Natuurlijk niet.

Galaten 2:15-21

15 Hoewel wij Joden van geboorte zijn en geen zondaars uit andere volken, 16 weten we dat niemand als rechtvaardige wordt aangenomen door de wet na te leven, maar door het geloof in Jezus Christus. Ook wij zijn tot geloof in Christus Jezus gekomen om daardoor, en niet door de wet, rechtvaardig te worden, want niemand wordt rechtvaardig door de wet na te leven. 17 En in ons streven om door Christus rechtvaardig te worden, blijkt dat wijzelf ook zondaars zijn. Betekent dit dat Christus dus in dienst staat van de zonde? Natuurlijk niet. 18 Maar wanneer ik weer aanneem wat ik had verworpen, maak ik van mezelf opnieuw een overtreder. 19 Want ik ben gestorven door de wet en leef niet langer voor de wet, maar voor God. Met Christus ben ik gekruisigd: 20 ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven. 21 Ik verwerp Gods genade niet; als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden, zou Christus voor niets gestorven zijn. (NBV)

Het is mooie beeldspraak die Paulus gebruikt, ik ben gestorven maar Christus leeft in mij. Elders zegt hij dat hij elke dag wel duizend keer sterft om ook duizend keer met Christus op te staan. Die beeldspraak is niet onbelangrijk. Voortdurend dien je er kennelijk op uit te zijn je naaste lief te hebben als jezelf. Dat is niet gemakkelijk want uiteindelijk hoor je ook jezelf lief te hebben. Jezus van Nazareth is daarbij de grote voorganger. Hij hield die liefde vol door de dood heen. In zijn geest, de geest van God, moet je dus alles doen. Dat moeten is overigens geen opgelegde dwang, maar als je eenmaal die liefde hebt leren kennen dan kun je niet anders. Dat hier het moeten geen dwang is probeert Paulus ons ook duidelijk te maken. Het gaat hier niet om regeltjes uit een wetboek waarin staat wat je allemaal niet mag en wel moet.

Dat soort wetten doen voor Christenen niet ter zake. En nu niet denken dat de oude Joodse Wet was afgeschaft en vervangen was door een nieuwe Christelijke Wet, die wet bestaat niet. Er bestaat maar één wet, de Wet van de Woestijn, de leer van Mozes, de Goddelijke richtlijnen voor een menselijke samenleving. Dat geldt voor Joden en Heidenen en met die richtlijnen kunnen ze samen Christen zijn. Die Wet is dat God liefhebben boven alles, je naaste liefhebben als jezelf is. Daar komt alles vandaan en daar gaat alles op terug. Dat je dus als Christen veel dingen niet zou mogen is onzin. Mensen die je dat willen wijsmaken willen macht over je uitoefenen. Wie voor jou uitmaakt wat goed en wat slecht is heeft macht over je. En dat is in strijd met wat de Bijbel zegt over macht. Daarin is er slechts één Heer en dat is God, er is één die bepaald wat je wel en niet wilt doen en dat is de geest van Jezus van Nazareth.

Er is één maatstaf om uit te maken wat wel of niet goed is en dat is het effect dat het heeft op de armen, de zieken, de gehandicapten, de mensen die geen plek hebben in de samenleving. Rechtvaardig betekent in de Bijbel de mensen recht doen, de mensen die krom moeten liggen, om een deel van leven te hebben, mogen opstaan en weer recht door het leven gaan. Jezus van Nazareth ging ons daarbij voor door de dood heen. Dat we daarin mee mogen doen heet in de woorden van Paulus genade. Geen straf voor al die keren dat we eerder aan onszelf dachten dan aan onze naaste, maar de mogelijkheid duizend keer op een dag opnieuw te mogen beginnen. Zo zwak en eenzaam als we zijn hebben we kennelijk een God aan onze zijde die ons telkens weer laat werken aan zijn Koninkrijk, die wereld waar geen tranen meer zijn, waar alle mensen een plaats hebben. Als je dat tot je door laat dringen wil je geen moment meer wachten er mee aan de slag te gaan.

Onze enige verplichting

Galaten 2:1-14

1 Na verloop van veertien jaar ging ik opnieuw naar Jeruzalem, samen met Barnabas en Titus. 2 Dat was mij in een openbaring opgedragen. In besloten kring legde ik de belangrijkste broeders het evangelie voor dat ik aan de heidenen verkondig, want ik wilde me ervan overtuigen dat mijn inspanningen, toen en nu, niet voor niets waren. 3 Maar zelfs Titus, die mij vergezelde, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij toch een Griek is. 4 Dat wilden alleen een paar schijnbroeders, die als spionnen waren binnengedrongen om erachter te komen hoe wij onze vrijheid, die we in Christus Jezus hebben, gebruikten. Ze wilden slaven van ons maken. 5 Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het evangelie moest in uw belang behouden blijven. 6 De belangrijkste broeders-hun positie interesseert me trouwens niet, God slaat geen acht op het aanzien van een mens-hebben mij tot niets verplicht. 7 Integendeel, toen ze inzagen dat mij de verkondiging onder de heidenen was toevertrouwd, zoals aan Petrus de verkondiging onder de besnedenen 8 want zoals God Petrus kracht had gegeven voor zijn werk onder de Joden, zo had hij mij kracht gegeven voor mijn werk onder de onbesnedenen-, 9 en ze dus de genade onderkenden die mij geschonken was, toen reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die als steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen gaan, zij naar de besnedenen. 10 Onze enige verplichting was dat we de armen ondersteunden, en dat is ook precies waarvoor ik mij heb ingezet. 11 Maar toen Kefas in Antiochië was, heb ik me openlijk tegen hem verzet, want zijn gedrag was verwerpelijk. 12 Hij at altijd met de heidenen, maar toen er afgezanten van Jakobus kwamen, trok hij zich terug en at hij apart, uit angst voor de voorstanders van de besnijdenis. 13 De andere Joden deden met hem mee, en zelfs Barnabas liet zich meeslepen door hun huichelarij. 14 Toen ik zag dat ze niet de rechte weg naar het ware evangelie bewandelden, zei ik tegen Kefas, in aanwezigheid van iedereen: ‘Jij bent een Jood, maar je leeft als een heiden en houdt je niet aan de Joodse gebruiken; hoe kun je dan opeens heidenen dwingen als Joden te leven?’ (NBV)

De brief aan de Galaten moet ergens geschreven zijn tussen het jaar 45 en 50. Aan het begin van onze jaartelling dus en de brief wordt door sommigen beschouwd als de oudst bekende brief van Paulus. In het begin van hoofdstuk 2 valt Paulus met de deur in huis als het over het conflict binnen de beweging van de Weg gaat. Hij heeft het over een besnijdenis en over schijnbroeders die als spionnen waren binnengedrongen in de gemeenten van de Galaten. Een bezoek van Paulus en Barnabas met hun gezelschap aan de gemeente in Jeruzalem lost intern het conflict kennelijk op. Met een handdruk wordt de zaak bezegeld. Wie het verhaal over dat bezoek en de overeenkomst nog eens wil doorlezen moet naast de passage van vandaag het boek Handelingen openslaan, in het vijftiende hoofdstuk vindt U de geschiedenis terug.

Maar dat het conflict zich ook tot het hart van Turkije had uitgebreid en Paulus zelfs genoopt had tot het schrijven van een brief maakt het conflict ook voor ons belangrijk. De datering van de brief is daarbij niet onbelangrijk. In het jaar 70, niet zo lang na het schrijven van de brief dus, werd de Tempel in Jeruzalem verwoest na een bittere oorlog tussen opstandige Joden en Romeinen. De Joden werden uit Israel verdreven en het duurde eigenlijk tot 1948 voor er weer een Joodse Staat zou ontstaan. Die opstand heeft dus diepe sporen in de geschiedenis getrokken. De onrust en de groeiende bereidheid tot gewapend verzet was ook al in de dagen van Jezus van Nazareth aanwezig. Jezus zelf wees deze weg van bevrijding voor zijn volk van de hand. Maar het nationalisme bleef broeien. Ook in de nieuwe beweging van de Weg. Want, zeiden sommigen, als die Heidenen het hart van de wet van Israel wilden volgen, hun naasten liefhebben als zichzelf, dan konden ze toch net zo goed Jood worden.

Je kunt je voorstellen wat dat had betekent. De Islam probeert geen Nederlanders te werven maar elke vorm van discussie, elke vorm van recht in de leer binnen de Moskee roept in onze samenleving al geschreeuw en gekerm op. Hoeveel te meer een beweging van mensen die van Heidenen Joden wilde maken en dan ook nog de slaven als gelijken ging beschouwen? Jood werd je door besnijdenis, Christen door samen te gaan leven met de mensen om je heen en het leven gewicht te geven. In Jeruzalem werden ze het eens, Joden bleven Joden en Heidenen bleven Heidenen samen konden ze Christen worden. Het enige dat nog te doen stond was zorgen voor de armen. Ook de gemeenten in Turkije, Galatië in die tijd genoemd, konden gerust zijn, voor hen veranderde er niets, gevaarlijke politieke avonturen hoefden niet, Christen zijn was al gevaarlijk en avontuurlijk genoeg. Dat is het dan ook vandaag de dag voor mensen die genuanceerd met hun Islamitische buren willen samen leven.

De man die ons vroeger vervolgde

Galaten 1:13-24

13 U hebt gehoord hoe ik vroeger volgens de Joodse godsdienst leefde, dat ik de gemeente van God fanatiek vervolgde en haar probeerde uit te roeien. 14 Ik leefde de Joodse wetten heel wat strikter na dan velen van mijn generatie en zette mij vol overgave in voor de tradities van ons voorgeslacht. 15 Maar toen besloot God, die mij al voor mijn geboorte had uitgekozen en die mij door zijn genade heeft geroepen, 16 zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik hem aan de heidenen zou verkondigen. Ik heb toen geen mens om raad gevraagd 17 en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. Ik ben onmiddellijk naar Arabia gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus. 18 Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om Kefas te ontmoeten, en bij hem bleef ik twee weken. 19 Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer. 20 God is mijn getuige dat ik u de waarheid schrijf. 21 Daarna ging ik naar het kustgebied van Syrië en van Cilicië. 22 De christengemeenten in Judea hadden mij nog nooit ontmoet, 23  maar iedereen had over mij horen vertellen: ‘De man die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij toen probeerde uit te roeien.’ 24 En zij prezen God om mij. (NBV)

Paulus maakt een aanloop naar de bespreking van het conflict dat is ontstaan in de jonge beweging van de Weg van Jezus van Nazareth door nog eens uitvoerig te vertellen wie hij is, waar hij vandaan komt en hoe het komt dat hij nu als Apostel de wereld rondtrekt en gemeenten sticht. Voor de oplossing van dat conflict is dat niet verkeerd. De gemeenten in Galatië, waar de brief aan gericht is, bestonden voornamelijk uit Heidenen. Paulus maakt in dit onderdeel duidelijk dat er een verschil is tussen Joden en Heidenen. Jood ben je door je afkomst, je geboorte, je hoort bij het volk van Israel of je hoort tot de Heidenen. Als je bij het volk van Israel hoort dan zijn er veel wetten waar je je strikt aan moet houden. Vooral de voedselwetten, wat je wel en niet mag eten, waren zeer belangrijk. Paulus heeft in Jeruzalem gestudeerd voor Joods Leraar en was één van die fanatieke studenten de we ook tegenwoordig in elke godsdienst tegenkomen. Hij vervolgde de aanhangers van de Weg dan ook te vuur en te zwaard.

Tot hij ze ook buiten Jeruzalem wilde vervolgen en toen het licht zag. Dat betekende dat hij zijn overtuiging opnieuw moest doorleven maar ver buiten Jeruzalem, tussen de heidenen. Daar had hij het ontdekt. Het hart van de Wet van het volk van Israel, heb Uw naaste lief als Uzelf, kun je ook aan de Heidenen verkondigen. Jezus van Nazareth had immers die Wet door de dood heen volgehouden en, aangezien alle mensen moeten sterven, kunnen ook alle mensen voor het leven kiezen. Samen Delen, de armen bevrijding aanzeggen en onbaatzuchtige liefde tonen zonder te letten op de gevolgen voor jezelf kunnen Joden en Heidenen samen. Dat is een heel nieuwe weg die Jezus van Nazareth heeft gewezen. Hij was gezalfd als Koning van de Wereld. Zijn wet was daarmee de enige wet die nog waarde heeft.

In het Grieks is gezalfde: “Christos”en zo waren ze gaan heten, de Christenen, de zalfjes. Mensen die het geweld meden, die niet meer in tempels aan allerlei goden offerden, maar mannen en vrouwen, Joden en Grieken, armen en rijken, vrijen en slaven die samen kwamen om samen te eten. De rijken namen het mee en ze deelden het samen. Dwars tegen alle gewoonten van de wereld in. Paulus reisde rond en stichtte overal groepen van mensen die zich aan die regels hielden. Zo ontstond niet alleen een beweging maar een begin van een heel nieuwe samenleving. Belangrijk in deze aanloop is dat de mensen van de Weg die er vanouds bij hoorden, die net als Jezus uit het Joodse volk stamden, blij waren met deze ontwikkeling en het werk van Paulus toejuichten. Zouden we nu met Joden, Islamieten en Christenen ook niet zo samen moeten zien te leven?

Er is geen ander evangelie

Galaten 1:1-12

1 Van Paulus, een apostel die niet is aangesteld of gezonden door mensen, maar door Jezus Christus en God, de Vader, die Christus uit de dood heeft opgewekt. 2 Aan de gemeenten in Galatië, ook namens alle broeders en zusters die bij mij zijn. 3 Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van onze Heer Jezus Christus, 4 die zichzelf gegeven heeft voor onze zonden om ons te bevrijden uit deze door het kwaad beheerste wereld. Dat is de wil van onze God en Vader. 5 Hem komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen. 6 Het verbaast me dat u zich zo snel hebt afgewend van hem die u door de genade van Christus heeft geroepen en dat u zich tot een ander evangelie hebt gekeerd. 7 Er is geen ander evangelie, er zijn alleen maar mensen die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. 8 Wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat ik u verkondigd heb, al was ik het zelf of een engel uit de hemel-vervloekt is hij! 9  Ik heb het al eerder gezegd en zeg het nu opnieuw: wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat u hebt ontvangen-vervloekt is hij! 10 Probeer ik nu mensen te overtuigen of God? Probeer ik soms mensen te behagen? Als ik dat nog altijd zou doen, zou ik geen dienaar van Christus zijn. 11  Ik verzeker u, broeders en zusters, dat het evangelie dat ik u verkondigd heb niet door mensen is bedacht 12 ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd-maar dat Jezus Christus mij is geopenbaard. (NBV)

Mooi mannetje was dat die Paulus. De zendelingen die we in de vier Evangeliën tegen komen werden volgens de verhalen uit de Evangeliën geroepen door Jezus van Nazareth. Toen die opgenomen was in de hemel hadden ze bij elkaar gezeten en het lot geworpen om een opvolger voor Judas Iskariot te kiezen nadat die Judas zelfmoord had gepleegd. Ze waren vervolgd, verspreid geraakt, maar hun beweging was gegroeid. Iedereen kende die zendelingen, in het Grieks “Apostelen” genoemd. Tot op een dag die Paulus zich aanmeldde en riep dat hij ook een zendeling was. En dat schrijft hij nu ook aan de mensen in Turkije, rond Ankara. In de Romeinse tijd heette dat Galatië. Paulus had een groot deel van het Romeinse Rijk doorgereisd, zeker door Turkije en Griekenland, voor hij zich in Rome vestigde waar hij overigens een gevangene was. Als je dat verhaal van Paulus zo leest kan iedereen zich wel een Apostel noemen. Want hebben we niet allemaal de taak om door het houden van onze naaste als onszelf dat verhaal van Jezus van Nazareth uit te dragen?

Paulus begint daar ook mee, die genade is toch dat je er elk moment weer opnieuw mee kunt, en mag, beginnen. De vrede is dat wat je wil brengen in een wereld verscheurd door geweld. En je wil dat Jezus van Nazareth, de gezalfde en bevrijder, de enige Koning die we boven ons erkennen, de Christus dus op z’n Grieks gezegd, inspireert ons om zo te handelen. Die Jezus van Nazareth bevrijdde iedereen van de dood, van het kwaad in deze wereld, door de onvoorwaardelijke en onzelfzuchtige liefde, zoals God die had gewild, door de dood heen te dragen. Deze eerste verzen uit de brief aan de Galaten hoor je nog wel eens als groet in een Protestantse Kerkdienst. Om maar te weten wat je eigenlijk in de kerk komt doen, leren hoe je je naaste lief moet hebben. De brief die Paulus in de mensen in Turkije schreef moest worden geschreven omdat er in de jonge beweging van de mensen van de Weg een conflict was uitgebroken. Ondanks de vervolging waaraan de nog jonge beweging was blootgesteld was de beweging toch een succes. Als we alle geleerden mogen geloven is de brief aan de Galaten geschreven zo’n 25 jaar na de Kruisiging van Jezus van Nazareth. Dat conflict kwam dus al snel.

Het conflict werd opgelost op een vergadering van de Apostelen in Jeruzalem waar ook Paulus aan had deelgenomen. Het ging Paulus er dus om de nieuwe gemeenten, die mede door hem waren gesticht, bij de les te houden en hen de lijn te laten blijven volgen die door de Apostelen was uitgestippeld. Dat er dus heel veel soorten christelijke kerken zijn hoeft niemand te verbazen. Vanaf het begin was er discussie en stof tot conflict. Dat is ook niet te verwonderen. De boodschap dat de armen bevrijding moet worden aangezegd wekt weerstand. Stel je voor dat ook in onze samenleving de werknemers naar de werkgevers kunnen stappen en de zelfverrijkers in de raden van bestuur en raden van commissarissen zouden kunnen ontslaan. Dat ontslaan moet toch gemakkelijker kunnen vinden werkgevers en zonder ontslagvergoedingen. Iedereen snapt dat ze niet bedoelen dat de Raden van Bestuur onder toezicht van de werknemers komen te staan, dat het ontslag verleend kan worden door werknemers die zich door het verkeerde beleid van het management in hun bestaan bedreigd voelen. Ook Paulus leert ons dat we de armen bevrijding moeten verkondigen. Samen Delen dus moeten stellen boven Samen Leven. Paulus roept ons op het bij het Evangelie van Jezus van Nazareth te houden. De Apostelen werden er op uitgestuurd om de armen de bevrijding te verkondigen, wij worden dat dus ook.

Als azijn voor de tanden

Spreuken 10:18-32

18 Wie heimelijk haat is een huichelaar, wie openlijk lastert een dwaas. 19 Een veelprater begaat al snel een misstap, wie zijn tong in toom houdt is verstandig. 20 De uitspraken van een rechtvaardige zijn als zuiver zilver, de gedachten van een goddeloze zijn niets waard. 21 De woorden van een rechtvaardige zijn voedsel voor velen, dwazen sterven door gebrek aan verstand. 22 Alleen de zegen van de HEER maakt rijk, zwoegen voegt daar niets aan toe. 23 Zoals een dwaas vermaak schept in zijn slechte daden, zo geniet een wijze van zijn inzicht. 24 Wat een goddeloze vreest, overkomt hem, een rechtvaardige ontvangt wat hij verlangt. 25 Als de storm is uitgewoed, zijn de goddelozen weggevaagd, wie rechtvaardig zijn, staan voor altijd overeind. 26 Als azijn voor de tanden, als rook voor de ogen, zo is een luiaard voor zijn meester. 27 Wie ontzag heeft voor de HEER leeft vele jaren langer, het leven van een goddeloze wordt bekort. 28  Een rechtvaardige heeft vreugde te verwachten, een goddeloze hoeft op niets te hopen. 29 Voor wie onberispelijk zijn weg gaat, is de HEER een vesting, wie onrecht doet, vernietigt hij. 30 Wie rechtvaardig is, zal nooit wankelen, de goddelozen worden van de aarde weggevaagd. 31 Een rechtvaardige spreekt wijze woorden, de tong van leugenaars wordt uitgerukt. 32 Wie rechtvaardig is, kiest het juiste woord, een goddeloze neemt slechts leugens in de mond. (NBV)

Het is altijd weer een plezier te merken hoe concreet en helder het boek Spreuken de zaken onder woorden weet te brengen. Een groot aantal spreekwoorden uit het Spreukenboek zijn daarom in het normale spraakgebruik terechtgekomen. Die vinden we zo normaal dat we zelfs niet meer merken dat ze uit het boek Spreuken en dus uit de Bijbel afkomstig zijn. Als azijn voor de tanden, als rook voor de ogen is de luiaard voor zijn meester. Het irriteert aan alle kanten en als je het een paar keer herhaalt voel je het prikken aan je ogen en branden aan je tanden. Was al onze communicatie altijd maar zo helder en wisten we altijd de ander die ons ergert zo duidelijk te maken wat het gedrag is dat ons irriteert. Maar helaas, meestal staan we met de mond vol zere tanden zonder dat ons woorden te binnen schieten die de ander niet aanvallen en pijnigen maar alleen maar zeggen wat ons zelf dwars zit.

In het stukje dat we vandaag lezen gaat het met name over het belang van de rechtvaardige. Dat is iemand die de richtlijnen van de God van Israël volgt. En die richtlijnen laten zich samenvatten als “heb God lief boven alles” en doe dat door je naaste lief te hebben als je zelf. In de Bijbel treed de rechtvaardige op als het gaat om de zorg voor de armen, om de weduwe en de wees. Van Koningen wordt daarom met name gevraagd rechtvaardig te zijn. Rechtvaardig is in de Bijbel niet gewoon recht spreken maar vooral mensen tot hun recht laten komen en dat is voor de armsten nu eenmaal het moeilijkst, ze hebben immers niets om te laten zien. Zoals in het boek Spreuken vaker gebruikelijk is wordt de Rechtvaardige hier afgezet tegen de dwaas. Die dwaas is lui, dom, kijkt niet naar de toekomst, houdt geen rekening met anderen dan met zichzelf, liegt en bedriegt is met andere woorden goddeloos. Goddeloos in de betekenis dat de God van Israël geen invloed heeft op zijn handelen.

De rechtvaardige daarentegen spreekt wijze woorden, wankelt niet, kiest altijd het juiste woord om maar een paar goede eigenschappen te noemen die nog mooier lijken doordat de Spreukendichter ze af laat steken tegen het donkere van de dwaas. De rechtvaardige is in het geloof van Israël een heel belangrijke figuur. Zo wordt er wel gezegd dat zolang er nog één rechtvaardige op aarde is de aarde niet zal vergaan. De rechtvaardige zal altijd opkomen voor hen die onschuldig bedreigd worden. In de huidige staat Israël is zelfs een onderscheiding in het leven geroepen voor de rechtvaardigen onder de volken, niet Joden, die in de Tweede Wereldoorlog hun leven in de waagschaal stelden door Joden te helpen, bij onderduik, bescherming en bevrijding. Wij kunnen de voorbeelden van de rechtvaardigen volgen door ook in onze dagen de onschuldig bedreigden in bescherming te nemen, de mensen die zonder een misdrijf te begaan in de gevangenis komen, alleen vanwege hun herkomst. Willen we dat dan moeten we tegen onze eigen staat opstaan, gelukkig kunnen we ons bij velen aansluiten en mogen we er elke dag opnieuw mee beginnen, ook vandaag. (NBV)

Een wijze zoon

Spreuken 10:1-17

1 Hier volgen spreuken van Salomo. Een wijze zoon geeft zijn vader veel vreugde, een dwaze zoon bezorgt zijn moeder verdriet. 2 Oneerlijk verkregen rijkdom baat je niet, rechtvaardigheid redt van de dood. 3 De HEER laat een rechtvaardige geen honger lijden, hij geeft niet toe aan de begeerte van een goddeloze. 4   Luie handen maken arm, ijverige handen brengen rijkdom. 5 Een zoon die in de zomer oogst, is verstandig, slaapt hij in de oogsttijd, dan maakt hij zijn ouders te schande. 6 Een rechtvaardige wordt rijk gezegend, de woorden van een goddeloze verhullen geweld. 7 De herinnering aan een rechtvaardige strekt tot zegen, de naam van goddelozen vergaat. 8 Een wijze doet wat hem geboden wordt, een bedrieger komt ten val. 9 Wie onberispelijk leeft, gaat een veilige weg, wie op kronkelpaden gaat, wordt ontmaskerd. 10 Wie heimelijk zijn oog dichtknijpt, veroorzaakt ellende, zo’n bedrieger komt ook zelf ten val. 11   De uitspraken van een rechtvaardige zijn een bron van leven, de woorden van een goddeloze verhullen geweld. 12   Haat brengt ruzie voort, liefde dekt alle fouten toe. 13 Een verstandig mens spreekt wijze woorden, een dwaas verdient de stok.14 Een wijze loopt niet met zijn kennis te koop, het gebazel van een dwaas leidt tot een ramp. 15 Het bezit van een rijkaard is zijn vesting, de armoede van een arme een ruïne. 16 Het loon van een rechtvaardige is een gelukkig leven, goddeloosheid leidt alleen tot zonde. 17 Wie zich laat terechtwijzen, is op weg naar een gelukkig leven, wie zich niet berispen laat, bevindt zich op een dwaalspoor.(NBV)

Vandaag een nieuw begin. In de eerste 9 hoofdstukken staan al de spreuken van Salomo maar vanaf hoofdstuk 10 komt er kennelijk een volgende verzameling spreuken. Een heleboel van de teksten uit het boek Spreuken zijn in onze taal terechtgekomen als spreekwoorden. Beelden van situaties waarin mensen verzeild kunnen raken en die daar een rake typering van geven. Losse Bijbelteksten gebruiken als spreekwoorden is dan ook zeer af te raden. In ons spreken over de Bijbel moet de hele Bijbel steeds meeklinken en vooral het hart van de Bijbel dat zegt dat we onze naaste lief moeten hebben als onszelf. Want wie echt goed in dit hoofdstuk heeft gelezen heeft ook gezien dat een oppervlakkige uitleg van onze tekst in strijd zou komen met de spreuk uit vers 10 die zegt dat wie heimelijk zijn oog dichtknijpt ellende veroorzaakt.

Juist het boek Spreuken heeft het misverstand opgeroepen dat elke tekst in de Bijbel eigenlijk een spreekwoord is. Maar dat is dus niet zo. Zelfs het boek Spreuken vertelt een verhaal, een verhaal over hoe mensen met elkaar omgaan en hoe de God van Israël zou willen zien dat mensen met elkaar om gaan. Het hele boek Spreuken gaat over wijsheid en dwaasheid. Wat is wijs en wat is dwaas? Het antwoord op die vraag gaat niet over logica, wijs is niet wat logisch is om te doen en dwaas en niet wat onlogisch is. Wijs is doen wat God vraagt en dwaas is doen wat de mensen vragen. Het gedeelte dat we vandaag lezen lijkt daarom zo voor de hand te liggen. Natuurlijk willen ouders een kind dat zich fatsoenlijk gedraagt. Is dat zo?

Veel ouders jutten hun kinderen op carrière te maken en zo veel mogelijk geld te verdienen. Er is niets tegen om ijverig te zijn, om zorgzaam te zijn voor de taak die je gegeven is, maar de rechtvaardige heeft oog voor de noden van de mensen, de rechtvaardige laat mensen tot hun recht komen, de rechtvaardige beseft dat alles wat hem toevalt van God afkomstig is. Waarom zouden mensen de naam van de rechtvaardige zich herinneren? Omdat die rechtvaardige ineens mensen tot hun recht heeft laten komen in plaats van ze te gebruiken voor eigen gewin of de bevrediging van eigen genotzucht. Bij alles wat we doen mogen we ons ook het verhaal van Spreuken herinneren. Zijn we wijs of zijn we dwaas? Het antwoord op die vraag mogen we zelf geven. En bedenk goed dat wie zich laat terechtijzen op weg is naar een gelukkig leven.

 

Heel de dag roep ik tot u

Psalm 86

1 Een gebed van David. Hoor mij, HEER, en antwoord mij, ik ben verzwakt en arm. 2 Behoed mij, want ik ben u toegewijd, red uw dienaar die op u vertrouwt, u bent mijn God. 3 Wees mij genadig, Heer, heel de dag roep ik tot u, 4 verblijd het hart van uw dienaar, naar u verlang ik, Heer. 5 U, Heer, bent goed en tot vergeving bereid, uw trouw is groot voor ieder die u aanroept. 6 Hoor mijn gebed, HEER, luister naar mijn smeken. 7 In dit uur van mijn nood roep ik u aan, want u geeft mij antwoord. 8 Geen god is u gelijk, Heer, uw daden zijn zonder weerga. 9 Alle volken, door u gemaakt, komen en buigen zich, Heer, voor u en prijzen uw naam. 10 U bent groot, u doet wonderen, u alleen bent God. 11 Wijs mij uw weg, HEER, laat mij wandelen op het pad van uw waarheid, vervul mijn hart met ontzag voor uw naam. 12  U, Heer, mijn God, zal ik loven met heel mijn hart, uw naam voor eeuwig prijzen. 13 Want u toont mij uw grote trouw, u verlost mij uit de diepte van het dodenrijk. 14 God, een opstandige bende komt op mij af, met geweld bedreigen zij mijn leven, zij houden u niet voor ogen. 15 U, Heer, bent een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig. 16 Keer u tot mij en wees mij genadig, schenk kracht aan uw dienaar, red het kind van uw dienares. 17 Geef mij een teken van uw goedheid, dan zullen mijn haters verbleken en zien dat u, HEER, mij bijstaat en troost. (NBV)

Als de Ramadan begint dan zingt de Kerk in verbondenheid met de Islam graag deze Psalm. Een paar jaar geleden kwam het zelfs voor dat het begin van de Ramadan en het Joods Nieuwjaar samenvielen. In beide tradities speelt verootmoediging een rol bij deze feesten. En verootmoediging is nu typisch zo’n religieuze term waarvan we de betekenis zijn vergeten, bedekt als ze is door een heleboel lege religieuze termen. De Psalm die we vandaag met de feestenden meezingen helpt ons misschien er iets van te begrijpen. David bidt tot God om hem te behoeden, want hij is aan God toegewijd. Horen bij de God van Liefde en Recht is kennelijk een gevaarlijke zaak. Dan moet je gered worden want je wordt bedreigt door vijanden. Joden en Islamieten kunnen daarover meepraten. In beide tradities kennen ze zowel de kant van het feest als van de verootmoediging zoals David die voorzingt. Want ook de Ramadan is een feest.

Christenen uit de Westerse welvaartsmaatschappij zien natuurlijk op tegen een hele dag niet eten en niet drinken. In sommige culturen wordt zelfs het speeksel niet doorgeslikt tijdens de Ramadan. Maar als de zon onder is en de eerste sterren zichtbaar zijn begint het feest. In de Joodse traditie begint dan de nieuwe dag en op vrijdagavond wordt op dat uur de Sabbat begroet. Wij zijn in onze cultuur bijna vergeten de tijd op die manier te markeren. Wij hebben door de elektriciteit de nacht in dag veranderd en de ochtend en de avond hebben nauwelijks een bijzondere betekenis meer. In Jodendom en Islam is dat nog anders. Daar klinkt nog de roep om de hele dag met de Heer van alles bezig te zijn. Toen de Tempel er nog was moest daar in de ochtend en in de avond een offer gebracht worden, je begint de dag niet zonder aan een ander te denken. In de Psalm is er geen andere Heer dan God. Niemand anders die macht uitoefent over de mensen. Alle volken schaffen hun pretenties af en buigen zich voor de Liefde en prijzen de God die Liefde is.

En dat afschaffen van pretenties, dat is verootmoediging. Daarom loopt de Ramadan uit op het Suikerfeest, aan het eind van de maand waarin men bezig is met het woord van God breekt het zoet aan. Dezelfde overtuiging klinkt in het Jodendom als de Vreugde der Wet aanbreekt en in het Christendom als hongeren en dorsten naar gerechtigheid voorop staat. Het Koninkrijk van Recht en Vrede, de Geest van Liefde en Delen komt onontkoombaar voor de hele bewoonde wereld. Armen en vreemdelingen zijn verdwenen alleen broeders en zusters blijven over. Zou er in ons land nog een tijd komen dat we niet meer bang gemaakt worden voor elkaar? Wie goed naar de bang makende politici weet te luisteren hoort dat zij eigenlijk de rijken beschermen en de machthebbers die uitbuiten en zichzelf verrijken. Juist als wij een teken van goedheid willen zijn dan zullen zij, de haters, verbleken. Dat is pas echt iets om over te zingen, ook bij het begin van de Ramadan of het Joodse Nieuwjaar.

Verheug u, heidenen

Romeinen 15:1-13

1 Wij, de sterken, moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid helpen en niet ons eigen belang dienen. 2  Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is. 3  Ook Christus zocht niet zijn eigen belang; integendeel, er staat geschreven: ‘De smaad van wie u smaadt, is op mij neergekomen.’ 4  Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. 5 Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt. 6  Dan zult u eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus. 7 Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard. 8  Ik bedoel dit: Christus is een dienaar van de Joden geworden om hun te tonen dat God trouw is en om de beloften aan de aartsvaders te vervullen, 9  maar hij is ook gekomen om de heidenen in staat te stellen God te loven om zijn barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik u prijzen onder de heidenen, psalmzingen ter ere van uw naam.’ 10  En verder staat er: ‘Verheug u, heidenen, samen met zijn volk.’  11  En er staat ook: ‘Loof de Heer, alle heidenen; prijs hem, alle volken.’ 12  En verder zegt Jesaja: ‘Isaï zal een telg voortbrengen: hij die komt om over de heidenen te heersen; op hem zullen zij hun hoop vestigen.’ 13 Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest. (NBV)

Vandaag een Bijbelgedeelte dat in ingewikkelde zinnen is gevat en uitloopt op een aantal citaten uit de Hebreeuwse Bijbel. Maar een Bijbelgedeelte niet zonder betekenis en daarom de moeite waard om door de woordenbrij heen te bijten om je eigen te maken wat er eigenlijk staat. We moeten even terug in de tekst en de geschiedenis. Herinner je het verhaal over de Joden en Joodse Christenen die door de Keizer uit Rome waren verdreven. Paulus schreef aan de gemeente in Rome toen ze net weer terug mochten keren. De bevolking keek ze met de nek aan en in de Christelijke gemeenten waren ze niet meer de eersten maar een minderheid die nieuw kwam kijken. Die Joodse Christenen zijn dus de zwakken en de Heidenen met hun sterke positie worden opgeroepen hen te helpen. En dan gebruikt Paulus een argument dat toch wel slim gevonden is. Al die Heidense Christenen, niet Joods dus, worden opgeroepen te doen als Jezus van Nazareth, de Messias, Christus in het Grieks.

Die Christus was immers gekomen als Jood en had zijn boodschap gebracht aan het Joodse volk. Nu, samen met de Joodse Christenen kun je op zoek gaan naar wat er in de Joodse Bijbel staat en wat je daar nodig hebt zegt Paulus. Dat geldt ook voor ons. Ook wij hebben het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel nodig om te snappen wat eigenlijk de boodschap van Jezus van Nazareth voor ons geweest is. En in dat samen zoeken naar antwoorden kan ook de bron van eenheid tussen Christenen gevonden worden. Een eenheid die we nog steeds missen. Al zijn hervormden, gereformeerden en lutheranen samen in één kerk verenigd, er zijn er in de Raad van Kerken in Nederland nog een aantal die niet meegegaan zijn en buiten de Raad van Kerken zijn er nog tal van sekten en groepen die zich ook kerk noemen maar met de Kerken in Nederland nauwelijks of geen contact hebben, zij streven de eenheid waar Paulus het over heeft in elk geval niet na. Zelfs niet na 70 jaar de Wereldraad van Kerken.

Paulus citeert een hele rij van teksten uit het Oude Testament waar de gemeente in Rome wat aan zou kunnen hebben. Hij begint met een citaat uit Psalm 18 waarin staat dat juist de Joden onder de Heidenen God moeten belijden zodat ook de Heidenen mee gaan doen. Dat stond ook al in de leer van Mozes, Paulus haalt hier een vers aan uit Deuteronomium 32. Dat de Heidenen de God van Israël moeten prijzen haalt hij uit Psalm 117. En de wortel van Jesse waarover Jesaja sprak, Jesse is Isaï de vader van David, was in de vroege Christelijke gemeente Jezus van Nazareth zelf, geboren uit de familie van David. Dat prijzen van God is in het Oude Testament opkomen voor de armen en zwakken, recht verschaffen aan de rechtelozen en dat stond eigenlijk ook al aan het begin van het gedeelte van vandaag. Dat is iets waarin wij de God van Israël ook vandaag kunnen prijzen, hongerigen te eten geven, gevangenen bezoeken, naakten kleden, de armen recht doen. Elke dag opnieuw.

Vrede en vreugde

Romeinen 14:13-23

13  Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen, maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hun niet te ergeren. 14  Omdat ik één ben met de Heer Jezus weet ik, en ben ik ervan overtuigd, dat niets op zichzelf onrein is, maar dat iets onrein is voor wie het als onrein beschouwt. 15  Als u dus uw broeder of zuster kwetst door wat u eet, handelt u niet langer overeenkomstig de liefde. Laat hen voor wie Christus gestorven is niet verloren gaan door het voedsel dat u eet. 16  Breng het goede dat God u schenkt geen schade toe, 17  want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest. 18  Wie Christus zo dient, doet wat God wil en wordt door de mensen gerespecteerd. 19  Laten we daarom streven naar wat de vrede bevordert en naar wat opbouwend is voor elkaar. 20  Breek het werk van God niet af omwille van wat u eet. Weliswaar is alle voedsel rein, maar het is verkeerd om iets te eten dat iemand aanstoot geeft. 21  Vlees, wijn of iets anders waaraan uw broeder of zuster aanstoot neemt, kunt u beter laten staan. 22  Uw overtuiging is een aangelegenheid tussen u en God. Gelukkig is wie zich niet schuldig voelt over zijn overtuiging, 23  maar wie twijfelt of hij alles mag eten, is op het moment dat hij alles eet al veroordeeld. Want het komt niet voort uit geloof, en alles wat niet uit geloof voortkomt is zondig. (NBV)

Paulus had in zijn dagen te maken met conflicten waar wij geen weet mee van hebben. Wij kennen in onze Christelijke westerse cultuur geen spijswetten. Natuurlijk hebben we weet van de Joodse spijswetten en het kosjer eten en natuurlijk kennen we ook het Islamitische Hallal, maar zelf hebben we zoiets over het algemeen niet. De Heidenen die zich tot het Christendom hadden bekeerd in de dagen van Paulus kenden dat wel. Zij kenden het vlees dat gegeten werd als offer aan bepaalde Heidense goden, met dat eten bracht je een offer. De boodschap van Paulus was: “hou daar nou eens mee op”. Die spijswetten van Israël maakten je ooit bewust van het voedsel dat je at en zorgden er voor dat je zorgvuldig met het voedsel omging, maar die tijd is geweest. Dat offervlees was in Heidense riten van betekenis maar nu je die riten achter je hebt gelaten is dat offervlees ook geen offervlees meer. Maar voor veel mensen uit de dagen van Paulus was die boodschap toch wat kort door de bocht.

Joden die Christenen waren geworden wilden toch aan hun kosjere eten vasthouden. Heidenen die Christen waren geworden wilden dat Heidense offervlees niet meer eten. En als ze dan voedsel zagen dat niet kosjer was of dat traditioneel offervlees was dan ergerden ze zich. Dat eten getuigde niet van respect voor de God van Israël, dat eten bleef je vasthouden in de wereld van afgoderij waar je van was bevrijdt. In het gedeelte dat we vandaag lezen zegt Paulus dat we met elkaar best rekening mogen houden met dergelijke gevoeligheden. Het gaat er immers niet om wat je aan regels aan een ander oplegt, of dat je jouw regels beter vindt dan de regels van een ander, jij bent toch ook niet beter of slechter dan die die ander, maar het gaat er om dat je samen een nieuwe samenleving opbouwt. In onze dagen wordt er nog wel eens een discussie gevoerd over Hallal, volgens de Islamitische regels bereid voedsel. Daar zouden Christenen dus niet van mee moeten hoeven eten.

Paulus vindt dat onzin. Voor Christenen zoals Paulus bestaat er geen Hallal of niet Hallal voedsel. Alles wat eetbaar is is geoorloofd. En dus als er mensen zijn die waarde hechten aan Hallal dan eten we daar en met hen Hallal, of Kosjer, of Surinaams, of Indonesisch. Of het nu religieus bepaald of cultureel bepaald is, het gaat er om mensen tot hun recht te laten komen. Daar werken we aan mee. En de drank? De wijn? Er zijn mensen die verslaafd waren en absoluut geen alcohol mogen drinken. Ook daar mogen we rekening mee houden. Zijn die in ons gezelschap, dan drinken ook wij geen alcohol, dan organiseren we ons eigen feest ook zonder alcohol zodat ook zij met ons feest kunnen vieren. Ook de overheid mag daar wel wat meer rekening mee houden. Mensen bestraffen omdat ze alcohol op hebben terwijl ze rijden en zelf aan het eind van de dag recepties organiseren met alcohol gaat niet altijd samen. Dat is wat Paulus bedoeld hier, denk eerst om de ander, dan pas om jezelf. Dat mogen we gelukkig elke dag opnieuw doen, ook vandaag weer.

Niemand van ons leeft voor zichzelf

Romeinen 14:1-12

Aanvaard mensen met een zwak geloof zonder hun overtuiging te bestrijden. 2  De een gelooft dat hij alles mag eten, maar iemand die een zwak geloof heeft eet alleen groenten. 3  Wie alles eet mag niet neerzien op iemand die dat niet doet, en wie niet alles eet mag geen oordeel vellen over iemand die dat wel doet, want God heeft hem aanvaard. 4  Wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar van een ander? Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan-en hij zal volharden, want de Heer heeft de macht hem dat te laten doen. 5  De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen. 6  Wie een feestdag viert, doet dat om de Heer te eren; wie alles eet, doet dat om de Heer te eren, en hij dankt God voor zijn voedsel. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de Heer te eren, en ook hij dankt God. 7  Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. 8  Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, we zijn altijd van de Heer. 9  Want Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden. 10  Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij zullen allen vo or Gods rechterstoel komen te staan, 11  want er staat geschreven: ‘Zo waar ik leef-zegt de Heer-, voor mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.’ 12  Ieder van ons zal zich dus tegenover God moeten verantwoorden. 13  Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen, maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hun niet te ergeren. 14  Omdat ik één ben met de Heer Jezus weet ik, en ben ik ervan overtuigd, dat niets op zichzelf onrein is, maar dat iets onrein is voor wie het als onrein beschouwt. (NBV)

Elk jaar houden veel kerken de gebedsweek voor de eenheid van de Christenen en zelfs binnen de PKN kennen we eigenlijk niet zoveel eenheid. Zelfs in de grote Roomse Kerk zijn er veel verschillen en moeten er van tijd tot tijd mensen het zwijgen opgelegd worden om de verschillen niet al te groot te laten worden. In de Protestantse Kerken gaan de splitsingen nog door. Vandaag is het Pride zondag, met een kerkdienst die nodig is omdat juist vanuit sommige kerken het oordelen over anderen een geliefde bezigheid is. De Romeinen aan wie Paulus deze brief schreef kenden heel andere verschillen dan wij en uit die verschillen kwamen gemakkelijk conflicten voort. In het jaar 46 waren de Joden uit de stad Rome verdreven, ook de Joden die Christen geworden waren. In het jaar 54 mochten ze weer terugkeren. De Heidenen die Christen waren geworden hadden zich inmiddels tot een hechte gemeenschap ontwikkeld en zo waren er groepen Christenen die omwille van hun geloof het een en ander hadden meegemaakt maar die grote verschillen in handelen hadden.

De Joodse spijswetten werden soms wel en soms niet gevolgd, de Joodse feestdagen werden soms wel en soms niet gevolgd en soms werden ook Romeinse feestdagen gevierd.  Paulus wijst er op dat om te beginnen elke gelovige zich moet afvragen of wat hij of zij doet overeenkomt met wat God vraagt en dat je een ander daar niet op mag beoordelen. Samen sta je maar voor één ding en dat is de naaste lief te hebben als jezelf, zorgen voor de minsten en de zwaksten in de samenleving. Daarbij zijn vraagstukken over wat je eet of welke feestdagen je viert van zeer ondergeschikt belang. In onze dagen mag je zeggen dat ook vaak de taal die je gebruikt als je het hebt over Bijbelse zaken ondergeschikt zou moeten zijn aan de gezamenlijke verantwoording voor bijvoorbeeld onze Palestijnse broeders, of de daklozen, of de hoeren in de stad. Zelfs wat we zingen kan een bron van conflict zijn. Na het verschijnen van het Liedboek Zingen en bidden in huis en kerk voor zeven kerkgenootschappen zijn er nog minstens drie bundels verschenen om alle stromingen te bedienen.

Uit het Bijbelgedeelte van vandaag leren we dat we elkaar niet alleen moeten zien te verdragen maar moeten zorgen voor de zwaksten. Zo gaat het er niet om mensen te bekeren maar, is het stoppen van sekstoerisme naar Thailand en onze bijdragen aan ander onrecht veel belangrijker. Daartoe mensen in beweging krijgen brengt ze al bijna op de Weg van Jezus van Nazareth. De stap naar de echte Weg is dan nog maar klein. Dat geldt voor al het goede dat we kunnen doen om het kwade te bestrijden. We stapelen vurige kolen op hoofden en of we dan op zondagmiddag naar het voetbal gaan kijken doet volstrekt niet ter zake. We nemen elkaar vaak zo de maat dat we vergeten dat God ons de maat neemt en dat wij moeten zorgen dat Gods maat voor de armen gaat werken. Maar elke dag mogen we daar weer opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.