Vastberaden en standvastig

Jozua 1:1-9

1 Na de dood van Mozes, de dienaar van de HEER, zei de HEER tegen Jozua, de zoon van Nun en de rechterhand van Mozes: 2  ‘Nu mijn dienaar Mozes is gestorven, moet jij je gereedmaken om met heel dit volk de Jordaan over te trekken. Ga naar het land dat ik het volk van Israël zal geven. 3  Elk stuk grond dat jullie zullen betreden geef ik jullie, zoals ik Mozes heb beloofd. 4  Jullie gebied zal zich uitstrekken van de woestijn tot aan de Libanon, en van de grote rivier, de Eufraat, met het land van de Hethieten, tot aan de Grote Zee in het westen. 5  Zolang je leeft zal niemand tegen je kunnen standhouden. Zoals ik Mozes heb bijgestaan, zo zal ik ook jou bijstaan. Ik zal niet van je zijde wijken en je niet verlaten. 6  Wees vastberaden en standvastig, want jij moet dit volk leiden wanneer ze het land veroveren dat ik hun zal geven, zoals ik hun voorouders gezworen heb. 7  En houd je vóór alles vastberaden en standvastig aan de wet waarin mijn dienaar Mozes je heeft onderwezen. Houd je daar altijd aan en wijk er op geen enkele manier van af, opdat je in alles wat je doet zult slagen.  8  Leg dat wetboek geen moment ter zijde en verdiep je er dag en nacht in, opdat je je aan alles houdt wat erin geschreven staat. Dan zal alles wat je onderneemt voorspoedig verlopen. 9  Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de HEER, je God, staat je bij.’ (NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in het boek Jozua. Dat vertelt ons meer dan alleen dat onder Jozua de muren van Jericho omvielen. In de Hebreeuwse Bijbel is de volgorde anders dan in Christelijke Bijbels. De protestanten volgen wel de hoeveelheid boeken die in, wat zij het Oude Testament noemen, zijn opgenomen maar hebben een andere volgorde. In de Hebreeuwse Bijbel zijn de eerste vijf boeken de belangrijkste ze vormen samen de Tora, de leer van Mozes. In die vijf boeken leren we de God van Israël kennen als schepper van hemel en aarde, leren we dat de aarde geschapen is voor de mensen en dat het volk Israël is uitgekozen om aan alle volken te laten zien hoe ze zouden kunnen leven met de God van Israël. Jozua is het eerste boek uit het tweede deel, de profeten. Daar horen ook de boeken Samuël en Koningen bij. Kronieken niet dat hoort bij het derde deel van de Hebreeuwse Bijbel dat begint met het boek van de Psalmen. Het boek Jozua begint met te beschrijven hoe Jozua wordt geroepen tot opvolger van Mozes. Jozua kwam ook al in de Tora voor als de rechterhand van Mozes en als één van de verspieders die ondanks de aanwezigheid van reuzen het land Kanaaän aanprees als het land dat God aan het volk zou geven en dat het land overvloeiende van melk en honing zou kunnen zijn.

In vers 8 van dit begin staat een bijzondere oproep. Met deze oproep sluit ook het boek Deuteronomium af, bestudeer de Tora, dag en nacht en leg die geen moment terzijde. Die oproep klinkt hier tegen Jozua maar opent daarmee ook de verzameling profeten. Diezelfde oproep lees je ook in Psalm 1, de eerste psalm uit het eerste boek van de verzameling geschriften die de Hebreeuwse Bijbel afsluit. Dag en nacht moeten we dus allemaal daar mee bezig zijn. Ook Christenen? Ja ook Christenen, in het eerste boek van het Nieuwe Testament, Matteüs zegt Jezus van Nazareth dat geen punt en geen komma mogen verdwijnen uit de Tora en dat hij gekomen is om die te vervullen, daarin worden we opgeroepen hem na te volgen. Het boek Jozua is geen geschiedenisboek. Jaartallen staan er al helemaal niet in en over de plaatsen verschillen de geleerden van mening. Zelfs de uiteindelijke tekst is niet onomstreden. Voor de geboorte van Jezus van Nazareth is de Hebreeuwse Bijbel vertaalt in het Grieks, de vertaling van de 70 heet die vertaling, de Septuagint. Later vonden de rabbijnen dat de Hebreeuwse Bijbel ook in haar oorspronkelijke taal beschikbaar moest zijn en de mensen die de oorspronkelijke tekst hadden bewaard, de masoreten, hebben toen opnieuw de tekst in het Hebreeuws opgeschreven.

Er zijn nog al wat verschillen tussen de Hebreeuwse Tekst en de Septuagint. Op zich is dat voor ons niet zo belangrijk, wij doen het met de Nieuwe Bijbelvertaling uit 2004 waar onze geleerden zich voor ingespannen hebben. Jozua hoort bij een serie boeken die beginnen met het boek Deuteronomium en waarin met op zoek is naar het antwoord op de vraag hoe het kon zijn dat het volk Israël, zoals we ook hier kunnen lezen, een land krijgt van de God van Israël, voor eeuwig en altijd, maar dat het volk kennelijk gezien de ballingschap dat land heeft kunnen verspelen. Wie kijkt naar de armoede, de hongersnoden, de oorlogen, de martelingen, de schendingen van mensenrechten, de slavernij, de vrouwenhandel in onze dagen vraagt zich misschien af hoe het kan dat sinds de Bergrede, sinds de overwinning op de dood met Pasen door Jezus van Nazareth we nog steeds met deze ellende zitten. Het boek Jozua kan ons helpen een antwoord te vinden. In elk geval moeten we dag en nacht met de Tora bezig zijn. Dat kan, ook vandaag weer.

Over heel de aarde

Psalm 19

1 Voor de koorleider. Een psalm van David. 2 De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen, 3 de dag zegt het voort aan de dag die komt, de nacht vertelt het door aan de volgende nacht. 4 Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord, het is een spraak zonder klank. 5 Over heel de aarde gaat hun stem, tot aan het einde van de wereld hun taal. Daar heeft hij een tent opgeslagen voor de zon: 6 een jonge bruidegom die het bruidsbed verlaat, een held die vrolijk voortrent op zijn weg. 7 Aan het ene einde van de hemel komt hij op, aan het andere einde voltooit hij zijn loop, niets blijft voor zijn gloed verborgen. 8 De wet van de HEER is volmaakt: levenskracht voor de mens. De richtlijn van de HEER is betrouwbaar: wijsheid voor de eenvoudige. 9 De bevelen van de HEER zijn eenduidig: vreugde voor het hart. Het gebod van de HEER is helder: licht voor de ogen. 10 Het ontzag voor de HEER is zuiver, houdt stand, voor altijd. De voorschriften van de HEER zijn waarachtig, rechtvaardig, geheel en al. 11 Ze zijn begeerlijker dan goud, dan fijn goud in overvloed, en zoeter dan honing, dan honing vers uit de raat. 12 Uw dienaar laat zich erdoor verlichten, wie ze opvolgt wordt rijk beloond. 13 Maar wie kan al zijn fouten kennen? Spreek mij vrij van verborgen zonden. 14 Bescherm mij, uw dienaar, en laat hoogmoed niet over mij heersen, dan zal ik volmaakt zijn en bevrijd van grote zonde. 15 Laten de woorden van mijn mond u behagen, de overpeinzingen van mijn hart u bekoren, HEER, mijn rots, mijn verlosser.(NBV)

Er wordt nog wel eens gezegd dat je God ook kunt leren kennen uit de natuur. Dat is een misverstand. Pas als je God kent en God hebt ontmoet in de verhalen zoals die in de Bijbel staan ga je in de natuur herkennen hoe de God van Israël in mensen een welbehagen had. De psalm die we vandaag met de kerk meezingen begint met het uitspansel, de hemel. Volgens het lied van de schepping waarmee Genesis begint werd die hemel boven de aarde gezet als bescherming tegen de wateren boven de aarde. Het uitspansel beschermt ons en dag aan dag kunnen we zien dat de God van Israël ook een beschermer wil zijn. Net als de dag en de nacht ons de gelegenheid geven te rusten van het werk en te genieten van de rust. Maar je herkent het pas als je het lied van de schepping weet mee te zingen.

Deze psalm zegt dan ook niet dat God in de hemel woont maar dat God zijn tent op aarde heeft opgeslagen. De psalmdichter kijkt zoals onbevangen mensen kijken, in de morgen gaat de zon op in de avond gaat zij onder, van de natuurwetenschappers weten we dat de aarde rond de zon draait, maar mensen die de Bijbel letterlijk zeggen te nemen vinden nog steeds dat de zon rond de aarde draait. Die zon brengt ons warmte, brengt ons vruchtbaarheid, door de zon groeien de planten, van het opgaan van de zon worden we vrolijk, vrolijk zoals een jonge bruidegom het bruidsvertrek verlaat na de bruidsnacht. Zoveel vrolijkheid krijgen we dus ook van de richtlijnen van de God van Israël. Ook die richtlijnen voor een menselijke samenleving zijn gegeven ter bescherming van de mensen. Die richtlijnen laten zich samenvatten als heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf.

Dat is het welbehagen in de mensen dat door Israël in de Woestijn werd ontdekt. Toen alles was weggevallen was er toch nog de liefde voor elkaar en daarmee de liefde voor God. Maar de psalm weet ook dat we maar al te snel denken het voor elkaar te hebben. God zal ons immers wel helpen. Maar God is niet het knechtje van de mens, het is God die de macht heeft. God als Heer noemen betekent ook dat wij onze aardse macht opgeven en willen gehoorzamen aan de oproep dienaren van mensen te worden die in mensen een welbehagen vinden. Pas als het lijden van mensen over is, als we ons daartegen gewapend en verzet hebben, er tegen in opstand zijn gekomen, dan pas breekt de vreugde aan waarover hier gezongen wordt. Dat opstaan is niet een plastic kruis door de straten sjouwen, maar de hand uitsteken naar de minsten in de samenleving en zorgen dat op hen niet bezuinigd wordt. Dat kan elke dag opnieuw als de zon opgaat, ook vandaag.

Waar gerechtigheid woont.

2 Petrus 3:10-18

10  De dag van de Heer zal komen als een dief. De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde wordt blootgelegd en alles wat daarop gedaan is komt aan het licht. 11 Als dit allemaal op die manier te gronde gaat, hoe heilig en vroom moet u dan niet leven, 12  u die uitziet naar de dag van God en het aanbreken daarvan bespoedigt! Die dag gaan de hemelsferen in vlammen op, en de elementen vatten vlam en smelten weg. 13  Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. 14  Omdat u hiernaar uitziet, geliefde broeders en zusters, moet u zich inspannen om smetteloos, onberispelijk en in vrede door hem te worden aangetroffen. 15  Bedenk dat het geduld van onze Heer uw redding is. Dat heeft ook onze geliefde broeder Paulus u geschreven met de wijsheid die hem is geschonken. 16  Hij schrijft dit overigens in alle brieven waarin hij dit onderwerp ter sprake brengt. Daarin staat een en ander dat moeilijk te begrijpen is en dat door onwetende en onstandvastige mensen, tot hun eigen ondergang, wordt verdraaid; dat doen ze trouwens ook met de overige geschriften. 17  Geliefde broeders en zusters, u weet van tevoren wat er gaat komen. Wees daarom op uw hoede en laat u niet meeslepen op de dwaalwegen van wettelozen. Laat uw standvastigheid niet varen, 18  maar groei in de genade en in de kennis van onze Heer en redder Jezus Christus. Hem komt de eer toe, nu en in eeuwigheid. Amen. (NBV)

Het laatste deel van de Tweede Brief van Petrus lezen we vandaag. Het einde van de tijden zal zeker wel eens komen maar ze komt als een dief in de nacht. Je kunt wel fantaseren hoe die dag er zal uitzien. Zon en Maan vergaan, bergen vallen om en zeeën vallen droog. Onvoorstelbare gebeurtenissen. Het idee van de briefschrijver is dat we moeten gaan leven of het ons morgen al zal gebeuren. Want het einde der tijden is in de beleving van deze briefschrijver ook het begin van een nieuw tijdperk. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen de huidige vervangen. En op die nieuwe aarde zal gerechtigheid wonen. In de Openbaring van Johannes heet het dan dat God zelf zijn tenten op deze aarde zal spannen. En waar willen we bij horen dat is de vraag. Willen we horen bij de oude aarde, de aarde van uitbuiting, oorlog, honger en hebben en graaien, of willen we horen bij de nieuwe aarde, die van gerechtigheid en vrede, daar waar alle tranen gewist zullen zijn? Die nieuwe aarde is niet iets van de toekomst, of zelfs van na onze dood. Dat zou te gemakkelijk zijn. Het is geen opium voor lijdende mensen die daardoor hun lijden wat gemakkelijker kunnen dragen. Die nieuwe aarde is een visioen dat we vanaf nu tot werkelijkheid kunnen brengen.

Die nieuwe aarde wordt werkelijkheid als iedereen meedoet, maar waar we ook telkens weer, elke dag, elk moment weer opnieuw mee mogen beginnen. Die nieuwe aarde is de norm die we kunnen leggen naast onze eigen beslissingen en die van het bestuur dat ons regeert, in de stad, in de provincie, in het land, in Europa en in de Wereld. Daarom mogen we de komst van elke echte vredesconferentie toejuichen, de kans dat het einde der tijden ons aantreft in vrede neemt daardoor toe. De kans dat gerechtigheid zal worden gedaan aan onze zusters en broeders neemt daardoor toe. Daar mogen we ons allemaal voor inspannen en dat hoeven we niet over te laten aan een enkele minister van Buitenlandse Zaken en zijn ambtenaren. Maar ook bij de plannen voor het bestrijden van de coronaa crisis zal de nieuwe aarde de maat moeten zijn van de oplossingen. Daar zal immers de honger zijn verdwenen die nu nog het Afrikaanse continent teistert. Daar zal alle ziekte zijn verdwenen ook de aids in Afrika.

Bij alle maatregelen die genomen moeten worden zullen ook eerlijke handelsverhoudingen en overdracht van noodzakelijke kennis voorop moeten staan. De Tweede Brief van Petrus was maar een korte brief. En helemaal op het einde verwijst die brief naar alle brieven van Paulus die ook in de Bijbel zijn opgenomen. Daar kunnen we de rest in lezen, vooral ook hoe we in onze eigen steden en dorpen gemeenschappen kunnen vormen die het licht van die nieuwe aarde nu al laten schijnen. Natuurlijk zijn er mensen die er graag zelf een slaatje uit slaan en er macht en aanzien aan willen ontlenen. Dat is de oude aarde, waar macht en aanzien, rijkdom en welvaart de normen zijn. In de nieuwe aarde gaat het om het lot van de minsten, de armen, de hongerigen. Dat zijn onze normen en waarden.

Waar blijft hij nu?

2 Petrus 3:1-9

1 Geliefde broeders en zusters, dit is al de tweede brief die ik u schrijf. Met beide wil ik u tot een helder inzicht brengen, 2  en wel door u te herinneren aan de woorden die de heilige profeten destijds hebben gesproken en aan het gebod van onze Heer en redder dat uw apostelen u hebben doorgegeven. 3 Vergeet vooral niet dat er aan het einde van de tijd spotters zullen komen, die hun eigen begeerte volgen en smalend 4  vragen: ‘Waar blijft hij nu? Hij had toch beloofd te komen? De generatie voor ons is al gestorven, maar alles is nog steeds zoals het sinds het begin van de schepping geweest is.’ 5 Ze gaan er dan willens en wetens aan voorbij dat er in het begin al eens een hemel is geweest en een aarde die door Gods woord gevormd was uit water en door middel van water, 6  en dat de toenmalige wereld vergaan is toen ze door het water werd overspoeld. 7  Maar de tegenwoordige hemel en aarde worden door datzelfde woord bewaard om op de dag van het oordeel, waarop de goddelozen ten onder zullen gaan, te worden prijsgegeven aan het vuur. 8 Eén ding mag u niet over het hoofd zien, geliefde broeders en zusters: voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag. 9 De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat. (NBV)

Door de eeuwen heen zijn mensen nieuwsgierig naar de datum waarop de geschiedenis ten einde zal zijn gekomen. Alles gaat voorbij dus ook onze geschiedenis. Vlak na het uitstorten van de Heilige Geest met Pinksteren geloofden de Apostelen dat het einde der tijden wel zeer nabij was. Ook Paulus schrijft herhaaldelijk aan de diverse gemeenten dat het einde der tijden zeer nabij is. In de Evangeliën zijn aanwijzingen te vinden dat ook Jezus van Nazareth er voor waarschuwde dat het einde der tijden niet ver zou zijn. In de tijd dat deze Tweede Brief van Petrus werd geschreven was er echter al geruime tijd verlopen zonder dat het einde der tijden zich had aangekondigd. Wij zijn inmiddels 20 eeuwen verder en nog is van het einde der tijden geen sprake. Integendeel, we weten uit de natuurwetenschappen dat het nog vele eeuwen kan duren voor onze zon opgebrand zal zijn en het leven op aarde zal verdwijnen.

We kunnen dat zelf versnellen door een nucleaire oorlog te beginnen op de wereld maar onze wereldleiders zijn daar de afgelopen 50 jaar steeds voor teruggeschrokken. De herinneringen van het gooien van atoombommen op Japan roepen de beelden van de verschrikkingen zo levendig op dat het opnieuw gooien van atoombommen geen optie is. Hoe zit dat dan met het einde der tijden waarover in de Bijbel wordt gesproken? De schrijver van de Tweede Brief van Petrus heeft een paar mooie oplossingen. Er was al eens een overstroming die al het leven op aarde had vernietigd. Wij kennen die overstroming uit het verhaal van Noach maar ook in tal van andere religies klinkt een verhaal over een dergelijke overstroming door. Verder stond al in Psalm 90 dat duizend jaar in de ogen van God als één dag is, wat natuurlijk ook een ander licht op Genesis 1 werpt. Maar de mooiste reden is dat God eerst alle mensen wil bekeren tot het geloof in de bevrijding van de armen, tot het geloof in het Koninkrijk, het geloof in God zelf. Voordat dat gebeurd zal de wereld niet vergaan.

Dan kan het onze tijd dus ook nog wel duren. Heel langzaam zijn we tot de overtuiging gekomen dat het niet in de datum zit. Het zit in onze houding. Wat zou er gebeuren als we wisten dat morgen de wereld zou vergaan? Velen van ons zouden zich bekeren en zorgen dat ze nog net het goede doen wat ze kunnen doen. De laatste hongerige nog voeden, de dorstige nog te drinken geven, de gevangene nog bezoeken, de bedroefde nog troosten. Als dat zo is dan moeten we dus elke dag leven alsof morgen de wereld vergaat. Niet om er zelf beter van te worden, of bij de terugkeer van de Heiland een plekje in de hemel te verdienen, maar om een einde te laten komen aan de geschiedenis van oorlog, honger en ellende. Het einde der tijden is nabij omdat wij leven alsof het nabij is. Daarmee kan de hele wereld bekeerd worden want we willen immers dat iedereen meedoet met heb Uw naaste lief als Uzelf en delen met wie er gedeeld moet worden, daarvoor zullen de volken vrede moeten willen en ook daar kunnen we aan werken. Vandaag is dus niet alleen de eerste dag van de rest van je leven maar ook de laatste.

Overmoedig en arrogant

2 Petrus 2:10b-22

10b Overmoedig en arrogant als ze zijn, schrikken ze er niet voor terug hemelse machten te lasteren, 11  terwijl zelfs engelen, in kracht en macht toch hun meerderen, het niet aandurven om die machten namens de Heer te beschuldigen en te veroordelen. 12  Maar deze mensen, die net redeloze dieren zijn, van nature bestemd om gevangen en gedood te worden, lasteren wat ze niet eens kennen. Ze zullen aan hun eigen verderfelijke gedrag ten onder gaan 13 en onrecht lijden als loon voor hun eigen onrecht. Ze genieten ervan om zich op klaarlichte dag volledig te laten gaan. En wanneer ze samen met u aan een feestmaal deelnemen, zijn ze een schandvlek voor uw gezelschap, omdat ze zwelgen in hun bedrieglijk genot. 14  Hun ogen zijn voortdurend op zoek naar overspel en ze zondigen onophoudelijk, ze verleiden onstandvastige zielen en zijn een en al hebzucht. Vervloekt zijn ze! 15  Ze zijn afgedwaald, ze hebben de rechte weg verlaten en treden in de voetsporen van Bileam, de zoon van Bosor, die zich maar al te graag liet betalen voor onrecht. 16  Maar hij werd voor zijn vergrijp terechtgewezen: een stom lastdier, dat met de stem van een mens sprak, maakte een eind aan de waanzin van die profeet. 17  Droogstaande bronnen zijn het, mistflarden die door een wervelwind voortgejaagd worden. De diepste duisternis wacht hun, 18  want met loos gebral en schaamteloze uitspattingen verleiden ze hen die zich nog maar net hebben losgemaakt van degenen die dwalen. 19  Ze beloven vrijheid, maar zijn zelf slaven van het verderf, want waar men door beheerst wordt, daarvan is men slaaf. 20  En als zij die zich door hun kennis van onze Heer en redder Jezus Christus hebben losgemaakt van het vuil van de wereld, daar weer in verstrikt raken en er opnieuw door worden beheerst, zijn ze er erger aan toe dan voorheen. 21  Het was beter voor hen geweest de weg van de rechtvaardigheid nooit gekend te hebben dan die weg wel te kennen, en zich vervolgens af te wenden van het heilige gebod dat hun is overgeleverd. 22  Op hen is het spreekwoord ‘Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel’ volledig van toepassing, of ‘Een gewassen zeug rolt al snel weer door de modder’. (NBV)

De schrijver van de Tweede Brief van Petrus heeft het natuurlijk niet over de corona crisis gehad die ons het laatste jaar heeft geplaagd. Maar ook in zijn tijd waren er figuren die lijken op de bankiers en financiële toezichthouders waar wij mee te maken hebben. Ze gaven de schuld voor de armoede aan de armen zelf. Die hadden vast gezondigd tegen wat de Heer had voorgeschreven. Zo kregen eenvoudige spaarders de schuld van het verlies van hun spaarcenten. Hadden ze dat maar niet moeten beleggen tegen de hoogste rente. Dat de banken, waar ze hun spaarcenten heen brachten, goedgekeurd waren door de Nederlandse toezichthouders doet dan niet ter zake. Als er hoge rente wordt beloofd moet je er kennelijk wegblijven. Dat ook pensioenfondsen en andere zeer professionele beleggers er het hen toevertrouwde geld hadden gestald doet niet ter zake. Die gewone onprofessionele spaarders hadden maar moeten weten dat ze een groot risico liepen. Datzelfde geldt ook voor mensen die leningen hebben die ze niet kunnen aflossen.

Dat je nog niet zo lang geleden om de 10 minuten op de televisie werd aangespoord om toch maar te gaan lenen ook al kun je dat eigenlijk niet terug betalen doet niet ter zake. Oversluiten kan natuurlijk maar dat ook oversluiten geld kost wordt er niet bij verteld. Het soort mensen dat leeft op de inhaligheid van anderen wordt door de briefschrijver scherp veroordeeld. Hij noemt de bankiers van vandaag redeloze dieren die aan hun eigen verderfelijke gedrag ten onder zullen gaan. Ze zullen onrecht lijden als loon voor hun eigen onrecht. Ondernemers die het door de overheid verboden wordt te ondernemen, ook al is dat tijdelijk, worden niet meer geholpen, niet door de overheid, niet door de banken. Nu de markt voor rijkeluisspullen weer aantrekt moeten we extra op onze hoede zijn. Die rijken klagen niet voor niets dat de armen eerder gaan sparen dan weer te gaan lenen. Ze krijgen cadeautjes van de overheid en de armen mogen blij zijn met de extra werkgelegenheid waar ze zich mogen afbeulen zolang het de baas behaagt.

De toezichthouders worden door de briefschrijver vergeleken met de profeet Bileam die zich er voor leende het volk Israel te gaan vervloeken. Zoals zij wel toezicht hielden maar niet waarschuwden toen bankiers zich niet aan de voorschriften bleken te houden zo ging Bileam op weg om een vloek uit te spreken. Maar Bileam werd door een ezel tegengehouden, die wilde niet verder zegt het verhaal. Onze bankiers en toezichthouders geven nog steeds hun fouten niet toe. Ze doen wel vroom of ze zich hebben bekeerd en hun fouten niet opnieuw zullen maken maar er is geen enkele reden hen daarin ook te vertrouwen. Beleggers op de beurzen weten dit en wenden zich af van banken en verzekeraars. Zoals een hond terugkeert naar zijn eigen braaksel, of een gewassen zeug al snel weer in de modder rolt zo zullen onze bankiers en verzekeraars de neiging hebben zich weer over te geven aan hun ongebreidelde zucht tot winst maken. Laten we daarom om betere toezichthouders en bankiers vragen, mensen die de armen voorop zetten en recht en rechtvaardigheid hoog in hun vaandel hebben.

Ook onder u dwaalleraren

2 Petrus 2:1-10a

1 Toch zijn er destijds onder het volk ook valse profeten opgetreden, en zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang. 2 Velen zullen hun losbandig gedrag overnemen en zo de weg van de waarheid in opspraak brengen. 3 Gedreven door hebzucht zullen ze u bedriegen met misleidende verhalen, maar hun vonnis is allang geveld, hun ondergang laat niet op zich wachten. 4 Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen. Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten. 5 Evenmin heeft hij de wereld uit de voortijd gespaard; alleen Noach, de heraut van de rechtvaardigheid, liet hij met zeven anderen in leven toen hij de watervloed over die wereld vol zondaars liet komen. 6 Ook Sodom en Gomorra heeft hij tot de vernietiging veroordeeld, hij heeft die steden in de as gelegd en ze daarmee ten voorbeeld gesteld aan alle zondaars van latere tijden. 7 Maar Lot, die rechtvaardig was en zwaar leed onder de losbandige levenswandel van die wettelozen, redde hij. 8 Deze rechtvaardige woonde te midden van hen, en dag in dag uit werd zijn rechtschapen ziel gekweld wanneer hij hoorde en zag hoe ze zich aan God noch gebod stoorden. 9 De Heer blijkt dus vromen uit de beproeving te kunnen redden en onrechtvaardigen gevangen te kunnen houden tot de dag van het oordeel, om hen dan te straffen. 10 Hij straft vooral diegenen die zich, door onreine verlangens gedreven, overgeven aan schaamteloze losbandigheid en het gezag van de Heer verachten. (NBV)

Met de passage die we vandaag lezen uit de Tweede Brief van Petrus zijn we weer helemaal thuis. De gemeente wordt gewaarschuwd tegen dwaalleraars, valse profeten. En dit gedeelte staat al een jaar op het leesrooster dat we hier volgen. Het is dus niet speciaal uitgezocht omdat zo’n valse profeet ons wil wijsmaken dat vaccinatie en corona te maken hebben met het einde der tijden. De brief is niet geschreven aan een bepaalde gemeente maar meer in het algemeen voor elke kerkelijke gemeente bedoeld. Van begin af aan is de beweging van de Weg, zoals die nog in de Handelingen werd genoemd en ook hier wordt genoemd, geplaagd door mensen die aan die succesvolle beweging willen verdienen. Als je de pracht en praal ziet waarmee in sommige kerken de leiders worden omringt dan mag je best denken dat er nog steeds niet veel veranderd is.

Natuurlijk mogen vrijgestelden voor de verkondiging best een redelijk loon ontvangen. Maar we mogen nooit vergeten dat een Apostel als Paulus zich er op beriep zelf zijn kost te verdienen. Hervormingsbewegingen in de kerken hebben dan ook altijd de nadruk gelegd op soberheid. De eerste, en tot nu toe enige, Nederlandse Paus, Adrianus VI, werd om zijn soberheid zelfs bekend. Jammer dat hij aan de inhoud van de leer van de kerk van zijn dagen niet net zoveel aandacht besteedde, dan had hij eerst recht een hervormer geworden en was de herdenking van zijn Pausschap enkele jaren geleden pas echt belangrijk geweest. Nu was de herdenking van zijn tijdgenoot Johannes Calvijn heel wat belangrijker. Maar die hebzuchtige dwaalleraars en valse profeten krijgen hun verdiende loon wel volgens de schrijver van deze brief. En bij het schetsen van de straffen die hen te wachten staan gaat hij zelfs te rade in de Griekse mythologie waar de Titanen werden opgesloten ver onder de Tartarus.

Neem die straffen dus niet al te letterlijk maar kijk liever uit of de leer die je hoort verkondigen wel dicht genoeg bij de bedoeling van de Bijbel blijft. Nu zal openbare schaamteloze losbandigheid in onze dagen in onze kerken wel niet meer voorkomen maar er zijn nog steeds religieuze gemeenschappen waar de leiders hun volgelingen wijs maken dat de leider gemeenschap mag hebben met alle volgelingen, soms zelfs ongeacht hun leeftijd. Vooral in de Verenigde Staten van Noord Amerika duiken verhalen over dergelijke gemeenschappen met enige regelmaat op, maar niet alleen daar. Dergelijke gemeenschappen zijn vaak ook steunpilaren van zeer conservatieve politieke bewegingen. De brief van Petrus heeft ons de profeten van Israël gegeven als ijkpunten voor de juiste leer. Daar gaat het om recht en gerechtigheid, om de Wet van heb je naaste lief als jezelf, om delen met de minsten in de wereld. Daar vindt je de roep om wat in kerken vandaag de dag Werelddiakonaat heet, Kerk in Actie ook. Daar gaat het niet om zelfverrijking maar om de wereld rijker te maken door er minder armen te laten wonen. Daar kunnen wij ook onszelf aan toetsen, gaat het om ons eigen gewin of om het welzijn van onze naasten.

Volken, beef!

Psalm 99

1 De HEER is koning-volken, beef! Hij troont op de cherubs-aarde, sidder! 2 Groot is de HEER op de Sion, verheven is hij boven alle volken. 3 Uw naam moeten zij loven, zo groot en geducht. Heilig is hij. 4 Machtige koning, die het recht bemint: u stelde rechtvaardige wetten vast. Recht en gerechtigheid in Jakob: ze zijn uw werk. 5 Breng hulde aan de HEER, onze God, en buig u neer aan zijn voeten. Heilig is hij. 6 Mozes en Aäron waren zijn priesters, ook Samuël riep zijn naam. Riepen zij tot de HEER, hij antwoordde; 7 in de wolkkolom sprak hij hen toe en zij onderhielden zijn geboden, de wet die hij hun gaf. 8 HEER, onze God, u hebt hun geantwoord. U was voor hen een God van vergeving en een God die hun misdaden strafte. 9  Breng hulde aan de HEER, onze God, en buig u neer voor zijn heilige berg. Heilig is de HEER, onze God. (NBV)

Vandaag zingen we een echt politiek lied mee. Niet een lied van goede dichters, van helden uit het verleden of van profeten, maar een lied van het volk. In andere liederen over de God van Israël gaat het vaak over de Heer uw God, daar wordt het volk aangesproken en iets verteld over de ervaringen die de dichter met de God van Israël heeft gehad. In deze psalm zingt het volk zelf. Tegen alle machthebbers in. Wie ook denkt het op aarde of een deel van de aarde voor het zeggen te hebben moet sidderen voor de God van Israël. Hier klinkt het “Heer onze God” en “Heilig is de Heer onze God”. En Heilig is hier volmaakt, lees er ook maar helend in, die hele zieke verrotte wereld met haar onderdrukking, oorlogen en geweld wordt gezond gemaakt door de God van Israël.

Waarom loopt dat volkje eigenlijk te hoop voor juist die God? Dat volk stamt toch af van slaven die aan de macht van Egypte zijn ontsnapt? Dat volkje werd toch overwonnen door wereldmachten als Assyrië, Babel en Perzië? Hun stad en hun tempel werden verwoest en bij de gratie van koning Cyrus hadden ze die weer mogen opbouwen. Wat is dan dat geroep over de God van Israël die verheven zou zijn over alle volken. Wat dan de eis dat alle volken zijn naam moeten loven, is hij werkelijk zo groot en geducht? Het antwoord wordt ook door de psalm gegeven. Het gaat om het recht en rechtvaardige wetten.

Die God van Israël heeft zijn volk richtlijnen gegeven voor een menselijke samenleving. Daar kan iedereen aan mee doen. Rijken en armen, zieken en gezonden, ouden en jongen. Zelfs de vreemdelingen zijn er welkom en ook voor hen wordt gezorgd. Dat is nog eens wat anders dan machthebbers die wetten maken die de machtigen en rijken bevoordelen, die wetten maken om herkozen te worden en meer stemmen te halen bij verkiezingen. De psalm wijst op Mozes en Aäron die de goddelijke richtlijnen aan het volk moest leren. Ze wijst op Samuël die het volk waarschuwde voor koningen zoals ook de heidenvolken hadden. Die God van Israël doorbrak de bestaande verhoudingen, bestrafte de misdaden en deed recht aan het hele volk. Daar zijn wij inmiddels ook in betrokken, het is ook aan ons te ijveren voor de richtlijnen voor menselijke samenleving. In deze dagen belangrijker dan ooit.

Blijven herinneren

2 Petrus 1:12-21

12 Daarom zal ik u hieraan blijven herinneren, hoewel u dit alles wel weet en gegrondvest bent in de waarheid die u hebt leren kennen. 13 Maar het lijkt me goed u wakker te houden door het telkens opnieuw onder uw aandacht te brengen zolang ik in deze tent verblijf. 14 Ik weet dat mijn tent binnenkort zal worden afgebroken-dat heeft onze Heer Jezus Christus mij te kennen gegeven-, 15 en ik doe er mijn uiterste best voor dat u zich dit alles ook na mijn heengaan steeds weer voor de geest zult kunnen halen. 16 Toen wij u de glorierijke komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, baseerden wij ons niet op vernuftige verzinsels-integendeel, wij hebben met eigen ogen zijn grootheid gezien. 17 Want hij ontving van God, de Vader, eer en luister, toen de stem van de majesteitelijke luister tegen hem zei: ‘Dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde.’ 18 Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met hem op de heilige berg waren. 19 Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. 20 Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, 21 want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest. (NBV)

Moet waarheid worden gelegitimeerd? Kun je de waarheid bewijzen? Is waarheid niet dat wat wij voelen dat klopt? Maken we dus eigenlijk niet zelf uit wat waarheid is? De schrijver van deze brief vindt van niet. De Waarheid komt van buiten ons en de hoogste waarheid komt van God. Dat Jezus van Nazareth is verschenen aan ons berust niet op verzinsels. Allen die geloven zullen zeggen dat ze daarvan het onomstotelijk bewijs hebben meegemaakt. Petrus zou zeggen dat ze het van God zelf hebben gehoord toen ze op de berg waren waar ook Mozes en Elia verschenen om met Jezus te praten. Dat wat we weten is dat de liefde ons kan leiden. Als een lamp op onze pad. Niet de angst, niet de angst voor een komend einde van de geschiedenis of welk onheil ons ook wordt voorgehouden. De Bijbel roept voortdurend niet bang en bevreesd te zijn. God is met ons alle dagen van ons leven. Volgens de briefschrijver is er eigenlijk een bijzondere verantwoordelijkheid voor gelovigen.

Die gelovigen komen samen in de gemeente en die gemeente moet al een afspiegeling zijn van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde waar alle tranen gedroogd zijn. Door dat te laten zien worden mensen gewezen op de God van Liefde. Iedereen kent de kerken als plaatsen van naastenliefde. Natuurlijk zijn er veel leden van kerken die gewone mensen zijn en die ook gewoon in de fout kunnen gaan. Maar samen vormen die kerkelijke gemeenschappen toch plaatsen waar veel goeds uit gaat. Er is daar zorg voor de armen te vinden. Veel vrijwilligers in maatschappelijke organisaties zijn leden van een kerk. Je komt ze tegen bij daklozenopvang, in zieken- en verpleegtehuizen, in gevangenissen en sportverenigingen voor jongeren. De huidige coronatijd legt een heel bijzondere verantwoording op kerkelijke gemeenschappen. Samen zouden ze graag de last delen van de coronamaatregelen, samen zouden ze graag zorgen dat alle leden van de gemeente ook gevaccineerd kunnen worden.

Veel kerken zijn blij hun kerkgebouwen en zalen ter beschikking te kunnen stellen van het middelbaar en voortgezet onderwijs. De Protestantse Kerken in Nederland hebben afgezien van het samenkomen op zondag. Vanuit kerken en zalen werden kerkdiensten op Kerkdienstgemist.nl of Kerkomroep.nl gezet. Iedereen kan daar naar kijken en daardoor deel nemen aan de gemeenschap van gelovigen. Soms viert men zelfs op deze manier de gezamenlijke maaltijd ter herinnering aan de dood en opstanding van Jezus van Nazareth. God heeft ons medici, gezondheidswerkers en vaccins gegeven. Als we roep van het Bijbelgedeelte van vandaag volgen dan stelt de Liefde van God ons in staat medemensen te beschermen, medemensen te laten behandelen en hopelijk genezen en medemensen immuun te maken voor corona. Elke dag opnieuw is dat de opdracht van onze God.

Uw kennis met zelfbeheersing

2 Petrus 1:1-11

1 Van Simeon Petrus, dienaar en apostel van Jezus Christus. Aan allen die dankzij de rechtvaardigheid van onze God en van onze redder Jezus Christus hetzelfde kostbare geloof hebben ontvangen als wij. 2 Genade zij u en vrede, in overvloed, door de kennis van God en van Jezus, onze Heer. 3 Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht. 4 Hiermee zijn ons kostbare, rijke beloften gedaan, opdat u zou ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de begeerte, en opdat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur. 5 Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, 6 uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, 7 uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen. 8 Als u deze eigenschappen in overvloed bezit, is uw kennis van onze Heer Jezus Christus niet nutteloos maar vruchtbaar. 9 Wie ze niet bezit is kortzichtig, ja blind, en vergeet dat hij van zijn vroegere zonden gereinigd is. 10 Span u daarom des te meer in om uw roeping en uitverkiezing waar te maken, broeders en zusters. Als u dit alles doet, komt u nooit ten val 11 en zal u onbelemmerd toegang worden verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus. (NBV)

Aan het eind van het Nieuwe Testament, net voor het bekende boek Openbaring, staat een aantal kleine briefjes die worden toegeschreven aan apostelen. Er zijn er drie van Johannes, twee van Petrus en 1 van Judas. Ze zijn zo klein dat je ze zelden in hun geheel te lezen krijgt. Vandaag beginnen we aan de brief die 2 Petrus genoemd wordt. Omdat de eerste regel zegt dat de brief van Simeon Petrus afkomstig is nam men altijd aan dat de brief kwam van de apostel Petrus die in de Evangelieverhalen voorkomt. Simeon is dan het Hebreeuwse origineel van het Griekse Petrus, beiden betekenen rots. Regels uit die briefjes worden soms nog wel eens misbruikt door predikers die hun eigen fantasieën bewezen willen zien in de Bijbel. Zij pretenderen op grond van hun vermeend geloof in Jezus van Nazareth kennis te hebben die anderen ontgaan is.

Zo gaat er een blaadje rond waarin iemand beweert dat vaccinatie tegen het coronavirus het begin is van het eind der tijden. De Bijbel zelf zegt dat wie beweert het eind der tijden te kennen liegt, niemand weet wanneer het eind der tijden daar is, zelfs de Zoon niet zegt Jezus van Nazareth. Dat blaadje is van groot gevaar overigens. Het pretendeert Christendom te prediken daar waar het alleen verwarring zaait, in het eerste boek Petrus staat dat de verwarrer rondgaat als een briesende leeuw, de schrijver van dat valse blaadje gedraagt zich als die briesende leeuw. Vaccins zijn een geschenk van God, net als de wetenschap. Juist die hoofdstuk uit dit kleine briefje benadrukt dat. We weten dat volgen van Jezus liefde schenken is. Dat is de kennis waar wij op kunnen bouwen. Met die kennis maken we geen gebruik van anderen om onze lusten te bevredigen, Dat levert ons al die eigenschappen op die in dit hoofdstuk beschreven staan.

Vaccins gebruiken we dus niet om verdeeldheid te zaaien. Niet om verschil te maken tussen jong en oud, tussen weerbaar en kwetsbaar, tussen arm en rijk. De vaccins ontvangen we in dankbaarheid en het is aan ons om ook de armsten in de wereld en de meest kwetsbaren mee te laten profiteren van het geschenk dat God ons in die vaccins heeft geschonken. Pas met die liefde wordt ook de kennis over medische behandelingen vruchtbaar. Het is daarom jammer dat de leiding van de Kerken in Nederland, het moderamen van de PKN, de Bisschoppenconferentie van de Roomse Kerk, niet krachtig stelling nemen tegen de opvattingen in het blaadje dat menigeen in verwarring kan brengen en daardoor ook in gevaar voor eigen of andermans gezondheid. De liefde van Christus geeft ons in om ons te houden aan de beschermende regels van het coronaregiem en zo veel mogelijk mensen het mogelijk te maken zich te laten vaccineren.

Ik ben uitgeput, gebroken

Psalm 38

1 Een psalm van David, een dringend gebed. 2 Wees niet vertoornd, HEER, straf mij niet, bedwing uw woede, sla mij niet. 3 Diep zijn uw pijlen in mij gedrongen, zwaar is uw hand op mij neergedaald. 4 Door uw toorn is niets aan mijn lichaam nog gaaf, door mijn zonden is niets van mijn gebeente nog heel. 5 Mijn schuld steekt hoog boven mij uit, als een zware last, te zwaar om te dragen. 6 Mijn wonden zweren en stinken vanwege mijn lichtzinnig leven. 7 Ik loop gebogen, diep gebukt, ik ga in het zwart gehuld, dag in dag uit. 8 In mijn lendenen woedt de koorts, niets aan mijn lichaam is nog gaaf, 9 ik ben uitgeput, gebroken, met bonzend hart schreeuw ik het uit. 10 Heer, al mijn verlangens zijn u bekend, mijn zuchten is u niet verborgen, 11 mijn hart gaat tekeer, mijn kracht ebt weg, mijn ogen verliezen hun glans. 12 Mijn liefste vrienden ontlopen mijn leed, wie mij na staan, houden zich ver van mij. 13 Mijn belagers lokken mij in de val, wie mijn ongeluk willen, spreken dreigende taal, dag in dag uit verspreiden ze leugens. 14 Maar ik houd mij doof en wil niet horen, ik doe als een stomme mijn mond niet open, 15 ik ben als iemand die niet kan horen, geen verweer komt uit mijn mond. 16 Want op u, HEER, hoop ik, van u komt antwoord, mijn Heer en mijn God. 17 Ik denk: Laten ze niet om mij lachen, niet triomferen nu mijn voet wankelt. 18 Want ik ben de ondergang nabij en altijd vergezelt mij de pijn. 19 Ik wil u mijn schuld belijden, door mijn zonden word ik gekweld. 20 Maar mijn vijanden leven, zij zijn sterk, zij zijn met velen en blind is hun haat. 21 Ze vergelden goed met kwaad en vallen mij aan, al zoek ik het goede. 22 Verlaat mij niet, HEER, mijn God, blijf niet ver van mij. 23 Haast u mij te helpen, Heer, u bent mijn redding. (NBV)

Wie goed doet goed ontmoet? Vergeet het maar, stank voor dank krijgen is nog wel het minste dat je vaak moet verwachten, de psalmdichter wiens psalm we vandaag meezingen zag zelfs goed met kwaad vergelden. Vandaag zingen we mee met een psalm om te herdenken, om te vieren. En dan niet een feestdag of herdenkingsdag zoals de herdenking van de Februaristaking op 25 februari is, of Allerzielen op 2 november als aan alle gestorvenen wordt gedacht. Je moet hierbij eerder denken aan de dagelijkse offers die elke morgen en elke avond in de Tempel werden gebracht ter verzoening van het volk met de God van Israël en waarbij iedereen ook persoonlijk kon meebidden. Deze psalm begint met een gebed van iemand die ernstig ziek is geworden van de manier waarop hij heeft geleefd. Een lifestyle ziekte zouden we tegenwoordig zeggen. Overmatig eten en overmatig drankgebruik was ook in de dagen van het Oude Testament bekend. Dat mensen daar aan dood konden gaan wordt op verschillende plaatsen in de Bijbel beschreven.

Te veel roken of drugs gebruik zal er niet zoveel bij geweest zijn maar een leven van rust, reinheid en regelmaat zal ook in die dagen maar al te gemakkelijk verstoord en verwaarloosd kunnen zijn. Met dat soort leven is een dagelijks herinneren of herdenken geen verkeerde zaak. Je elke dag een gezonde lifestyle voorhouden kan je leven verlengen en je in elk geval behoeden voor kwalijke ziekten als overgewicht, hoge bloeddruk en hartfalen. De dichter klaagt er over dat hij zijn geliefden zelfs niet meer ziet, zo ziek kan hij zijn. En hoewel een leven van louter goed doen ook zijn nadelen heeft, het roept gemakkelijk vijanden en bespotting op, overweegt de psalmdichter in het laatste deel dat het toch de beste manier van leven is. Het is de Weg die de God van Israël heeft gewezen als redding van een leven van lucht en leegte, een doods en dor leven dat, zo weten we vandaag de dag ook, kan leiden tot ziekte en dood.

Natuurlijk hebben mensen bewondering voor je als je afgevallen bent, maar ze proberen je gelijk ook weer te verleiden iets tussendoor te snoepen waardoor al je afvallen teniet wordt gedaan. Natuurlijk is het goed als je je matigt in je alcoholgebruik en helemaal niet meer drinkt als je moet rijden, maar aan het eind van elke dag staat er even zo vaak weer een glas drank klaar om iets ergens over te vieren. Wees dan maar eens asociaal en doe niet mee. De Bijbel houdt ons een keuze voor, er is dood en er is leven, kies dan het leven. Dat is de redding van de God van Israël, laat die alleen de baas zijn en steun ook anderen die deze steun nodig hebben. Verzet je gerust tegen het overmatig alcoholgebruik in je bedrijf of organisatie. Vraag gerust om gezond eten in de bedrijfskantine en mogelijkheden je regelmatig te bewegen. Want wie het goed doet, gaat het ook goed, doe het dus samen, ook vandaag weer.