Jou ben ik goedgezind

Exodus 33:12-23

12 Mozes zei tegen de HEER: ‘U draagt mij wel op het volk verder te laten trekken, maar u hebt mij niet laten weten wie u met mij mee zult sturen, terwijl u toch gezegd hebt: “Jou heb ik uitgekozen, jou ben ik goedgezind.”13 Als dat werkelijk zo is, laat mij dan weten wat uw plannen zijn. Dan leer ik u kennen en weet ik zeker dat u mij goedgezind bent. Vergeet toch niet dat deze mensen uw volk zijn.’ 14 De HEER antwoordde: ‘Moet ik dan zelf meegaan om je gerust te stellen?’ 15 Mozes zei: ‘Als u niet zelf meegaat, laat ons dan niet verder trekken. 16 Hoe zou moeten blijken dat u mij goedgezind bent, mij en ook uw volk, tenzij u met ons meegaat? Alleen dan nemen wij immers een bijzondere plaats in onder de volken die de aarde bewonen.’ 17 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik verzeker je dat ik zal doen wat je vraagt, want ik ben je goedgezind en ik heb je uitgekozen.’ 18 ‘Laat mij toch uw majesteit zien, ‘zei Mozes. 19 Hij antwoordde: ‘Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan en in jouw bijzijn de naam HEER uitroepen: ik schenk genade aan wie ik genade wil schenken, en ik ben barmhartig voor wie ik barmhartig wil zijn. 20  Maar, ‘zei hij, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven.’ 21 Toen sprak de HEER: ‘Er is een plaats op de rots waar je dicht bij mij kunt komen staan. 22  Als dan mijn majesteit voor je langs gaat, zal ik je in een kloof laten schuilen en mijn hand beschermend voor je houden tot ik voorbij ben. 23  Als ik mijn hand weghaal, zul je mij van achteren zien; mijn gezicht mag niemand zien.’ (NBV)

Vertalingen maken het soms moeilijk om te begrijpen wat er eigenlijk staat. Toen Mozes in het begin van zijn verhaal met God vroeg hoe God heette, goden hebben immers namen, was het antwoord “Ik zal er zijn”, zo kun je nauwelijks iemand noemen en de manier waarop het oorspronkelijk is opgeschreven is dan ook onuitspreekbaar. Het is dan ook onvoorstelbaar, een God waarvan je je geen beeld kunt vormen, die niet een naam heeft als andere Goden, maar die belooft altijd bij je te zijn. Een God ook die in het centrum van het heiligdom voor die God een kist laat zetten met daarin de tekst van het wederzijdse verbond tussen het volk en die God. Dat verbond werd gesloten in het hart van de woestijn. God liefhebben is hetzelfde als je naaste liefhebben als jezelf is de kern van dat verbond.

Lezers van dit verhaal zijn die God “Heer” gaan noemen. Je wilt toch niemand anders als baas, als machthebber, als aanvoerder, als leider, als manager, dan iemand die er altijd voor jou zal zijn en die als wet heeft dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Jezelf liefhebben mag dus ook, als je je naaste maar even lief hebt. Als het volk een eigen gouden god heeft gemaakt twijfelt Mozes of “Ik zal er zijn” nog wel mee wil met dit volk. Mozes daagt God daarom uit om zich als Heer, als koning, als majesteit te laten zien. En God neemt de uitdaging aan, een leider van een volk die zo overduidelijk dat leiderschap alleen maar ziet als dienst aan het volk, die het voor het volk opneemt als dat volk de fout in gaat beantwoord aan dat verbond uit de woestijn als geen ander. Die leiders moeten we vandaag de dag met een lantaarntje zoeken.

Geen maximum aan de inkomens maar de verhoging van de BTW blijft in stand. Met een fooi tracht men al die mensen af te kopen die in beweging kwamen tegen de armoede. Het lijkt er op dat mensen met een gewoon inkomen er op vooruitgaan, maar hun boodschappen worden duurder dus gaan ze er op achteruit. Over eerlijke handelsvoorwaarden werd niet gesproken. Het is dus weer aan onszelf om de wet van eerlijk delen, van rechtvaardigheid in het midden van de discussie te stellen. Alle keren dat we politici van welke partij ook tegenkomen zullen we moeten vragen naar een eerlijker handelssysteem. Stap komende week eens binnen bij een wereldwinkel of Fair Trade zaak in de buurt. Die mensen weten hoe de prijsverschillen tot stand zijn gekomen, waar de concurrentie oneerlijk is. Dan leidt God zelf ons uit de wereld van armoede en ongelijkheid naar een wereld van vrede en recht.

Een onhandelbaar volk

Exodus 33:1-11

1 De HEER zei tegen Mozes: ‘Vertrek van hier, met het volk dat je uit Egypte hebt weggeleid, en ga naar het land waarvan ik Abraham, Isaak en Jakob onder ede heb beloofd dat ik het aan hun nakomelingen zou geven, 2-3 een land dat overvloeit van melk en honing. Ik zal een engel voor je uit sturen en ik zal de Kanaänieten, de Amorieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten verdrijven. Maar ik trek niet met jullie mee, want jullie zijn een onhandelbaar volk en ik zou jullie daarom onderweg kunnen doden.’ 4 Toen het volk deze onheilstijding hoorde, ging het in de rouw; niemand deed sieraden om. 5 De HEER had Mozes namelijk opgedragen tegen de Israëlieten te zeggen: ‘Jullie zijn een onhandelbaar volk. Als ik ook maar een ogenblik met jullie mee zou reizen, zou ik je al doden. Doe daarom je sieraden af, dan zal ik besluiten wat ik met jullie zal doen.’6  Vanaf de dag dat ze de Horeb verlieten, droegen de Israëlieten daarom geen sieraden. 7 Mozes sloeg steeds buiten het kamp, op ruime afstand ervan, een tent op die hij de ontmoetingstent noemde. Ieder die de HEER wilde raadplegen, ging naar de ontmoetingstent buiten het kamp.8 Telkens als Mozes zich erheen begaf, gingen allen voor de ingang van hun tent staan en keken Mozes na tot hij naar binnen was gegaan. 9 Zodra hij in de tent was daalde de wolkkolom neer, en deze bleef bij de ingang staan. Dan sprak de HEER met Mozes. 10 Wanneer het volk de wolkkolom bij de ingang van de tent zag staan, boog ieder zich voor de ingang van zijn tent neer. 11 De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt. Daarna keerde Mozes terug naar het kamp, maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de tent niet. (NBV)

Het lijkt al weer lang geleden maar ooit was VVD Minister Hogervorst van volksgezondheid het zat. Dat volk van Nederland bleef maar morren. Voegde hij de particuliere en de ziekenfondsverzekering samen tot een nieuw zorgstelstel werden ze boos omdat ze een heleboel geld moesten voorschieten om dat later van de belastingdienst terug te krijgen. Probeerde hij wat concurrentie in de gezondheidszorg te krijgen werd het volk boos omdat ze zelf niet meer hun huisarts, apotheek en ziekenhuis konden kiezen omdat hun verzekeraar mocht uitmaken met wie ze een contract zouden sluiten. Het is niet goed of het deugt niet. Ook in het verhaal uit Exodus word gesproken over een onhandelbaar volk. Je houd je in de woestijn samen aan de richtlijnen die Mozes je heeft voorgehouden of het wordt je dood.

Het overtreden van de regel van heb je naaste lief als hoogste dienst aan God en geen beelden van die God maken en zo voert toch wel heel snel tot de dood. Daarom wordt de heilige tent niet meer in het midden van het volk geplaatst maar aan de rand ervan. Daarmee wordt de tent overigens meer bijzonder want iedereen gaat kijken als Mozes er plechtig naar toe gaat. Het voert uiteindelijk wel naar het land overvloeiende van melk en honing staat er. En dat was bij minister Hogervorst toch wat moeilijker te geloven. Die marktwerking, die bewustwording van hoeveel het wel niet kost, die bezuinigingen leiden niet tot meer gezondheid maar tot meer overlast. Het resultaat is een voor velen onbetaalbare eigen bijdrage en kosten voor de gezondheidszorg die de pan uitrijzen.

En de matiging van het loon, het opgeven van het vroegpensioen, de afschaffing van tal van uitkeringen, het veroordelen tot de bedelstaf van gehandicapten en chronisch zieken voerde kennelijk tot de mogelijkheid de lonen van ministers en staatssecretarissen met 30 procent te verhogen. Bij de kloof tussen politici en volk wordt wel eens gesproken over zakkenvullers, een scheldwoord dat ten onrechte aan politici wordt meegegeven. Politici werken er hard voor, dat staat buiten kijf, maar geen wet maken tot beperking van exorbitante salarisverhogingen, een verhoging die ze zouden verbieden als die in een CAO stond, lijkt toch wel erg op exorbitante zelfverrijking. Zo’n wet staat wel erg veel af van je naaste liefhebben als je zelf als je de naasten vraagt met wat minder genoegen te nemen. Kennelijk is het volk nog niet onhandelbaar genoeg voor deze regering en de nieuwe regering die in de maak is.

Luid gejoel- dat hoor ik

Exodus 32:15-35

15 Mozes keerde zich om en ging de berg af. De twee platen met de verbondstekst droeg hij bij zich. Aan beide kanten waren ze beschreven, aan de voorkant en aan de achterkant. 16  De platen waren Gods eigen werk en het schrift dat erin gegrift was, was Gods eigen schrift. 17 Toen Jozua het geschreeuw van het volk hoorde, zei hij tegen Mozes: ‘Ik hoor strijdkreten in het kamp!’ 18 Maar Mozes zei: ‘Dat is geen gejuich na een overwinning en geen geweeklaag na een nederlaag. Luid gejoel-dat hoor ik.’ 19 Dichter bij het kamp gekomen, zag hij het stierenbeeld en het gedans. Woedend smeet hij de platen aan de voet van de berg aan stukken. 20 Hij greep het stierenbeeld, gooide het in het vuur en verpulverde het. De as strooide hij op het water, en dat liet hij de Israëlieten drinken. 21 Tegen Aäron zei hij: ‘Wat heeft dit volk je misdaan, dat je zo’n zware schuld op hen geladen hebt?’ 22 ‘Ik smeek je je woede te bedwingen, ‘antwoordde Aäron. ‘Je weet dat dit volk alleen maar kwaad wil. 23 Ze zeiden tegen mij: “Maak een god voor ons die ons kan leiden, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft gehaald, weten we niet.” 24 Toen ik hun om goud vroeg, deden ze meteen hun sieraden af en gaven ze aan mij. Ik gooide ze in het vuur en toen kwam dat kalf eruit te voorschijn.’ 25 Mozes begreep dat het volk zich had laten gaan omdat Aäron niet ingegrepen had, en dat hun vijanden daarom de spot met hen zouden drijven. 26 Hij ging bij de ingang van het kamp staan en zei: ‘Wie voor de HEER kiest, moet hier komen.’ Alle nakomelingen van Levi voegden zich bij hem. 27 Hij zei tegen hen: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Gord je zwaard om, jullie allemaal, doorkruis het kamp in de volle lengte en breedte en dood iedereen die je tegenkomt, al is het je broer, vriend of verwant.’ 28  De Levieten deden wat Mozes hun had opgedragen, en zo kwamen er die dag ongeveer drieduizend Israëlieten om. 29  ‘Vandaag hebt u zich aan de HEER gewijd, ‘zei Mozes, ‘door u zelfs tegen uw zonen en broers te keren. U hebt vandaag zijn zegen verworven.’ 30 De volgende morgen zei Mozes tegen het volk: ‘U hebt zwaar gezondigd. Toch zal ik de berg op gaan; misschien kan ik de HEER ertoe bewegen u uw zonden niet aan te rekenen.’ 31  Hierop keerde hij terug naar de HEER. ‘Ach HEER, ‘zei hij, ‘dit volk heeft zwaar gezondigd: ze hebben een god van goud gemaakt. 32 Schenk hun vergeving voor die zonde. Wilt u dat niet, schrap mij dan maar uit het boek dat u geschreven hebt.’ 33  De HEER antwoordde Mozes: ‘Alleen wie tegen mij gezondigd heeft, schrap ik uit mijn boek. 34 Breng het volk nu naar de plaats die ik je heb genoemd; mijn engel zal voor je uit gaan. Maar op de dag van de verantwoording zal ik hen voor hun zonde ter verantwoording roepen.’ 35 De HEER strafte het volk, omdat ze het kalf hadden gemaakt, het beeld dat Aäron gegoten had. (NBV)

De aanslagen zoals die in de metro van Londen zijn gepleegd kunnen natuurlijk niet hard genoeg veroordeeld worden. Alle aanslagen op onschuldige burgers die zich niet kunnen verdedigen moeten worden veroordeeld. Zo ga je niet met medemensen om. Het stuk uit de Bijbel dat hier boven staat en dat vandaag op het dagelijks leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap staat lijkt wel een dergelijk gedrag te rechtvaardigen. Zij die het gouden kalf hadden aanbeden en de weg van de God van Israël verlaten. door niet op die God te blijven vertrouwen maar zichzelf een God te laten maken, dienen door het zwaard te worden omgebracht. Dat is de redenering ook van fundamentalistische Islamisten, hindoes, boeddhisten en soms zelfs Christenen. Als je dat denkt heb je dit stuk Bijbel toch niet goed gelezen. Degenen die het gouden kalf met geweld willen verdedigen ontmoeten het zwaard van hen die trouw zijn aan Mozes. Maar de rest wordt uit het boek van God geschrapt en het oordeel over hen komt later nog wel eens.

En dat is toch een houding die spoort met de regel van je naaste liefhebben als jezelf. Verdediging is goed, arresteren van verdachten, onderzoeken van goederen, bagage in treinen en op vliegvelden. Maar het haten van groepen mensen en hen uitsluiten hoort er absoluut niet bij, laat staan geweld gebruiken. En als je er een beetje over nadenkt dat lijkt het ook wel voor de hand te liggen. Wat er tegen te doen? Je vrienden doe je zoiets als in Parijs en Londen niet aan. Soldaten moeten in een oorlog niet de kans krijgen zich te verbroederen met de vijand. Russische troepen in Praag moesten ooit vervangen worden omdat ze te vriendschappelijk werden met de opstandige studenten. Gewone mensen kunnen dit soort aanslagen niet voorkomen, maar wel helpen een klimaat te scheppen waarin dit soort aanslagen minder waarschijnlijk worden.

Dat is elkaar verstaan en respecteren. De leiders op de G8 en de G20 kunnen de wereld en de wereldhandel wat rechtvaardiger maken. Ze kunnen helpen het conflict tussen Israel en de Palestijnen op te lossen. Wij kunnen helpen door kennis te gaan maken met de moslimgemeenschappen in de buurt. Ga vandaag maar eens op bezoek bij een moskee in de buurt. Het gejoel van een losgeslagen menigte mag best omgebogen worden in het gezoem van mensen die echt met elkaar in gesprek zijn gegaan. Aanslagen zoals op een moskee of een islamitische school zijn het helemaal verkeerde antwoord. De hulp die men elkaar daarna in sommige plaatsen heeft geboden helpt die gemeenschap verder geweld te voorkomen en dat is het goede antwoord. Dat kan iedereen en kennelijk is iedereen nodig om de wereld wat veiliger te maken.

Maak een god voor ons

Exodus 32:1-14

1 Het volk wachtte lang op Mozes. Toen hij maar niet van de berg afkwam, verdrongen ze zich om Aäron en eisten van hem: ‘Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.’ 2 Aäron antwoordde: ‘Neem dan uw vrouwen, zonen en dochters hun gouden oorringen af en breng die bij mij.’ 3  Hierop deden alle Israëlieten zonder aarzelen hun gouden oorringen af en gaven die aan Aäron. 4 Alles wat ze hem brachten smolt hij om en hij goot er een beeld van in de vorm van een stierkalf. Het volk riep uit: ‘Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ 5 Toen Aäron besefte wat er gebeurde, bouwde hij een altaar voor het beeld en kondigde hij aan dat er de volgende dag een feest voor de HEER zou zijn. 6 De volgende morgen vroeg brachten ze brandoffers en vredeoffers. Ze gingen zitten om te eten en te drinken, en stonden daarna op om uitbundig feest te vieren. 7 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ga terug naar beneden, want jouw volk, dat je uit Egypte hebt geleid, misdraagt zich. 8 Nu al zijn ze afgeweken van de weg die ik hun gewezen heb. Ze hebben een stierenbeeld gemaakt, hebben daarvoor neergeknield, er offers aan gebracht en gezegd: “Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!”’ 9 De HEER zei verder tegen Mozes: ‘Ik weet hoe onhandelbaar dit volk is. 10 Houd mij niet tegen: mijn brandende toorn zal hen verteren. Maar uit jou zal ik een groot volk laten voortkomen.’ 11 Mozes probeerde de HEER, zijn God, milder te stemmen: ‘Wilt u dan uw toorn laten woeden tegen uw eigen volk, HEER, dat u met sterke hand en grote macht uit Egypte hebt bevrijd? 12 Wilt u dat de Egyptenaren zeggen: “Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten, om hen in het bergland te doden en van de aarde weg te vagen”? Wees niet langer toornig en zie ervan af onheil over uw volk te brengen! 13 Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie u onder ede deze belofte hebt gedaan: “Ik zal jullie zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn, en het hele gebied waarvan ik gesproken heb zal ik hun voor altijd in bezit geven.”’ 14 Toen zag de HEER ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had. (NBV)

Het is zo verleidelijk. Een beeld maken van God. Mensen hebben houvast nodig. En alleen die regel dat je je naaste liefhebt is toch een beetje vaag. Ook al worden de voornaamste regels in stenen platen gegraveerd je blijft je toch afvragen waar het vandaan komt. Hebben mensen als Mozes dat zelf verzonnen? Niemand heeft ooit die God gezien waar hij over sprak. Ja, een brandende braambos, daar had hij over verteld, maar dat was geen beeld van zijn God, alleen een belofte. En dus staat de wereld vol beelden die aanbeden worden. Midden in de woestijn maakt ook het volk van Israel zo’n beeld. Een beeld dat volgens hen past bij de God die hen uit de slavernij heeft bevrijd, een beeld ook van een God die ze nodig zullen hebben. Het wordt een kalf, onschuldig en zwak aan de ene kant, maar met een belofte vol van leven en vruchtbaarheid.

In het verhaal van Exodus staat vervolgens een dialoog van Mozes met God, een God die zich kwaad maakt en Mozes die God nog eens wijst waar het allemaal om te doen was, en God die dan berouw krijgt van de kwaadheid. Zelfs Bijbelboekenschrijvers ontkomen er niet aan in woorden een beeld van God te scheppen. Ook bij de fundamentalistische ongelovigen kom je dat tegen. Het programma “God bestaat niet” zit vol met beelden van God. Het is dan ook opgenomen in een Rooms Katholieke kerk, waar vanouds tegemoet wordt gekomen aan de behoefte van een beeld van God door beelden van heiligen te plaatsen, die weliswaar niet God zijn maar toch aangeroepen kunnen worden. De makers van het programma hebben wel door hun aanpak het grootste gelijk van de wereld. De God waar dat programma het over heeft, of de goden, die bestaat of bestaan inderdaad niet. Zodra je een beeld van God maakt zit je fout.

Hoe verleidelijk het ook is. Het enige houvast dat we hebben is de regel dat het om de zwakste mensen gaat. En de belofte dag de God van Israël daar te vinden is. Het is de betekenis van het lege graf waar met Pasen over wordt gesproken. De dood is overwonnen. Ook de dood van armoede, van geweld, van onderdrukking. Niet langer zijn het natuurwetten waar je niks aan kunt veranderen. Maar dat kan alleen met de wet van de rechtvaardige verdeling en voor die wet hebben we tegenwoordig parlementen nodig die we zelf kiezen. Het verhaal van het gouden kalf leert ons daarom dat als we werkelijk de armoede achter ons willen laten, tot geschiedenis willen laten worden we niet moeten blijven bij een popconcert voor een goed doel, maar actief moeten worden en mensen moeten laten stemmen voor rechtvaardig delen, het liefst in de hele wereld.

Besaleël en Oholiab

Exodus 31:1-18

1 De HEER zei tegen Mozes: 2  ‘Ik heb mijn keuze laten vallen op Besaleël, de zoon van Uri, de zoon van Chur, uit de stam Juda. 3 Ik heb hem uitzonderlijke talenten geschonken, wijsheid, vakmanschap en inzicht op allerlei gebied: 4  hij kan ontwerpen maken en ze in goud, zilver, koper en brons uitvoeren, 5 hij kan stenen snijden en zetten en hout bewerken en hij beheerst ook allerlei andere vaardigheden. 6 Oholiab, de zoon van Achisamach, uit de stam Dan, stel ik als zijn medewerker aan. Allen die hun vak verstaan heb ik wijsheid geschonken, zodat zij alles kunnen maken waartoe ik opdracht heb gegeven: 7  de ontmoetingstent, de ark voor de verbondstekst, de verzoeningsplaat die erop moet liggen, alle voorwerpen voor de tent, 8 de tafel en de voorwerpen die erbij horen, de lampenstandaard van zuiver goud en de bijbehorende voorwerpen, het reukofferaltaar, 9 het brandofferaltaar met het gerei, het wasbekken, het onderstel ervan, 10 de ambtsgewaden, de heilige kleding voor de priester Aäron en de kleding die zijn zonen als priester moeten dragen, 11 de zalfolie en het geurige reukwerk voor het heiligdom. Laat hen alles uitvoeren zoals ik het je heb opgedragen.’ 12 De HEER zei tegen Mozes: 13‘Zeg tegen de Israëlieten: “Neem wel steeds mijn sabbat in acht, want elke generatie opnieuw is die dag voor mij en voor jullie een teken dat eraan herinnert dat ik, de HEER, jullie geheiligd heb. 14  Neem de sabbat in acht, want het is voor jullie een heilige dag. Wie hem schendt, moet ter dood gebracht worden; ieder die dan werkt, moet uit de gemeenschap gestoten worden. 15 Zes dagen mag je werken, maar de zevende dag is het sabbat, een dag van volstrekte rust, die aan de HEER gewijd is. Wie op sabbat werkt, moet ter dood gebracht worden.” 16-17 Generatie na generatie moeten de Israëlieten de sabbat in acht nemen en vieren. Voor mij en hen is die dag een teken van een eeuwigdurend verbond, want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zevende dag heeft hij gerust om op adem te komen.’ 18 Nadat de HEER dit alles op de Sinai tegen Mozes had gezegd, gaf hij hem de twee platen van het verbond, de stenen platen, door Gods vinger beschreven. (NBV)

Wie heeft de Ridderzaal eigenlijk gemetseld? En wie hebben de vlaggen geweven die er binnen hangen en aan die zaal een eigen karakter geven? We weten het niet meer. Zoals we van veel monumenten en ook van moderne gebouwen vergeten zijn wie de werkers waren aan wie we die huizen en gebouwen te danken hebben. Van de Heilige Tent van de Israëlieten weten we wel wie het gebouwd hebben. Besaleël, dat was een zoon van Uri, en kleinzoon van Chur, hij behoorde tot de stam Juda. Zo nauwkeurig staat het in Exodus 31. Hij bouwde de tent en alles wat daarbij hoorde, de ark, de tafel voor het brood, de kandelaar, het wasbekken, het brandofferaltaar en het reukofferaltaar samen met Oholiab uit de stam van Dan, dat was de zoon van Achisamach. Ze maakten ook de zalfolie en het reukwerk dat bij de rituelen gebruikt moest gaan worden. Zo precies wordt er in de Bijbel aandacht aan arbeiders geschonken.

Moet je bij ons eens om komen. Nee we hebben hier wedstrijden voor de raden van bestuur van de ondernemingen wie het meest verdient en wie de grootste bonussen heeft. Bankbestuurders winnen het maar ook de bestuurders van Ahold blazen hun partijtje mee. Bijna allemaal mannen, in het karakteristieke uniform met streepjespak en stropdas en op zondag zo nu en dan te gast bij misdaadverslaggever Harry Mens. De mannen achter de computers die de transacties verrichten op de bank, of de dames achter de kassa die zorgen dat bij de supermarkt het geld binnenkomt worden niet genoemd, voor hen geen bonussen, voor hen een uniform die hen tot werknemer bestempeld en elk individualisme wegneemt. Ja, de zusters en de dokters die pal stonden op het dieptepunt van de coronacrisis krijgen een fooi. Een bedrag dat in geen verhouding staat met de bonussen in het bedrijfsleven. En van een fatsoenlijk salaris is al helemaal geen sprake. Een kleine verhoging van de winstbelasting zou nodig zijn om het te betalen, maar ja dan blijft er geen geld over voor bonussen voor de top.

Er is veel onrust over arbeidsvoorwaarden op dit moment. En dat is geen wonder, hoe hard een werknemer werkt, hoezeer er ook de best wordt gedaan, alleen de raden van bestuur worden er om geprezen en krijgen de bonussen, al hebben ze maanden op hun jacht op de Middellandse Zee gezeten, als de werknemers presteren gaat men de bazen fèteren. Daarom moeten misschien hier en daar de werknemers de straat op om gezien en gehoord te worden. In de Bijbel wordt dan gezegd dat we in elk geval de Sabbath moeten houden, bij ons de Zondag. Hier staat het in de beschrijving van de arbeiders en hun werk. Dat is niet voor niks. Arbeiders zijn geen slaven, al worden ze loonslaven genoemd. Daarom verdienen ze allemaal tegelijk een dag vrij in de week. Zodat ze samen naar een sportwedstrijd kunnen, of de natuur in, of voor sommigen een kerkdienst bezoeken. Dat is geen religieuze zaak, dat is een zaak van respect en waardering voor de arbeiders, ook vandaag nog.

Het oog van een naald

Matteüs 19:23-30

23 Jezus wendde zich tot zijn leerlingen: ‘Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan. 24 Ik zeg het jullie nog eens: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 25 Toen de leerlingen dit hoorden, waren ze hevig ontzet en vroegen: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ 26 Jezus keek hen aan en antwoordde hun: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.’ 27 Daarop vroeg Petrus: ‘Wij hebben alles achtergelaten en zijn u gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?’ 28 Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël. 29 En ieder die broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven. 30 Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten. (NBV)

Jongeren zullen bijna niet meer weten waar je het over hebt als je het over het oog van een naald hebt. Zoveel sokken worden er niet meer gestopt. Als bij ons iets stuk is, zeker als er een gat in een sok zit, gooien we het weg. Zelfs als de knopen van een overhemd springen dan gooien we die maar weg. Gelukkig zijn er af en toe allochtonen die nog weten hoe kleding gerepareerd moet worden. Zij beginnen dan een kledingreparatiewinkel waar je een opengesprongen broeknaad of een ander lekker zittend kledingstuk kunt laten repareren. Maar naalden in huis hebben nee, vroeger wel. Ze leken op de spelden die je in een nieuw overhemd kunt vinden, maar dan iets groter en op de plaats waar die platte kop zit zat een oogje waar je met veel moeite een draad doorheen kon doen. De naald uit het verhaal van Jezus van Jezus van Nazareth, dat Matteüs hier verteld, zou trouwens een klein poortje geweest zijn. Klein om er voor te zorgen dat er geen grote lastdieren doorheen konden.

Zo konden roversbenden de stad niet in en moesten belastingplichtige handelaren de grote en bewaakte poort nemen. Kamelen konden dus al helemaal niet door dat kleine poortje. Rijken horen niet zomaar in het Koninkrijk van God, armen wel. precies het tegenovergestelde van ons Koninkrijk van tegenwoordig. Hier moeten de armen meebetalen om de positie van de rijken veilig te stellen. Hier moeten grootouders meebetalen aan de opvang van hun kleinkinderen zodat hun gescheiden dochters de plicht om te gaan werken na kunnen komen. Hier moeten chronisch zieken en gehandicapten een groter deel van de zorg die ze nodig hebben zelf gaan betalen omdat er te veel wordt uitgegeven aan de org voor mensen die hulp nodig hebben. Hier wordt nog steeds meer uitgegeven aan de aftrek van hypotheekrente dan aan huursubsidie en is wel de beperking van de aftrek van hypotheekrente onbespreekbaar maar niet een vermindering van de huursubsidie. Zelfs als het gaat om verdeling van een belastingheffing, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen, gaan mensen met de laagste inkomens in koopkracht er op achteruit en de mensen met de hoogste inkomens er op vooruit.

Ook op het bewust maken van mensen in ons land van het grote verschil in rijkdom tussen landen op het Noordelijk halfrond en landen rond het zuidelijk halfrond dreigt fors bezuinigd te worden, we zouden eens door kunnen krijgen dat we eerlijk moeten delen. In ons Koninkrijk worden de armen op de allerlaatste plaats gezet. In het Koninkrijk van God komen ze op de eerste plaats. Sommigen vinden het in ons land dan ook tijd worden voor een echt Christelijk beleid. Een beleid waar iedereen meetelt en niet alleen de rijken. Het CNV had er al voor gewaarschuwd dat mensen met een bescheiden inkomen mee zouden moeten betalen aan het veilig stellen van de toekomst voor de rijken. Het FNV stapt eindelijk af van het vragen van een procentuele loonsverhoging die de verschillen opdrijft, iedereen een zelfde verhoging houdt de verschillen gelijk . Het wordt dus tijd meer mensen er van te overtuigen dat een politiek dat het Koninkrijk van God dichterbij brengt begint met eerlijk delen tussen arm en rijk, anders blijven we steken voor het oog van de naald.

Hij had namelijk veel bezittingen

Matteüs 19:16-22

16 Nu kwam er iemand naar Jezus toe met de vraag: ‘Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’ 17 Hij antwoordde: ‘Waarom vraag je me naar het goede? Er is er maar één die goed is. Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden.’ 18 ‘Welke?’ vroeg hij. ‘Deze, ‘antwoordde Jezus, ‘pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, 19 toon eerbied voor uw vader en moeder, en ook: heb uw naaste lief als uzelf.’ 20 De jongeman zei: ‘Daar houd ik me aan. Wat kan ik nog meer doen?’ 21 Jezus antwoordde hem: ‘Als je volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop alles wat je bezit en geef de opbrengst aan de armen; dan zul je een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg mij.’ 22 Na dit antwoord ging de jongeman terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen. (NBV)

Het zijn vaak keurige mensen. Ze liegen niet, ze stelen niet, ze geven aan collectes bij de deur, ze maken jaarlijks forse bedragen over aan liefdadigheidsinstellingen, dat kun je van de belasting aftrekken nietwaar, ze spreken altijd netjes, ze schelden niet, ze gebruiken geen geweld, hun vrije tijd besteden ze in een service club en in een enkel sociaal aanvaard maatschappelijk nuttig bestuur als vrijwilliger. En toch zijn ze bedroefd als ze zich verdiepen in de boodschap van Jezus van Nazareth. Ze volgen toch al die geboden? Zelfs dat gebod van heb Uw naaste lief als Uzelf. Maar soms willen mensen volmaakt zijn. Meer doen dan het gewone. Uitblinken in het goede. En dat vraagt iets wat eigenlijk niemand zomaar op kan brengen. Alles verkopen en verdelen onder de armen. Als je zelf bijna arm bent is dat niet zo moeilijk. Je krijgt er een hoop vrienden voor terug en als je in problemen komt is er vast iemand onder die jou wil helpen. Maar als je rijk bent is het een stuk moeilijker.

Met die armen heb je niet zoveel gemeen. Die gaan niet uit, dat kunnen ze niet betalen, die lezen geen literatuur, daar hebben ze niet voor doorgeleerd, die luisteren niet naar klassieke muziek, daar zijn ze niet mee opgegroeid. En hadden ze die armoede niet zelf veroorzaakt door te weinig aandacht te besteden aan hun opleiding, door teveel alcohol te drinken en hun gezondheid te verwaarlozen? Als je je oor te luisteren legt in kringen van rijke mensen hoor je net zoveel vooroordelen als je hoort bij arme mensen. Van elkaar wordt gedacht dat beiden niet hard werken, als je rijk bent hoef je dat niet en als je arm bent ben je arm omdat je te weinig werkt. Beide vooroordelen zijn onzin. Rijke mensen werken over het algemeen hard en arme mensen werken nog harder als ze de kans krijgen. Daarom legt Jezus van Nazareth de nadruk op eerlijk delen. Volmaakt worden is helemaal geen ideaal in de Bijbel. Gerechtigheid betrachten, samen delen en daarbij eerlijk blijven dat is het waar het om gaat.

Wie volmaakt wil zijn streeft er naar gelijk aan God te worden, er is er immers maar één die goed is zoals door Jezus van Nazareth hier wordt opgemerkt. Werkelijk eerlijk delen is veel moeilijker dan het lijkt. Wij doen het niet. Wij durven de hypotheekrente aftrek niet zo te beperken dat iedereen evenveel steun om goed te wonen van de overheid kan krijgen. Wij durven loonstijgingen en bonussen niet zo te beperken dat niemand meer verdiend dan de Koning, niet bij de overheid maar al helemaal niet in het bedrijfsleven. Drogredenen als zouden de rijken naar het buitenland vluchten houden het tegen. Nee de rijken klagen over de lasten die van hen worden gevraagd, voor de agenten die nodig zijn omdat je bij de rijken uit stelen kunt gaan, voor het onderwijs waar hun kinderen het meest van profiteren, voor de wegen en de straten die extra onderhoud nodig hebben vanwege de zware auto’s waar ze in rijden en noem zo maar op. Maar eigenlijk gaan de rijken die dat delen weigeren bedroefd naar huis, ze hebben veel bezittingen en die zijn belangrijker dan echt houden van hun naasten, ze missen veel liefde in hun leven.

Laat de kinderen ongemoeid

Matteüs 19:10-15

10 Hierop zeiden zijn leerlingen: ‘Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen.’ 11 Hij zei tegen hen: ‘Niet iedereen kan deze kwestie begrijpen, alleen degenen aan wie het gegeven is: 12 er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar geboren werden, andere omdat ze door mensen onvruchtbaar gemaakt zijn, en er zijn mannen die niet trouwen omdat ze zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het koninkrijk van de hemel. Laat wie bij machte is dit te begrijpen het begrijpen!’ 13 Daarop brachten de mensen kinderen bij hem, ze wilden dat hij hun de handen zou opleggen en zou bidden. Toen de leerlingen hen berispten, 14 zei Jezus: ‘Laat de kinderen ongemoeid, belet ze niet bij mij te komen, want het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’ 15 En nadat hij hun de handen had opgelegd, trok hij weer verder. (NBV)

Mensen doen de moeilijkste dingen om maar het hemelse te bereiken. Er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar zijn en dat weten. Ze vinden het nobel als ze niet met een vrouw trouwen om haar geen nageslacht te ontzeggen, tegelijk is daar veel tegen in te brengen. Anderen zijn gecastreerd of hebben zichzelf gecastreerd. Ook daar is veel tegen te zeggen maar Jezus roept op om er begrip voor te hebben of het anders maar te laten. Er zijn mannen en vrouwen die niet trouwen vanwege godsdienstige redenen, dat wordt overigens nergens gevraagd. We moeten maar doen als de kinderen. Die nemen de wereld zoals die op hen afkomt. En dat is een houding die veel vruchtbaarder is dan alles maar te beoordelen en te veroordelen. Kinderen kun je tot voorbeeld nemen. Dat kinderen nog niet veel weten spreekt voor zichzelf. Dat volwassenen die niet veel meer scholing hebben gehad ook niet veel meer weten dan kinderen spreekt ook voor zichzelf. Dat volwassenen die niet veel scholing hebben gehad ook niet veel geld zullen verdienen is ook eenvoudig te begrijpen.

Die volwassenen wonen dan ook in de wijken met de goedkoopste woningen. En omdat het op een koopje moet zijn die woningen ook meestal niet goed onderhouden. In die wijken is vaak ook sprake van drankmisbruik waarvan je op straat wat merkt. In wijken waar meer geld verdient wordt speelt drankmisbruik zich binnenshuis, of binnen de auto af. Gevaar in de nacht schuilt daar niet in mensen die op straat lopen maar in mensen die op straat rijden. Maar in goedkopere wijken moet je in de nacht uitkijken voor mensen die op straat lopen, je kunt niet zien of ze van hun werk of uit de kroeg komen. Huisartsen en verloskundigen hebben daar soms last van. Je kunt aan hen het gezag niet zien dat afstraalt van een geüniformeerde politieagent. Ze worden daarom in goedkopere wijken gemakkelijk het slachtoffer van zinloos geweld, in duurdere wijken van dronken automobilisten. Mensen met minder opleiding kunnen hun emoties ook vaak moeilijker onder woorden brengen. In spannende situaties lopen die emoties hoog op en zoeken een uitweg.

Huisartsen, ambulancepersoneel, brandweerlieden, politieagenten en verloskundigen lopen daar vaak tegenaan. Dat maakt die beroepen extra zwaar. Moeilijker nog wordt het als de emoties onder woorden worden gebracht in een taal die je niet verstaat en waarvan je door de spannende situatie ook niet de tijd hebt om die te proberen te verstaan. Dat mensen die onder die omstandigheden toch proberen hulp te verlenen extra beloond worden moet gewaardeerd worden. Dat we allemaal de plicht hebben om oog te krijgen voor de positie van mensen met weinig opleiding, weinig geld en weinig taal, de minsten onder ons dus, ligt ook voor de hand. Maar dat we er allemaal wat aan zouden moeten doen wordt minder beseft. Toch vraagt juist Jezus van Nazareth om te worden als de kinderen en te zorgen dat van hen het goede uit kan gaan, te zegenen noemt Matteüs dat. Let maar eens op spelende kinderen, als er een kind is dat even niet kan meekomen dan wordt er vaak een hand uitgestoken om de ander te helpen, daar een voorbeeld aan nemen schept een betere wereld.

Wat God heeft verbonden

Matteüs 19:1-9

1 Nadat Jezus deze rede had uitgesproken, verliet hij Galilea en ging hij langs de overkant van de Jordaan naar Judea. 2 Grote massa’s mensen volgden hem, en hij genas hen ter plekke. 3 Toen kwamen er Farizeeën op hem af om hem op de proef te stellen. Ze vroegen: ‘Mag een man zijn vrouw om willekeurig welke reden verstoten?’ 4 Hij zei: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper de mens bij het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt?’ 5 En hij vervolgde: ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden; 6 ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’ 7 Toen vroegen ze hem: ‘Waarom heeft Mozes dan voorgeschreven haar een scheidingsbrief te geven en haar zo te verstoten?’ 8 Hij antwoordde: ‘Omdat u harteloos en koppig bent, daarom heeft Mozes u toegestaan uw vrouw te verstoten. Maar dat is niet vanaf het begin zo geweest. 9 Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis.’(NBV)

De vraag of het geoorloofd is te scheiden heeft vele mensen eeuwenlang gevangen gehouden. Jezus zegt hier heel duidelijk dat je het aan God moet overlaten. Of eigenlijk dus de zaak moet bekijken vanuit de liefde voor mensen. En mensen gevangen houden hoort niet bij de liefde zoals die in het verhaal van de Bijbel wordt geleerd. Daar hoort een bevrijdende liefde bij. Of mensen wel of niet mogen scheiden en hertrouwen is dus niet een zaak die aan enig mens, laat staan aan enige kerk, ter beoordeling is. Het enige wat telt is dat mensen elkaar serieus nemen, als gelijkwaardig zien. De mens, elk mens, is vrouwelijk en mannelijk geschapen zegt Jezus en die worden samen één. Daar heeft een ander niks mee te maken. Als twee mensen van elkaar houden en bij elkaar blijken te horen dan moet je er niet tussen komen. Het idee dat je dus twee mensen moet verbieden bij elkaar te horen omdat hun lichamen er hetzelfde uitzien is dan ook volgens het verhaal van Jezus absurd.

Het verbod op homoseksuele relaties van mannen en vrouwen is dan ook volgens dit verhaal een onchristelijk verbod. De manier waarop mannen en vrouwen bij elkaar zouden moeten horen voorschrijven op godsdienstige gronden hoort bij de afgodendienst. Er op letten dat mensen elkaar niet als lustobject gaan zien, elkaar exploiteren, uitbuiten of macht, ook op seksueel gebied, over elkaar uitoefenen hoort bij het verhaal van Jezus. Juist daarom toont Jezus van Nazareth zich geïrriteerd als het gaat over de scheidingsbrief die in Deuteronomium staat voorgeschreven. Vrouwen namen in de Israëlische samenleving economisch de zwakste positie in. In de Bijbel wordt daarom veel aandacht besteed aan de ondersteuning van weduwen, zij staan vaak zelfs symbool voor alle armen. Gescheiden vrouwen hadden het in een dergelijke samenleving extra moeilijk.

Het bewijs dat ze niet zomaar alleen stonden maar gelijk waren aan weduwen gaf dan tenminste nog een beetje hoop, maar ze hoorden eigenlijk bij hun eigen man, die had ze niet moeten verstoten. In sommige vertalingen kun je dan ook lezen dat mannen die een gescheiden vrouw trouwen, gescheiden volgens de regels van Mozes, overspel plegen. Vrouwen hebben een zo slechte economische positie dat van een vrijwillig huwelijk nauwelijks sprak kan zijn. In de benadering van de hulp aan alleenstaande moeders mogen ook wij ons dat wel eens realiseren. Al te gemakkelijk alleenstaande moeders verplichten te werken zonder te zorgen voor goede kinderopvang, dwingt ze in een nog meer afhankelijke positie. De bezuinigingen op de kinderopvang leggen daarom misschien op een aantal vrouwen een druk die juist volgens dit verhaal zeer onchristelijk is.

Tot zeventig maal zeven

Matteüs 18:21-35

21 Daarop kwam Petrus bij hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’ 22 Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven. 23 Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. 24 Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. 25 Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. 26 Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” 27 Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. 28 Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” 29 Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.” 30 Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. 31 Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen. 32 Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. 33 Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?” 34 En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. 35 Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’ (NBV)

Zeven is het heilige getal in de Bijbel. Het is het getal van de volheid. Vader, zoon en heilige geest en de vier windstreken van de aarde. Dan heb je alles wel gehad. Het is ook het getal van de schepping, na zes dagen was alles af en op de zevende dag kon God er van genieten. Zeventig maal zeven is dus oneindig veel. Deze week worden de aanslagen van de elfde september in Amerika herdacht. Vier vliegtuigen vlogen zich daar te pletter. Niemand heeft ooit gezegd waarom of waarvoor. Geestverwanten van de daders spraken over een straf, een straf voor de pogingen van Amerika een wereldheerschappij te vestigen. Een heerschappij waar de Amerikaanse opvatting van Christendom zou heersen over de Islam. Een heerschappij waar Israel onder toezicht van Amerika zou mogen bepalen wat er met de Palestijnen gebeurd. Een heerschappij waar Amerika bepaalt hoeveel armen er nog in de wereld mogen zijn. Waar Amerika bepaald wat we eten en drinken, welke films we kijken en welke muziek we beluisteren. Waar Amerika ook bepaalt welke regeringen we mogen kiezen.

Waren dan de aanslagen van de elfde september de manier om het Amerikaanse volk wakker te schudden en hen van hun verderfelijke weg af te brengen? Volgens de Bijbel niet. Vergeven van het kwade is volgens de Bijbel de weg. Vergeven dat is soms heel erg moeilijk. Hoe kun je de daders van de elfde september vergeven voor het onmetelijke leed dat ze hebben aangericht. Hoe kon Saddam Hoessein vergeven worden voor de gasmoord die hij liet plegen op onschuldige Koerden. Hoe kan Bush vergeven worden voor de weigering het verdrag van Kyoto te tekenen zodat de aarde zover kon opwarmen dat een orkaan van kracht 4, bijna 5, over New Orleans kon razen. Dit oneindig vergeven komt na de verhalen over het verloren schaap dat wordt gezocht en de afgedwaalde die aangesproken wordt, desnoods met een hele groep en gevraagd wordt zich te bekeren. Als dat allemaal nog niet lukt dan volgt vergeven. Vergeven is dus niet zand er over en alles blijft bij het oude alleen we hebben het er niet meer over.

Als je een oneindig aantal malen moet vergeven dan moet je ook een oneindig aantal malen proberen de situatie te veranderen, het kwaad weg te nemen. Vergeven zou dus kunnen zijn dat we er voor zorgen dat de verschillen tussen arm en rijk worden opgeheven, zodat niemand ooit meer een reden heeft zo kwaad, bang, of hebzuchtig te worden dat vele anderen er dood aan gaan of er jarenlang onder moeten lijden. Dat ook allochtone jongeren een toekomst krijgen die begint met een goede kans op de arbeidsmarkt. Dat moslims ook mogen geloven wat hen is geleerd zonder dat ze voortdurend door zogenaamde politici voor oud vuil worden uitgemaakt. Dat soort vergeven gaat niet van de ene op de andere dag. Het is het soort vergeven dat de wereld bijna niet kent. Zoveel liefde voor mensen dat ook de kwaadste mens aangesproken wordt en het gedrag vergeven kan worden als de verandering daar is. Dat soort vergeven kan vandaag beginnen, het begint bij ons die vragen of onze schulden kunnen worden vergeven zoals wij ook aan anderen hun schuld vergeven.