Deze geringen

Matteüs 18:10-20

10 Waak ervoor ook maar een van deze geringen te verachten. Want ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader. 11 12 Wat denken jullie? Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af, zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om het afgedwaalde dier te zoeken? 13 Als het hem lukt het te vinden, dan zal hij zich, dat verzeker ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de negenennegentig andere die niet afgedwaald waren. 14 Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: hij wil niet dat een van deze geringen verloren gaat. 15 Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken. Als ze luisteren, dan heb je ze voor de gemeente behouden. 16 Luisteren ze niet, neem dan een of twee anderen mee, zodat de zaak zijn beslag krijgt dankzij de verklaring van ten minste twee getuigen. 17 Als ze naar hen niet luisteren, leg het dan voor aan de gemeente. Weigeren ze ook naar de gemeente te luisteren, behandel hen dan zoals je een heiden of een tollenaar behandelt. 18 Ik verzeker jullie: al wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn. 19 Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren. 20 Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden.’ (NBV)

Als het gaat om de verhouding tussen God en mensen is er tegenwoordig de vraag waarom God het Coronavirus heeft geschapen. Waarom laat God het er toe dat mensen in eenzaamheid moeten sterven. In het boek Job wordt duidelijk dat dat toch een verkeerde vraag is, natuurrampen gebeuren nu eenmaal en de goede vraag is hoe wij er zelf mee omgaan. Jezus geeft in het bovenstaande verhaal het beeld van de herder mee. Afgezien van de grote stille heide in Drenthe en op een incidenteel verdwaald stukje natuur kennen wij de herder met schaapskudden niet meer. Maar dat je bij echt liefhebben alles uit de kast haalt om dat wat je dierbaar is terug te vinden kunnen we ons nog wel voorstellen. Bewoners van buurten en campings helpen in de zomer maar al te graag zoeken als er weer eens een kind wordt vermist, dag en nacht desnoods. Gelukkig vaak met goede afloop. In Amerika is het met veel mensen net zo. Bij de ramp met de orkaan Katrina stroomden hulpverleners uit heel Amerika toe om de slachtoffers in New Orleans te helpen. In ons eigen land gaat dat precies hetzelfde. Vluchtelingen willen meer contact met Nederlanders om goed te kunnen inburgeren heeft Vluchtelingenwerk ontdekt. Heel veel Nederlanders willen daar graag bij helpen. Geen enkel vluchtelingencentrum heeft eigenlijk gebrek aan vrijwilligers.

Maar de Nederlandse overheid ontmoedigt het. De mogelijkheid om de taal te leren wordt beperkt, de mogelijkheid om aan de samenleving ook echt te leren deelnemen wordt bijna ontnomen. In plaats van alles uit de kast te halen om ook de minsten er bij te betrekken worden ze wegbezuinigd. Een paar uur les en U zoekt het maar uit. We zullen het dus zelf moeten doen, organisaties genoeg waar je je bij kunt aansluiten om de armen in de samenleving te helpen. Maar dan ben je bezig in een kerk of een organisatie en dan gaan mensen zich vervelend gedragen, ze stelen uit de kas of ze willen de baas spelen zonder daarvoor aangesteld te zijn, of ze doen niet wat ze hadden beloofd. In het stuk dat we vandaag lezen worden ook een aantal praktische tips gegeven, die voor elke groep van waarde kunnen zijn, maar waar bijna nooit de hand aan wordt gehouden. Als iemand zich niet aan de groepsregels houdt praat daar dan eerst eens rustig onder vier ogen over. Snapt iemand dan dat er wat aan de hand is en gaat er wat aan te doen dan heb je niet alleen een probleem opgelost maar ook problemen voorkomen. Zo niet, probeer het dan nog eens met een paar andere groepsleden er bij. Je kunt het toch verkeerd hebben uitgelegd of niet de juiste toon hebben getroffen. Ook dan geldt dat als er geluisterd wordt de zaak kan worden opgelost en verdere problemen voorkomen.

Duidelijk is dat je hier iemand aanspreekt alsof je zelf aangesproken wordt. Wij kennen dat bijna niet meer. Nee het zijn gelijk bazen en machthebbers die zich willen laten gelden, tegen wie we ja en zo is het moeten zeggen. Iemand helpen zich aan de regels te houden, daar wat voor over hebben is er meestal niet bij. Toch kunnen mensen die dit bijbelstuk kennen heel ver gaan. Ergens in Nederland was een kerkelijke gemeente waartoe iemand hoorde die heel erg de regels geschonden had. Hij kon niet van kinderen afblijven. Die kerkelijke gemeente heeft toen besloten een groep te vormen die met hem in gesprek ging, en met zijn gezin. Achteraf kun je zeggen dat als hij had geluisterd dan was zijn probleem opgelost en waren problemen voor anderen voorkomen. Dit voorbeeld had dan niet opgeschreven kunnen worden want niemand zou het geweten hebben. Hij luisterde echter niet en ondanks alle pogingen ging het gruwelijk mis. We weten dat omdat het laatste advies uit dit Bijbelgedeelte is de zaak voor de gemeenschap te brengen. Ook dan krijgt iemand nog een kans, Jezus bekeerde Tollenaars en hielp Heidenen te over. Maar het is duidelijk, mensen kunnen zich buiten de gemeenschap plaatsen, als ze niet luisteren. De boodschap is dus dat je moet blijven proberen de ander te bereiken, en schakel uiteindelijk gerust de anderen uit de groep er bij in, iedereen mag helpen.

Wee de wereld met haar valstrikken

Matteüs 18:1-9

1 Op dat moment kwamen de leerlingen Jezus vragen: ‘Wie is eigenlijk de grootste in het koninkrijk van de hemel?’ 2 Hij riep een kind bij zich, zette het in hun midden neer 3 en zei: ‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan. 4 Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel. 5 En wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op. 6 Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, die kan maar beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden en in de diepte verdrinken. 7 Wee de wereld met haar valstrikken. Het is onvermijdelijk dat er mensen ten val worden gebracht, maar wee de mens die de valstrik zet! 8 En als je hand of je voet je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af en werp hem weg: je kunt beter verminkt of kreupel het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen of twee voeten in het eeuwigbrandend vuur geworpen worden. 9 Brengt je oog je op de verkeerde weg, ruk het dan uit en werp het weg: je kunt beter met één oog het leven binnengaan dan in het bezit van twee ogen in het vuur van de Gehenna geworpen worden. (NBV)

De idealisten die de wereld echt willen verbeteren worden nog al eens naïef genoemd. Een beetje kinderlijk en wereldvreemd. Merkwaardig dat die Jezus van Nazareth, wiens gedachten toch de hele wereld hebben beïnvloed en waar we het vandaag nog steeds over hebben, zijn leerlingen oproept om als kinderen te worden. En dat kinderlijk geloof kennen we nog wel. Als een kleuterjuf zich als Sinterklaas verkleed is juf weg en Sint op bezoek want Sinterklaas bestaat echt. Net zo echt is het Koninkrijk waar Jezus het steeds over heeft. We kunnen echt onze naaste liefhebben als onszelf, en niet alleen gewoon om ons heen in de loop van elke dag, maar ook als bouwsteen onder onze samenleving, als bron voor het politieke handelen. We kunnen daarmee zelfs een beetje van dat Koninkrijk zichtbaar maken zodat iedereen het kan zien. Uit liefde voor anderen onrecht aan het licht brengen, geweld zichtbaar maken, niet spotten met gevaarlijke situaties maar ze aan de orde stellen.

Jezus gaat fel over te keer over het onrecht en de hypocretie in zijn dagen. Geen softe woorden om der lieve vrede wil nee afhakken en weggooien is het oordeel over die delen van de samenleving die onderdrukken en uitbuiten. Dat klinkt hard. Als je bij ons zulke harde woorden over anderen zegt wordt je van alle kanten op de vingers getikt. Zulke harde oordelen zouden onchristelijk zijn. Maar de Christus bij uitstek, Jezus van Nazareth, scheldt te pas en te onpas zijn tegenstanders uit. Of maar duidelijk mag worden waar je staat, waar het fout gaat. In dit verhaal gaat het om mensen die kinderen van het geloof afhouden. Wie zou dat tegenwoordig nog willen? Trouwe kerkgangers en vurige gelovigen wijzen dan graag op al die mensen die uit onverschilligheid of ongeloof de kerk hebben verlaten. Maar is dat terecht?

Veel van die kerkverlaters hebben nog herinneringen aan het goede dat ze meemaakten en proberen dat door te geven. Maar ze ergeren zich ook aan de betweters die nog zeventiende-eeuws of negentiende-eeuws. Nederlands praten en het meer hebben over wat niet mag dan over de Liefde voor de naaste en een hand uitsteken naar de minsten. Er is door een handjevol achterblijvers zelfs een actie gestart om mensen terug naar de kerk te krijgen onder het motto “Vader wacht”, alsof de Protestantse kerk een paternalistische organisatie is waar een strenge vader voortdurend oordeelt over de gelovigen. Gelukkig zijn er tegenwoordig veel gemeenten van de Protestantse Kerk Nederland waar ze eenentwintigste-eeuws Nederlands praten, waar geluisterd wordt naar mensen van deze tijd en een hand uitgestoken wordt naar mensen over de hele wereld die dat nodig hebben. Veel van die kerken starten deze maand een nieuw seizoen en dan is het er extra feestelijk, ga er maar weer eens kijken.

Van anderen

Matteüs 17:24-27

24 Toen ze in Kafarnaüm waren aangekomen, kwamen de inners van de tempelbelasting bij Petrus en vroegen: ‘Draagt uw meester de dubbeldrachme niet af?’ 25 Hij antwoordde: ‘Zeker wel!’ Toen hij thuiskwam, was Jezus hem voor met de vraag: ‘Wat denk je, Simon? Van wie innen de heersers op aarde tol of belasting? Van hun eigen kinderen of van anderen?’ 26 Op zijn antwoord: ‘Van anderen, ‘zei Jezus tegen hem: ‘Dan zijn de kinderen dus vrijgesteld. 27 Maar laten we hen niet voor het hoofd stoten; ga naar het meer, werp daar je hengel uit en haal de vis die het eerst bijt van de haak. Als je zijn bek opent, zul je een vierdrachmenstuk vinden. Neem dat mee en betaal hun voor ons allebei.’ (NBV)

Het antwoord kennen we allemaal: “ze innen de belastingen van anderen, nooit van hun eigen soort”. Een aantal jaren geleden heeft iemand eens uitgerekend wat de woonlasten waren van mensen met een minimuminkomen en wat de woonlasten waren van de minister van volkshuisvesting. Die laatste was toen van het CDA, dus zijn woonlasten kwamen niet veel hoger dan 2 % van zijn riante inkomen. Minima moesten bedragen betalen tot 30% toe. Denk nu dus niet dat een beperking van de aftrek van hypotheekrente echt bespreekbaar is. Dat aan een maximum verbinden, of de woonlasten op een gelijk percentage vastzetten zodat je van de belasting terugkrijgt als het meer is en moet bijbetalen als het minder is, of je nu huurt van een verhuurder of van de bank, dat zijn zaken die voor de rijken en de machtigen niet echt bespreekbaar zijn. Dan zouden de rijken ineens hetzelfde gaan verwonen als de armen, de armen moeten er altijd naar verhouding meer voor blijven betalen. Voor de vorm wordt er dus een heel klein beetje gedaan, maar verlaging van woontoeslag, afschaffen van uitkeringen, verhogen van tarieven openbaar vervoer, minimumprijzen voor studieboeken, belastingaftrek voor smeergeld, dat zijn zaken waar ook de huidige politici warm voor lopen,

Terwijl belastingen komen, zo leren we uit bovenstaand Bijbelverhaal, uit de arbeid van gewone mensen. Simon, bijgenaamd Petrus, was visser, dus moest hij vissen toen de vraag kwam of ze wel belasting betaalden. Komende weken zal het ook in onze politiek wel gaan over lastenverzwaring en lastenverlichting. Termen die politiek verhullen waar het echt over gaat. Want lastenverzwaring voor de rijken kan betekenen lastenverlichting voor de armen, de bejaarden en de zieken en gehandicapten. Lastenverlichting kan betekenen dat er meer op de overheidsuitgaven wordt bezuinigd en dus minder wordt uitgegeven voor uitkeringen en gezondheidszorg en dat betekent dus een aanmerkelijke lastenverzwaring voor de armen, de bejaarden en zieken en gehandicapten. Het belangrijkste zal wellicht helemaal niet aan de orde komen. Wat doen we aan de handelsbarrières voor de allerarmste landen, wat doen we aan de landbouwsubsidies die onze producten een ongerechtvaardigde voorsprong op de wereldmarkt geven, wat doen we aan de onrechtvaardige verhoudingen op de wereldmarkt die aanzienlijk bijdragen aan de honger en de ellende van de armen?

De discussie in onze dagen zal weer gaan over de hoogte van de defensie-uitgaven omdat we de armen moeten helpen met soldaten en kanonnen. Vredestroepen noemen ze dat. Armen helpen met rechtvaardige verhoudingen en eerlijke verdeling is er niet bij. Armen helpen door hun overtuigingen serieus te nemen en met hen in discussie gaan over extremisme is er al helemaal niet bij. Maaltijd houden bij de mensen die buiten de samenleving dreigen te vallen is een vloek, hoewel ook vandaag de dag thee een krachtiger wapen is dan traangas. Petrus kon het geld voor zijn belasting verdienen door gewoon zijn werk als visser te gaan doen. Wij kunnen misschien een beetje meepraten in de discussie over de verdeling van de belasting die door gewone mensen betaald wordt. Voor mensen van de weg van Jezus van Nazareth zal dat betekenen: eerlijk delen.

Dit reukwerk is heilig

Exodus 30:22-38

22 De HEER zei tegen Mozes: 23-24 ‘Neem de fijnste specerijen: vijfhonderd sjekel dikvloeibare mirre, half zoveel geurige kaneel-tweehonderdvijftig sjekel dus-, tweehonderdvijftig sjekel geurige kalmoes en vijfhonderd sjekel kassia, alles volgens het ijkgewicht van het heiligdom, en een hin olijfolie, 25 en bereid hieruit heilige zalfolie, een geurig mengsel zoals een reukwerker dat maakt. Met deze heilige zalfolie 26 moet je de ontmoetingstent zalven, de ark met de verbondstekst, 27  de tafel en de lampenstandaard met alle bijbehorende voorwerpen, het reukofferaltaar, 28 het brandofferaltaar met het gerei, en het wasbekken en het onderstel ervan. 29 Hierdoor wijd je deze voorwerpen en worden ze allerheiligst; alles wat ermee in aanraking komt wordt zelf ook heilig. 30 Zalf ook Aäron en zijn zonen; zo heilig je hen om mij als priester te kunnen dienen. 31 Tegen de Israëlieten moet je zeggen: “Dit is heilige zalfolie, hij is alleen voor de HEER bestemd, in alle komende generaties. 32 Hij mag over niemands lichaam uitgegoten worden en u mag niets op dezelfde manier bereiden: deze olie is heilig en mag door u niet ontheiligd worden. 33 Wie eenzelfde mengsel bereidt of er iets van gebruikt voor een onbevoegde, moet uit de gemeenschap gestoten worden.”’ 34 De HEER zei tegen Mozes: ‘Neem balsemhars, cistushars en galbanum, en naast deze specerijen zuivere wierook, van alles een gelijke hoeveelheid, 35 en bereid daaruit reukwerk, een mengsel zoals een reukwerker dat maakt. Meng er zout door, het moet zuiver en heilig zijn. 36 Wrijf een deel ervan fijn en leg dat in de ontmoetingstent, voor de verbondstekst, op de plaats waar ik je zal ontmoeten. Behandel het als allerheiligst. 37 Dit reukwerk is heilig, alleen voor de HEER bestemd; reukwerk voor jezelf mag niet op dezelfde manier bereid worden. 38 Wie iets soortgelijks maakt om van de geur te genieten, moet uit de gemeenschap gestoten worden.’ (NBV)

We worden tegenwoordig overvoerd met kook en bakprogramma’s. Recepten, hoe exotischer hoe beter. En heel Holland bakt. Bijna zouden we vergeten dat ook in de Bijbel de nodige recepten voorkomen. Vandaag lezen we er een paar. Geen recepten overigens voor maaltijden of het bakken van taarten of koeken maar recepten voor het uitvoeren van rituelen. We hebben tegenwoordig weinig rituelen over. Series handelingen die belangrijke momenten in het leven of in de samenleving markeren. Toch is daar veel behoefte aan. Hoewel huwelijken op een stadhuis aan het loket kunnen worden gesloten geven veel mensen toch de voorkeur aan de trouwzaal met aparte kleding en een leuke toespraak op z’n minst. Zelfs kerken worden tegenwoordig afgehuurd voor het sluiten van een burgerlijk huwelijk. Ook bij begrafenissen en crematies spelen kleding, vervoer, toespraken en muziek een grote rol. Toen Mozes alle zaken voor de Heilige Tent had laten maken moesten die voorwerpen, de kist, de kandelaar, de tafel met het brood, het brandofferaltaar, het reukofferaltaar, de tent zelf, het wasbekken, afgezonderd worden van de gewone voorwerpen opdat iedereen ze zou herkennen als bijzonder. Daarvoor moest die bijzondere zalfolie worden gemaakt.

Alle voorwerpen moesten geolied worden maar die zalfolie mocht nergens anders voor worden gebruikt en niemand mocht het namaken. En dat is toch handig. Als we ergens een tegel tegenkomen met een lieve heersbeestje weten we dat daar iemand slachtoffer is geworden van geweld, zinloos geweld noemen we dat meestal, als onderscheid met geweld gebruikt door de overheid om de orde te handhaven. Het ritueel neerleggen van dat soort tegels herinnert ons er aan dat we voortdurend dat zinloze geweld moeten bestrijden. Zo staan er langs wegen en straten ook kruisen, bordjes of palen met bloemen er bij. Het zijn gevaarlijke verkeerspunten waar, vaak dodelijke, ongelukken zijn gebeurt. met het leggen van bloemen houden nabestaanden de slachtoffers in gedachten en de tekens zelf doen ons beseffen dat we in het verkeer voorzichtig en behoedzaam moeten zijn. De Bijbel geeft ons veel voorbeelden van dit soort rituelen. De zalfolie was ook een geneesmiddel. De voorwerpen van het Heilige Tent werden genezen van hun verleiding tot hebzucht. Niemand immers zou het nog in het hoofd halen zich iets van die tent toe te eigenen. Die tegels  en die verkeerssymbolen helpen soms onze samenleving te helen, zinloos geweld en verkeersonveiligheid zijn kwalen waar we allemaal maar al te graag van verlost worden.

Gelijke delen van enkele soorten hars en wierook, dat moest elke dag branden in de Heilige Tent. Iedereen die daar voorbij kwam zou het direct merken. Hier is iets bijzonders aan de hand, daar woont Hij zelf, daar is de wet van de liefde. Niemand mocht zich dat reukwerk toe-eigenen. Temidden van alle dagelijkse geuren van het volk en van het vee moest dit iets heel speciaals en bijzonders zijn. Wij kennen dat tegenwoordig niet meer, een geur voor allemaal. Wij sluiten geuren uit, hoogstens maken we kunstmatige geuren en verkopen die als echt. Deodoranten, geurverspreiders in huis nergens mag het meer natuurlijk ruiken, desnoods gebruiken we geurvreters. Stadsbewoners die op het platteland gaan wonen veroorzaken grote problemen door hun verzet tegen agrarische geuren. Het is dat wij niet meer willen weten dat we zweten, we willen niet meer weten hoe het leven ruikt. Daarom verstoppen we het. In Israël werden de geuren van het dagelijks leven nog tegenover de heilige geur uit de Tabernakel gesteld. Dat liefhebben van God met heel je hart en heel je verstand is dus ook met al je zintuigen, zelfs je neus mag je gebruiken om je naaste lief te hebben.

Handen en hun voeten wassen.

Exodus 30:17-21

17 De HEER zei tegen Mozes: 18 ‘Maak een bronzen wasbekken op een bronzen onderstel, voor de wassingen. Zet het tussen de ontmoetingstent en het altaar en doe er water in. 19 Met dit water moeten Aäron en zijn zonen hun handen en hun voeten wassen. 20 Ze moeten dit doen voordat ze de ontmoetingstent binnengaan, anders zullen ze sterven. Ook wanneer ze dienst gaan doen bij het altaar en de HEER een offer gaan brengen, 21 moeten ze hun handen en hun voeten wassen, anders zullen ze sterven. Deze bepaling blijft voor altijd van kracht voor Aäron en zijn nakomelingen, voor alle komende generaties.’ (NBV)

Een voorschrift om handen en voeten te wassen komt ons in Coronatijd niet vreemd voor. Ongewassen handen kunnen zomaar allerlei ziekten overbrengen en dat virus is zo besmettelijk dat je er gemakkelijk ziek van kunt worden. In een zeer warme, tropische, omgeving kan een combinatie van vuile handen en voedsel fataal zijn. Dat er voor het offeren aan het volk gevraagd wordt zich te wassen is daarom niet zo vreemd. Van het offervlees moet immers door meerdere mensen worden gegeten.

Toch heeft dat wassen ook een theologische betekenis. Als je een bad hebt genomen, of een douche, dan kun je je weerfris en als nieuw voelen. Je bent dan gereinigd om in Bijbelse termen te spreken. In de kerk speelt dit wassen een rol bij de doop. Dan begint er een nieuw leven. Je hoort niet alleen meer bij het gezin waaruit je afkomstig bent maar je hoort ook bij de gemeenschap van God en de gelovigen in Jezus die de opdracht hadden gekregen iedereen te dopen.

Als wij aan de woestijn denken dan zien we een zandvlakte voor ons, soms met rotsen, waar water heel schaars is. Een voorschrift om je handen en je voeten te wassen rijmt daar niet helemaal op. Toch is de reinheid zo belangrijk dat het voorschrift er is. Water moet daarvoor meegenomen worden. Maar als wij mensen willen helpen elkaar te beschermen tegen ziekten dan mogen we ze ook wel helpen schoon en helder water voor handen te hebben. Dit voorschrift uit de Bijbel helpt ons ook te herinneren dat onze reinheid verder gaat dan ons eigen lichaam, we houden van onze naaste immers als van onszelf.

Ieder die meegeteld wordt

Exodus 30:11-16

11 De HEER zei tegen Mozes: 12 ‘Als je onder de Israëlieten een telling houdt, moeten allen die geregistreerd worden de HEER losgeld betalen voor hun leven, om te voorkomen dat de telling hun noodlottig wordt. 13 Ieder die meegeteld wordt moet een halve sjekel betalen, volgens het ijkgewicht van het heiligdom, twintig gera per sjekel; de heffing voor de HEER bedraagt de helft daarvan. 14 Ieder die meegeteld wordt, iedereen van twintig jaar of ouder, moet deze heffing voor de HEER betalen. 15 Rijken dragen als losprijs voor hun leven niet meer af dan een halve sjekel, armen niet minder.
16 Het losgeld dat je van de Israëlieten in ontvangst neemt, moet gebruikt worden voor de dienst in de ontmoetingstent. De losprijs die de Israëlieten voor hun leven betalen, zal ervoor zorgen dat de HEER hen niet vergeet.’(NBV)

God weet toch alles? En als een mens net zo veel wil weten als God dan ontstaat er gevaar. Die mens overschat zichzelf en brengt zichzelf en anderen in gevaar. Dat gebeurde met Koning David toen die een volkstelling wilde houden. Het volk leed er onder en hijzelf ook. Zo’n volkstelling is daarom eng. Bovendien is er nog het bijgeloof. Als je van iemand de naam kent dan kun je die persoon soms afhankelijk van jou maken. Dat geldt ook voor goden, geesten, machten en krachten die buiten God liggen. Als jouw naam wordt opgeschreven dan kan die ander daar misbruik van maken. Dat moet je dus niet laten gebeuren.

Nederland heeft altijd een goed functionerende bevolkingsadministratie gehad. Alles van iedereen was geregistreerd. Omdat ook geloofsovertuigingen waren vastgelegd in de administratie was het voor de Duitse Bezetters in de Tweede Wereldoorlog gemakkelijk om mensen met een Joodse geloofdovertuiging te scheiden van de anderen. Dat heeft heel veel mensen in ons land heel veel ellende en dood bezorgd. Toen in 1971 de overheid besloot opnieuw een volkstelling te houden waarbij een hoop informatie verzameld zou worden waren er veel mensen die daaraan niet mee wilden doen. Uiteindelijk mislukte die volkstelling. Tegenwoordig worden steeds meer onderscheidende gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie geschrapt. Zelfs de gender van een burger kan onvermeld blijven.

Het enige dat de overheid moet weten is de naam en het adres. Dan kan er belasting worden geheven. Dat was in de dagen van Mozes ook zo. In het kader van het verbond tussen God en zijn volk zal het volk de zorg voor zijn huis op zich nemen. En dat kostte geld. Elke ochtend en elke avond een offer. Reukoffers en speciale brandoffers. Lichten die moesten branden waarvoor olie moest komen. Speciale priesterkleding die af en toe moest worden vernieuwd. Noem maar op. Ook een tabernakel kost geld. Daarom werd een volkstelling gehouden. Om te zorgen dat de gegevens bij de belasting bleven en niet konden worden misbruikt werd de registratie gelijk voor belastingheffing gebruikt. Zo zorgde God er voor dat het volk werd beschermd terwijl er rechtvaardig belasting werd geheven. Ook wij mogen dus net zo voorzichtig zijn met het verzamelen van gegevens over de burgers van ons land.

Geurig reukwerk

Exodus 30:1-10

1 Je moet een altaar maken voor het branden van reukwerk; gebruik er acaciahout voor. 2 Het moet vierkant zijn, één el lang en één el breed, en twee el hoog; de horens moeten er één geheel mee vormen. 3 Overtrek de bovenkant, alle zijkanten en de horens met zuiver goud en breng rondom een gouden rand aan. 4 Bevestig aan twee kanten onder de rand twee gouden ringen. Zet ze aan tegenover elkaar liggende zijden; ze zijn bestemd voor de draagbomen waarmee het altaar gedragen wordt. 5 De draagbomen moet je van acaciahout maken en je moet ze vergulden. 6 Zet het altaar voor het voorhangsel waarachter de ark met de verbondstekst staat, tegenover de verzoeningsplaat die daaroverheen ligt, waar ik je zal ontmoeten. 7 Aäron moet er elke morgen als hij de lampen in orde brengt, geurig reukwerk op branden. 8 Ook als hij tegen het vallen van de avond de lampen aansteekt, moet hij een reukoffer brengen. Alle komende generaties moeten elke dag voor de HEER reukwerk branden. 9 Jullie mogen op dit altaar alleen het voorgeschreven reukwerk offeren en er geen brandoffers, graanoffers of wijnoffers op brengen. 10 Eenmaal per jaar moet Aäron aan de horens van dit altaar de verzoeningsrite voltrekken met het bloed van het reinigingsoffer, en alle komende generaties moeten dit gebruik in stand houden. Dit altaar is voor de HEER allerheiligst.’ (NBV)

Verbrand vlees kan heel onaangenaam stinken. In de Tempel van de God van Israël past zo’n stanklucht niet. Zeker niet in de buurt van de Ark van het Verbond. Dat verbond is immers een aangename zaak die een goed leven mogelijk maakt. Nu waren er in de Tempels die de Heidenen hadden in de dagen van Mozes manieren om het de priesters aangenaam te maken. Een altaar waarop geurige kruiden en wierook werden verbrand was er één van. En zo’n reukofferaltaar moest Mozes ook laten maken voor de Tent der Ontmoeting. Vooraan in die Tent stond al een altaar. Het brandoffer altaar. Elke morgen en elke avond moest daarop een mannelijk lammetje geofferd worden.

Dat reukofferaltaar leek daar wel op. Maar het reukofferaltaar was kleiner. En was het brandofferaltaar met koper bekleed, het reukofferaltaar werd met goud bekleed. Iedere morgen en iedere avond als de lampen weer werden bijgevuld moest de Hogepriester een wierookoffer brengen. Wie wel eens in een Rooms Katholieke kerk of een boeddhistische tempel is geweest weet hoe lekker dat kan ruiken. Tegenwoordig zijn er zelfs mensen die thuis wierook staafjes branden. Ook dit reukofferaltaar is draagbaar, zoals alles in de Tent der Ontmoeting. Op de vier hoeken van het altaar zitten horens van zuiver goud. Elk jaar op de Grote Verzoendag moet de Hogepriester een deel van het bloed dat wordt geofferd over die horens sprenkelen. Dat lijkt een merkwaardig gebaar maar het zit vol symboliek.

Offeren is het tonen van de bereidheid te delen met God. De horens van een altaar zijn de plaatsen waar een vluchteling bescherming kon vinden tegen de doodstraf die men wilde opleggen. Die Grote Verzoendag is de erkenning van het volk dat het lang niet altijd geleefd heeft volgens het verbond. Men zoekt dus verzoening want het volk wil het verbond behouden. Dicht bij het verbond zoekt het volk dus bescherming. Wij hebben niet meer van dit soort altaren. Wij hebben het gebed van vergeef ons onze schulden zoals wij vergeven wie ons iets schuldig is. Recht en gerechtigheid moet er geschieden. Niet door God alleen, maar vooral ook door onszelf, elke morgen en elke avond mag ons daarvoor een licht op gaan.

Als een mosterdzaadje

Matteüs 17:14-23

14 Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel 15 en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water. 16 Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’ 17 Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.’ 18 Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen. 19 Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe. Eenmaal met hem alleen vroegen ze: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ 20 Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’ 21 22 Terwijl ze door Galilea trokken, zei Jezus tegen hen: ‘De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen. 23 Die zullen hem doden, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.’ Dit maakte hen zeer bedroefd. (NBV)

We geloven het nog steeds niet. Als je maar een klein piezeltje geloof hebt kun je een berg verzetten. Niet dat je nu letterlijk bergen moet willen verzetten, zelfs van Jezus van Nazareth wordt nergens verteld dat die tegen een berg zei : “Stort je in zee”, waarop mensen sindsdien kunnen aanwijzen waar die berg zich in zee heeft gestort. Maar zodra mensen zich gaan inzetten om de wereld een klein beetje beter te maken krijg je dat ongeloof te horen: Het lukt je toch niet. De kruisraketten waren hard nodig, die zouden er echt wel komen. Geloof in de mogelijkheid van vrede tussen mensen was niet mogelijk en dat propageren was onvruchtbaar. Het geloof van een elektricien in Polen en vele Nederlanders die ondanks alles vriendschap sloten met mensen in Oost Duitsland heeft uiteindelijk de geschiedenis veranderd. De industrie zou ook niet milieuvriendelijk te krijgen zijn. Er was er ooit één die met Greenpeace begon, en de drijfgassen uit koelkasten en spuitbussen zijn verdwenen en heel langzaam herstelt de ozonlaag zich, iets te langzaam overigens.

Ook de apartheid in Zuid Afrika zou nooit op een vreedzame wijze kunnen worden afgeschaft. Tegen demonstranten voor Nederlandse banken, die demonstreerden tegen een investeringsbeleid dat de apartheid ondersteunde, werd gezegd dat ze oorlog stonden uit te lokken. Maar toen kerken hun investeringen gingen terugtrekken en gelovigen hun bankrekeningen opzegden, automobilisten de Shell pompen voorbij reden, en Nelson Mandela hardnekkig een onvoorwaardelijke vreedzame overgang naar democratie bleef nastreven ging het onaantastbare apartheidsregiem aan het wankelen en kunnen we het nu opzoeken in geschiedenisboekjes. Natuurlijk gaat het verdrijven van die demonen niet van de ene op de andere dag. Iedereen die met moeilijke jongeren werkt zal dat weten. Maar ook het helpen van ontspoorde jongeren of jongeren die dreigen te ontsporen is meer dan de moeite waard. Steeds weer geldt dat iedereen bij de samenleving mag horen, en dat iedereen bij een samenleving kan gaan horen als liefde voorop staat.

Hangjongeren uit een winkelcentrum weren brengt voor dat winkelcentrum misschien rust, maar er wordt niets mee opgelost. Waarom geven de winkeliers en de gemeente de jongeren die er rondhangen geen werk? Waarom gaan de ouderen uit die Utrechtse wijk samen met de wijkagent niet met die jongeren in gesprek om hen duidelijk te maken hoe bedreigend ze overkomen en hoe schadelijk dat voor die jongeren zelf kan zijn? We sluiten tegenwoordig liever mensen buiten onze samenleving dan dat we moeite doen om mensen op te nemen. De gevolgen zijn soms zeer ernstig. Voortdurend roepen dat de Islam een gevaar is voor onze heersende cultuur maakt dat jonge mensen die intens die godsdienst beleven, extremisten en fanatici vindt je bij elke overtuiging, zich zo buiten de samenleving gesteld voelen dat ze met hun gezinnen willen emigreren naar landen waar hun radicale vorm van geloven de bovenliggende religie dreigt te worden. Toch is maar weinig nodig om de wereld een beetje beter te maken, ga met elkaar in gesprek, neem elkaar serieus en blijf met elkaar in gesprek. Thee is een sterker wapen dan traangas. Maar het moet van veel mensen komen. Doe mee dus, vandaag kan het weer.

Toen begrepen de leerlingen

Matteüs 17:9-13

9 Toen ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Praat met niemand over wat jullie hebben gezien voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’ 10 De leerlingen vroegen hem: ‘Waarom zeggen de schriftgeleerden toch dat Elia eerst moet komen?’ 11 Hij antwoordde: ‘Elia zou inderdaad komen en alles herstellen. 12 Maar ik zeg jullie dat Elia al gekomen is, ze hebben hem alleen niet herkend, en ze hebben met hem gedaan wat ze wilden. Zo zal ook de Mensenzoon door hun toedoen moeten lijden.’ 13 Toen begrepen de leerlingen dat hij op Johannes de Doper doelde. (NBV)

We willen tijdlijnen, logische volgorde van de dingen, van hetgeen gebeurde, hetgeen nu gebeurt en hetgeen zal gebeuren. In het verleden ligt het heden in het nu wat komen zal, dat bepaalt ons leven, daar rekenen we mee. De Bijbel rekent soms anders. Sommige beloften lijken we gemakkelijk te kunnen begrijpen maar als ze worden vervuld blijkt er iets anders gebeurd te zijn. God grijpt in in onze geschiedenis, loodrecht van boven, we weten niet waar het vandaan komt en we waren er meestal niet op voorbereid. Als een dief in de nacht zegt Jezus ergens en niemand kan de dag en het uur weten. Zo ging het met de wegbereider van de komst van de bevrijder. Elia zou terugkomen zo luidde de belofte. Die zou opnieuw de vreemde priesters van de afgoden verdrijven, die zou de Koningen aan de kaak stellen die het volk uitbuitten en onderdrukten. Maar waar bleef die Elia nu Jezus als Messias toch al bij de volgelingen was?

Elia heeft altijd tot de verbeelding gesproken. Nog steeds houden de Joden een stoel vrij voor Elia bij het vieren van de maaltijd van de bevrijding uit de slavernij, het Pesachmaal. Bovendien kunnen er vreemde legenden ontstaan rond profeten en wonderdoeners. Dat wat Elia had beleefd met priesters en koningen, lees de verhalen in het Oude Testament er maar op na, getuigde van zoveel macht dat mensen uit de dagen van Jezus van Nazareth wilden dat het ook zou gebeuren met de zware bezetting waaronder ze zelf leefden. Maar toen Johannes de Doper opriep om anders te gaan leven, zoals Elia had gedaan, herkenden ze de boodschap niet. Zelfs wij herkennen het belang van Johannes de Doper vaak niet. De uitspraak dat als je twee mantels hebt je er een moet weggeven aan iemand die er geen had wordt door de Bijbel aan Johannes de Doper toegeschreven, in die voetsporen is Jezus van Nazareth getreden.

Ook de komende Messias zal er anders uitzien als de mensen hadden verwacht. Niet als aanvoerder van een leger dat het Romeinse leger zal verslaan. Daar hadden ze in Israël in de dagen van Jezus van Nazareth al een heleboel verkeerde voorbeelden gezien en in de dagen dat Matteüs zijn Evangelie ging schrijven waren er zeer grote opstanden geweest die hadden geleid tot de verwoesting van de Tempel en de verspreiding van het volk Israël over het hele Romeinse Rijk. Maar de discipelen die met Jezus de berg hadden beklommen waar Jezus had gesproken met Mozes en Elia twijfelden er niet aan dat Jezus de Messias, de bevrijder is. Zeker als Jezus van Nazareth zegt dat de wegbereider niet herkend is. Zouden wij dan wel de Verlosser zelf herkennen of moeten we opnieuw dezelfde lessen leren die de tijdgenoten van Jezus van Nazareth moesten leren ? Zien wij nog dat de aarde bevrijd kan worden van het kwaad door het goede te doen en niet dan het goede? Dat vruchtbaarheidsgoden nalopen, de goede van winst en profijt, geen welzijn voor mensen brengt maar alleen samen zorgen voor de minsten is de boodschap die ons wordt aangereikt. Daar mogen we elke dag opnieuw mee aan de slag, ook vandaag weer.

Het is goed dat wij hier zijn.

Matteüs 17:1-8

1 Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren. 2 Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. 3 Plotseling verschenen aan hen Mozes en Elia, die met Jezus in gesprek waren. 4 Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als u wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor u, een voor Mozes en een voor Elia.’ 5 Hij was nog niet uitgesproken, of de schaduw van een stralende wolk gleed over hen heen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem!’ 6 Toen de leerlingen dit hoorden, wierpen ze zich neer en verborgen uit angst hun gezicht. 7 Jezus kwam dichterbij, raakte hen aan en zei: ‘Sta op, jullie hoeven niet bang te zijn.’ 8 Ze keken op en zagen niemand meer, Jezus was alleen. (NBV)

Iedereen ouder dan vier jaar kent nu dat gevoel van de eerste schooldag. Hoe oud je ook bent. De oudste inwoner van Nederland zou nu 111 jaar zijn en ook die kent dat gevoel. De grote vakantie is voorbij en de eerste schooldag van een nieuw schooljaar is begonnen. Generaties lang gaat dat al zo en van generatie op generatie wordt die ervaring doorgegeven. Onderwijs is een van de dingen die onder ons lang de generaties met elkaar verbindt. Of je nu op de kleuterschool, de lagere school of de basisschool hebt gezeten, ooit was er een dag dat je voor het eerst naar school ging. Niet dat we overigens allemaal hetzelfde geleerd hebben, elk jaar start ook een week voor het lezen en schrijven want teveel volwassen inwoners van ons land hebben ooit de kans om te leren lezen en schrijven gemist, of zelfs nooit echt gehad. Maar ook als je volwassen bent kun je leren lezen en schrijven dus als U iemand kent die dit niet kan lezen, stuur die dan eens naar een regionaal opleidingscentrum.

Jezus van Nazareth was ook verbonden met de geschiedenis van zijn volk. Met Mozes die het volk uit slavernij leidde en de Wet van de woestijn, de richtlijnen voor de menselijke samenleving, op twee stenen platen kreeg en de tent van God mocht oprichten. Jezus van Nazareth was ook verbonden met de profeet Elia van wie wordt verteld dat hij op een vurige wagen ten hemel steeg en die zich openlijk bleef verzetten tegen een overmacht van priesters die andere goden wilden volgen en tegen de Koningen die dat wel mooi vonden en politiek aantrekkelijk. Het is geen wonder dat de volgelingen van Jezus van Nazareth een weg zochten om die eenheid met de geschiedenis te bewaren. Maar Jezus van Nazareth wilde in elk geval niet dat de volgelingen hem al direct op een lijn gingen stellen met Mozes en Elia. Pretenties waren Jezus vreemd. Hoeveel glans er van die illustere voorgangers ook op hem afstraalde hij bleef maar liever gewoon mens.

Na de opstanding van Jezus van Nazareth en het ontstaan van de beweging van de Weg, waarin gelovigen op grond van die opstanding Jezus van Nazareth erkenden als de beloofde bevrijder van Israël, de Messias, ontstond er onder de Judeeërs steeds harder een discussie of die Jezus van Nazareth wel echt de Messias was geweest en of die beweging van de Weg nog wel een Joodse beweging was. Een scheiding tussen Judeeërs die naar de Synagoge gingen en ook in de verspreiding over het Romeinse Rijk Synagogen bouwden en er samenkwamen en de mensen van de beweging van Weg, waar Judeeërs samen met Heidenen in Synagogen of bij iemand thuis bijeenkwamen was er nog niet echt. Dat heeft nog een aantal eeuwen geduurd. Beide groepen lazen de Hebreeuwse Bijbel. En die Bijbel in de Griekse vertaling van de Septuagint, een vertaling voor de Judeeërs die in Alexandrië woonden maar die in heel het Romeinse Rijk populair was geworden. Het zal duidelijk zijn dat een verhaal over Jezus van Nazareth die Mozes en Elia ontmoet en door God als zijn zoon wordt genoemd de mensen van de beweging van de Weg heeft geholpen. Zeker als duidelijk is dat je zo’n moment, zo’n visioen niet gevangen kan houden maar moet uitdragen tot aan het eind van de wereld. Daar is het nog niet, aan de gelovigen van vandaag dus de taak dat uitdragen verder te brengen, elke dag, de leer van Mozes en de praktijk van Elia, in Jezus Naam.