrede. 9 Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij met zijn gezwoeg tot stand brengt? 10  Ik heb gezien dat het een kwelling is, die hem door God wordt opgelegd. 11 God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven, en ook heeft hij de mens inzicht in de tijd gegeven. Toch kan de mens het werk van God niet van begin tot eind doorgronden. 12  Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. 13 Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God. 14  Alles wat God doet, zo heb ik vastgesteld, doet hij voor altijd. Daar is niets aan toe te voegen, daar is niets van af te doen. God doet het zo opdat wij ontzag voor hem hebben. 15 Wat er is, was er al lang; wat zal komen, is er altijd al geweest. God haalt wat voorbij is altijd weer terug. (NBV)
Er worden 28 tegenstellingen genoemd in dit lied van de tijd. Oorlog en vrede zijn de laatste twee. Maar aantallen in de Bijbel staan er meestal niet zomaar. Zeven is het getal van de volheid. Zeven dagen worden er immers geteld voor de schepping van de aarde, inclusief een rustdag. Vier windstreken zijn er en zeven maal vier, en dat is 28, staat dus voor de hele aarde en alles wat daarin is. Voor alles is een eigen tijd. Aan het begin staat dat alles wat op en in de aarde is onder de hemel is. Alles staat onder God. Niet dat God overal mee te maken heeft, niet dat God alles doet, al doet ook God alles op zijn tijd. De vraag voor morgen is wat de mens heeft met al het gezwoeg wat hij tot stand brengt. Als wij het prachtige lied over de tijd van Prediker op ons laten inwerken weten we dat we toch wel heel vaak vergeten dat er voor alles een eigen tijd is en dat alles ook zijn tijd nodig heeft. In onze dagen lijden veel mensen aan wat we zijn gaan noemen “de ziekte van effe”. In plaats van overal de tijd voor te nemen die nodig is om de dingen te doen, doen mensen alles maar effe. Voor ze komen hebben ze al effe dit gedaan en effe dat geregeld en voor ze gaan moeten ze zo nodig nog effe dit doen en effe dat afmaken. Nergens wordt meer de tijd voor genomen en nergens is dus ook meer tijd voor.
Dat er voor alle dingen minder tijd is lijkt meestal niet zo erg, maar dat er daardoor ook voor mensen minder tijd is is erger. Dat is voor relaties vaak funest, dat is voor opgroeiende kinderen rampzalig. Kinderen hebben drie dubbel last van onze gehaaste samenleving. Niet alleen dat ouders vaak maar effe tijd hebben voor hun kinderen, ook leerkrachten moeten altijd nog effe dit en nog effe dat, en in het verkeer zijn de meeste deelnemers te gehaast om nog effe oog te hebben voor het grut dat hun pad kruist. De “ziekte van effe” heeft vele officiële namen, burn-out is de bekendste, overspannen die van de huisarts, maar chronische vermoeidheid, alcoholverslaving, verkeersongevallen, psychiatrische stoornis, depressies, gezinsdrama’s kunnen vaak ook teruggevoerd worden op het niet ritmisch weten te zingen van het lied van de tijd. Wie muziek maakt kent het. Elke noot heeft een eigen lengte, in elke maat moet elke toon gaan klinken en een muziekstuk klinkt niet als noten en maten maar effe mogen meedoen zonder dat zij passen in tempo en metrum. Zeker het samenspelen, samen zingen wordt volstrekt onmogelijk als ieder voor zich op eigen tempo en maat effe de tonen laat klinken. Daarom is het zo mooi dat Prediker hier een lied van gemaakt heeft. Als we dat lied van tijd tot tijd samen zingen krijgen we wellicht de harmonische samenleving die de Bijbel ons voorspiegelt.
We weten natuurlijk wel hoe laat het is. We snappen best dat alles tijd nodig heeft. We willen het alleen vaak niet weten. In het begin van de vorige eeuw werd de lopende band uitgevonden. Als je veel dingen maakt die allemaal hetzelfde zijn is het handig om ze op een band te zetten en elke werknemer een deel van alle handelingen te laten uitvoeren. Die werkverdeling aan de lopende band werd een complete wetenschap. Met een stopwatch werd gemeten hoe lang elke handeling duurt en daarop werd de snelheid van de band afgesteld. Met mensen die fouten maken, zich niet goed voelen, onervaren zijn of ouder worden werd geen rekening gehouden. Charlie Chaplin heeft daar nog eens een prachtige film over gemaakt waarin je kon zien hoe gewelddadig een lopende band tegenover mensen kan zijn. Maar nog steeds worden er mensen ziek van de prestatiedruk die op ze gelegd wordt. Inzicht alleen is niet voldoende we moeten er ook naar willen handelen. Maar in het bedrijfsleven is dat moeilijker, daar worden de goden van winst en profijt gediend. Die goden vragen om niet naar de mens te kijken maar alleen naar de winst en wat het meer kan opleveren. Het enige waar we echt tijd voor moeten maken volgens Prediker is het genieten van alles wat ons zwoegen heeft opgebracht. Datgene wat we moeizaam hebben verworven mogen we als een cadeautje uitpakken en ervan genieten. Dat was zo in de dagen van Prediker en dat is nog steeds niet veranderd. Net als samen delen. Want het uitpakken van cadeautjes alleen in je eentje is wel leuk, maar het uitpakken van cadeautjes met elkaar is nog veel leuker. Zeker als je al veel hebt en dat deelt met mensen die dat helemaal niet gewend zijn omdat ze niet veel hebben. De vreugde van de arme die bevrijd wordt van armoede wordt dan een geschenk op zich, een geschenk van God waaraan wij mogen bijdragen, elke dag opnieuw.

Zoals het licht nuttiger is dan de duisternis.

Prediker 2:12-26
12 Ik nam nog eens in ogenschouw wat wijs is, en wat dwaas en onverstandig is. Wat zou de koning na mij doen met alles wat zijn voorgangers tot stand hebben gebracht? 13 Zeker, ik zag wel in dat wijsheid nuttiger is dan dwaasheid, zoals het licht nuttiger is dan de duisternis. 14  Een wijze ziet tenminste wat hij doet, terwijl een dwaas in het duister tast. Maar ik weet ook dit: beiden treft hetzelfde lot. 15 Wat de dwaas treft, treft ook mij, zei ik tegen mezelf, dus waarvoor ben ik eigenlijk zo uitermate wijs geweest? Ook dat is enkel leegte. 16 Want zowel de wijze als de dwaas zal snel worden vergeten, beiden worden ze voorgoed vergeten. Hoe bitter dat de wijze sterft, niet anders dan de dwaas. 17 Ik kreeg een afkeer van het leven. Elke bezigheid onder de zon ging me tegenstaan, want het is niet meer dan lucht en najagen van wind. 18 Van alles waarvoor ik me had afgebeuld onder de zon kreeg ik een afkeer. Ik zou het moeten achterlaten voor mijn opvolger, 19 en wie zou kunnen zeggen of hij wijs of dwaas zou zijn? Toch zou hij de macht verwerven over alles wat ik met mijn wijsheid had bereikt. Ook dat is enkel leegte. 20 Vertwijfeling beving me over alles wat ik had verworven en waarvoor ik had gezwoegd onder de zon. 21 Ook al is een mens bij alles wat hij heeft bereikt bekwaam te werk gegaan, met wijsheid en kennis van zaken, hij moet het iemand geven die er niets voor heeft gedaan. Ook dat is niets dan leegte en een uiterst kwade zaak. 22 Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij moeizaam heeft verworven? Hij jaagt het na en zwoegt ervoor onder de zon, 23 maar alle dagen van zijn leven brengen hem verdriet, alles wat hij onderneemt brengt hem niets dan smart. Zelfs ‘s nachts vindt hij geen rust. Ook dat is leegte. 24 Het is daarom nog maar het beste voor een mens dat hij zich aan eten en drinken te goed doet en volop geniet van alles wat hij moeizaam heeft verworven. En ook dat, zo heb ik ingezien, is in de hand van God. 25 Want wie, zegt hij, kan zich te goed doen en genieten zonder dat ik ermee instem? 26 Aan een mens die hem behaagt geeft hij wijsheid, kennis en vreugde, maar een zondaar legt hij een kwellende bezigheid op: een zondaar moet bezit vergaren voor een mens die God behaagt. Ook dat is enkel lucht en najagen van wind.(NBV)
Zo is het natuurlijk aangenamer om wijs te zijn dan dwaas. Maar verhef het wijze niet tot een afgod. Maak het niet tot een absoluut enig doel in het leven. De wijze en de dwaas wachten uiteindelijk beide hetzelfde lot, ze sterven en men vergeet dat ze er ooit geweest waren. Maakt dat depressief? Maakt dat onverschillig? Dat hoeft natuurlijk niet. Het licht in de ogen van een arme die weer deel van leven heeft, de kleur van opwinding op de wangen van een kind dat weer warmte mag voelen, geven een genot dat alles te boven gaat, dat blijft en het is wijzer daarnaar te streven dan naar leeg genot van drank of drugs. Maar die wijsheid opleggen aan anderen is dwaas. Mensen moeten hun eigen keuzes maken en mensen die dwaze keuzes maken helpen de wijze meer tot haar recht te komen. Tegenwoordig zijn er veel mensen die hun wijsheid op willen leggen aan anderen. Zoals zij het immers bedacht hebben moet het wel het meest wijze zijn wat er te bedenken is.
Maar bedenk eens het volgende. Ook de mensen die voor jou leefden hebben bedacht wat het meest wijze is en de mensen die na jou leven zullen opnieuw bedenken wat het meest wijze is. Voor jou was het anders en na jou zal het anders zijn. Dat relativeert, maakt wat jij vindt minder absoluut en al helemaal niet iets om aan anderen op te leggen. Natuurlijk wat verstandig en wijs is moet gedaan worden en wat verstandig en wijs is is het meer dan waard om gezegd te worden. De argumenten om wijs te doen kunnen wellicht anderen overtuigen, in het licht zie je meer dan in het duister, maar er zijn mensen die zich in het duister beter voelen en bang zijn voor alles wat aan het licht zou kunnen komen. Ook daarom is het beter de wijsheid niet op te willen leggen aan de dwaas. Beide ga je uiteindelijk dood en wijsheid behoed je er evenmin voor als dwaasheid.
Het absoluut maken van je eigen wijsheid en het op willen leggen aan een ander is even dwaas als de dwaze doet. Sommige gelovigen doen het, ze heten fundamentalisten, ze zijn bij Christenen en bij Islamieten te vinden zelfs bij atheïsten, maar ook elke andere wereldgodsdienst kent haar zogenaamde fundamentalisten. Maar ook bij de Goddelozen komen ze voor. Soms bestrijden ze het anders geloven als wat ze zelf doen, soms bestrijden ze zelfs het geloven op zich. De energie die ze er in steken is vergeefs. Het overtuigt niemand van hun gelijk, ze overtuigen alleen zichzelf. Vaak irriteren ze zo erg dat mensen gesterkt worden in hun andere overtuiging. Als die mensen zelf ook fundamentalistisch denken kan dat zelfs gevaarlijk zijn en uitlopen op geweld. Mensen die daartegen waarschuwen zijn wijs, maar ook zwak, want waarlijke wijsheid legt de eigen overtuiging niet op aan een ander, probeert alleen licht te brengen in de duisternis.

Wat er onder de zon gebeurt

Prediker 1:12-2:11
12 Ik, Prediker, was koning van Israël in Jeruzalem. 13  Ik heb met heel mijn hart elke vorm van wijsheid onderzocht, want ik wilde alles wat onder de hemel gebeurt doorgronden. Het is een trieste bezigheid. Een kwelling is het, die de mens door God wordt opgelegd. 14  Ik heb alles gezien wat onder de zon gebeurt, en vastgesteld dat het niet meer is dan lucht en najagen van wind. 15 Wat krom is kan niet recht worden gemaakt, en wat ontbreekt kan niet worden meegeteld. 16 Ik zei tegen mezelf: Ik heb meer en groter wijsheid verworven dan iedereen die voor mij in Jeruzalem heeft geregeerd. Ik heb veel wijsheid en kennis opgedaan. 17  Ik heb me er met hart en ziel voor ingespannen te ontdekken wat wijs is, en wat dwaas en onverstandig is. Maar ook dat, zo heb ik ingezien, is enkel najagen van wind. 18 Want wie veel wijsheid heeft, heeft veel verdriet. En wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart. 1 Ik zei tegen mezelf: Kom, laat ik proberen de genoegens van het leven te smaken en te genieten van het goede. Maar ook dat, ontdekte ik, is enkel leegte. 2 Vrolijkheid, zei ik tegen mezelf, is niet meer dan dwaasheid. En waar leidt vreugde toe? 3 Ik heb mezelf ondergedompeld in de vrolijkheid van de wijn, en ik greep die dwaasheid aan om te onderzoeken of ik in mijn wijsheid-want die behield altijd de overhand-kon ontdekken wat een mens het beste doen kan, dat luttel aantal levensdagen dat hij doorbrengt onder de hemel. 4 Ook heb ik grootse dingen ondernomen: Ik heb voor mezelf paleizen gebouwd en wijngaarden geplant. 5 Ik heb tuinen en parken aangelegd en daarin een keur van vruchtbomen geplant. 6 Ik heb waterbekkens gegraven om een bos met jonge bomen te bevloeien. 7 Ik heb slaven en slavinnen gekocht, en ook hun kinderen werden slaven in mijn huis. Ik bezat talrijke runderen, schapen en geiten, meer dan iedereen die voor mij in Jeruzalem heeft geregeerd. 8  Ik heb goud en zilver opgestapeld en in de rijkdom gedeeld van koningen en landen. Ik heb zangers en zangeressen aangesteld en het genot geproefd van vele, vele vrouwen. 9 Grootse dingen heb ik ondernomen en meer bezit vergaard dan iedereen die voor mij in Jeruzalem heeft geregeerd. En bij alles wat ik voor mezelf verworven had, behield ik ook mijn wijsheid. 10 Alles wat mijn ogen vroegen heb ik ze gegund, elke vreugde die mijn hart verlangde heb ik het gegeven, en ik genoot naar hartelust van al het goede dat ik had verworven. Het was het loon voor mijn gezwoeg. 11 Maar toen nam ik alles wat ik ondernomen had nog eens in ogenschouw, alles wat mijn moeizaam gezwoeg me opgeleverd had, en ik zag in dat het allemaal maar lucht en najagen van wind was. Het had geen enkel nut onder de zon. (NBV)
Het boek van Prediker wordt in de herfst gelezen als de oogst binnen is en het feest van de oogst kan beginnen. Maar de Koning van de oogst, de Koning van Jeruzalem, wordt er depressief van. Heb je de hele zomer gezwoegd en gesloofd, wat heb je dan. Je eten en je weet dat het na de winter weer op zal zijn en je weer opnieuw kunt beginnen. En als je dood gaat is het weg want je kunt het niet meenemen, zelfs niet als je rijk en machtig bent. De Koning heeft alles onderzocht dat onder de hemel is, maar vond niets. Hoe meer hij te weten kwam, hoe droeviger hij werd. Want in plaats van dat de mensen tevreden zijn met wat ze hebben slaan ze elkaar nog de hersens in om meer te krijgen. Drogredenen voeren ze er voor aan maar wat krom is kan niet worden recht gemaakt. Wat er niet is zal er ook niet komen. Je wordt nooit rijker dan rijk en machtiger dan machtig. Uiteindelijk heeft iedereen hetzelfde als bij het begin. De pasgeboren baby heeft hetzelfde als de net gestorven grijsaard, niets namelijk. Dat brengt de Prediker tot de conclusie dat alles lucht en leeg is, alle zwoegen is najagen van wind.
Onze inspanningen om er zelf beter van te worden zijn tevergeefs. En zelfs als je genot zoekt in het goede, je onderdompelt in de vrolijkheid van de wijn dan nog is het vergeefs, uiteindelijk houd je er hoofdpijn, buikpijn en een verwoeste lever aan over. Drank maakt meer kapot dan je lief is en comazuipen brengt je alleen maar in het ziekenhuis. Het geluk zit niet in de dingen die je gewoonlijk in de wereld tegenkomt. Uiteindelijk blijft er niets van over. Prediker veroordeelt het niet, hij hoeft alleen zijn ervaringen door te geven. Er is er in al de eeuwen na Prediker niks veranderd. Nemen we nu eens aan dat het boek Prediker zo’n 300 jaar voor het begin van onze jaartelling werd geschreven. Dan weten we dus al bijna 2500 jaar dat zwoegen, zwelgen en najagen van eigen genot en kennis uiteindelijk een mens niet gelukkig maken. Maar waar komt toch het idee vandaan dat je van de Bijbel helemaal niet mag genieten? Nergens is dat verboden. Ook de Koning die hier in het boek van de Prediker als verteller optreedt heeft geen spijt van al zijn gezwoeg, hij kijkt er kennelijk met genoegen op terug. Maar”¦ er staat in het laatste vers van gedeelte een hele grote maar, want al dit gezwoeg al dat najagen van genot, het heeft geen nut het is leeg en lucht, het heeft geen enkel belang.
Daar verschilt de Bijbel wellicht van wat er over het algemeen in de wereld aan de gang is. Niets is immers belangrijker dan de betaald voetbalwedstrijd van het komende weekeinde. En als de plaatselijke betaald voetbalclub op een doordeweekse avond een internationale wedstrijd moet spelen dan worden vergaderingen, zelfs gemeenteraadsvergaderingen, uitgesteld en verplaatst. Het amusement van de meest populaire sport gaat overal voor en beheerst alles. Het overheerst ook alle zorg en aandacht voor de armen. Die aandacht en zorg krijgen we tegenwoordig op de Televisie in de vorm van amusement. Tranentrekkende programma’s zijn zeer populair en Nederlandse vrijwilligers die ergens helpen worden tot helden verheven. Waar al dat leed vandaan komt, wie er beter van geworden is toen er op hulp werd bezuinigd, waarom we de meest eenvoudige maatregelen om leed te voorkomen niet weten te nemen, waarom de zorg ten onder gaat aan administratie en papierbergen komt in die televisieprogramma’s niet aan de orde.  Leeg is het dus en wind, ongrijpbaar, voorbijgaand en niet dienend tot enig nut, met geen enkel gevolg voor de armen. En juist het effect op de armen zou toch de maat moeten zijn waarmee we het nut van onze handelingen moeten meten.

Wie deze woorden van mij hoort

Matteüs 7:24-8:1
24 Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots. 25  Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots. 26 En wie deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand. 27 Toen het begon te regenen en de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.’ 28 Toen Jezus deze rede had uitgesproken, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht, 29 want hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden. 1 Hij daalde de berg af en grote mensenmassa’s volgden hem. (NBV)
Het fundament van een huis is meestal onzichtbaar, net zo onzichtbaar als naastenliefde hoort te zijn. Die liefde valt in de samenleving wel op. Christenen werden er aan herkend, ze namen slaven op, beschouwden mannen en vrouwen als gelijken en keken niet op afkomst of tongval. Iedereen kon meedoen aan dat beginnende Koninkrijk van Jezus van Nazareth. Maar ze lieten zich er niet op voorstaan. Van de Liefde wordt in de Bijbel gezegd dat zij zichzelf niet zoekt. Dat is ook vandaag zo, gewoon aan het werk gaan, elke dag opnieuw voor de minsten in de wereld, dan wordt die wereld vanzelf anders. Een samenleving waar mensen tegen elkaar worden opgezet, waar de een zich beter acht dan de ander gaat altijd ten onder. Dat gebeurde met het Romeinse Rijk, dat gebeurde met het Zuid Afrika van de apartheid, dat gebeurde in de Tweede Wereldoorlog met Duitsland. En wie niet leert van de geschiedenis is gedwongen die te herhalen.
Het gaat er dus om te handelen naar de woorden van Jezus van Nazareth. Nu is het knippen van de Bijbel in teksten en stukjes een gevaarlijke zaak. Als je het gedeelte van vandaag leest dan kom je er niet achter wat er met dat handelen wordt bedoeld. Want wat we vandaag lezen is het slot van wat we de Bergrede noemen, die begon in Matteüs 5. Allereerst werden een aantal groepen mensen gelukkig geprezen, de vredestichters, zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid bijvoorbeeld. Vervolgens werden er een aantal richtlijnen uit de leer van Mozes nog eens uitgelegd. Dat het “Gij zult niet doden” ook betekent dat je iemand niet voor nietsnut moet uitmaken, of alle Marokkanen crimineel moet noemen. Dat je naaste liefhebben ook betekent dat je je vijand moet liefhebben en dat als iemand je op de linkerwang slaat je die mens je rechterwang moet toekeren. Dat is het handelen dat we elke dag moeten doen, niet omdat we fundamentalistisch zijn maar omdat het blijvende grond geeft aan ons bestaan.
Die Bergrede maakte grote indruk. Niet alleen in de dagen van Jezus van Nazareth maar tot op de dag van vandaag. De uitleg van de richtlijnen uit de leer van Mozes brengt ons ook in verlegenheid. Als we niet mogen oordelen over een ander moeten we alles dan maar accepteren? Natuurlijk niet, wat slecht is moet benoemd worden, maar we moeten de splinter in het oog van de ander niet verwarren met de balk in ons eigen oog. Wie met Moslims gaat eten geeft zich nog lang niet over aan de Islam, maar volgt de woorden van Jezus en laat pas echt zien wat de waarden en normen van onze samenleving zijn. Wie de hongerigen voedt, de naakten kleed en de gevangenen bezoekt, heeft begrepen hoe onze samenleving in een veranderende wereld kan overleven. Nadat Jezus van de aarde was verdwenen dachten mensen dat hij snel zou terugkomen. Maar zo lang wij het niet voor elkaar hebben gekregen dat de aarde hemels is, zal het nog wel even op zich laten wachten. Jezus heeft ons zijn Geest gegeven, met de keus die te aanvaarden of die te verwerpen. Aanvaarden is gaan handelen in zijn Geest, elke dag, ook vandaag weer.

Nauw is de poort naar het leven

Matteüs 7:13-23
 13 Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. 14 Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden. 15  Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn. 16  Aan hun vruchten zul je hen herkennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken of vijgen van distels? 17  Zo draagt elke goede boom goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten. 18  Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, evenmin als een slechte boom goede vruchten dragen kan. 19 Elke boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. 20 Zo kunnen jullie hen dus aan hun vruchten herkennen. 21 Niet iedereen die “Heer, Heer”tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader. 22  Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?” 23  En dan zal ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!”(NBV)
Gemak dient de mens, maar kennelijk niet de mens die wil leven. Wie het al te gemakkelijk wil hebben bewandelt gemakkelijk een weg naar de ondergang. Ook als je gemakkelijk wil geloven. Op zondag naar kerk, door de week bidden en uit de Bijbel lezen en vrolijk zingen van Prijs de Heer. Als het daarbij blijft is het een gemakkelijk geloof. In Bijbelse termen een brede weg en een ruime poort, ook die leidt naar de ondergang, hoe vaak je ook roept dat God de Heer is. Het zijn de valse profeten in schaapskleren die dit soort gemakkelijk christendom prediken, geef je hartje aan Jezus en alles komt goed, in werkelijkheid zijn het roofzuchtige wolven, soms onverbloemd te herkennen aan de geldschalen, manden en bakken die in hun samenkomsten rond gaan terwijl ze roepen dat veel geven ook veel genade ontvangen is. Hun vruchten zijn er geen. Er zijn geen armen die bevrijdt worden, geen hongerigen die gevoed of naakten die gekleed worden. Bedroefden worden niet getroost en niemand krijgt een nieuwe plaats in de samenleving.
Ze zorgen ook niet voor de gemeenschap van gelovigen want als ze verdwijnen, verdwijnt ook hun zogenaamde kerk of beweging. Aan de vruchten herkent men de boom. En de vrucht van de kerk is de diaconie, de dienst aan de gemeenschap. Het zijn de diakenen die de bezoeken aan gevangenen in onze gevangenissen organiseren. Het waren kerkvrijwilligers die als eersten in ons land de vreemdelingen thuis taalles gingen geven. De Max Havelaar koffie werd als eerste op zondag achter in kerken verkocht zodat de verbouwers van de koffiebonen een eerlijke vergoeding voor hun loon kregen. Het zijn vrijwilligers, opgeroepen in kerken, die vrijwilligerswerk in ziekenhuizen verrichten, en kinderen opvangen in asielzoekerscentra, die helpen bij Vluchtelingenwerk Nederland maar ook zorgen voor Vluchtelingen in verre gebieden via de Stichting Vluchteling, voortgekomen uit de Oecumenische Hulp aan Vluchtelingen. Wie in koude nachten rondrijd met een busje waarin warme soep en brood is voor de daklozen weten we allemaal. Zending is uitgegroeid tot ontwikkelingssamenwerking waarin gelovigen en niet gelovigen elkaar zijn gaan vinden in de hulp aan de armsten in de wereld.
Er is ook een discussie over wat je wel en niet mag zeggen in ons land. Mag je je tegenstanders “wetsverkrachters” noemen? Soms lijkt het er op dat dat niet mag. Jezus van Nazareth nam geen blad voor de mond als het ging om mensen die zich mooi voordeden maar niets wilden betekenen voor de minsten in de samenleving. Hij voorzag dat ook zijn beweging zulke mensen aan zou trekken, profeten die de mensen schuldgevoelens aan zouden praten, gebedsgenezers die in grote zalen op fraai verlichte podia mensen zouden bewegen weer te gaan lopen of hen het gevoel zouden geven van een ernstige ziekte genezen te zijn. Wetsverkrachters zijn het. Het “heb-uw-naaste-lief-als-uzelf” wordt door die mensen met voeten getreden. Het gaat hen om eigen eer en aanzien, om macht ook over mensen, macht die soms tot in slaapkamers toe moet worden uitgeoefend. Dan bepaalt de religie hoe je je seksueel gedraagt en niet meer de Liefde. Pas als je de Wet volgt van naastenliefde dan bouw je je leven op een rots. Dat geloven dus ongemakkelijk is moeten we maar accepteren. Paulus waarschuwde er al voor dat geloven een dwaasheid genoemd zal worden. We horen het elke dag. Maar blijven werken aan dat Koninkrijk van God levert je zoveel op dat je de dwaasheid maar op de koop toe neemt, ook vandaag weer.