Op die dag

Jesaja 7:18-25

18 Op die dag zal de HEER de vliegen van de verste waterstromen van Egypte bijeenfluiten, en uit Assyrië een zwerm bijen. 19 Ze zullen allemaal komen en neerstrijken in steile rivierdalen en in rotsspleten, bij iedere drinkplaats en op elke doornstruik. 20 Op die dag zal de Heer met een aan de overkant van de Eufraat gehuurd scheermes – de koning van Assyrië – bij jullie alle haren van hoofd en onderlichaam afscheren en zelfs de baard. 21 Op die dag zal men een jonge koe houden en twee schapen. 22 Doordat ze ruimschoots melk geven, zal iedereen boter eten. Voor wie in het land achterblijven is er boter en honing. 23 Op die dag zal elk stuk grond waar duizend wijnstokken staan ter waarde van duizend sjekel zilver, door dorens en distels overwoekerd worden. 24 Alleen met pijl en boog dringt men er door; dorens en distels versperren overal de weg. 25 Hellingen die met de hak zijn bewerkt, zullen onbereikbaar worden door vervaarlijke dorens en distels. Men kan er slechts de runderen heen drijven, het door de schapen laten vertrappen.(NBV21)

Jesaja wordt in de tijd voor kerst vaak gelezen als een boek van de hoop. De hoop op een wereld waar het licht de overhand heeft en niet de duisternis. De God van Israël was immers een God die de duisternis had verdreven met het roepen dat er licht moest zijn. Die God had een begin gemaakt met het orde scheppen waar alleen nog chaos was. Zijn adem had over de wateren geblazen en na het licht ontstond de scheiding tussen licht en duisternis, tussen water en land, tussen boven en beneden. Maar we vergeten dat met de komst van het licht het duister niet is verdwenen. Er is ook dag en nacht en als tekenen daarvan zijn er zon en maan en sterren. Jesaja wijst dus niet alleen op het licht maar ook op het duister.

In de tijd waarover Jesaja schrijft zijn er twee belangrijke wereldmachten, Egypte en Assyrië. Die twee zijn voortdurend in conflict. En als twee wereldmachten in conflict zijn dan lopen kleine landjes gevaar. In onze dagen wordt de Krim bezet, zijn er burgeroorlogen in Oekraïne en Georgië, zijn de Balkanlanden bang dat wereldmacht Rusland zich weer over hen zal ontfermen. Bondgenootschappen moeten kleine landen daartegen beschermen. In de dagen van Jesaja was het onder koning Achaz niet anders. Jesaja zag in dat bondgenootschappen de kleine landen niet zullen kunnen beschermen tegen de grootmachten.

Het gedeelte van vandaag schildert dan ook hoe die kleine landen vermorzeld worden in het geweld tussen de beide wereldmachten. Israël zal worden ontdaan van alles wat naar kracht ruikt. Het haar zal geschoren worden. Dat betekent dat machtige rijkdom zoals wijngaarden zullen verdwijnen, de vijand pakt het land aan in het hart van de economie. Maar de gewone mensen, de armen, blijven gespaard. Zij hebben nog een jonge koe die melk geeft en zij weten nog honing te vinden in de wildernis. Jesaja roept daarom op niet op bondgenootschappen te vertrouwen maar te zorgen voor elkaar. Geen vreemde macht kan de zorg voor elkaar breken. En dat geldt ook nu nog. De pandemie van vandaag legt ook dat bloot. Pas als we echt voor elkaar zorgen kunnen we overleven. Laten we dat dus maar doen.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *