Lucas 15:11-20a
11 Vervolgens zei Hij: ‘Iemand had twee zonen. 12 De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. 13 Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte. 14 Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. 15 Hij trok eropuit en verhuurde zich aan een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. 16 Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem. 17 Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. 18 Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, 19 ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” 20 Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. (NBV21)
Dit verhaal staat in een serie van opmerkingen over Jezus van Nazareth die bij tollenaars en zondaars ging eten. Zijn antwoord was dat, als je ook maar een klein deel van je bezit kwijt bent, je alles opgeeft om het weer terug te vinden. Maar hoe ga je dan met mensen om? Daarover gaat het verhaal van de twee zonen. Twee verschillende zonen, één die het fatsoen van thuis doorbreekt en één die blijft waar die zit. En dit doorbreken van het fatsoen dat lezen we vaak gewoon maar even weg. Toch was het een hard gelag, zeker voor de vader.
Het deel voor de jongste zoon zou vrijkomen als de vader dood is. Dan gaat het bezit in twee. Elke zoon een deel. Wat de jongste zoon dus eigenlijk tegen zijn vader zegt is “Val dood” en de vader gaat daar in mee. Hij verkoopt de helft van het land waar de familie van moet leven en geeft het vermogen aan de jongste zoon. Die vader laat zich dood verklaren. Dat de jongste zoon niet wil wachten tot de vader is gestorven maakt kennelijk niet uit. Nu gaan de verhalen van Lucas ook over de gehechtheid aan bezit en je laten leven door die gehechtheid wordt verworpen.
Zelfs de schande die de jongste zoon over de familie brengt deert kennelijk de vader niet. Als alle kinderen zo zouden handelen dan hadden de ouders geen deel van leven. Het hebben van kinderen is immers ook gelijk aan de pensioenverzekering. De jongens zouden blijven zorgen voor het vermogen tot vader is overleden, maar daar mee zouden ze ook blijven zorgen voor de vader. Die zorg wordt door de jongste zoon op het spel gezet. Dat hij het vermogen niet gebruikt voor zijn toekomst maar verkwist is dan voor fatsoenlijke lezers te verwachten. Eten bij de varkens, het toppunt van Heidendom, dat blijft er voor je over als je de familie te schande maakt. De zoon besluit maar terug te gaan naar vader, die nog leeft. Hij voegt zich weer in de geordende samenleving. Dat kan.