Een vlijtig mens verwerft gezag

Spreuken 12:13-28

13 Een kwaadaardig mens verstrikt zich in zijn eigen leugens, een rechtvaardige ontsnapt aan ieder gevaar. 14 Wie iets goeds zegt, voedt zich met zijn eigen woorden, van wat hij tot stand brengt, profiteert hij zelf. 15 Een dwaas denkt dat hij de juiste weg gaat, wie wijs is, luistert naar goede raad. 16  Een dwaas toont onmiddellijk zijn woede, wie verstandig is, zwijgt als hij beledigd wordt. 17 Wie de waarheid spreekt, dient het recht, een valse getuige verkondigt slechts leugens. 18 De woorden van een dwaas zijn dolkstoten, wat de wijze zegt, brengt genezing. 19 Een betrouwbaar woord houdt altijd stand, een leugen slechts voor korte tijd. 20 Wie kwaad smeden, zijn een en al bedrog, vreugde wacht wie vrede zoeken. 21 De rechtvaardige wordt niet door onheil getroffen, goddelozen worden bedolven onder ellende. 22 Bedriegers zijn de HEER een gruwel, wie waarachtig handelen, zijn hem welgevallig. 23 Een verstandig mens loopt niet met zijn kennis te koop, dwazen strooien met hun dwaasheid. 24 Een vlijtig mens verwerft gezag, luiheid leidt tot slavernij. 25 Kommer maakt een mens neerslachtig, een hartelijk woord beurt hem op. 26 De rechtvaardige is beter af dan ieder ander, de goddeloze volgt een dwaalspoor. 27  Een luie jager vangt nooit wild, een vlijtig mens verwerft een kostbaar vermogen. 28 De weg van de rechtvaardigheid leidt naar het leven, een geëffend pad is het, vrij van de dood. (NBV)

Vandaag opnieuw een gedeelte uit het boek Spreuken dat gaat over de tegenstelling tussen rechtvaardigen en goddelozen. Nu zijn goddelozen geen ongelovigen maar mensen die geloven zonder God. Zij geloven wel in God maar denken dan dat ze daardoor gered zijn, ze zijn eigenlijk alleen uit op hun redding. En dat soort gelovigen heten in de Bijbel goddelozen. Over communicatie gaat het vandaag in het gedeelte dat we uit het boek Spreuken lezen. Dat Spreukenboek lijkt wel vol te staan met spreekwoorden. Luiheid leidt tot slavernij. Kort krachtig en als waarschuwing soms zeer op z’n plaats. Maar is het ook een feit? In de dagen dat het boek Spreuken ontstond wel. Wie de door God gegeven akker verwaarloosde had geen oogst voor slechte tijden en moest zich uiteindelijk verkopen als slaaf. Wij hebben niet een samenleving die zo in elkaar zit.

Dat is het makke van spreekwoorden. Als de situatie of de tijden waarin ze zijn ontstaan is veranderd dan gelden die spreekwoorden niet meer. Bij ons leidt luiheid helemaal niet tot slavernij maar misschien wel eerder tot vrijheid, tot bevrijding van de slavernij. Vlijt leidt tot slavernij. Wie mensen voortdurend wil laten produceren en consumeren kan geen vrij ogenblik toestaan, laat staan een dag waarop iedereen tegelijk vrij is van consumeren en produceren. Dus weg met de vrije zondag dan kunnen we pas echt vlijtig zijn en vlijtig zijn was goed nietwaar? Luiheid leidt immers tot slavernij? Nee dus, vlijtig is niet goed, het goede is de zorg voor de ander, is luisteren naar de ander als die kwaad is, is samen met de ander bouwen aan de menselijke samenleving, de samenleving waar ijver nuttig is om te overleven maar vrijheid, vrij zijn van verslaving en slavernij voorop staat.

De spreekwoorden van het boek Spreuken vragen om nader doordacht te worden. Het zijn niet zozeer spreekwoorden maar doordenkertjes. En een verstandig mens loopt niet met zijn kennis te koop. Een verstandig mens herkent een neerslachtig mens en heeft een hartelijk woord tot zijn beschikking om de ander op te beuren. Het loopt dus weer uit op de tegenstelling tussen de rechtvaardige en de goddeloze. De rechtvaardige laat mensen tot hun recht komen, zorgt dat iedereen mee kan doen in de samenleving, voedt de hongerigen en kleedt de naakten, zorgt voor de weduwe en de wees. De goddeloze zorgt alleen voor zichzelf, jaagt eigen plezier en eigen vermogen na. En hoe zit het dan met die jager? Als je van de jacht afhankelijk bent voor je voedsel dan jaag je, maar je doodt niet al het wild. Het kostbaar vermogen van een natuur waarin te jagen is verwerf je door ijverig voor dat wild te zorgen. Ook die jager moet doordenken. En dat mogen we elke dag opnieuw, denken om de naaste, weten dat je van delen rijker wordt, ook vandaag mag dat weer.

Een goed mens

Spreuken 12:1-12

1 Wie van onderricht houdt, houdt van kennis, wie berispingen haat, is dom. 2 Een goed mens geniet de gunst van de HEER, wie kwade plannen heeft, wordt door hem veroordeeld. 3 Goddeloosheid brengt een mens ten val, de rechtvaardigen staan onwrikbaar geworteld. 4 Een sterke vrouw is een krans voor haar man, een vrouw die hem te schande maakt, is als beenrot. 5 Rechtvaardigen denken volgens het recht, goddelozen hebben bedrog in de zin. 6 De woorden van de goddelozen zijn een dodelijke hinderlaag, wat oprechten zeggen, is een bevrijding. 7  De goddelozen worden omvergeworpen en verdwijnen, het huis van de rechtvaardigen houdt stand. 8   Men prijst een mens naar de maat van zijn verstand, een warhoofd wordt geminacht. 9 Beter een onaanzienlijk mens met een knecht dan een bluffer die gebrek aan voedsel heeft. 10 Een rechtvaardige zorgt goed voor zijn vee, een goddeloze is alleen maar wreed. 11 Wie zijn grond bewerkt, heeft altijd genoeg te eten, wie lucht najaagt, heeft geen verstand. 12 Een goddeloze jaagt op zijn eigen ondergang, wat rechtvaardigen doen, werpt vruchten af. (NBV)

Vandaag lezen we een gedeelte uit het boek Spreuken waar steeds twee soorten mensen tegenover elkaar worden gesteld. Je hebt goddelozen en je hebt rechtvaardigen. Nu zijn die goddelozen hier niet zozeer de mensen die niet in de God van Israël geloven. Ook de Rechtvaardigen zijn niet zozeer de mensen die wel geloven in de God van Israël en alle regeltjes netjes naleven. Wie goddeloos en wie rechtvaardig is blijkt uit het handelen en de effecten die dat handelen heeft op de zwakken. En je handelen is of goddeloos of rechtvaardig, een tussenweg is er niet. En aangezien niemand zonder fouten is en niemand volmaakt is is ook niemand absoluut rechtvaardig. Het is zelfs goddeloos om jezelf een Rechtvaardige te noemen. Nee je zult moeten blijven streven naar rechtvaardig handelen.

Wat is dat dan dat rechtvaardig handelen? Volgens het boek Spreuken is dat de God van Israël volgen en je volgt de God van Israël door je naaste lief te hebben als jezelf. Ook in het gedeelte dat we vandaag lezen kun je ontdekken dat goddeloos iemand is die alleen zichzelf liefheeft. In dit gedeelte staat één vers dat de indruk zou kunnen wekken dat de rest een soort vermaningen is die alleen voor mannen gelden. Want een sterke vrouw is immers een krans voor haar man, een vrouw die hem te schande maakt is als beenrot. Maar wat is dat een sterke vrouw? Is dat niet een vrouw die door haar handelen en door kritiek te uiten haar man op het pad van de naastenliefde houdt? En is een man met een vrouw die hem te schande maakt een man die vergeten is zijn vrouw te wijzen op haar goddeloos handelen? Beiden zijn dus gelijk in de ogen van de God van Israël.

De spreuken zijn om op je in te laten werken en te doordenken. Er zijn in de geschiedenis mensen geweest die elke ochtend één spreuk lazen die in stilte op zich in lieten werken en daar dan de rest van de dag over nadachten, om zich heen keken waar ze de waarheid van die spreuk weer tegenkwamen. Je komt zo op onverwachte sporen van de God van Israël. Een rechtvaardige kent zelfs de ziel van zijn vee. Het stomme vee kan zelf niet spreken daarom moet je je dus verdiepen in zijn ziel, maar dat geldt dus ook voor mensen die je niet kunt verstaan, de vreemdeling die bij je is. Je niet willen verdiepen in de ziel van hen die jou niets kunnen vragen is dus wreed. Zo diep gaan de Spreuken over rechtvaardig handelen en goddeloos in de wereld staan. Wij mogen elke morgen opnieuw beginnen met een rechtvaardig leven, ook vandaag weer.

 

Wie het goede zoekt

Spreuken 11:17-31

17 Wie liefdevol is, bewijst zichzelf een weldaad, wie wreed is, schaadt zichzelf. 18  De winst van een goddeloze is bedrieglijk, het loon van een rechtvaardige is duurzaam. 19 Wie werkelijk rechtvaardig is vindt het leven, wie uit is op het kwaad de dood. 20 De HEER verfoeit bedriegers, wie eerlijk leven, zijn hem welgevallig. 21 Zo zeker als een onrechtvaardige gestraft wordt, zo zeker gaat het nageslacht van een rechtvaardige vrijuit. 22 Schoonheid bij een vrouw zonder verstand is een gouden ring in de snuit van een varken. 23 Wat een rechtvaardige verlangt, brengt niets dan goeds, wat een goddeloze hoopt, veroorzaakt rampspoed. 24 Wie vrijgevig is, wordt almaar rijker, wie gierig is, wordt arm. 25  Een gulle gever zal gedijen, wie te drinken geeft, zal te drinken krijgen. 26 Wie zijn graan vasthoudt, wordt door het volk vervloekt, wie het verkoopt, wordt gezegend. 27 Wie het goede zoekt, zal waardering vinden, wie het kwade zoekt, wordt door het kwaad getroffen. 28 Wie vertrouwt op zijn rijkdom is een blad dat valt, een rechtvaardige komt tot bloei. 29 Wie have en goed verwaarloost, krijgt er wind voor terug, zo’n dwaas wordt de slaaf van een wijze. 30 Een rechtvaardig mens plant een levensboom, wie wijs is, neemt veel mensen voor zich in. 31 Een rechtvaardige krijgt op aarde zijn loon, zondaars en goddelozen niet minder. (NBV)

Hadden we bij het lezen van het eerste deel van dit hoofdstuk het nog over de manier waarop mensen zich tot elkaar verhouden bij het handeldrijven, in het tweede deel van dit hoofdstuk gaat het meer in het algemeen over hoe mensen zich tot elkaar verhouden in de samenleving. Waarbij die samenleving natuurlijk ook de plek is waar handel wordt gedreven en waar wordt genoten van de vruchten van dat handeldrijven. De nadruk ligt in een aantal verzen op het vermogen te zwijgen over wat je ziet. Je ergert mensen niet, je zet mensen niet tegen je op, je verspreidt geen laster en, wat het allerbelangrijkst is je beschadigt geen mensen, zeker niet per ongeluk of ondoordacht. Dat zwijgen goud is blijkt uit dit gedeelte van het boek Spreuken. In onze samenleving, waar ieder detail van mensen over straat kan gaan, zijn deze spreuken hoogst actueel en wellicht volledig vergeten, er zijn immers mensen die een goed bestaan hebben aan de roddel die ze verspreiden.

Het boek Spreuken lijkt ook na herhaaldelijk lezen een losse verzameling spreekwoorden. Nu komt dat ook doordat sommige vertalingen dat versterken. In een oude vertaling staat bijvoorbeeld “wie laaft wordt ook gezalfd” waar tegenwoordig staat “wie te drinken geeft zal te drinken krijgen” Dat laatste zal eerder in het spraakgebruik worden opgenomen dan het eerste maar we hebben er al een prima spreekwoord voor: “Wie goed doet, goed ontmoet” Het vat het hele deel samen dat we vandaag uit het Spreukenboek lezen. Maar we moeten in de gaten blijven houden dat het nog steeds gaat om de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Daarbij is het boek Spreuken de alledaagse uitwerking van de leer van Mozes, de leer die God gaf op de Horeb en die zich laat samenvatten als “Heb God lief boven alles en doe dat door je naaste lief te hebben als jezelf.” De Wijze wordt nog steeds tegenover de dwaas gezet.

De sociaal levende mens tegenover de egoïst. En ook al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. Uiterlijke opsmuk, uiterlijke sier telt niet, alleen het gedrag telt. We zeggen zo gemakkelijk dat het innerlijk telt maar het innerlijk is alleen voor God zichtbaar en God wil nu eenmaal graag dat zijn heerlijkheid voor alle mensen zichtbaar wordt en dat wordt alleen zichtbaar in de liefde voor de naaste. Een rechtvaardige, iemand die de ander tot zijn of haar recht weet te laten komen is een mens van wie iets uitgaat. Die mens is op anderen ingesteld en merkt het direct als het die ander niet zo vergaat als hij zou willen dat het hem zelf zou vergaan. Doe de ander niet wat jij niet wil dat jou gedaan wordt is immers maar de helft van het verhaal. De andere helft is dat je de ander zou moeten doen wat jij zou willen dat jou gedaan wordt. Daar moeten we ons elke dag opnieuw bewust van zijn.

Iemand met inzicht zwijgt.

Spreuken 11:1-16

1 Een valse weegschaal is de HEER een gruwel, zuivere gewichten zijn hem welgevallig. 2 Hoogmoed leidt tot schande, wijsheid kenmerkt wie bescheiden is. 3 Wie eerlijk leeft, heeft zijn onkreukbaarheid als gids, wie onbetrouwbaar is, gaat aan zijn oneerlijkheid ten onder. 4 Rijkdom helpt je niet op de dag dat God straft, rechtvaardigheid redt van de dood. 5 Wie rechtvaardig leeft, baant zich een rechte weg, een goddeloze legt voor zichzelf een hinderlaag. 6 Wie eerlijk leeft, wordt door zijn rechtvaardigheid gered, wie onbetrouwbaar is, raakt verstrikt in zijn begeerte. 7 Wanneer een goddeloze sterft, gaat al zijn hoop verloren, van zijn rijkdom hoeft hij niets te verwachten. 8 Wie rechtvaardig is, wordt bevrijd van zijn ellende, zijn plaats wordt ingenomen door een goddeloze. 9 Een kwaadaardig iemand richt met zijn woorden anderen te gronde, een rechtvaardige wordt door inzicht gered. 10 Als het rechtvaardigen goed gaat, is heel de stad verheugd, als goddelozen ten onder gaan, klinkt overal gejuich. 11 Door de zegen van oprechte mensen komt een stad tot bloei, de uitspraken van goddelozen zijn haar ondergang.12 Wie zijn medemens kleineert, heeft geen verstand, iemand met inzicht zwijgt. 13 Bij een roddelaar is een geheim niet veilig, wie betrouwbaar is, hult zich in zwijgen. 14 Door gebrek aan visie gaat het volk ten onder, een keur van raadgevers brengt het tot bloei. 15 Wie borg staat voor een vreemde brengt zichzelf veel schade toe,
wie zo’n handslag wantrouwt, weet zich veilig. 16 Een vrouw verwerft haar eer door haar bevalligheid, een man zijn rijkdom door zijn kracht. (NBV)

Vandaag een verzameling stellingen over de houding van mensen in de handel die ze met elkaar drijven. Wat is wijsheid? Moet je de ander voor de gek houden om zelf meer te verdienen of moet je genoegen nemen met een kleinere opbrengst maar wel eerlijk en oprecht blijven. Wij leefden in een tijd van economische crisis. Die crisis was begonnen met de val van een Amerikaanse bank. Die bank, hebben we inmiddels wel geleerd, ging ten onder aan bedrog en eerzucht. De bank sleepte daarin de hele wereld mee, alsof het een dominosteentje was aan het begin van de enorme rij dominostenen. De wijsheid die we vandaag uit het boek Spreuken lezen werkt de richtlijnen voor de menselijke samenleving verder uit. We denken vaak dat die spreuken spreekwoorden op zich zijn maar ze vertonen wel degelijk een samenhang. De Wijsheid waarover gesproken wordt is de eerste richtlijn, heb God lief boven alles. Alle andere richtlijnen gaan over de vraag hoe je dat doet en dat laat zich samenvatten in het “Heb je naaste lief als jezelf”

Het is duidelijk dat valse weegschalen een gruwel zijn en dat je beter zuivere gewichten kunt gebruiken. Wij hebben het ijkwezen voor het zuiver houden van de gewichten Dat ijkwezen is in het leven geroepen toen er zoveel valse gewichten in omloop kwamen dat het kopen op gewicht niet meer vertrouwd kon worden. Verkopers probeerden een te laag gewicht te verkopen en kopers die zelf weegschalen meenamen probeerden een hoger gewicht als lager voor te spiegelen. De waarheid lag vaak in het midden maar als niemand meer te vertrouwen is neemt de handel af. Daar hebben we dus nu ook last van. Aangezien de banken niet meer te vertrouwen zijn lenen we niet meer voor grote aankopen en aangezien mensen daardoor werkeloos dreigen te worden kopen we nog minder. Woekerhypotheken met aflossingen die veel en veel te hoog zijn leggen een extra rem op de economische ontwikkeling. Als je in het licht van de crisis het gedeelte uit Spreuken nog eens op je in laat werken dan lijkt het of er voortdurend open deuren worden ingetrapt.

Uiteindelijk overleven alleen de eerlijke mensen die anderen ook eerlijk behandelen. Naar een bank die je eerlijk behandelt en de risico’s eerlijk met je doorneemt durf je nog wel een keer toe te gaan. Maar die banken zijn er dus op dit moment bijna niet, zelfs niet de banken die door de overheid zijn overgenomen. In de Spreuken wordt nog gedaan of God straft. Maar de goddeloze straft eigenlijk zichzelf. Wat God gedaan heeft is zijn richtlijnen ons voor te houden. Wie het gedrag van de bedriegers legt naast de richtlijnen van de God van Israël ziet waar het fout zit en als je het niet direct ziet moet je uitwerking uit het boek Spreuken er nog eens bij nemen. Het is dus zaak ons financieel systeem te hervormen. Dat horen we al een paar jaar maar het gebeurd niet. Nergens blijkt dat banken nu eerlijker zijn en genoegen nemen met kleinere winsten in ruil voor meer eerlijkheid. De hoogste inkomens stijgen weer, dat kan alleen door bedrog en diefstal, dat gaat altijd ten koste van de armen. Daarom zal de crisis nog wel even blijven, tenzij we ons echt gaan verzetten.

Dwazen kunnen het niet vatten

Psalm 92

1 Een psalm, een lied voor de sabbat. 2 Het is goed de HEER te loven, uw naam te bezingen, Allerhoogste, 3 in de morgen te getuigen van uw liefde en in de nacht van uw trouw, 4 bij de klank van de tiensnarige harp en bij het ruisend spel op de lier. 5 U verheugt mij, HEER, met uw daden, ik juich om wat uw hand verricht. 6 Hoe groot zijn uw daden, HEER, hoe peilloos diep uw gedachten. 7 Het dringt tot de dommen niet door en dwazen kunnen het niet vatten: 8 dat de wettelozen als onkruid gedijen en de onrechtvaardigen bloeien alleen om te worden verdelgd, voor altijd. 9 U, HEER, bent eeuwig verheven, 10 maar uw vijanden, HEER, uw vijanden gaan te gronde en wie onrecht doen, worden verstrooid. 11 U geeft mij de kracht van een wilde stier, met pure olie ben ik overgoten. 12 Mijn oog ziet op mijn aanvallers neer, mijn oor hoort de angstkreet van mijn belagers. 13 De rechtvaardigen groeien op als een palm, als een ceder van de Libanon rijzen zij omhoog. 14 Ze staan geplant in het huis van de HEER, in de voorhoven van onze God groeien zij op. 15 Zij dragen nog vrucht als ze oud zijn en blijven krachtig en fris. 16 Zo getuigen zij dat de HEER recht doet, mijn rots, in wie geen onrecht is. (NBV)

Eén maal per jaar is het in heel veel kerken Vredeszondag. Dit jaar de komende zondag. Meestal in september, zodat je in het winterseizoen weer weet waar je aan kan werken. En op die zondag zingen we het loflied voor de Ene, aan wie alle valsheid vreemd is zoals de Psalm besluit. In deze Psalm gaat het ook over het onkruid dat gedijt zonder dat het door heeft dat dat gedijen het vernietigen vereenvoudigd. Zoals Harry Mulisch dat eens op TV opmerkte, alles loopt slecht af, maar ook met het slechte loopt het slecht af, Hitler heeft uiteindelijk niet gewonnen, integendeel. En zo is het natuurlijk. Als wij mensen iets opzetten of beginnen hoeven we niet te verwachten dat het uiteindelijk ideaal wordt. Ideaal zoals we in het lied van de schepping uit Genesis 1 hebben gelezen: “God zag dat het goed was”.

We horen het aan politici, andere oplossingen dan bombarderen met dure vliegtuigen of soldaten sturen hebben ze niet. Dictators aanspreken op het onrecht dat ze doen is ze onbekend, liever handelen we met die dictators, ze geven immers orde en rust door hun volk te onderdrukken Een thema van de Vredesweek was “De ander dat ben jij”, om ons op te roepen ons aan de woorden van Deuteronomium te houden en actief te worden in het integreren van de vreemdelingen in onze samenleving. Dat moeten we niet aan de vreemdelingen over laten, dat moeten we zelf gaan doen. Pas dan kunnen we de vrede bewaren. Sommige Politieke Partijen hebben dat door. Ze zetten Nederlanders van buitenlandse afkomst op verkiesbare plaatsen. Het parlement is daardoor een afspiegeling worden van de bevolking.

Maar is dat ideaal? Zeker niet. Onze Nederlandse vrienden van Turkse afkomst hebben een probleem en wij dus ook. In 1915 is er volkenmoord op Armeniërs gepleegd. Erkenning daarvan zou vrede kunnen brengen in de regio. De Turkse overheid was tenminste verantwoordelijk voor de bescherming van de Armeniërs en wordt daarom ook verantwoordelijk gehouden voor de volkenmoord. Dat is in Turkije een belediging en wie dit durft te zeggen loopt kans op gevangenisstraf. We moeten dus nog heel veel en heel lang in gesprek om werkelijk samen te kunnen leven. En we moeten ons gaan verdiepen in de geschiedenis van Armeniërs, hoe ver ze ook van ons vandaan wonen en hoe lang geleden het ook is, ze blijken ons vandaag nog aan te gaan. De ander ben je dus inderdaad zelf.

Draag elkaars lasten

Galaten 6:1-18

1 Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid. 2 Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na. 3 Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf. 4 Laat iedereen zijn eigen daden toetsen, dan heeft hij misschien iets om trots op te zijn, zonder zich er bij anderen op te laten voorstaan. 5 Want ieder mens moet zijn eigen last dragen. 6 Wie onderwezen wordt, moet al het goede dat hij bezit met zijn leermeester delen. 7 Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. 8 Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. 9 Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. 10 Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten. 11 U ziet het aan de grote letters: ik schrijf u nu eigenhandig. 12 Degenen die er zo op aandringen dat u zich laat besnijden, willen alleen een goede indruk maken en voorkomen dat ze worden vervolgd omwille van het kruis van Christus. 13 Ze zijn voor de besnijdenis maar leven zelf niet volgens de wet; ze willen dat u zich laat besnijden om zich daarop te kunnen laten voorstaan. 14 Maar ik-ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld. 15 Het is volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is, belangrijk is dat men een nieuwe schepping is. 16 Laat er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf blijven, en voor het Israël van God. 17 En laat voortaan niemand mij meer tegenwerken, want ik draag de littekens van Christus in mijn lichaam. 18 Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen. (NBV)

Het “draagt elkaars lasten” was heel lang de naam van het sociaal fonds van het CNV. In het begin van de vorige eeuw was er bij Christelijke, of zogenaamd christelijke, werkgevers een sterk verzet tegen de vorming van vakbonden. Werknemers zouden toch moeten gehoorzamen aan de boven hen gestelde werkgevers en zich moeten houden aan de contracten die over het werk en de beloning gesloten waren? Het antwoord van de oprichters van de bonden was dat elke werknemer een eigen verantwoordelijkheid had tegenover God maar ook tegenover zijn collega’s. Een collega die ziek was geworden, had recht op de zorg van zijn kameraden. Ook de weduwen en wezen van collega’s die waren overleden hadden recht op ondersteuning. Dat recht ontleenden zij aan het christelijk zijn van die collega’s. Die collega’s konden nu eenmaal niemand aan de kant laten staan. Vandaar de oprichting van ziekenfondsen die betaalbare gezondheidszorg garandeerden en het steunfonds dat voor bijzondere noden ingeroepen kon worden. De tijden zijn veranderd. Het nut van solidariteit is ons uit het hoofd gepraat.

De Bijbel is echter niet veranderd. De opdracht elkaars lasten te helpen dragen en daarmee de naaste lief te hebben als jezelf is nog steeds even dwingend als vroeger. Het is ook nog even hard nodig. Ontslagbescherming voor werknemers die zich jaar in jaar uit inzetten voor de opbouw van een bedrijf, hun kracht en creativiteit daarvoor inbrengen, de concurrentiepositie helpen versterken door genoegen te nemen met een gematigde beloning is niet een gunst maar een recht. Die ontslagbescherming is ook nodig om enige stabiliteit aan onze samenleving te verlenen, om betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor onze bedrijven te vergroten. We sluiten hier de lezing van de brief aan de Galaten af. Paulus neemt hier zelf de pen ter hand. Er wordt verondersteld dat hij de meeste van zijn brieven heeft gedicteerd. Hier gaat het ook over twee belangrijke begrippen, vrede en barmhartigheid. Vrede niet alleen in de zin dat er geen oorlog is, geen gewapend conflict, maar vrede in de zin dat men elkaar niet verkettert in de gemeente. Barmhartigheid is dan de zorg voor de armen in de samenleving. Voor beide begrippen is ook in onze dagen de aandacht meer dan nodig.

Je mag iemand best de waarheid zeggen. Paulus laat in deze brief aan de Galaten zien dat de waarheid hard aan kan komen en scherp kan worden geformuleerd. Maar Paulus laat ook zien dat het niet aangaat om personen in een kwaad daglicht te stellen maar juist om mensen helder te laten zien waar het eigenlijk om gaat, om vrede en barmhartigheid. Juist omdat de Liefde van God door de dood is heengedragen, door Jezus van Nazareth, die stierf immers aan het kruis terwijl zijn Liefde en daardoor hijzelf, bleef leven, mogen we ongeacht wie we zijn en waarvandaan we komen deelhebben aan die Liefde en daar dag in dag uit van uitdelen, ook op het internet, ook vandaag weer. Want telkens weer kunnen we mensen oproepen om anders te handelen, mee te gaan doen in die beweging van Liefde voor de naaste, opnieuw leven in solidariteit. Dat gaat niet met schelden en veroordelen van mensen, dat gaat met benoemen waarom bepaalde handelingen liefdeloos lijken en met oproepen liefde te laten zien. Dat kunnen we elke dag weer, ook op internet.

Liefde, vreugde en vrede

Galaten 5:13-26

13 Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, 14 want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 15 Maar wanneer u elkaar aanvliegt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden. 16 Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. 17 Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest, en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het een gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt. 18 Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet. 19 Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, 20 afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, 21 afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God. 22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, 23 zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft. 24 Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen. 25 Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst. 26 Laten we elkaar niet uit eigenwaan de voet dwarszetten en elkaar geen kwaad hart toedragen. (NBV)

Macht brengt mensen op het verkeerde spoor. Door de geschiedenis heen is dat een les die we steeds opnieuw met schade en schande moeten leren en die we telkens opnieuw vergeten. Dat was in de dagen van Paulus niet anders dan in onze dagen. Ook bij ons breken er van tijd tot tijd conflicten uit in bewegingen en kerken die populair zijn en zich gevormd hebben rond mensen van wie we denken dat ze de waarheid op zak hebben en het beste met ons voor. Het zijn het soort conflicten die snel kunnen optreden bij groeiende bewegingen waarvan het karakter en de aard nog niet helemaal vast staan. De geschiedenis is er vol van. Macht en eigendunk zijn voedingsbodems waarop onderlinge strijd zomaar kan uitbreken. Paulus zet tegenover de vrijheid om alles te mogen doen de Liefde voor de naaste waarvan je vervult behoort te zijn.

Pas in die Liefde wordt de Vrijheid dragelijk en vruchtbaar, anders leidt ze alleen maar tot zelfvernietiging. Bij alles wat je goedkeurt of afkeurt moet je dus dat principe in de gaten houden. Alles mag, maar niet alles is nuttig om je naaste te dienen. Zeker niet alles is nuttig om de armsten onder ons bevrijding aan te zeggen. De Geest van Jezus van Nazareth is dat we bijna dag en nacht bezig zijn om gerechtigheid voor ontrechten te zoeken. Dat we voortdurend uitgestotenen weer een plaats in de samenleving willen geven. Jezus van Nazareth lag volgens de verhalen uit de vier Evangeliën daarbij voortdurend aan bij maaltijden van allerlei soort. Hij kreeg het verwijt om te gaan met hoeren en collaborateurs, maar ging ook eten bij Farizeeën, de mensen die de Joodse leer tot in de kleinste details als wetgeving wilden navolgen. In eten en drinken samen met anderen zit het dus niet.

Uit al die verhalen blijkt wel dat Jezus van Nazareth er op is bedacht dat iedereen mee kan doen, dat je geen mensen uitsluit maar alleen mensen opneemt. Dat de lammen weer kunnen lopen en de blinden weer kunnen zien. Dat er een andere weg wordt bewandeld dan in de wereld gewoon is. Dat de Weg van de Liefde wordt begaan en niet de weg van eigenbelang en begeerte. Paulus vat die verhalen op zijn eigen manier samen. Maar de manier waarop Paulus deze verhalen samenvat maakt wel dat ook wij navolgers van Christus kunnen worden. Ook wij kunnen onze samenleving herinrichten door de Liefde voor de naaste. Door samen maaltijd te houden met de vreemdelingen onder ons. Door de onrechtvaardige tolmuren te slopen die de armen in arme landen arm houden. Door onze rijkdom ook echt te delen met de armsten in de wereld. Dat zal ons nu wat kosten maar uiteindelijk een wereld opleveren zonder ellende. Dat moet ons toch alles waard zijn.

Een slavenjuk

Galaten 5:1-12

1 Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen. 2  Luister naar wat ik, Paulus, tegen u zeg: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets baten. 3 Ik verzeker u dat iedereen die zich laat besnijden verplicht is om de wet volledig na te leven. 4 Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld. 5 Want door de Geest hopen en verwachten wij dat we op grond van geloof als rechtvaardigen worden aangenomen. 6 In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent. 7 U was zo goed op weg, wie heeft u verhinderd de waarheid te blijven volgen? 8 Niet hij die u geroepen heeft. 9 Bedenk goed: Al een beetje desem maakt het hele deeg zuur. 10 De Heer geeft mij de overtuiging dat u en ik het daar volledig over eens zijn. Maar degenen die u in verwarring brengen zullen worden gestraft, wie ze ook zijn. 11 En wat mijzelf betreft, broeders en zusters, als ik nog altijd de besnijdenis zou verkondigen, waarom word ik dan vervolgd? Dan zou het kruis toch zijn kracht verliezen en niet langer een struikelblok zijn? 12 Ze moesten zich laten castreren, die onruststokers! (NBV)

Je kunt wat doen voor je eigen zieleheil. Mediteren, bidden, Bijbellezen, niet vloeken, alleen heteroseksueel leven en tal van andere regels en voorschriften volgen. Kerken en voorgangers zijn er goed in om, door de eeuwen heen, telkens weer nieuwe regels en voorschriften te verzinnen. Hele kerkelijke wetboeken zijn er verschenen en week in week uit komen er groepen mensen bij elkaar om onder het motto van Bijbelstudie de Bijbel af te speuren naar nieuwe regels waar zij zich wel aan moeten houden en waar alle andere mensen geen weet van hebben. Paulus veroordeelt deze praktijken. Alleen het vertrouwen dat de armen bevrijdt zullen worden en als de liefde voor de naaste even groot is als de liefde voor jezelf tellen. Als er al regels zijn en als die al door gelovigen worden overtreden dan mogen die gelovigen telkens weer opnieuw beginnen met de Weg van Jezus van Nazareth. Dat noemt Paulus genade. We zien het in onze samenleving zo vaak gebeuren. Als kinderen de wet overtreden moeten ze opgesloten worden.

Het klinkt zo logisch, ongestraft kun je de verkeerde dingen immers niet laten passeren. Maar als je naar opgroeiende kinderen en jongeren kijkt vanuit de Liefde zoals Jezus van Nazareth ons die geleerd heeft dan weten we dat het er om gaat om gevangenen te bevrijden. Dan hebben we dus geleerd dat het gaat om die kinderen en jongeren weer een goede plaats in onze samenleving te geven. Dat verschaft ons niet het eenvoudige recept van opsluiten, maar dwingt ons om een paar mijl verder te gaan en plannen te maken om elk van die kinderen en elk van die opgroeiende jongeren om te doen keren van de weg van het kwade en weer op een goede plek in onze samenleving mee te laten doen. Volgens Paulus is het kennelijk onbelangrijk of je het kwade van die kinderen nu wel of niet tegenkomt maar is het belangrijk dat je met Liefde die kinderen weet te bereiken en hen weer tot het goede weet te brengen.

Een klein beetje zuurdesem kan het hele deeg zuur maken en dan kan je er echt geen ongezuurde broden meer van bakken. Mensen bedoelen het soms niet eens zo slecht maar maken door hun fanatisme de boel vaak meer kapot dan dat ze iets bereiken. In de dagen van Paulus waren het de mensen die de Joodse Wet ook wilden opleggen aan de Heidenen. Vooral de besnijdenis speelde daarbij een rol. Wanhopig roept Paulus uit dat ze zich maar moesten laten castreren. Een Heidense gewoonte die vaak uit religieuze overwegingen werd gedaan. Maar ja, mensen overdrijven wel eens. We zullen de wanhopige oproep van Paulus niet herhalen maar we hopen wel dat, zoals de zwarte kousenkerk maar een kleine minderheid van het Christendom is, ook zal doordringen dat het Salafisme maar een hele kleine minderheid vertegenwoordigd. Mensen willen een Wereld van Liefde. De God van Israël heeft ons de weg daarheen gewezen, Jezus van Nazareth heeft ons laten zien hoe die weg te gaan. En elke dag opnieuw mogen we opstaan om weer als nieuw die weg te gaan, ook vandaag weer.

De vrijgeboren vrouw.

Galaten 4:12-31

12 Broeders en zusters, ik smeek u, wees zoals ik, want ik ben zoals u. U hebt mij nooit enig kwaad gedaan. 13 Herinnert u zich niet de eerste keer dat ik u het evangelie heb verkondigd? Ik kwam bij u toen ik ziek was, 14 en hoewel mijn ziekte u er alle aanleiding toe gaf, hebt u mij toch niet veracht of verstoten. U hebt mij in uw midden opgenomen als een engel van God, als Christus Jezus zelf. 15 Toen prees u zich gelukkig. Wat is daar nu nog van over? Ik kan van u getuigen dat u zelfs uw ogen zou hebben uitgerukt om ze mij te geven. 16 Ben ik dan nu ineens uw vijand geworden, omdat ik u de waarheid zeg? 17 Die anderen doen alles voor u, maar hun bedoelingen zijn slecht: ze drijven een wig tussen u en mij, en dan moet u alles voor één doen. 18 Het is goed als u zich inspant, maar doe het dan ook voor de goede zaak, en doe het bovendien altijd, dus niet alleen wanneer ik bij u ben. 19  Kinderen, zolang Christus geen gestalte in u krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën om u. 20  Hoe graag zou ik nu bij u willen zijn en op een andere toon met u spreken, want ik maak me zorgen over u. 21 Vertelt u eens, u wilt u onderwerpen aan de wet, maar luistert u wel naar de wet? 22 Er staat geschreven dat Abraham twee zonen had: een van zijn slavin en een van zijn vrijgeboren vrouw. 23  De zoon van de slavin dankte zijn geboorte aan de loop van de natuur, maar die van de vrijgeboren vrouw aan de belofte. 24-25 Dit is een beeld: de vrouwen staan voor twee verbonden. Hagar staat voor het verbond van de berg Sinai in Arabia, dat slaven baart. Als beeld van dat verbond belichaamt Hagar het huidige Jeruzalem, dat met zijn kinderen in slavernij leeft. 26 Maar het hemelse Jeruzalem is vrij, en dat is onze moeder, 27 want er staat geschreven: ‘Wees verheugd, onvruchtbare vrouw, jij die niet baart. Jubel en juich, jij die geen weeën kent. Want zij die zonder man is, heeft meer kinderen dan zij die met een man is.’ 28 En u, broeders en zusters, bent net als Isaak kinderen van de belofte. 29 Maar zoals de zoon die krachtens de natuur geboren werd de zoon vervolgde die krachtens de Geest geboren werd, zo worden nu ook wij vervolgd. 30 Maar wat zegt de Schrift? ‘Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de vrijgeboren vrouw mag niet de erfenis delen met de zoon van de slavin.’ 31 Daarom dus, broeders en zusters, zijn wij geen kinderen van de slavin, maar van de vrijgeboren vrouw. (NBV)

Span je alleen in voor de goede zaak is de raad van Paulus aan de Galaten. En dat is ook een goed advies voor ons. Er zijn ook deze week weer allerlei mensen die ons ongetwijfeld zullen willen wijsmaken dat er wetten en regels zijn die ons verhinderen de armoede te bestrijden en de armen bevrijding aan te zeggen. Dat hongerigen gevoed moeten worden is goed maar daar zouden organisaties en instanties voor zijn, ja je moet hongerigen misschien wel laten hongeren omdat dat beter voor hen is, laat ze eerst maar eens vier weken proberen zonder geld te overleven. Gevangenen bezoeken kan natuurlijk al helemaal niet, daar zijn pasjes en toestemmingen voor nodig. Die bezoekgroepen rond de justitiepastores zijn soms alleen maar lastig. Gevangenen sluit je op. Na hun straf zijn er wel de Exodushuizen die vanuit de kerken zijn opgezet en waar ex gevangenen worden begeleid bij hun terugkeer naar de samenleving maar die huizen krijgen toch maar zelden een gewone plaats in een woonwijk. Mensen willen liever dat ex gevangenen anoniem en ongemerkt tussen hen komen in wonen. Met die wetten en regeltjes willen mensen macht over je uitoefenen. Hoe ordelijk en redelijk ze soms klinken, als ze afhouden van de liefde voor de naaste, van het brengen van het evangelie van de bevrijding, zijn ze verkeerd.

Paulus brengt de boodschap dat er maar één Heer is, God, of, misschien herkenbaarder, Jezus van Nazareth. Zelfs Paulus zelf zet zich niet op de eerste plaats hebben we geleerd. De Galaten worden dan ook opgeroepen het goede doen niet te laten afhangen van de aanwezigheid van Paulus maar het goede te doen omwille van de zaak van het Koninkrijk van God zelf. Zo zullen we ook met ons werk moeten omgaan. We zijn niet uit op conflicten met mensen die het over ons te zeggen denken te hebben maar we zijn uit op bevrijding van de armen, voeden van de hongerigen, kleden van de naakten, steunen van de zwakken. Je zou overigens bijna denken dat Paulus een anti-Islamist was met zijn typeringen van Hagar en haar zoon Ismael. Maar de Islam bestond nog niet in de dagen van Paulus, de Islam is pas een paar honderd jaar later ontstaan. Als je trouwens nauwkeurig leest dan verbindt Paulus Hagar en Ismael met de Sinaï, de berg waar het volk Israel de richtlijnen voor een menselijke samenleving ontving. . Sara, de moeder van Israel, wordt dan verbonden met de Christenen, de kinderen van de vrijheid.

Voor Paulus is de Hebreeuwse Bijbel de verzameling boeken waarin de komst van Jezus van Nazareth werd beloofd. Jezus van Nazareth als de eerstgeboren mens die de Liefde, zoals God die wilde, volhield door de dood heen. Zijn leven, sterven en opstanding maakt dat we er allemaal in mogen delen en er allemaal aan mogen meedoen. Voor Jezus van Nazareth was het hart van het Oude Testament die richtlijnen uit de woestijn, niet doden, niet liegen, niet stelen en je naaste liefhebben als jezelf, zoals in het Evangelie van Mattheüs staat beschreven. op die manier staan we in de traditie. Het Koninkrijk van God kiest overal en altijd voor het leven, dat Koninkrijk verschaft elk mens recht. Dat biedt bevrijding voor de armen, daar gaan de lammen lopen, de blinden zien en de doven horen. Daar zijn geen wetten die zeggen wat je allemaal wel mag doen en wat verboden is, daar heerst niet het moeten en verbieden, daar is de vrijheid. Die vrijheid dan beleeft in de Geest van God. Weg dus met de slavenmentaliteit van gehoorzaam zijn aan regels en fatsoen en leve de vrijheid van samen delen en respect voor ieder medemens.

Uit Galilea

Johannes 7:37-52

37 Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! 38 “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft, ”zo zegt de Schrift.’ 39 Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven. 40 Toen de mensen in de menigte dit hoorden zeiden ze: ‘Dit moet wel de profeet zijn.’ 41 Anderen beweerden: ‘Het is de messias, ‘maar er werd ook gezegd: ‘De messias komt toch niet uit Galilea? 42 De Schrift zegt toch dat de messias uit het nageslacht van David komt en uit Betlehem, waar David woonde?’ 43 Zo ontstond er verdeeldheid in de menigte, 44 en sommigen wilden hem grijpen, maar niemand deed hem iets. 45 De dienaren van de hogepriesters en de Farizeeën gingen terug. Toen hun werd gevraagd: ‘Waarom hebben jullie hem niet meegebracht?’ 46 antwoordden ze: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’ 47 Maar de Farizeeën zeiden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden? 48 Er is toch geen enkele leider of Farizeeër tot geloof in hem gekomen? 49 Alleen de massa die de wet niet kent-vervloekt zijn ze!’ 50 Maar Nikodemus, die destijds bij Jezus was geweest, iemand uit hun eigen kring, zei: 51 ‘Onze wet veroordeelt iemand toch pas als hij gehoord is en als bekend is wat hij heeft gedaan?’ 52 Ze zeiden tegen hem: ‘Kom jij soms ook uit Galilea? Zoek het maar na, dan zul je zien dat er uit Galilea geen profeet kan komen.’ (NBV)

Jezus viert het feest van de Loofhutten. Een feest dat Christenen niet hebben overgenomen. De geschiedenis waarmee het Loofhuttenfeest is verbonden is uitdrukkelijk geen geschiedenis van Christenen. Het is van oorsprong een oogstfeest, de oogst van noten en vruchten valt in het najaar. Maar Israël viert dat feest in tenten die herinneren aan de woestijn. Tenten van takken en bladeren. Dit feest is ook een van de feesten die in Deuteronomium wordt aangewezen als feest waarop het volk naar de Tent van Samenkomst moest gaan, later de Tempel om daar maaltijd te houden met de armen, de levieten, de familie en de vreemdelingen. Het eten in de woestijn, het water trouwens ook, kregen ze elke dag opnieuw van hun God. Dat water speelt dus een rol, water om de dorst uit de woestijn te laven. Daarom lezen wij uit het Evangelie van Johannes verhaal over de Geest. Die Geest van God, de geest waarin we proberen onze naaste lief te hebben als onszelf, kwam met en door Jezus van Nazareth. Hij leefde het leven in die geest ons voor. En nadat hij teruggekeerd was naar zijn Vader konden gelovigen de dorst naar gerechtigheid laven door voortdurend liefde te verspreiden.

Zo bevrijdde Jezus mensen van de zonde, wie het goede doet en niets dan het goede, doet immers geen zonde, zo bevrijdde hij mensen van de angst voor de dood, de dood dood de liefde immers niet, de liefde die altijd doorgaat. Maar de bevrijder, de Messias, zou een zoon zijn van koning David. Mattheus en Lucas hadden in hun Evangelieverhalen veel moeite gedaan duidelijk te maken dat Jezus van David afstamde, maar Johannes laat dat in het midden. Of Jezus de bevrijder is moet niet afhangen van een stamboom maar van de vruchten van zijn optreden. Dat hebben de mensen goed begrepen. Ook de leiders van het volk hebben het eigenlijk begrepen want ze vinden dat optreden van Jezus van Nazareth maar niks. Wie gaat er nu uit liefde voor de mensen voortdurend tegen de regels in. Wie maalt niet om afkomst of gedrag maar let alleen op de bereidheid een nieuw leven te beginnen, een leven van delen wat je hebt, van zorg voor elkaar en vooral voor de armsten, de verworpenen, de uitgestotenen.

Voor die mensen gaan inderdaad rivieren van goedheid stromen, maar zullen ze er niet in verdrinken? Het is de angst die we horen bij het pardon voor de kleine groep asielzoekers die hier al meer dan vijf jaar wachten op een oplossing. Zullen we niet verdrinken in vreemdelingen? Die angst maakte dat Afghanen die er op kunnen rekenen vervolgd te worden als handlangers van Nederland hier verdronken in bureaucratie en angstig in kelders op verlossing wachten. Als je de vraag zo stelt dan weet je dat het niet zal gebeuren. Maar als je vraagt om een stadionverbod voor alle Marokkanen in ons land, omdat een handvol Marokkaanse jongeren de Nederlandse voetbalsupporters goed had nagedaan en een wedstrijd had verstoord, dan pleeg je eigenlijk een misdrijf. Dan is het hard nodig dat de Geest van God op je neerdaalt. Je merkt dan ook dat mensen zich kunnen afsluiten voor die Geest van God. Jezelf groter maken door de ander te kleineren lijkt soms vruchtbaarder dan de ander net zo lief te hebben als jezelf. Uiteindelijk loopt dat goddeloze gedrag uit op geweld. Daarom is het symbool van de Geest, een duif, ook het symbool van vrede. Want samen delen is samen vrede beleven, dat kunnen we dus elke dag.